Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (35300-VI) op 20 november 2019
Brief regering
Nummer: 2019D47220, datum: 2019-11-21, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede ondertekenaar: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: A. Broekers-Knol, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ()
Onderdeel van zaak 2019Z22766:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2019-12-10 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2019-12-04 13:35 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2019-11-26 16:30 ⇒ Betrokken bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid voor het jaar 2020. (Besluit)
- 2019-11-21 13:45 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2019-11-21 13:45: Begroting Justitie & Veiligheid (35300-VI) (voortzetting) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2019-11-26 16:30: Procedures en brieven (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2019-12-04 13:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2019-12-10 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
De begroting van de politie laat geen ruimte over voor extra taken.
Welke taken gaan er af voor de politie?
Antwoord:
Er gaan geen taken af voor de politie. Binnen de bestaande taken van de
politie zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden. Dit geldt te meer nu
de inzetbaarheid de komende jaren onder druk staat. Dit kabinet
investeert € 291 miljoen in de politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91
miljoen incidenteel beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent,
dankzij uw Kamer, is er nog 15 miljoen euro voor de zedenpolitie en 10
miljoen euro voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt. Ook
investeert het kabinet 25 miljoen euro voor de aanschaf van het
stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november aangekondigd, 10
miljoen incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de grootste druk in
de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de extra capaciteit en
de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt
daadwerkelijk beschikbaar komen.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Waarom staat het recht op veiligheid niet in de grondwet? Graag een
reactie op het tekstvoorstel/initiatiefwet om Grondwet te wijzigen door
recht op veiligheid te waarborgen.
Antwoord:
De regering is niet voornemens om het recht op veiligheid separaat in de
Grondwet te verankeren. Het initiatiefvoorstel uit 2001 waar mevrouw
Helder naar verwijst, is in 2008 ingetrokken, mede vanwege de kritiek
van de Raad van State.
Het is eigen aan de staat, zoals wij die sinds enkele eeuwen kennen, om
voor de algemene veiligheid te zorgen en daarvoor instituties van
overheidswege in het leven te roepen. Veiligheid staat niet op zich,
maar is nodig om je rechten te kunnen uitoefenen en in vrijheid te
leven. Bij de zorg voor veiligheid is de vraag naar de aanwezigheid van
een overheidstaak niet aan de orde: die taak is gegeven met het bestaan
van de staat. Uiteraard doet dit alles niets af aan het grote belang van
de zorg die de overheid heeft voor de veiligheid van de burger en het
budget dat daarvoor wordt uitgetrokken. Het opnemen van een apart recht
op veiligheid in de Grondwet zou daar niets aan veranderen.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Waarom worden agenten niet onder de wet veteranen gebracht,
vergelijkbaar met militairen?
Antwoord:
Op dit moment is er geen aanleiding om politieagenten onder de wet
veteranen te brengen. Politiemedewerkers hebben op grond van het Besluit
algemene rechtspositie politie en de Circulaire PTSS Politie een pakket
aan voorzieningen. Hierover is uw Kamer reeds geïnformeerd (Kamerstuk 29
628, nr. 782; Kamerstuk 29 628, nr. 889). De veteranenstatus is
vastgelegd in de Veteranenwet en is nadrukkelijk verbonden aan de
bijzondere rechtspositie van de militair die voortvloeit uit of verband
houdt met de taak van de krijgsmacht. Hierover heb ik uw Kamer tevens
geïnformeerd bij de beantwoording van de Kamervragen van het lid Belhaj
(D66) (Kamervragen 2018-2019, nr. 3895).
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
Waarom moet de minister het geld voor stroomstootwapens uit het al
bestaande krappe budget halen?
Antwoord:
Om de uitrol van het stroomstootwapen te financieren ontvangt de politie
in totaal 30 miljoen euro uit de JenV-begroting. Hiervan is 5 miljoen
begin dit jaar bij de Voorjaarsnota al beschikbaar gesteld, de overige
25 miljoen wordt nu via de Najaarsnota geregeld. Hiermee is de uitrol
t/m 2025 gefinancierd en kunnen ca. 17.000 agenten voorzien worden van
een stroomstootwapen.
Structureel reserveert de politie vanaf 2020 5 miljoen euro uit de
FM-budgetten in de politiebegroting. In overleg met de korpschef is
vastgesteld dat deze ruimte binnen de materieel-budgetten van de politie
te vinden is. De marktconsultatie en het verloop van de aanbesteding
zullen laten zien welke verdere middelen structureel benodigd zijn.
Benodigde aanvullende structurele middelen worden gedekt in de begroting
2021. MJenV heeft uw Kamer hierover geïnformeerd op 15 november jl.
Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)
Vraag:
PTSS problematiek bij de politie, nog steeds zijn er berichten dat
agenten in de kou staan met psychische problemen. Waarom worden
langlopende dossiers niet afgekocht? Waarom besteden we miljoenen aan de
Landsadvocaat? Waarom besteden we geen geld aan de personen om wie het
gaat zodat zij kunnen herstellen? Graag een reactie.
Antwoord:
PTSS is een verschrikkelijke ziekte. De politie besteedt terecht veel
tijd en aandacht aan deze doelgroep. Het is in het belang van de
medewerker en zijn of haar naasten om zo snel mogelijk duidelijkheid te
krijgen en om dat te bereiken wordt er op ingezet het verzoek tot
erkenning beroepsziekte zo snel mogelijk in behandeling te nemen en af
te handelen. De juiste afhandeling vraagt echter ook om aandacht en
zorgvuldigheid. Waar mogelijk probeert de politie juridische procedures
te voorkomen.
De politie werkt op dit moment de afspraken over de zorg en
ondersteuning voor medewerkers met PTSS uit de CAO 2018-2020 uit. Op 4
november jl. heeft MJenV de uw Kamer geïnformeerd over de inzet van de
politie om de doorlooptijden van de erkenning en de schadeafhandeling
bij PTSS te verkorten.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Wat gaat de minister in relatie tot de fatwa richting het lid Wilders
doen? Is de arrestatie van de Pakistaanse prediker Rizvi geëist? Is de
minister bereid zijn Pakistaanse collega te dwingen deze man op te
pakken? Is de Nederlandse ambassadeur al teruggeroepen? Is er overleg
met de MBZ (Blok) over stappen richting Pakistan? Is er een
rechtshulpverzoek aan Pakistan gedaan?
Antwoord:
Dit betreft een ernstige bedreiging van een democratisch verkozen
volksvertegenwoordiger. Deze bedreiging raakt aan de kern van de
democratische rechtsstaat en de MvJenV neemt deze bedreiging dan ook
zeer serieus. Om die reden is er ook overleg gevoerd met het ministerie
van Buitenlandse Zaken. De MJenV doet geen uitspraken over individuele
strafzaken. Het staat direct betrokkenen, zoals een aangever, echter te
allen tijde vrij om bij het OM te informeren naar de stand van zaken
rondom een aangifte en mogelijke stappen in dat kader.
Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)
Vraag:
Hoe staat het met de veiligheid van Geert Wilders die al meer dan 15
jaar dankzij fatwa’s zijn vrijheid kwijt is? Is de beveiliging van Geert
Wilders voldoende op orde?
Antwoord:
Zoals bekend kan MJenV geen uitspraken doen over de beveiliging van
personen, vanwege het gevaar dat dit kan opleveren voor deze persoon.
Beveiligingsmaatregelen worden genomen op basis van dreiging en risico.
Vanzelfsprekend heeft dit mijn hoogste aandacht.
Vragen van het lid Dijk, E. van (PVV)
Vraag:
Vluchtelingen komen nu vaak eerst door meerdere veilige landen. Waarom
worden de Dublin regels niet strakker nageleefd?
Antwoord:
De aanname dat de Dublin-regels niet strak worden nageleefd is niet
correct. De IND beziet bij iedere asielaanvraag altijd allereerst of een
ander Europees land verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Een van de criteria in de Dublinverordening om een andere lidstaat
verantwoordelijk te achten, is dat de asielzoeker daar de buitengrenzen
van het Dublingebied is overgegaan. Doorreis door een andere lidstaat is
daarvoor echter géén criterium.
Als door de IND een andere verantwoordelijke lidstaat kan worden
vastgesteld, draagt DT&V de asielzoeker aan die lidstaat over. We
zien dat een groot deel van de vreemdelingen zich voorafgaand aan de
overdracht aan het toezicht onttrekt. In de Dublinverordening staan de
vereisten voor inbewaringstelling. Nederland maakt zich er in Europees
verband hard voor verlaging van de drempels voor inbewaringstelling in
de nieuwe Dublinverordening, zodat eerder en vaker bewaring mogelijk is
om zo de overdracht te verzekeren.
Vragen van het lid Dijk, E. van (PVV)
Vraag:
Hoe is het mogelijk dat de regering de regie uit handen heeft gegeven?
Wanneer gaan we zelf weer over het uitzettingsbeleid (i.p.v. de
EU)?
Antwoord:
Migratie vereist per definitie internationale samenwerking. Nederland
behoort tot het Schengengebied. Binnen een Schengenruimte zonder
binnengrenscontroles is sterke Europese samenwerking op immigratie-,
asiel- en terugkeerbeleid noodzakelijk en heeft Nederland daar baat bij.
Daar waar er beperkingen uitgaan van EU regelgeving voor de nationale
uitvoeringspraktijk, zet het kabinet zich in voor aanpassing daarvan. Zo
wordt, na Nederlands aandringen, de Terugkeerrichtlijn nu aangepast. In
lijn met het Regeerakkoord, wil het kabinet met deze herziening de
mogelijkheden tot vreemdelingenbewaring uitbreiden. Daarnaast beschikt
de EU over groot onderhandelingsgewicht, en is daarmee in staat om tot
betere terugkeerafspraken te komen met landen van herkomst en veilige
derde landen.
Vragen van het lid Dijk, E. van (PVV)
Vraag:
De SJenV doet niks, behalve de IND meer belastinggeld toeschuiven. Er
zijn 21.000 asielzoekers die moesten vertrekken, maar er zijn slechts
9.000 vertrokken. Bijna niemand gaat weg. Waar is de overige 56%?
Antwoord:
Het uitgangspunt van het beleid is dat vreemdelingen die geen
verblijfsrecht (meer) hebben zelfstandig Nederland verlaten. Dit brengt
met zich dat een gedeelte van de vreemdelingen op eigen gelegenheid
vertrekt, buiten het toezicht van de migratieketen. Over de vraag
waarheen deze mensen vertrekken, kunnen geen cijfers gegeven worden,
juist omdat dit vertrek buiten het toezicht plaatsvindt. Een deel zal
terugkeren naar het herkomstland, een deel zal doorreizen naar een ander
Europees land en een deel zal - al dan niet tijdelijk - illegaal in
Nederland blijven.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Kan de minister volledige openheid geven over hoe de twee IS-vrouwen in
Ankara gekomen zijn?
Antwoord:
De twee vrouwen die zich op 30 oktober bij de diplomatieke
vertegenwoordiging in Ankara hebben gemeld, hebben zelf verklaard dat ze
voor de Turkse inval ontsnapt zijn uit het kamp Al Hol. Alles wat met
het strafrechtelijk onderzoek te maken kan hebben, zo ook de
vraag hoe zij vanuit Noordoost-Syrië naar Ankara zijn gekomen, ligt nu
onder de rechter. Hierover kan MJenV dan ook geen verdere mededelingen
doen.
Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)
Vraag:
Wat is uw reactie op het standpunt van de PVV dat het tijd is om het
VN-Vluchtelingenverdrag en het Kinderrechtenverdrag van de EU op te
zeggen?
Antwoord:
Het kabinet is niet voornemens het Vluchtelingenverdrag en het
Kinderrechtenverdrag op te zeggen. Deze verdragen zijn van fundamenteel
belang bij de bescherming van vluchtelingen en kinderen. Wel wordt in
gevolge het regeerakkoord een studie gedaan naar het
Vluchtelingenverdrag.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
De MRb heeft positief gereageerd op het voorstel om naar Italiaans
voorbeeld een geïsoleerd regime voor zware criminelen in de gevangenis
op te tuigen. Op welke termijn heeft de MRb dit voorstel uitgewerkt en
wanneer kan dit regime ingevoerd worden?
Antwoord:
Kern van een dergelijk regime is dat zware criminelen in de gevangenis
uit elkaar worden gehouden zodat er geen onderling contact mogelijk is.
En dat er verscherpt toezicht wordt gehouden op de contacten met de
buitenwereld en de contacten die binnen detentie plaatsvinden.
DJI treft voorbereidingen om binnen de huidige kaders in het eerste
kwartaal van 2020 een eerste aparte kleinschalige afdeling operationeel
te maken. DJI zal tevens de mogelijkheden en randvoorwaarden in kaart
brengen om zo’n afdeling in meerdere PI’s te realiseren. Tevens beziet
de MRb of deze differentiatie volstaat of dat er behoefte is aan een
tweede faciliteit die gelijkenissen vertoont met de Extra Beveiligde
Inrichting (EBI). Uw Kamer wordt bij voorjaarsnota hierover nader
geïnformeerd in het kader van de bredere aanpak van ondermijnende
criminaliteit.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Op welke wijze gaat de MRb een gedegen analyse uitvoeren, gevolgd door
een stevige inzet op gezins- en wijkniveau, op het ronselen van jongeren
voor drugsklusjes?
Antwoord:
Het is belangrijk kwetsbare personen, met name jongeren in bepaalde
wijken, weerbaar te maken en te behoeden voor het criminele pad, zoals
het ronselen van jongeren voor drugsactiviteiten. In de brief van 28
juni jl van de MRb is de aanpak van jeugdcriminaliteit van de afgelopen
periode weergegeven, te weten een meer persoonsgerichte benadering met
gerichte screening en risicotaxatie en het inzetten van erkende
gedragsinterventies. In het kader van het brede offensief tegen
georganiseerde criminaliteit, waar preventie een belangrijk onderdeel
van is, gaan de MJenV en de Mrb hierop verder bouwen samen met de
collega’s van BZK, OCenW, SZW, VWS en lokale partijen. Het is nodig om
in de aanpak van ondermijning, kwetsbare personen, met name jongeren in
bepaalde wijken, weerbaar te maken en te behoeden voor het criminele
pad, zoals het ronselen van jongeren voor drugsactiviteiten. Een gedegen
analyse naar de problematiek achter ‘drugsrunners’ en verharding en
betrokkenheid van minderjarigen in drugshandel is onderdeel van deze
aanpak. Hoe die analyse wordt uitgevoerd zal de MRb de komende tijd met
betrokken partners verder uitwerken. Onderdeel van de analyse is binnen
domein van onderwijs, werken, wonen en veiligheid bezien wat er in
aanvulling hierop nodig is. De minister van JenV informeert uw
Kamer hierover in het voorjaar van 2020 in de brief die hij uw
Kamer heeft toegezegd voor de verdere uitwerking van het brede offensief
tegen ondermijnende criminaliteit.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Kunnen inbeslaggenomen artikelen van criminelen teruggegeven worden aan
de samenleving, in het bijzonder aan de slachtoffers? En kunnen
afgepakte middelen ingezet worden om nog meer criminelen te
pakken?
Antwoord:
De gedachte om bij criminelen in beslag genomen goederen ten goede te
laten komen aan die delen van de samenleving die ook slachtoffer zijn
geworden van diezelfde criminelen, is een interessante (men denke aan de
situatie waarbij een door ondermijning getroffen woonwijk de opbrengsten
geniet van de veiling of verkoop van door misdadigers voor criminele
doeleinden gebruikte panden in diezelfde woonwijk). Hiervoor zal wel een
wettelijke regeling vereist zijn. MJenV is bereid om samen met collega’s
van BZK en Financiën te onderzoeken of zo’n regeling haalbaar is.
Afgezien daarvan is een teruggave aan slachtoffers van aan hen
toebehorende, bij criminelen in beslaggenomen goederen reeds mogelijk
volgens bepaalde procedures. Afgepakte middelen vallen voor het overige
in de generieke middelen conform het regeerakkoord. Dit ter voorkoming
van perverse prikkels en/of riskante fluctuaties in het budget van
JenV.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Kunt u toezeggen met regionale burgemeesters en de nationale politie het
gesprek aan te gaan om de Rotterdamse 'Patseraanpak' en effectieve
preventieprogramma's als instrument over het hele land uit te rollen?
Kunt u een terugkoppeling geven van het gevoerde gesprek?
Antwoord:
De MJenV is met burgemeesters, Openbaar Ministerie en de Korpschef
Politie in overleg om de aanpak van onverklaard vermogen bij jongeren
stevig vorm te geven. Daarbij zijn ook bestaande –repressieve en
preventieve - instrumenten als preventief fouilleren aan de orde.
en worden ook best practices gedeeld. De politie deelt de goede
voorbeelden van deze aanpak intern, zodat die kunnen worden benut bij
nieuwe initiatieven om onverklaarbaar verkregen vermogen aan te pakken.
De minister van JenV wil in gesprekken met een aantal gemeenten ook
nagaan hoe een dergelijke aanpak eruit zou kunnen zien, alsmede in
hoeverre deze breed zou kunnen worden ingezet.
De minister van JenV informeert uw Kamer hierover in het voorjaar 2020,
bij toezending van het uitgewerkte plan over de aanpak van ondermijnende
georganiseerde criminaliteit.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Is de minister van Justitie en Veiligheid bereid te onderzoeken hoe we
sneller en beter geld kunnen afpakken van criminelen, inclusief van
familieleden?
Antwoord:
Het verbeteren van de processen om sneller en beter geld te kunnen
afpakken heeft de continue aandacht van MJenV en dat van de betrokken
organisaties.
Volgend jaar wordt gestart met een WODC-onderzoek waarin gekeken wordt
naar mogelijkheden voor versnelling van de ontnemingsprocedure.
In de voortgangsbrief inzake de aanpak van ondermijning die uw Kamer
vorige week ontving is uiteengezet welke stappen ter verbetering worden
ondernomen.
Door de organisaties wordt uitvoering gegeven aan de strategie afpakken.
Daarvoor worden vier actielijnen uitgevoerd 1) het financieel-economisch
perspectief aan de voorkant van het opsporingsonderzoek toepassen; 2)
verder leren, ontwikkelen en integraal verbinden voor doeltreffende
interventies; 3) versterkte internationale samenwerking en 4) continu
monitoren van resultaten en (bij)sturen.
Daartoe is geïnvesteerd in de FIOD, politie en het OM. En door te
investeren in de opbouw van de financiële recherche bij de politie en
uitbreiding van de FIU.
Daarnaast wordt samen met de politie, de Fiscale Inlichtingen- en
Opsporingsdienst (FIOD) en OM onderzocht of, en zo ja welke aanvullende
wetgeving nodig is om het afpakken van crimineel vermogen te realiseren.
Daarover bent u in bovengenoemde brief over de voortgang van de aanpak
van ondermijning geïnformeerd, zoals het breder toepassen van
strafrechtelijk executieonderzoek, strafrechtelijke curatele en
langdurig vermogenstoezicht.
Ook met de eenmalige investering van 30 miljoen euro in 2018 in het
afpakken van crimineel vermogen zijn regionaal en landelijk nieuwe
projecten gestart om deze aanpak vanuit een financiële invalshoek verder
te versterken.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Kamerlid Van der Linde is gekomen met 10 punten om witwassen tegen te
gaan. Hoe staat het met de punten in dit plan?
Antwoord:
Op 10 oktober jl. hebben de minister van Financiën en de minister
Justitie enVeiligheid in een brief aan uw Kamer desgevraagd een
uitgebreide reactie gegeven op alle genoemde punten van het lid Van der
Linde (VVD).
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Wat is de reactie van de minister op de vraag hoe betrokkenen bij
witwassen sneller kunnen worden vervolgd?
Antwoord:
In de brief van de minister van Financiën en de minister van JenV van 10
oktober, waarin wordt gereageerd op de 10 punten van het Lid van der
Linde om witwassen tegen te gaan, is hierop uitgebreid ingegaan.
Samenvattend beschikken toezichthouders, opsporingsdiensten en het OM
over verschillende bevoegdheden om snel over te gaan tot handhavend
optreden. Verder zijn in het plan van aanpak witwassen van de minister
van Financiën en de minister van JenV van 30 juni jl. diverse
maatregelen opgenomen ter versterking van de opsporing en vervolging van
witwassen, onder meer op het terrein van het verbeteren van de
informatiepositie. Daaronder vallen onder meer de ruimere mogelijkheden
voor Wwft-toezichthouders om toezichtinformatie te gaan delen met o.a.
de politie, FIOD en OM, de (door)ontwikkeling van het verwijzingsportaal
bankgegevens en de oprichting van UBO-registers. Tevens zijn bij
Voorjaarsnota 2019 extra middelen toegekend ter versterking van de
opsporing en vervolging van witwassen, fraudebestrijding en
ondermijning oplopend tot een structureel bedrag van € 29 miljoen vanaf
2021.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Hoe lang duurt het voordat alle agenten die weggetrokken waren voor het
stelsel bewaken en beveiligen weer op straat kunnen zijn?
Antwoord:
Naar aanleiding van de moord op advocaat Derk Wiersum zijn er meer
personen die beveiligd moeten worden. De hiervoor benodigde inzet kan
toe- en afnemen. Dit wordt bezien in het licht van de individuele zaken.
Mede met de 110 miljoen euro voor de bestrijding van de georganiseerde
ondermijnende criminaliteit wordt geïnvesteerd in de tijdige
inzetbaarheid van beveiligingsmaatregelen voor wie dat nodig is, en in
structurele aandacht voor kwetsbare beroepsgroepen waaronder rechters,
officieren van justitie en advocaten.
Zoals in de brief van 20 november j.l. gesteld zullen de extra middelen
voor het stelsel van het bewaken en beveiligen ter verlichting van de
druk op basispolitiezorg (10 miljoen) worden ingezet voor het versnellen
en uitbreiden van specialistische opleidingen voor nevenfuncties op het
gebied van de bewaken-en-beveiligingstaken. Zo komt er een bredere basis
in de politieorganisatie om deze taken te kunnen vervullen.
Daarnaast kunnen de middelen worden aangewend voor het vergroten van de
inzetbaarheid van executieve medewerkers en voor nieuwe technologie en
materieel als onderdeel van de alternatieve bewaken-, beveiligen- en
getuigenbeschermingsconcepten.
Dit extra geld, dat via een bijzondere bijdrage wordt verstrekt, helpt
om de druk op de organisatie te verlichten. Maar dan nog zullen in de
eerstvolgende jaren vaak ongemakkelijke keuzes in zowel de veiligheids-
als verbeterambities binnen de eenheden nodig zijn.
Met de korpschef en de gezagen zal ik de situatie nauwgezet monitoren.
De korpschef en ik zijn met de politievakbonden in gesprek over
maatregelen die de instroom van nieuwe politiemensen in de eenheden
moeten versnellen en de inzetbaarheid moeten vergroten.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
We kunnen niet voorbij gaan aan de moord op de broer van een
kroongetuige en zeer recent een aanslag op een advocaat en tientallen
mensen die onze rechtsstaat dienen en daarom beveiligd moeten worden.
Als we extra geld investeren in de aanpak wil ik ook weten met welk
verhaal. Waar ging het mis, waar kan het beter? Heeft het OM ook steken
laten vallen? Ik neem geen genoegen met het antwoord dat de minister
hierover geen uitspraken kan doen, kom met een analyse over deze
casussen. Hoe kunnen we scherper krijgen dat wat volgens de letter van
de wet kan ook in de praktijk gebeurd?
Antwoord:
Over de concrete beveiligingsmaatregelen in de individuele cases kunnen
geen uitspraken worden gedaan. Beveiligingsmaatregelen worden genomen op
basis van dreiging en risico. Vanzelfsprekend heeft dit de hoogste
aandacht; beveiligingsprofessionals maken continu nieuwe analyses
gemaakt van de dreiging.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Waarom kunnen de tasers voor politie niet sneller worden
ingevoerd?
Antwoord:
De korpschef zal onmiddellijk starten met de invoering van het
stroomstootwapen. De eerst stap betreft de aanbestedingsprocedure en het
ontwikkelen van de opleidingen. Dat duurt ongeveer anderhalf
jaar. Daarna wordt het stroomstootwapen gefaseerd uitgerold. Hierbij is
van belang de 17.000 politiemedewerkers die het nieuwe wapen gaan
gebruiken goed te trainen. Ter illustratie: de opleiding duurt drie
dagen, voor 17.000 agenten betekent dit ruim 50.000 opleidingsdagen. Na
vijf jaar is de implementatie volledig afgerond.
Wat betreft het convenant over het gebruik van het stroomstootwapen in
de GGZ: de verwachting is dat dit convenant in december van dit jaar
wordt afgerond. MJenV heeft uw Kamer hierover geïnformeerd op 15
november jl.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Als je georganiseerde misdaad wilt aanpakken, moet je geld kunnen volgen
tot je aan de top komt. Dat kan alleen als we op een effectieve manier
informatie kunnen delen. Dat kan op EU niveau, maar ook als we de
politie en burgemeester in staat stellen om informatie te delen. Dat kan
nu niet. Ik hoor debat na debat van de MRb dat informatie delen wel kan.
Wat klopt er dan niet over de klachten die we hierover krijgen? Ik wil
de minister vragen of we dat op papier kunnen zetten. Hoe kan dat
dan?
Antwoord:
Nut en noodzaak van informatie-uitwisseling, zowel publiek-publiek als
publiek-privaat, ten behoeve van het tegengaan van ondermijning is
evident. Het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden
biedt een betere grondslag voor domeinoverstijgende, gezamenlijke
gegevensverwerking ten behoeve van de bestrijding van ondermijnende
criminaliteit. Daarbij is het bij uitstek noodzakelijk dat meerdere
partijen samenwerken en met het oog daarop gegevens kunnen
uitwisselen.
Het advies van de Raad van State wordt deze week verwacht en het streven
is het wetsvoorstel begin volgend jaar bij uw Kamer in te kunnen dienen.
Indien uw Kamer dit wetsvoorstel met spoed wil behandelen, wordt daar
uiteraard alle medewerking aan verleend.
De bestaande wetgeving biedt ook nu al volop mogelijkheden voor het
delen van informatie. Omdat gemeenten aangeven dat zij worden beperkt in
de mogelijkheden om informatie te delen heeft mijn ministerie aan de
hand van door diezelfde gemeenten aangedragen casussen in kaart gebracht
welke mogelijkheden er wettelijk zijn. Zo is in het kader van de
opsporing van strafbare feiten al veel mogelijk op het gebied van
informatie-uitwisseling.
In de brief d.d. 11 november jl. (Kamerstuk 2019D45276) is de
MJenV ingegaan op de mogelijkheden van informatie-uitwisseling. Als
bijlage bij deze brief is een selectie van mogelijkheden gegeven. Ook
informatiedelen tussen burgemeesters is mogelijk. Dit gebeurt via de
politie. Een burgemeester kan in de driehoek vragen of de politie een
collega burgemeester informeert.
Waar overheidspartijen samenwerken bij de aanpak van georganiseerde
criminaliteit kan onder meer door middel van convenanten informatie
worden gedeeld. Een voorbeeld betreft de Regionale Inlichtingen en
Expertise Centra (de RIEC’s). Een ander voorbeeld is de BIJ-regeling
(Bestuurlijke Informatie Justitiabelen), die regelt dat een burgemeester
kan worden geïnformeerd over de vestiging van ex-gedetineerden in zijn
of haar gemeente.
De Wet Bibob biedt bestuursorganen de mogelijkheid om bij het nemen van
bepaalde besluiten de aanvrager en zijn zakelijke omgeving te screenen
door zijn antecedenten op te vragen. Deze mogelijkheden worden momenteel
uitgebreid met een wijziging van het Besluit justitiële en
strafvorderlijke gegevens, de consultatiereacties worden nu
verwerkt.
Daarnaast is op dit moment een 2e tranche wijziging wet Bibob in
voorbereiding waarin bestuursorganen nog meer mogelijkheden krijgen
informatie uit te wisselen. Op dit moment kan de officier van Justitie
overigens al een “tip” uitbrengen aan een burgemeester – namelijk dat er
aanleiding is om het Landelijk Bureau Bibob om advies te vragen. De
officier van Justitie levert dan de info die hij heeft.
Er wordt gevraagd om een noodwet voor informatie-uitwisseling. Zoals
geschetst lopen er nu meerdere initiatieven om het delen van informatie
met het oog op het tegengaan van ondermijning eenvoudiger te maken en
daar wordt hoge prioriteit aan gegeven. Een noodwet is een wet die zo
snel mogelijk tot stand wordt gebracht. Ook een noodwet moet de eisen
uit de AVG en de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging
respecteren. Ik begrijp de vraag dus zo dat het gaat om een wet die snel
in werking kan treden en de mogelijkheden voor het uitwisselen van
informatie verbetert en vereenvoudigt.
Van belang in dit verband is om te melden dat op dit moment onder regie
van het Aanjaagteam Ondermijning een model-protocol wordt opgesteld, dat
inzichtelijk maakt welke informatie binnen een gemeente wél kan worden
gedeeld. Bij het opstellen van dit protocol zal ook duidelijk worden
waar knelpunten zitten in de informatiedeling. Hiervoor wordt dan
gekeken of oplossingen mogelijk zijn, waarbij ook wetgeving tot de
mogelijkheden behoort.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Wanneer gaat de minister van Justitie en Veiligheid de aangenomen motie
uitvoeren om te komen tot een wetsvoorstel om "homogenezing" te
bestraffen?
Antwoord:
Op 15 november jl. is een brief (kenmerk 1577736-194919-J) naar Uw Kamer
gestuurd, waarin wordt ingegaan op de stand van zaken van de uitvoering
van de motie-Yesilgöz-Zegerius (Kamerstuk 30 420, nr. 318). Deze motie
is ingediend bij het debat over de Lhbti-monitor en de
Nashvilleverklaring op 16 mei 2019. In deze motie wordt de regering
verzocht ‘met een wetsvoorstel te komen met als doel een ieder die de
seksuele oriëntatie of genderidentiteit van een ander probeert te
veranderen, te onderdrukken of uit te wissen, te bestraffen, met
specifiek aandacht voor jongeren en kwetsbare personen’. De dag ervoor
was in het debat over Huiselijk geweld/Kindermishandeling een motie
ingediend door het lid-Bergkamp c.s. (Kamerstuk 28 345, nr. 219) waarin
de regering wordt verzocht om ‘diepgaand en onafhankelijk te laten
onderzoeken in welke mate jongeren en kwetsbare personen in Nederland
worden blootgesteld aan «homogenezingsbehandelingen»
of «conversietherapieën». Beide moties zijn de week daarna door de
Tweede Kamer aangenomen. Voor een zorgvuldig traject om te komen tot
effectieve maatregelen, is het van belang om eerst meer inzicht te
verkrijgen in de aard en omvang van de problematiek en de mate waarin
aanvullende (strafrechtelijke) regelgeving of maatregelen een zinvolle
bijdrage kunnen leveren. Om die reden zal, zoals ook in voornoemde brief
aangegeven, eerst conform de motie-Bergkamp c.s. een onderzoek worden
uitgevoerd. Wanneer het onderzoek volledig is afgerond, zal in de
beleidsreactie naar aanleiding van het onderzoek worden aangegeven of
aanvullende regelgeving aangewezen is, zoals de motie -Yesilgöz-Zegerius
vraagt.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Er is extra aandacht nodig voor de veiligheid van de LHBT-gemeenschap.
De minister beloofde maanden geleden hier al acties voor en zou hier op
terugkomen. Waar blijven deze acties?
Antwoord:
Het Actieplan Veiligheid LHBTI 2019–2022 is op 2 april 2019 (Kamerstuk
30 420, nr. 303) aan uw Kamer toegestuurd. Dit actieplan bevatte een
groot aantal concrete maatregelen om de veiligheid van LHBTI’s te
verbeteren. Zo werkt het Transgendernetwerk Nederland (TNN) samen met de
politie aan een voorlichtingsfilm over een professionele bejegening van
transgender personen bij het opnemen van aangiften en bij fouilleren. De
politieacademie zal deze voorlichtingsfilm gaan gebruiken bij de
opleiding van politiemedewerkers. En het LECD is inmiddels uitgebreid
van 5 naar 7 FTE:
Met het oog op de toenemende behoefte aan specialisatie en expertise
inzake discriminatie-incidenten en om een discriminatie-aspect te
identificeren en te betrekken in de strafeis beziet het OM hoe het
invulling kan geven aan structurele uitbreiding van het Landelijk
Expertise Centrum Discriminatie.
Op dit moment zijn alle betrokken partijen druk bezig deze actiepunten
uit te voeren. Zoals afgesproken zal de MJenV uw Kamer over de
uitvoering van deze punten in het voorjaar van 2020 nader informeren in
de komende voortgangsbrief over het Nationaal Actieprogramma
Discriminatie.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Kan de nationaliteit van de Nederlandse terugkeerde vrouw uit Istanbul
zo snel mogelijk worden ingetrokken?
Antwoord:
Over individuele zaken worden geen uitspraken gedaan. In het algemeen
kan gesteld worden dat het Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid
2 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) kan worden ingetrokken na een
onherroepelijke veroordeling voor een terroristisch misdrijf en alleen
bij Nederlanders die tevens een tweede nationaliteit hebben. Daarnaast
kan op basis van artikel 14 lid 4 RWN het Nederlanderschap worden
ingetrokken in het belang van de nationale veiligheid. Dit kan slechts
als de persoon zich buiten Nederland bevindt. Ook hier geldt overigens
dat de betrokkene moet beschikken over een tweede nationaliteit. Waar
mogelijk wordt ingezet op intrekking van het Nederlanderschap.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Informatie-uitwisseling en het kunnen volgen van criminele geldstromen
zijn van belang voor de bestrijding van georganiseerde misdaad. Wat is
de reactie van de MRb op het aanbod van het notariaat om notarissen
beter te betrekken bij de aanpak van fraude, witwassen en
ondermijning?
Antwoord:
Het aanbod van het notariaat stellen wij zeer op prijs. De MRb heeft
u in de voortgangsbrief over de aanpak van de georganiseerde
criminaliteit (Kamerstukken II, 2018/19, 29279 nr. 529) onlangs
geïnformeerd over het belang van de notaris als poortwachter. Het
minsterie van JenV is met de KNB in goed overleg over de rol en de
effectiviteit van de notaris in die rol. Hierbij wordt onderzocht welke
verbeteringen mogelijk zijn.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Wat is uw reactie op het standpunt van de VVD dat de vrouw waarvan de
Nederlandse nationaliteit reeds is ingetrokken, zo snel mogelijk wordt
uitgezet?
Antwoord:
Betrokkene is bij aankomst door de KMar op Schiphol de toegang tot
Nederland geweigerd en vervolgens aangehouden ten behoeve van
strafrechtelijke vervolging. Aangezien betrokkene geen verblijfsrecht
heeft in Nederland, zal na vervolging, berechting en een eventuele
detentieperiode worden ingezet op vertrek naar het land van de andere
nationaliteit (Marokko).
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Kan de minister reageren op de brief van Aboutaleb over de bestrijding
van drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven?
Antwoord:
De minister van JenV vindt het positief dat de burgemeester van
Rotterdam pleit voor samenwerking met Colombia voor de aanpak van
georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder de drugscriminaliteit.
Hij heeft van zijn reis naar Columbia verslag uitgebracht aan de
minister van JenV.
Een belangrijk thema voor Rotterdam is uiteraard de rol en positie van
de Rotterdamse haven in relatie tot drugscriminaliteit. Burgemeester
Aboutaleb ziet daarbij een aantal te nemen stappen die de
MJenV onderstreept. Zo heeft de MJenV uw Kamer geïnformeerd over
zijn visie op Internationale Politiesamenwerking. Het aanpakken van de
drugcriminaliteit in de bron- en transitlanden is van belang.
Samenwerking met Zuid-Amerikaanse landen (zoals Colombia) is daarbij
cruciaal en dit gebeurt al. De politie heeft een politieliaison
geplaatst in Columbia op de ambassade in Bogota. Dit jaar zal de politie
een extra liaison officer plaatsen ten behoeve van de operationele
samenwerking met de Columbiaanse autoriteiten.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
Kan de minister met een spoedwetswijziging komen zodat niet gewacht
hoeft te worden om het Nederlanderschap in te trekken totdat betrokkene
is teruggekeerd naar ons land en strafrechtelijk is vervolgd en
veroordeeld?
Antwoord:
Deze vraag is begrijpelijk maar berust op een misverstand. Het is
namelijk zo dat op basis van artikel 14 lid 4 van de Rijkswet op het
Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap kan worden afgenomen van
iemand die zich op dat moment niet in Nederland bevindt, mits die
persoon zich heeft aangesloten bij een terroristische organisatie, een
gevaar vormt voor de nationale veiligheid en in bezit is van een dubbele
nationaliteit.
De komende maanden wordt een wetsevaluatie over de intrekking van het
Nederlanderschap in belang van de nationale veiligheid uitgevoerd via
het WODC. Na oplevering van de evaluatie bekijkt het kabinet of de wet
aanpassing behoeft.
Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)
Vraag:
De VVD wil al jaren, net als de meeste collega's hier dat de middelen
die afgepakt worden, weer ingezet kunnen worden om nog meer criminelen
aan te kunnen pakken. Wat is de reactie van de MJenV hierop?
Antwoord:
Het voorstel van de VVD leidt in mijn ogen tot fluctuaties in de
begroting en tot een perverse prikkel.
De gedachte om bij criminelen in beslag genomen goederen ten goede te
laten komen aan die delen van de samenleving die ook slachtoffer zijn
geworden van diezelfde criminelen, is een interessante (men denke aan de
situatie waarbij een door ondermijning getroffen woonwijk de opbrengsten
geniet van de veiling of verkoop van door misdadigers voor criminele
doeleinden gebruikte panden in diezelfde woonwijk). Hiervoor zal wel een
wettelijke regeling vereist zijn. MJenV is bereid om samen met collega’s
van BZK en Financiën te onderzoeken of zo’n regeling haalbaar is.
Afgezien daarvan is een teruggave aan slachtoffers van aan hen
toebehorende, bij criminelen in beslaggenomen goederen reeds mogelijk
volgens bepaalde procedures. Afgepakte middelen vallen voor het overige
in de generieke middelen conform het regeerakkoord. Dit ter voorkoming
van perverse prikkels en/of riskante fluctuaties in het budget van
JenV.
Het beleid is crimineel vermogen af te pakken. Het ten goede laten komen
van de afpakopbrengsten aan de gemeenschap is een sympathieke en
interessante gedachte.
Verder is in algemene zin de inzet van deze opbrengsten voor specifieke
projecten in de gemeenschap niet zomaar mogelijk. De geraamde
afpakopbrengsten kennen een generale behandeling en beleidsmatige
verlaging van de raming leidt tot een dekkingsprobleem binnen het
uitgavenkader.
Momenteel wordt een voorstel voor een pilot voorbereid om afgepakte
panden een bestemming te geven ten behoeve van de gemeenschap, waardoor
het ook voor de samenleving zichtbaar wordt dat misdaad niet loont. De
wens voor een bredere toepassing van dit zogenoemde maatschappelijk
herbestemmen wordt bij dat voorstel betrokken. Daarbij zal de MJenV met
de bewindspersonen van Financiën en Binnenlandse Zaken en met gemeenten
het gesprek voeren hoe een dergelijk initiatief doeltreffend voor de
gemeenschap wordt.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Kan de migratieketen genoeg justitiële informatie benutten om
overlastgevende asielzoekers aan te pakken?
Antwoord:
Ja, de SJenV heeft een landelijke ‘Top X aanpak’ ontwikkeld voor de
zwaarste groep overlastgevers. De SJenV heeft in nauwe samenwerking
tussen de migratieketen en de Politie een Top X lijst tot stand
gebracht, waarop de overlastgevers staan die als eerste aandacht moeten
krijgen van de ketenmarinier en kunnen rekenen op een individuele
aanpak door de betrokken partijen. Bij het opstelllen van deze lijst
heeft de SJenV gebruik gemaakt van de werkwijze van de 'Top-600 Aanpak'
van de gemeente Amsterdam, ook op het gebied van de
informatie-uitwisseling.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Wat kunnen we doen om de aanzuigende werking van Nederland op
asielzoekers tegen te gaan zolang er geen opvang in de regio voor
asielzoekers is?
Antwoord:
Dat Nederland vanwege het type samenleving en welvaart dat wij hier
hebben een aantrekkelijk land is en dus een aanzuigende werking
heeft, kunnen we niet wegnemen. Wat we wel kunnen doen is inzetten op
een stelsel dat leidt tot een billijke verdeling van de asiellasten
tussen de lidstaten. Onder meer is een verbetering nodig in het
Dublinsysteem, dat niet goed genoeg functioneert. Dit komt onder andere
doordat er geen sanctie op doorreizen staat. Bij de besprekingen over de
herziening van het Europese asielstelsel was en is een effectiever
functionerend Dublin-systeem voor Nederland een kernpunt.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Kan de staatssecretaris de mogelijke juridische belemmeringen –die
commissie De Leeuw ook noemt - in kaart brengen?
Antwoord:
Wanneer de IND op basis van de geldende regelgeving, inclusief de
jurisprudentie, tot het oordeel komt dat kán worden ingetrokken, dan
wordt ingetrokken. Wel is het zo dat bij openbare orde (of andere)
signalen, rechtsregels maken dat de IND niet altijd kan intrekken. De
SJenV zal u bij brief hierover nader informeren.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Om vertrek en terugkeer van asielzoekers te kunnen realiseren is het
nodig dat landen van herkomst meewerken. Welke plannen heeft het kabinet
om hier ontwikkelingshulp en visa bij te betrekken?
Antwoord:
Zoals gesteld in de integrale migratieagenda van dit kabinet, wordt
kabinetsbreed naar de bilaterale relatie met herkomstlanden gekeken om
opties te identificeren voor het realiseren van meer terugkeer. Vanuit
JenV wordt ingezet op bilaterale samenwerking of capaciteitsopbouw op
terreinen als rechtshulp en politie en grensbewaking. Ook het beter
benutten van bestaande legale migratiekanalen – zoals het aanbieden van
studiebeurzen – behoort tot de mogelijkheden. Het Ministerie van
Buitenlandse Zaken is primair verantwoordelijk voor de afgifte van visa
en het verstrekken van ontwikkelingssamenwerking. Ook deze instrumenten
kunnen worden benut, zoals afgesproken in het Regeerakkoord. De
invoering van de gewijzigde EU visumcode per 2 februari 2020 biedt
bovendien extra mogelijkheden. Welke aanpak werkt, blijft maatwerk.
Bovendien zijn, afhankelijk van het land, soms verschillende stappen
nodig over een langere periode om tot resultaat te komen. Het gaat
immers om het opbouwen van een duurzame relatie op
terugkeersamenwerking.
Veel van de betrokken landen geven er de voorkeur aan om met name
gedwongen terugkeer in stilte te laten plaatsvinden.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Is de planning voor de herbeoordeling van aanvragen Syrische
vluchtelingen nog steeds hetzelfde als eerder is toegezegd?
Antwoord:
Ja, tijdens de begrotingsbehandeling in 2017 heeft mijn voorganger uw
Kamer toegezegd de IND de opdracht te geven om, met het oog op het
signaleren van potentiele oorlogsmisdadigers, ingewilligde Syrische
asielzaken opnieuw te beoordelen. Het project is in het voorjaar 2018
van start gegaan en zal op korte termijn afgerond worden. Uw Kamer wordt
in het voorjaar van 2020 over de resultaten van de herbeoordeling
geïnformeerd.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Is de minister bereid meer inzicht te geven in de samenwerking tussen de
migratie- en justitieketens en hierbij aandacht te besteden aan de wijze
waarop we op basis van crimineel gedrag vergunningen weigeren of
toestaan, aangeven of de staatssecretaris de druk wil opvoeren om een
locatie te bieden voor sobere opvang, en inzicht te geven in het beter
benutten van de aanpak van ketenmariniers zodat sneller kan worden
vastgezet en uitgezet? Is de minister bereid maximaal in te zetten op de
samenwerking tussen de migratie- en justitieketen?
Antwoord:
De samenwerking tussen de migratie en strafrechtketen ten aanzien van
verdachte of veroordeelde vreemdelingen is onder meer geregeld via het
zogenoemde “VRIS-protocol” (Vreemdeling in de strafrechtketen).
Daarnaast krijgt de IND automatisch bericht als er ten aanzien van een
vreemdeling een strafrechtelijk vonnis is geregistreerd. De IND
beoordeelt vervolgens of de gepleegde feiten in combinatie met alle
overige relevante factoren aanleiding geven tot intrekking van de
verblijfsvergunning.
Voor wat betreft de vraag naar sobere opvang: Hiervoor loopt een
verkenning naar een separate en sobere opvang voor specifieke
doelgroepen veilige landers. Bij het vinden van een geschikte locatie
heeft het COA het voortouw en werkt samen met gemeenten en andere
betrokken partijen.
De ketenmariniers zijn werkzaam in Noord-Nederland, met een focus op Ter
Apel. Ervaringen in hun aanpak in Noord-Nederland zullen worden vertaald
in een aanpak die ook in andere delen van het land op lokaal en
regionaal niveau kan worden toegepast, om de migratie- en
strafrechtketen zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Daarop
wordt maximaal ingezet.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
We moeten er zeker van kunnen zijn dat vergunningsaanvragen voor
onbepaalde tijd scherp worden beoordeeld, ondanks werkdruk en ondanks
tijdsdruk. Mocht Syrië in 2020 nog niet veilig genoeg zijn volgens het
nieuwe ambtsbericht, dan wil de VVD de garantie dat er dan zeer
zorgvuldig naar de dossiers wordt gekeken van Syriërs die een permanente
verblijfsvergunning vragen: gelden de vergunningsvoorwaarden dan nog,
wordt voldaan aan de inburgeringseisen? Kan de staatssecretaris die
zorgvuldigheid van de IND toezeggen en ook meenemen in haar
onderzoek?
Antwoord:
Wanneer een vreemdeling een aanvraag indient om een verblijfsvergunning
asiel voor onbepaalde tijd zal deze aanvraag worden getoetst aan de
wettelijke voorwaarden, waaronder het inburgeringsvereiste en openbare
orde. De IND toetst ook deze aanvragen individueel en zorgvuldig.
Daarnaast heeft mijn voorganger uw Kamer tijdens de
begrotingsbehandeling in 2017 toegezegd de IND de opdracht te geven om
ingewilligde Syrische asielzaken opnieuw te screenen, met het oog op het
signaleren van potentiele oorlogsmisdadigers. Het project is in het
voorjaar 2018 van start gegaan en het project zal spoedig afgerond
worden. Om de onderzoeksmethode van deze herbeoordelingen niet prijs te
geven, kan er in dit stadium geen verdere informatie gedeeld worden. Uw
Kamer wordt in het voorjaar van 2020 van de resultaten van het project
op de hoogte gesteld.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Kan de Kamer tussentijdse rapportages ontvangen over de pilot landelijke
vreemdelingenvoorziening?
Antwoord:
Uiteraard is de SJenV bereid om uw Kamer tussentijds op de hoogte te
houden. Hiertoe organiseert de SJenV in het voorjaar van 2020 een
technische briefing, zoals reeds toegezegd aan uw Kamer. Tijdens deze
briefing wordt inzage gegeven in de voortgang van de pilot-LVV´s en het
programma.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Wat is de reactie van de SJenV op het VVD-plan om gemeenten te korten
als ze niet meewerken aan het vertrek van asielzoekers die onder de
landelijke vreemdelingenvoorziening vallen maar voor hen werken aan
perspectief in Nederland?
Antwoord:
Het past niet bij de aard van de samenwerking om te dreigen met
financiële maatregelen. Alle betrokken partijen zijn zeer frequent met
elkaar in gesprek over de vraag hoe de inspanningen in de pilot-LVV’s
zich verhouden tot de afspraken in het convenant. Indien er signalen
zijn dat de afspraken uit het convenant niet worden nageleefd, wordt dit
uiteraard besproken en ingezet op verbetering.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Kan in samenwerking met andere ministeries een 'smart' overzicht worden
opgesteld met een analyse van de stand van zaken van
migratieovereenkomsten met andere landen?
Antwoord:
Het kabinet zet zich, met een kabinetsbrede aanpak (waaronder de
ministeries van Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken en Sociale
Zaken en Werkgelegenheid) in om de migratiestroom te beheersen en
terugkeersamenwerking met landen van herkomst te bevorderen. Het kabinet
is overtuigd van het grote belang en de urgentie daarvan. Dat vraagt om
maatwerk per land met bilaterale en/of multilaterale acties via de
Europese Unie of de VN. Hiertoe zet het kabinet in op diplomatie en
actie met heldere boodschappen en waar mogelijk instrumenten om deze
migratiesamenwerking te bevorderen. Vertrouwelijke gesprekken of acties
kunnen niet worden gedeeld. Dat zou het proces om de
migratiesamenwerking met landen te verbeteren, kunnen verstoren.
Daarnaast zijn, afhankelijk van het land, soms verschillende stappen
nodig over een langere periode om tot resultaat te komen. Met deze
kanttekeningen, is het kabinet vanzelfsprekend bereid om zijn inzet
met uw Kamer te delen.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Klopt het dat er een aanhangsel bij de OM-aanwijzing huiselijk geweld,
specifiek over eergerelateerd geweld, zou komen en dat deze er nog
steeds niet is? Kan de MRb toezeggen dat deze er alsnog snel komt?
Antwoord:
Het Openbaar Ministerie heeft per 1 mei 2016 een nieuwe aanwijzing
huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze aanwijzing wordt
specifiek aandacht besteed aan eergerelateerd geweld. Er is daarom geen
noodzaak om een apart aanhangsel over eergerelateerd te maken. Overigens
werd ook in de vorige aanwijzing van het OM, die van kracht was vanaf 1
juni 2010, aandacht besteed aan eergerelateerd geweld.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Klopt het dat de politie een team samenstelt voor de aanpak van
eergerelateerd geweld en klopt het dat dit team er structureel zou
moeten zijn?
Antwoord:
De politie heeft het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld
ingesteld dat in de korpsstaf is geplaatst. Dit centrum is operationeel
(11 fte). Daarnaast beschikt iedere regionale eenheid over een
contact-functionaris (10 fte). Het Landelijk Expertise Centrum
onderzoekt en analyseert gevallen van eergerelateerd geweld. Hierover
adviseert het de eenheden. De feitelijke aanpak van eergerelateerd
geweld geschiedt binnen de reguliere politieonderdelen. Daarvoor kent
elke eenheid taakaccenthouders eergerelateerd geweld. Daarmee is de
aanpak van eergerelateerd geweld binnen de politie goed geborgd.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Kunt u een reactie geven op de initiatiefnota 'In NL beslis je over je
eigen leven' en ingaan op de "forced marriage act"?
Antwoord:
De MRb waardeert de initiatiefnota van mevrouw Becker en haar inzet voor
kwetsbare vrouwen.
Het is schrijnend dat huwelijksdwang, verborgen vrouwen en vrouwelijke
genitale verminking nog steeds voorkomen in Nederland. Deze fenomenen
moeten ook hard aangepakt worden. Dit vraagt dat iedereen zich inzet
voor de aanpak hiervan.
De minister van VWS coördineert deze aanpak. Momenteel wordt samen met
de MRb aan een actieagenda schadelijke traditionele praktijken gewerkt.
Voor het einde van dit jaar is deze gereed. Hierin zitten zowel acties
op het gebied van preventie, bescherming, goede voorlichting van
slachtoffers, aanpak van de daders en training van professionals.
Specifiek wordt onderzocht of het wettelijk instrumentarium op dit
moment voldoende is voor een goede aanpak van dit soort praktijken.
Daarbij wordt ook gekeken naar goede buitenlandse voorbeelden, zoals de
door mevrouw Becker genoemde Forced Marriage Protection Acts
uit het Verenigd Koninkrijk. Hierover wordt uw Kamer in het tweede
kwartaal van 2020 nader geïnformeerd.
Zoals de minister van SZW bij de indiening van deze initiatiefnota
maandag heeft aangegeven, raken de voorstellen in de initiatiefnota van
mevrouw Becker het terrein van veel departementen en komen deze
gezamenlijk nog met een reactie.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Gister kwam in Ter Apel een touringbus met Moldaviërs aan. Wordt hier
actief op gerechercheerd en zou het niet standaard beleid moeten zijn om
alle voertuigen te controleren op afkomst?
Antwoord:
In het kader van het vreemdelingentoezicht en Mobiel Toezicht Veiligheid
worden door de Nationale Politie en de KMar controles uitgevoerd om bij
asielzoekerscentra en landsgrenzen mensensmokkel tegen te gaan. Dit
gebeurt ook rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel en de
Nederlands-Duitse grens. Bij deze controles zijn zij alert op mogelijke
signalen van mensensmokkel en kijken zij ook naar verdachte voertuigen
die in de buurt van AZC’s rondrijden. Als uit informatie of controle
blijkt dat er mogelijk sprake is van mensensmokkel, kan door de politie
of de Kmar nader onderzoek worden uitgevoerd. In de afgelopen periode
hebben verschillende aanhoudingen op verdenking van mensensmokkel
plaatsgevonden. Overigens is ook aandacht voor signalen van
mensensmokkel binnen het identificatie- en registratieproces van
asielzoekers, zoals nader toegelicht in de beantwoording op
schriftelijke vraag 268.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
De SJenV schrijft dat er patronen zijn dat vluchtelingen met onbekende
bestemming uit het zicht van Nederland verdwijnen. Vastzetten betekent
dat Nederland het beste zicht blijft houden op uitgeprocedeerde
asielzoekers. Kan er een analyse komen over of uitgeprocedeerde
asielzoekers met deze patronen vastgezet kunnen worden?
Antwoord:
Het is juist dat er een soms patronen te zien zijn in de wijze waarop,
of meer nog het moment waarop, migranten met onbekende bestemming
vertrekken. Zo vertrekken regelmatig asielzoekers die op grond van de
Dublinverordening zijn afgewezen kort voor het moment van de overdracht
aan de andere lidstaat. Het kabinet meent dat de mogelijkheden om
vreemdelingenbewaring toe te passen te zeer worden beperkt door Europese
regelgeving, waaronder de Dublinverordening. De inzet van Nederland in
de EU is dan ook gericht op verruiming van de mogelijkheden voor
vreemdelingenbewaring.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Wat kan de SJenV doen bij bijvoorbeeld jonge Chinezen die via een andere
naam asiel aan te kunnen vragen? Hoe kan worden voorkomen dat deze
mensen opnieuw via een andere naam, dus via identiteitsfraude, het
Nederlandschap krijgen? Zij komen nu weer bij gemeenten en willen dan
een nieuwe naam doorgeven om zo ook in aanmerking te kunnen komen voor
bijvoorbeeld gezinshereniging. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat
dit soort identiteitsfraude niet verjaart, zodat er altijd
strafrechtelijke vervolging kan plaatsvinden? Kan zij in ieder geval
voorkomen dat deze mensen ooit het Nederlanderschap krijgen? Kan zij
daarvoor ook contact hebben met de gemeenten waar deze mensen op dit
moment aan de balie verschijnen?
Antwoord:
Vraag 1: wat kunt u doen tegen identiteitsfraude?
Er zijn verschillende maatregelen genomen om bij asielaanvragen vroeg in
de procedure de juiste identiteitsgegevens te kunnen vaststellen. Het
instellen van de BRP-straten voor asielaanvragen helpt:
identiteitsgegevens die worden verkregen bij een asielaanvraag worden
gedeeld met gemeenteambtenaren zodat dezelfde gegevens beschikbaar zijn
bij de inschrijving in de BRP. Ook zijn er zijn regionale ‘Werkgroepen
Tegengaan Identiteitsfraude’ (WTI) ingesteld met daarin gemeenten, IND,
politie en het OM. De NVVB heeft een stappenplan opgesteld hoe om te
gaan met verzoeken tot identiteitswijziging in de BRP voor
gemeenteambtenaren. Bij wezenlijke wijzigingen dient de gemeente altijd
contact op te nemen met de IND.
Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren en efficiënter maken van het
identificatie- en registratieproces (I&R-proces) van asielzoekers,
als belangrijk onderdeel van het Programma Flexibilisering Asielketen.
Dit nieuwe I&R-proces is meer gericht op het vroegtijdig
veiligstellen van informatie die zowel waardevol is voor het
toelatingsproces als voor het realiseren van terugkeer. Dit nieuwe
proces is de afgelopen maanden met succes op kleine schaal getest. In
het najaar van 2019 zijn de tests naar meerdere locaties
uitgebreid.
Vraag 2: Hoe kan worden voorkomen dat deze mensen opnieuw via een
andere naam, dus via identiteitsfraude, het Nederlanderschap
krijgen?
De houder van een reguliere verblijfsvergunning is op grond van artikel
7 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) als hoofdregel verplicht
om bij het indienen van een naturalisatieverzoek zijn identiteit en
nationaliteit aan te tonen, als dit (nog) niet is gebeurd bij zijn
inschrijving in de BRP of op een later moment. Dit moet hij doen met een
gelegaliseerde of van een apostillestempel voorziene geboorteakte
alsmede met een geldig buitenlands paspoort. Van deze hoofdregel wordt
alleen afgeweken als sprake is van bewijsnood dan wel als het in het
individuele geval onevenredig zou zijn om vast te houden aan de
hoofdregel. De SJenV heeft uw Kamer hier eerder in meer detail per brief
over geïnformeerd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 19 637, nr.
1873).
Vraag 3: Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat dit soort
identiteitsfraude niet verjaart? Kan zij ook contact hebben met de
gemeenten waar deze mensen op dit moment aan de balie
verschijnen?
De verjaringstermijn voor identiteitsfraude is op dit moment twaalf
jaar. De verjaring is geregeld in artikel 70 Sr. De duur van de
verjaringstermijn is op grond van die bepaling afhankelijk van de
maximale gevangenisstraf die is gesteld op het strafbare feit. In 2013
zijn de verjaringstermijnen aangepast (Wet van 15 november 2012, Stb.
572). Daarbij is vastgehouden aan voornoemde systematiek.
Identiteitsfraude is strafbaar gesteld in de artikelen 231-231b Sr. Nu
op deze feiten een maximale gevangenisstraf van vijf of zes jaar is
gesteld, geldt een verjaringstermijn van twaalf jaar. Er is dus sprake
van een behoorlijke verjaringstermijn, die voldoende ruimte geeft om een
vervolging in te kunnen stellen. Om die reden is er geen aanleiding deze
termijn aan te passen.
Overigens zal ik bij de Regionale Werkgroepen Tegengaan
Identiteitsfraude waarin gemeenten, IND, politie en OM vertegenwoordigd
zijn, aandacht blijven vragen voor de ernst van deze vorm van
fraude.
Vragen van het lid Becker, B. (VVD)
Vraag:
Hoe zit het met de detentie in gesloten gezinslocaties van gezinnen met
kinderen waarbij er zicht is op terugkeer? Zorgt de tijdsdruk van
maximaal twee weken daar nu niet voor gemiste kansen om gezinnen
daadwerkelijk terug te kunnen laten keren? Kan de SJenV hier een analyse
over naar de Kamer sturen?
Antwoord:
Het is juist dat in het beleid is vastgelegd dat bewaring van gezinnen
met kinderen slechts mogelijk is als er zicht is op uitzetting binnen
twee weken. Dit is in overleg met uw Kamer gebeurd, die verzocht
terughoudend om te gaan met bewaring van gezinnen. Het is juist dat
gedwongen terugkeer gediend kan zijn met verlenging van die
termijn.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Wanneer kunnen de extra rechercheurs aan start? Wanneer zijn ze
opgeleid? Hoe wordt de extra capaciteit geoperationaliseerd? Wanneer is
er een cruciale ondergrens bereikt qua bezetting van de politie? Waar
zijn volgens de MJenV de tekorten het grootst?
Antwoord:
Op 12 november jl. heeft MJenV uw Kamer bericht over de uitwerking van
de motie-Klaver en het bestedingsplan voor de extra capaciteit van de
teams Zeden van de politie. De versterking geeft een impuls aan de
kwaliteit en capaciteit van de behandeling van zedenzaken, waarmee de
aanpak van seksuele misdrijven wordt versterkt.
De korpschef werkt aan een voorstel hoe de toekomstige capaciteit het
meest effectief over de eenheden kan worden verdeeld. De middelen uit de
motie kennen een gefaseerde opbouw, van 5 miljoen in 2020 tot 15 miljoen
structureel vanaf 2023. In 2020 is geld beschikbaar gesteld voor ca. 20
fte, de jaren daarna worden de overige 90 fte ingevuld.
De politie zal hard aan de slag gaan om het bestedingsplan te
realiseren. In 2023 is het team volledig op sterkte.
Via de Nota van Wijziging zijn deze middelen toegevoegd aan artikel 31
van de JenV-begroting. Deze worden met een bijzondere bijdrage aan de
politie uitgekeerd. Er komt onder andere structureel extra capaciteit
voor de zedenpolitie (gefaseerde verhoging met ca. 90 zedenrechercheurs
(inclusief digitaal) en ca. 20 fte forensisch onderzoek).
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Hoe ziet de minister van Justitie en Veilgheid zijn rol bij het
opstellen van de opdracht voor een onderzoekscommissie over misstanden
bij de politie? Hoe gaat de minister zorgen dat het onderzoek
onafhankelijk is en dat alles op tafel komt?
Antwoord:
Voor ontoelaatbaar en grensoverschrijdend gedrag is geen plaats bij de
politie. Wanneer misstanden worden gemeld, dan moet daar serieus en
adequaat op gereageerd worden. De reactie van de korpschef om een
onafhankelijk onderzoek te starten naar signalen van misstanden bij de
Landelijke Eenheid sluit hier bij aan. Het opstellen van de
onderzoeksopdracht en het borgen van onafhankelijkheid van het onderzoek
is de verantwoordelijkheid van de korpsleiding, waarbij de
Ondernemingsraad van de Landelijke Eenheid nauw wordt betrokken.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Waarom heeft MJenV besloten om de prijsbijstelling –ondanks de tekorten-
niet uit te keren aan de politie?
Antwoord:
Het inhouden van de prijsbijstelling is een integrale afweging voor
JenV. Dit jaar is gekozen om voornamelijk de onvermijdelijke tekorten
die blijken uit het Prognose Model Justitiële Ketens te dekken door het
niet uitkeren van de prijsbijstelling 2019 tot en met 2024 aan de JenV
onderdelen. De politie vult dit in de door de hulpofficier van justitie
later in te voeren.
Per saldo krijgt de politie deze kabinetsperiode er geld bij. Zo
investeert dit kabinet onder meer € 291 miljoen voor nieuwe ambities ten
aanzien van politie .
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Wanneer is er voor het laatst onderzoek gedaan naar
medewerkersparticipatie bij de politie en hun rol binnen de
besluitvorming van de politie en bent u bereid om daar nieuw onderzoek
naar te doen?
Antwoord:
Er lopen diverse initiatieven om medewerkersparticipatie op alle niveaus
vorm te geven. Via de medewerkersmonitor wordt onderzocht wat er onder
politiemedewerkers leeft en hoe er over de cultuur wordt gedacht. De
medewerkersmonitor bevat ook vragen gericht op medewerkersparticipatie.
In de teams wordt hier vervolgens mee aan de slag gegaan.
In 2018 is de medewerkersmonitor uitgevoerd onder medewerkers in de
bedrijfsvoering, in de jaren daarvoor bij andere onderdelen van de
politie. Vanaf 2020 wordt de medewerkersmonitor elke drie jaar
decentraal herhaald en uitgevoerd.
Daarnaast worden medewerkers betrokken bij het opstellen van jaarplannen
van de teams en bij de totstandkoming van de roosters. Ook nemen
samenwerkingsverbanden van actieve, veelal jonge, medewerkers (zoals
Blue M) zelf initiatieven om de organisatie en de cultuur te vernieuwen.
Ook de georganiseerde medezeggenschap is een vorm van
medewerkersparticipatie. De COR en de OR en zijn continu bezig met
zichzelf vernieuwen en professionaliseren. Er is op dit moment geen
aanleiding aanvullend onderzoek te doen naar
medewerkersparticipatie.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Wat is de reactie van de minister op het voorstel van GroenLinks om een
“nationaal coördinator tegengaan ondermijning” in het leven te roepen,
onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid en
naar voorbeeld van de NCTV, ten behoeve van de verbetering van de
samenwerking en kennisdeling?
Antwoord:
De minister vindt de gedachte van een centrale functionaris met
coordinerende verantwoordelijkheden binnen het departementen ten behoeve
van de ondermijning een interessante gedachte. Dit wordt meegenomen in
de uitwerking van het breed offensief.
De minister van JenV maakt zich met een brede coalitie sterk voor een
langjarige inspanning tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit.
Hij werkt daarbij met de minister voor Rechtsbescherming intensief samen
met de collega’s van BZK, Financiën, Defensie, VWS, SZW, OCenW en de
NCTV. En met het lokale en regionale bestuur. In het kader van dit
brede offensief wordt het lopende programma anti-ondermijning binnen het
ministerie van JenV verder verstevigd, waarbij zowel verbetering van de
samenwerking en kennisdeling, als samenhang en regie op de aanpak
centraal staat.De gedachte van een bijzondere functionaris of speciale
DG wordt hierin overwogen.
De MJenV heeft uw Kamer toegezegd om voor de voorjaarsnota met een
duidelijk beeld van de aanpak en het landelijk team te komen en neemt uw
voorstellen mee in de verdere uitwerking van een structureel en breed
offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Wat is de laatste stand van zaken van de besteding van de extra 15
miljoen EUR voor de zedenpolitie? Wanneer zijn deze rechercheurs actief?
Wat betekent dit voor de capaciteit van het OM?
Antwoord:
Uw Kamer is over de uitwerking van de motie, het bestedingsplan en de
meerjarige doorwerking geïnformeerd in de brief van MJenV van 12
november jl. Jaarlijks wordt in aanloop naar de Voorjaarsnota bekeken
wat alle ontwikkelingen zijn en welke impact dat heeft op de capaciteit
van de organisaties binnen JenV. Onderdeel daarvan is de stand van zaken
van de monitoring van de zedenmiddelen met inbegrip van eventuele
keteneffecten van de versterking.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Wat doet het ministerie van JenV samen met andere departementen om
pesten tegen te gaan?
Antwoord:
Het kindervragenuur in de Kamer afgelopen dinsdag vormde de aanleiding
om pesten weer hernieuwd onder de aandacht te brengen. Pesten moet
direct corrigerend worden aangepakt, omdat onschuldig lijkende plagerij
kunnen uitmonden in strafbare feiten. En het is een taak van ons allen –
ouders, docenten, voetbaltrainers, maar ook werkgevers, bestuurders en
politici – om dat soort tendensen te herkennen, in de gaten te houden en
waar nodig corrigerend op te treden. Omdat we weten waartoe het kan
leiden als we het onbesproken laten.
Het afgelopen jaar heb ik diverse malen de norm gezet, zoals dat je mag
demonstreren, maar met je handen van elkaar moet afblijven en dat
transgender personen zichzelf niet hoeven te verstoppen maar moeten
kunnen zijn wie ze zijn.
Omdat pesten vanaf jongs af aan moet worden gecorrigeerd is een
anti-pestbeleid op scholen noodzakelijk. Scholen in het primair en
voortgezet onderwijs zijn verplicht een veiligheidsplan op te stellen,
waar het voorkomen en aanpakken van pestgedrag ook verplichte elementen
zijn. Het is belangrijk dat kinderen opgroeien in een omgeving waar een
pester wordt aangesproken, en waar slachtoffers van pestgedrag
mogelijkheden hebben om hulp te zoeken en erover te praten, bijvoorbeeld
met een docent, een ouder of op een sportvereniging. Stelselmatig
grensoverschrijdend pestgedrag onder volwassenen, leidt veelal tot een
strafbaar feit, waartegen strafrechtelijk opgetreden kan worden.
Wat betreft internetpesten zal dit nader met uw Kamer worden besproken,
tijdens het plenair debat naar aanleiding van het burgerinitiatief
‘Internetpesters aangepakt’. Op 7 december 2018 heeft MRb een
kabinetsreactie op het burgerinitiatief naar de kamer verzonden, waarin
nader uiteengezet wordt hoe het kabinet internetpesters wil aanpakken.
Onderdeel daarvan is het beter toepasbaar maken van het reeds bestaande
juridische instrumentarium op onrechtmatige handelingen op het internet,
met als doel om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen
op het internet te verbeteren.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Kan de minister een reactie geven op het door mij ingediende amendement
om landelijk geld vrij te maken voor centra tegen seksueel geweld?
Antwoord:
In 2018 is de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid van de
ministeries van VWS en JenV voor de 16 Centra Sexueel Geweld (CSG’s)
overgegaan naar 35 gemeenten. De regionale CSG’s maken daarmee deel uit
van het lokale zorgaanbod. Landelijke financiering is dan ook niet aan
de orde. Alle 16 centra hebben in 2018 en 2019 financiering via deze
gemeenten ontvangen. In aanloop naar 2020 hebben de 16 CSG’s hun
begrotingen ingediend bij de betrokken gemeenten. Deze gesprekken lopen
op dit moment. Bovendien wordt de dekking voor het amendement gezocht in
de post niet-juridisch verplichte uitgaven van slachtofferbeleid. Dit
budget is bestemd voor de uitvoering van de meerjarenagenda
slachtofferbeleid 2018-2021 die met uw Kamer is gewisseld. Denk hierbij
aan de recent aangekondigde capaciteitsuitbreiding van
slachtoffercoördinatoren bij het Openbaar Ministerie en het ketenbreed
slachtofferportaal.
Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)
Vraag:
Kunt u samen met LNV iets doen aan de capaciteitsproblemen op personeel
vlak bij de inspectiedienst van de dierenbescherming?
Antwoord:
De Landelijke Inspectie Dierenbescherming (LID) en de politie hebben
afspraken gemaakt over hun onderlinge samenwerking werklastverdeling.
Over de uitvoering van die afspraken spreken de betrokken partijen
regelmatig met elkaar. In deze gesprekken komt ook de capaciteit aan de
orde. Het is het voornemen van de betrokken ministeries (Justitie en
Veiligheid en Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) om nog dit jaar tot
een oplossing te komen die de betrokken organisaties in staat stelt de
afgesproken nieuwe werkwijze te blijven hanteren.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Wat gaat het terugbrengen van de duur van verblijfsvergunningen van 5
naar 3 jaar betekenen voor de IND? Is de staatssecretaris bereid om op
deze maatregel terug te komen zolang de wachttijden nog buiten termijn
zijn?
Antwoord:
Beoogd wordt om de maatregel vanaf 2021 te implementeren, afhankelijk
van het wetgevingstraject in uw Kamer en de Eerste Kamer. Vanaf dan
worden asielvergunningen voor drie jaar afgegeven.
Het is van belang dat pas vanaf de inwerkingtreding van de wetswijziging
verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van 3 jaar worden
verleend, en de IND dus vanaf dat moment nog 3 jaar heeft om te zorgen
dat voldoende mensen en middelen beschikbaar zijn voor de te verwachten
procedures.
Dit betekent dat vanaf 2024 de eerste asielvergunningen die voor 3 jaar
zijn afgegeven, opnieuw worden beoordeeld.
Derhalve is er voor SJenV geen reden om op de maatregel terug te
komen.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Kan de staatssecretaris alle extra belastende taken voor de IND
nalaten?
Antwoord:
Voor zover de heer van Ojik doelt op de maatregelen uit het
regeerakkoord, zoals het terugbrengen van de asielvergunningduur naar 3
jaar en het beperken van de rechtsbijstand in de eerste fase van het
asielproces, is het kabinet het eens dat dit verantwoord moet worden
ingevoerd. Dat is ook de inzet en bij de invoering van die maatregelen
zal daarmee rekening worden gehouden. De effecten daarvan op de IND
zullen overigens niet op korte termijn aan de orde zijn. Deze taken
komen niet noodzakelijkerwijs terecht bij beslismedewerkers die op dit
moment nodig zijn om de bestaande achterstanden weg te werken. Beide
maatregelen zijn gericht op wegnemen van nationale koppen bovenop het
Europese kader en hebben verdere Europese harmonisatie tot doel.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Kan de staatssecretaris de uitvoeringstoets openbaarmaken van de
maatregel om gesubsidieerde rechtsbijstand af te schaffen?
Antwoord:
De resultaten van deze uitvoeringstoets zijn ontvangen. De resultaten
worden betrokken bij het opstellen van het ontwerpbesluit. De resultaten
van de uitvoeringstoets zullen samen met de ontwerp-AMvB aan de Eerste
en Tweede Kamer worden toegestuurd in het kader van de
voorhangprocedure. Naar verwachting zal dit in het eerste kwartaal van
2020 kunnen gebeuren.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Hoe hebben de doorlooptijden zo uit de hand kunnen lopen? Hoe kunnen er
langs een reeks van bewindslieden zoveel fouten zijn gemaakt? Kan de
staatssecretaris daar meer inzicht in geven?
Antwoord:
Migratie en asiel betreft een complex en dynamisch beleidsterrein. De
asielinstroom is bijvoorbeeld van te voren moeilijk te voorspellen. In
die situaties pakken keuzes soms anders uit dan voorzien. De SJenV wil
leren van de oorzaken van de opgelopen doorlooptijden. Er zijn
verschillende oorzaken hiervoor aan te wijzen, maar de belangrijkste is
een vroegtijdige afschaling van personeel in 2017 in combinatie met een
licht verhoogde asielinstroom en een financieringssystematiek die niet
verder reikte dan de korte termijn, waarbij onvoldoende rekening is
gehouden met de bestaande werkvoorraad.
De afgelopen periode heeft de IND diverse maatregelen genomen om de
doorlooptijden van de algemene en de verlengde asielprocedure (spoor 4)
te verkorten. De effecten van de genomen maatregelen laten langer op
zich wachten dan de SJenV wenselijk vindt.
De SJenV heeft daarom besloten een onafhankelijk externe partij opdracht
te geven om de uitvoering van de asielprocedure bij de IND door te
lichten, ten einde op korte termijn met voorstellen te komen die moeten
leiden tot verdere verbeteringen van de uitvoering van de
asielprocedure.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
In welke mate wordt er ingezet op controle op mensensmokkel rond Ter
Apel?
Antwoord:
In het kader van het vreemdelingentoezicht en Mobiel Toezicht Veiligheid
worden door de Nationale Politie en de KMar controles uitgevoerd om bij
asielzoekerscentra en landsgrenzen mensensmokkel tegen te gaan. Dit
gebeurt ook rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel en de
Nederlands-Duitse grens. Bij deze controles zijn zij alert op mogelijke
signalen van mensensmokkel en kijken zij ook naar verdachte voertuigen
die in de buurt van AZC’s rondrijden. Als uit informatie of controle
blijkt dat er mogelijk sprake is van mensensmokkel, kan door de politie
of de Kmar nader onderzoek worden uitgevoerd. In de afgelopen periode
hebben verschillende aanhoudingen op verdenking van mensensmokkel
plaatsgevonden. Overigens is ook aandacht voor signalen van
mensensmokkel binnen het identificatie- en registratieproces van
asielzoekers, zoals nader toegelicht in de beantwoording op
schriftelijke vraag 268.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
De Libische kustwacht brengt met EU-steun nog steeds asielzoekers naar
opvangkampen in Libië toe. Kan de SJenV toezeggen zich ook komend jaar
in te spannen vluchtelingen uit die kampen met mensonterende
omstandigheden weg te halen?
Antwoord:
De situatie in Libië heeft onze onverminderde aandacht. Nederland draagt
bij aan het belangrijke werk van IOM en UNCHR in Libië om de
omstandigheden in centra te verbeteren en migranten vrijwillig terug te
laten keren naar landen van herkomst dan wel elders te hervestigen.
Daarnaast is Nederland, samen met internationale partners, voortdurend
in gesprek met de Libische autoriteiten om misstanden aan de kaak te
stellen. Nederland heeft in 2018 en 2019 hervestigingsmissies uitgevoerd
naar het Emergency Transit Mechanism (ETM) in Niger voor
hervestiging van uit detentie geëvacueerde vluchtelingen in Libië. Ook
in 2020 staat een hervestigingsmissie naar ETM Niger gepland als
onderdeel van onze inzet om vluchtelingen weg te halen uit kwetsbare
situaties.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Hoe gaat het kabinet de impasse rond Lampedusa doorbreken, mede in het
licht van Operatie Sofia (die de inzet van schepen opschort) en de
afwezigheid bij het maken van afspraken op Malta?
Antwoord:
Voorop staat dat het aantal irreguliere aankomsten in Italië een stuk
lager ligt t.o.v. 2018. Er is –nog steeds- geen sprake van
disproportionele druk. Daarmee wil SJenV de problematiek op Lampedusa
niet ontkennen; maar is het in eerste instantie aan Italië zelf om deze
problematiek te adresseren. Dit kan bijvoorbeeld door de implementatie
van het EU asiel acquis te verbeteren. Dat wil
zeggen: verbeteren van de opvang, meer detentiecapaciteit en meer
terugkeer van migranten die geen recht hebben op bescherming.
Dit laat onverlet dat Nederland zich, samen met andere EU lidstaten
actief inspant om illegale migratie naar de EU tegen te gaan. Daarbij
wordt opgemerkt dat operatie Sophia een effectieve bijdrage heeft
geleverd aan het ontwrichten van mensensmokkelnetwerken. Het redden van
drenkelingen in het kader van Sophia volgt uit de internationale
verplichting die voortvloeit uit het internationaal zeerecht. Het aantal
drenkelingen dat door Sophia in Italië aan wal werd gebracht was,
verhoudingsgewijs, beperkt.
Over de structurele oplossing voor ontscheping: u bent bekend met de
redenen waarom Nederland de Gezamenlijke Intentieverklaring van
Frankrijk,Duitsland,Italië en Malta niet ondersteunt (ref. Kamerbrief 14
januari ). Nederland pleit al langere tijd voor een mechanisme langs de
lijnen van de ER Conclusies van juni 2018: bij aankomst moeten kansrijke
asielzoekers z.s.m. worden gescheiden van kansarme asielzoekers via een
grensprocedure die doorreis voorkomt. Daarnaast zou alleen herplaatsing
naar andere EU lidstaten plaats moeten vinden in geval van aanhoudende,
disproportionele druk in de lidstaat van aankomst, er een voldoende
aantal lidstaten deelneemt, en de lidstaat waar ontscheept wordt ook
zijn fair share neemt. Ook moet worden voorkomen dat het arrangement een
pull factor wordt. Zoals het er nu naar uit ziet sluit de inhoud van de
Malta Verklaring hier onvoldoende bij aan. Nederland wil samen met
andere lidstaten werken aan een daadwerkelijke structurele Europese
oplossing voor ontscheping.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
Het mobiel toezicht veiligheid is aan beperkingen onderhevig. Ik ben
verbaasd over wat er allemaal niet mag bij het toezicht in treinen,
wegen en vliegvelden, zie ook het antwoord op vraag 89 van de
schriftelijke vragen over de begroting. Kan de SJenV aangeven hoe ze de
beperkingen te lijf gaat zonder de rechtsregels te schenden?
Antwoord:
Bestaande regels voor Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) bieden vooralsnog
voldoende ruimte om mensensmokkel in Nederland effectief aan te pakken.
Op basis van het juridisch kader zijn er voorwaarden gesteld aan de duur
en frequentie van de uitvoering van de MTV-controles zodat deze
controles niet het effect hebben van grenscontroles. De vreemdelingenwet
(Vreemdelingenbesluit artikel 4.17b) biedt echter de mogelijkheid om van
bepaalde voorwaarden af te wijken en de MTV-controles te intensiveren
indien er concrete aanwijzingen zijn voor een aanzienlijke toename van
illegaal verblijf na grensoverschrijding of als dergelijke toename op
korte termijn kan worden verwacht. MTV-controles worden door de
Koninklijke Marechaussee (KMar) informatie gestuurd uitgevoerd. Dit
betekent dat controles in de praktijk in intensiteit, duur, locatie en
focus kunnen wijzigen. Het totaal aantal controles en de ingezette
capaciteit fluctueert daarmee ook.
Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)
Vraag:
De SJenV gaat het afschaffen van de gesubsidieerde rechtsbijstand in
consultatie brengen. Blijkbaar is uit de uitvoeringstoets het
tegenovergestelde gebleken dan wat de experts zeggen. Waarom zou de
SJenV dit anders toch doorzetten?
Antwoord:
De IND en de Raad voor de Rechtspraak hebben op verzoek van de Eerste
Kamer beide uitvoeringstoetsen gedaan om de gevolgen van de maatregel
voor de IND en de rechterlijke macht in kaart te brengen.
De resultaten van de uitvoeringstoetsen zijn gereed en zullen samen met
de ontwerp-AMvB aan de Eerste en Tweede Kamer worden toegestuurd in het
kader van de voorhangprocedure.
De reden achter de maatregel ligt in het feit dan Nederland verder gaat
dan de meeste andere lidstaten en dan Europese wetgeving ons
verplicht.
De Procedurerichtlijn verplicht lidstaten om op verzoek kosteloze
rechtsbijstand en vertegenwoordiging te bieden in
beroepsprocedures. Deze verplichting geldt niet voor de
besluitvormingsfase (het proces waarin de IND tot een beslissing
komt).
Als we willen harmoniseren in de EU dan moeten we soms ook bereid zijn
om nationale praktijk aan te passen en los te laten.
Dat is ook de primaire reden dat de SJenV met deze maatregel verder
gaat.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Wat is uw reactie op de nota van lid Van Toorenburg over suggesties hoe
slachtoffers een betere positie kunnen krijgen ten opzichte van
verzekeraars?
Antwoord:
Het overgrote deel van de letselschadezaken wordt binnen 2 jaar
afgehandeld (91%). Van de overige zaken gaat het in 6% om complexe
letsels waarin de medische eindtoestand na 2 jaar nog niet vaststaat. 3%
duurt langer dan 2 jaar doordat er een discussie is tussen de
verzekeraar en het slachtoffer.
Met de kamerleden ben ik eens dat slachtoffers moeten kunnen vertrouwen
op goede hulp en deskundige schadeafwikkeling.
De Letselschade Raad doet op verzoek van MRb onderzoek naar langlopende
letselschade zaken. De uitkomsten worden voorjaar 2020 verwacht. MRb
wacht deze resultaten af om gericht actie te ondernemen.
De plannen van de Kamerleden van CDA, SP en PvdA voor het verbeteren van
de schadeafhandeling verdienen nader onderzoek. Bijvoorbeeld het idee
dat er een tuchtraad komt die sancties op kan leggen.
MRb zal zijn collega van Financiën bij dit proces betrekken.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
In de praktijk blijkt dat slachtoffers in strafprocessen nog steeds
tekort komen en te weinig aandacht krijgen. Kan de MRb bevestigen dat de
voorschotregeling voor slachtoffers niet wordt afgeschaft?
Antwoord:
Er zijn geen plannen om de huidige voorschotregeling af te schaffen. De
MRb heeft de Tweede Kamer bij brief van 15 november 2019 over dit
onderwerp geïnformeerd.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan de minister gemeentes ondersteunen bij het aanpassen van APV om
drugsgebruikers die overlast veroorzaken beter aan te pakken?
Antwoord:
De burgemeester kan op grond van de APV een gebied aanwijzen waar de
openbare orde ernstig verstoord is door de aanwezigheid van verslaafden
en/of handelaren in harddrugs.
Als iemand zich in het aangewezen gebied schuldig maakt aan speciaal
benoemde gedragingen zoals harddrugs gebruik, of het drinken van alcohol
zijn kan een verwijderingsbevel voor bijvoorbeeld 24 uur, 1, 2 of 3
maanden worden opgelegd.
MJenV zal met de VNG bespreken of, en zo ja, hoe de VNG een dergelijke
bevoegdheid via de model-APV onder de aandacht van gemeenten kan
brengen.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan de minister een reactie geven op het rapport van burgemeester Depla
van Breda over ondermijning in kleine gemeenten?
Antwoord:
Ondermijning van het openbaar bestuur op welke manier dan ook, is
onacceptabel. Politieke ambtsdragers en volksvertegenwoordigers moeten
hun taken zonder dwang of angst kunnen uitoefenen. Het rapport c.q.
advies van Staf Depla ‘Ondersteuning (kleinere) gemeenten bij aanpak
ondermijning’ d.d. 30 april 2019 is opgesteld op basis van een
verkenning die is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Depla doet in zijn verkenning
suggesties voor betere ondersteuning van gemeenten gericht op het
weerbaar maken van gemeenten en bestuurders tegen ondermijning. De
minister van BZK heeft in samenwerking met mijn ministerie, VNG en NGB
bepaald welke acties er naar aanleiding van deze verkenning worden
ondernomen. Hierover heeft de minister van BZK op 18 oktober jl. in de
brief ‘weerbaar bestuur’ (kenmerk 2019-0000443568) aan uw Kamer
gerapporteerd. Zo worden onder andere maatregelen genomen ter
bevordering van de integriteit van bestuurders. Denk aan bv.
wetsvoorstel verplichte Verklaring Omtrent Gedrag voor bestuurders en
wijzigingen van de wet Bibob. Daarnaast gaat het om maatregelen om de
weerbaarheid van het bestuur te verhogen, zoals preventieve
beveiligingsmaatregelen en pilot met een integraal beveiligingsplan in
een aantal gemeenten.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Er is een boek verschenen over Nicole van den Hurk, een cold case,
waarbij nabestaanden naar de rechter moesten gaan om bepaalde aspecten
uit het boek te halen. Het lid Kuiken en ik vragen (van de autoriteit
persoonsgegevens) een serieuze analyse over hoe we slachtoffers in het
strafrecht beter kunnen beschermen.
Antwoord:
Naar aanleiding van de zaak Van den Hurk heeft het Openbaar Ministerie
maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Dit is ook in gemeld in
de brief van 11 juni jl. aan de Tweede Kamer en de brief die eerder deze
week naar de Kamer is gestuurd in reactie op het rondetafelgesprek
slachtofferbeleid van 25 september jl. Het Openbaar Ministerie past de
aanwijzing en werkinstructies Voorlichting opsporing en
vervolging aan om de belangen van slachtoffers of nabestaanden te
versterken.
Een diepgaande analyse van de Autoriteit Persoonsgegevens is niet
nodig. Daar waar het gaat om verwerken van persoonsgegevens van
slachtoffers heeft het WODC in 2015 een onderzoek opgeleverd over
‘Privacyrecht en slachtoffers’ waarin de privacy van slachtoffers in het
strafproces is onderzocht. Op basis hiervan zijn al stappen gezet om de
privacy van slachtoffers beter te beschermen. Enkele voorbeelden van
verbeteringen sinds 2015 zijn:
1) Bij de politie worden zoveel mogelijk persoonsgegevens als adres en
woonplaats uit het dossier gelaten.
2) In de OM-aanwijzing slachtofferzorg is opgenomen dat persoonsgegevens
van het slachtoffer weggelaten kunnen worden uit de aangifte als de
identiteit van het slachtoffer voldoende kan worden vastgesteld.
3) In de kwaliteitsstandaard procesdossier Veel Voorkomende
Criminaliteit, vastgesteld door politie en OM, is opgenomen dat
woonadres en andere contactgegevens in principe niet worden opgenomen in
het procesdossier.
MRb informeert de Tweede Kamer nog dit jaar over de stand van
zaken.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Zouden gemeenten niet terecht moeten kunnen bij een centrum voor
ondermijning?
Antwoord:
Heel goed dat hier aandacht voor wordt gevraagd. Ook in het breed
offensief is hier ruime aandacht voor. Gemeenten kunnen op het gebied
van ondermijning bij drie instanties terecht.
De tien RIEC's (Regionaal Informatie en Expertise Centra) zijn de
expertcentra, alle gemeenten zijn aangesloten bij een RIEC. De RIEC’s en
het LIEC (Landelijk Informatie en Expertise Centrum) ondersteunen
partners waaronder dus gemeenten bij de aanpak van georganiseerde
ondermijnende criminaliteit. RIEC’s organiseren expertsessies, geven
juridische ondersteuning aan gemeenten, en zorgen voor verbinding met
de sectoren onderwijs en jeugdzorg in het kader van preventie. Ook
betrekken zij het bedrijfsleven bij de aanpak van ondermijning.
Het Aanjaagteam Ondermijning ondersteunt de regio’s en gemeenten door
het organiseren van kenniskringen, conferenties, het laten doen van
onderzoek en ondersteunen van innovatieve projecten. Ook initieert het
Aanjaagteam Ondermijning de totstandkoming het modelprotocol voor
gegevensdeling binnen de gemeenten.
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ontwikkelt
eveneens kennis en instrumenten voor gemeenten bij de aanpak van
georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Voorbeelden van producten en
diensten op dit gebied zijn webdossiers, barrièremodellen,
kenniskringen, on-the-job advies en procesondersteuning,
veiligheidsscans voor politieke ambtsdragers en
bewustwordingsbijeenkomsten. In de uitwerking van het breed offensief
zal ruime aandacht zijn voor het verder verbeteren van
de informatiepositie van gemeenten.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Wat doet het kabinet om te voorkomen dat jeugdigen bloot worden gesteld
aan drugs? Kan het kabinet verkopers van drugs aan minderjarigen
steviger bestraffen?
Antwoord:
De staatssecretaris van VWS heeft uw Kamer per brief van 25 april 2019
geïnformeerd over het drugspreventiebeleid. Een groot aantal van de in
die brief genoemde maatregelen is gericht op ouders, scholen, en
jongeren zelf.
Voorbeelden zijn het programma De Gezonde School en Genotmiddelen
(DGSG), dat op 60% van de scholen wordt gebruikt, en de Facebookpagina
“Opvoeding & Uitgaan”, die gericht is op ouders. Er worden goede
stappen gezet: tussen 2001 en 2017 is een grote daling te zien in het
drugsgebruik onder jongeren tussen de 12 en 16 jaar, blijkt uit het
onderzoek “Health Behaviour in School-aged Children uit
2017.
Het verkopen van softdrugs aan minderjarigen wordt niet gedoogd. Als er
wordt geconstateerd dat coffeeshops dit toch doen, kan er naast
strafrechtelijk ook bestuursrechtelijk worden opgetreden en de
vergunning worden ingetrokken. Daarnaast geldt voor minderjarigen geen
“kleine hoeveelheid voor eigen gebruik", en wordt volgens de richtlijn
strafvordering jeugd voor elk bezit van soft of hard drugs een straf
geëist. Bij strafzaken tegen dealers zal eventuele verkoop aan
minderjarigen door de rechter worden meegenomen als factor in het
bepalen van de strafmaat.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Zou het kabinet niet meer aan getuigenbescherming moeten doen in het
kader van aanpak ondermijning? Zou het kabinet door middel van een
(experimenteer)artikel willen bekijken hoe getuigen beter beschermd
kunnen worden?
Antwoord:
Het is van groot belang dat getuigen adequate bescherming krijgen. Zeker
bij de aanpak van ondermijning, waar de inzet van kroongetuigen met
grote risico’s gepaard kan gaan. Een versterking van de
beveiligingsmaatregelen, inclusief getuigenbescherming, maakt reeds
onderdeel uit van het brede offensief tegen ondermijnende
criminaliteit.
De extra middelen die MJenV heeft aangekondigd in zijn brieven van 4
november jongstleden over het brede offensief, en van hedenochtend 20
november 2019 over de extra investering in het stelsel bewaken en
beveiligen ter verlichting van de basispolitiezorg, zijn ook beschikbaar
voor nieuwe technologie en materieel als onderdeel van alternatieve
bewaken-, beveiligen- en getuigenbeschermingsconcepten. Er wordt ook
reeds gekeken naar andersoortige maatregelen ter verbetering van de
bescherming van getuigen. In de afgelopen jaren zijn al enkele
maatregelen getroffen, bijvoorbeeld op het vlak van het afschermen van
een identiteit van een beschermde getuige.
Over mogelijk benodigde aanvullende beschermingsmaatregelen wordt op dit
moment gesproken, bij de analyse rond de verruiming van inzet van
kroongetuigen. Naast deze concrete maatregelen ziet de MJenV op dit
moment geen toegevoegde waarde in een aanvullend
(experimenteer)artikel.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Deelt de staatssecretaris de mening dat via Europa meer zicht nodig is
op wie met wie bilaterale overeenkomsten heeft afgesloten in het kader
van terugkeer?
Antwoord:
SJenV is het eens met het lid Van Toorenburg (CDA) dat zicht op
bilaterale terugkeerafspraken met derde landen nuttig is, ook voor
betere EU-brede terugkeersamenwerking. Door deze informatie met elkaar
te delen kunnen bovendien best practices uitgewisseld worden. Nederland
zet zich dan ook in voor zo veel mogelijk informatiedeling onder de
lidstaten. Het delen van informatie over terugkeersamenwerking en
-afspraken vindt al plaats in diverse gremia, waarbij alle lidstaten van
de EU aanwezig zijn en hun ervaringen delen en knelpunten
bespreken.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Hoe denkt de staatsecretaris over het strafbaar stellen van het niet
willen meewerken aan vertrek?
Antwoord:
Het wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring dat nu in de Eerste
Kamer ligt (34309) bevat hiervoor reeds een voorziening. Als een
vreemdeling niet voldoet aan zijn vertrekplicht, kan een toezichthouder
(politie/KMar) vorderen dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek.
Daarbij kan zo nodig dwang worden toegepast. Als de vreemdeling geen
gevolg geeft aan deze vordering, pleegt hij een strafbaar feit. Op grond
van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is het niet voldoen aan
een bevoegd gegeven ambtelijk bevel namelijk als misdrijf strafbaar
gesteld. De sanctie is een gevangenisstraf van maximaal drie maanden of
een geldboete van de tweede categorie.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Tijdens een werkbezoek in Palermo is gebleken dat de burgemeester daar
al 35 jaar probeert probleem (van ondermijning) op te lossen. Vooral van
belang blijkt het afpakken en teruggeven aan samenleving te zijn. Dat
moet in een constructie of via een organisatie. Kan het kabinet dit
oppakken?
Antwoord:
Het beleid is crimineel vermogen af te pakken. Het ten goede laten komen
van de afpakopbrengsten aan de gemeenschap is een sympathieke en
interessante gedachte.
Verder is in algemene zin de inzet van deze opbrengsten voor specifieke
projecten in de gemeenschap niet zomaar mogelijk. De geraamde
afpakopbrengsten kennen een generale behandeling en beleidsmatige
verlaging van de raming leidt tot een dekkingsprobleem binnen het
uitgavenkader.
Momenteel wordt een voorstel voor een pilot voorbereid om afgepakte
panden een bestemming te geven ten behoeve van de gemeenschap, waardoor
het ook voor de samenleving zichtbaar wordt dat misdaad niet loont. De
wens voor een bredere toepassing van dit zogenoemde maatschappelijk
herbestemmen wordt bij dat voorstel betrokken. Daarbij zal de MJenV met
de bewindspersonen van Financiën en Binnenlandse Zaken en met gemeenten
het gesprek voeren hoe een dergelijk initiatief doeltreffend voor de
gemeenschap wordt.
Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)
Vraag:
Kan de MJenV reageren op het voorstel van de burgemeester van Rotterdam
om te gaan samenwerken met Colombia om drugshandel tegen te gaan?
Antwoord:
Recent heeft MJenV uw Kamer geïnformeerd over zijn visie op
Internationale Politiesamenwerking en over het brede offensief tegen
georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Daaronder valt de vorming
van een Multidisciplinair Interventie Team (MIT). Het gaat hierbij om
bijvoorbeeld het versterken van de “upstream-disruption”, het aanpakken
van fenomenen in de bron- en transitlanden. Samenwerking met
Zuid-Amerikaanse landen (zoals Colombia) is daarbij cruciaal.
De politie heeft bovendien een politieliaison geplaatst in Colombia op
de ambassade in Bogota. Eind dit jaar zal de politie een extra liaison
officer plaatsen ten behoeve van de operationele samenwerking met de
Colombiaanse autoriteiten.
MJenV deelt dan ook de gedachte van burgemeester Aboutaleb dat
internationale samenwerking cruciaal is in de aanpak van georganiseerde
criminaliteit en in het bijzonder drugscriminaliteit.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Kunnen boa’s een grotere rol krijgen bij de verkeershandhaving om de
politie te ontlasten?
Antwoord:
Gezien de veelheid van taken van politie, is het altijd goed te bezien
of andere partijen taken die aan de rand van het politiewerk raken,
kunnen overnemen. Dit is bij verkeersveiligheid echter niet het
geval. BOA's zijn opgeleid voor een beperkte specifieke taak en niet
voor de brede politietaak. Ook voeren wij met politie, OM en lokaal
bestuur een verkenning uit om te bezien of nog enkele feiten aan
de lijst voor boa's domein I (overlast/leefbaarheid) kunnen worden
toegevoegd.
Verder gaan in december de ministers van IenW en JenV in gesprek met
gemeenten en provincies die risico-analyes maken op het terrein van
verkeersveiligheid. Vervolgens onderzoeken de ministeries gezamenlijk
welke verbeteringen op het terrein van infrastructuur, educatie en
eventueel ook handhaving nodig zijn. Hierbij zal ook de capacitaire druk
op de politie worden betrokken.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Is het kabinet bereid om voor de zomer en op hoofdlijnen te onderzoeken
welke capaciteit in de handhavingsketen tot en met 2030 nodig is?
Inclusief nieuwe taken, zoals op het gebied van cyber.
Antwoord:
Er wordt in samenspraak tussen OM, Rechtspraak en JenV al een aantal
onderzoeken uitgevoerd die een beter zicht moeten geven op de
capaciteitsproblematiek in de strafrechtketen. Zo zal binnenkort een
doorlichting van de strafrechtketen worden uitgevoerd. Daarin wordt
onder andere onderzocht hoe de ontwikkelingen in de
criminaliteitscijfers zich verhouden tot de ervaren toegenomen druk op
organisaties in de strafrechtketen. Het onderzoek zal uitmonden in
voorstellen hoe de strafrechtketen beter kan presteren, met inbegrip van
de aanpak van cybercrime. De MJenV en MRB verwachten uw Kamer medio 2020
te kunnen informeren over de uitkomsten van deze doorlichting van de
strafrechtketen. Daarnaast is de MJenV bereid om een verkennende studie
te laten doen naar de op een horizon van 2030 gerichte capaciteit binnen
de strafrechtketen. Dit onderzoek zal dan mede bezien worden in het
licht van een aangenomen motie (Kamerstuk 35.300, C.) van de Eerste
Kamer over een onafhankelijk onderzoek naar de mogelijkheden en
condities waaronder de continuïteit in de bekostiging van de rechtsstaat
beter kan worden geborgd en duurzaam versterkt. Aangezien de wens is dat
een en ander voor de zomer van 2020 bij uw Kamer komt, zal dit slechts
een verkennende studie kunnen zijn.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Blijft de minister bij de reactie in zijn recente kamerbrief over de
voorlichting van Raad van State met betrekking tot democratische
controle door de Tweede Kamer op begroting van de politie?
Antwoord:
Ja, de MJenV vindt het van groot belang dat het parlement goed wordt
geïnformeerd over de besteding van de middelen van de politie. Mede
daarom wordt de begroting van de politie als bijlage bij de
JenV-begroting aangeboden aan de Tweede Kamer, conform de geldende
regelgeving. Het opsplitsen van het huidige artikel in meerdere
artikelen is daar zijns inziens niet voor nodig en werkt zelfs
averechts. Het levert uw Kamer niet meer informatie op maar zorgt wel
voor nieuwe schotten, terwijl lokaal maatwerk, flexibiliteit en ruimte
voor de korpschef na de herijking en de evaluatie de uitgangspunten zijn
die ook met uw Kamer zijn besproken. Het advies van de Raad van State
bevestigt dit: de Afdeling stelt dat flexibiliteit belangrijk is en
opsplitsing van de begrotingsartikelen dat juist vermindert. De Afdeling
geeft eveneens aan dat wijziging van art 31 niet noodzakelijk is voor
een goede controle van de Kamer.
De MJenV werkt echter graag - met uw Kamer - aan een betere invulling
van sturing en verantwoording. Dat gebeurt enerzijds door een steeds
informatievere politiebegroting. Anderzijds wil de MJenV informatie uit
de politiebegroting opnemen in de toelichting bij artikel 31. Hieraan
wordt invulling gegeven door een aggregatieniveau dieper te gaan dan de
Kamer nu ontvangt.
Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)
Vraag:
Ik vind de situatie op het ministerie zorgelijk. Ministeriële
verantwoordelijkheid drijft op de veronderstelling dat de minister aan
de Kamer verantwoording kan afleggen. Als dit weg is, dan hebben we een
groot probleem. Er zijn goede initiatieven, er zijn op het ministerie
heel veel goede mensen. Het is niet op te hangen aan 1 ambtenaar. Er is
goede wil, maar ook veel angst, wanttrouwen en onvoldoende openheid. Dit
kan schadelijk zijn als we er niks aan doen. Is het niet tijd voor een
reset, waarbij de rol van de Kamerleden niet buiten beschouwing wordt
gelaten? Kan de minister toelichten hoe hij hiermee om wil gaan?
Antwoord:
JenV is een organisatie die leert om te gaan met openheid en
transparantie. Daar wordt continu aan gewerkt door te laten zien wat er
gedaan wordt, welke keuzes gemaakt worden en waarom. Dat neemt niet weg
dat we te maken hebben met complexe materie en veel incidenten. Het
ministerie heeft bekwame medewerkers waarvan MJenV verwacht dat zij
zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat zij proactief handelen en het op
het juiste moment opschalen om de betrokken bewindspersoon in positie te
brengen. Dat vraagt van medewerkers ook dat zij elkaar kritische vragen
blijven stellen, volharden als er twijfel is en zorgen dat dit besproken
wordt op de juiste plek in de organisatie. Daarnaast vraagt dit om
spelregels die niet vrijblijvend zijn. Niet alleen op openheid en
samenwerking, maar zeker ook op integriteit en vertrouwen. Als er in de
informatievoorziening richting de Kamer iets niet goed gaat, dan kunt u
- gelet op de ministeriele verantwoordelijkheid - de bewindspersoon daar
op aanspreken.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Er is een reeks aan incidenten geweest. Kan deze minister van Justitie
en Veilgheid wel orde op zaken stellen? Kan hij een extern onderzoek
laten uitvoeren naar de staat van het ministerie?
Antwoord:
Het ministerie van JenV is een grote organisatie met meer dan
honderdduizend werknemers die werkzaam zijn op het bestuursdepartement
of in een van de vele uitvoeringsorganisaties. Inherent aan de aard van
de werkzaamheden vinden er incidenten plaats en worden er fouten
gemaakt. Wanneer deze zich voordoen, dan wordt er hard gewerkt aan
verbeteringen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verschillende externe
organisaties als de Algemene Rekenkamer, de Audit Dienst Rijk, of de
Inspectie voor JenV die ons helpen bij het duiden van wat er niet goed
is gegaan en welke verbeteringen nodig zijn. De onderzoeken van deze
organisaties helpen het ministerie om te leren van haar fouten en het de
volgende keer waar mogelijk beter te doen. Mede door deze onderzoeken
zijn de begrotingsprocessen op orde gebracht, is de control-functie
herijkt en is een nieuw besturingsmodel doorgevoerd waardoor de
governance van het departement in relatie tot de uitvoeringsorganisaties
sterk is verbeterd. De Algemene Rekenkamer heeft vervolgens
geconstateerd dat, mede door deze verbeteringen, het aantal
onvolkomenheden is gereduceerd. Desalniettemin blijft het een continu
proces van leren en verbeteren.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Vindt de minister dat de politieacademie voldoende middelen heeft om de
problemen op te lossen?
Antwoord:
De Politieacademie krijgt er in het kader van het regeerakkoord vanaf
2018 € 2 miljoen oplopend naar structureel € 16 miljoen in 2022 extra
bij, zodat de Politieacademie extra docenten kan aannemen (150 in de
periode 2018-2024) en de huisvesting kan uitbreiden. Aanvullend is in
het arbeidsvoorwaardenakkoord Politie 2018-2020 structureel € 10.1
miljoen beschikbaar gesteld voor flexibilisering van het
politie-onderwijs en de doorontwikkeling van het Vakspecialistisch
Politie Onderwijs. Met deze middelen is de Politieacademie in staat
gesteld het in 2018 bekende vervangings- en uitbreidingsvraagstuk op te
vangen en de opdracht uit de cao uit te voeren. Op dit moment bezien de
korpschef, de directie van de Politieacademie en de MJenV wat er nodig
is om de actuele ontwikkelingen (hogere uitstroom dan verwacht en
verdere capaciteitsuitbreiding) het hoofd te bieden. Daarbij wordt
uitdrukkelijk gekeken naar de vormgeving van de opleidingen. Uw Kamer
wordt hierover in de eerste helft van 2020 geinformeerd.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Brievenbusfirma’s en witwasconstructies: criminaliteit mogelijk maken is
ook crimineel. Hoe pakken we personen en bedrijven aan (bijvoorbeeld
trustkantoren op de Zuidas) die bijdragen aan witwassen?
Antwoord:
In het plan van aanpak witwassen, dat de minister van Financiën en de
minister van JenV op 30 juni jl. naar uw Kamer hebben toegestuurd, zijn
diverse maatregelen opgenomen om personen en bedrijven die bijdragen aan
witwassen aan te pakken. De maatregelen zijn ingedeeld in drie pijlers
en nadrukkelijk met elkaar verbonden. De drie pijlers zijn: 1) het
verhogen van barrières; 2) het vergroten van de effectiviteit
poortwachtersfunctie en het toezicht; en 3) het versterken van de
opsporing en vervolging. Concrete, voor deze vraag relevante maatregelen
zijn onder meer het tegengaan van brievenbusfirma’s, voortvloeiende uit
de van aanpak belastingontduiking en –ontwijking, en het monitoren van
de aanpak van de trustsector waaronder het oppakken van signalen van
illegale dienstverlening door DNB.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Wat gaat de minister doen om de werkdruk in de gevangenissen te
verminderen en de veiligheid te vergroten?
Antwoord:
DJI werkt er hard aan om de werkdruk in het gevangeniswezen duurzaam te
verminderen. Dat doet DJI onder andere door grootschalige werving van
personeel, het vergroten van vakmanschap en de aanpak van ziekteverzuim.
Er zijn middelen vrijgemaakt om te investeren in vakmanschap en ten
behoeve van de vervanging van medewerkers die van ouderschapsverlof of
de PAS-regeling gebruik maken.
Sinds mei 2017 zijn in totaal ongeveer 1.600 nieuwe medewerkers
aangenomen bij DJI. Ondanks de krappe arbeidsmarkt en de natuurlijke
uitstroom is hierdoor de bezetting in 2019 van het eigen personeel in
het gevangeniswezen met bijna 300 fte gestegen. DJI zet de werving met
kracht voort.
De MRb heeft het veiligheidsbeleid in het gevangeniswezen verder
aangescherpt. Daarover is uw Kamer 11 juli jongstleden geïnformeerd. Het
kabinet heeft hiervoor 3 miljoen euro beschikbaar gesteld. Hiermee wordt
onder andere het aantal speurhonden en hun begeleiders verdubbeld en
geïnvesteerd in hekwerk, netten en camera’s. Deze maatregelen vergroten
de veiligheid in de inrichtingen.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Kan de MRb toezeggen dat het budget voor mediation meestijgt met het
aantal mediation zaken?
Antwoord:
In de begroting voor 2020 is € 1,33 miljoen opgenomen voor mediation in
strafzaken, waaronder jeugdzaken. Deze middelen zijn structureel. Zoals
gemeld in antwoorden op vragen van het lid Van Nispen bleek voor 2019
geen budget voor een zeer beperkt aantal mediations (circa 40). Ik heb
daarbij aangegeven dat dit zou worden opgelost in overleg met de Raad
voor de rechtspraak. Inmiddels heb ik het budget voor 2019 opgehoogd
naar € 1,43 miljoen. Mocht ook in 2020 het aantal mediationzaken hoger
blijken dan past binnen het beschikbare budget van € 1,33 miljoen, dan
zal ik ook hiervoor in overleg met de Raad voor de rechtspraak een
oplossing zoeken.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Slachtoffers van letselschade verdienen betere ondersteuning. Nu worden
ze voor de tweede keer slachtoffer door trainerende verzekeraars. Kunnen
trainerende verzekeraars sancties worden opgelegd? Kan er een tuchtrecht
komen waar mensen kunnen klagen over verzekeraars?
Antwoord:
MRb verwijst naar een eerder antwoord, waarin naar voren komt dat de
afhandeling van letselschadezaken in de meeste gevallen plaatsvindt
binnen 2 jaar. De Letselschade Raad doet op verzoek MRb onderzoek naar
de oorzaak van een langere behandeltermijn in de overige gevallen. De
uitkomsten worden voorjaar 2020 verwacht.
Als de resultaten bekend zijn, kunnen gerichte maatregelen ter
verbetering van de schadeafhandeling worden getroffen. Daarbij kan
worden betrokken dat er reeds een Tuchtraad financiële dienstverlening
bestaat, die in het leven is geroepen door het Verbond van Verzekeraars.
De Tuchtraad beoordeelt of een klacht tegen de verzekeraar gegrond is.
Als dat zo is, adviseert de Tuchtraad het Verbond van Verzekeraars over
de mogelijke sanctie, bijvoorbeeld een waarschuwing of royement uit het
Verbond van Verzekeraars. Het Verbond beslist in het huidige systeem
zelf over het opleggen van de sanctie.
MRb zal een en ander beoordelen in samenspraak met zijn collega van
Financiën, gelet op diens verantwoordelijkheid voor de regulering van de
verzekeringsbranche.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Hoe zorgt de minister dat de politie de komende jaren haar werk kan
blijven uitvoeren en dat burgers en gemeenten bij de politie terecht
blijven kunnen? Welke taken kan de politie de komende periode wel en
niet aan?
Antwoord:
Samen met de korpschef zet de MJenV zich in voor zo snel mogelijke
realisatie van de plannen die aan de intensiveringsgelden zijn
gekoppeld. Ook het vervangen van uitstroom heeft de hoogste prioriteit.
Dit kan niet voorkomen dat de inzetbaarheid de komende jaren onder druk
staat. Met de vakbonden, de korpschef en de politieacademie is de MJenV
in gesprek over maatregelen om versneld inzetbare politiemensen op de
werkvloer te krijgen. De korpschef heeft een landelijke Taskforce
Operationele Sterkte en Capaciteit ingesteld om te komen tot het
vergroten van mogelijkheden om sterkte uit te breiden, (nieuwe)
medewerkers sneller in te kunnen zetten, specifiekere en snellere
opleidingen en de inzet van technologie en innovatie. MJenV zal uw Kamer
hierover in februari 2020 nader informeren. De keuze wat de politie wel
en niet kan oppakken dient primair door de gezagen te worden
gemaakt.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
Wat kan en gaat de MRb concreet doen om een bijdrage te leveren aan
toegankelijke, laagdrempelige rechtspraak en aan het vertrouwen in de
rechtspraak?
Antwoord:
Er is in de rechtspraak een ontwikkeling op gang gekomen waarin
maatschappelijke effectiviteit en oplossingsgerichtheid centraal staan.
Deze positieve ontwikkeling wordt door dit kabinet gestimuleerd. Er is
voor experimenten in het kader van maatschappelijk effectieve
rechtspraak voor de komende prijsperiode jaarlijks, conform het verzoek
van de Raad voor de rechtspraak, 1 miljoen euro extra beschikbaar
gesteld.
De ontwikkeling wordt verder ondersteund met de Tijdelijke
experimentenwet rechtspleging die nu bij uw Kamer aanhangig is. Met die
wet wordt de rechtspraak meer mogelijkheden geboden om te experimenteren
met nieuwe werkwijzen. De MRb bespreekt met de Raad voor de rechtspraak
de mogelijkheden om in vervolg op (de evaluatie van) verschillende
pilots en het rapport over de vrederechter onder de nieuwe wet een
experiment te houden met een nabijheidsrechter. Als blijkt dat
experimenten knelpunten opleveren met de regelgeving dan zal de
MRb bezien hoe die kunnen worden opgelost.
Vragen van het lid Nispen, M. (SP)
Vraag:
De SP is blij met de 36,5 miljoen per jaar de komende twee jaar voor de
sociaal advocatuur. De eerste slag is gewonnen door de sociaal
advocaten, maar er is nog steeds geen structurele oplossing. Daarom
vraag aan de MRb: hoe nu verder?
Antwoord:
Oplossing voor het structurele probleem
Het kabinet heeft nu tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld, zodat
advocaten voldoende financiële armslag hebben om de overstap naar het
nieuwe stelsel te maken. Die middelen zijn in aanvulling op het
structureel voor rechtsbijstand beschikbare bedrag van ruim 400
miljoen. Zo kan de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een
nieuw stelsel maken. Om het structurele probleem op te lossen werken we
aan een modern en financieel duurzaam stelsel voor rechtsbijstand. Een
van de doelen is structureel een betere vergoeding voor advocaten.
Vorig jaar heeft de MRb de contouren voor een nieuw stelsel geschetst en
de uitvoering is inmiddels volop aan de gang. Er komt betere informatie
online voor iedereen. Er komen daarnaast spreekuren in wijken voor
juridische vragen. We gaan verder meer doen om problemen aan de voorkant
op te lossen - ook om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast zetten we in
op terugdringen van zaken vanuit de overheid, door meer met de
menselijke maat te kijken.
Er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, die gericht zijn op een
duurzame oplossing voor de rechtzoekende. Door de invoering van
rechtshulppakketten krijgen mensen een oplossing van A tot Z, met een
integrale kostprijs en een passende kosten-batenafweging voor de inzet
van juridische hulp. Er komen verschillende pakketten, tegen
verschillende prijzen: lichte voor mensen die net iets meer nodig hebben
dan eerstelijnshulp, tot aan zware wanneer het direct duidelijk is dat
er een rechter aan te pas moet komen.
We verwachten hiermee dat er ruimte is voor vergoedingen voor advocaten
die 10% tot 20% hoger zijn dan de gemiddelde uurvergoeding die advocaten
nu krijgen volgens de commissie-Van der Meer.
Wat gaat hij nu doen nu de NOvA weer aan tafel zit?
Nu kunnen we weer met elkaar in gesprek over structurele verbeteringen.
We zullen het vast nog niet op alle punten met elkaar eens zijn. Maar
alleen door in gesprek te blijven, kom je nader tot elkaar. Zo kunnen we
naast de stappen die we al voortvarend zetten rond het terugdringen van
het procedeergedrag van de overheid en in het versterken van de eerste
lijn ook de kwaliteitsverbetering en doelmatigheidswinst in de tweede
lijn gezamenlijk vorm gaan geven.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Kan de staatssecretaris reageren op het plan van de Griekse overheid
inzake gesloten opvangcentra?
Antwoord:
Het is van belang dat structurele verbeteringen worden doorgevoerd om de
situatie op de Griekse eilanden te verbeteren. Het is essentieel dat
Griekenland hierbij zelf verantwoordelijkheid neemt. Het kabinet
verwelkomt dan ook de prioriteiten van de nieuwe Griekse regering op het
terrein van migratie, waaronder het verbeteren van de opvang, het
versnellen van asiel- en terugkeerprocedures.
Als onderdeel van deze prioriteiten heeft de Griekse regering vandaag
aangekondigd voornemens te zijn om 5 gesloten opvangcentra op te zetten
op de Griekse eilanden om terugkeer te bevorderen. In principe staat
Nederlands positief tegenover stappen van Griekenland op het gebied van
terugkeer. Deze zijn onder de EU-Turkije Verklaring voorzien, maar nog
altijd onvoldoende van de grond gekomen. Het is van belang dat terugkeer
daadwerkelijk plaatsvindt, mede als duurzame oplossing om de druk op de
eilanden te verminderen.
Het is nog onduidelijk hoe de opvangcentra er precies uit gaan zien.
Voor het kabinet is in elk geval van belang dat alle opvangcentra in
lijn zijn met de geldende internationale en Europese wet- en
regelgeving.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Gaat de staatssecretaris, gegeven het feit dat 95% van de diefstallen in
Ter Apel door veilige landers in de asielketen wordt gepleegd, er voor
zorgen dat de politie en de politiebureaus in Ter Apel weer op volle
sterkte komen?
Antwoord:
MJenV heeft uw Kamer per brief geïnformeerd op 20 augustus. Op 24 juni
jl. heeft de minister een constructief gesprek gevoerd met de
verantwoordelijk regioburgemeester van de Eenheid Noord-Nederland, de
heer Den Oudsten, en de burgemeester van Westerwolde, de heer Velema
over politiecapaciteit in de regio. Burgemeester Velema heeft de zorgen
van de inwoners van Westerwolde in dit gesprek toegelicht, de minister
heeft goede nota van die zorgen genomen.
Ook heeft de minister aangegeven dat zaken met betrekking tot de lokale
veiligheid en verdeling van de sterkte binnen de eenheid eerst en vooral
in de lokale driehoek onderwerp van gesprek dienen te zijn. De
regioburgemeester heeft daarop aangegeven dat, als de politiechef dat
tevens noodzakelijk acht, Westerwolde binnen de eenheid Noord-Nederland
bijstand zal ontvangen.
Binnen de eenheid Noord-Nederland zullen vijf extra politieagenten voor
de gemeente Westerwolde worden vrijgemaakt ten behoeve van de realisatie
van de inzetplannen van de ketenmariniers . Het huidige politiebureau
in Ter Apel voldoet niet meer aan de huidige arbo-normen. De Politiechef
van de eenheid Noord Nederland heeft dit aan de gemeenteraad van
Westerwolde toegelicht en tevens toegezegd dat er in de toekomst in Ter
Apel een politiebureau zal blijven met onder andere een publieksfunctie,
ophoudfaciliteiten en een openstelling van 9 tot 17 uur.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Wat is de reactie van de staatssecretaris op het afschaffen van
rechtsbijstand bij het eerste verhoor in weerwil van het advies Van
Zwol?
Antwoord:
De Commissie benadrukt dat geïnvesteerd moet worden in de zorgvuldige
behandeling van een eerste asielaanvraag. Vertraging bij beroeps-
vervolg- en vertrekprocedures moet worden voorkomen.
De Commissie meent dat dit met rechtsbijstand voorafgaand aan de start
van de asielprocedure en onpartijdige informatievoorziening aan de
asielzoeker kan worden bereikt.
De zorgvuldigheid bij de behandeling van asielaanvragen staat ook voor
het kabinet altijd voorop. Een goede voorlichting is daarbij van belang.
Die hoeft niet afkomstig te zijn van gefinancierde
rechtsbijstandverleners. De IND mag in staat worden geacht deze
voorlichting adequaat en onpartijdig te kunnen uitvoeren zodat de
asielzoeker alle relevante redenen voor zijn aanvraag in Nederland naar
voren kan brengen.
De asielprocedure zal straks, net zoals nu, voldoen aan alle
verplichtingen die de Procedurerichtlijn aan de asielprocedure
stelt.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Kan de staatssecretaris met een adequate aanpak komen aangezien ASO
AZC's zijn mislukt en het draagvlak voor vluchtelingen onder druk staat
door zogenaamde veilige landers?
Antwoord:
De conclusie dat de EBTL's zijn mislukt is prematuur, omdat de SJenV de
uitkomsten van de evaluatie van het WODC wil afwachten. De resultaten
van deze evaluatie zullen mede bepalend zijn voor een besluit over de
invulling van opvang voor overlastgevers.
Om de zwaarste groep overlastgevers dicht op de huid te zitten, is een
landelijke lijst samengesteld: de Top-X. Die lijst maakt direct
zichtbaar voor alle ketenpartners om welke personen het gaat. Op deze
groep kan het hele palet vreemdelingrechtelijke, bestuursrechtelijke en
strafrechtelijke maatregelen door SJenV worden ingezet. De
persoonsgerichte aanpak van de personen op deze lijst, gebeurt in nauwe
samenwerking tussen de organisaties in de migratieketen, gemeenten,
politie en OM. Voor het einde van dit jaar zal uw Kamer een
voortgangsbrief ontvangen over de aanpak van asielzoekers die overlast
veroorzaken.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Kan de staatssecretaris reageren op het boek
'Refuge-rethinking-refugee-policy' van auteurs Alexander Betts en Paul
Collier, waarin wordt ingegaan op het belang van opvang in de regio en
sociaal economische hulp aan regio’s met veel vluchtelingen?
Antwoord:
Dit boek is nog altijd relevant. De auteurs wijzen erop dat de manier
waarop wij omgaan met mensen op de vlucht, primair een reactief
opvangbeleid, niet veel doet aan de oorzaken en mensen in een
afhankelijke positie houdt.
Veelal worden zij opgevangen in kampen of steden in de regio, waar niet
veel perspectief is. Als gevolg daarvan ondernemen sommigen een
gevaarlijke reis naar Europa.
Daarom pleiten Betts en Collier voor een paradigmaverschuiving: in
plaats van vluchtelingen als passieve en hulpeloze slachtoffers te zien,
kunnen zij beter benaderd worden vanuit de capaciteiten die zij hebben
en de (economische) meerwaarde die zij kunnen leveren. Het idee hierbij
is, dat als mensen werk hebben dit in algemene zin goed is voor hun
autonomie en het welzijn van zichzelf en hun familie.
En dit kan het beste in de regio, op plekken die vaak vertrouwder zijn
voor mensen dan een land als Nederland en van waaruit mensen
waarschijnlijker makkelijker kunnen terugkeren naar hun land van
herkomst. De auteurs stellen voor “speciale economische zones” in te
stellen om werkgelegenheid te creëren.
Het uitgangspunt om mensen vanuit hun kracht te benaderen is relevant en
wordt gedeeld door het kabinet. Niemand wordt er beter van als
slachtoffer benaderd te worden. Daarnaast zet het kabinet in op opvang
in de regio. Dan moet er daar wel perspectief zijn, zoals de auteurs
terecht opmerken.
Het migratiebeleid t.a.v. opvanglanden, dat samen met het ministerie van
Buitenlandse Zaken wordt vormgegeven, richt zich op het verbeteren van
toegang tot onderwijs en werk voor vluchtelingen in gastgemeenschappen
in Libanon, Jordanië, Irak, Egypte en de Hoorn van Afrika. Ook zijn er
initiatieven gericht op het creëren van zelfredzaamheid en worden
studies verricht naar de vraag wat de meest kansrijke economische
sectoren zijn.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Wat is uw reactie op motie nr. 14 van lid Van Dijk over de aanpak van
racisme in voetbalstadia? Is de regering bereid om in overleg met de
KNVB te kijken hoe de strafrechtelijke vervolging van racisme verbeterd
kan worden en de opsporing te verbeteren met camera's en
microfoons?
Antwoord:
Racisme is verwerpelijk en wat er dit weekend is gebeurd is echt
onaanvaardbaar. Dat heeft de minister van JenV maandag ook direct aan de
KNVB per brief laten weten waarbij hij de KNVB heeft gevraagd om
maatregelen te treffen. Binnenkort heeft de MJenV een afspraak met de
Minister-President, de Minister voor Medische Zorg en Sport, de KNVB en
de direct betrokkenen bij het incident van afgelopen zondag over racisme
in het voetbal. Dit gebeurt al op 28 november 2019. Bij dit overleg
wordt ook de brief die de minister van JenV aan de KNVB heeft verzonden
betrokken. In deze brief vraagt hij de KNVB om meer concrete maatregelen
en biedt hij daarvoor zijn steun aan.
Bij de strafrechtelijke vervolging wordt al gebruik gemaakt van beelden
en geluid en soms van ‘liplezers’. Hiermee reageert MJenV op motie nr.
14 van het Kamerlid Jasper van Dijk die is voorgesteld tijdens het
Wetgevingsoverleg van 18 november jl. De minister van JenV zal uw Kamer
op korte termijn een brief doen toekomen over de totale voortgang van
het voetbaldossier, inclusief dit urgente probleem van racisme en
discriminatie.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Er blijft schimmigheid rondom het aftreden van voormalig SJenV Harbers.
Cijfers lijken nu bewust te zijn achtergehouden door ambtenaren. Wat
onderneemt de huidige SJenV tegen deze praktijken op haar
ministerie?
Antwoord:
De SJenV heeft op 18 november j.l. uw Kamer per brief nader ingelicht
over de recent gepubliceerde Wob-verzoeken over de RVK 2018 en de
ambtelijke discussie die is gevoerd over de presentatie van de cijfers.
Daarbij is ook aangegeven dat de ambtenaren naar eer en geweten
geprobeerd hebben een zo goed mogelijk beeld te geven van de
criminaliteit onder asielzoekers. Dat dit als gevolg van een verkeerde
keuze in de weergave van de cijfers niet is gelukt, moge duidelijk zijn
en is aanleiding om het incidentenoverzicht kritisch tegen het licht te
houden, zoals op 1 juli per brief is aangekondigd.
De SJenV heeft uw Kamer daarnaast, op 18 oktober j.l., per brief
geïnformeerd over een interne evaluatie die is uitgevoerd naar de
totstandkoming van en besluitvorming over het incidentenoverzicht en de
maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn genomen.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
Kan de SJenV een reactie geven over het onderhandelen met landen van
herkomst van economische vluchtelingen? Diplomatie, visumbeleid en
handelsrelaties kunnen worden bekeken. Kan de SJenV niet vaker
ambassadeurs op het matje roepen?
Antwoord:
Per land is er sprake van maatwerk. Er wordt integraal gekeken en alle
instrumenten worden meegewogen om onze terugkeersamenwerking te kunnen
verbeteren. Het voeren van een gesprek met de ambassadeurs om onze
boodschappen over te brengen is een instrument waar het kabinet gebruikt
van maakt.
Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)
Vraag:
De IND weigert een overzicht te geven van identiteitsfraude zaken. Kan
de SJenV hier inzicht in geven?
Antwoord:
Er bestaat voor de IND geen reden om geheimzinnig te doen over cijfers
met betrekking tot identiteitsfraude. Bij de beoordeling van aanvragen
wordt rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden
waaronder ook (het vermoeden van) identiteitsfraude. Of er sprake is
(van een vermoeden) van identiteitsfraude wordt niet apart geregistreerd
en is dan ook niet uit de geautomatiseerde systemen van de IND te
genereren.
Weliswaar zijn er cijfers aangeleverd ten behoeve van het onderzoek van
de commissie de Leeuw maar dit betreft niet het totaal aantal signalen
omdat deze enkel vanuit de trajectcontroles zijn gegenereerd. Het gaat
dan concreet om signalen over mutaties in de BRP omtrent de
geboortedatum en de nationaliteit. Ook vanuit andere bronnen kunnen er
bij de IND signalen over identiteitsfraude binnenkomen. Deze signalen
kunnen echter niet gestructureerd worden gegenereerd.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Acht de minister voor Rechtsbescherming het realistisch dat tot en met
2022 alle achterstanden worden weggewerkt? Hoe kijken rechters en
ondersteunend personeel naar deze ambitie?
Antwoord:
Het besef dat de achterstanden moeten worden weggewerkt, wordt breed
gedeeld binnen de rechtspraak, zowel onder rechterlijk als
niet-rechterlijk personeel. Dit blijkt ook uit het landelijke project
normering doorlooptijden, dat kortgeleden is afgerond en onder meer
vervolg krijgt in de aanpak van de achterstanden. De Raad voert hierop
de regie en de extra middelen die MRb aan de Rechtspraak beschikbaar
heeft gesteld kunnen daartoe worden ingezet. Het brede draagvlak, de
extra beschikbare middelen en de centrale regie op het proces geven
MRb het vertrouwen dat deze ambitie binnen de afgesproken periode
waargemaakt kan worden.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Begrijpt de minister de zorgen van rechters over de uitvoering van
beslissingen die rechters nemen gericht tegen de overheid en is de
minister het ermee eens dat de overheid altijd uitspraken van rechters
behoort op te volgen en, zo ja, hoe gaat hij dit borgen?
Antwoord:
In een rechtsstaat is ook de overheid aan rechterlijke uitspraken
gebonden. Rechterlijke uitspraken moeten door de overheid worden
gerespecteerd en uitgevoerd. En mocht de overheid op dat punt in gebreke
zijn, dan staan partijen daar (juridische) middelen ter beschikking om
dat aan te kaak te stellen.
Het is zo dat de Nederlandse overheid recentelijk in enkele gevallen in
hoger beroep is gegaan tegen uitspraken van de rechter. Een voorbeeld
daarvan is de Urgenda-zaak. De aanwending van een rechtsmiddel betekent
echter niet dat een uitspraak niet wordt uitgevoerd. Naar aanleiding van
de stikstofuitspraken van de Raad van State neemt het kabinet nu juist
maatregelen om daaraan uitvoering te geven.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Hoe kijkt de minister aan tegen zijn rol bij het benoemen van leden van
de Raad voor de Rechtspraak in het kader van de trias politica?
Antwoord:
De leden van de Raad voor de rechtspraak worden in ons stelsel bij
koninklijk besluit, op voordracht van de minister benoemd. Hier ligt dus
een verantwoordelijkheid van de MRb. Dit past binnen de internationale
normen. Deze rol brengt ook een stelselverantwoordelijkheid mee waarop
het parlement de minister kan aanspreken. Het uitgangspunt van MRb is
dat zijn rol hierbij kleiner kan zijn, maar wel moet passen binnen de
trias politica waarin de drie staatsmachten elkaar in evenwicht houden.
Binnen de rechtspraak worden gesprekken gevoerd over de wijze waarop de
benoemingen bestuurders plaatsvinden. De uitkomst van deze discussie is
nog niet bekend.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Wat gaat de minister doen om het vertrouwen in het OM binnen de
samenleving te herstellen?
Antwoord:
Een externe onderzoekscommissie onder leiding van de heer Fokkens heeft
onderzoek gedaan naar het OM. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft
het OM een plan van aanpak opgesteld dat erop is gericht om het
vertrouwen in en binnen het OM te herstellen. MJenV heeft uw Kamer in
een brief van juni jl. gemeld dat hij het College de ruimte zal geven om
dit plan van aanpak te vertalen naar concrete acties en resultaten en
dat hij zorgvuldig zal toezien op de voortgang.
MJenV heeft het College daarom gevraagd hem ieder kwartaal op de hoogte
te stellen van de uitvoering en toereikendheid van het plan van aanpak.
Op 12 december is er een Algemeen Overleg met uw Kamer gepland over dit
onderwerp. Tijdens dit debat zullen we spreken over wat nodig is om het
vertrouwen in het OM te herwinnen.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Het regent weer incidenten bij JenV. In elk van die kwesties lijkt angst
te regeren. Angst voor slecht nieuws, voor het toegeven dat fouten zijn
gemaakt. Hierover zijn diverse rapporten van externe partijen naar de TK
gestuurd. Waarom krijgen we van het ministerie rapporten van externe
partijen; heeft het departement deze kennis niet zelf in huis? En zo
nee, is dat dan niet problematisch? Wanneer neemt de minister het heft
in handen om een vertrouwenscultuur op te zetten, waarin – zonder angst
- fouten kunnen worden toegegeven?
Antwoord:
Het ministerie maakt gebruik van meerdere informatiebronnen, zowel
extern als intern, om het werk, waar mogelijk, beter te maken. Naast
interne kennis op basis van eigen onderzoeken vragen we externen
onderzoek te doen omdat ze met de blik van buiten toegevoegde waarde
kunnen hebben.
Verschillende interventies worden ingezet om binnen JenV een sociaal
veilige werkomgeving te bevorderen. Deze interventies zijn grotendeels
intern ontwikkeld en worden ingezet om binnen JenV een sociaal veilige
werkomgeving te bevorderen. Daarbij wordt soms kennis van buiten JenV
benut. Zo staat er een integriteitsstelsel conform het Rijksbeleid, is
een vaste externe klachtencommissie ingesteld, is de Koerskaart
ontwikkeld met een extern bureau, wordt het interne
leiderschapsprogramma uitgevoerd met externe partners en zijn er interne
trainers opgeleid om morele dilemma’s bespreekbaar te maken. Daarnaast
worden medewerkers expliciet uitgenodigd om hun mening te geven en
gevraagd om signalen en informatie te delen met de politiek en
ambtelijke top, ook als het om fouten gaat. Door de minister van
Justitie en Veiligheid zijn gesprekken gevoerd met de bonden en de
medezeggenschap over de werkcultuur en zijn beelden daarover gedeeld. We
zijn er nog niet, het vraagt continu aandacht.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Erkent de staatssecretaris dat de wachttijden bij de IND zijn
veroorzaakt door het financieringsstelsel?
Antwoord:
Er ligt een combinatie van oorzaken ten grondslag aan de opgelopen
doorlooptijden. De belangrijkste is een vroegtijdige afschaling van
personeel in 2017 in combinatie met een licht verhoogde asielinstroom én
een financieringssystematiek die niet verder reikte dan de korte
termijn, waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de bestaande
werkvoorraad.
Eén van de maatregelen om sneller en beter te kunnen anticiperen is een
meerjarige stabiele financiering. Uw Kamer heeft hiertoe een motie
aangenomen en dit heeft bij voorjaarsnota geleid tot een hogere
structurele stabiele financiering van de IND.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Kan de minister een reactie geven op de notitie die D66 heeft opgesteld
over 'non-conviction based confiscation' in het kader van de strijd
tegen crimineel geld?
Antwoord:
De MJenV heeft met interesse kennisgenomen van de notitie van D66 over
'non-conviction based confiscation' in het kader van de strijd tegen
crimineel geld. We zullen deze voorstellen betrekken bij de nadere
verkenning van verbetering van mogelijkheden voor het afpakken van
crimineel vermogen. Dit vergt echter uitzoekwerk. In lijn met uw verzoek
wordt volgend jaar gestart met een WODC-onderzoek waarin gekeken wordt
naar mogelijkheden voor versnelling van de ontnemingsprocedure. Daar
komt MJenV bij u op terug.
Voor de stappen ter verbetering van het afpakken van crimineel vermogen
verwijst MJenV u naar de voortgangsbrief inzake de aanpak van
ondermijning die uw Kamer vorige week ontving.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Is de minister, gegeven het feit dat een solide wettelijke basis
ontbreekt en de vraag of deze vonnissen niet de rol van de rechtspraak
marginaliseren, bereid een analyse uit te voeren naar het initiatief van
het OM inzake nieuwe proces en vonnisafspraken?
Antwoord:
Er vindt momenteel overleg plaats tussen het OM, de Rechtspraak en het
ministerie JenV over de wenselijkheid van het (vaker) maken van proces-
en vonnisafspraken, en over de vraag binnen welk (wettelijke) kader dat
zou moeten gebeuren. Uw Kamer zal over de uitkomsten daarvan worden
geïnformeerd.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Wat gaat het kabinet doen om het vastgelopen debat over het gezamenlijk
Asielbeleid van de EU vlot te trekken en om te zorgen voor afspraken met
landen waar asielzoekers naartoe moeten terugkeren? Met welke boodschap
gaat de staatssecretaris naar welk land?
Antwoord:
Het kabinet pleit ervoor om specifieke tekortkomingen in het GEAS aan te
pakken.
De voor het kabinet belangrijke onderwerpen zijn neergelegd in het Staat
van de Unie paper “A renewed European Agenda on Migration”. Voorbeelden
hiervan zijn een verplichte buitengrensprocedure, het effectief
voorkomen van secundaire migratiebewegingen en snelle terugkeer van
degenen die geen recht hebben op asiel.
Het is nu aan de nieuwe Commissie om richting te geven aan de hervorming
van het GEAS. Nederland is meer dan bereid om te helpen en tot
constructieve oplossingsrichtingen te komen zonder daarbij de beoogde
meerwaarde van een daadwerkelijk hervormd GEAS uit het oog te
verliezen.
De nieuwe Commissie wil energie steken in het dichten van de mazen
tussen asiel- en terugkeerwetgeving. Dit om mogelijk te maken dat
asielzoekers die geen recht op bescherming hebben, spoedig kunnen
terugkeren. Verder zullen naar verwachting de onderhandelingen over het
op Nederlandse instigatie geïntroduceerde voorstel voor wijziging van de
Terugkeerrichtlijn worden voortgezet. Deze ambities sluiten naadloos aan
op de bovengenoemde prioriteiten van dit kabinet.
Voor wat betreft het maken van afspraken met derde landen over
terugkeer, verschilt de boodschap van het kabinet per land. De (mate
van) terugkeersamenwerking verschilt per land, alsmede de
migratiesamenwerking in den brede. Inzet is altijd om de
migratiesamenwerking op de voor Nederland relevante onderdelen te
verbeteren en te kijken waar het land zelf mee geholpen is. Dat blijft
maatwerk.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Is de minister bereid om driemaandelijks te rapporteren over de
voortgang op de ambities in de asielprocedure die zijn geformuleerd
nadat de coalitie hiervoor geld heeft vrijgemaakt? Bijvoorbeeld rond de
prioritering van kansrijke asielzoekers en de mogelijkheid om in te
spelen op veranderde omstandigheden.
Antwoord:
Over de prestaties van de migratieketen rapporteert de SJenV twee keer
per jaar, door middel van de Rapportage Vreemdelingenketen. SJenV ziet
geen aanleiding frequenter te rapporteren. Iedere drie maanden is een
relatief kort tijdvak. Aan de ontwikkelingen binnen dergelijke korte
tijdvakken kan slechts beperkt betekenis worden toegekend, omdat zij kan
afhangen van incidentele fluctuaties in bijvoorbeeld de instroom. In de
brief van 18 november j.l. heeft de SJenV toegezegd dat zij uw Kamer zal
informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoering van
de asielprocedure.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Blij met uitvoering van de motie D66 en CU om acute problemen
rechtsbijstand op te lossen. Dit was hoog nodig. Maar sociale advocatuur
kampt nog steeds met problemen. Daarom heb ik hier twee vragen over. Hoe
ziet de MRb in dit licht een oplossing voor dit structurele probleem van
de sociale advocatuur? Wat gaat hij doen nu de NOvA weer aan tafel
zit?
Antwoord:
Oplossing voor het structurele probleem
Het kabinet heeft nu tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld, zodat
advocaten voldoende financiële armslag hebben om de overstap naar het
nieuwe stelsel te maken. Die middelen zijn in aanvulling op het
structureel voor rechtsbijstand beschikbare bedrag van ruim 400
miljoen. Zo kan de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een
nieuw stelsel maken. Om het structurele probleem op te lossen werken we
aan een modern en financieel duurzaam stelsel voor rechtsbijstand. Een
van de doelen is structureel een betere vergoeding voor advocaten.
Vorig jaar heeft de MRb de contouren voor een nieuw stelsel geschetst en
de uitvoering is inmiddels volop aan de gang. Er komt betere informatie
online voor iedereen. Er komen daarnaast spreekuren in wijken voor
juridische vragen. We gaan verder meer doen om problemen aan de voorkant
op te lossen - ook om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast zetten we in
op terugdringen van zaken vanuit de overheid, door meer met de
menselijke maat te kijken.
Er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, die gericht zijn op een
duurzame oplossing voor de rechtzoekende. Door de invoering van
rechtshulppakketten krijgen mensen een oplossing van A tot Z, met een
integrale kostprijs en een passende kosten-batenafweging voor de inzet
van juridische hulp. Er komen verschillende pakketten, tegen
verschillende prijzen: lichte voor mensen die net iets meer nodig hebben
dan eerstelijnshulp, tot aan zware wanneer het direct duidelijk is dat
er een rechter aan te pas moet komen.
We verwachten hiermee dat er ruimte is voor vergoedingen voor advocaten
die 10% tot 20% hoger zijn dan de gemiddelde uurvergoeding die advocaten
nu krijgen volgens de commissie-Van der Meer.
Wat gaat hij nu doen nu de NOvA weer aan tafel zit?
Nu kunnen we weer met elkaar in gesprek over structurele verbeteringen.
We zullen het vast nog niet op alle punten met elkaar eens zijn. Maar
alleen door in gesprek te blijven, kom je nader tot elkaar. Zo kunnen we
naast de stappen die we al voortvarend zetten rond het terugdringen van
het procedeergedrag van de overheid en in het versterken van de eerste
lijn ook de kwaliteitsverbetering en doelmatigheidswinst in de tweede
lijn gezamenlijk vorm gaan geven.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
In aansluiting op de vraag over cultuur op het departement: is het
verstandig om in te grijpen bij organisaties? Meer duurzame financiering
is noodzakelijk. Hoe kijkt de minister aan tegen de product financiering
die we nog steeds bij de verschillende organisaties hebben? Past
dit?
Antwoord:
De financiering van de organisaties op het brede terrein van JenV
heeft continue aandacht. Met grote regelmaat wordt de gehanteerde
financieringsmethodiek kritisch bekeken en geëvalueerd. Daarbij wordt
bezien welke financieringsmethodiek passend is bij de aard van de
specifieke organisatie. Product financiering sluit bij de meeste
JenV-organisaties goed aan bij de activiteiten die zij verrichten en
biedt ook mogelijkheden om adequaat te sturen op de keten. Daarbij wordt
steeds goed onderscheid gemaakt tussen kosten die vast zijn, zoals
huisvesting, en kosten die wijzigen wanneer de taken toe – of afnemen,
om te voorkomen dat de organisaties in de problemen komen. Dat deze
evaluaties ook daadwerkelijk tot veranderingen leiden is recent gebleken
door het aanpassen van de bekostiging van de Raad voor de Rechtspraak op
basis van een onafhankelijk onderzoek.
Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)
Vraag:
Hoe gaat MRb structurele verbetering voor de rechtsbijstand
borgen?
Antwoord:
Oplossing voor het structurele probleem
Het kabinet heeft nu tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld, zodat
advocaten voldoende financiële armslag hebben om de overstap naar het
nieuwe stelsel te maken. Die middelen zijn in aanvulling op het
structureel voor rechtsbijstand beschikbare bedrag van ruim 400
miljoen. Zo kan de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een
nieuw stelsel maken. Om het structurele probleem op te lossen werken we
aan een modern en financieel duurzaam stelsel voor rechtsbijstand. Een
van de doelen is structureel een betere vergoeding voor advocaten.
Vorig jaar heeft de MRb de contouren voor een nieuw stelsel geschetst en
de uitvoering is inmiddels volop aan de gang. Er komt betere informatie
online voor iedereen. Er komen daarnaast spreekuren in wijken voor
juridische vragen. We gaan verder meer doen om problemen aan de voorkant
op te lossen - ook om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast zetten we in
op terugdringen van zaken vanuit de overheid, door meer met de
menselijke maat te kijken.
Er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, die gericht zijn op een
duurzame oplossing voor de rechtzoekende. Door de invoering van
rechtshulppakketten krijgen mensen een oplossing van A tot Z, met een
integrale kostprijs en een passende kosten-batenafweging voor de inzet
van juridische hulp. Er komen verschillende pakketten, tegen
verschillende prijzen: lichte voor mensen die net iets meer nodig hebben
dan eerstelijnshulp, tot aan zware wanneer het direct duidelijk is dat
er een rechter aan te pas moet komen.
We verwachten hiermee dat er ruimte is voor vergoedingen voor advocaten
die 10% tot 20% hoger zijn dan de gemiddelde uurvergoeding die advocaten
nu krijgen volgens de commissie-Van der Meer.
Wat gaat hij nu doen nu de NOvA weer aan tafel zit?
Nu kunnen we weer met elkaar in gesprek over structurele verbeteringen.
We zullen het vast nog niet op alle punten met elkaar eens zijn. Maar
alleen door in gesprek te blijven, kom je nader tot elkaar. Zo kunnen we
naast de stappen die we al voortvarend zetten rond het terugdringen van
het procedeergedrag van de overheid en in het versterken van de eerste
lijn ook de kwaliteitsverbetering en doelmatigheidswinst in de tweede
lijn gezamenlijk vorm gaan geven.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
Kan de minister een overzicht leveren van alle overheidsdatabases waarin
persoonsgegevens worden bijgehouden?
Antwoord:
MRB is verantwoordelijk voor het wettelijk systeem m.b.t. de bescherming
van persoonsgegevens. Binnen dat systeem is elke
verwerkingsverantwoordelijke, waartoe ook individuele bestuursorganen
behoren, zelf verantwoordelijk voor een rechtmatige verwerking van
persoonsgegevens en dient ook aan te tonen dat die compliant is met de
AVG. Uit de AVG vloeit verder voort dat voor elk bestuursorgaan een
verplichting bestaat om een register van gegevensverwerkingen bij te
houden. Op de naleving van deze verplichting ziet de Autoriteit
persoonsgegevens (AP) toe. De AP kan bestuursorganen verzoeken om inzage
te geven in hun registers en op basis daarvan zo nodig handhavend
optreden. Dat geeft voldoende grip op deze databases. Tegen deze
achtergrond is het dan ook niet nodig om een overzicht van databestanden
van overheden bij te houden.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
Kan de minister reflecteren op de balans tussen privacy, de
onschuldpresumptie, en het opsporingsbelang?
Antwoord:
Alvorens te reflecteren op de balans tussen privacy, de
onschuldpresumptie, en het opsporingsbelang, is van belang op te merken
dat het verwerken van gegevens van niet-verdachte personen door de
overheid ten behoeve van bijvoorbeeld de aanpak van ondermijnende
criminaliteit niet onrechtmatig is. De gedachte dat dit in strijd zou
zijn met de onschuldpresumptie, klopt niet. Onschuldpresumptie is een
strafvorderlijk beginsel dat personen, zolang het tegendeel niet is
bewezen, voor onschuldig houdt, maar is geen beginsel dat aan het recht
op bescherming van persoonsgegevens ten grondslag ligt.
De huidige balans tussen privacy, de onschuldpresumptie en het
opsporingsbelang is in orde. Voor het verwerken van gegevens van
niet-verdachte personen dienen uiteraard gegronde redenen te bestaan.
Die redenen kunnen in het belang van de opsporing zijn gelegen. Ook moet
voor het verwerken daarvan een wettelijke grondslag bestaan en dient met
data-analyses op basis van dergelijke gegevens, gelet op de mogelijke
gevolgen, extra zorgvuldig te worden omgegaan. Verder moet de inbreuk op
de privacy die de verwerking meebrengt, proportioneel zijn en moet
duidelijk zijn dat het beoogde resultaat van de verwerking niet op
andere, minder ingrijpende wijze kan worden bereikt.
Als aan deze voorwaarden is voldaan, zou een data-analyse bijvoorbeeld
kunnen leiden tot een lijst waarop personen staan met kenmerken die op
een verhoogd risico wijzen dat zij een bepaalde ernstige vorm van
criminaliteit plegen, maar die nog geen verdachte zijn. Van een formele
verdenking is dus nog geen sprake. Daarvoor dienen concrete feiten en
omstandigheden met betrekking tot de desbetreffende persoon op tafel te
komen die op een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit
wijzen. Er zal dan ook altijd een nader onderzoek moeten plaats vinden
door opsporingsambtenaren (menselijke tussenkomst) en dan kan op basis
van dat onderzoek eventueel een verdenking ontstaan. Vanaf dat moment is
de onschuldpresumptie aan de orde.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
Is de minister, gegeven de zorgen vanwege de meldingen over seksisme en
racisme in de politieorganisatie, bereid het diversiteitsprogramma
binnen de politie voort te zetten?
Antwoord:
In 2019 en 2020 worden de projecten en thema’s die zijn ontwikkeld
binnen het programma ‘De Kracht van het Verschil’ in de staande
organisatie ondergebracht. Het programma was altijd van tijdelijke aard.
De projecten die onder het programma vallen worden voortgezet en
bestendigd omdat de aandacht voor deze onderwerpen door de korpschef
onderkend worden. De korpschef blijft de voortgang monitoren, ook
wanneer deze projecten zijn geborgd in de staande organisatie. Hierover
is de Kamer in het halfjaarbericht van 4 juli jl. geïnformeerd.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
Is de minister bereid om de toepassing van technologieën zoals Syri en
gezichtsherkenning te stoppen totdat waarborgen en controle hiervoor
zijn vormgegeven?
Antwoord:
Met betrekking tot SyRI kan opgemerkt worden dat de sociale zekerheid
één van de pijlers van onze maatschappij is. Fraude met uitkeringen doet
afbreuk aan het draagvlak en aan een doelmatige uitvoering. De aanpak
van misbruik van sociale voorzieningen en uitkeringen is daarmee
cruciaal. Fraude komt vaak pas aan het licht als gegevens van
verschillende overheidsinstanties met elkaar worden vergeleken. Dit is
binnen SyRI mogelijk door middel van het koppelen van bestanden.
Momenteel loopt er een rechtzaak over SyRI. Als gevolg daarvan drogen de
aanvragen van gemeenten voor het gebruik van dit systeem op. Daarmee is
er geen urgente aanleiding om het systeem stop te zetten. We wachten de
uitspraak van de rechter af.
Gezichtsherkenning kan op verschillende manieren worden ingezet,
bijvoorbeeld voor toegang tot een gebouw of apparaat, of binnen de
opsporing. Over dat laatste heeft de MJenV vandaag een brief aan de
Kamer gestuurd. Afhankelijk van de toepassing moet gekeken worden naar
het doel, de rechtmatigheid en naar eventuele risico’s en de
toepasselijke waarborgen. Er bestaan al aanvullende, strengere regels
voor het gebruik van biometrische gegevens. Een algemeen verbod gaat
teveel voorbij aan nuttige en verantwoorde toepassingen van
gezichtsherkenning.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
De minister van Justitie en Veiligheid zou de internationale en
grensoverschrijdende coalitiesamenwerking op het gebied van de opsporing
van zware criminaliteit bespreken met het (Europees) OM. Wat heeft dit
gesprek opgeleverd? Gaat de minister zich hiervoor inspannen?
Antwoord:
Met het OM is afgesproken dat zij in 2020 een strategisch kader ter
versterking van haar internationale samenwerking oplevert met als doel
een effectieve taakuitoefening, onder meer op het terrein van de aanpak
van zware criminaliteit. Dit zal een basis bieden voor de concrete
beleidsmatige en organisatorische vertaalslag van taken en
doelstellingen naar inspanningen van het OM. Daarbij wordt ook invulling
gegeven aan wettelijke (internationale) verplichtingen, wordt rekening
gehouden met de inspanningen van ketenpartners en wordt bovenal
ingespeeld op behoeften uit de praktijk voor internationale handvatten
om effectief op te kunnen treden.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
Wat zijn de uitkomsten van de gesprekken tussen de minister van Justitie
en Veiligheid, België en Duitsland over de internationale en
grensoverschrijdende coalitiesamenwerking op het gebied van de opsporing
van zware criminaliteit? Wanneer kan de Kamer een gezamenlijke
criminaliteitsanalyse verwachten?
Antwoord:
Er is periodiek overleg met mijn Belgische collega van Justitie en de
Belgische minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid. Binnenkort
vindt weer overleg plaats over de voortgang van de bestrijding
van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en praten we over
de wens om te om te komen tot een gezamenlijk criminaliteitsbeeld. Aan
dit overleg nemen ook van beide zijden het openbaar ministerie en de
politie deel.
Ook met de Duitse collega’s vindt geregeld overleg plaats. Met de
collega’s van NoordrijnWestfalen en Nedersaksen is afgesproken te bezien
of we de aanpak van zware criminaliteit kunnen intensiveren door middel
van meer gemeenschappelijke politieteams en intensivering van de
samenwerking in het zogenoemde EPICC.
Voor het verkennen van de mogelijkheden van grensoverschrijdende
bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit is sinds 1
september jongstleden het EURRIEC werkzaam. Hierin werken Duitsland,
België en Nederland samen.
Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)
Vraag:
Is de minister, gegeven de wildgroei aan initiatieven, pilots en
experimenten bij verschillende overheden, bereid om op dit gebied van
surveillance een controlerende functie in te nemen en elk jaar met een
monitorrapport te komen?
Antwoord:
Nieuwe surveillancetechnieken dragen bij aan een betere handhaving en
criminaliteitsbestrijding. Dit biedt dus kansen. De MRb heeft echter ook
begrip voor de zorg van het lid Verhoeven dat er voor gewaakt moet
worden dat er geen wildgroei ontstaat aan initiatieven, pilots en
experimenten met nieuwe surveillancetechnieken. De MRb is dan ook graag
bereid om na te gaan of het mogelijk is om een overzicht en jaarlijkse
monitor te maken van lopende initiatieven en pilots. Zo ja, zal de MRb
uw Kamer vóór de zomer 2020 informeren en een dergelijk overzicht
toesturen.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Kan het kabinet haast maken met nieuwe wettelijke instrumenten in het
kader van ondermijning, zoals het wetsvoorstel voor
informatiedeling?
Antwoord:
Nut en noodzaak van informatie-uitwisseling, zowel publiek-publiek als
publiek-privaat, ten behoeve van het tegengaan van ondermijning is
evident. De wet biedt hiervoor ook ruimte.
Zo is in het kader van de opsporing van strafbare feiten al veel
mogelijk op het gebied van informatie-uitwisseling. De Wet
Politiegegevens ligt hieraan ten grondslag. Ook informatiedelen tussen
burgemeesters is mogelijk. Dit gebeurt via de politie. Een burgemeester
kan in de driehoek vragen of de politie een collega burgemeester
informeert.
Waar overheidspartijen samenwerken bij de aanpak van georganiseerde
criminaliteit kan onder meer door middel van convenanten informatie
worden gedeeld. Een voorbeeld betreft de Regionale Inlichtingen en
Expertise Centra (de RIEC’s). Een ander voorbeeld is de BIJ-regeling
(Bestuurlijke Informatie Justitiabelen), die regelt dat een burgemeester
kan worden geïnformeerd over de vestiging van ex-gedetineerden in zijn
of haar gemeente.
De Wet Bibob biedt bestuursorganen de mogelijkheid om bij het nemen van
bepaalde besluiten de aanvrager en zijn zakelijke omgeving te screenen
door zijn antecedenten op te vragen. Deze mogelijkheden worden momenteel
uitgebreid met een wijziging van het Besluit justitiële en
strafvorderlijke gegevens, de consultatiereacties worden nu
verwerkt.
Daarnaast is op dit moment een 2e tranche wijziging wet Bibob in
voorbereiding waarin bestuursorganen nog meer mogelijkheden krijgen
informatie uit te wisselen. Op dit moment kan de officier van Justitie
overigens al een “tip” uitbrengen aan een burgemeester – namelijk dat er
aanleiding is om het Landelijk Bureau Bibob om advies te vragen. De
officier van Justitie levert dan de info die hij heeft.
Er wordt gevraagd om een noodwet voor informatie-uitwisseling. De
MJenV is bezig met meerdere initiatieven om het delen van informatie met
het oog op het tegengaan van ondermijning eenvoudiger te maken en geef
daar hoge prioriteit aan. Een noodwet is een wet die zo snel mogelijk
tot stand wordt gebracht. Ook een noodwet moet de eisen uit de AVG en de
richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging respecteren. De
MJenV begrijpt de vraag dus zo dat het gaat om een wet die snel in
werking kan treden en de mogelijkheden voor het uitwisselen van
informatie verbetert en vereenvoudigt.
De MJenV noemt in dat verband het wetsvoorstel gegevensverwerking door
samenwerkingsverbanden. De WGS geeft een betere grondslag voor
domeinoverstijgende, gezamenlijke gegevensverwerking ten behoeve van de
bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Daarbij is het bij uitstek
noodzakelijk dat meerdere partijen samenwerken en met het oog daarop
gegevens kunnen uitwisselen.
De MJenV verwacht het advies van de Raad van State en hoop het
wetsvoorstel begin volgend jaar bij uw Kamer in te kunnen dienen. Indien
uw Kamer dit wetsvoorstel met spoed wil behandelen, verleent hij daar
uiteraard alle medewerking aan.
Tot slot wordt op dit moment onder regie van het Aanjaagteam
Ondermijning een model-protocol opgesteld, dat inzichtelijk maakt welke
informatie binnen een gemeente wél kan worden gedeeld. Bij het opstellen
van dit protocol zal ook duidelijk worden waar knelpunten zitten in de
informatiedeling. Hiervoor wordt dan gekeken of oplossingen mogelijk
zijn, waarbij ook wetgeving tot de mogelijkheden behoort.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Waar gaan we mensen vandaag halen ter vergroting van de
politiecapaciteit? Politieacademie kan instroom nu al niet aan. Hoe
kunnen we mensen verleiden terug te keren naar de politie? Hoe kunnen we
zij-instroom bevorderen? Kunnen we de opleiding verkorten om de
politieacademie te ontzien? Welke taken van de politie gaan we
schrappen? Welke tien maatregelen heeft de audit om bureaucratie binnen
de politie te verminderen opgeleverd?
Antwoord:
De werving bij de politie loopt naar behoren. De instroom is de
afgelopen jaren sterk toegenomen en dit jaar zijn er meer aspiranten en
specialisten ingestroomd.
Hogere instroom vraagt natuurlijk veel van de Politieacademie. Daarom
wordt er stevig geïnvesteerd om de groei van de instroom van op te
vangen.
De Politieacademie krijgt er vanaf 2018 € 2 miljoen extra bij oplopend
naar structureel € 16 miljoen in 2022 zodat ze docenten kunnen aannemen
en huisvesting kunnen uitbreiden. In totaal komen er over het hele land
in de periode 2018-2024 circa 150 docenten bij. In het
arbeidsvoorwaardenakkoord Politie 2018-2020 wordt verder structureel €
10.1 miljoen beschikbaar gesteld voor flexibilisering van het
politie-onderwijs en de doorontwikkeling en innovatie van het
Vakspecialistisch Politie Onderwijs. Daarnaast werken politie en
politieacademie aan verbeteringen in de HR-keten van de politie en
vernieuwingen in het politieonderwijs met als doel om aspiranten en
zij-instromers sneller inzetbaar te krijgen voor de uitvoering van de
politietaak. Ter ondersteuning hiervan is recent een Taskforce ingezet
die op korte termijn met praktische voorstellen moet komen.
Een onderdeel van de aanpak van administratieve lasten in de opsporing
is een aanpak van de top tien irritaties in de opsporing, zoals die door
de politie zijn geïnventariseerd in het rapport ‘effectieve tijd voor
opsporing’. Uit deze top tien blijkt bijvoorbeeld dat ‘rechercheurs
verbinding met collega’s van andere teams missen omdat ze werken in
verschillende systemen en ze niet meer op locatie geplaatst zijn maar op
centrale werkplekken binnen de eenheid’ en dat ‘er een veelheid aan
verschoven oneigenlijke administratieve taken en werkzaamheden is’. Op
dit moment worden de ergernissen door de politie opgepakt, voor zover de
politie daar zelf invloed op kan uitoefenen. Daarnaast adresseert de
commissie-Zuurmond de aanpak van lasten in de opsporing op de
middellange termijn. Uw Kamer is hierover eind 2018 en medio 2019
geïnformeerd.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Kan er een meldplicht komen voor strafbaar gedrag in voetbalstadions
naast de stadionverboden van KNVB?
Antwoord:
De mogelijkheid tot het opleggen van een meldplicht naast de
stadionverboden van de KNVB bestaat al. De strafrechter, de OvJ (beiden
strafrecht) of de burgemeester (bestuursrecht) kan een meldplicht
opleggen in combinatie met een gebiedsverbod. Een club kan een lokaal
stadionverbod opleggen en de KNVB een landelijk.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Kan de MRb reageren op de nota die over letselschade is
geschreven?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 65.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Waarom heeft het kabinet er niet voor gekozen om structureel geld vrij
te maken voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, in het
bijzonder voor de drugsunit? Hoe gaan we nu om met grote tekorten en
capaciteitsproblemen die er zijn?
Antwoord:
Voor een ordelijk en beheersbaar begrotingsproces heeft het kabinet
afspraken gemaakt over de tijdstippen waar tot besluitvorming wordt
gekomen. Deze zijn vastgelegd in de begrotingsregels, die bij aanvang
van dit kabinet naar uw Kamer zijn gestuurd. Deze begrotingsregels zijn
gebaseerd op het Trendmatig Begrotingsbeleid zoals in 1994 is
geïntroduceerd door de toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm en
beter bekend staat als de Zalm-norm. Een van de basisprincipes is dat er
sprake is van één hoofdbesluitvormingsmoment. Voor wat betreft
structurele aanpassingen van de begroting en de meerjarencijfers is dat
in het voorjaar van ieder jaar. Dit integrale besluitvormingsmoment in
het voorjaar biedt voor het kabinet de mogelijkheid om alle zaken die
spelen in kaart te brengen, in samenhang te bezien en tegen elkaar af te
wegen. Voor het antwoord op het vraag deel politie wordt verwezen naar
de beantwoording m.b.t. de politiecapaciteit.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Kan het tekort bij mediation in strafzaken worden opgelost?
Antwoord:
In de begroting voor 2020 is € 1,33 miljoen opgenomen voor mediation in
strafzaken, waaronder jeugdzaken. Deze middelen zijn structureel. Zoals
gemeld in antwoorden op vragen van het lid Van Nispen bleek voor 2019
geen budget voor een zeer beperkt aantal mediations (circa 40). Ik heb
daarbij aangegeven dat dit zou worden opgelost in overleg met de Raad
voor de rechtspraak. Inmiddels heb ik het budget voor 2019 opgehoogd
naar € 1,43 miljoen. Mocht ook in 2020 het aantal mediationzaken hoger
blijken dan past binnen het beschikbare budget van € 1,33 miljoen, dan
zal ik ook hiervoor in overleg met de Raad voor de rechtspraak een
oplossing zoeken.
.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Hoe gaat de minister meten of het tegengaan van het uitreizen van
pedofielen door hun paspoort in te trekken ook daadwerkelijk voldoende
werkt?
Antwoord:
Door het innemen en vervallen laten verklaren van het paspoort (de
paspoortmaatregel) wordt beoogd dat een veroordeelde zedendelinquent
niet meer in staat is om buiten Schengen te reizen. BZK zal bijhouden
hoe vaak er op basis van artikel 18 en 24 van de Paspoortwet een verzoek
wordt gedaan tot het laten vervallen verklaren van een paspoort en hoe
vaak dit door BZK wordt toegekend.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Waarom is de staatssecretaris niet in overleg gegaan met de sociale
advocatuur zelf over de afschaffing van rechtsbijstand in asielzaken? Is
ze bereid om dat gesprek alsnog te voeren?
Antwoord:
Het beeld dat niet met de advocatuur over deze maatregel is gesproken is
niet juist. In het najaar van 2018 is al een bijeenkomst georganiseerd
voor de gehele asieladvocatuur om de gevolgen van de maatregel te
bespreken. Hiervoor waren ook de Raad voor Rechtsbijstand, de
rechterlijke macht, VWN en Nidos uitgenodigd. Daarnaast is de Raad voor
de Rechtsbijstand betrokken geweest bij het opstellen van de
impactanalyse ten aanzien van deze maatregel, naar aanleiding van een
motie van de Eerste kamer van december 2018. Ook de Raad voor de
Rechtspraak heeft naar aanleiding van bovenstaande motie een
impactanalyse gemaakt. Verder zal het ontwerpbesluit in een
voorhangprocedure en in (internet)consultatie worden gebracht. Daarbij
kunnen partijen op het ontwerpbesluit reageren.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Kunnen er scherpere, meetbare afspraken gemaakt worden over de aanpak
van de verwarde personenproblematiek en de effecten die deze
problematiek heeft op de capaciteit van de politie?
Antwoord:
Het is bekend dat het aantal meldingen over personen met verward gedrag
in de eerste helft van 2019 is gestegen ten opzichte van 2018. Hierover
hebben MJenV en de staatssecretaris van VWS zorgen. De politie krijgt te
maken met deze veelheid aan meldingen over een zeer diverse groep
waarvan het grootste deel níet gevaarlijk is of overlast veroorzaakt en
die juist ondersteuning en zorg nodig heeft.
Het is primair een zaak van gemeenten en hun partners om daadwerkelijk
regie te voeren op deze kwetsbare personen waarbij het uitgangspunt moet
zijn om vroegtijdig te signaleren en adequate zorg te verlenen. In dat
verband zou de mogelijkheid van wijk GGZ'ers een te bestuderen optie
zijn. In sommige delen van het land bestaat dit fenomeen al. Een aspect
daarbij is het vervoer van deze personen. Mensen die zorg nodig hebben
horen niet in een politieauto thuis, noch in een politiecel. Op vele
plekken in het land worden alternatieve vervoersmogelijkheden
uitgeprobeerd, zoals de ‘Streettriage’ in Deventer. De politie en de GGD
werken momenteel in vier politie-eenheden aan de gegevensverzameling
over hoe vaak er oneigenlijk vervoer door de politie plaatsvindt. Op
basis hiervan kunnen concrete afspraken worden gemaakt. Dit laat
onverlet dat de politie een taak heeft en zal blijven houden om in het
kader van openbare orde en bij overlast op 112-meldingen te
reageren.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Waarom wordt er geen eigen onderzoek verricht als we weten wat de
problemen zijn bij de IND? Als het al nodig is om een extern onderzoek
te laten verrichten, waarom heeft de staatssecretaris dat niet vijf
maanden geleden gestart?
Antwoord:
Onderzoek naar de mogelijkheden om de doorlooptijden te verkorten heeft
zeker plaatsgevonden. De SJenV heeft mede daartoe ook gesprekken met de
IND gevoerd. Inmiddels zijn de maatregelen getroffen die zijn beschreven
in de brief aan uw Kamer. Het aangekondigde externe onderzoek is dan ook
enerzijds gericht op validatie van die maatregelen en anderzijds op de
vraag of er nog aanvullende maatregelen mogelijk zijn.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Wat vindt de staatssecretaris van de kritiek van haar coalitiepartners
over de IND?
Antwoord:
De SJenV deelt de zorgen van de coalitiepartijen over de doorlooptijden.
Om die reden neemt zij ook de maatregelen zoals beschreven in de brief
van 18 november jl. waaronder het projectmatig aanpakken van kansrijke
asielaanvragen en het op grote schaal uitvoeren van het korter horen en
bondiger beschikken. Ten slotte heeft de SJenV besloten een
onafhankelijk externe partij opdracht te geven om de uitvoering van de
asielprocedure bij de IND door te lichten, ten einde op korte termijn
met voorstellen te komen die moeten leiden tot verdere verbeteringen van
de uitvoering van de asielprocedure.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Is de staatssecretaris het met het lid Kuiken eens dat het schrappen van
rechtsbijstand het werk voor de IND medewerkers niet makkelijker gaat
maken? Is de staatssecretaris bereid dit voorstel terug te
trekken?
Antwoord:
Als het gaat om het beperken van de rechtsbijstand in de eerste fase van
het asielproces, is het kabinet het eens dat dit verantwoord moet worden
ingevoerd. Dat is ook de inzet en bij de invoering van die maatregelen
zal daarmee rekening worden gehouden. De effecten daarvan op de IND
zullen overigens niet op korte termijn aan de orde zijn. Deze taken
komen niet noodzakelijkerwijs terecht bij beslismedewerkers die op dit
moment nodig zijn om de bestaande achterstanden weg te werken. Beide
maatregelen zijn gericht op wegnemen van nationale koppen bovenop het
Europese kader en hebben verdere Europese harmonisatie tot doel.
Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)
Vraag:
Hoe zou het kabinet een 'operatie schoolplein' vormgeven met preventieve
maatregelen om kinderen in kwetsbare posities te beschermen tegen
ronselen voor drugscriminaliteit? Hoeveel budget is nodig voor zo’n
operatie? Welke taken en bevoegdheden hebben instanties nodig voor zo'n
operatie? Hoe zorgen we voor een gedeeld beeld over de doelstellingen
van zo'n operatie? Hoe borgen we de effecten op de langere
termijn?
Antwoord:
Preventieve interventies, ook in het onderwijs, en ondersteuning van
kwetsbare jongeren maken deel uit van de preventieve aanpak van
criminaliteit, waaronder de bescherming tegen het ronselen voor
drugscriminaliteit. Onderdeel hiervan is dadergerichte preventie voor
jongeren en het weerbaar maken van scholieren, studenten en docenten in
het onderwijs. In het kader van de brede aanpak van ondermijnende
georganiseerde criminaliteit is de MRb met de MJenV en de collega’s van
SZW, OCW, VWS en BZK deze preventieve aanpak verder aan het uitwerken,
binnen de nu gestelde financiële kaders. Hierbij wordt gekeken naar
bestaande goede initiatieven, zoals bijvoorbeeld het Leerling Alert
project in Arnhem. Doel van het Leerling Alert project is om via scholen
leerlingen tijdig in beeld te krijgen die het criminele pad op gaan, hen
weerbaarder maken en hulp bieden en de samenwerking van de
zorg-coördinator en wijkagent vormgeven. Maar ook de Top-400 aanpak in
Amsterdam. Deze personen krijgen extra aandacht van de gemeente,
politie, DDG en jeugdbescherming ter voorkoming van het opnieuw in
aanraking komen met de politie. Ook schoolverzuim wordt hierbij
betrokken. De MJenV zendt uw Kamer in het voorjaar van 2020 een brief
over de uitgewerkte plannen inzake de brede aanpak van ondermijnende
georganiseerde criminaliteit en de financiële consequenties hiervan.
Hierbij wordt tevens gekeken naar de noodzakelijke taken en bevoegdheden
van betrokken instanties.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Is de minister bereid om alles op alles te zetten om de basisteams
bewaken en beveiligen op orde te krijgen?
Antwoord:
Zoals toegelicht in de brief aan uw Kamer van 20 november jl. stelt het
kabinet eenmalig 10 miljoen euro beschikbaar ten behoeve van de
versterking van het stelsel bewaken en beveiligen waaronder de DKDB, om
de druk op de basisteams te verlichten. In mijn brief over de bredere
aanpak van de ondermijning heb ik ook de plannen zitten voor een
structurele versterking van dit stelsel. Daar wordt
bij najaarsnota incidenteel al geld voor vrij gemaakt in de 110 miljoen
euro.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Is de MRb bereid het budget voor mediation in strafzaken volgend jaar
mee te laten groeien met het aantal zaken?
Antwoord:
In de begroting voor 2020 is € 1,33 miljoen opgenomen voor mediation in
strafzaken, waaronder jeugdzaken. Deze middelen zijn structureel. Zoals
gemeld in antwoorden op vragen van het lid Van Nispen bleek voor 2019
geen budget voor een zeer beperkt aantal mediations (circa 40). Ik heb
daarbij aangegeven dat dit zou worden opgelost in overleg met de Raad
voor de rechtspraak. Inmiddels heb ik het budget voor 2019 opgehoogd
naar € 1,43 miljoen. Mocht ook in 2020 het aantal mediationzaken hoger
blijken dan past binnen het beschikbare budget van € 1,33 miljoen, dan
zal ik ook hiervoor in overleg met de Raad voor de rechtspraak een
oplossing zoeken.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Kan de ‘nabijheidsrechter’ zoals ze het in België noemen een meer
volwaardige optie worden voor Nederland? Kan de minister voor
Rechtsbescherming in kaart brengen hoe dat kan worden
verwezenlijkt?
Antwoord:
Het is nu nog te vroeg om definitief uitspraken te doen over landelijke
invoering van een nabijheidsrechter. In september heeft de MRb
een onderzoek naar de vrederechter in België en Frankrijk naar de Kamer
gestuurd. De onderzoekers pleiten voor een geleidelijke aanpassing van
de praktijk en de regelgeving om de kantonrechter pragmatischer,
informeler en oplossingsgerichter te laten worden. De onderzoekers geven
aan dat in deze geleidelijke aanpassing varianten kunnen worden beproefd
met toepassing van de toekomstige Tijdelijke experimentenwet
rechtspleging. Daarbij kan worden voortgebouwd op experimenten die nu in
het kader van maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER) worden
gehouden. De MRb wil de ervaringen met en evaluaties van lopende en nog
te starten pilots afwachten alvorens te beslissen over de structurele
invoering van een nabijheidsrechter. De MRb wil in de eerste helft van
volgend jaar, na evaluatie van de regelrechter Rotterdam en de
Wijkrechter Den Haag, met de Raad voor de rechtspraak een eerste balans
opmaken en zal Uw Kamer hierover informeren.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Is de minister bereid om met gemeenten in gesprek te gaan over het
inzetten van een waarborgsom bij de vergunningverlening voor festivals?
De organisator van een festival betaalt dan een waarborgsom aan de
gemeente en deze wordt niet teruggegeven als tijdens het festival een
overtreding van de Opiumwet wordt geconstateerd.
Antwoord:
Nee, een dergelijke maatregel is juridisch niet mogelijk. Een festival
is een legale activiteit en er is geen rechtsgrond voor het stellen van
een dergelijke waarborgsom in het kader van de Opiumwet. Gemeenten
stellen in het kader van hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde
en de volksgezondheid rond evenementen via de vergunning eisen aan
festivalorganisatoren. In veel gevallen moet in de huisregels van de
organisatie worden opgenomen dat wie op het bezit van harddrugs wordt
betrapt – ook al betreft het één pil – hiervan afstand moet doen en het
festivalterrein moet verlaten, zonder de mogelijkheid van terugkeer. In
de lokale driehoek worden afspraken gemaakt over de handhaving en over
het algemeen is sprake van een goede samenwerking tussen gemeenten en de
organisatoren van festivals en evenementen.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Kan de minister duidelijkheid geven over het strafbaar zijn van
drugsbezit in zogenaamde wasstraten bij festivals?
Antwoord:
Drugsbezit is altijd strafbaar. Gemeenten stellen in het kader van hun
verantwoordelijkheid voor de openbare orde en de volksgezondheid eisen
aan de organisatoren van festivals. Bezoekers moeten in de regel
voorafgaand aan het betreden van het evenemententerrein worden
gecontroleerd op drugsbezit. Ook kan in de huisregels van de organisatie
worden opgenomen dat wie op het bezit van harddrugs wordt betrapt – ook
al betreft het één pil – hiervan afstand moet doen en het
festivalterrein moet verlaten, zonder de mogelijkheid van terugkeer. Bij
het aantreffen van grotere hoeveelheden wordt de politie ingeschakeld en
zal vervolging plaatsvinden.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Kan de minister een reactie geven op mijn motie (ingediend bij
begrotingsbehandeling BZK) over kindermishandeling in Caribisch
Nederland?
Antwoord:
Het lid Van der Graaf (CU) heeft gevraagd om een reactie op haar motie
die ze bij de behandeling van de BZK-begroting heeft ingediend en
vervolgens heeft aangehouden. In haar motie verzoekt ze de regering in
samenspraak met de openbare lichamen BES, met een wetsvoorstel te komen
om geestelijk geweld, lichamelijk geweld of andere vernederende
behandeling in de opvoeding op de BES te verbieden en te bezien of
verdere aanvullende wetgeving voor de aanpak van kindermishandeling
nodig is.
Kindermishandeling is in Nederland en ook op de BES strafbaar. Naast
strafbaarstelling van kindermishandeling in het Nederlands wetboek van
Strafrecht is in het Nederlands Burgerlijk Wetboek opgenomen dat ouders
in de verzorging en opvoeding van het kind geen geestelijk of
lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toepassen
(artikel 1:247 BW). Het is mogelijk om een dergelijke norm ook in het
Burgerlijk Wetboek voor de BES op te nemen. Hierbij wijst de MRb er wel
op dat het opnemen van een dergelijke norm niet voldoende is om
huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen.
Er is door het ministerie van VWS in 2017 een akkoord met de Openbare
Lichamen gesloten om samen op te treden tegen kindermishandeling. Dit
akkoord loopt tot en met 2020. In het eerste kwartaal van 2020 wordt uw
Kamer geïnformeerd door de staatssecretaris van VWS in afstemming met
MRb over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op de BES
na 2020. Hierbij wordt ook ingegaan op de vraag of het huidig juridisch
kader toereikend is.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
We hebben een wet die stelt dat bezit van drugs strafbaar is, dat is de
Opiumwet. Ik vraag de minister hoe vaak de Opiumwet is gehandhaafd bij
het gebruik van 1-10 gebruikseenheden. Is hij het met de CU eens dat
hier nog veel te winnen valt? We hebben een Opiumwet, laten we dat goed
gebruiken.
Antwoord:
De staatssecretaris van VWS heeft uw Kamer per brief van 25 april 2019
geinformeerd over het drugspreventiebeleid (Zie ook vraag 1 antwoord op
vraag aan lid Van Toorenburg). Ook in de uitwerking van het breed
offensief zal ruime aandacht zijn voor preventie van het drugsgebruik,
bijvoorbeeld door middel van publiekcampagnes.
In de Aanwijzing Opiumwet is het uitgangspunt opgenomen dat het bezit
van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik van een middel vermeld op
lijst 1 in beginsel niet tot gerichte opsporing leidt. Het bezit van
elke hoeveelheid daarboven leidt tot vervolging. Uit de systemen van het
OM valt alleen na te gaan welk artikel van de Opiumwet ten laste is
gelegd, niet om welke hoeveelheid dit ging. Om die reden zijn er geen
landelijke cijfers beschikbaar over het aantal gevallen waar gehandhaafd
werd op 1 tot 10 gebruikershoeveelheden.
Het belang van de handhaving van de norm dat drugsbezit verboden is
staat buiten kijf. Wel biedt de Aanwijzing voor de Opsporing het
Openbaar Ministerie de mogelijkheid om regionaal en lokaal keuzes te
maken in de opsporing. Deze keuzes kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op
de beschikbare capaciteit van de politie en het Openbaar Ministerie, de
lokale prioriteiten, het veiligheidsbeleid en andere
omstandigheden.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Bent u bereid om mogelijkheden te bieden voor het uitbreiden danwel
vervolgen van een gelopen pilot om uitbuiting te signaleren via
bankgegevens?
Antwoord:
De pilot is een interessant initiatief van ABN Amro, de Universiteit van
Amsterdam en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er ligt nu
een voorstel van het lid Van der Graaf om deze pilot te verbreden naar
andere thema’s, zoals witwassen en corruptie. De minister van JenV ziet
nu geen aanleiding om de pilot uit te breiden, er lopen al veel
initiatieven om het zicht op witwassen en corruptie te vergroten, ook in
samenwerking met de wetenschap, publieke en private partijen zoals
banken, dit zou dubbelop zijn. In het kader van de uitvoering van het
plan van aanpak witwassen en de intensiveringen voor de aanpak van
ondermijning en voor het afpakken van crimineel vermogen wordt in het
bijzonder gewerkt aan het vergroten van het zicht op criminele
geldstromen. Zo is door het periodiek moeten opstellen van een Nationale
Risk Assessment witwassen een mechanisme in het leven geroepen, waarbij
het WODC risico’s inzake witwassen in kaart brengt, zodat daarop continu
kan worden gehandeld. Daar zijn alle relevante publieke en private
partijen bij betrokken. Verder worden projecten op bepaalde thema’s,
waaronder corruptie, reeds in PPS-verband opgepakt binnen het Financial
Expertise Centrum en wordt die samenwerking geïntensiveerd. Dat geldt
ook voor samenwerking met de FIU-Nederland en het Anti Money Laundering
Center. Verder zal de ministerraad op korte termijn besluiten over het
opzetten van een themaregister ambtelijke omkoping. Tenslotte beperken
de aanbestedingsregels ook mogelijk het uitbreiden van een pilot.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Waarom is de 2,5 miljoen euro tegen antisemitisme niet uitgegeven?
Antwoord:
Er is door de regering een bedrag van € 3 mln. ter beschikking gesteld
om in de periode 2019-2021 maatregelen te kunnen nemen om antisemitisme
effectief tegen te kunnen gaan. In overleg met Joodse
belangenorganisaties is een grote inspanning geleverd en tot een
evenwichtig pakket aan maatregelen gekomen gericht capaciteitsopbouw,
het vergroten van de weerbaarheid, bewustwording en het verbeteren van
de samenwerking tussen de instanties die zich bezig houden met het tegen
gaan van antisemitisme. 1 Miljoen is reeds bestemd vor 2019; een groot
aantal van die projecten zal nog dit jaar starten.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Kan de minister reflecteren op de berichten over een angstcultuur bij
het ministerie van Justie en Veiligheid?
Antwoord:
Over het algemeen ervaren medewerkers de werkomgeving als prettig, zoals
blijkt uit het medewerkersonderzoek van eind vorig jaar op het
bestuursdepartement ,waar uw Kamer eerder over is geïnformeerd.
Medewerkers beoordelen hun werkplezier met een 7,1. In vergelijking met
de vorige meting is dit zelfs iets hoger. Er wordt hard, consciëntieus
en kwalitatief goed gewerkt. Als er incidenten zijn dan drukt dat op dat
moment vanzelfsprekend op de werksfeer net als in andere
organisaties.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Wat vindt de minister ervan hoe de gemeente Glanerbrug heeft gehandeld
bij het tegengaan van drugsoverlast en is de minister bereid om dit te
delen als best practice met andere gemeentes?
Antwoord:
De gemeente Enschede, waar Glanerburg deel van uit maakt, heeft het
gebruik van drugs in Glanerburg verboden om de lokaal ervaren overlast
tegen te gaan. In hoeverre gemeenten het al dan niet noodzakelijk achten
het gebruik van drugs (in gebieden) te verbieden, is een afweging die
het beste lokaal gemaakt kan worden, afgestemd op de plaatselijke
problematiek en behoeften.
De MJenV juicht het toe dat gemeenten best practices met elkaar delen.
Om dat te stimuleren wordt ook jaarlijks samen met het Landelijk
Informatie en Expertise Centrum een mini symposium drugscriminaliteit
georganiseerd. Het symposium is ‘van professionals, voor professionals’
voor iedereen die werkzaam is bij de (semi-)overheid.
Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)
Vraag:
Is de minister bereid om met gemeenten in gesprek te gaan over het
invoeren van het ingezetencriterium?
Antwoord:
Het handhaven van het ingezetenencriterium is een aangelegenheid
waarover de lokale driehoek besluit. Op lokaal niveau kan het beste
worden besloten waar de schaarse handhavingscapaciteit op moet worden
ingezet. De MvJ blijft bij gemeenten het belang van het
ingezetenencriterium benadrukken.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Wat is er financieel nodig op de langere termijn in de
strafrechtketen?
Antwoord:
Dit kabinet investeert al flink in de strafrechtketen. Voorbeelden
hiervan zijn de middelen van € 200 miljoen voor de digitalisering van de
keten, 20 miljoen structureel voor het opvangen van keteneffecten van de
intensiveringen bij de politie en de investeringen voor de aanpak van
ondermijnende criminaliteit en zeden. Tegelijkertijd wordt al een aantal
onderzoeken uitgevoerd die een beter zicht moeten geven op de
capaciteitsbehoefte in de strafrechtketen. Zo zal binnenkort een
doorlichting van de strafrechtketen worden uitgevoerd. Daarin wordt
onder andere onderzocht hoe de ontwikkelingen in de
criminaliteitscijfers zich verhouden tot de ervaren toegenomen druk op
organisaties in de strafrechtketen. Het onderzoek zal uitmonden in
voorstellen hoe de strafrechtketen beter kan presteren. De MJenV en MRb
verwachten uw Kamer medio 2020 te kunnen informeren over de uitkomsten
van deze doorlichting van de strafrechtketen. Daarnaast zal een
verkennende studie worden gedaan naar de capaciteit binnen de
strafrechtketen. Dit onderzoek wordt mede bezien in het licht van een
aangenomen motie (Kamerstuk 35.300, C.) van de Eerste Kamer over een
onafhankelijk onderzoek naar de mogelijkheden en condities waaronder de
continuïteit in de bekostiging van de rechtsstaat beter kan worden
geborgd en duurzaam versterkt.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Is de staatssecretaris bereid de afschaffing van rechtsbijstand in de
beginfase te herzien?
Antwoord:
De IND en de Raad voor de Rechtspraak hebben op verzoek van de Eerste
Kamer beide uitvoeringstoetsen gedaan om de gevolgen van de maatregel
voor de IND en de rechterlijke macht in kaart te brengen.
De resultaten van de uitvoeringstoetsen zijn gereed en zullen samen met
de ontwerp-AMvB aan de Eerste en Tweede Kamer worden toegestuurd in het
kader van de voorhangprocedure.
De reden achter de maatregel ligt in het feit dan Nederland verder gaat
dan de meeste andere lidstaten en dan Europese wetgeving ons
verplicht.
De Procedurerichtlijn verplicht lidstaten om op verzoek kosteloze
rechtsbijstand en vertegenwoordiging te bieden in
beroepsprocedures. Deze verplichting geldt niet voor de
besluitvormingsfase (het proces waarin de IND tot een beslissing
komt).
Als we willen harmoniseren in de EU dan moeten we soms ook bereid zijn
om nationale praktijk aan te passen en los te laten.
Dat is ook de primaire reden dat de SJenV met deze maatregel verder
gaat.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Is de staatssecretaris bereid om een met een coalition of the willing
alvast te kijken naar mogelijkheden voor Europese aanmeldcentra? Waarom
wil de staatssecretaris niet samenwerken met de Malta groep op dit
gebied?
Antwoord:
De vraag verwijst mogelijk naar het concept van 'controlled centre' uit
de Europese Raadsconclusies van juni 2018. Nederland is daar nog altijd
voorstander van. Dergelijke centra zijn vanwege onvoldoende steun nog
niet opgezet. Wel is er op Europees niveau nog steeds discussie gaande
over het al dan niet verplicht stellen van een grensprocedure aan de
buitengrenzen. Deze zet in essentie op dezelfde doelstelling. Namelijk
in een gecontroleerde of gesloten setting snel bepalen of een
asielaanvraag kansrijk of kansarm is, en direct aan terugkeer werken in
het laatste geval. Nederland heeft zich, zoals bekend, niet aangesloten
bij de intentie verklaring van Malta omdat deze zich beperkte tot ad hoc
ontscheping en herplaatsing. Nederland is en blijft echter bereid om te
praten over verstandige, structurele vormen van samenwerking op dit
terrein die aanzuigende werking voorkomen. Uitgangspunten daarbij zijn
dat er sprake moet zijn van disproportionele druk op de betreffende
Lidstaat, toepassing van de grensprocedure, ondersteuning door EU
agentschappen, en een eerlijke verdeling onder Lidstaten.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Is de staatssecretaris bereid om casemanagers niet alleen in te zetten
aan het eind van complexe asielzaken zoals dat nu het geval is, maar ook
aan het begin van een zaak?
Antwoord:
Zoals eerder in reactie op het rapport van Zwol is gemeld zijn er
duidelijke voordelen van casemanagement in complexe zaken. Wel is
aangegeven dat vanwege de grote achterstanden van de IND het momenteel
lastig is om casemanagement in complexe zaken breder in te voeren. We
kennen op dit moment al een vorm van casemanagement in zaken van
criminele asielzoekers. Daarnaast gaan we starten met casemanagement in
zaken waarin een terugname-akkoord (vervangend reisdocument) is
afgegeven door een diplomatieke vertegenwoordiging. Ervaringen met deze
werkwijze moeten uiteindelijk verder uitgebouwd worden tot breder
casemanagement in complexe zaken vanaf de start van de procedure.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Kan de staatssecretaris de Kamer informeren over of er al één
herbeoordeling is geweest in het kader van bekeringen?
Antwoord:
Bij de bekeringscoördinatoren van de IND is een dergelijke
herbeoordeling niet bekend. Dit betekent overigens niet dat een
dergelijke zaak zich nooit heeft voorgedaan. Ook bij herhaalde
asielaanvragen wordt het asielmotief immers niet geregistreerd.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
Kan de staatssecretaris een doelgroepbenadering van de grond krijgen
voor de LHBTI-groep?
Antwoord:
Nee, de doelgroepbenadering is gebaseerd op kenmerken die in de
aanmeldfase bekend en geregistreerd worden, zoals nationaliteit en of de
vreemdeling AMV’er is of bijvoorbeeld Dublinclaimant. De
doelgroepbenadering is dus niet gekoppeld aan een asielmotief, zoals
lhbti gerichtheid of bekering. Het asielmotief is niet bij voorbaat al
bekend.
Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)
Vraag:
De aanbevelingen van het WODC over de herbeoordelingen worden
grotendeels terzijde geschoven. Zelfs bij de pilot in Den Bosch mag de
Tweede Kamer niet meekijken. Kan de staatssecretaris dat nu wel
toezeggen?
Antwoord:
Tijdens het AO van 7 november heeft de SJenV aangegeven dat aan de
medewerkers van de IND was meegegeven dat de evaluatie intern zou zijn
en zij zich daarom niet vrij voelt deze openbaar te maken of anderszins
met de leden van uw Kamer te delen. Zij zou dit nog met de
hoofddirecteur van de IND bespreken. Dit is inmiddels gedaan en dat
leidt niet tot een ander inzicht. De positieve resultaten uit de pilot
worden voortgezet in de beslispraktijk.
Vragen van het lid Wassenberg, F.P (PvdD)
Vraag:
Waar blijft het antwoord op de Kamervragen over hondengevechten?
Antwoord:
De MJenV zal uw Kamer de antwoorden op de Kamervragen over
hondengevechten nog deze week doen toekomen.
Vragen van het lid Wassenberg, F.P (PvdD)
Vraag:
Waar blijft het wetsvoorstel voor een houdverbod na ernstige
dierenmishandeling? Kunnen malafide veehouders en hondenfokkers een
beroepsverbod krijgen?
Antwoord:
De consultatie over het wetsvoorstel is afgerond. De uit de consultatie
naar voren gekomen reacties worden op dit moment in overleg met de
minister van LNV besproken en verwerkt. Het wetsvoorstel zal in het
voorjaar van 2020 ter advisering aan de Raad van State worden
voorgelegd. Beroepsverboden voor malafide veehouders en hondenfokkers
zijn mogelijk op grond van de Wet economische delicten. Dit is mogelijk
bij overtreding van specifieke dierenwelzijnsregels, zoals voorschriften
inzake huisvesting en voeding.
Vragen van het lid Wassenberg, F.P (PvdD)
Vraag:
Klopt het dat de minister zijn standpunt heeft gewijzigd over het
initiatief voor de e-screener van het Trimbos instituut waarmee
gecontroleerd wordt of de aanvrager voor een vergunning voor een
vuurwapen in aanmerking komt? Waarom wacht de minister niet tot de
evaluatie van de (Vuurwapen)wet alvorens hij de test met e-screener
schrapt? Wat was het advies van het Trimbos instituut en TNO over het
schrappen van deze test? Is het schrappen van de e-screener test in lijn
met de Europese vuurwapenrichtlijn?
Antwoord:
Nee, er blijkt een misverstand uit deze vraag. De e-screener is niet
afgeschaft. Er is geen sprake van een advies door het Trimbos instituut
en TNO over het schrappen van de test.
Zoals op 29 oktober jongstleden aan uw Kamer is gemeld, heeft
problematiek in de uitvoeringspraktijk MJenV wel doen besluiten dat
aanpassing nodig is. Het komende jaar blijft de e-screener alleen als
verplicht instrument aangewezen voor nieuwe aanvragers van wapenverloven
en jachtaktes. De screening voor bestaande verlofhouders wordt
uitgesteld. De werking van het instrument wordt, zo is bij de
introductie ervan al aan uw Kamer toegezegd, strak gemonitord en door
TNO geëvalueerd.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Kan de minister, in het kader van het 12 puntenplan op drugsbeleid,
reageren op het plan om Rotterdamse douaniers te voorzien van een
bodycam?
Antwoord:
Het is de minister van JenV bekend dat de Douane een integrale
integriteitsaanpak hanteert. Voor een nadere toelichting daarop wordt
verwezen naar de Staatssecretaris van Financien. Tevens wordt
verwezen naar de recente brief die de Staatssecretaris van Financien in
augustus dit jaar heeft verzonden (d.d. 22 augustus 2019 inzake
Versterken screening Douane)
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Klopt het dat recentelijk 150 agenten uit Oost-Nederland zijn ingezet
voor de bewaking van rechters, advocaten en officieren?
Antwoord:
Zoals toegelicht in de brief aan uw Kamer van 20 november jl. leiden de
recente ontwikkelingen in de georganiseerde en ondermijnende
criminaliteit tot grotere druk op ons politieapparaat. De inzet
fluctueert per dag en omvat, landelijk gezien, enkele honderden fte’s.
Het aandeel van Oost-Nederland hierin is aanzienlijk minder dan 150
fte.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Klopt het dat politiecellen worden gesloten in Tiel, Ede, Doetinchem en
Deventer?
Antwoord:
De eenheid Oost-Nederland onderzoekt op dit moment welke impact de
sluiting van arrestantencellen in de genoemde gemeenten en wat hiervan
de gevolgen zijn heeft op het primaire proces. Hiertoe worden ook
eventuele zorgpunten van de burgemeesters in beeld gebracht. In het
voorjaar van 2020 wordt een definitief besluit aan het bestuur in de
eenheid Oost-Nederland voorgelegd. De korpschef heeft aan MJenV bericht
dat tot die tijd de negen cellencomplexen in de eenheid op de huidige
wijze open blijven.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Hoeveel gemeenten hebben inmiddels stadmariniers aangesteld? Welke rol
kan het rijk spelen om gemeente te stimuleren om zo’n ‘super ambternaar’
aan te stellen?
Antwoord:
Veel gemeenten hebben personen aangesteld die als taak hebben om in een
of meerdere wijken aanspreekpunt te zijn voor bewoners en ondernemers,
en tegelijkertijd de oren en ogen van de gemeente zijn op het gebied van
leefbaarheid en veiligheid. Deze personen, ook wel stadsmariniers
genoemd, zoals in Rotterdam, Breda en Tilburg, kennen de wijk goed en
zorgen voor samenwerking tussen verschillende partijen en een integrale
aanpak. Er wordt niet bijgehouden in hoeveel gemeenten deze
stadmariniers werkzaam zijn.
In de uitwerking van het brede offensief tegen ondermijnende
criminaliteit kijkt MJenV samen met MRb en hun ambtsgenoten van BZK,
OCW, SZW en BZK hoe we als Rijk de gemeenten kunnen ondersteunen bij het
werken met frontlinie medewerkers ter versterking van de samenwerking
tussen de domeinen veiligheid en sociaal.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Is er iets van toezicht op burgerwachten? Passen deze ontwikkelingen in
de visie van het kabinet op de rechtsstaat? Hoe vertaalt dit zich in
meer blauw op straat?
Antwoord:
In november 2018 is in uw Kamer een motie aangenomen van de leden Van
Dam en Den Boer over burgeropsporing en burgerhandhaving. Die motie
verzoekt de regering om de waarde van een landelijke politierichtlijn
voor de burgerhandhaving en -opsporing, met inachtneming van
rechtsstatelijke waarborgen, te onderzoeken.
De normstelling voor burgerhandhaving ligt primair bij de lokale
gezagen. Daarom is MJenV in gesprek met de VNG, de politie en het
Landelijk Overleg Veiligheid Politie om verder te verkennen of er
behoefte is aan landelijke normering en, zo ja, in welke vorm. Samen met
gemeenten en politie wordt al jaren geïnvesteerd in een professioneel
platform, Burgernet, dat ingezet wordt om deze samenwerking te
bevorderen. In het eerstvolgende halfjaarbericht politie, dat voor het
einde van dit jaar naar uw Kamer wordt verstuurd, komt MJenV terug op de
stand van zaken over dit onderwerp.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Deze zomer is een Zaandammer opgepakt met zeven ton aan contanten, maar
door het OM is een schikking getroffen van 70.000 euro. Welk signaal
gaat hiervan uit naar drugscriminelen? In Sicilië heeft men eindelijk de
maffia klem door geld eerder af te pakken. Dit geld komt ten goede aan
de gemeenschap. Op deze manier wordt de burger enthousiast medespeurder.
Wat vindt de minister van deze werkwijze?
Antwoord:
Het beleid is om crimineel vermogen af te pakken. Op deze individuele
zaak wordt niet door de MJenV ingegaan. De toelichting daarop is aan het
Openbaar Ministerie.
Het ten goede laten komen van de afpakopbrengsten aan de gemeenschap is
een sympathieke en interessante gedachte.
Vooropgesteld moet worden dat teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen
aan het slachtoffer uiteraard mogelijk is als het slachtoffer
rechthebbende is.
Verder is in algemene zin de inzet van deze opbrengsten voor specifieke
projecten in de gemeenschap niet zomaar mogelijk. De geraamde
afpakopbrengsten kennen een generale behandeling en beleidsmatige
verlaging van de raming leidt tot een dekkingsprobleem binnen het
uitgavenkader.
Een voorstel voor een pilot wordt voorbereid om afgepakte panden een
bestemming te geven ten behoeve van de gemeenschap, waardoor het ook
voor de samenleving zichtbaar wordt dat misdaad niet loont. De wens voor
een bredere toepassing van dit zogenoemde maatschappelijk herbestemmen
wordt bij dat voorstel betrokken. Daarbij zal de minister van JenV met
de bewindspersonen van Financiën en Binnenlandse Zaken en met gemeenten
het gesprek voeren hoe een dergelijk initiatief doeltreffend voor de
gemeenschap wordt.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Klopt het dat criminele asielzoekers uit Ter Apel op rooftocht gaan in
Amsterdam?
Antwoord:
Het is niet bekend of asielzoekers uit Ter Apel - zoals de heer Krol
stelt - op rooftocht gaan in Amsterdam. Dit laat onverlet dat ik me
inzet de overlast door asielzoekers tegen te gaan.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Wat is de reactie van de staatssecretaris op dat het pact van Marrakesh
tot minder asielzoekers zou leiden, maar het aantal asielzoekers niet
lijkt af te nemen?
Antwoord:
Het pact van Marrakesh (Global Compact on Migration) is een
diplomatiek instrument binnen het VN-systeem om de samenwerking op
migratie tussen landen te versterken. De uitwerking daarvan gebeurt op
vrijwillige basis tussen landen. Een goed voorbeeld is het recente
initiatief om migranten vanuit de detentiecentra in Libië over te
brengen naar Rwanda via een Emergency Transit Mechanism.
Nederland ondersteunt dergelijke initiatieven die er op zijn gericht om
migratiesamenwerking tussen herkomst-, transit en opvanglanden te
verbeteren.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Hoe zit het met het 50plus voorstel voor een medaille uitreiking voor
dappere agenten?
Antwoord:
Het Besluit Eremedaille verdienste politie biedt voldoende ruimte om de
medaille voor diverse (uitzonderlijke) prestaties uit te reiken. De
Eremedaille is geschikt voor uitzonderlijke prestaties van
eenheidsoverstijgend of landelijk belang. De medaille is voor het eerst
uitgereikt aan de vorige plaatsvervangend korpschef. Daarnaast heeft de
politie gewerkt aan de interne bekendheid van de medaille en het proces
voor toekenning. Daarbij is onder andere aangegeven dat de medaille
toegekend kan worden voor het in de motie beoogde doel. Dit heeft er toe
geleid dat er op dit moment een aantal voordrachten worden
voorbereid.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Is er al een bedrag van 100k per jaar voor herzieningszaken? Zo niet,
dan wil mijn fractie daarover een amendement indienen met de SP.
Antwoord:
Het lid Krol heeft tijdens het AO herziening ten voordele aangegeven dat
hij het belangrijk vond dat er financiering zou komen voor particuliere
initiatieven zoals het Ina Post fonds. Uit de evaluatie van de Wet
herziening ten voordele is gebleken dat er geen aanleiding bestaat om
particuliere initiatieven te financieren aangezien ook voor toegang tot
dergelijke financiering criteria dienen te worden opgesteld, waarover
dezelfde discussies kunnen worden gevoerd als over de toegang tot de
herzieningsprocedure zelf of de toegang tot de ACAS. De MRb heeft
tijdens het Algemeen Overleg over de evaluatie van de Wet herziening ten
voordele op 12 september jl. toegezegd in gesprek te gaan met de
betrokkenen in het veld om ervaringen te horen over de werking van de
wet in de praktijk. Ik zal de kamer hierover informeren in de brief die
in januari 2020 naar de Kamer zal worden verzonden.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Heeft de MRb al een reactie op voorstel van 50Plus om de Onderzoeksraad
voor Veiligheid een rol te laten spelen in herzieningszaken?
Antwoord:
In het AO van 12 september jl. over herziening heeft de MRb
aangegeven geen rol te zien voor de Onderzoeksraad voor de Veiligheid
(Ovv) in herzieningszaken. Uitbreiding van wettelijke taken van de Ovv
moeten gebaseerd zijn op absolute noodzaak en daarvan is hier geen
sprake. Uit de evaluatie van de Wet herziening ten voordele is gebleken
dat de daarin neergelegde regeling voor herziening goed functioneert.
Een ander orgaan dan de procureur generaal bij de Hoge Raad met
herzieningsonderzoeken te belasten is dus niet nodig.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Kan de staatssecretaris een reactie geven op het ouderenverblijf dat in
Amsterdam wordt ingericht voor 70 uitgewezen asielzoekers aangezien
ouderen hier bang voor zijn?
Antwoord:
De gemeente Amsterdam heeft de SJenV gemeld dat zij niet voornemens is
een ouderenopvang te openen.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Hoe staat het met de maatregelen om de aangiftebereidheid te verhogen en
zijn er al resultaten geboekt?
Antwoord:
Middels verschillende initiatieven wordt gewerkt aan het verhogen van de
aangiftebereidheid. Bijvoorbeeld door het doen van aangifte
laagdrempeliger te maken (online aangifte doen; anoniem aangifte doen
via Meld Misdaad Anoniem) of via programma’s gericht op het verhogen van
aangiftebereidheid bij specifieke vormen van criminaliteit waar de
aangiftebereidheid relatief laag is gebleken, zoals bij discriminatie,
zeden en cybercriminaliteit. In 2020 volgt een nieuwe rapportage van de
Veiligheidsmonitor waarin cijfers met betrekking tot aangiftebereidheid
tot en met 2019 zijn opgenomen.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Kan de minister zijn waardevolle tips voor het tegengaan pesten, zoals
gister geuit in het Kindervragenuur, herhalen?
Antwoord:
Het kindervragenuur in de Kamer afgelopen dinsdag vormde de aanleiding
om pesten weer hernieuwd onder de aandacht te brengen. Pesten moet
direct corrigerend worden aangepakt, omdat onschuldig lijkende plagerij
kunnen uitmonden in strafbare feiten. En het is een taak van ons allen –
ouders, docenten, voetbaltrainers, maar ook werkgevers, bestuurders en
politici – om dat soort tendensen te herkennen, in de gaten te houden en
waar nodig corrigerend op te treden. Omdat we weten waartoe het kan
leiden als we het onbesproken laten.
Het afgelopen jaar heb ik diverse malen de norm gezet, zoals dat je mag
demonstreren, maar met je handen van elkaar moet afblijven en dat
transgender personen zichzelf niet hoeven te verstoppen maar moeten
kunnen zijn wie ze zijn.
Omdat pesten vanaf jongs af aan moet worden gecorrigeerd is een
anti-pestbeleid op scholen noodzakelijk. Scholen in het primair en
voortgezet onderwijs zijn verplicht een veiligheidsplan op te stellen,
waar het voorkomen en aanpakken van pestgedrag ook verplichte elementen
zijn. Het is belangrijk dat kinderen opgroeien in een omgeving waar een
pester wordt aangesproken, en waar slachtoffers van pestgedrag
mogelijkheden hebben om hulp te zoeken en erover te praten, bijvoorbeeld
met een docent, een ouder of op een sportvereniging. Stelselmatig
grensoverschrijdend pestgedrag onder volwassenen, leidt veelal tot een
strafbaar feit, waartegen strafrechtelijk opgetreden kan worden.
Wat betreft internetpesten zal dit nader met uw Kamer worden besproken,
tijdens het plenair debat naar aanleiding van het burgerinitiatief
‘Internetpesters aangepakt’. Op 7 december 2018 heeft MRb een
kabinetsreactie op het burgerinitiatief naar de kamer verzonden, waarin
nader uiteengezet wordt hoe het kabinet internetpesters wil aanpakken.
Onderdeel daarvan is het beter toepasbaar maken van het reeds bestaande
juridische instrumentarium op onrechtmatige handelingen op het internet,
met als doel om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen
op het internet te verbeteren.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Waarom werkt het asielbeleid in Nederland niet zoals in Italië, namelijk
vergunning afgewezen is afgewezen? Waar geldt dat in Nederland pas vanaf
het moment dat de laatste rechter de afwijzing bevestigd?
Antwoord:
Het asielbeleid in Nederland is ingericht conform de Europese wet- en
regelgeving. Zo volgt uit de procedurerichtlijn dat voor een
asielzoeker een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke
instantie openstaat tegen een besluit en de asielzoeker in de regel in
Nederland mag blijven in afwachting van de uitkomst van het
rechtsmiddel. Ook volgt uit de Europese regelgeving, nader ingevuld door
recente jurisprudentie, in welke gevallen de asielzoeker recht heeft op
opvang.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
Hoe staat het met het voorstel van 50-plus voor bijstand van advocaten
voor slachtoffers van ernstige delicten en een piketdienst voor
advocaten in dit verband?
Antwoord:
Naar verwachting start begin volgend jaar een pilot voor rechtsbijstand
voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. Op dit
moment wordt met betrokken partijen (Slachtofferhulp Nederland,
slachtofferadvocatuur, politie en de Raad voor Rechtsbijstand)
gesproken over de nadere invulling van deze pilot. Bij de inrichting van
de pilot wordt de taakverdeling tussen de ondersteuning door
Slachtofferhulp Nederland aan de ene kant en de slachtofferadvocaat aan
de andere kant verder verduidelijkt. Daarnaast wordt geëxperimenteerd
met het invoeren van een piketdienst voor slachtofferadvocaten. Deze
pilot moet bijdragen aan het ontwikkelen van een rechtshulppakket voor
slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.
Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)
Vraag:
De meerderheid wil niet dat jihadisten terugkomen in Nederland om te
berechten. Toch lijkt dit te gebeuren. Hoe kan dit? Er zou een
overeenkomst zijn met Turkije? Hoeveel Jihadisten kunnen we verwachten?
Hoeveel moeten we er hier berechten?
Antwoord:
Het kabinet hecht grote waarde aan het berechten van ISIS-strijders. Het
OM is naar elke onderkende uitreiziger een strafrechtelijk onderzoek
gestart. Ook internationaal is NL betrokken bij bewijsvergaring en
dossieropbouw ten behoeve van berechting. Daarom steunt Nederland VN
bewijsvergaringsmechanismes zoals het IIIM voor Syrië en UNITAD voor
Irak, wiens bewijs ook in Nederlandse strafprocedures kan worden
gebruikt.
Op dit moment verblijven er nog ongeveer 120 volwassen Nederlandse
uitreizigers in Syrië (openbare cijfers van de AIVD). Uitreizigers met
de Nederlandse nationaliteit die zich melden bij een Nederlandse
ambassade of consulaat in een naburig land, kunnen een beroep doen op
consulaire bijstand. De inzet van de Nederlandse overheid is dan gericht
op terugkeer naar Nederland onder begeleiding van de Koninklijke
Marechaussee (KMar) ten behoeve van vervolging in Nederland. Sinds 2013
zijn er circa 60 onderkende uitreizigers teruggekeerd naar Nederland.
Dit jaar waren dat er tot op heden minder dan 5.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Wat is er naar de mening van de bewindslieden al concreet verbeterd qua
cultuur op het ministerie?
Antwoord:
De inzet van JenV om de maatschappelijke opgave aan te pakken ziet onder
meer op de versterking van de samenwerking tussen betrokken partijen en
de resultaten open en transparant in beeld te brengen. Richting uw Kamer
en de samenleving, ook als de resultaten niet goed zijn. Openheid buiten
begint met openheid binnen. Zo is het sturingsmodel dat gestoeld is op
transparantie, vertrouwen, gelijkwaardigheid en het aanspreken op
resultaat van groot belang bij de samenwerking binnen het ministerie.
Daarnaast moeten kritische geluiden van medewerkers hun leidinggevenden
en bewindspersonen bereiken. Daar worden medewerkers voor uitgenodigd
door de politieke en ambtelijke top. Ook wordt verwacht dat medewerkers
zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat ze proactief handelen en op het
juiste moment opschalen om de betrokken bewindspersoon in positie te
brengen. Hier wordt in hoge mate aan voldaan door de medewerkers, en dat
zie je terug in de kwaliteit van het werk. Dat gaat steeds beter.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Welke lessen trekt de minister uit het kritisch rapport dat de politie
heeft opgesteld naar aanleiding van hun bezoek aan Canada rondom het
Wietexperiment?
Antwoord:
De legalisering van cannabis voor recreatief gebruik in Canada is nu één
jaar onderweg. Eén jaar is nog te vroeg om conclusies te trekken over de
gevolgen van die legalisering. De situatie in Nederland is bovendien
niet één op één te vergelijken met die in Canada. Dat neemt niet weg dat
we de legalisering in Canada op de voet volgen en lessen proberen te
trekken uit de ervaringen daar. In dat licht vond ook het werkbezoek van
de Nederlandse politie en Pieter Tops plaats. MJenV heeft met interesse
kennisgenomen van het verslag van bevindingen van dat werkbezoek. Ik heb
uw Kamer dit verslag op 4 november jl. doen toekomen.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Hoe houdt u tempo in de aanpak met drugbestrijding?
Antwoord:
Op 11 november jongstleden is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang
van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit, op basis
van de € 100 miljoen (en € 10 miljoen structureel) die dit kabinet extra
heeft ingezet. Daarbij is ook een omvangrijk pakket aan wetsvoorstellen
ten behoeve van de aanpak van de georganiseerde ondermijnende
criminaliteit toegelicht. Daarnaast heeft het kabinet uw Kamer per
brieven van 18 oktober en 4 november jl. geïnformeerd over het brede
offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Hierin is
toegelicht dat bij najaarsnota nog eens € 110 mln. beschikbaar wordt
gesteld, zodat in ieder geval het eerste deel van de versterking van de
aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit tot en met
begin 2021 kan worden gerealiseerd. In het voorjaar zal het kabinet, op
basis van een uitgewerkt plan, besluiten over de verdere structurele
dekking voor een breed offensief tegen georganiseerde criminaliteit.
Afgelopen twee jaren heeft MJenV periodiek overleg met uw Kamer gevoerd
over de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zoals tijdens de
algemeen overleggen op 11 september en 13 november jongstleden. De
MJenV wil met uw Kamer in gesprek blijven om het gesprek te voeren over
de prioritering in de gekozen aanpak.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Waarom laat de regelgeving rond adoptie zo lang op zich wachten?
Antwoord:
De noodzaak tot herziening van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter
adoptie (Wobka) staat niet ter discussie. Het opstellen van het
wetsvoorstel is inmiddels ter hand genomen. De verwachting is dat het
wetsvoorstel rond de zomer van 2020 in consultatie gaat.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Kunnen misstanden rond adopties vanuit andere landen dan in de huidige
opdracht van de onderzoekscommissie ook worden meegenomen het
onderzoek?
Antwoord:
Ja, dat is mogelijk. Zoals bij brief d.d. 25 april 2019 is aangegeven,
heeft de Commissie Interlandelijke Adoptie in het verleden (COIA) tot
taak onderzoek te doen naar het bestaan van mogelijke misstanden met
betrekking tot interlandelijke adoptie in tenminste de periode
1967-1998. Hierbij wordt als vertrekpunt in ieder geval onderzoek gedaan
naar de landen Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka.
In de onderzoeksopdracht is ruimte om ook andere landen bij het
onderzoek te betrekken. Het is aan de commissie hiertoe te
besluiten.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Er komen minder meldingen van mensenhandel door privacyregels. Deze
regels staan ook in de weg bij contact tussen zorginstellingen en
justitie. Wat gaat er op dit punt gebeuren?
Antwoord:
Uit de Slachtoffermonitor Mensenhandel van de Nationaal Rapporteur
Mensenhandel komt inderdaad een zorgwekkend beeld naar voren over de
daling van het geregistreerde aantal slachtoffers. Door de komst van de
AVG in mei 2018 is er meer aandacht gekomen voor de naleving van privacy
regels. Dit heeft er mogelijk aan bijgedragen dat het aantal meldingen
van slachtoffers bij CoMensha ten behoeve van registratie is gedaald.
Het kabinet werkt momenteel aan een beleidsreactie op de
Slachtoffermonitor Mensenhandel. Hierin wordt ook ingegaan op dit
vraagstuk.
Naast de privacy vraagstukken die spelen bij de melding van slachtoffers
bij CoMensha ten behoeve van registratie, speelt ook een ander privacy
vraagstuk een rol, namelijk het delen van informatie tussen
ketenpartners. Het delen van informatie is onontbeerlijk voor een
effectieve aanpak van mensenhandel. In het kader van het programma Samen
tegen Mensenhandel is daarom een projectleider aangesteld die heeft
onderzocht op welke wijze en onder welke voorwaarden ketenpartners
informatie met elkaar kunnen delen. Zodra de resultaten hiervan bekend
zijn zal uw Kamer hierover nader geïnformeerd worden.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Wat betreft de aanpak van illegale prostitutie zijn er recent stappen
gezet. Maar hoe zorgen we ervoor dat dit proces geen vertraging
oploopt?
Antwoord:
Het wetsvoorstel regulering sekswerk ligt momenteel voor ter consultatie
bij adviesorganen en via het internet. De consultatie sluit 15 december.
Na verwerking van de reacties zal zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel
via de ministerraad voor advies aan de Raad van State worden aangeboden.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Hoe staat het met het wetsvoorstel over het wegnemen van notariskosten
bij het trouwen in gemeenschap van goederen?
Antwoord:
Vorig jaar is geconsulteerd over een voorstel. Hierin werd geregeld dat
mensen die in algehele gemeenschap willen trouwen, een verklaring kunnen
toesturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het voorstel kreeg
in de consultatie weinig steun. De burgerlijke stand had veel
uitvoeringstechnische bezwaren bij het ontvangen en verwerken van de
verklaring. Daarop is met de koepelorganisatie van de burgerlijke stand
overlegd over mogelijke alternatieven. Een variant is dat mensen die in
algehele gemeenschap willen trouwen, de verklaring op de huwelijksdag
bij de ambtenaar van de burgerlijke stand tekenen. Begin 2020 zal de
gedachtevorming over de praktische uitwerking zijn afgerond. Een
aangepast voorstel kan dan verder in procedure worden gebracht.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
In het kader van de stevige aanpak van antisemitisme, is het nu de
praktijk dat dit streng wordt vervolgd?
Antwoord:
De MJenV is geschrokken van het recente rapport van het Europese
Grondrechtenagentschap over antisemitisme in Europa. Het mag niet zo
zijn dat mensen zich vanwege hun joods zijn angstig voelen en zich niet
op straat durven te tonen met een keppeltje of een hangertje met een
Davidster. Als de MJenV in synagogen komt en spreekt met de Joodse
gemeenschap roept hij altijd op tot het doen van aangifte bij vermoedens
van antisemitisme.
Strafvervolging van antisemitisme komt in beeld wanneer uitingen als
strafbaar gezien kunnen worden, ook na weging met de vrijheid van
meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrijheid van artistieke
expressie. Uitgangspunt is dat waar door middel van een aangifte om
vervolging wordt verzocht, het OM bij bewijsbare en strafbare
discriminatie tot vervolging over kan gaan. Met betrekking tot commune
delicten die worden gepleegd met een discriminatie-aspect
(codis-delicten) geldt dat het mogelijk aanwezig zijn van een
antisemitisch motief of aspect een zwaarwegende indicatie vormt dat een
strafrechtelijke reactie moet volgen.
De strafrechtelijke inzet moet steeds in het licht van de bredere aanpak
van discriminatie worden bezien. In het geval dat andere dan
strafrechtelijke middelen een meer betekenisvolle bescherming kunnen
geven zal voor strafrechtelijke inzet minder snel plaats zijn. Dit maakt
het van belang effectieve contacten te onderhouden met andere instanties
in de aanpak, zoals politie, gemeenten, anti-discriminatievoorzieningen,
het College voor de Rechten van de Mens, belangenorganisaties en
maatschappelijke organisaties.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Waarom duurt het lang voor zaken na aangiften, ook over antisemitisme of
zeden, worden opgepakt? Welke mogelijkheden ziet de minister om dit
knelpunt op te pakken?
Antwoord:
Na een aangifte wordt een zaak gescreend en wordt op basis van de
Aanwijzing Opsporing beoordeeld met welke urgentie een zaak opgepakt
moet worden. Hoe snel dit kan is mede afhankelijk van beschikbare
capaciteit. In zijn brief van 12 november 2019 heeft MJenV uw Kamer
nader geïnformeerd over de extra investering van € 15 miljoen die dit
kabinet doet om een impuls te geven aan de kwaliteit en capaciteit in de
behandeling van zedenzaken en daarmee ook aan de doorlooptijden bij
zedenzaken. Specifiek bij zedenzaken wordt door het zedenteam - onder
het gezag van de officier van justitie - direct beoordeeld of er sprake
is van spoed.
Dit geschiedt op basis van een aantal criteria waaronder acuut gevaar
voor het slachtoffer en/of anderen, actueel misbruik van mogelijke
(huidige en toekomstige) minderjarige slachtoffers.
De MJenV is geschrokken van het recente rapport van het Europese
Grondrechtenagentschap over antisemitisme in Europa. Het mag niet zo
zijn dat mensen zich vanwege hun joods zijn angstig voelen en zich niet
op straat durven te tonen met een keppeltje of een hangertje met een
Davidster. Als de MJenV in synagogen komt en spreekt met de Joodse
gemeenschap roept hij altijd op tot het doen van aangifte bij vermoedens
van antisemitisme.
Strafvervolging van antisemitisme komt in beeld wanneer uitingen als
strafbaar gezien kunnen worden, ook na weging met de vrijheid van
meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrijheid van artistieke
expressie. Uitgangspunt is dat waar door middel van een aangifte om
vervolging wordt verzocht, het OM bij bewijsbare en strafbare
discriminatie tot vervolging over kan gaan. Met betrekking tot commune
delicten die worden gepleegd met een discriminatie-aspect
(codis-delicten) geldt dat het mogelijk aanwezig zijn van een
antisemitisch motief of aspect een zwaarwegende indicatie vormt dat een
strafrechtelijke reactie moet volgen.
De strafrechtelijke inzet moet steeds in het licht van de bredere aanpak
van discriminatie worden bezien. In het geval dat andere dan
strafrechtelijke middelen een meer betekenisvolle bescherming kunnen
geven zal voor strafrechtelijke inzet minder snel plaats zijn. Dit maakt
het van belang effectieve contacten te onderhouden met andere instanties
in de aanpak, zoals politie, gemeenten, anti-discriminatievoorzieningen,
het College voor de Rechten van de Mens, belangenorganisaties en
maatschappelijke organisaties.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Wat vindt de minister van virtuele bedreigingen als gewelddadige games
en porno? Hoe wil de minister de samenleving hier tegen
beschermen?
Antwoord:
Ongewenste content in de virtuele wereld kan strafbaar en/of
civielrechtelijk onrechtmatig zijn. Dan kan daartegen worden
opgetreden.
Bij strafbare content kan gebruik worden gemaakt van de zogenaamde
Notice-And-Takedown-procedure. Met deze procedure worden private
partijen verzocht op vrijwillige basis strafbare content te verwijderen.
De aanpak van kinderporno is een voorbeeld waarbij met deze procedure
veel beelden offline worden gehaald. Niet in alle gevallen heeft de
procedure het gewenste resultaat. Daarom bereid de MJenV een wet voor
waarmee private partijen die onvoldoende meewerken bestuursrechtelijk
kunnen worden aangepakt door het opleggen van een dwangsom of
bestuurlijke boete. Daarnaast bestaat in bepaalde gevallen de
mogelijkheid voor de Officier van Justitie om een dienstverlener te
bevelen content ontoegankelijk te maken. Daarvoor is machtiging van de
rechter-commissaris vereist. De regeling hiervoor is verhelderd met de
wet Computercriminaliteit III. Bij strafbare inhoud is het bovendien
mogelijk een opsporingsonderzoek te starten om de dader te achterhalen.
Het is aan de Officier en de rechter om de strafbaarheid te
beoordelen.
Bij civielrechtelijke onrechtmatigheden kan degene jegens wie de
onrechtmatigheid is gepleegd zelf verzoeken de content te verwijderen.
Ook kan de rechter worden gevraagd over de onrechtmatigheid te oordelen.
De MRb heeft de Kamer onlangs per brief geïnformeerd over internetpesten
en het aangekondigde haalbaarheidsonderzoek naar een laagdrempelige
procedure.
Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)
Vraag:
Kan worden gekeken naar langdurig aanhangig gemaakte wetsvoorstellen en
worden besloten of deze verder worden gebracht of ingetrokken? Een
voorbeeld is het voorstel van staatssecretaris Kosto over een
Vereenvoudigde procedure voor de faillisementsafdoening ingediend in
1992.
Antwoord:
Periodiek wordt bezien of oude wetsvoorstellen kunnen worden
ingetrokken, bijvoorbeeld bij het aantreden van een nieuw kabinet.
Intrekking van het genoemde wetsvoorstel heeft een ingrijpend gevolg, te
weten het verval van het bodemrecht van de fiscus in geval van
faillissement. Dat is het gevolg van een overgangsregeling in een
(andere) wet die door uw Kamer is aanvaard. Intrekking van het voorstel
is daarmee geen zuiver technische exercitie. Intrekking van het
wetsvoorstel kan wel plaatsvinden wanneer de bedoelde overgangsregeling
wordt aangepast. Dat vereist een wetswijziging, waarbij de MRb opmerkt
dat de desbetreffende wet overigens op het terrein van de minister van
Financiën ligt.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Kunt u ervoor zorgen dat overlastgevende asielzoekers echt in het AZC
blijven? Wat is in dat kader de reactie van de staatssecretaris op het
initiatief van een buurtwacht-app in Kampen?
Antwoord:
Het is juridisch gezien niet mogelijk om opvang in een gesloten setting
te organiseren. Als een vreemdeling standaard het terrein van een
opvanglocatie niet mag verlaten, geldt dat als een vorm van
vrijheidsontneming.
Wel kan een vrijheidsbeperkende maatregel worden opgelegd om het gebied
waar de overlastgever zich mag begeven te beperken. Plaatsing in een
extra begeleiding en toezichtlocatie (EBTL) gaat altijd gepaard met een
vrijheidsbeperkende maatregel. Het specifieke initiatief van een
buurtwacht-app in Kampen is dezerzijds niet bekend.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Wat gaat de minister doen om de uitstroom bij de politie te
verminderen?
Antwoord:
Het grootste deel van de uitstroom is te voorzien en niet te voorkomen;
het gaat om medewerkers die met pensioen gaan. Daarnaast stromen er meer
medewerkers door naar de niet-operationele sterkte. Bovendien zijn er
inmiddels ambities om de capaciteit verder uit te breiden en nieuwe
agenten sneller en meer inzetbaar op de werkvloer te krijgen. Om dit te
realiseren zijn extra maatregelen nodig.
Daarom wordt er stevig geïnvesteerd om de groei van de instroom van op
te vangen.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Welke lessen trekt de SJenV uit het inspectierapport over de zaak van de
Armeense tieners Lili en Howick? Waren de rollen van de betrokken
instanties daadwerkelijk zo onduidelijk als in het rapport geschetst
wordt?
Antwoord:
De Inspectie Justitie en Veiligheid stelt in haar rapport vast dat
voorafgaand aan de geplande uitzetting van de Armeense kinderen sprake
was van onvoldoende regie, onderling wantrouwen en het niet nakomen van
afspraken. Op basis daarvan doet de Inspectie onder meer de aanbeveling
om te zorgen voor een verduidelijking van de uitvoering van het
vertrekproces en om te werken aan het herstel van vertrouwen. Uw Kamer
is reeds geïnformeerd (bij brief van 5 november 2019, nr. 29344-136) dat
de aanbevelingen van de inspectie zullen worden opgevolgd. Het is
belangrijk dat de bij een vertrekproces betrokken organisaties weten
welke kaders op het proces van toepassing zijn, wat hun onderlinge
taakverdeling is en dat knelpunten of verschillen van mening tussen
organisaties bespreekbaar zijn. Uit het Inspectierapport blijkt dat een
verduidelijking van de taken en kaders wel degelijk noodzakelijk is. Met
name Nidos doet haar werk in een ingewikkeld spanningsveld. Om het
ontstaan van situaties zoals in deze zaak in de toekomst zoveel mogelijk
te voorkomen, zal een gedegen juridische analyse worden uitgevoerd naar
de verhouding tussen het vreemdelingenrecht en het
jeugd(beschermings)recht, en wat gedaan moet worden als deze twee met
elkaar lijken te botsen.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Waarom wordt de procedure bij uitgeprocedeerde asielzoekers niet
teruggebracht van 36 naar 24 uur?
Antwoord:
De vraag of een termijn van 24 uur of nog minder als
aankondigingstermijn wenselijk is, is onderzocht en niet goed
uitvoerbaar geacht. Op het moment dat de aanzegging aan de persoon wordt
gedaan, staan rechtsmiddelen open. De rechter zal naar verwachting
eerder een verzoek om een voorlopige voorziening toewijzen wanneer de
tijdsdruk erg hoog wordt en er minder ruimte is voor een goede afweging
. Daarom is gekozen voor de termijn van 36 uur.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
De IND moet miljoenen uitkeren aan dwangsommen. Hoe kan dit bedrag zo
zijn gestegen? Om hoeveel asielzoekers gaat het? Hoeveel krijgt elke
asielzoeker? Klopt het dat dit kan oplopen tot 10 000 euro per
asielzoeker? Welke rol spelen asieladvocaten? Verwacht de
staatssecretaris nog meer hoge dwangsommen? Kunnen we niet zo snel
mogelijk regelen dat de wet dwangsom niet geldt in bepaalde
gevallen?
Antwoord:
De IND moet miljoenen uitkeren aan dwangsommen. Hoe kan dit bedrag
zo zijn gestegen?
In 2017 bedroeg het bedrag dat de IND heeft uitbetaald aan dwangsommen
700.000 euro. In 2018 liep dit bedrag op naar 1,5 mln. dit werd met name
veroorzaakt door het feit dat het de IND niet lukte de piek aan
nareisaanvragen tijdig af te handelen. In 2019 ziet de IND zich
geconfronteerd met verder oplopende doorlooptijden op spoor 4, waardoor
meer asielaanvragen buiten de wettelijke termijn lopen. Het gevolg
hiervan zijn meer ingebrekestellingen en beroepen tegen niet tijdig
beslissen waardoor er sprake is van een hoger bedrag aan
dwangsommen.
Om hoeveel asielzoekers gaat het?
De IND heeft dit jaar tot en met oktober bijna 8.400 ingebrekestellingen
ontvangen. Het lukt in circa 30 procent bij een ingebrekestelling alsnog
tijdig te beslissen. In die zaken wordt geen dwangsom betaald.
Hoeveel krijgt elke asielzoeker?
Naar verwachting zal dit jaar in circa 2.900 zaken een dwangsom moeten
worden uitgekeerd naar aanleiding van een ingebrekestelling. Gemiddeld
wordt in dergelijke zaken circa 1.150 euro uitgekeerd aan dwangsommen.
Het is de verwachting dat dit jaar circa 380 rechterlijke dwangsommen
uitbetaald moeten worden naar aanleiding van een beroep niet tijdig
beslissen. Gemiddeld wordt in deze zaken circa 6.000 euro uitgekeerd aan
dwangsommen. Het gaat hierbij vaak om meerdere personen per te betalen
dwangsom omdat gezinnen samen worden beoordeeld.
Klopt het dat dit kan oplopen tot 10.000 euro per
asielzoeker?
Er zijn gevallen bekend dat de rechter heeft beslist dat het uit te
betalen bedrag aan dwangsommen hoger is dan de eerder genoemde 6.000
euro. Het bedrag wordt door de rechtbank in de regel gemaximeerd op EUR
100 per dag, met een maximum van EUR 15.000.
Welke rol spelen asieladvocaten?
In zijn algemeenheid worden asielzoekers ondersteund bij het indienen
van een ingebrekestelling en beroep tegen niet-tijdig beslissen door
(asiel)advocaten.
Verwacht de SvJenV nog meer hoge dwangsommen?
De IND stuurt in het proces zoveel mogelijk op het voorkomen van het
uitbetalen van dwangsommen. Het zal in het komende jaar echter
onmogelijk zijn om dat in asielprocedures in spoor 4 helemaal te
voorkomen omdat bij een dergelijke asielprocedure vaak niet alsnog snel
beslist kan worden. Het nemen van een zorgvuldig besluit op een
asielaanvraag staat bij de IND altijd voorop. Er wordt maximaal ingezet
om de doorlooptijden terug te dringen. Het doel is om in 2021 het
grootste deel van de asielaanvragen binnen de wettelijke termijn af te
doen. Het is dan ook de verwachting dat het aantal uit te betalen
dwangsommen daarna zal dalen.
Kunnen we niet zo snel mogelijk regelen dat de wet dwangsom niet
geldt in bepaalde gevallen?
De wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen betreft een
initiatiefwet van de Tweede Kamer. In de eerste periode waren
vreemdelingenzaken uitgezonderd van deze wet. Sinds 1 oktober 2012 is de
wet ook van toepassing op visum-en vreemdelingrechtelijke aanvragen en
bezwaarschriften. Daarmee is de IND gebonden aan de Wet dwangsom. De
primaire oplossing voor dit vraagstuk is het bekorten van de
doorlooptijden. Daarop is de inzet van het kabinet nu gericht.
Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)
Vraag:
Hoe kunnen we uitgeprocedeerde asielzoekers zo snel mogelijk terugsturen
uit ons land?
Antwoord:
Zoals aangegeven in de brief over terugkeer van afgewezen asielzoekers
die de Kamer op 15 november 2019 ontving, gebeurt dit door een
combinatie van zelfstandig en gedwongen vertrek. Terugkeer moet vanaf
het eerste moment dat iemand in de asielopvang verblijft bespreekbaar
zijn. De realiteit is tenslotte dat afwijzing, en daarmee terugkeer,
voor veel asielzoekers aan de orde zal zijn. Het is dus nodig dat
mensen vroeg worden voorbereid op deze mogelijkheid, gewezen op de
ondersteuning die voorhanden is, en op de potentiële gevolgen wanneer
men niet vrijwillig vertrekt. Iedere afgewezen asielzoeker heeft de
keuze om vrijwillig te vertrekken en wordt daarin volop ondersteund
vanuit de overheid en diverse organisaties. Wie daar geen gebruik van
maakt, zal echter te maken krijgen met toenemende dwang van
overheidszijde om actief te werken aan vertrek, inclusief bewaring
en gedwongen uitzetting.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Wat gaat de minister doen om de kinderen van IS-strijders terug te
halen?
Antwoord:
De uitgangspunten van het kabinetsbeleid zijn bij uw Kamer bekend. Het
kabinet stuurt geen mensen naar onveilig gebied en het kabinet betrekt
bij de beoordeling de veiligheidssituatie in de regio, de internationale
betrekkingen en de veiligheid van de betrokkenen. Het belang van de
nationale veiligheid en - in het verlengde daarvan - de veiligheid van
andere Schengenlanden wordt altijd meegewogen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de Staat een
inspanningsverplichting heeft om de kinderen van Nederlandse
uitreizigers in veiligheid te brengen. Ook heeft deze rechter bepaald
dat het vonnis dat er nu ligt direct uitgevoerd moet worden. Dat
betekent dat het kabinet een aanvang heeft gemaakt met de nakoming van
de inspanningsverplichting. De Staat heeft met spoed hoger beroep
aangetekend. De uitspraak roept namelijk minst genomen vragen op over
een aantal aspecten dat mogelijk onvoldoende is meegewogen, waaronder de
internationale betrekkingen. Op dit terrein komt de Staat volgens vaste
rechtspraak grote vrijheid van handelen toe. Dat hoger beroep dient
aanstaande vrijdag.
Het gaat de MJenV tot slot zeer aan het hart dat kinderen door de keuzes
van hun ouders zich in dit soort omstandigheden bevinden.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Wat is de reactie van de minister op het voorstel van DENK dat de
Onderzoeksraad of de Inspectie een onderzoek gaat leiden naar de
vertrouwenscrisis bij de Landelijke Eenheid?
Antwoord:
De korpsleiding heeft aangegeven dat een onafhankelijk onderzoek zal
worden uitgevoerd naar de signalen van misstanden bij een onderdeel van
de Landelijke Eenheid. De resultaten van dit onderzoek worden afgewacht.
Uw Kamer wordt over deze resultaten van het onderzoek geïnformeerd.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Hoe kan de minister bij het ontbreken van een meetinstrument om etnisch
profileren in kaart te brengen en in het licht van de problemen bij de
politie rondom seksisme, discriminatie en uitsluiting onderbouwen dat
het beter gaat met etnisch profileren?
Antwoord:
De Politieacademie voert op dit moment een onderzoek uit naar het
gebruik van de MEOS-app, die het proces van professioneel controleren
bij proactieve controles – zoals beschreven in het Handelingskader
proactief controleren – ondersteunt. Het uitgangspunt is dat door
verdere professionalisering van de uitvoering van controles, onder meer
door deze uitvoering met techniek te ondersteunen, ook 'etnisch
profileren' wordt tegengegaan. Het onderzoek biedt dus redelijk inzicht
in het politie-optreden.
Voorts heeft de Amsterdamse Adviescommissie Etnisch profileren een
onderzoek laten uitvoeren in deze eenheid naar de werking van de
maatregelen die zijn ontwikkeld om (onbewuste) vooroordelen binnen de
politie aan te pakken. Door de onderzoekers is geconstateerd dat de door
de politie ingeslagen richting van vergroting van kennis en van
bewustzijn van houding en gedrag onder haar medewerkers een basis biedt
voor de toekomst. De politie heeft aangegeven dat het onderzoek goede
handvaten biedt om ook landelijk toe te passen. Uw Kamer wordt nog in
december 2019 geïnformeerd over de activiteiten van de politie om
'etnisch profileren' tegen te gaan.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Zou u uw eerdere toezegging willen nakomen en de Kamer willen informeren
over de onderzoeksresultaten over tasergebruik en gezondheidseffecten in
de regio's Amersfoort en Rotterdam?
Antwoord:
Mede op verzoek van uw Kamer heeft de MJenV het WODC gevraagd onderzoek
te doen naar de wetenschappelijke stand van zaken op dit terrein. Uw
Kamer heeft dit rapport afgelopen zomer ontvangen. (Kamerstukken II
2018-19, 29628, nr. 902). Over de uitkomsten van dit onderzoek is uw
Kamer geïnformeerd in de brief over het voorgenomen besluit tot
invoering van het stroomstootwapen, die op 15 november aan uw Kamer is
verzonden.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
In het kader van de aanpak van georganiseerde misdaad, komt er bij de
nationale politie capaciteit bij of komt het er op neer dat er minder
blauw op straat komt (zoals de burgemeester van Rotterdam schrijft)?
Daarnaast meldt de minister dat extra capaciteit niet zomaar geregeld
kan worden, maar ongemakkelijke keuzes moeten worden gemaakt. Hoeveel
ongemakkelijke keuzes volgen er nog? Ziet de minister in dat het begint
met werving en selectie bij de politie academie en zijn er voldoende
plekken?
Antwoord:
Het kabinet deelt de zorgen zoals die door de burgemeester van Rotterdam
zijn verwoord, zeker in het licht van de vervangings- en
uitbreidingsopgave die al bestond voor de politie. In dat licht heeft
het kabinet besloten tot aanvullende impulsen. Zoals toegelicht in de
brief aan uw Kamer van 20 november jl. stelt het kabinet eenmalig 10
miljoen euro beschikbaar ten behoeve van de versterking van het stelsel
bewaken en beveiligen waaronder de DKDB, om de druk op de basisteams te
verlichten. In mijn brief over de bredere aanpak van de ondermijning heb
ik ook de plannen zitten voor een structurele versterking van dit
stelsel. Daar wordt bij najaarsnota incidenteel al geld voor vrij
gemaakt in de 110 miljoen euro.
Binnen de bestaande taken van de politie zullen altijd keuzes gemaakt
moeten worden, het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra
middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt
daadwerkelijk beschikbaar komen, zodat de keuzes minder pijnlijk zijn.
Daartoe wordt er stevig geïnvesteerd in de Politieacademie om de groei
van de instroom van op te vangen.
De werving bij de politie loopt naar behoren. De instroom is de
afgelopen jaren sterk toegenomen en dit jaar zijn er meer aspiranten en
specialisten ingestroomd.
Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)
Vraag:
Waarom negeert de staatssecretaris de adviezen van de Commissie-Van Zwol
(Commissie Langdurig Verblijvende Vreemdelingen) over rechtsbijstand
voor asielzoekers en kan de staatssecretaris de plannen op dit gebied
herzien?
Antwoord:
De Commissie benadrukt dat geïnvesteerd moet worden in de zorgvuldige
behandeling van een eerste asielaanvraag. Vertraging bij beroeps-
vervolg- en vertrekprocedures moet worden voorkomen.
De Commissie meent dat dit met rechtsbijstand voorafgaand aan de start
van de asielprocedure en onpartijdige informatievoorziening aan de
asielzoeker kan worden bereikt.
De zorgvuldigheid bij de behandeling van asielaanvragen staat ook voor
het kabinet altijd voorop. Een goede voorlichting is daarbij van belang.
Die hoeft niet afkomstig te zijn van gefinancierde
rechtsbijstandverleners. De IND mag in staat worden geacht deze
voorlichting adequaat en onpartijdig te kunnen uitvoeren zodat de
asielzoeker alle relevante redenen voor zijn aanvraag in Nederland naar
voren kan brengen.
De asielprocedure zal straks, net zoals nu, voldoen aan alle
verplichtingen die de Procedurerichtlijn aan de asielprocedure
stelt.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Wat gebeurt er met ambtenaren die bewust de Kamer misleiden door feiten
weg te moffelen inzake aftreden Harbers? Heeft dat personele gevolgen?
Merkt zo’n persoon daar wat van?
Antwoord:
De SJenV heeft op 18 november j.l. uw Kamer per brief nader ingelicht
over de recent gepubliceerde Wob-verzoeken over de RVK 2018 en de
ambtelijke discussie die is gevoerd over de presentatie van de cijfers.
Daarbij is ook aangegeven dat de ambtenaren naar eer en geweten
geprobeerd hebben een zo goed mogelijk beeld te geven van de
criminaliteit onder asielzoekers. Dat dit als gevolg van een verkeerde
keuze in de weergave van de cijfers niet is gelukt, moge duidelijk
zijn.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Kan ik een update ontvangen over het proces Wilders? Is de minister
bereid om het OM te vragen de vervolging te staken, het OM te vragen
zich niet-ontvankelijk te laten verklaren, waarna de rechter een oordeel
kan vormen.
Antwoord:
De MJenV treedt niet in individuele zaken. Het is aan het Openbaar
Ministerie een beslissing te nemen over de vervolging in individuele
zaken. Daarin past de MJenV enkel uiterste terughoudendheid. De
MJenV zal niet treden in het verloop van deze zaak. De zaak is onder de
rechter, zoals een ieder bekend is. Het is aan het gerechtshof om over
het verdere verloop van het proces te beslissen.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Welke visie heeft de SJenV op het krimpen van de autochtone bevolking
ten opzichte van het toenemen van de allochtone bevolking op de langere
termijn?
Antwoord:
In september 2018 heeft uw Kamer de motie Dijkhoff c.s. aangenomen
waarin de regering wordt gevraagd om de gevolgen van veranderingen in de
omvang en samenstelling van de bevolking halverwege deze eeuw in
verschillende scenario’s in kaart te brengen. De ‘Verkenning Bevolking
2050’ is gaande. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
heeft namens negen ministeries - waaronder dat van Justitie en
Veiligheid - aan het NIDI, CBS, CPB, SCP, PBL en RIVM gevraagd om deze
verkenning uit te voeren. Die komt naar verwachting in de zomer van 2020
beschikbaar. Het kabinet zal daarna – zoals gebruikelijk - een reactie
aan uw Kamer doen toekomen.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Hoe lang kan onze verzorgingsstaat de stijgende asielinstroom en
sneuvelende immigratierecords verdragen en kan de sociale cohesie dit
nog verdragen?
Antwoord:
Voor maatschappelijk draagvlak is een humaan en efficiënt asielstelsel
nodig. Belangrijk is dat zij die bescherming verdienen snel kunnen
integreren en dat degenen die niet in aanmerking komen voor verblijf
snel terugkeren naar het land van herkomst.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Kan er geen list worden verzonnen voor de dwangsommen door de
doorlooptijden van de IND?
Antwoord:
De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen betreft een
initiatiefwet van de Tweede Kamer. In de eerste periode waren
vreemdelingenzaken uitgezonderd van deze wet. Sinds 1 oktober 2012 is de
wet ook van toepassing op visum-en vreemdelingrechtelijke aanvragen en
bezwaarschriften. Daarmee is de IND gebonden aan de Wet dwangsom. De
primaire oplossing voor dit vraagstuk is het bekorten van de
doorlooptijden. Daarop is de inzet van het kabinet nu gericht.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Hoe is het gesteld met de wijziging van het Vluchtelingenverdrag van
Genève? Volgens het regeerakkoord zou gekeken worden of dit verdrag
herzien zou kunnen worden. Ziet de regering nog steeds mogelijkheden om
dit verdrag te herzien?
Antwoord:
Uw Kamer is in het AO Vreemdelingen- en asielbeleid van 7 november
jongstleden geïnformeerd over de voorstudie die nu plaatsvindt. De
resultaten daarvan komen in de loop van december beschikbaar. De
betrokken bewindspersonen (de staatssecretaris van Justitie en
Veiligheid, en de bewindspersonen van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties) nemen daarna een besluit over het
vervolgtraject. Uw Kamer kan in maart 2020 nadere informatie tegemoet
zien.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Begrijpt de staatssecretaris wat het lid Voordewind bedoelt met zijn
motie inzake het eisen van voorlopige hechtenis bij asielzoekers die
voor overlast zorgen? Vindt zij ook niet dat dit een heel redelijk
middel is om er voor te zorgen dat mensen vrijwillig verdwijnen?
Antwoord:
Zoals eerder aangegeven tijdens het AO van 7 november, is de motie
besproken met het OM. Indien aan de wettelijke voorwaarden wordt
voldaan, verzoekt het OM om voorlopige hechtenis. Verder is het
juist dat de dreiging van inbewaringstelling een prikkel kan zijn om
Nederland vrijwillig te verlaten.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Wat heeft de landsadvocaat in rekening gebracht voor de procedures om
motorclubs te sluiten de afgelopen 7 jaar?
Antwoord:
Het Openbaar Ministerie doet de vorderingen tot het verboden verklaren
van dergelijke verenigingen. De landsadvocaat heeft in een aantal
gevallen adviezen aan het OM uitgebracht. Deze kosten worden door het OM
gedragen. De hoogte daarvan wordt niet per (type) zaak
geregistreerd.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Kan de minister van Justitie en Veiligheid een onderzoek laten
instellen, uit te voeren door het WODC, of de invoering van het
legaliteitsbeginsel kan leiden tot verbetering in de
opsporingspercentages en berechtingspercentages?
Antwoord:
De minister van JenV staat in principe positief tegenover elk initiatief
dat leidt tot betere opsporings- en berechtingspercentages. Maar
Nederland heeft een zeer lange staande traditie met het
opportuniteitsbeginsel. Ik zie geen aanleiding om een ander beginsel te
hanteren. Een onderzoek acht MJenV dan ook niet opportuun. Bovendien
moet rekening worden gehouden met de schaarse onderzoekscapaciteit van
het WODC.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Wat vindt de minister van onbetrouwbare misdaadcijfers en wat doet de
minister om hier verbetering in te brengen? Hoeveel artikel
12Sv-procedures (of procedures 'klacht niet-vervolging’) zijn er bij het
hof aangebracht in het jaar 2018/2019?
Antwoord:
Mede op basis van misdaadcijfers wordt beleid- en regelgeving
vastgesteld. Het is dus van groot belang dat deze cijfers betrouwbaar
zijn. De cijfers die door het ministerie van JenV en de taak- en
ketenorganisaties worden geproduceerd worden met de grootst mogelijke
zorgvuldigheid geproduceerd. De betrouwbaarheid van de al jaren dalende
geregistreerde criminaliteit wordt bevestigd door wetenschappelijk
onderzoek. Zie hiervoor de brief aan uw Kamer van 21 december 2018
(kamerstuk 29279, nummer 484, vergaderjaar 2018-2019).
In 2018 zijn er 2547 artikel 12 Sv-zaken bij de gerechtshoven
aangebracht. De instroomcijfers over 2019 zijn op dit moment nog niet
beschikbaar.
Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)
Vraag:
Staat de MJenV nog steeds achter de bewering dat ieder dossier dat op de
plank ligt wordt bekeken door een wapenofficier?
Antwoord:
Het uitgangspunt is dat in elke zaak waarin een wapen is betrokken,
wordt doorgerechercheerd. Dergelijke opsporingsonderzoeken staan onder
gezag van een wapenofficier van justitie.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van
Kooten-Arissen)
Vraag:
Hoe ver moet de politie door het ijs zaken, gegeven het tekort aan
mensen op straat en bij de recherche, voordat de minister meer
structureel geld inzet?
Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de
politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel
beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is
er nog 15 miljoen euro structureel voor de zedenpolitie en 10 miljoen
euro structureel voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt.
Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf
van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november
aangekondigd, 10 miljoen incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de
grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de
extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen
mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Hoe is het mogelijk dat dure 0900 doorschakelnummers nog steeds actief
zijn? Kan de minister hier een eind aan maken?
Antwoord:
Over het landelijk politienummer 0900-8844 kan MJenV melden dat
momenteel onderzocht wordt hoe dit nummer overgezet kan worden van het
extra tarief naar het lokaal tarief. MJenV informeert uw Kamer naar
verwachting in het voorjaar van 2020.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Is de minister van mening dat hij initiatieven als burgeropsporing of
burger surveillance via WhatsApp groepen moet beëindigen, aangezien dit
ontstaat vanwege capaciteitsgebrek bij de politie?
Antwoord:
MJenV gaat niet mee in de aanname van het lid Van Kooten-Arissen dat
initiatieven als burgeropsporing een gevolg zijn van capaciteitsgebrek.
Zie verder het antwoord op vraag 156.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Is de minister het eens dat het aantal van 1 wijkagent op 5000 burgers
te weinig is?
Antwoord:
Nee. Deze norm is vastgelegd in de Politiewet. Op dit moment is de
bezetting van het aantal wijkagenten op orde. Het gezag kan beslissen om
in afhankelijk van de lokale situatie in bepaalde wijken meer of minder
wijkagenten in te zetten.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Ziet de minister dat ongenoegen bij de politie weggenomen kan worden als
er meer geïnvesteerd wordt, zodat de politie op volle sterkte weer haar
werk kan doen?
Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de
politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel
beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is
er nog 15 miljoen euro structureel voor de zedenpolitie en 10 miljoen
euro structureel voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt.
Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf
van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november
aangekondigd, 10 miljoen incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de
grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de
extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen
mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Hoe kan er in het licht van het tekort aan capaciteit bij de politie en
de belemmering die dit tekort vormt voor specialisatie bij de politie
meer aandacht komen voor geweld tegen LHBTI-ers, kindermishandeling en
dierenmishandeling? Hoe gaat de minister deze problematiek
oplossen?
Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de
politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel
beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is
er nog 15 miljoen euro structureel voor de zedenpolitie en 10 miljoen
euro structureel voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt.
Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf
van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november
aangekondigd, 10 miljoen euro incidenteel voor bewaken en beveiligen, om
de grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de
extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen
mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen, zodat onder
meer deze problematiek aangepakt kan worden. De MJenV heeft samen met de
Minister van OCW op 2 april j.l. het actieplan Veiligheid LHBTI aan uw
Kamer aangeboden. Daarbij is rekening gehouden met wat de politie op dit
moment kan realiseren.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
In antwoord op de brandbrief van de vakbonden, is de Minister het eens
dat de opleiding het meest waardevolle is voor de politie? De minister
zou de oplossing niet moeten zoeken in de verkorting van de opleiding,
kan de minister hierop reflecteren?
Antwoord:
Gegeven de situatie die burgemeesters, bonden, politiemensen en veel van
uw kamerleden onder de aandacht hebben gebracht moeten ook onorthodoxe
maatregelen in beschouwing worden genomen. De opleidingen zijn daar niet
van uitgezonderd. Dat laat onverlet dat de kwaliteit van de opleidingen
uiteraard geborgd moet blijven. In ieder geval zullen agenten tijdens
hun opleiding goed toegerust moeten worden voor de taken en bevoegdheden
die zij gaan uitoefenen en zodat zij veilig hun werk kunnen doen.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Deelt de minister de mening dat de Taser geen oplossing is voor het
capaciteitsprobleem bij de politie? Kan de minister ingaan op de
proportionaliteit van het stroomstootwapen? Kan de minister reageren op
de risico’s bij gebruik van de Taser die niet worden meegenomen in
onderzoeken in een gecontroleerde setting? Hoe ziet een agent in
praktijk bijvoorbeeld of een vrouw 4 maanden zwanger is? Waarom worden
ouderen niet uitgezonderd?
Antwoord:
Uw Kamer is meermaals geïnformeerd over het voorgenomen besluit tot het
stroomstootwapen. Mede op verzoek van uw Kamer heeft de MJenV het WODC
gevraagd onderzoek te doen naar de wetenschappelijke stand van zaken op
dit terrein. Uw Kamer heeft dit rapport afgelopen zomer ontvangen.
(Kamerstukken II 2018-19, 29628, nr. 902). Over de uitkomsten van dit
onderzoek is uw Kamer geïnformeerd in de brief over het voorgenomen
besluit tot invoering van het stroomstootwapen, die op 15 november aan
uw Kamer is verzonden.
Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)
Vraag:
Had de minister niet proactief voortouw kunnen nemen in het oplossen van
capaciteitsproblemen bij de politie? In plaats daarvan schrijft de
minister dat er de komende jaren ongemakkelijke keuzes moeten worden
gemaakt. Wat bedoelt de minister daarmee?
Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de politie.
De MJenV is onmiddellijk na aantreden van dit kabinet begonnen met het
realiseren van de capaciteitsuitbreiding, inclusief uitbreiding van de
politieacademie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel
beschikbaar om de tijdelijke capaciteitseffecten van de uitstroom op te
vangen. Binnen de bestaande taken van de politie zullen altijd keuzes
gemaakt moeten worden, het is nu zaak dat de extra capaciteit en de
extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt
beschikbaar komen, zodat de keuzes minder pijnlijk zijn.