[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (35300-VI) op 20 november 2019

Brief regering

Nummer: 2019D47220, datum: 2019-11-21, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2019Z22766:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

Vraag:
De begroting van de politie laat geen ruimte over voor extra taken. Welke taken gaan er af voor de politie?

Antwoord:
Er gaan geen taken af voor de politie. Binnen de bestaande taken van de politie zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden. Dit geldt te meer nu de inzetbaarheid de komende jaren onder druk staat. Dit kabinet investeert € 291 miljoen in de politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen incidenteel beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is er nog 15 miljoen euro voor de zedenpolitie en 10 miljoen euro voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt. Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro voor de aanschaf van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november aangekondigd, 10 miljoen incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

Vraag:
Waarom staat het recht op veiligheid niet in de grondwet? Graag een reactie op het tekstvoorstel/initiatiefwet om Grondwet te wijzigen door recht op veiligheid te waarborgen.

Antwoord:
De regering is niet voornemens om het recht op veiligheid separaat in de Grondwet te verankeren. Het initiatiefvoorstel uit 2001 waar mevrouw Helder naar verwijst, is in 2008 ingetrokken, mede vanwege de kritiek van de Raad van State.
Het is eigen aan de staat, zoals wij die sinds enkele eeuwen kennen, om voor de algemene veiligheid te zorgen en daarvoor instituties van overheidswege in het leven te roepen. Veiligheid staat niet op zich, maar is nodig om je rechten te kunnen uitoefenen en in vrijheid te leven. Bij de zorg voor veiligheid is de vraag naar de aanwezigheid van een overheidstaak niet aan de orde: die taak is gegeven met het bestaan van de staat. Uiteraard doet dit alles niets af aan het grote belang van de zorg die de overheid heeft voor de veiligheid van de burger en het budget dat daarvoor wordt uitgetrokken. Het opnemen van een apart recht op veiligheid in de Grondwet zou daar niets aan veranderen.


Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

Vraag:
Waarom worden agenten niet onder de wet veteranen gebracht, vergelijkbaar met militairen?

Antwoord:
Op dit moment is er geen aanleiding om politieagenten onder de wet veteranen te brengen. Politiemedewerkers hebben op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie en de Circulaire PTSS Politie een pakket aan voorzieningen. Hierover is uw Kamer reeds geïnformeerd (Kamerstuk 29 628, nr. 782; Kamerstuk 29 628, nr. 889). De veteranenstatus is vastgelegd in de Veteranenwet en is nadrukkelijk verbonden aan de bijzondere rechtspositie van de militair die voortvloeit uit of verband houdt met de taak van de krijgsmacht. Hierover heb ik uw Kamer tevens geïnformeerd bij de beantwoording van de Kamervragen van het lid Belhaj (D66) (Kamervragen 2018-2019, nr. 3895).

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

Vraag:
Waarom moet de minister het geld voor stroomstootwapens uit het al bestaande krappe budget halen?

Antwoord:
Om de uitrol van het stroomstootwapen te financieren ontvangt de politie in totaal 30 miljoen euro uit de JenV-begroting. Hiervan is 5 miljoen begin dit jaar bij de Voorjaarsnota al beschikbaar gesteld, de overige 25 miljoen wordt nu via de Najaarsnota geregeld. Hiermee is de uitrol t/m 2025 gefinancierd en kunnen ca. 17.000 agenten voorzien worden van een stroomstootwapen.
Structureel reserveert de politie vanaf 2020 5 miljoen euro uit de FM-budgetten in de politiebegroting. In overleg met de korpschef is vastgesteld dat deze ruimte binnen de materieel-budgetten van de politie te vinden is. De marktconsultatie en het verloop van de aanbesteding zullen laten zien welke verdere middelen structureel benodigd zijn. Benodigde aanvullende structurele middelen worden gedekt in de begroting 2021. MJenV heeft uw Kamer hierover geïnformeerd op 15 november jl.

Vragen van het lid Helder, L.M.J.S. (PVV)

Vraag:
PTSS problematiek bij de politie, nog steeds zijn er berichten dat agenten in de kou staan met psychische problemen. Waarom worden langlopende dossiers niet afgekocht? Waarom besteden we miljoenen aan de Landsadvocaat? Waarom besteden we geen geld aan de personen om wie het gaat zodat zij kunnen herstellen? Graag een reactie.

Antwoord:
PTSS is een verschrikkelijke ziekte. De politie besteedt terecht veel tijd en aandacht aan deze doelgroep. Het is in het belang van de medewerker en zijn of haar naasten om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen en om dat te bereiken wordt er op ingezet het verzoek tot erkenning beroepsziekte zo snel mogelijk in behandeling te nemen en af te handelen. De juiste afhandeling vraagt echter ook om aandacht en zorgvuldigheid. Waar mogelijk probeert de politie juridische procedures te voorkomen.
De politie werkt op dit moment de afspraken over de zorg en ondersteuning voor medewerkers met PTSS uit de CAO 2018-2020 uit. Op 4 november jl. heeft MJenV de uw Kamer geïnformeerd over de inzet van de politie om de doorlooptijden van de erkenning en de schadeafhandeling bij PTSS te verkorten.


Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)

Vraag:
Wat gaat de minister in relatie tot de fatwa richting het lid Wilders doen? Is de arrestatie van de Pakistaanse prediker Rizvi geëist? Is de minister bereid zijn Pakistaanse collega te dwingen deze man op te pakken? Is de Nederlandse ambassadeur al teruggeroepen? Is er overleg met de MBZ (Blok) over stappen richting Pakistan? Is er een rechtshulpverzoek aan Pakistan gedaan?

Antwoord:
Dit betreft een ernstige bedreiging van een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger. Deze bedreiging raakt aan de kern van de democratische rechtsstaat en de MvJenV neemt deze bedreiging dan ook zeer serieus. Om die reden is er ook overleg gevoerd met het ministerie van Buitenlandse Zaken. De MJenV doet geen uitspraken over individuele strafzaken. Het staat direct betrokkenen, zoals een aangever, echter te allen tijde vrij om bij het OM te informeren naar de stand van zaken rondom een aangifte en mogelijke stappen in dat kader.

Vragen van het lid Markuszower, G. (PVV)

Vraag:
Hoe staat het met de veiligheid van Geert Wilders die al meer dan 15 jaar dankzij fatwa’s zijn vrijheid kwijt is? Is de beveiliging van Geert Wilders voldoende op orde?

Antwoord:
Zoals bekend kan MJenV geen uitspraken doen over de beveiliging van personen, vanwege het gevaar dat dit kan opleveren voor deze persoon. Beveiligingsmaatregelen worden genomen op basis van dreiging en risico. Vanzelfsprekend heeft dit mijn hoogste aandacht.


Vragen van het lid Dijk, E. van (PVV)

Vraag:
Vluchtelingen komen nu vaak eerst door meerdere veilige landen. Waarom worden de Dublin regels niet strakker nageleefd?

Antwoord:
De aanname dat de Dublin-regels niet strak worden nageleefd is niet correct. De IND beziet bij iedere asielaanvraag altijd allereerst of een ander Europees land verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Een van de criteria in de Dublinverordening om een andere lidstaat verantwoordelijk te achten, is dat de asielzoeker daar de buitengrenzen van het Dublingebied is overgegaan. Doorreis door een andere lidstaat is daarvoor echter géén criterium.
Als door de IND een andere verantwoordelijke lidstaat kan worden vastgesteld, draagt DT&V de asielzoeker aan die lidstaat over. We zien dat een groot deel van de vreemdelingen zich voorafgaand aan de overdracht aan het toezicht onttrekt. In de Dublinverordening staan de vereisten voor inbewaringstelling. Nederland maakt zich er in Europees verband hard voor verlaging van de drempels voor inbewaringstelling in de nieuwe Dublinverordening, zodat eerder en vaker bewaring mogelijk is om zo de overdracht te verzekeren.

Vragen van het lid Dijk, E. van (PVV)

Vraag:
Hoe is het mogelijk dat de regering de regie uit handen heeft gegeven? Wanneer gaan we zelf weer over het uitzettingsbeleid (i.p.v. de EU)?

Antwoord:
Migratie vereist per definitie internationale samenwerking. Nederland behoort tot het Schengengebied. Binnen een Schengenruimte zonder binnengrenscontroles is sterke Europese samenwerking op immigratie-, asiel- en terugkeerbeleid noodzakelijk en heeft Nederland daar baat bij. Daar waar er beperkingen uitgaan van EU regelgeving voor de nationale uitvoeringspraktijk, zet het kabinet zich in voor aanpassing daarvan. Zo wordt, na Nederlands aandringen, de Terugkeerrichtlijn nu aangepast. In lijn met het Regeerakkoord, wil het kabinet met deze herziening de mogelijkheden tot vreemdelingenbewaring uitbreiden. Daarnaast beschikt de EU over groot onderhandelingsgewicht, en is daarmee in staat om tot betere terugkeerafspraken te komen met landen van herkomst en veilige derde landen.

Vragen van het lid Dijk, E. van (PVV)

Vraag:
De SJenV doet niks, behalve de IND meer belastinggeld toeschuiven. Er zijn 21.000 asielzoekers die moesten vertrekken, maar er zijn slechts 9.000 vertrokken. Bijna niemand gaat weg. Waar is de overige 56%?

Antwoord:
Het uitgangspunt van het beleid is dat vreemdelingen die geen verblijfsrecht (meer) hebben zelfstandig Nederland verlaten. Dit brengt met zich dat een gedeelte van de vreemdelingen op eigen gelegenheid vertrekt, buiten het toezicht van de migratieketen. Over de vraag waarheen deze mensen vertrekken, kunnen geen cijfers gegeven worden, juist omdat dit vertrek buiten het toezicht plaatsvindt. Een deel zal terugkeren naar het herkomstland, een deel zal doorreizen naar een ander Europees land en een deel zal - al dan niet tijdelijk - illegaal in Nederland blijven.


Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)

Vraag:
Kan de minister volledige openheid geven over hoe de twee IS-vrouwen in Ankara gekomen zijn?

Antwoord:
De twee vrouwen die zich op 30 oktober bij de diplomatieke vertegenwoordiging in Ankara hebben gemeld, hebben zelf verklaard dat ze voor de Turkse inval ontsnapt zijn uit het kamp Al Hol. Alles wat met het strafrechtelijk onderzoek te maken kan hebben, zo ook de vraag hoe zij vanuit Noordoost-Syrië naar Ankara zijn gekomen, ligt nu onder de rechter. Hierover kan MJenV dan ook geen verdere mededelingen doen.

Vragen van het lid Graaf, M. de (PVV)

Vraag:
Wat is uw reactie op het standpunt van de PVV dat het tijd is om het VN-Vluchtelingenverdrag en het Kinderrechtenverdrag van de EU op te zeggen?

Antwoord:
Het kabinet is niet voornemens het Vluchtelingenverdrag en het Kinderrechtenverdrag op te zeggen. Deze verdragen zijn van fundamenteel belang bij de bescherming van vluchtelingen en kinderen. Wel wordt in gevolge het regeerakkoord een studie gedaan naar het Vluchtelingenverdrag.



Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
De MRb heeft positief gereageerd op het voorstel om naar Italiaans voorbeeld een geïsoleerd regime voor zware criminelen in de gevangenis op te tuigen. Op welke termijn heeft de MRb dit voorstel uitgewerkt en wanneer kan dit regime ingevoerd worden?

Antwoord:
Kern van een dergelijk regime is dat zware criminelen in de gevangenis uit elkaar worden gehouden zodat er geen onderling contact mogelijk is. En dat er verscherpt toezicht wordt gehouden op de contacten met de buitenwereld en de contacten die binnen detentie plaatsvinden.

DJI treft voorbereidingen om binnen de huidige kaders in het eerste kwartaal van 2020 een eerste aparte kleinschalige afdeling operationeel te maken. DJI zal tevens de mogelijkheden en randvoorwaarden in kaart brengen om zo’n afdeling in meerdere PI’s te realiseren. Tevens beziet de MRb of deze differentiatie volstaat of dat er behoefte is aan een tweede faciliteit die gelijkenissen vertoont met de Extra Beveiligde Inrichting (EBI). Uw Kamer wordt bij voorjaarsnota hierover nader geïnformeerd in het kader van de bredere aanpak van ondermijnende criminaliteit.




Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Op welke wijze gaat de MRb een gedegen analyse uitvoeren, gevolgd door een stevige inzet op gezins- en wijkniveau, op het ronselen van jongeren voor drugsklusjes?

Antwoord:
Het is belangrijk kwetsbare personen, met name jongeren in bepaalde wijken, weerbaar te maken en te behoeden voor het criminele pad, zoals het ronselen van jongeren voor drugsactiviteiten. In de brief van 28 juni jl van de MRb is de aanpak van jeugdcriminaliteit van de afgelopen periode weergegeven, te weten een meer persoonsgerichte benadering met gerichte screening en risicotaxatie en het inzetten van erkende gedragsinterventies. In het kader van het brede offensief tegen georganiseerde criminaliteit, waar preventie een belangrijk onderdeel van is, gaan de MJenV en de Mrb hierop verder bouwen samen met de collega’s van BZK, OCenW, SZW, VWS en lokale partijen. Het is nodig om in de aanpak van ondermijning, kwetsbare personen, met name jongeren in bepaalde wijken, weerbaar te maken en te behoeden voor het criminele pad, zoals het ronselen van jongeren voor drugsactiviteiten. Een gedegen analyse naar de problematiek achter ‘drugsrunners’ en verharding en betrokkenheid van minderjarigen in drugshandel is onderdeel van deze aanpak. Hoe die analyse wordt uitgevoerd zal de MRb de komende tijd met betrokken partners verder uitwerken. Onderdeel van de analyse is binnen domein van onderwijs, werken, wonen en veiligheid bezien wat er in aanvulling hierop nodig is. De minister van JenV informeert uw Kamer hierover in het voorjaar van 2020 in de brief die hij uw Kamer heeft toegezegd voor de verdere uitwerking van het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Kunnen inbeslaggenomen artikelen van criminelen teruggegeven worden aan de samenleving, in het bijzonder aan de slachtoffers? En kunnen afgepakte middelen ingezet worden om nog meer criminelen te pakken?

Antwoord:
De gedachte om bij criminelen in beslag genomen goederen ten goede te laten komen aan die delen van de samenleving die ook slachtoffer zijn geworden van diezelfde criminelen, is een interessante (men denke aan de situatie waarbij een door ondermijning getroffen woonwijk de opbrengsten geniet van de veiling of verkoop van door misdadigers voor criminele doeleinden gebruikte panden in diezelfde woonwijk). Hiervoor zal wel een wettelijke regeling vereist zijn. MJenV is bereid om samen met collega’s van BZK en Financiën te onderzoeken of zo’n regeling haalbaar is.
Afgezien daarvan is een teruggave aan slachtoffers van aan hen toebehorende, bij criminelen in beslaggenomen goederen reeds mogelijk volgens bepaalde procedures. Afgepakte middelen vallen voor het overige in de generieke middelen conform het regeerakkoord. Dit ter voorkoming van perverse prikkels en/of riskante fluctuaties in het budget van JenV.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Kunt u toezeggen met regionale burgemeesters en de nationale politie het gesprek aan te gaan om de Rotterdamse 'Patseraanpak' en effectieve preventieprogramma's als instrument over het hele land uit te rollen? Kunt u een terugkoppeling geven van het gevoerde gesprek?

Antwoord:
De MJenV is met burgemeesters, Openbaar Ministerie en de Korpschef Politie in overleg om de aanpak van onverklaard vermogen bij jongeren stevig vorm te geven. Daarbij zijn ook bestaande –repressieve en preventieve - instrumenten als preventief fouilleren aan de orde. en worden ook best practices gedeeld. De politie deelt de goede voorbeelden van deze aanpak intern, zodat die kunnen worden benut bij nieuwe initiatieven om onverklaarbaar verkregen vermogen aan te pakken. De minister van JenV wil in gesprekken met een aantal gemeenten ook nagaan hoe een dergelijke aanpak eruit zou kunnen zien, alsmede in hoeverre deze breed zou kunnen worden ingezet.

De minister van JenV informeert uw Kamer hierover in het voorjaar 2020, bij toezending van het uitgewerkte plan over de aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Is de minister van Justitie en Veiligheid bereid te onderzoeken hoe we sneller en beter geld kunnen afpakken van criminelen, inclusief van familieleden?

Antwoord:
Het verbeteren van de processen om sneller en beter geld te kunnen afpakken heeft de continue aandacht van MJenV en dat van de betrokken organisaties.

Volgend jaar wordt gestart met een WODC-onderzoek waarin gekeken wordt naar mogelijkheden voor versnelling van de ontnemingsprocedure.

In de voortgangsbrief inzake de aanpak van ondermijning die uw Kamer vorige week ontving is uiteengezet welke stappen ter verbetering worden ondernomen.

Door de organisaties wordt uitvoering gegeven aan de strategie afpakken. Daarvoor worden vier actielijnen uitgevoerd 1) het financieel-economisch perspectief aan de voorkant van het opsporingsonderzoek toepassen; 2) verder leren, ontwikkelen en integraal verbinden voor doeltreffende interventies; 3) versterkte internationale samenwerking en 4) continu monitoren van resultaten en (bij)sturen.

Daartoe is geïnvesteerd in de FIOD, politie en het OM. En door te investeren in de opbouw van de financiële recherche bij de politie en uitbreiding van de FIU.

Daarnaast wordt samen met de politie, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en OM onderzocht of, en zo ja welke aanvullende wetgeving nodig is om het afpakken van crimineel vermogen te realiseren. Daarover bent u in bovengenoemde brief over de voortgang van de aanpak van ondermijning geïnformeerd, zoals het breder toepassen van strafrechtelijk executieonderzoek, strafrechtelijke curatele en langdurig vermogenstoezicht.

Ook met de eenmalige investering van 30 miljoen euro in 2018 in het afpakken van crimineel vermogen zijn regionaal en landelijk nieuwe projecten gestart om deze aanpak vanuit een financiële invalshoek verder te versterken.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Kamerlid Van der Linde is gekomen met 10 punten om witwassen tegen te gaan. Hoe staat het met de punten in dit plan?

Antwoord:
Op 10 oktober jl. hebben de minister van Financiën en de minister Justitie enVeiligheid in een brief aan uw Kamer desgevraagd een uitgebreide reactie gegeven op alle genoemde punten van het lid Van der Linde (VVD).

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Wat is de reactie van de minister op de vraag hoe betrokkenen bij witwassen sneller kunnen worden vervolgd?

Antwoord:
In de brief van de minister van Financiën en de minister van JenV van 10 oktober, waarin wordt gereageerd op de 10 punten van het Lid van der Linde om witwassen tegen te gaan, is hierop uitgebreid ingegaan. Samenvattend beschikken toezichthouders, opsporingsdiensten en het OM over verschillende bevoegdheden om snel over te gaan tot handhavend optreden. Verder zijn in het plan van aanpak witwassen van de minister van Financiën en de minister van JenV van 30 juni jl. diverse maatregelen opgenomen ter versterking van de opsporing en vervolging van witwassen, onder meer op het terrein van het verbeteren van de informatiepositie. Daaronder vallen onder meer de ruimere mogelijkheden voor Wwft-toezichthouders om toezichtinformatie te gaan delen met o.a. de politie, FIOD en OM, de (door)ontwikkeling van het verwijzingsportaal bankgegevens en de oprichting van UBO-registers. Tevens zijn bij Voorjaarsnota 2019 extra middelen toegekend ter versterking van de opsporing en vervolging van witwassen, fraudebestrijding en ondermijning oplopend tot een structureel bedrag van € 29 miljoen vanaf 2021.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Hoe lang duurt het voordat alle agenten die weggetrokken waren voor het stelsel bewaken en beveiligen weer op straat kunnen zijn?

Antwoord:
Naar aanleiding van de moord op advocaat Derk Wiersum zijn er meer personen die beveiligd moeten worden. De hiervoor benodigde inzet kan toe- en afnemen. Dit wordt bezien in het licht van de individuele zaken. Mede met de 110 miljoen euro voor de bestrijding van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit wordt geïnvesteerd in de tijdige inzetbaarheid van beveiligingsmaatregelen voor wie dat nodig is, en in structurele aandacht voor kwetsbare beroepsgroepen waaronder rechters, officieren van justitie en advocaten.

Zoals in de brief van 20 november j.l. gesteld zullen de extra middelen voor het stelsel van het bewaken en beveiligen ter verlichting van de druk op basispolitiezorg (10 miljoen) worden ingezet voor het versnellen en uitbreiden van specialistische opleidingen voor nevenfuncties op het gebied van de bewaken-en-beveiligingstaken. Zo komt er een bredere basis in de politieorganisatie om deze taken te kunnen vervullen.

Daarnaast kunnen de middelen worden aangewend voor het vergroten van de inzetbaarheid van executieve medewerkers en voor nieuwe technologie en materieel als onderdeel van de alternatieve bewaken-, beveiligen- en getuigenbeschermingsconcepten.

Dit extra geld, dat via een bijzondere bijdrage wordt verstrekt, helpt om de druk op de organisatie te verlichten. Maar dan nog zullen in de eerstvolgende jaren vaak ongemakkelijke keuzes in zowel de veiligheids- als verbeterambities binnen de eenheden nodig zijn.

Met de korpschef en de gezagen zal ik de situatie nauwgezet monitoren. De korpschef en ik zijn met de politievakbonden in gesprek over maatregelen die de instroom van nieuwe politiemensen in de eenheden moeten versnellen en de inzetbaarheid moeten vergroten.





Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
We kunnen niet voorbij gaan aan de moord op de broer van een kroongetuige en zeer recent een aanslag op een advocaat en tientallen mensen die onze rechtsstaat dienen en daarom beveiligd moeten worden. Als we extra geld investeren in de aanpak wil ik ook weten met welk verhaal. Waar ging het mis, waar kan het beter? Heeft het OM ook steken laten vallen? Ik neem geen genoegen met het antwoord dat de minister hierover geen uitspraken kan doen, kom met een analyse over deze casussen. Hoe kunnen we scherper krijgen dat wat volgens de letter van de wet kan ook in de praktijk gebeurd?

Antwoord:
Over de concrete beveiligingsmaatregelen in de individuele cases kunnen geen uitspraken worden gedaan. Beveiligingsmaatregelen worden genomen op basis van dreiging en risico. Vanzelfsprekend heeft dit de hoogste aandacht; beveiligingsprofessionals maken continu nieuwe analyses gemaakt van de dreiging.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Waarom kunnen de tasers voor politie niet sneller worden ingevoerd?

Antwoord:
De korpschef zal onmiddellijk starten met de invoering van het stroomstootwapen. De eerst stap betreft de aanbestedingsprocedure en het ontwikkelen van de opleidingen. Dat duurt ongeveer anderhalf jaar. Daarna wordt het stroomstootwapen gefaseerd uitgerold. Hierbij is van belang de 17.000 politiemedewerkers die het nieuwe wapen gaan gebruiken goed te trainen. Ter illustratie: de opleiding duurt drie dagen, voor 17.000 agenten betekent dit ruim 50.000 opleidingsdagen. Na vijf jaar is de implementatie volledig afgerond.
Wat betreft het convenant over het gebruik van het stroomstootwapen in de GGZ: de verwachting is dat dit convenant in december van dit jaar wordt afgerond. MJenV heeft uw Kamer hierover geïnformeerd op 15 november jl.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Als je georganiseerde misdaad wilt aanpakken, moet je geld kunnen volgen tot je aan de top komt. Dat kan alleen als we op een effectieve manier informatie kunnen delen. Dat kan op EU niveau, maar ook als we de politie en burgemeester in staat stellen om informatie te delen. Dat kan nu niet. Ik hoor debat na debat van de MRb dat informatie delen wel kan. Wat klopt er dan niet over de klachten die we hierover krijgen? Ik wil de minister vragen of we dat op papier kunnen zetten. Hoe kan dat dan?

Antwoord:
Nut en noodzaak van informatie-uitwisseling, zowel publiek-publiek als publiek-privaat, ten behoeve van het tegengaan van ondermijning is evident. Het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden biedt een betere grondslag voor domeinoverstijgende, gezamenlijke gegevensverwerking ten behoeve van de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Daarbij is het bij uitstek noodzakelijk dat meerdere partijen samenwerken en met het oog daarop gegevens kunnen uitwisselen.
Het advies van de Raad van State wordt deze week verwacht en het streven is het wetsvoorstel begin volgend jaar bij uw Kamer in te kunnen dienen. Indien uw Kamer dit wetsvoorstel met spoed wil behandelen, wordt daar uiteraard alle medewerking aan verleend.

De bestaande wetgeving biedt ook nu al volop mogelijkheden voor het delen van informatie. Omdat gemeenten aangeven dat zij worden beperkt in de mogelijkheden om informatie te delen heeft mijn ministerie aan de hand van door diezelfde gemeenten aangedragen casussen in kaart gebracht welke mogelijkheden er wettelijk zijn. Zo is in het kader van de opsporing van strafbare feiten al veel mogelijk op het gebied van informatie-uitwisseling.
In de brief d.d. 11 november jl. (Kamerstuk 2019D45276) is de MJenV ingegaan op de mogelijkheden van informatie-uitwisseling. Als bijlage bij deze brief is een selectie van mogelijkheden gegeven. Ook informatiedelen tussen burgemeesters is mogelijk. Dit gebeurt via de politie. Een burgemeester kan in de driehoek vragen of de politie een collega burgemeester informeert.

Waar overheidspartijen samenwerken bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit kan onder meer door middel van convenanten informatie worden gedeeld. Een voorbeeld betreft de Regionale Inlichtingen en Expertise Centra (de RIEC’s). Een ander voorbeeld is de BIJ-regeling (Bestuurlijke Informatie Justitiabelen), die regelt dat een burgemeester kan worden geïnformeerd over de vestiging van ex-gedetineerden in zijn of haar gemeente.

De Wet Bibob biedt bestuursorganen de mogelijkheid om bij het nemen van bepaalde besluiten de aanvrager en zijn zakelijke omgeving te screenen door zijn antecedenten op te vragen. Deze mogelijkheden worden momenteel uitgebreid met een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, de consultatiereacties worden nu verwerkt.

Daarnaast is op dit moment een 2e tranche wijziging wet Bibob in voorbereiding waarin bestuursorganen nog meer mogelijkheden krijgen informatie uit te wisselen. Op dit moment kan de officier van Justitie overigens al een “tip” uitbrengen aan een burgemeester – namelijk dat er aanleiding is om het Landelijk Bureau Bibob om advies te vragen. De officier van Justitie levert dan de info die hij heeft.
Er wordt gevraagd om een noodwet voor informatie-uitwisseling. Zoals geschetst lopen er nu meerdere initiatieven om het delen van informatie met het oog op het tegengaan van ondermijning eenvoudiger te maken en daar wordt hoge prioriteit aan gegeven. Een noodwet is een wet die zo snel mogelijk tot stand wordt gebracht. Ook een noodwet moet de eisen uit de AVG en de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging respecteren. Ik begrijp de vraag dus zo dat het gaat om een wet die snel in werking kan treden en de mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie verbetert en vereenvoudigt.

Van belang in dit verband is om te melden dat op dit moment onder regie van het Aanjaagteam Ondermijning een model-protocol wordt opgesteld, dat inzichtelijk maakt welke informatie binnen een gemeente wél kan worden gedeeld. Bij het opstellen van dit protocol zal ook duidelijk worden waar knelpunten zitten in de informatiedeling. Hiervoor wordt dan gekeken of oplossingen mogelijk zijn, waarbij ook wetgeving tot de mogelijkheden behoort.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Wanneer gaat de minister van Justitie en Veiligheid de aangenomen motie uitvoeren om te komen tot een wetsvoorstel om "homogenezing" te bestraffen?

Antwoord:
Op 15 november jl. is een brief (kenmerk 1577736-194919-J) naar Uw Kamer gestuurd, waarin wordt ingegaan op de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Yesilgöz-Zegerius (Kamerstuk 30 420, nr. 318). Deze motie is ingediend bij het debat over de Lhbti-monitor en de Nashvilleverklaring op 16 mei 2019. In deze motie wordt de regering verzocht ‘met een wetsvoorstel te komen met als doel een ieder die de seksuele oriëntatie of genderidentiteit van een ander probeert te veranderen, te onderdrukken of uit te wissen, te bestraffen, met specifiek aandacht voor jongeren en kwetsbare personen’. De dag ervoor was in het debat over Huiselijk geweld/Kindermishandeling een motie ingediend door het lid-Bergkamp c.s. (Kamerstuk 28 345, nr. 219) waarin de regering wordt verzocht om ‘diepgaand en onafhankelijk te laten onderzoeken in welke mate jongeren en kwetsbare personen in Nederland worden blootgesteld aan «homogenezingsbehandelingen» of «conversietherapieën». Beide moties zijn de week daarna door de Tweede Kamer aangenomen. Voor een zorgvuldig traject om te komen tot effectieve maatregelen, is het van belang om eerst meer inzicht te verkrijgen in de aard en omvang van de problematiek en de mate waarin aanvullende (strafrechtelijke) regelgeving of maatregelen een zinvolle bijdrage kunnen leveren. Om die reden zal, zoals ook in voornoemde brief aangegeven, eerst conform de motie-Bergkamp c.s. een onderzoek worden uitgevoerd. Wanneer het onderzoek volledig is afgerond, zal in de beleidsreactie naar aanleiding van het onderzoek worden aangegeven of aanvullende regelgeving aangewezen is, zoals de motie -Yesilgöz-Zegerius vraagt.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Er is extra aandacht nodig voor de veiligheid van de LHBT-gemeenschap. De minister beloofde maanden geleden hier al acties voor en zou hier op terugkomen. Waar blijven deze acties?

Antwoord:
Het Actieplan Veiligheid LHBTI 2019–2022 is op 2 april 2019 (Kamerstuk 30 420, nr. 303) aan uw Kamer toegestuurd. Dit actieplan bevatte een groot aantal concrete maatregelen om de veiligheid van LHBTI’s te verbeteren. Zo werkt het Transgendernetwerk Nederland (TNN) samen met de politie aan een voorlichtingsfilm over een professionele bejegening van transgender personen bij het opnemen van aangiften en bij fouilleren. De politieacademie zal deze voorlichtingsfilm gaan gebruiken bij de opleiding van politiemedewerkers. En het LECD is inmiddels uitgebreid van 5 naar 7 FTE:
Met het oog op de toenemende behoefte aan specialisatie en expertise inzake discriminatie-incidenten en om een discriminatie-aspect te identificeren en te betrekken in de strafeis beziet het OM hoe het invulling kan geven aan structurele uitbreiding van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie.

Op dit moment zijn alle betrokken partijen druk bezig deze actiepunten uit te voeren. Zoals afgesproken zal de MJenV uw Kamer over de uitvoering van deze punten in het voorjaar van 2020 nader informeren in de komende voortgangsbrief over het Nationaal Actieprogramma Discriminatie.




Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Kan de nationaliteit van de Nederlandse terugkeerde vrouw uit Istanbul zo snel mogelijk worden ingetrokken?

Antwoord:
Over individuele zaken worden geen uitspraken gedaan. In het algemeen kan gesteld worden dat het Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 2 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) kan worden ingetrokken na een onherroepelijke veroordeling voor een terroristisch misdrijf en alleen bij Nederlanders die tevens een tweede nationaliteit hebben. Daarnaast kan op basis van artikel 14 lid 4 RWN het Nederlanderschap worden ingetrokken in het belang van de nationale veiligheid. Dit kan slechts als de persoon zich buiten Nederland bevindt. Ook hier geldt overigens dat de betrokkene moet beschikken over een tweede nationaliteit. Waar mogelijk wordt ingezet op intrekking van het Nederlanderschap.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Informatie-uitwisseling en het kunnen volgen van criminele geldstromen zijn van belang voor de bestrijding van georganiseerde misdaad. Wat is de reactie van de MRb op het aanbod van het notariaat om notarissen beter te betrekken bij de aanpak van fraude, witwassen en ondermijning?

Antwoord:
Het aanbod van het notariaat stellen wij zeer op prijs. De MRb heeft u in de voortgangsbrief over de aanpak van de georganiseerde criminaliteit (Kamerstukken II, 2018/19, 29279 nr. 529) onlangs geïnformeerd over het belang van de notaris als poortwachter. Het minsterie van JenV is met de KNB in goed overleg over de rol en de effectiviteit van de notaris in die rol. Hierbij wordt onderzocht welke verbeteringen mogelijk zijn.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Wat is uw reactie op het standpunt van de VVD dat de vrouw waarvan de Nederlandse nationaliteit reeds is ingetrokken, zo snel mogelijk wordt uitgezet?

Antwoord:
Betrokkene is bij aankomst door de KMar op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens aangehouden ten behoeve van strafrechtelijke vervolging. Aangezien betrokkene geen verblijfsrecht heeft in Nederland, zal na vervolging, berechting en een eventuele detentieperiode worden ingezet op vertrek naar het land van de andere nationaliteit (Marokko).

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Kan de minister reageren op de brief van Aboutaleb over de bestrijding van drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven?

Antwoord:
De minister van JenV vindt het positief dat de burgemeester van Rotterdam pleit voor samenwerking met Colombia voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder de drugscriminaliteit. Hij heeft van zijn reis naar Columbia verslag uitgebracht aan de minister van JenV.
Een belangrijk thema voor Rotterdam is uiteraard de rol en positie van de Rotterdamse haven in relatie tot drugscriminaliteit. Burgemeester Aboutaleb ziet daarbij een aantal te nemen stappen die de MJenV onderstreept. Zo heeft de MJenV uw Kamer geïnformeerd over zijn visie op Internationale Politiesamenwerking. Het aanpakken van de drugcriminaliteit in de bron- en transitlanden is van belang. Samenwerking met Zuid-Amerikaanse landen (zoals Colombia) is daarbij cruciaal en dit gebeurt al. De politie heeft een politieliaison geplaatst in Columbia op de ambassade in Bogota. Dit jaar zal de politie een extra liaison officer plaatsen ten behoeve van de operationele samenwerking met de Columbiaanse autoriteiten.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
Kan de minister met een spoedwetswijziging komen zodat niet gewacht hoeft te worden om het Nederlanderschap in te trekken totdat betrokkene is teruggekeerd naar ons land en strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld?

Antwoord:
Deze vraag is begrijpelijk maar berust op een misverstand. Het is namelijk zo dat op basis van artikel 14 lid 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap kan worden afgenomen van iemand die zich op dat moment niet in Nederland bevindt, mits die persoon zich heeft aangesloten bij een terroristische organisatie, een gevaar vormt voor de nationale veiligheid en in bezit is van een dubbele nationaliteit.

De komende maanden wordt een wetsevaluatie over de intrekking van het Nederlanderschap in belang van de nationale veiligheid uitgevoerd via het WODC. Na oplevering van de evaluatie bekijkt het kabinet of de wet aanpassing behoeft.

Vragen van het lid Yesilgöz-Zegerius, D. (VVD)

Vraag:
De VVD wil al jaren, net als de meeste collega's hier dat de middelen die afgepakt worden, weer ingezet kunnen worden om nog meer criminelen aan te kunnen pakken. Wat is de reactie van de MJenV hierop?

Antwoord:
Het voorstel van de VVD leidt in mijn ogen tot fluctuaties in de begroting en tot een perverse prikkel.
De gedachte om bij criminelen in beslag genomen goederen ten goede te laten komen aan die delen van de samenleving die ook slachtoffer zijn geworden van diezelfde criminelen, is een interessante (men denke aan de situatie waarbij een door ondermijning getroffen woonwijk de opbrengsten geniet van de veiling of verkoop van door misdadigers voor criminele doeleinden gebruikte panden in diezelfde woonwijk). Hiervoor zal wel een wettelijke regeling vereist zijn. MJenV is bereid om samen met collega’s van BZK en Financiën te onderzoeken of zo’n regeling haalbaar is.
Afgezien daarvan is een teruggave aan slachtoffers van aan hen toebehorende, bij criminelen in beslaggenomen goederen reeds mogelijk volgens bepaalde procedures. Afgepakte middelen vallen voor het overige in de generieke middelen conform het regeerakkoord. Dit ter voorkoming van perverse prikkels en/of riskante fluctuaties in het budget van JenV.

Het beleid is crimineel vermogen af te pakken. Het ten goede laten komen van de afpakopbrengsten aan de gemeenschap is een sympathieke en interessante gedachte.

Verder is in algemene zin de inzet van deze opbrengsten voor specifieke projecten in de gemeenschap niet zomaar mogelijk. De geraamde afpakopbrengsten kennen een generale behandeling en beleidsmatige verlaging van de raming leidt tot een dekkingsprobleem binnen het uitgavenkader.

Momenteel wordt een voorstel voor een pilot voorbereid om afgepakte panden een bestemming te geven ten behoeve van de gemeenschap, waardoor het ook voor de samenleving zichtbaar wordt dat misdaad niet loont. De wens voor een bredere toepassing van dit zogenoemde maatschappelijk herbestemmen wordt bij dat voorstel betrokken. Daarbij zal de MJenV met de bewindspersonen van Financiën en Binnenlandse Zaken en met gemeenten het gesprek voeren hoe een dergelijk initiatief doeltreffend voor de gemeenschap wordt.



Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Kan de migratieketen genoeg justitiële informatie benutten om overlastgevende asielzoekers aan te pakken?

Antwoord:
Ja, de SJenV heeft een landelijke ‘Top X aanpak’ ontwikkeld voor de zwaarste groep overlastgevers. De SJenV heeft in nauwe samenwerking tussen de migratieketen en de Politie een Top X lijst tot stand gebracht, waarop de overlastgevers staan die als eerste aandacht moeten krijgen van de ketenmarinier en kunnen rekenen op een individuele aanpak door de betrokken partijen. Bij het opstelllen van deze lijst heeft de SJenV gebruik gemaakt van de werkwijze van de 'Top-600 Aanpak' van de gemeente Amsterdam, ook op het gebied van de informatie-uitwisseling.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Wat kunnen we doen om de aanzuigende werking van Nederland op asielzoekers tegen te gaan zolang er geen opvang in de regio voor asielzoekers is?

Antwoord:
Dat Nederland vanwege het type samenleving en welvaart dat wij hier hebben een aantrekkelijk land is en dus een aanzuigende werking heeft, kunnen we niet wegnemen. Wat we wel kunnen doen is inzetten op een stelsel dat leidt tot een billijke verdeling van de asiellasten tussen de lidstaten. Onder meer is een verbetering nodig in het Dublinsysteem, dat niet goed genoeg functioneert. Dit komt onder andere doordat er geen sanctie op doorreizen staat. Bij de besprekingen over de herziening van het Europese asielstelsel was en is een effectiever functionerend Dublin-systeem voor Nederland een kernpunt.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Kan de staatssecretaris de mogelijke juridische belemmeringen –die commissie De Leeuw ook noemt - in kaart brengen?

Antwoord:
Wanneer de IND op basis van de geldende regelgeving, inclusief de jurisprudentie, tot het oordeel komt dat kán worden ingetrokken, dan wordt ingetrokken. Wel is het zo dat bij openbare orde (of andere) signalen, rechtsregels maken dat de IND niet altijd kan intrekken. De SJenV zal u bij brief hierover nader informeren.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Om vertrek en terugkeer van asielzoekers te kunnen realiseren is het nodig dat landen van herkomst meewerken. Welke plannen heeft het kabinet om hier ontwikkelingshulp en visa bij te betrekken?

Antwoord:
Zoals gesteld in de integrale migratieagenda van dit kabinet, wordt kabinetsbreed naar de bilaterale relatie met herkomstlanden gekeken om opties te identificeren voor het realiseren van meer terugkeer. Vanuit JenV wordt ingezet op bilaterale samenwerking of capaciteitsopbouw op terreinen als rechtshulp en politie en grensbewaking. Ook het beter benutten van bestaande legale migratiekanalen – zoals het aanbieden van studiebeurzen – behoort tot de mogelijkheden. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is primair verantwoordelijk voor de afgifte van visa en het verstrekken van ontwikkelingssamenwerking. Ook deze instrumenten kunnen worden benut, zoals afgesproken in het Regeerakkoord. De invoering van de gewijzigde EU visumcode per 2 februari 2020 biedt bovendien extra mogelijkheden. Welke aanpak werkt, blijft maatwerk. Bovendien zijn, afhankelijk van het land, soms verschillende stappen nodig over een langere periode om tot resultaat te komen. Het gaat immers om het opbouwen van een duurzame relatie op terugkeersamenwerking.
Veel van de betrokken landen geven er de voorkeur aan om met name gedwongen terugkeer in stilte te laten plaatsvinden.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Is de planning voor de herbeoordeling van aanvragen Syrische vluchtelingen nog steeds hetzelfde als eerder is toegezegd?

Antwoord:
Ja, tijdens de begrotingsbehandeling in 2017 heeft mijn voorganger uw Kamer toegezegd de IND de opdracht te geven om, met het oog op het signaleren van potentiele oorlogsmisdadigers, ingewilligde Syrische asielzaken opnieuw te beoordelen. Het project is in het voorjaar 2018 van start gegaan en zal op korte termijn afgerond worden. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2020 over de resultaten van de herbeoordeling geïnformeerd.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Is de minister bereid meer inzicht te geven in de samenwerking tussen de migratie- en justitieketens en hierbij aandacht te besteden aan de wijze waarop we op basis van crimineel gedrag vergunningen weigeren of toestaan, aangeven of de staatssecretaris de druk wil opvoeren om een locatie te bieden voor sobere opvang, en inzicht te geven in het beter benutten van de aanpak van ketenmariniers zodat sneller kan worden vastgezet en uitgezet? Is de minister bereid maximaal in te zetten op de samenwerking tussen de migratie- en justitieketen?

Antwoord:
De samenwerking tussen de migratie en strafrechtketen ten aanzien van verdachte of veroordeelde vreemdelingen is onder meer geregeld via het zogenoemde “VRIS-protocol” (Vreemdeling in de strafrechtketen). Daarnaast krijgt de IND automatisch bericht als er ten aanzien van een vreemdeling een strafrechtelijk vonnis is geregistreerd. De IND beoordeelt vervolgens of de gepleegde feiten in combinatie met alle overige relevante factoren aanleiding geven tot intrekking van de verblijfsvergunning.
Voor wat betreft de vraag naar sobere opvang: Hiervoor loopt een verkenning naar een separate en sobere opvang voor specifieke doelgroepen veilige landers. Bij het vinden van een geschikte locatie heeft het COA het voortouw en werkt samen met gemeenten en andere betrokken partijen.
De ketenmariniers zijn werkzaam in Noord-Nederland, met een focus op Ter Apel. Ervaringen in hun aanpak in Noord-Nederland zullen worden vertaald in een aanpak die ook in andere delen van het land op lokaal en regionaal niveau kan worden toegepast, om de migratie- en strafrechtketen zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Daarop wordt maximaal ingezet.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
We moeten er zeker van kunnen zijn dat vergunningsaanvragen voor onbepaalde tijd scherp worden beoordeeld, ondanks werkdruk en ondanks tijdsdruk. Mocht Syrië in 2020 nog niet veilig genoeg zijn volgens het nieuwe ambtsbericht, dan wil de VVD de garantie dat er dan zeer zorgvuldig naar de dossiers wordt gekeken van Syriërs die een permanente verblijfsvergunning vragen: gelden de vergunningsvoorwaarden dan nog, wordt voldaan aan de inburgeringseisen? Kan de staatssecretaris die zorgvuldigheid van de IND toezeggen en ook meenemen in haar onderzoek?

Antwoord:
Wanneer een vreemdeling een aanvraag indient om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zal deze aanvraag worden getoetst aan de wettelijke voorwaarden, waaronder het inburgeringsvereiste en openbare orde. De IND toetst ook deze aanvragen individueel en zorgvuldig.

Daarnaast heeft mijn voorganger uw Kamer tijdens de begrotingsbehandeling in 2017 toegezegd de IND de opdracht te geven om ingewilligde Syrische asielzaken opnieuw te screenen, met het oog op het signaleren van potentiele oorlogsmisdadigers. Het project is in het voorjaar 2018 van start gegaan en het project zal spoedig afgerond worden. Om de onderzoeksmethode van deze herbeoordelingen niet prijs te geven, kan er in dit stadium geen verdere informatie gedeeld worden. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2020 van de resultaten van het project op de hoogte gesteld.



Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Kan de Kamer tussentijdse rapportages ontvangen over de pilot landelijke vreemdelingenvoorziening?

Antwoord:
Uiteraard is de SJenV bereid om uw Kamer tussentijds op de hoogte te houden. Hiertoe organiseert de SJenV in het voorjaar van 2020 een technische briefing, zoals reeds toegezegd aan uw Kamer. Tijdens deze briefing wordt inzage gegeven in de voortgang van de pilot-LVV´s en het programma.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Wat is de reactie van de SJenV op het VVD-plan om gemeenten te korten als ze niet meewerken aan het vertrek van asielzoekers die onder de landelijke vreemdelingenvoorziening vallen maar voor hen werken aan perspectief in Nederland?

Antwoord:
Het past niet bij de aard van de samenwerking om te dreigen met financiële maatregelen. Alle betrokken partijen zijn zeer frequent met elkaar in gesprek over de vraag hoe de inspanningen in de pilot-LVV’s zich verhouden tot de afspraken in het convenant. Indien er signalen zijn dat de afspraken uit het convenant niet worden nageleefd, wordt dit uiteraard besproken en ingezet op verbetering.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Kan in samenwerking met andere ministeries een 'smart' overzicht worden opgesteld met een analyse van de stand van zaken van migratieovereenkomsten met andere landen?

Antwoord:
Het kabinet zet zich, met een kabinetsbrede aanpak (waaronder de ministeries van Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in om de migratiestroom te beheersen en terugkeersamenwerking met landen van herkomst te bevorderen. Het kabinet is overtuigd van het grote belang en de urgentie daarvan. Dat vraagt om maatwerk per land met bilaterale en/of multilaterale acties via de Europese Unie of de VN. Hiertoe zet het kabinet in op diplomatie en actie met heldere boodschappen en waar mogelijk instrumenten om deze migratiesamenwerking te bevorderen. Vertrouwelijke gesprekken of acties kunnen niet worden gedeeld. Dat zou het proces om de migratiesamenwerking met landen te verbeteren, kunnen verstoren. Daarnaast zijn, afhankelijk van het land, soms verschillende stappen nodig over een langere periode om tot resultaat te komen. Met deze kanttekeningen, is het kabinet vanzelfsprekend bereid om zijn inzet met uw Kamer te delen.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Klopt het dat er een aanhangsel bij de OM-aanwijzing huiselijk geweld, specifiek over eergerelateerd geweld, zou komen en dat deze er nog steeds niet is? Kan de MRb toezeggen dat deze er alsnog snel komt?

Antwoord:
Het Openbaar Ministerie heeft per 1 mei 2016 een nieuwe aanwijzing huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze aanwijzing wordt specifiek aandacht besteed aan eergerelateerd geweld. Er is daarom geen noodzaak om een apart aanhangsel over eergerelateerd te maken. Overigens werd ook in de vorige aanwijzing van het OM, die van kracht was vanaf 1 juni 2010, aandacht besteed aan eergerelateerd geweld.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Klopt het dat de politie een team samenstelt voor de aanpak van eergerelateerd geweld en klopt het dat dit team er structureel zou moeten zijn?

Antwoord:
De politie heeft het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld ingesteld dat in de korpsstaf is geplaatst. Dit centrum is operationeel (11 fte). Daarnaast beschikt iedere regionale eenheid over een contact-functionaris (10 fte). Het Landelijk Expertise Centrum onderzoekt en analyseert gevallen van eergerelateerd geweld. Hierover adviseert het de eenheden. De feitelijke aanpak van eergerelateerd geweld geschiedt binnen de reguliere politieonderdelen. Daarvoor kent elke eenheid taakaccenthouders eergerelateerd geweld. Daarmee is de aanpak van eergerelateerd geweld binnen de politie goed geborgd.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Kunt u een reactie geven op de initiatiefnota 'In NL beslis je over je eigen leven' en ingaan op de "forced marriage act"?

Antwoord:
De MRb waardeert de initiatiefnota van mevrouw Becker en haar inzet voor kwetsbare vrouwen.
Het is schrijnend dat huwelijksdwang, verborgen vrouwen en vrouwelijke genitale verminking nog steeds voorkomen in Nederland. Deze fenomenen moeten ook hard aangepakt worden. Dit vraagt dat iedereen zich inzet voor de aanpak hiervan.

De minister van VWS coördineert deze aanpak. Momenteel wordt samen met de MRb aan een actieagenda schadelijke traditionele praktijken gewerkt. Voor het einde van dit jaar is deze gereed. Hierin zitten zowel acties op het gebied van preventie, bescherming, goede voorlichting van slachtoffers, aanpak van de daders en training van professionals. Specifiek wordt onderzocht of het wettelijk instrumentarium op dit moment voldoende is voor een goede aanpak van dit soort praktijken. Daarbij wordt ook gekeken naar goede buitenlandse voorbeelden, zoals de door mevrouw Becker genoemde Forced Marriage Protection Acts uit het Verenigd Koninkrijk. Hierover wordt uw Kamer in het tweede kwartaal van 2020 nader geïnformeerd.

Zoals de minister van SZW bij de indiening van deze initiatiefnota maandag heeft aangegeven, raken de voorstellen in de initiatiefnota van mevrouw Becker het terrein van veel departementen en komen deze gezamenlijk nog met een reactie.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Gister kwam in Ter Apel een touringbus met Moldaviërs aan. Wordt hier actief op gerechercheerd en zou het niet standaard beleid moeten zijn om alle voertuigen te controleren op afkomst?

Antwoord:
In het kader van het vreemdelingentoezicht en Mobiel Toezicht Veiligheid worden door de Nationale Politie en de KMar controles uitgevoerd om bij asielzoekerscentra en landsgrenzen mensensmokkel tegen te gaan. Dit gebeurt ook rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel en de Nederlands-Duitse grens. Bij deze controles zijn zij alert op mogelijke signalen van mensensmokkel en kijken zij ook naar verdachte voertuigen die in de buurt van AZC’s rondrijden. Als uit informatie of controle blijkt dat er mogelijk sprake is van mensensmokkel, kan door de politie of de Kmar nader onderzoek worden uitgevoerd. In de afgelopen periode hebben verschillende aanhoudingen op verdenking van mensensmokkel plaatsgevonden. Overigens is ook aandacht voor signalen van mensensmokkel binnen het identificatie- en registratieproces van asielzoekers, zoals nader toegelicht in de beantwoording op schriftelijke vraag 268.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
De SJenV schrijft dat er patronen zijn dat vluchtelingen met onbekende bestemming uit het zicht van Nederland verdwijnen. Vastzetten betekent dat Nederland het beste zicht blijft houden op uitgeprocedeerde asielzoekers. Kan er een analyse komen over of uitgeprocedeerde asielzoekers met deze patronen vastgezet kunnen worden?

Antwoord:
Het is juist dat er een soms patronen te zien zijn in de wijze waarop, of meer nog het moment waarop, migranten met onbekende bestemming vertrekken. Zo vertrekken regelmatig asielzoekers die op grond van de Dublinverordening zijn afgewezen kort voor het moment van de overdracht aan de andere lidstaat. Het kabinet meent dat de mogelijkheden om vreemdelingenbewaring toe te passen te zeer worden beperkt door Europese regelgeving, waaronder de Dublinverordening. De inzet van Nederland in de EU is dan ook gericht op verruiming van de mogelijkheden voor vreemdelingenbewaring.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Wat kan de SJenV doen bij bijvoorbeeld jonge Chinezen die via een andere naam asiel aan te kunnen vragen? Hoe kan worden voorkomen dat deze mensen opnieuw via een andere naam, dus via identiteitsfraude, het Nederlandschap krijgen? Zij komen nu weer bij gemeenten en willen dan een nieuwe naam doorgeven om zo ook in aanmerking te kunnen komen voor bijvoorbeeld gezinshereniging. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat dit soort identiteitsfraude niet verjaart, zodat er altijd strafrechtelijke vervolging kan plaatsvinden? Kan zij in ieder geval voorkomen dat deze mensen ooit het Nederlanderschap krijgen? Kan zij daarvoor ook contact hebben met de gemeenten waar deze mensen op dit moment aan de balie verschijnen?

Antwoord:
Vraag 1: wat kunt u doen tegen identiteitsfraude?
Er zijn verschillende maatregelen genomen om bij asielaanvragen vroeg in de procedure de juiste identiteitsgegevens te kunnen vaststellen. Het instellen van de BRP-straten voor asielaanvragen helpt: identiteitsgegevens die worden verkregen bij een asielaanvraag worden gedeeld met gemeenteambtenaren zodat dezelfde gegevens beschikbaar zijn bij de inschrijving in de BRP. Ook zijn er zijn regionale ‘Werkgroepen Tegengaan Identiteitsfraude’ (WTI) ingesteld met daarin gemeenten, IND, politie en het OM. De NVVB heeft een stappenplan opgesteld hoe om te gaan met verzoeken tot identiteitswijziging in de BRP voor gemeenteambtenaren. Bij wezenlijke wijzigingen dient de gemeente altijd contact op te nemen met de IND.
Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren en efficiënter maken van het identificatie- en registratieproces (I&R-proces) van asielzoekers, als belangrijk onderdeel van het Programma Flexibilisering Asielketen. Dit nieuwe I&R-proces is meer gericht op het vroegtijdig veiligstellen van informatie die zowel waardevol is voor het toelatingsproces als voor het realiseren van terugkeer. Dit nieuwe proces is de afgelopen maanden met succes op kleine schaal getest. In het najaar van 2019 zijn de tests naar meerdere locaties uitgebreid.

Vraag 2: Hoe kan worden voorkomen dat deze mensen opnieuw via een andere naam, dus via identiteitsfraude, het Nederlanderschap krijgen?
De houder van een reguliere verblijfsvergunning is op grond van artikel 7 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) als hoofdregel verplicht om bij het indienen van een naturalisatieverzoek zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen, als dit (nog) niet is gebeurd bij zijn inschrijving in de BRP of op een later moment. Dit moet hij doen met een gelegaliseerde of van een apostillestempel voorziene geboorteakte alsmede met een geldig buitenlands paspoort. Van deze hoofdregel wordt alleen afgeweken als sprake is van bewijsnood dan wel als het in het individuele geval onevenredig zou zijn om vast te houden aan de hoofdregel. De SJenV heeft uw Kamer hier eerder in meer detail per brief over geïnformeerd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 19 637, nr. 1873).

Vraag 3: Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat dit soort identiteitsfraude niet verjaart? Kan zij ook contact hebben met de gemeenten waar deze mensen op dit moment aan de balie verschijnen?
De verjaringstermijn voor identiteitsfraude is op dit moment twaalf jaar. De verjaring is geregeld in artikel 70 Sr. De duur van de verjaringstermijn is op grond van die bepaling afhankelijk van de maximale gevangenisstraf die is gesteld op het strafbare feit. In 2013 zijn de verjaringstermijnen aangepast (Wet van 15 november 2012, Stb. 572). Daarbij is vastgehouden aan voornoemde systematiek. Identiteitsfraude is strafbaar gesteld in de artikelen 231-231b Sr. Nu op deze feiten een maximale gevangenisstraf van vijf of zes jaar is gesteld, geldt een verjaringstermijn van twaalf jaar. Er is dus sprake van een behoorlijke verjaringstermijn, die voldoende ruimte geeft om een vervolging in te kunnen stellen. Om die reden is er geen aanleiding deze termijn aan te passen.
Overigens zal ik bij de Regionale Werkgroepen Tegengaan Identiteitsfraude waarin gemeenten, IND, politie en OM vertegenwoordigd zijn, aandacht blijven vragen voor de ernst van deze vorm van fraude.

Vragen van het lid Becker, B. (VVD)

Vraag:
Hoe zit het met de detentie in gesloten gezinslocaties van gezinnen met kinderen waarbij er zicht is op terugkeer? Zorgt de tijdsdruk van maximaal twee weken daar nu niet voor gemiste kansen om gezinnen daadwerkelijk terug te kunnen laten keren? Kan de SJenV hier een analyse over naar de Kamer sturen?

Antwoord:
Het is juist dat in het beleid is vastgelegd dat bewaring van gezinnen met kinderen slechts mogelijk is als er zicht is op uitzetting binnen twee weken. Dit is in overleg met uw Kamer gebeurd, die verzocht terughoudend om te gaan met bewaring van gezinnen. Het is juist dat gedwongen terugkeer gediend kan zijn met verlenging van die termijn.


Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Wanneer kunnen de extra rechercheurs aan start? Wanneer zijn ze opgeleid? Hoe wordt de extra capaciteit geoperationaliseerd? Wanneer is er een cruciale ondergrens bereikt qua bezetting van de politie? Waar zijn volgens de MJenV de tekorten het grootst?

Antwoord:
Op 12 november jl. heeft MJenV uw Kamer bericht over de uitwerking van de motie-Klaver en het bestedingsplan voor de extra capaciteit van de teams Zeden van de politie. De versterking geeft een impuls aan de kwaliteit en capaciteit van de behandeling van zedenzaken, waarmee de aanpak van seksuele misdrijven wordt versterkt.
De korpschef werkt aan een voorstel hoe de toekomstige capaciteit het meest effectief over de eenheden kan worden verdeeld. De middelen uit de motie kennen een gefaseerde opbouw, van 5 miljoen in 2020 tot 15 miljoen structureel vanaf 2023. In 2020 is geld beschikbaar gesteld voor ca. 20 fte, de jaren daarna worden de overige 90 fte ingevuld.
De politie zal hard aan de slag gaan om het bestedingsplan te realiseren. In 2023 is het team volledig op sterkte. Via de Nota van Wijziging zijn deze middelen toegevoegd aan artikel 31 van de JenV-begroting. Deze worden met een bijzondere bijdrage aan de politie uitgekeerd. Er komt onder andere structureel extra capaciteit voor de zedenpolitie (gefaseerde verhoging met ca. 90 zedenrechercheurs (inclusief digitaal) en ca. 20 fte forensisch onderzoek).

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Hoe ziet de minister van Justitie en Veilgheid zijn rol bij het opstellen van de opdracht voor een onderzoekscommissie over misstanden bij de politie? Hoe gaat de minister zorgen dat het onderzoek onafhankelijk is en dat alles op tafel komt?

Antwoord:
Voor ontoelaatbaar en grensoverschrijdend gedrag is geen plaats bij de politie. Wanneer misstanden worden gemeld, dan moet daar serieus en adequaat op gereageerd worden. De reactie van de korpschef om een onafhankelijk onderzoek te starten naar signalen van misstanden bij de Landelijke Eenheid sluit hier bij aan. Het opstellen van de onderzoeksopdracht en het borgen van onafhankelijkheid van het onderzoek is de verantwoordelijkheid van de korpsleiding, waarbij de Ondernemingsraad van de Landelijke Eenheid nauw wordt betrokken.

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Waarom heeft MJenV besloten om de prijsbijstelling –ondanks de tekorten- niet uit te keren aan de politie?

Antwoord:
Het inhouden van de prijsbijstelling is een integrale afweging voor JenV. Dit jaar is gekozen om voornamelijk de onvermijdelijke tekorten die blijken uit het Prognose Model Justitiële Ketens te dekken door het niet uitkeren van de prijsbijstelling 2019 tot en met 2024 aan de JenV onderdelen. De politie vult dit in de door de hulpofficier van justitie later in te voeren.
Per saldo krijgt de politie deze kabinetsperiode er geld bij. Zo investeert dit kabinet onder meer € 291 miljoen voor nieuwe ambities ten aanzien van politie .

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Wanneer is er voor het laatst onderzoek gedaan naar medewerkersparticipatie bij de politie en hun rol binnen de besluitvorming van de politie en bent u bereid om daar nieuw onderzoek naar te doen?

Antwoord:
Er lopen diverse initiatieven om medewerkersparticipatie op alle niveaus vorm te geven. Via de medewerkersmonitor wordt onderzocht wat er onder politiemedewerkers leeft en hoe er over de cultuur wordt gedacht. De medewerkersmonitor bevat ook vragen gericht op medewerkersparticipatie. In de teams wordt hier vervolgens mee aan de slag gegaan.
In 2018 is de medewerkersmonitor uitgevoerd onder medewerkers in de bedrijfsvoering, in de jaren daarvoor bij andere onderdelen van de politie. Vanaf 2020 wordt de medewerkersmonitor elke drie jaar decentraal herhaald en uitgevoerd.

Daarnaast worden medewerkers betrokken bij het opstellen van jaarplannen van de teams en bij de totstandkoming van de roosters. Ook nemen samenwerkingsverbanden van actieve, veelal jonge, medewerkers (zoals Blue M) zelf initiatieven om de organisatie en de cultuur te vernieuwen. Ook de georganiseerde medezeggenschap is een vorm van medewerkersparticipatie. De COR en de OR en zijn continu bezig met zichzelf vernieuwen en professionaliseren. Er is op dit moment geen aanleiding aanvullend onderzoek te doen naar medewerkersparticipatie.

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Wat is de reactie van de minister op het voorstel van GroenLinks om een “nationaal coördinator tegengaan ondermijning” in het leven te roepen, onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid en naar voorbeeld van de NCTV, ten behoeve van de verbetering van de samenwerking en kennisdeling?

Antwoord:
De minister vindt de gedachte van een centrale functionaris met coordinerende verantwoordelijkheden binnen het departementen ten behoeve van de ondermijning een interessante gedachte. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van het breed offensief.

De minister van JenV maakt zich met een brede coalitie sterk voor een langjarige inspanning tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Hij werkt daarbij met de minister voor Rechtsbescherming intensief samen met de collega’s van BZK, Financiën, Defensie, VWS, SZW, OCenW en de NCTV. En met het lokale en regionale bestuur. In het kader van dit brede offensief wordt het lopende programma anti-ondermijning binnen het ministerie van JenV verder verstevigd, waarbij zowel verbetering van de samenwerking en kennisdeling, als samenhang en regie op de aanpak centraal staat.De gedachte van een bijzondere functionaris of speciale DG wordt hierin overwogen.

De MJenV heeft uw Kamer toegezegd om voor de voorjaarsnota met een duidelijk beeld van de aanpak en het landelijk team te komen en neemt uw voorstellen mee in de verdere uitwerking van een structureel en breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Wat is de laatste stand van zaken van de besteding van de extra 15 miljoen EUR voor de zedenpolitie? Wanneer zijn deze rechercheurs actief? Wat betekent dit voor de capaciteit van het OM?

Antwoord:
Uw Kamer is over de uitwerking van de motie, het bestedingsplan en de meerjarige doorwerking geïnformeerd in de brief van MJenV van 12 november jl. Jaarlijks wordt in aanloop naar de Voorjaarsnota bekeken wat alle ontwikkelingen zijn en welke impact dat heeft op de capaciteit van de organisaties binnen JenV. Onderdeel daarvan is de stand van zaken van de monitoring van de zedenmiddelen met inbegrip van eventuele keteneffecten van de versterking.

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Wat doet het ministerie van JenV samen met andere departementen om pesten tegen te gaan?

Antwoord:
Het kindervragenuur in de Kamer afgelopen dinsdag vormde de aanleiding om pesten weer hernieuwd onder de aandacht te brengen. Pesten moet direct corrigerend worden aangepakt, omdat onschuldig lijkende plagerij kunnen uitmonden in strafbare feiten. En het is een taak van ons allen – ouders, docenten, voetbaltrainers, maar ook werkgevers, bestuurders en politici – om dat soort tendensen te herkennen, in de gaten te houden en waar nodig corrigerend op te treden. Omdat we weten waartoe het kan leiden als we het onbesproken laten.
Het afgelopen jaar heb ik diverse malen de norm gezet, zoals dat je mag demonstreren, maar met je handen van elkaar moet afblijven en dat transgender personen zichzelf niet hoeven te verstoppen maar moeten kunnen zijn wie ze zijn.

Omdat pesten vanaf jongs af aan moet worden gecorrigeerd is een anti-pestbeleid op scholen noodzakelijk. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs zijn verplicht een veiligheidsplan op te stellen, waar het voorkomen en aanpakken van pestgedrag ook verplichte elementen zijn. Het is belangrijk dat kinderen opgroeien in een omgeving waar een pester wordt aangesproken, en waar slachtoffers van pestgedrag mogelijkheden hebben om hulp te zoeken en erover te praten, bijvoorbeeld met een docent, een ouder of op een sportvereniging. Stelselmatig grensoverschrijdend pestgedrag onder volwassenen, leidt veelal tot een strafbaar feit, waartegen strafrechtelijk opgetreden kan worden.

Wat betreft internetpesten zal dit nader met uw Kamer worden besproken, tijdens het plenair debat naar aanleiding van het burgerinitiatief ‘Internetpesters aangepakt’. Op 7 december 2018 heeft MRb een kabinetsreactie op het burgerinitiatief naar de kamer verzonden, waarin nader uiteengezet wordt hoe het kabinet internetpesters wil aanpakken. Onderdeel daarvan is het beter toepasbaar maken van het reeds bestaande juridische instrumentarium op onrechtmatige handelingen op het internet, met als doel om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen op het internet te verbeteren.

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Kan de minister een reactie geven op het door mij ingediende amendement om landelijk geld vrij te maken voor centra tegen seksueel geweld?

Antwoord:
In 2018 is de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid van de ministeries van VWS en JenV voor de 16 Centra Sexueel Geweld (CSG’s) overgegaan naar 35 gemeenten. De regionale CSG’s maken daarmee deel uit van het lokale zorgaanbod. Landelijke financiering is dan ook niet aan de orde. Alle 16 centra hebben in 2018 en 2019 financiering via deze gemeenten ontvangen. In aanloop naar 2020 hebben de 16 CSG’s hun begrotingen ingediend bij de betrokken gemeenten. Deze gesprekken lopen op dit moment. Bovendien wordt de dekking voor het amendement gezocht in de post niet-juridisch verplichte uitgaven van slachtofferbeleid. Dit budget is bestemd voor de uitvoering van de meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018-2021 die met uw Kamer is gewisseld. Denk hierbij aan de recent aangekondigde capaciteitsuitbreiding van slachtoffercoördinatoren bij het Openbaar Ministerie en het ketenbreed slachtofferportaal.

Vragen van het lid Berge, C.N. van den (GL)

Vraag:
Kunt u samen met LNV iets doen aan de capaciteitsproblemen op personeel vlak bij de inspectiedienst van de dierenbescherming?

Antwoord:
De Landelijke Inspectie Dierenbescherming (LID) en de politie hebben afspraken gemaakt over hun onderlinge samenwerking werklastverdeling. Over de uitvoering van die afspraken spreken de betrokken partijen regelmatig met elkaar. In deze gesprekken komt ook de capaciteit aan de orde. Het is het voornemen van de betrokken ministeries (Justitie en Veiligheid en Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) om nog dit jaar tot een oplossing te komen die de betrokken organisaties in staat stelt de afgesproken nieuwe werkwijze te blijven hanteren.


Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
Wat gaat het terugbrengen van de duur van verblijfsvergunningen van 5 naar 3 jaar betekenen voor de IND? Is de staatssecretaris bereid om op deze maatregel terug te komen zolang de wachttijden nog buiten termijn zijn?

Antwoord:
Beoogd wordt om de maatregel vanaf 2021 te implementeren, afhankelijk van het wetgevingstraject in uw Kamer en de Eerste Kamer. Vanaf dan worden asielvergunningen voor drie jaar afgegeven.
Het is van belang dat pas vanaf de inwerkingtreding van de wetswijziging verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van 3 jaar worden verleend, en de IND dus vanaf dat moment nog 3 jaar heeft om te zorgen dat voldoende mensen en middelen beschikbaar zijn voor de te verwachten procedures.
Dit betekent dat vanaf 2024 de eerste asielvergunningen die voor 3 jaar zijn afgegeven, opnieuw worden beoordeeld.
Derhalve is er voor SJenV geen reden om op de maatregel terug te komen.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
Kan de staatssecretaris alle extra belastende taken voor de IND nalaten?

Antwoord:
Voor zover de heer van Ojik doelt op de maatregelen uit het regeerakkoord, zoals het terugbrengen van de asielvergunningduur naar 3 jaar en het beperken van de rechtsbijstand in de eerste fase van het asielproces, is het kabinet het eens dat dit verantwoord moet worden ingevoerd. Dat is ook de inzet en bij de invoering van die maatregelen zal daarmee rekening worden gehouden. De effecten daarvan op de IND zullen overigens niet op korte termijn aan de orde zijn. Deze taken komen niet noodzakelijkerwijs terecht bij beslismedewerkers die op dit moment nodig zijn om de bestaande achterstanden weg te werken. Beide maatregelen zijn gericht op wegnemen van nationale koppen bovenop het Europese kader en hebben verdere Europese harmonisatie tot doel.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
Kan de staatssecretaris de uitvoeringstoets openbaarmaken van de maatregel om gesubsidieerde rechtsbijstand af te schaffen?

Antwoord:
De resultaten van deze uitvoeringstoets zijn ontvangen. De resultaten worden betrokken bij het opstellen van het ontwerpbesluit. De resultaten van de uitvoeringstoets zullen samen met de ontwerp-AMvB aan de Eerste en Tweede Kamer worden toegestuurd in het kader van de voorhangprocedure. Naar verwachting zal dit in het eerste kwartaal van 2020 kunnen gebeuren.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
Hoe hebben de doorlooptijden zo uit de hand kunnen lopen? Hoe kunnen er langs een reeks van bewindslieden zoveel fouten zijn gemaakt? Kan de staatssecretaris daar meer inzicht in geven?

Antwoord:
Migratie en asiel betreft een complex en dynamisch beleidsterrein. De asielinstroom is bijvoorbeeld van te voren moeilijk te voorspellen. In die situaties pakken keuzes soms anders uit dan voorzien. De SJenV wil leren van de oorzaken van de opgelopen doorlooptijden. Er zijn verschillende oorzaken hiervoor aan te wijzen, maar de belangrijkste is een vroegtijdige afschaling van personeel in 2017 in combinatie met een licht verhoogde asielinstroom en een financieringssystematiek die niet verder reikte dan de korte termijn, waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de bestaande werkvoorraad.

De afgelopen periode heeft de IND diverse maatregelen genomen om de doorlooptijden van de algemene en de verlengde asielprocedure (spoor 4) te verkorten. De effecten van de genomen maatregelen laten langer op zich wachten dan de SJenV wenselijk vindt.

De SJenV heeft daarom besloten een onafhankelijk externe partij opdracht te geven om de uitvoering van de asielprocedure bij de IND door te lichten, ten einde op korte termijn met voorstellen te komen die moeten leiden tot verdere verbeteringen van de uitvoering van de asielprocedure.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
In welke mate wordt er ingezet op controle op mensensmokkel rond Ter Apel?

Antwoord:
In het kader van het vreemdelingentoezicht en Mobiel Toezicht Veiligheid worden door de Nationale Politie en de KMar controles uitgevoerd om bij asielzoekerscentra en landsgrenzen mensensmokkel tegen te gaan. Dit gebeurt ook rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel en de Nederlands-Duitse grens. Bij deze controles zijn zij alert op mogelijke signalen van mensensmokkel en kijken zij ook naar verdachte voertuigen die in de buurt van AZC’s rondrijden. Als uit informatie of controle blijkt dat er mogelijk sprake is van mensensmokkel, kan door de politie of de Kmar nader onderzoek worden uitgevoerd. In de afgelopen periode hebben verschillende aanhoudingen op verdenking van mensensmokkel plaatsgevonden. Overigens is ook aandacht voor signalen van mensensmokkel binnen het identificatie- en registratieproces van asielzoekers, zoals nader toegelicht in de beantwoording op schriftelijke vraag 268.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
De Libische kustwacht brengt met EU-steun nog steeds asielzoekers naar opvangkampen in Libië toe. Kan de SJenV toezeggen zich ook komend jaar in te spannen vluchtelingen uit die kampen met mensonterende omstandigheden weg te halen?

Antwoord:
De situatie in Libië heeft onze onverminderde aandacht. Nederland draagt bij aan het belangrijke werk van IOM en UNCHR in Libië om de omstandigheden in centra te verbeteren en migranten vrijwillig terug te laten keren naar landen van herkomst dan wel elders te hervestigen. Daarnaast is Nederland, samen met internationale partners, voortdurend in gesprek met de Libische autoriteiten om misstanden aan de kaak te stellen. Nederland heeft in 2018 en 2019 hervestigingsmissies uitgevoerd naar het Emergency Transit Mechanism (ETM) in Niger voor hervestiging van uit detentie geëvacueerde vluchtelingen in Libië. Ook in 2020 staat een hervestigingsmissie naar ETM Niger gepland als onderdeel van onze inzet om vluchtelingen weg te halen uit kwetsbare situaties.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
Hoe gaat het kabinet de impasse rond Lampedusa doorbreken, mede in het licht van Operatie Sofia (die de inzet van schepen opschort) en de afwezigheid bij het maken van afspraken op Malta?

Antwoord:
Voorop staat dat het aantal irreguliere aankomsten in Italië een stuk lager ligt t.o.v. 2018. Er is –nog steeds- geen sprake van disproportionele druk. Daarmee wil SJenV de problematiek op Lampedusa niet ontkennen; maar is het in eerste instantie aan Italië zelf om deze problematiek te adresseren. Dit kan bijvoorbeeld door de implementatie van het EU asiel acquis te verbeteren. Dat wil zeggen: verbeteren van de opvang, meer detentiecapaciteit en meer terugkeer van migranten die geen recht hebben op bescherming.

Dit laat onverlet dat Nederland zich, samen met andere EU lidstaten actief inspant om illegale migratie naar de EU tegen te gaan. Daarbij wordt opgemerkt dat operatie Sophia een effectieve bijdrage heeft geleverd aan het ontwrichten van mensensmokkelnetwerken. Het redden van drenkelingen in het kader van Sophia volgt uit de internationale verplichting die voortvloeit uit het internationaal zeerecht. Het aantal drenkelingen dat door Sophia in Italië aan wal werd gebracht was, verhoudingsgewijs, beperkt.

Over de structurele oplossing voor ontscheping: u bent bekend met de redenen waarom Nederland de Gezamenlijke Intentieverklaring van Frankrijk,Duitsland,Italië en Malta niet ondersteunt (ref. Kamerbrief 14 januari ). Nederland pleit al langere tijd voor een mechanisme langs de lijnen van de ER Conclusies van juni 2018: bij aankomst moeten kansrijke asielzoekers z.s.m. worden gescheiden van kansarme asielzoekers via een grensprocedure die doorreis voorkomt. Daarnaast zou alleen herplaatsing naar andere EU lidstaten plaats moeten vinden in geval van aanhoudende, disproportionele druk in de lidstaat van aankomst, er een voldoende aantal lidstaten deelneemt, en de lidstaat waar ontscheept wordt ook zijn fair share neemt. Ook moet worden voorkomen dat het arrangement een pull factor wordt. Zoals het er nu naar uit ziet sluit de inhoud van de Malta Verklaring hier onvoldoende bij aan. Nederland wil samen met andere lidstaten werken aan een daadwerkelijke structurele Europese oplossing voor ontscheping.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
Het mobiel toezicht veiligheid is aan beperkingen onderhevig. Ik ben verbaasd over wat er allemaal niet mag bij het toezicht in treinen, wegen en vliegvelden, zie ook het antwoord op vraag 89 van de schriftelijke vragen over de begroting. Kan de SJenV aangeven hoe ze de beperkingen te lijf gaat zonder de rechtsregels te schenden?

Antwoord:
Bestaande regels voor Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) bieden vooralsnog voldoende ruimte om mensensmokkel in Nederland effectief aan te pakken. Op basis van het juridisch kader zijn er voorwaarden gesteld aan de duur en frequentie van de uitvoering van de MTV-controles zodat deze controles niet het effect hebben van grenscontroles. De vreemdelingenwet (Vreemdelingenbesluit artikel 4.17b) biedt echter de mogelijkheid om van bepaalde voorwaarden af te wijken en de MTV-controles te intensiveren indien er concrete aanwijzingen zijn voor een aanzienlijke toename van illegaal verblijf na grensoverschrijding of als dergelijke toename op korte termijn kan worden verwacht. MTV-controles worden door de Koninklijke Marechaussee (KMar) informatie gestuurd uitgevoerd. Dit betekent dat controles in de praktijk in intensiteit, duur, locatie en focus kunnen wijzigen. Het totaal aantal controles en de ingezette capaciteit fluctueert daarmee ook.

Vragen van het lid Ojik, A. van (GL)

Vraag:
De SJenV gaat het afschaffen van de gesubsidieerde rechtsbijstand in consultatie brengen. Blijkbaar is uit de uitvoeringstoets het tegenovergestelde gebleken dan wat de experts zeggen. Waarom zou de SJenV dit anders toch doorzetten?

Antwoord:
De IND en de Raad voor de Rechtspraak hebben op verzoek van de Eerste Kamer beide uitvoeringstoetsen gedaan om de gevolgen van de maatregel voor de IND en de rechterlijke macht in kaart te brengen.
De resultaten van de uitvoeringstoetsen zijn gereed en zullen samen met de ontwerp-AMvB aan de Eerste en Tweede Kamer worden toegestuurd in het kader van de voorhangprocedure.
De reden achter de maatregel ligt in het feit dan Nederland verder gaat dan de meeste andere lidstaten en dan Europese wetgeving ons verplicht.
De Procedurerichtlijn verplicht lidstaten om op verzoek kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te bieden in beroepsprocedures. Deze verplichting geldt niet voor de besluitvormingsfase (het proces waarin de IND tot een beslissing komt).
Als we willen harmoniseren in de EU dan moeten we soms ook bereid zijn om nationale praktijk aan te passen en los te laten.
Dat is ook de primaire reden dat de SJenV met deze maatregel verder gaat.


Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Wat is uw reactie op de nota van lid Van Toorenburg over suggesties hoe slachtoffers een betere positie kunnen krijgen ten opzichte van verzekeraars?

Antwoord:
Het overgrote deel van de letselschadezaken wordt binnen 2 jaar afgehandeld (91%). Van de overige zaken gaat het in 6% om complexe letsels waarin de medische eindtoestand na 2 jaar nog niet vaststaat. 3% duurt langer dan 2 jaar doordat er een discussie is tussen de verzekeraar en het slachtoffer.
Met de kamerleden ben ik eens dat slachtoffers moeten kunnen vertrouwen op goede hulp en deskundige schadeafwikkeling.
De Letselschade Raad doet op verzoek van MRb onderzoek naar langlopende letselschade zaken. De uitkomsten worden voorjaar 2020 verwacht. MRb wacht deze resultaten af om gericht actie te ondernemen.
De plannen van de Kamerleden van CDA, SP en PvdA voor het verbeteren van de schadeafhandeling verdienen nader onderzoek. Bijvoorbeeld het idee dat er een tuchtraad komt die sancties op kan leggen.
MRb zal zijn collega van Financiën bij dit proces betrekken.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
In de praktijk blijkt dat slachtoffers in strafprocessen nog steeds tekort komen en te weinig aandacht krijgen. Kan de MRb bevestigen dat de voorschotregeling voor slachtoffers niet wordt afgeschaft?

Antwoord:
Er zijn geen plannen om de huidige voorschotregeling af te schaffen. De MRb heeft de Tweede Kamer bij brief van 15 november 2019 over dit onderwerp geïnformeerd.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Kan de minister gemeentes ondersteunen bij het aanpassen van APV om drugsgebruikers die overlast veroorzaken beter aan te pakken?

Antwoord:
De burgemeester kan op grond van de APV een gebied aanwijzen waar de openbare orde ernstig verstoord is door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs.

Als iemand zich in het aangewezen gebied schuldig maakt aan speciaal benoemde gedragingen zoals harddrugs gebruik, of het drinken van alcohol zijn kan een verwijderingsbevel voor bijvoorbeeld 24 uur, 1, 2 of 3 maanden worden opgelegd.

MJenV zal met de VNG bespreken of, en zo ja, hoe de VNG een dergelijke bevoegdheid via de model-APV onder de aandacht van gemeenten kan brengen.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Kan de minister een reactie geven op het rapport van burgemeester Depla van Breda over ondermijning in kleine gemeenten?

Antwoord:
Ondermijning van het openbaar bestuur op welke manier dan ook, is onacceptabel. Politieke ambtsdragers en volksvertegenwoordigers moeten hun taken zonder dwang of angst kunnen uitoefenen. Het rapport c.q. advies van Staf Depla ‘Ondersteuning (kleinere) gemeenten bij aanpak ondermijning’ d.d. 30 april 2019 is opgesteld op basis van een verkenning die is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Depla doet in zijn verkenning suggesties voor betere ondersteuning van gemeenten gericht op het weerbaar maken van gemeenten en bestuurders tegen ondermijning. De minister van BZK heeft in samenwerking met mijn ministerie, VNG en NGB bepaald welke acties er naar aanleiding van deze verkenning worden ondernomen. Hierover heeft de minister van BZK op 18 oktober jl. in de brief ‘weerbaar bestuur’ (kenmerk 2019-0000443568) aan uw Kamer gerapporteerd. Zo worden onder andere maatregelen genomen ter bevordering van de integriteit van bestuurders. Denk aan bv. wetsvoorstel verplichte Verklaring Omtrent Gedrag voor bestuurders en wijzigingen van de wet Bibob. Daarnaast gaat het om maatregelen om de weerbaarheid van het bestuur te verhogen, zoals preventieve beveiligingsmaatregelen en pilot met een integraal beveiligingsplan in een aantal gemeenten.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Er is een boek verschenen over Nicole van den Hurk, een cold case, waarbij nabestaanden naar de rechter moesten gaan om bepaalde aspecten uit het boek te halen. Het lid Kuiken en ik vragen (van de autoriteit persoonsgegevens) een serieuze analyse over hoe we slachtoffers in het strafrecht beter kunnen beschermen.

Antwoord:
Naar aanleiding van de zaak Van den Hurk heeft het Openbaar Ministerie maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Dit is ook in gemeld in de brief van 11 juni jl. aan de Tweede Kamer en de brief die eerder deze week naar de Kamer is gestuurd in reactie op het rondetafelgesprek slachtofferbeleid van 25 september jl. Het Openbaar Ministerie past de aanwijzing en werkinstructies Voorlichting opsporing en vervolging aan om de belangen van slachtoffers of nabestaanden te versterken.
Een diepgaande analyse van de Autoriteit Persoonsgegevens is niet nodig. Daar waar het gaat om verwerken van persoonsgegevens van slachtoffers heeft het WODC in 2015 een onderzoek opgeleverd over ‘Privacyrecht en slachtoffers’ waarin de privacy van slachtoffers in het strafproces is onderzocht. Op basis hiervan zijn al stappen gezet om de privacy van slachtoffers beter te beschermen. Enkele voorbeelden van verbeteringen sinds 2015 zijn:
1) Bij de politie worden zoveel mogelijk persoonsgegevens als adres en woonplaats uit het dossier gelaten.
2) In de OM-aanwijzing slachtofferzorg is opgenomen dat persoonsgegevens van het slachtoffer weggelaten kunnen worden uit de aangifte als de identiteit van het slachtoffer voldoende kan worden vastgesteld.
3) In de kwaliteitsstandaard procesdossier Veel Voorkomende Criminaliteit, vastgesteld door politie en OM, is opgenomen dat woonadres en andere contactgegevens in principe niet worden opgenomen in het procesdossier.
MRb informeert de Tweede Kamer nog dit jaar over de stand van zaken.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Zouden gemeenten niet terecht moeten kunnen bij een centrum voor ondermijning?

Antwoord:
Heel goed dat hier aandacht voor wordt gevraagd. Ook in het breed offensief is hier ruime aandacht voor. Gemeenten kunnen op het gebied van ondermijning bij drie instanties terecht.
De tien RIEC's (Regionaal Informatie en Expertise Centra) zijn de expertcentra, alle gemeenten zijn aangesloten bij een RIEC. De RIEC’s en het LIEC (Landelijk Informatie en Expertise Centrum) ondersteunen partners waaronder dus gemeenten bij de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. RIEC’s organiseren expertsessies, geven juridische ondersteuning aan gemeenten, en zorgen voor verbinding met de sectoren onderwijs en jeugdzorg in het kader van preventie. Ook betrekken zij het bedrijfsleven bij de aanpak van ondermijning.

Het Aanjaagteam Ondermijning ondersteunt de regio’s en gemeenten door het organiseren van kenniskringen, conferenties, het laten doen van onderzoek en ondersteunen van innovatieve projecten. Ook initieert het Aanjaagteam Ondermijning de totstandkoming het modelprotocol voor gegevensdeling binnen de gemeenten.

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ontwikkelt eveneens kennis en instrumenten voor gemeenten bij de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Voorbeelden van producten en diensten op dit gebied zijn webdossiers, barrièremodellen, kenniskringen, on-the-job advies en procesondersteuning, veiligheidsscans voor politieke ambtsdragers en bewustwordingsbijeenkomsten. In de uitwerking van het breed offensief zal ruime aandacht zijn voor het verder verbeteren van de informatiepositie van gemeenten.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Wat doet het kabinet om te voorkomen dat jeugdigen bloot worden gesteld aan drugs? Kan het kabinet verkopers van drugs aan minderjarigen steviger bestraffen?

Antwoord:
De staatssecretaris van VWS heeft uw Kamer per brief van 25 april 2019 geïnformeerd over het drugspreventiebeleid. Een groot aantal van de in die brief genoemde maatregelen is gericht op ouders, scholen, en jongeren zelf.
Voorbeelden zijn het programma De Gezonde School en Genotmiddelen (DGSG), dat op 60% van de scholen wordt gebruikt, en de Facebookpagina “Opvoeding & Uitgaan”, die gericht is op ouders. Er worden goede stappen gezet: tussen 2001 en 2017 is een grote daling te zien in het drugsgebruik onder jongeren tussen de 12 en 16 jaar, blijkt uit het onderzoek “Health Behaviour in School-aged Children uit 2017.

Het verkopen van softdrugs aan minderjarigen wordt niet gedoogd. Als er wordt geconstateerd dat coffeeshops dit toch doen, kan er naast strafrechtelijk ook bestuursrechtelijk worden opgetreden en de vergunning worden ingetrokken. Daarnaast geldt voor minderjarigen geen “kleine hoeveelheid voor eigen gebruik", en wordt volgens de richtlijn strafvordering jeugd voor elk bezit van soft of hard drugs een straf geëist. Bij strafzaken tegen dealers zal eventuele verkoop aan minderjarigen door de rechter worden meegenomen als factor in het bepalen van de strafmaat.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Zou het kabinet niet meer aan getuigenbescherming moeten doen in het kader van aanpak ondermijning? Zou het kabinet door middel van een (experimenteer)artikel willen bekijken hoe getuigen beter beschermd kunnen worden?

Antwoord:
Het is van groot belang dat getuigen adequate bescherming krijgen. Zeker bij de aanpak van ondermijning, waar de inzet van kroongetuigen met grote risico’s gepaard kan gaan. Een versterking van de beveiligingsmaatregelen, inclusief getuigenbescherming, maakt reeds onderdeel uit van het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit.

De extra middelen die MJenV heeft aangekondigd in zijn brieven van 4 november jongstleden over het brede offensief, en van hedenochtend 20 november 2019 over de extra investering in het stelsel bewaken en beveiligen ter verlichting van de basispolitiezorg, zijn ook beschikbaar voor nieuwe technologie en materieel als onderdeel van alternatieve bewaken-, beveiligen- en getuigenbeschermingsconcepten. Er wordt ook reeds gekeken naar andersoortige maatregelen ter verbetering van de bescherming van getuigen. In de afgelopen jaren zijn al enkele maatregelen getroffen, bijvoorbeeld op het vlak van het afschermen van een identiteit van een beschermde getuige.

Over mogelijk benodigde aanvullende beschermingsmaatregelen wordt op dit moment gesproken, bij de analyse rond de verruiming van inzet van kroongetuigen. Naast deze concrete maatregelen ziet de MJenV op dit moment geen toegevoegde waarde in een aanvullend (experimenteer)artikel.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Deelt de staatssecretaris de mening dat via Europa meer zicht nodig is op wie met wie bilaterale overeenkomsten heeft afgesloten in het kader van terugkeer?

Antwoord:
SJenV is het eens met het lid Van Toorenburg (CDA) dat zicht op bilaterale terugkeerafspraken met derde landen nuttig is, ook voor betere EU-brede terugkeersamenwerking. Door deze informatie met elkaar te delen kunnen bovendien best practices uitgewisseld worden. Nederland zet zich dan ook in voor zo veel mogelijk informatiedeling onder de lidstaten. Het delen van informatie over terugkeersamenwerking en -afspraken vindt al plaats in diverse gremia, waarbij alle lidstaten van de EU aanwezig zijn en hun ervaringen delen en knelpunten bespreken.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Hoe denkt de staatsecretaris over het strafbaar stellen van het niet willen meewerken aan vertrek?

Antwoord:
Het wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring dat nu in de Eerste Kamer ligt (34309) bevat hiervoor reeds een voorziening. Als een vreemdeling niet voldoet aan zijn vertrekplicht, kan een toezichthouder (politie/KMar) vorderen dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek. Daarbij kan zo nodig dwang worden toegepast. Als de vreemdeling geen gevolg geeft aan deze vordering, pleegt hij een strafbaar feit. Op grond van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is het niet voldoen aan een bevoegd gegeven ambtelijk bevel namelijk als misdrijf strafbaar gesteld. De sanctie is een gevangenisstraf van maximaal drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Tijdens een werkbezoek in Palermo is gebleken dat de burgemeester daar al 35 jaar probeert probleem (van ondermijning) op te lossen. Vooral van belang blijkt het afpakken en teruggeven aan samenleving te zijn. Dat moet in een constructie of via een organisatie. Kan het kabinet dit oppakken?

Antwoord:
Het beleid is crimineel vermogen af te pakken. Het ten goede laten komen van de afpakopbrengsten aan de gemeenschap is een sympathieke en interessante gedachte.

Verder is in algemene zin de inzet van deze opbrengsten voor specifieke projecten in de gemeenschap niet zomaar mogelijk. De geraamde afpakopbrengsten kennen een generale behandeling en beleidsmatige verlaging van de raming leidt tot een dekkingsprobleem binnen het uitgavenkader.

Momenteel wordt een voorstel voor een pilot voorbereid om afgepakte panden een bestemming te geven ten behoeve van de gemeenschap, waardoor het ook voor de samenleving zichtbaar wordt dat misdaad niet loont. De wens voor een bredere toepassing van dit zogenoemde maatschappelijk herbestemmen wordt bij dat voorstel betrokken. Daarbij zal de MJenV met de bewindspersonen van Financiën en Binnenlandse Zaken en met gemeenten het gesprek voeren hoe een dergelijk initiatief doeltreffend voor de gemeenschap wordt.

Vragen van het lid Toorenburg, M.M. van (CDA)

Vraag:
Kan de MJenV reageren op het voorstel van de burgemeester van Rotterdam om te gaan samenwerken met Colombia om drugshandel tegen te gaan?

Antwoord:
Recent heeft MJenV uw Kamer geïnformeerd over zijn visie op Internationale Politiesamenwerking en over het brede offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Daaronder valt de vorming van een Multidisciplinair Interventie Team (MIT). Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het versterken van de “upstream-disruption”, het aanpakken van fenomenen in de bron- en transitlanden. Samenwerking met Zuid-Amerikaanse landen (zoals Colombia) is daarbij cruciaal.
De politie heeft bovendien een politieliaison geplaatst in Colombia op de ambassade in Bogota. Eind dit jaar zal de politie een extra liaison officer plaatsen ten behoeve van de operationele samenwerking met de Colombiaanse autoriteiten.
MJenV deelt dan ook de gedachte van burgemeester Aboutaleb dat internationale samenwerking cruciaal is in de aanpak van georganiseerde criminaliteit en in het bijzonder drugscriminaliteit.



Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)

Vraag:
Kunnen boa’s een grotere rol krijgen bij de verkeershandhaving om de politie te ontlasten?

Antwoord:
Gezien de veelheid van taken van politie, is het altijd goed te bezien of andere partijen taken die aan de rand van het politiewerk raken, kunnen overnemen. Dit is bij verkeersveiligheid echter niet het geval. BOA's zijn opgeleid voor een beperkte specifieke taak en niet voor de brede politietaak. Ook voeren wij met politie, OM en lokaal bestuur een verkenning uit om te bezien of nog enkele feiten aan de lijst voor boa's domein I (overlast/leefbaarheid) kunnen worden toegevoegd.
Verder gaan in december de ministers van IenW en JenV in gesprek met gemeenten en provincies die risico-analyes maken op het terrein van verkeersveiligheid. Vervolgens onderzoeken de ministeries gezamenlijk welke verbeteringen op het terrein van infrastructuur, educatie en eventueel ook handhaving nodig zijn. Hierbij zal ook de capacitaire druk op de politie worden betrokken.

Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)

Vraag:
Is het kabinet bereid om voor de zomer en op hoofdlijnen te onderzoeken welke capaciteit in de handhavingsketen tot en met 2030 nodig is? Inclusief nieuwe taken, zoals op het gebied van cyber.

Antwoord:
Er wordt in samenspraak tussen OM, Rechtspraak en JenV al een aantal onderzoeken uitgevoerd die een beter zicht moeten geven op de capaciteitsproblematiek in de strafrechtketen. Zo zal binnenkort een doorlichting van de strafrechtketen worden uitgevoerd. Daarin wordt onder andere onderzocht hoe de ontwikkelingen in de criminaliteitscijfers zich verhouden tot de ervaren toegenomen druk op organisaties in de strafrechtketen. Het onderzoek zal uitmonden in voorstellen hoe de strafrechtketen beter kan presteren, met inbegrip van de aanpak van cybercrime. De MJenV en MRB verwachten uw Kamer medio 2020 te kunnen informeren over de uitkomsten van deze doorlichting van de strafrechtketen. Daarnaast is de MJenV bereid om een verkennende studie te laten doen naar de op een horizon van 2030 gerichte capaciteit binnen de strafrechtketen. Dit onderzoek zal dan mede bezien worden in het licht van een aangenomen motie (Kamerstuk 35.300, C.) van de Eerste Kamer over een onafhankelijk onderzoek naar de mogelijkheden en condities waaronder de continuïteit in de bekostiging van de rechtsstaat beter kan worden geborgd en duurzaam versterkt. Aangezien de wens is dat een en ander voor de zomer van 2020 bij uw Kamer komt, zal dit slechts een verkennende studie kunnen zijn.




Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)

Vraag:
Blijft de minister bij de reactie in zijn recente kamerbrief over de voorlichting van Raad van State met betrekking tot democratische controle door de Tweede Kamer op begroting van de politie?

Antwoord:
Ja, de MJenV vindt het van groot belang dat het parlement goed wordt geïnformeerd over de besteding van de middelen van de politie. Mede daarom wordt de begroting van de politie als bijlage bij de JenV-begroting aangeboden aan de Tweede Kamer, conform de geldende regelgeving. Het opsplitsen van het huidige artikel in meerdere artikelen is daar zijns inziens niet voor nodig en werkt zelfs averechts. Het levert uw Kamer niet meer informatie op maar zorgt wel voor nieuwe schotten, terwijl lokaal maatwerk, flexibiliteit en ruimte voor de korpschef na de herijking en de evaluatie de uitgangspunten zijn die ook met uw Kamer zijn besproken. Het advies van de Raad van State bevestigt dit: de Afdeling stelt dat flexibiliteit belangrijk is en opsplitsing van de begrotingsartikelen dat juist vermindert. De Afdeling geeft eveneens aan dat wijziging van art 31 niet noodzakelijk is voor een goede controle van de Kamer.

De MJenV werkt echter graag - met uw Kamer - aan een betere invulling van sturing en verantwoording. Dat gebeurt enerzijds door een steeds informatievere politiebegroting. Anderzijds wil de MJenV informatie uit de politiebegroting opnemen in de toelichting bij artikel 31. Hieraan wordt invulling gegeven door een aggregatieniveau dieper te gaan dan de Kamer nu ontvangt.

Vragen van het lid Dam, C.J.L. van (CDA)

Vraag:
Ik vind de situatie op het ministerie zorgelijk. Ministeriële verantwoordelijkheid drijft op de veronderstelling dat de minister aan de Kamer verantwoording kan afleggen. Als dit weg is, dan hebben we een groot probleem. Er zijn goede initiatieven, er zijn op het ministerie heel veel goede mensen. Het is niet op te hangen aan 1 ambtenaar. Er is goede wil, maar ook veel angst, wanttrouwen en onvoldoende openheid. Dit kan schadelijk zijn als we er niks aan doen. Is het niet tijd voor een reset, waarbij de rol van de Kamerleden niet buiten beschouwing wordt gelaten? Kan de minister toelichten hoe hij hiermee om wil gaan?

Antwoord:
JenV is een organisatie die leert om te gaan met openheid en transparantie. Daar wordt continu aan gewerkt door te laten zien wat er gedaan wordt, welke keuzes gemaakt worden en waarom. Dat neemt niet weg dat we te maken hebben met complexe materie en veel incidenten. Het ministerie heeft bekwame medewerkers waarvan MJenV verwacht dat zij zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat zij proactief handelen en het op het juiste moment opschalen om de betrokken bewindspersoon in positie te brengen. Dat vraagt van medewerkers ook dat zij elkaar kritische vragen blijven stellen, volharden als er twijfel is en zorgen dat dit besproken wordt op de juiste plek in de organisatie. Daarnaast vraagt dit om spelregels die niet vrijblijvend zijn. Niet alleen op openheid en samenwerking, maar zeker ook op integriteit en vertrouwen. Als er in de informatievoorziening richting de Kamer iets niet goed gaat, dan kunt u - gelet op de ministeriele verantwoordelijkheid - de bewindspersoon daar op aanspreken.


Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Er is een reeks aan incidenten geweest. Kan deze minister van Justitie en Veilgheid wel orde op zaken stellen? Kan hij een extern onderzoek laten uitvoeren naar de staat van het ministerie?

Antwoord:
Het ministerie van JenV is een grote organisatie met meer dan honderdduizend werknemers die werkzaam zijn op het bestuursdepartement of in een van de vele uitvoeringsorganisaties. Inherent aan de aard van de werkzaamheden vinden er incidenten plaats en worden er fouten gemaakt. Wanneer deze zich voordoen, dan wordt er hard gewerkt aan verbeteringen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verschillende externe organisaties als de Algemene Rekenkamer, de Audit Dienst Rijk, of de Inspectie voor JenV die ons helpen bij het duiden van wat er niet goed is gegaan en welke verbeteringen nodig zijn. De onderzoeken van deze organisaties helpen het ministerie om te leren van haar fouten en het de volgende keer waar mogelijk beter te doen. Mede door deze onderzoeken zijn de begrotingsprocessen op orde gebracht, is de control-functie herijkt en is een nieuw besturingsmodel doorgevoerd waardoor de governance van het departement in relatie tot de uitvoeringsorganisaties sterk is verbeterd. De Algemene Rekenkamer heeft vervolgens geconstateerd dat, mede door deze verbeteringen, het aantal onvolkomenheden is gereduceerd. Desalniettemin blijft het een continu proces van leren en verbeteren.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Vindt de minister dat de politieacademie voldoende middelen heeft om de problemen op te lossen?

Antwoord:
De Politieacademie krijgt er in het kader van het regeerakkoord vanaf 2018 € 2 miljoen oplopend naar structureel € 16 miljoen in 2022 extra bij, zodat de Politieacademie extra docenten kan aannemen (150 in de periode 2018-2024) en de huisvesting kan uitbreiden. Aanvullend is in het arbeidsvoorwaardenakkoord Politie 2018-2020 structureel € 10.1 miljoen beschikbaar gesteld voor flexibilisering van het politie-onderwijs en de doorontwikkeling van het Vakspecialistisch Politie Onderwijs. Met deze middelen is de Politieacademie in staat gesteld het in 2018 bekende vervangings- en uitbreidingsvraagstuk op te vangen en de opdracht uit de cao uit te voeren. Op dit moment bezien de korpschef, de directie van de Politieacademie en de MJenV wat er nodig is om de actuele ontwikkelingen (hogere uitstroom dan verwacht en verdere capaciteitsuitbreiding) het hoofd te bieden. Daarbij wordt uitdrukkelijk gekeken naar de vormgeving van de opleidingen. Uw Kamer wordt hierover in de eerste helft van 2020 geinformeerd.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Brievenbusfirma’s en witwasconstructies: criminaliteit mogelijk maken is ook crimineel. Hoe pakken we personen en bedrijven aan (bijvoorbeeld trustkantoren op de Zuidas) die bijdragen aan witwassen?

Antwoord:
In het plan van aanpak witwassen, dat de minister van Financiën en de minister van JenV op 30 juni jl. naar uw Kamer hebben toegestuurd, zijn diverse maatregelen opgenomen om personen en bedrijven die bijdragen aan witwassen aan te pakken. De maatregelen zijn ingedeeld in drie pijlers en nadrukkelijk met elkaar verbonden. De drie pijlers zijn: 1) het verhogen van barrières; 2) het vergroten van de effectiviteit poortwachtersfunctie en het toezicht; en 3) het versterken van de opsporing en vervolging. Concrete, voor deze vraag relevante maatregelen zijn onder meer het tegengaan van brievenbusfirma’s, voortvloeiende uit de van aanpak belastingontduiking en –ontwijking, en het monitoren van de aanpak van de trustsector waaronder het oppakken van signalen van illegale dienstverlening door DNB.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Wat gaat de minister doen om de werkdruk in de gevangenissen te verminderen en de veiligheid te vergroten?

Antwoord:
DJI werkt er hard aan om de werkdruk in het gevangeniswezen duurzaam te verminderen. Dat doet DJI onder andere door grootschalige werving van personeel, het vergroten van vakmanschap en de aanpak van ziekteverzuim. Er zijn middelen vrijgemaakt om te investeren in vakmanschap en ten behoeve van de vervanging van medewerkers die van ouderschapsverlof of de PAS-regeling gebruik maken.

Sinds mei 2017 zijn in totaal ongeveer 1.600 nieuwe medewerkers aangenomen bij DJI. Ondanks de krappe arbeidsmarkt en de natuurlijke uitstroom is hierdoor de bezetting in 2019 van het eigen personeel in het gevangeniswezen met bijna 300 fte gestegen. DJI zet de werving met kracht voort.

De MRb heeft het veiligheidsbeleid in het gevangeniswezen verder aangescherpt. Daarover is uw Kamer 11 juli jongstleden geïnformeerd. Het kabinet heeft hiervoor 3 miljoen euro beschikbaar gesteld. Hiermee wordt onder andere het aantal speurhonden en hun begeleiders verdubbeld en geïnvesteerd in hekwerk, netten en camera’s. Deze maatregelen vergroten de veiligheid in de inrichtingen.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Kan de MRb toezeggen dat het budget voor mediation meestijgt met het aantal mediation zaken?

Antwoord:
In de begroting voor 2020 is € 1,33 miljoen opgenomen voor mediation in strafzaken, waaronder jeugdzaken. Deze middelen zijn structureel. Zoals gemeld in antwoorden op vragen van het lid Van Nispen bleek voor 2019 geen budget voor een zeer beperkt aantal mediations (circa 40). Ik heb daarbij aangegeven dat dit zou worden opgelost in overleg met de Raad voor de rechtspraak. Inmiddels heb ik het budget voor 2019 opgehoogd naar € 1,43 miljoen. Mocht ook in 2020 het aantal mediationzaken hoger blijken dan past binnen het beschikbare budget van € 1,33 miljoen, dan zal ik ook hiervoor in overleg met de Raad voor de rechtspraak een oplossing zoeken.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Slachtoffers van letselschade verdienen betere ondersteuning. Nu worden ze voor de tweede keer slachtoffer door trainerende verzekeraars. Kunnen trainerende verzekeraars sancties worden opgelegd? Kan er een tuchtrecht komen waar mensen kunnen klagen over verzekeraars?

Antwoord:
MRb verwijst naar een eerder antwoord, waarin naar voren komt dat de afhandeling van letselschadezaken in de meeste gevallen plaatsvindt binnen 2 jaar. De Letselschade Raad doet op verzoek MRb onderzoek naar de oorzaak van een langere behandeltermijn in de overige gevallen. De uitkomsten worden voorjaar 2020 verwacht.
Als de resultaten bekend zijn, kunnen gerichte maatregelen ter verbetering van de schadeafhandeling worden getroffen. Daarbij kan worden betrokken dat er reeds een Tuchtraad financiële dienstverlening bestaat, die in het leven is geroepen door het Verbond van Verzekeraars. De Tuchtraad beoordeelt of een klacht tegen de verzekeraar gegrond is. Als dat zo is, adviseert de Tuchtraad het Verbond van Verzekeraars over de mogelijke sanctie, bijvoorbeeld een waarschuwing of royement uit het Verbond van Verzekeraars. Het Verbond beslist in het huidige systeem zelf over het opleggen van de sanctie.
MRb zal een en ander beoordelen in samenspraak met zijn collega van Financiën, gelet op diens verantwoordelijkheid voor de regulering van de verzekeringsbranche.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Hoe zorgt de minister dat de politie de komende jaren haar werk kan blijven uitvoeren en dat burgers en gemeenten bij de politie terecht blijven kunnen? Welke taken kan de politie de komende periode wel en niet aan?

Antwoord:
Samen met de korpschef zet de MJenV zich in voor zo snel mogelijke realisatie van de plannen die aan de intensiveringsgelden zijn gekoppeld. Ook het vervangen van uitstroom heeft de hoogste prioriteit. Dit kan niet voorkomen dat de inzetbaarheid de komende jaren onder druk staat. Met de vakbonden, de korpschef en de politieacademie is de MJenV in gesprek over maatregelen om versneld inzetbare politiemensen op de werkvloer te krijgen. De korpschef heeft een landelijke Taskforce Operationele Sterkte en Capaciteit ingesteld om te komen tot het vergroten van mogelijkheden om sterkte uit te breiden, (nieuwe) medewerkers sneller in te kunnen zetten, specifiekere en snellere opleidingen en de inzet van technologie en innovatie. MJenV zal uw Kamer hierover in februari 2020 nader informeren. De keuze wat de politie wel en niet kan oppakken dient primair door de gezagen te worden gemaakt.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
Wat kan en gaat de MRb concreet doen om een bijdrage te leveren aan toegankelijke, laagdrempelige rechtspraak en aan het vertrouwen in de rechtspraak?

Antwoord:
Er is in de rechtspraak een ontwikkeling op gang gekomen waarin maatschappelijke effectiviteit en oplossingsgerichtheid centraal staan. Deze positieve ontwikkeling wordt door dit kabinet gestimuleerd. Er is voor experimenten in het kader van maatschappelijk effectieve rechtspraak voor de komende prijsperiode jaarlijks, conform het verzoek van de Raad voor de rechtspraak, 1 miljoen euro extra beschikbaar gesteld.

De ontwikkeling wordt verder ondersteund met de Tijdelijke experimentenwet rechtspleging die nu bij uw Kamer aanhangig is. Met die wet wordt de rechtspraak meer mogelijkheden geboden om te experimenteren met nieuwe werkwijzen. De MRb bespreekt met de Raad voor de rechtspraak de mogelijkheden om in vervolg op (de evaluatie van) verschillende pilots en het rapport over de vrederechter onder de nieuwe wet een experiment te houden met een nabijheidsrechter. Als blijkt dat experimenten knelpunten opleveren met de regelgeving dan zal de MRb bezien hoe die kunnen worden opgelost.

Vragen van het lid Nispen, M. (SP)

Vraag:
De SP is blij met de 36,5 miljoen per jaar de komende twee jaar voor de sociaal advocatuur. De eerste slag is gewonnen door de sociaal advocaten, maar er is nog steeds geen structurele oplossing. Daarom vraag aan de MRb: hoe nu verder?

Antwoord:
Oplossing voor het structurele probleem
Het kabinet heeft nu tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld, zodat advocaten voldoende financiële armslag hebben om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Die middelen zijn in aanvulling op het structureel voor rechtsbijstand beschikbare bedrag van ruim 400 miljoen. Zo kan de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een nieuw stelsel maken. Om het structurele probleem op te lossen werken we aan een modern en financieel duurzaam stelsel voor rechtsbijstand. Een van de doelen is structureel een betere vergoeding voor advocaten.

Vorig jaar heeft de MRb de contouren voor een nieuw stelsel geschetst en de uitvoering is inmiddels volop aan de gang. Er komt betere informatie online voor iedereen. Er komen daarnaast spreekuren in wijken voor juridische vragen. We gaan verder meer doen om problemen aan de voorkant op te lossen - ook om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast zetten we in op terugdringen van zaken vanuit de overheid, door meer met de menselijke maat te kijken.

Er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, die gericht zijn op een duurzame oplossing voor de rechtzoekende. Door de invoering van rechtshulppakketten krijgen mensen een oplossing van A tot Z, met een integrale kostprijs en een passende kosten-batenafweging voor de inzet van juridische hulp. Er komen verschillende pakketten, tegen verschillende prijzen: lichte voor mensen die net iets meer nodig hebben dan eerstelijnshulp, tot aan zware wanneer het direct duidelijk is dat er een rechter aan te pas moet komen.

We verwachten hiermee dat er ruimte is voor vergoedingen voor advocaten die 10% tot 20% hoger zijn dan de gemiddelde uurvergoeding die advocaten nu krijgen volgens de commissie-Van der Meer.

Wat gaat hij nu doen nu de NOvA weer aan tafel zit?
Nu kunnen we weer met elkaar in gesprek over structurele verbeteringen. We zullen het vast nog niet op alle punten met elkaar eens zijn. Maar alleen door in gesprek te blijven, kom je nader tot elkaar. Zo kunnen we naast de stappen die we al voortvarend zetten rond het terugdringen van het procedeergedrag van de overheid en in het versterken van de eerste lijn ook de kwaliteitsverbetering en doelmatigheidswinst in de tweede lijn gezamenlijk vorm gaan geven.



Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Kan de staatssecretaris reageren op het plan van de Griekse overheid inzake gesloten opvangcentra?

Antwoord:
Het is van belang dat structurele verbeteringen worden doorgevoerd om de situatie op de Griekse eilanden te verbeteren. Het is essentieel dat Griekenland hierbij zelf verantwoordelijkheid neemt. Het kabinet verwelkomt dan ook de prioriteiten van de nieuwe Griekse regering op het terrein van migratie, waaronder het verbeteren van de opvang, het versnellen van asiel- en terugkeerprocedures.

Als onderdeel van deze prioriteiten heeft de Griekse regering vandaag aangekondigd voornemens te zijn om 5 gesloten opvangcentra op te zetten op de Griekse eilanden om terugkeer te bevorderen. In principe staat Nederlands positief tegenover stappen van Griekenland op het gebied van terugkeer. Deze zijn onder de EU-Turkije Verklaring voorzien, maar nog altijd onvoldoende van de grond gekomen. Het is van belang dat terugkeer daadwerkelijk plaatsvindt, mede als duurzame oplossing om de druk op de eilanden te verminderen.

Het is nog onduidelijk hoe de opvangcentra er precies uit gaan zien. Voor het kabinet is in elk geval van belang dat alle opvangcentra in lijn zijn met de geldende internationale en Europese wet- en regelgeving.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Gaat de staatssecretaris, gegeven het feit dat 95% van de diefstallen in Ter Apel door veilige landers in de asielketen wordt gepleegd, er voor zorgen dat de politie en de politiebureaus in Ter Apel weer op volle sterkte komen?

Antwoord:
MJenV heeft uw Kamer per brief geïnformeerd op 20 augustus. Op 24 juni jl. heeft de minister een constructief gesprek gevoerd met de verantwoordelijk regioburgemeester van de Eenheid Noord-Nederland, de heer Den Oudsten, en de burgemeester van Westerwolde, de heer Velema over politiecapaciteit in de regio. Burgemeester Velema heeft de zorgen van de inwoners van Westerwolde in dit gesprek toegelicht, de minister heeft goede nota van die zorgen genomen.
Ook heeft de minister aangegeven dat zaken met betrekking tot de lokale veiligheid en verdeling van de sterkte binnen de eenheid eerst en vooral in de lokale driehoek onderwerp van gesprek dienen te zijn. De regioburgemeester heeft daarop aangegeven dat, als de politiechef dat tevens noodzakelijk acht, Westerwolde binnen de eenheid Noord-Nederland bijstand zal ontvangen.
Binnen de eenheid Noord-Nederland zullen vijf extra politieagenten voor de gemeente Westerwolde worden vrijgemaakt ten behoeve van de realisatie van de inzetplannen van de ketenmariniers . Het huidige politiebureau in Ter Apel voldoet niet meer aan de huidige arbo-normen. De Politiechef van de eenheid Noord Nederland heeft dit aan de gemeenteraad van Westerwolde toegelicht en tevens toegezegd dat er in de toekomst in Ter Apel een politiebureau zal blijven met onder andere een publieksfunctie, ophoudfaciliteiten en een openstelling van 9 tot 17 uur.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Wat is de reactie van de staatssecretaris op het afschaffen van rechtsbijstand bij het eerste verhoor in weerwil van het advies Van Zwol?

Antwoord:
De Commissie benadrukt dat geïnvesteerd moet worden in de zorgvuldige behandeling van een eerste asielaanvraag. Vertraging bij beroeps- vervolg- en vertrekprocedures moet worden voorkomen.
De Commissie meent dat dit met rechtsbijstand voorafgaand aan de start van de asielprocedure en onpartijdige informatievoorziening aan de asielzoeker kan worden bereikt.
De zorgvuldigheid bij de behandeling van asielaanvragen staat ook voor het kabinet altijd voorop. Een goede voorlichting is daarbij van belang. Die hoeft niet afkomstig te zijn van gefinancierde rechtsbijstandverleners. De IND mag in staat worden geacht deze voorlichting adequaat en onpartijdig te kunnen uitvoeren zodat de asielzoeker alle relevante redenen voor zijn aanvraag in Nederland naar voren kan brengen.
De asielprocedure zal straks, net zoals nu, voldoen aan alle verplichtingen die de Procedurerichtlijn aan de asielprocedure stelt.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Kan de staatssecretaris met een adequate aanpak komen aangezien ASO AZC's zijn mislukt en het draagvlak voor vluchtelingen onder druk staat door zogenaamde veilige landers?

Antwoord:
De conclusie dat de EBTL's zijn mislukt is prematuur, omdat de SJenV de uitkomsten van de evaluatie van het WODC wil afwachten. De resultaten van deze evaluatie zullen mede bepalend zijn voor een besluit over de invulling van opvang voor overlastgevers.

Om de zwaarste groep overlastgevers dicht op de huid te zitten, is een landelijke lijst samengesteld: de Top-X. Die lijst maakt direct zichtbaar voor alle ketenpartners om welke personen het gaat. Op deze groep kan het hele palet vreemdelingrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen door SJenV worden ingezet. De persoonsgerichte aanpak van de personen op deze lijst, gebeurt in nauwe samenwerking tussen de organisaties in de migratieketen, gemeenten, politie en OM. Voor het einde van dit jaar zal uw Kamer een voortgangsbrief ontvangen over de aanpak van asielzoekers die overlast veroorzaken.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Kan de staatssecretaris reageren op het boek 'Refuge-rethinking-refugee-policy' van auteurs Alexander Betts en Paul Collier, waarin wordt ingegaan op het belang van opvang in de regio en sociaal economische hulp aan regio’s met veel vluchtelingen?

Antwoord:
Dit boek is nog altijd relevant. De auteurs wijzen erop dat de manier waarop wij omgaan met mensen op de vlucht, primair een reactief opvangbeleid, niet veel doet aan de oorzaken en mensen in een afhankelijke positie houdt.
Veelal worden zij opgevangen in kampen of steden in de regio, waar niet veel perspectief is. Als gevolg daarvan ondernemen sommigen een gevaarlijke reis naar Europa.
Daarom pleiten Betts en Collier voor een paradigmaverschuiving: in plaats van vluchtelingen als passieve en hulpeloze slachtoffers te zien, kunnen zij beter benaderd worden vanuit de capaciteiten die zij hebben en de (economische) meerwaarde die zij kunnen leveren. Het idee hierbij is, dat als mensen werk hebben dit in algemene zin goed is voor hun autonomie en het welzijn van zichzelf en hun familie.
En dit kan het beste in de regio, op plekken die vaak vertrouwder zijn voor mensen dan een land als Nederland en van waaruit mensen waarschijnlijker makkelijker kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. De auteurs stellen voor “speciale economische zones” in te stellen om werkgelegenheid te creëren.
Het uitgangspunt om mensen vanuit hun kracht te benaderen is relevant en wordt gedeeld door het kabinet. Niemand wordt er beter van als slachtoffer benaderd te worden. Daarnaast zet het kabinet in op opvang in de regio. Dan moet er daar wel perspectief zijn, zoals de auteurs terecht opmerken.
Het migratiebeleid t.a.v. opvanglanden, dat samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt vormgegeven, richt zich op het verbeteren van toegang tot onderwijs en werk voor vluchtelingen in gastgemeenschappen in Libanon, Jordanië, Irak, Egypte en de Hoorn van Afrika. Ook zijn er initiatieven gericht op het creëren van zelfredzaamheid en worden studies verricht naar de vraag wat de meest kansrijke economische sectoren zijn.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Wat is uw reactie op motie nr. 14 van lid Van Dijk over de aanpak van racisme in voetbalstadia? Is de regering bereid om in overleg met de KNVB te kijken hoe de strafrechtelijke vervolging van racisme verbeterd kan worden en de opsporing te verbeteren met camera's en microfoons?

Antwoord:
Racisme is verwerpelijk en wat er dit weekend is gebeurd is echt onaanvaardbaar. Dat heeft de minister van JenV maandag ook direct aan de KNVB per brief laten weten waarbij hij de KNVB heeft gevraagd om maatregelen te treffen. Binnenkort heeft de MJenV een afspraak met de Minister-President, de Minister voor Medische Zorg en Sport, de KNVB en de direct betrokkenen bij het incident van afgelopen zondag over racisme in het voetbal. Dit gebeurt al op 28 november 2019. Bij dit overleg wordt ook de brief die de minister van JenV aan de KNVB heeft verzonden betrokken. In deze brief vraagt hij de KNVB om meer concrete maatregelen en biedt hij daarvoor zijn steun aan.

Bij de strafrechtelijke vervolging wordt al gebruik gemaakt van beelden en geluid en soms van ‘liplezers’. Hiermee reageert MJenV op motie nr. 14 van het Kamerlid Jasper van Dijk die is voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 18 november jl. De minister van JenV zal uw Kamer op korte termijn een brief doen toekomen over de totale voortgang van het voetbaldossier, inclusief dit urgente probleem van racisme en discriminatie.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Er blijft schimmigheid rondom het aftreden van voormalig SJenV Harbers. Cijfers lijken nu bewust te zijn achtergehouden door ambtenaren. Wat onderneemt de huidige SJenV tegen deze praktijken op haar ministerie?

Antwoord:
De SJenV heeft op 18 november j.l. uw Kamer per brief nader ingelicht over de recent gepubliceerde Wob-verzoeken over de RVK 2018 en de ambtelijke discussie die is gevoerd over de presentatie van de cijfers. Daarbij is ook aangegeven dat de ambtenaren naar eer en geweten geprobeerd hebben een zo goed mogelijk beeld te geven van de criminaliteit onder asielzoekers. Dat dit als gevolg van een verkeerde keuze in de weergave van de cijfers niet is gelukt, moge duidelijk zijn en is aanleiding om het incidentenoverzicht kritisch tegen het licht te houden, zoals op 1 juli per brief is aangekondigd.

De SJenV heeft uw Kamer daarnaast, op 18 oktober j.l., per brief geïnformeerd over een interne evaluatie die is uitgevoerd naar de totstandkoming van en besluitvorming over het incidentenoverzicht en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn genomen.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
Kan de SJenV een reactie geven over het onderhandelen met landen van herkomst van economische vluchtelingen? Diplomatie, visumbeleid en handelsrelaties kunnen worden bekeken. Kan de SJenV niet vaker ambassadeurs op het matje roepen?

Antwoord:
Per land is er sprake van maatwerk. Er wordt integraal gekeken en alle instrumenten worden meegewogen om onze terugkeersamenwerking te kunnen verbeteren. Het voeren van een gesprek met de ambassadeurs om onze boodschappen over te brengen is een instrument waar het kabinet gebruikt van maakt.

Vragen van het lid Dijk, J.J. van (SP)

Vraag:
De IND weigert een overzicht te geven van identiteitsfraude zaken. Kan de SJenV hier inzicht in geven?

Antwoord:
Er bestaat voor de IND geen reden om geheimzinnig te doen over cijfers met betrekking tot identiteitsfraude. Bij de beoordeling van aanvragen wordt rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden waaronder ook (het vermoeden van) identiteitsfraude. Of er sprake is (van een vermoeden) van identiteitsfraude wordt niet apart geregistreerd en is dan ook niet uit de geautomatiseerde systemen van de IND te genereren.
Weliswaar zijn er cijfers aangeleverd ten behoeve van het onderzoek van de commissie de Leeuw maar dit betreft niet het totaal aantal signalen omdat deze enkel vanuit de trajectcontroles zijn gegenereerd. Het gaat dan concreet om signalen over mutaties in de BRP omtrent de geboortedatum en de nationaliteit. Ook vanuit andere bronnen kunnen er bij de IND signalen over identiteitsfraude binnenkomen. Deze signalen kunnen echter niet gestructureerd worden gegenereerd.


Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Acht de minister voor Rechtsbescherming het realistisch dat tot en met 2022 alle achterstanden worden weggewerkt? Hoe kijken rechters en ondersteunend personeel naar deze ambitie?

Antwoord:
Het besef dat de achterstanden moeten worden weggewerkt, wordt breed gedeeld binnen de rechtspraak, zowel onder rechterlijk als niet-rechterlijk personeel. Dit blijkt ook uit het landelijke project normering doorlooptijden, dat kortgeleden is afgerond en onder meer vervolg krijgt in de aanpak van de achterstanden. De Raad voert hierop de regie en de extra middelen die MRb aan de Rechtspraak beschikbaar heeft gesteld kunnen daartoe worden ingezet. Het brede draagvlak, de extra beschikbare middelen en de centrale regie op het proces geven MRb het vertrouwen dat deze ambitie binnen de afgesproken periode waargemaakt kan worden.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Begrijpt de minister de zorgen van rechters over de uitvoering van beslissingen die rechters nemen gericht tegen de overheid en is de minister het ermee eens dat de overheid altijd uitspraken van rechters behoort op te volgen en, zo ja, hoe gaat hij dit borgen?

Antwoord:
In een rechtsstaat is ook de overheid aan rechterlijke uitspraken gebonden. Rechterlijke uitspraken moeten door de overheid worden gerespecteerd en uitgevoerd. En mocht de overheid op dat punt in gebreke zijn, dan staan partijen daar (juridische) middelen ter beschikking om dat aan te kaak te stellen.
Het is zo dat de Nederlandse overheid recentelijk in enkele gevallen in hoger beroep is gegaan tegen uitspraken van de rechter. Een voorbeeld daarvan is de Urgenda-zaak. De aanwending van een rechtsmiddel betekent echter niet dat een uitspraak niet wordt uitgevoerd. Naar aanleiding van de stikstofuitspraken van de Raad van State neemt het kabinet nu juist maatregelen om daaraan uitvoering te geven.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Hoe kijkt de minister aan tegen zijn rol bij het benoemen van leden van de Raad voor de Rechtspraak in het kader van de trias politica?

Antwoord:
De leden van de Raad voor de rechtspraak worden in ons stelsel bij koninklijk besluit, op voordracht van de minister benoemd. Hier ligt dus een verantwoordelijkheid van de MRb. Dit past binnen de internationale normen. Deze rol brengt ook een stelselverantwoordelijkheid mee waarop het parlement de minister kan aanspreken. Het uitgangspunt van MRb is dat zijn rol hierbij kleiner kan zijn, maar wel moet passen binnen de trias politica waarin de drie staatsmachten elkaar in evenwicht houden. Binnen de rechtspraak worden gesprekken gevoerd over de wijze waarop de benoemingen bestuurders plaatsvinden. De uitkomst van deze discussie is nog niet bekend.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Wat gaat de minister doen om het vertrouwen in het OM binnen de samenleving te herstellen?

Antwoord:
Een externe onderzoekscommissie onder leiding van de heer Fokkens heeft onderzoek gedaan naar het OM. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft het OM een plan van aanpak opgesteld dat erop is gericht om het vertrouwen in en binnen het OM te herstellen. MJenV heeft uw Kamer in een brief van juni jl. gemeld dat hij het College de ruimte zal geven om dit plan van aanpak te vertalen naar concrete acties en resultaten en dat hij zorgvuldig zal toezien op de voortgang.
MJenV heeft het College daarom gevraagd hem ieder kwartaal op de hoogte te stellen van de uitvoering en toereikendheid van het plan van aanpak. Op 12 december is er een Algemeen Overleg met uw Kamer gepland over dit onderwerp. Tijdens dit debat zullen we spreken over wat nodig is om het vertrouwen in het OM te herwinnen.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Het regent weer incidenten bij JenV. In elk van die kwesties lijkt angst te regeren. Angst voor slecht nieuws, voor het toegeven dat fouten zijn gemaakt. Hierover zijn diverse rapporten van externe partijen naar de TK gestuurd. Waarom krijgen we van het ministerie rapporten van externe partijen; heeft het departement deze kennis niet zelf in huis? En zo nee, is dat dan niet problematisch? Wanneer neemt de minister het heft in handen om een vertrouwenscultuur op te zetten, waarin – zonder angst - fouten kunnen worden toegegeven?

Antwoord:
Het ministerie maakt gebruik van meerdere informatiebronnen, zowel extern als intern, om het werk, waar mogelijk, beter te maken. Naast interne kennis op basis van eigen onderzoeken vragen we externen onderzoek te doen omdat ze met de blik van buiten toegevoegde waarde kunnen hebben.
Verschillende interventies worden ingezet om binnen JenV een sociaal veilige werkomgeving te bevorderen. Deze interventies zijn grotendeels intern ontwikkeld en worden ingezet om binnen JenV een sociaal veilige werkomgeving te bevorderen. Daarbij wordt soms kennis van buiten JenV benut. Zo staat er een integriteitsstelsel conform het Rijksbeleid, is een vaste externe klachtencommissie ingesteld, is de Koerskaart ontwikkeld met een extern bureau, wordt het interne leiderschapsprogramma uitgevoerd met externe partners en zijn er interne trainers opgeleid om morele dilemma’s bespreekbaar te maken. Daarnaast worden medewerkers expliciet uitgenodigd om hun mening te geven en gevraagd om signalen en informatie te delen met de politiek en ambtelijke top, ook als het om fouten gaat. Door de minister van Justitie en Veiligheid zijn gesprekken gevoerd met de bonden en de medezeggenschap over de werkcultuur en zijn beelden daarover gedeeld. We zijn er nog niet, het vraagt continu aandacht.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Erkent de staatssecretaris dat de wachttijden bij de IND zijn veroorzaakt door het financieringsstelsel?

Antwoord:
Er ligt een combinatie van oorzaken ten grondslag aan de opgelopen doorlooptijden. De belangrijkste is een vroegtijdige afschaling van personeel in 2017 in combinatie met een licht verhoogde asielinstroom én een financieringssystematiek die niet verder reikte dan de korte termijn, waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de bestaande werkvoorraad.

Eén van de maatregelen om sneller en beter te kunnen anticiperen is een meerjarige stabiele financiering. Uw Kamer heeft hiertoe een motie aangenomen en dit heeft bij voorjaarsnota geleid tot een hogere structurele stabiele financiering van de IND.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Kan de minister een reactie geven op de notitie die D66 heeft opgesteld over 'non-conviction based confiscation' in het kader van de strijd tegen crimineel geld?

Antwoord:
De MJenV heeft met interesse kennisgenomen van de notitie van D66 over 'non-conviction based confiscation' in het kader van de strijd tegen crimineel geld. We zullen deze voorstellen betrekken bij de nadere verkenning van verbetering van mogelijkheden voor het afpakken van crimineel vermogen. Dit vergt echter uitzoekwerk. In lijn met uw verzoek wordt volgend jaar gestart met een WODC-onderzoek waarin gekeken wordt naar mogelijkheden voor versnelling van de ontnemingsprocedure. Daar komt MJenV bij u op terug.

Voor de stappen ter verbetering van het afpakken van crimineel vermogen verwijst MJenV u naar de voortgangsbrief inzake de aanpak van ondermijning die uw Kamer vorige week ontving.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Is de minister, gegeven het feit dat een solide wettelijke basis ontbreekt en de vraag of deze vonnissen niet de rol van de rechtspraak marginaliseren, bereid een analyse uit te voeren naar het initiatief van het OM inzake nieuwe proces en vonnisafspraken?

Antwoord:
Er vindt momenteel overleg plaats tussen het OM, de Rechtspraak en het ministerie JenV over de wenselijkheid van het (vaker) maken van proces- en vonnisafspraken, en over de vraag binnen welk (wettelijke) kader dat zou moeten gebeuren. Uw Kamer zal over de uitkomsten daarvan worden geïnformeerd.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Wat gaat het kabinet doen om het vastgelopen debat over het gezamenlijk Asielbeleid van de EU vlot te trekken en om te zorgen voor afspraken met landen waar asielzoekers naartoe moeten terugkeren? Met welke boodschap gaat de staatssecretaris naar welk land?

Antwoord:

Het kabinet pleit ervoor om specifieke tekortkomingen in het GEAS aan te pakken.

De voor het kabinet belangrijke onderwerpen zijn neergelegd in het Staat van de Unie paper “A renewed European Agenda on Migration”. Voorbeelden hiervan zijn een verplichte buitengrensprocedure, het effectief voorkomen van secundaire migratiebewegingen en snelle terugkeer van degenen die geen recht hebben op asiel.

Het is nu aan de nieuwe Commissie om richting te geven aan de hervorming van het GEAS. Nederland is meer dan bereid om te helpen en tot constructieve oplossingsrichtingen te komen zonder daarbij de beoogde meerwaarde van een daadwerkelijk hervormd GEAS uit het oog te verliezen.

De nieuwe Commissie wil energie steken in het dichten van de mazen tussen asiel- en terugkeerwetgeving. Dit om mogelijk te maken dat asielzoekers die geen recht op bescherming hebben, spoedig kunnen terugkeren. Verder zullen naar verwachting de onderhandelingen over het op Nederlandse instigatie geïntroduceerde voorstel voor wijziging van de Terugkeerrichtlijn worden voortgezet. Deze ambities sluiten naadloos aan op de bovengenoemde prioriteiten van dit kabinet.

Voor wat betreft het maken van afspraken met derde landen over terugkeer, verschilt de boodschap van het kabinet per land. De (mate van) terugkeersamenwerking verschilt per land, alsmede de migratiesamenwerking in den brede. Inzet is altijd om de migratiesamenwerking op de voor Nederland relevante onderdelen te verbeteren en te kijken waar het land zelf mee geholpen is. Dat blijft maatwerk.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Is de minister bereid om driemaandelijks te rapporteren over de voortgang op de ambities in de asielprocedure die zijn geformuleerd nadat de coalitie hiervoor geld heeft vrijgemaakt? Bijvoorbeeld rond de prioritering van kansrijke asielzoekers en de mogelijkheid om in te spelen op veranderde omstandigheden.

Antwoord:
Over de prestaties van de migratieketen rapporteert de SJenV twee keer per jaar, door middel van de Rapportage Vreemdelingenketen. SJenV ziet geen aanleiding frequenter te rapporteren. Iedere drie maanden is een relatief kort tijdvak. Aan de ontwikkelingen binnen dergelijke korte tijdvakken kan slechts beperkt betekenis worden toegekend, omdat zij kan afhangen van incidentele fluctuaties in bijvoorbeeld de instroom. In de brief van 18 november j.l. heeft de SJenV toegezegd dat zij uw Kamer zal informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoering van de asielprocedure.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Blij met uitvoering van de motie D66 en CU om acute problemen rechtsbijstand op te lossen. Dit was hoog nodig. Maar sociale advocatuur kampt nog steeds met problemen. Daarom heb ik hier twee vragen over. Hoe ziet de MRb in dit licht een oplossing voor dit structurele probleem van de sociale advocatuur? Wat gaat hij doen nu de NOvA weer aan tafel zit?

Antwoord:
Oplossing voor het structurele probleem
Het kabinet heeft nu tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld, zodat advocaten voldoende financiële armslag hebben om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Die middelen zijn in aanvulling op het structureel voor rechtsbijstand beschikbare bedrag van ruim 400 miljoen. Zo kan de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een nieuw stelsel maken. Om het structurele probleem op te lossen werken we aan een modern en financieel duurzaam stelsel voor rechtsbijstand. Een van de doelen is structureel een betere vergoeding voor advocaten.

Vorig jaar heeft de MRb de contouren voor een nieuw stelsel geschetst en de uitvoering is inmiddels volop aan de gang. Er komt betere informatie online voor iedereen. Er komen daarnaast spreekuren in wijken voor juridische vragen. We gaan verder meer doen om problemen aan de voorkant op te lossen - ook om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast zetten we in op terugdringen van zaken vanuit de overheid, door meer met de menselijke maat te kijken.

Er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, die gericht zijn op een duurzame oplossing voor de rechtzoekende. Door de invoering van rechtshulppakketten krijgen mensen een oplossing van A tot Z, met een integrale kostprijs en een passende kosten-batenafweging voor de inzet van juridische hulp. Er komen verschillende pakketten, tegen verschillende prijzen: lichte voor mensen die net iets meer nodig hebben dan eerstelijnshulp, tot aan zware wanneer het direct duidelijk is dat er een rechter aan te pas moet komen.

We verwachten hiermee dat er ruimte is voor vergoedingen voor advocaten die 10% tot 20% hoger zijn dan de gemiddelde uurvergoeding die advocaten nu krijgen volgens de commissie-Van der Meer.

Wat gaat hij nu doen nu de NOvA weer aan tafel zit?
Nu kunnen we weer met elkaar in gesprek over structurele verbeteringen. We zullen het vast nog niet op alle punten met elkaar eens zijn. Maar alleen door in gesprek te blijven, kom je nader tot elkaar. Zo kunnen we naast de stappen die we al voortvarend zetten rond het terugdringen van het procedeergedrag van de overheid en in het versterken van de eerste lijn ook de kwaliteitsverbetering en doelmatigheidswinst in de tweede lijn gezamenlijk vorm gaan geven.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
In aansluiting op de vraag over cultuur op het departement: is het verstandig om in te grijpen bij organisaties? Meer duurzame financiering is noodzakelijk. Hoe kijkt de minister aan tegen de product financiering die we nog steeds bij de verschillende organisaties hebben? Past dit?

Antwoord:
De financiering van de organisaties op het brede terrein van JenV heeft continue aandacht. Met grote regelmaat wordt de gehanteerde financieringsmethodiek kritisch bekeken en geëvalueerd. Daarbij wordt bezien welke financieringsmethodiek passend is bij de aard van de specifieke organisatie. Product financiering sluit bij de meeste JenV-organisaties goed aan bij de activiteiten die zij verrichten en biedt ook mogelijkheden om adequaat te sturen op de keten. Daarbij wordt steeds goed onderscheid gemaakt tussen kosten die vast zijn, zoals huisvesting, en kosten die wijzigen wanneer de taken toe – of afnemen, om te voorkomen dat de organisaties in de problemen komen. Dat deze evaluaties ook daadwerkelijk tot veranderingen leiden is recent gebleken door het aanpassen van de bekostiging van de Raad voor de Rechtspraak op basis van een onafhankelijk onderzoek.

Vragen van het lid Groothuizen, M. (D66)

Vraag:
Hoe gaat MRb structurele verbetering voor de rechtsbijstand borgen?

Antwoord:
Oplossing voor het structurele probleem
Het kabinet heeft nu tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld, zodat advocaten voldoende financiële armslag hebben om de overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Die middelen zijn in aanvulling op het structureel voor rechtsbijstand beschikbare bedrag van ruim 400 miljoen. Zo kan de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een nieuw stelsel maken. Om het structurele probleem op te lossen werken we aan een modern en financieel duurzaam stelsel voor rechtsbijstand. Een van de doelen is structureel een betere vergoeding voor advocaten.

Vorig jaar heeft de MRb de contouren voor een nieuw stelsel geschetst en de uitvoering is inmiddels volop aan de gang. Er komt betere informatie online voor iedereen. Er komen daarnaast spreekuren in wijken voor juridische vragen. We gaan verder meer doen om problemen aan de voorkant op te lossen - ook om rechtszaken te voorkomen. Daarnaast zetten we in op terugdringen van zaken vanuit de overheid, door meer met de menselijke maat te kijken.

Er worden rechtshulppakketten ontwikkeld, die gericht zijn op een duurzame oplossing voor de rechtzoekende. Door de invoering van rechtshulppakketten krijgen mensen een oplossing van A tot Z, met een integrale kostprijs en een passende kosten-batenafweging voor de inzet van juridische hulp. Er komen verschillende pakketten, tegen verschillende prijzen: lichte voor mensen die net iets meer nodig hebben dan eerstelijnshulp, tot aan zware wanneer het direct duidelijk is dat er een rechter aan te pas moet komen.

We verwachten hiermee dat er ruimte is voor vergoedingen voor advocaten die 10% tot 20% hoger zijn dan de gemiddelde uurvergoeding die advocaten nu krijgen volgens de commissie-Van der Meer.

Wat gaat hij nu doen nu de NOvA weer aan tafel zit?
Nu kunnen we weer met elkaar in gesprek over structurele verbeteringen. We zullen het vast nog niet op alle punten met elkaar eens zijn. Maar alleen door in gesprek te blijven, kom je nader tot elkaar. Zo kunnen we naast de stappen die we al voortvarend zetten rond het terugdringen van het procedeergedrag van de overheid en in het versterken van de eerste lijn ook de kwaliteitsverbetering en doelmatigheidswinst in de tweede lijn gezamenlijk vorm gaan geven.


Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
Kan de minister een overzicht leveren van alle overheidsdatabases waarin persoonsgegevens worden bijgehouden?

Antwoord:
MRB is verantwoordelijk voor het wettelijk systeem m.b.t. de bescherming van persoonsgegevens. Binnen dat systeem is elke verwerkingsverantwoordelijke, waartoe ook individuele bestuursorganen behoren, zelf verantwoordelijk voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en dient ook aan te tonen dat die compliant is met de AVG. Uit de AVG vloeit verder voort dat voor elk bestuursorgaan een verplichting bestaat om een register van gegevensverwerkingen bij te houden. Op de naleving van deze verplichting ziet de Autoriteit persoonsgegevens (AP) toe. De AP kan bestuursorganen verzoeken om inzage te geven in hun registers en op basis daarvan zo nodig handhavend optreden. Dat geeft voldoende grip op deze databases. Tegen deze achtergrond is het dan ook niet nodig om een overzicht van databestanden van overheden bij te houden.

Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
Kan de minister reflecteren op de balans tussen privacy, de onschuldpresumptie, en het opsporingsbelang?

Antwoord:
Alvorens te reflecteren op de balans tussen privacy, de onschuldpresumptie, en het opsporingsbelang, is van belang op te merken dat het verwerken van gegevens van niet-verdachte personen door de overheid ten behoeve van bijvoorbeeld de aanpak van ondermijnende criminaliteit niet onrechtmatig is. De gedachte dat dit in strijd zou zijn met de onschuldpresumptie, klopt niet. Onschuldpresumptie is een strafvorderlijk beginsel dat personen, zolang het tegendeel niet is bewezen, voor onschuldig houdt, maar is geen beginsel dat aan het recht op bescherming van persoonsgegevens ten grondslag ligt.
De huidige balans tussen privacy, de onschuldpresumptie en het opsporingsbelang is in orde. Voor het verwerken van gegevens van niet-verdachte personen dienen uiteraard gegronde redenen te bestaan. Die redenen kunnen in het belang van de opsporing zijn gelegen. Ook moet voor het verwerken daarvan een wettelijke grondslag bestaan en dient met data-analyses op basis van dergelijke gegevens, gelet op de mogelijke gevolgen, extra zorgvuldig te worden omgegaan. Verder moet de inbreuk op de privacy die de verwerking meebrengt, proportioneel zijn en moet duidelijk zijn dat het beoogde resultaat van de verwerking niet op andere, minder ingrijpende wijze kan worden bereikt.
Als aan deze voorwaarden is voldaan, zou een data-analyse bijvoorbeeld kunnen leiden tot een lijst waarop personen staan met kenmerken die op een verhoogd risico wijzen dat zij een bepaalde ernstige vorm van criminaliteit plegen, maar die nog geen verdachte zijn. Van een formele verdenking is dus nog geen sprake. Daarvoor dienen concrete feiten en omstandigheden met betrekking tot de desbetreffende persoon op tafel te komen die op een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit wijzen. Er zal dan ook altijd een nader onderzoek moeten plaats vinden door opsporingsambtenaren (menselijke tussenkomst) en dan kan op basis van dat onderzoek eventueel een verdenking ontstaan. Vanaf dat moment is de onschuldpresumptie aan de orde.

Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
Is de minister, gegeven de zorgen vanwege de meldingen over seksisme en racisme in de politieorganisatie, bereid het diversiteitsprogramma binnen de politie voort te zetten?

Antwoord:
In 2019 en 2020 worden de projecten en thema’s die zijn ontwikkeld binnen het programma ‘De Kracht van het Verschil’ in de staande organisatie ondergebracht. Het programma was altijd van tijdelijke aard. De projecten die onder het programma vallen worden voortgezet en bestendigd omdat de aandacht voor deze onderwerpen door de korpschef onderkend worden. De korpschef blijft de voortgang monitoren, ook wanneer deze projecten zijn geborgd in de staande organisatie. Hierover is de Kamer in het halfjaarbericht van 4 juli jl. geïnformeerd.

Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
Is de minister bereid om de toepassing van technologieën zoals Syri en gezichtsherkenning te stoppen totdat waarborgen en controle hiervoor zijn vormgegeven?

Antwoord:
Met betrekking tot SyRI kan opgemerkt worden dat de sociale zekerheid één van de pijlers van onze maatschappij is. Fraude met uitkeringen doet afbreuk aan het draagvlak en aan een doelmatige uitvoering. De aanpak van misbruik van sociale voorzieningen en uitkeringen is daarmee cruciaal. Fraude komt vaak pas aan het licht als gegevens van verschillende overheidsinstanties met elkaar worden vergeleken. Dit is binnen SyRI mogelijk door middel van het koppelen van bestanden.

Momenteel loopt er een rechtzaak over SyRI. Als gevolg daarvan drogen de aanvragen van gemeenten voor het gebruik van dit systeem op. Daarmee is er geen urgente aanleiding om het systeem stop te zetten. We wachten de uitspraak van de rechter af.

Gezichtsherkenning kan op verschillende manieren worden ingezet, bijvoorbeeld voor toegang tot een gebouw of apparaat, of binnen de opsporing. Over dat laatste heeft de MJenV vandaag een brief aan de Kamer gestuurd. Afhankelijk van de toepassing moet gekeken worden naar het doel, de rechtmatigheid en naar eventuele risico’s en de toepasselijke waarborgen. Er bestaan al aanvullende, strengere regels voor het gebruik van biometrische gegevens. Een algemeen verbod gaat teveel voorbij aan nuttige en verantwoorde toepassingen van gezichtsherkenning.

Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
De minister van Justitie en Veiligheid zou de internationale en grensoverschrijdende coalitiesamenwerking op het gebied van de opsporing van zware criminaliteit bespreken met het (Europees) OM. Wat heeft dit gesprek opgeleverd? Gaat de minister zich hiervoor inspannen?

Antwoord:
Met het OM is afgesproken dat zij in 2020 een strategisch kader ter versterking van haar internationale samenwerking oplevert met als doel een effectieve taakuitoefening, onder meer op het terrein van de aanpak van zware criminaliteit. Dit zal een basis bieden voor de concrete beleidsmatige en organisatorische vertaalslag van taken en doelstellingen naar inspanningen van het OM. Daarbij wordt ook invulling gegeven aan wettelijke (internationale) verplichtingen, wordt rekening gehouden met de inspanningen van ketenpartners en wordt bovenal ingespeeld op behoeften uit de praktijk voor internationale handvatten om effectief op te kunnen treden.

Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
Wat zijn de uitkomsten van de gesprekken tussen de minister van Justitie en Veiligheid, België en Duitsland over de internationale en grensoverschrijdende coalitiesamenwerking op het gebied van de opsporing van zware criminaliteit? Wanneer kan de Kamer een gezamenlijke criminaliteitsanalyse verwachten?

Antwoord:
Er is periodiek overleg met mijn Belgische collega van Justitie en de Belgische minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid. Binnenkort vindt weer overleg plaats over de voortgang van de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en praten we over de wens om te om te komen tot een gezamenlijk criminaliteitsbeeld. Aan dit overleg nemen ook van beide zijden het openbaar ministerie en de politie deel.

Ook met de Duitse collega’s vindt geregeld overleg plaats. Met de collega’s van NoordrijnWestfalen en Nedersaksen is afgesproken te bezien of we de aanpak van zware criminaliteit kunnen intensiveren door middel van meer gemeenschappelijke politieteams en intensivering van de samenwerking in het zogenoemde EPICC.

Voor het verkennen van de mogelijkheden van grensoverschrijdende bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit is sinds 1 september jongstleden het EURRIEC werkzaam. Hierin werken Duitsland, België en Nederland samen.

Vragen van het lid Verhoeven, K. (D66)

Vraag:
Is de minister, gegeven de wildgroei aan initiatieven, pilots en experimenten bij verschillende overheden, bereid om op dit gebied van surveillance een controlerende functie in te nemen en elk jaar met een monitorrapport te komen?

Antwoord:
Nieuwe surveillancetechnieken dragen bij aan een betere handhaving en criminaliteitsbestrijding. Dit biedt dus kansen. De MRb heeft echter ook begrip voor de zorg van het lid Verhoeven dat er voor gewaakt moet worden dat er geen wildgroei ontstaat aan initiatieven, pilots en experimenten met nieuwe surveillancetechnieken. De MRb is dan ook graag bereid om na te gaan of het mogelijk is om een overzicht en jaarlijkse monitor te maken van lopende initiatieven en pilots. Zo ja, zal de MRb uw Kamer vóór de zomer 2020 informeren en een dergelijk overzicht toesturen.


Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Kan het kabinet haast maken met nieuwe wettelijke instrumenten in het kader van ondermijning, zoals het wetsvoorstel voor informatiedeling?

Antwoord:
Nut en noodzaak van informatie-uitwisseling, zowel publiek-publiek als publiek-privaat, ten behoeve van het tegengaan van ondermijning is evident. De wet biedt hiervoor ook ruimte.
Zo is in het kader van de opsporing van strafbare feiten al veel mogelijk op het gebied van informatie-uitwisseling. De Wet Politiegegevens ligt hieraan ten grondslag. Ook informatiedelen tussen burgemeesters is mogelijk. Dit gebeurt via de politie. Een burgemeester kan in de driehoek vragen of de politie een collega burgemeester informeert.

Waar overheidspartijen samenwerken bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit kan onder meer door middel van convenanten informatie worden gedeeld. Een voorbeeld betreft de Regionale Inlichtingen en Expertise Centra (de RIEC’s). Een ander voorbeeld is de BIJ-regeling (Bestuurlijke Informatie Justitiabelen), die regelt dat een burgemeester kan worden geïnformeerd over de vestiging van ex-gedetineerden in zijn of haar gemeente.

De Wet Bibob biedt bestuursorganen de mogelijkheid om bij het nemen van bepaalde besluiten de aanvrager en zijn zakelijke omgeving te screenen door zijn antecedenten op te vragen. Deze mogelijkheden worden momenteel uitgebreid met een wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, de consultatiereacties worden nu verwerkt.

Daarnaast is op dit moment een 2e tranche wijziging wet Bibob in voorbereiding waarin bestuursorganen nog meer mogelijkheden krijgen informatie uit te wisselen. Op dit moment kan de officier van Justitie overigens al een “tip” uitbrengen aan een burgemeester – namelijk dat er aanleiding is om het Landelijk Bureau Bibob om advies te vragen. De officier van Justitie levert dan de info die hij heeft.
Er wordt gevraagd om een noodwet voor informatie-uitwisseling. De MJenV is bezig met meerdere initiatieven om het delen van informatie met het oog op het tegengaan van ondermijning eenvoudiger te maken en geef daar hoge prioriteit aan. Een noodwet is een wet die zo snel mogelijk tot stand wordt gebracht. Ook een noodwet moet de eisen uit de AVG en de richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging respecteren. De MJenV begrijpt de vraag dus zo dat het gaat om een wet die snel in werking kan treden en de mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie verbetert en vereenvoudigt.

De MJenV noemt in dat verband het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. De WGS geeft een betere grondslag voor domeinoverstijgende, gezamenlijke gegevensverwerking ten behoeve van de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Daarbij is het bij uitstek noodzakelijk dat meerdere partijen samenwerken en met het oog daarop gegevens kunnen uitwisselen.
De MJenV verwacht het advies van de Raad van State en hoop het wetsvoorstel begin volgend jaar bij uw Kamer in te kunnen dienen. Indien uw Kamer dit wetsvoorstel met spoed wil behandelen, verleent hij daar uiteraard alle medewerking aan.
Tot slot wordt op dit moment onder regie van het Aanjaagteam Ondermijning een model-protocol opgesteld, dat inzichtelijk maakt welke informatie binnen een gemeente wél kan worden gedeeld. Bij het opstellen van dit protocol zal ook duidelijk worden waar knelpunten zitten in de informatiedeling. Hiervoor wordt dan gekeken of oplossingen mogelijk zijn, waarbij ook wetgeving tot de mogelijkheden behoort.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Waar gaan we mensen vandaag halen ter vergroting van de politiecapaciteit? Politieacademie kan instroom nu al niet aan. Hoe kunnen we mensen verleiden terug te keren naar de politie? Hoe kunnen we zij-instroom bevorderen? Kunnen we de opleiding verkorten om de politieacademie te ontzien? Welke taken van de politie gaan we schrappen? Welke tien maatregelen heeft de audit om bureaucratie binnen de politie te verminderen opgeleverd?

Antwoord:
De werving bij de politie loopt naar behoren. De instroom is de afgelopen jaren sterk toegenomen en dit jaar zijn er meer aspiranten en specialisten ingestroomd.
Hogere instroom vraagt natuurlijk veel van de Politieacademie. Daarom wordt er stevig geïnvesteerd om de groei van de instroom van op te vangen.
De Politieacademie krijgt er vanaf 2018 € 2 miljoen extra bij oplopend naar structureel € 16 miljoen in 2022 zodat ze docenten kunnen aannemen en huisvesting kunnen uitbreiden. In totaal komen er over het hele land in de periode 2018-2024 circa 150 docenten bij. In het arbeidsvoorwaardenakkoord Politie 2018-2020 wordt verder structureel € 10.1 miljoen beschikbaar gesteld voor flexibilisering van het politie-onderwijs en de doorontwikkeling en innovatie van het Vakspecialistisch Politie Onderwijs. Daarnaast werken politie en politieacademie aan verbeteringen in de HR-keten van de politie en vernieuwingen in het politieonderwijs met als doel om aspiranten en zij-instromers sneller inzetbaar te krijgen voor de uitvoering van de politietaak. Ter ondersteuning hiervan is recent een Taskforce ingezet die op korte termijn met praktische voorstellen moet komen.
Een onderdeel van de aanpak van administratieve lasten in de opsporing is een aanpak van de top tien irritaties in de opsporing, zoals die door de politie zijn geïnventariseerd in het rapport ‘effectieve tijd voor opsporing’. Uit deze top tien blijkt bijvoorbeeld dat ‘rechercheurs verbinding met collega’s van andere teams missen omdat ze werken in verschillende systemen en ze niet meer op locatie geplaatst zijn maar op centrale werkplekken binnen de eenheid’ en dat ‘er een veelheid aan verschoven oneigenlijke administratieve taken en werkzaamheden is’. Op dit moment worden de ergernissen door de politie opgepakt, voor zover de politie daar zelf invloed op kan uitoefenen. Daarnaast adresseert de commissie-Zuurmond de aanpak van lasten in de opsporing op de middellange termijn. Uw Kamer is hierover eind 2018 en medio 2019 geïnformeerd.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Kan er een meldplicht komen voor strafbaar gedrag in voetbalstadions naast de stadionverboden van KNVB?

Antwoord:
De mogelijkheid tot het opleggen van een meldplicht naast de stadionverboden van de KNVB bestaat al. De strafrechter, de OvJ (beiden strafrecht) of de burgemeester (bestuursrecht) kan een meldplicht opleggen in combinatie met een gebiedsverbod. Een club kan een lokaal stadionverbod opleggen en de KNVB een landelijk.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Kan de MRb reageren op de nota die over letselschade is geschreven?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 65.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Waarom heeft het kabinet er niet voor gekozen om structureel geld vrij te maken voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, in het bijzonder voor de drugsunit? Hoe gaan we nu om met grote tekorten en capaciteitsproblemen die er zijn?

Antwoord:
Voor een ordelijk en beheersbaar begrotingsproces heeft het kabinet afspraken gemaakt over de tijdstippen waar tot besluitvorming wordt gekomen. Deze zijn vastgelegd in de begrotingsregels, die bij aanvang van dit kabinet naar uw Kamer zijn gestuurd. Deze begrotingsregels zijn gebaseerd op het Trendmatig Begrotingsbeleid zoals in 1994 is geïntroduceerd door de toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm en beter bekend staat als de Zalm-norm. Een van de basisprincipes is dat er sprake is van één hoofdbesluitvormingsmoment. Voor wat betreft structurele aanpassingen van de begroting en de meerjarencijfers is dat in het voorjaar van ieder jaar. Dit integrale besluitvormingsmoment in het voorjaar biedt voor het kabinet de mogelijkheid om alle zaken die spelen in kaart te brengen, in samenhang te bezien en tegen elkaar af te wegen. Voor het antwoord op het vraag deel politie wordt verwezen naar de beantwoording m.b.t. de politiecapaciteit.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Kan het tekort bij mediation in strafzaken worden opgelost?

Antwoord:
In de begroting voor 2020 is € 1,33 miljoen opgenomen voor mediation in strafzaken, waaronder jeugdzaken. Deze middelen zijn structureel. Zoals gemeld in antwoorden op vragen van het lid Van Nispen bleek voor 2019 geen budget voor een zeer beperkt aantal mediations (circa 40). Ik heb daarbij aangegeven dat dit zou worden opgelost in overleg met de Raad voor de rechtspraak. Inmiddels heb ik het budget voor 2019 opgehoogd naar € 1,43 miljoen. Mocht ook in 2020 het aantal mediationzaken hoger blijken dan past binnen het beschikbare budget van € 1,33 miljoen, dan zal ik ook hiervoor in overleg met de Raad voor de rechtspraak een oplossing zoeken.
.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Hoe gaat de minister meten of het tegengaan van het uitreizen van pedofielen door hun paspoort in te trekken ook daadwerkelijk voldoende werkt?

Antwoord:
Door het innemen en vervallen laten verklaren van het paspoort (de paspoortmaatregel) wordt beoogd dat een veroordeelde zedendelinquent niet meer in staat is om buiten Schengen te reizen. BZK zal bijhouden hoe vaak er op basis van artikel 18 en 24 van de Paspoortwet een verzoek wordt gedaan tot het laten vervallen verklaren van een paspoort en hoe vaak dit door BZK wordt toegekend.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Waarom is de staatssecretaris niet in overleg gegaan met de sociale advocatuur zelf over de afschaffing van rechtsbijstand in asielzaken? Is ze bereid om dat gesprek alsnog te voeren?

Antwoord:
Het beeld dat niet met de advocatuur over deze maatregel is gesproken is niet juist. In het najaar van 2018 is al een bijeenkomst georganiseerd voor de gehele asieladvocatuur om de gevolgen van de maatregel te bespreken. Hiervoor waren ook de Raad voor Rechtsbijstand, de rechterlijke macht, VWN en Nidos uitgenodigd. Daarnaast is de Raad voor de Rechtsbijstand betrokken geweest bij het opstellen van de impactanalyse ten aanzien van deze maatregel, naar aanleiding van een motie van de Eerste kamer van december 2018. Ook de Raad voor de Rechtspraak heeft naar aanleiding van bovenstaande motie een impactanalyse gemaakt. Verder zal het ontwerpbesluit in een voorhangprocedure en in (internet)consultatie worden gebracht. Daarbij kunnen partijen op het ontwerpbesluit reageren.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Kunnen er scherpere, meetbare afspraken gemaakt worden over de aanpak van de verwarde personenproblematiek en de effecten die deze problematiek heeft op de capaciteit van de politie?

Antwoord:
Het is bekend dat het aantal meldingen over personen met verward gedrag in de eerste helft van 2019 is gestegen ten opzichte van 2018. Hierover hebben MJenV en de staatssecretaris van VWS zorgen. De politie krijgt te maken met deze veelheid aan meldingen over een zeer diverse groep waarvan het grootste deel níet gevaarlijk is of overlast veroorzaakt en die juist ondersteuning en zorg nodig heeft.
Het is primair een zaak van gemeenten en hun partners om daadwerkelijk regie te voeren op deze kwetsbare personen waarbij het uitgangspunt moet zijn om vroegtijdig te signaleren en adequate zorg te verlenen. In dat verband zou de mogelijkheid van wijk GGZ'ers een te bestuderen optie zijn. In sommige delen van het land bestaat dit fenomeen al. Een aspect daarbij is het vervoer van deze personen. Mensen die zorg nodig hebben horen niet in een politieauto thuis, noch in een politiecel. Op vele plekken in het land worden alternatieve vervoersmogelijkheden uitgeprobeerd, zoals de ‘Streettriage’ in Deventer. De politie en de GGD werken momenteel in vier politie-eenheden aan de gegevensverzameling over hoe vaak er oneigenlijk vervoer door de politie plaatsvindt. Op basis hiervan kunnen concrete afspraken worden gemaakt. Dit laat onverlet dat de politie een taak heeft en zal blijven houden om in het kader van openbare orde en bij overlast op 112-meldingen te reageren.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Waarom wordt er geen eigen onderzoek verricht als we weten wat de problemen zijn bij de IND? Als het al nodig is om een extern onderzoek te laten verrichten, waarom heeft de staatssecretaris dat niet vijf maanden geleden gestart?

Antwoord:
Onderzoek naar de mogelijkheden om de doorlooptijden te verkorten heeft zeker plaatsgevonden. De SJenV heeft mede daartoe ook gesprekken met de IND gevoerd. Inmiddels zijn de maatregelen getroffen die zijn beschreven in de brief aan uw Kamer. Het aangekondigde externe onderzoek is dan ook enerzijds gericht op validatie van die maatregelen en anderzijds op de vraag of er nog aanvullende maatregelen mogelijk zijn.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Wat vindt de staatssecretaris van de kritiek van haar coalitiepartners over de IND?

Antwoord:
De SJenV deelt de zorgen van de coalitiepartijen over de doorlooptijden. Om die reden neemt zij ook de maatregelen zoals beschreven in de brief van 18 november jl. waaronder het projectmatig aanpakken van kansrijke asielaanvragen en het op grote schaal uitvoeren van het korter horen en bondiger beschikken. Ten slotte heeft de SJenV besloten een onafhankelijk externe partij opdracht te geven om de uitvoering van de asielprocedure bij de IND door te lichten, ten einde op korte termijn met voorstellen te komen die moeten leiden tot verdere verbeteringen van de uitvoering van de asielprocedure.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Is de staatssecretaris het met het lid Kuiken eens dat het schrappen van rechtsbijstand het werk voor de IND medewerkers niet makkelijker gaat maken? Is de staatssecretaris bereid dit voorstel terug te trekken?

Antwoord:
Als het gaat om het beperken van de rechtsbijstand in de eerste fase van het asielproces, is het kabinet het eens dat dit verantwoord moet worden ingevoerd. Dat is ook de inzet en bij de invoering van die maatregelen zal daarmee rekening worden gehouden. De effecten daarvan op de IND zullen overigens niet op korte termijn aan de orde zijn. Deze taken komen niet noodzakelijkerwijs terecht bij beslismedewerkers die op dit moment nodig zijn om de bestaande achterstanden weg te werken. Beide maatregelen zijn gericht op wegnemen van nationale koppen bovenop het Europese kader en hebben verdere Europese harmonisatie tot doel.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Hoe zou het kabinet een 'operatie schoolplein' vormgeven met preventieve maatregelen om kinderen in kwetsbare posities te beschermen tegen ronselen voor drugscriminaliteit? Hoeveel budget is nodig voor zo’n operatie? Welke taken en bevoegdheden hebben instanties nodig voor zo'n operatie? Hoe zorgen we voor een gedeeld beeld over de doelstellingen van zo'n operatie? Hoe borgen we de effecten op de langere termijn?

Antwoord:
Preventieve interventies, ook in het onderwijs, en ondersteuning van kwetsbare jongeren maken deel uit van de preventieve aanpak van criminaliteit, waaronder de bescherming tegen het ronselen voor drugscriminaliteit. Onderdeel hiervan is dadergerichte preventie voor jongeren en het weerbaar maken van scholieren, studenten en docenten in het onderwijs. In het kader van de brede aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit is de MRb met de MJenV en de collega’s van SZW, OCW, VWS en BZK deze preventieve aanpak verder aan het uitwerken, binnen de nu gestelde financiële kaders. Hierbij wordt gekeken naar bestaande goede initiatieven, zoals bijvoorbeeld het Leerling Alert project in Arnhem. Doel van het Leerling Alert project is om via scholen leerlingen tijdig in beeld te krijgen die het criminele pad op gaan, hen weerbaarder maken en hulp bieden en de samenwerking van de zorg-coördinator en wijkagent vormgeven. Maar ook de Top-400 aanpak in Amsterdam. Deze personen krijgen extra aandacht van de gemeente, politie, DDG en jeugdbescherming ter voorkoming van het opnieuw in aanraking komen met de politie. Ook schoolverzuim wordt hierbij betrokken. De MJenV zendt uw Kamer in het voorjaar van 2020 een brief over de uitgewerkte plannen inzake de brede aanpak van ondermijnende georganiseerde criminaliteit en de financiële consequenties hiervan. Hierbij wordt tevens gekeken naar de noodzakelijke taken en bevoegdheden van betrokken instanties.




Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Is de minister bereid om alles op alles te zetten om de basisteams bewaken en beveiligen op orde te krijgen?

Antwoord:
Zoals toegelicht in de brief aan uw Kamer van 20 november jl. stelt het kabinet eenmalig 10 miljoen euro beschikbaar ten behoeve van de versterking van het stelsel bewaken en beveiligen waaronder de DKDB, om de druk op de basisteams te verlichten. In mijn brief over de bredere aanpak van de ondermijning heb ik ook de plannen zitten voor een structurele versterking van dit stelsel. Daar wordt bij najaarsnota incidenteel al geld voor vrij gemaakt in de 110 miljoen euro.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Is de MRb bereid het budget voor mediation in strafzaken volgend jaar mee te laten groeien met het aantal zaken?

Antwoord:
In de begroting voor 2020 is € 1,33 miljoen opgenomen voor mediation in strafzaken, waaronder jeugdzaken. Deze middelen zijn structureel. Zoals gemeld in antwoorden op vragen van het lid Van Nispen bleek voor 2019 geen budget voor een zeer beperkt aantal mediations (circa 40). Ik heb daarbij aangegeven dat dit zou worden opgelost in overleg met de Raad voor de rechtspraak. Inmiddels heb ik het budget voor 2019 opgehoogd naar € 1,43 miljoen. Mocht ook in 2020 het aantal mediationzaken hoger blijken dan past binnen het beschikbare budget van € 1,33 miljoen, dan zal ik ook hiervoor in overleg met de Raad voor de rechtspraak een oplossing zoeken.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Kan de ‘nabijheidsrechter’ zoals ze het in België noemen een meer volwaardige optie worden voor Nederland? Kan de minister voor Rechtsbescherming in kaart brengen hoe dat kan worden verwezenlijkt?

Antwoord:
Het is nu nog te vroeg om definitief uitspraken te doen over landelijke invoering van een nabijheidsrechter. In september heeft de MRb een onderzoek naar de vrederechter in België en Frankrijk naar de Kamer gestuurd. De onderzoekers pleiten voor een geleidelijke aanpassing van de praktijk en de regelgeving om de kantonrechter pragmatischer, informeler en oplossingsgerichter te laten worden. De onderzoekers geven aan dat in deze geleidelijke aanpassing varianten kunnen worden beproefd met toepassing van de toekomstige Tijdelijke experimentenwet rechtspleging. Daarbij kan worden voortgebouwd op experimenten die nu in het kader van maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER) worden gehouden. De MRb wil de ervaringen met en evaluaties van lopende en nog te starten pilots afwachten alvorens te beslissen over de structurele invoering van een nabijheidsrechter. De MRb wil in de eerste helft van volgend jaar, na evaluatie van de regelrechter Rotterdam en de Wijkrechter Den Haag, met de Raad voor de rechtspraak een eerste balans opmaken en zal Uw Kamer hierover informeren.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Is de minister bereid om met gemeenten in gesprek te gaan over het inzetten van een waarborgsom bij de vergunningverlening voor festivals? De organisator van een festival betaalt dan een waarborgsom aan de gemeente en deze wordt niet teruggegeven als tijdens het festival een overtreding van de Opiumwet wordt geconstateerd.

Antwoord:
Nee, een dergelijke maatregel is juridisch niet mogelijk. Een festival is een legale activiteit en er is geen rechtsgrond voor het stellen van een dergelijke waarborgsom in het kader van de Opiumwet. Gemeenten stellen in het kader van hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde en de volksgezondheid rond evenementen via de vergunning eisen aan festivalorganisatoren. In veel gevallen moet in de huisregels van de organisatie worden opgenomen dat wie op het bezit van harddrugs wordt betrapt – ook al betreft het één pil – hiervan afstand moet doen en het festivalterrein moet verlaten, zonder de mogelijkheid van terugkeer. In de lokale driehoek worden afspraken gemaakt over de handhaving en over het algemeen is sprake van een goede samenwerking tussen gemeenten en de organisatoren van festivals en evenementen.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Kan de minister duidelijkheid geven over het strafbaar zijn van drugsbezit in zogenaamde wasstraten bij festivals?

Antwoord:
Drugsbezit is altijd strafbaar. Gemeenten stellen in het kader van hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde en de volksgezondheid eisen aan de organisatoren van festivals. Bezoekers moeten in de regel voorafgaand aan het betreden van het evenemententerrein worden gecontroleerd op drugsbezit. Ook kan in de huisregels van de organisatie worden opgenomen dat wie op het bezit van harddrugs wordt betrapt – ook al betreft het één pil – hiervan afstand moet doen en het festivalterrein moet verlaten, zonder de mogelijkheid van terugkeer. Bij het aantreffen van grotere hoeveelheden wordt de politie ingeschakeld en zal vervolging plaatsvinden.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Kan de minister een reactie geven op mijn motie (ingediend bij begrotingsbehandeling BZK) over kindermishandeling in Caribisch Nederland?

Antwoord:
Het lid Van der Graaf (CU) heeft gevraagd om een reactie op haar motie die ze bij de behandeling van de BZK-begroting heeft ingediend en vervolgens heeft aangehouden. In haar motie verzoekt ze de regering in samenspraak met de openbare lichamen BES, met een wetsvoorstel te komen om geestelijk geweld, lichamelijk geweld of andere vernederende behandeling in de opvoeding op de BES te verbieden en te bezien of verdere aanvullende wetgeving voor de aanpak van kindermishandeling nodig is.
Kindermishandeling is in Nederland en ook op de BES strafbaar. Naast strafbaarstelling van kindermishandeling in het Nederlands wetboek van Strafrecht is in het Nederlands Burgerlijk Wetboek opgenomen dat ouders in de verzorging en opvoeding van het kind geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toepassen (artikel 1:247 BW). Het is mogelijk om een dergelijke norm ook in het Burgerlijk Wetboek voor de BES op te nemen. Hierbij wijst de MRb er wel op dat het opnemen van een dergelijke norm niet voldoende is om huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen.
Er is door het ministerie van VWS in 2017 een akkoord met de Openbare Lichamen gesloten om samen op te treden tegen kindermishandeling. Dit akkoord loopt tot en met 2020. In het eerste kwartaal van 2020 wordt uw Kamer geïnformeerd door de staatssecretaris van VWS in afstemming met MRb over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op de BES na 2020. Hierbij wordt ook ingegaan op de vraag of het huidig juridisch kader toereikend is.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
We hebben een wet die stelt dat bezit van drugs strafbaar is, dat is de Opiumwet. Ik vraag de minister hoe vaak de Opiumwet is gehandhaafd bij het gebruik van 1-10 gebruikseenheden. Is hij het met de CU eens dat hier nog veel te winnen valt? We hebben een Opiumwet, laten we dat goed gebruiken.

Antwoord:
De staatssecretaris van VWS heeft uw Kamer per brief van 25 april 2019 geinformeerd over het drugspreventiebeleid (Zie ook vraag 1 antwoord op vraag aan lid Van Toorenburg). Ook in de uitwerking van het breed offensief zal ruime aandacht zijn voor preventie van het drugsgebruik, bijvoorbeeld door middel van publiekcampagnes.
In de Aanwijzing Opiumwet is het uitgangspunt opgenomen dat het bezit van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik van een middel vermeld op lijst 1 in beginsel niet tot gerichte opsporing leidt. Het bezit van elke hoeveelheid daarboven leidt tot vervolging. Uit de systemen van het OM valt alleen na te gaan welk artikel van de Opiumwet ten laste is gelegd, niet om welke hoeveelheid dit ging. Om die reden zijn er geen landelijke cijfers beschikbaar over het aantal gevallen waar gehandhaafd werd op 1 tot 10 gebruikershoeveelheden.

Het belang van de handhaving van de norm dat drugsbezit verboden is staat buiten kijf. Wel biedt de Aanwijzing voor de Opsporing het Openbaar Ministerie de mogelijkheid om regionaal en lokaal keuzes te maken in de opsporing. Deze keuzes kunnen bijvoorbeeld gebaseerd zijn op de beschikbare capaciteit van de politie en het Openbaar Ministerie, de lokale prioriteiten, het veiligheidsbeleid en andere omstandigheden.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Bent u bereid om mogelijkheden te bieden voor het uitbreiden danwel vervolgen van een gelopen pilot om uitbuiting te signaleren via bankgegevens?

Antwoord:
De pilot is een interessant initiatief van ABN Amro, de Universiteit van Amsterdam en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er ligt nu een voorstel van het lid Van der Graaf om deze pilot te verbreden naar andere thema’s, zoals witwassen en corruptie. De minister van JenV ziet nu geen aanleiding om de pilot uit te breiden, er lopen al veel initiatieven om het zicht op witwassen en corruptie te vergroten, ook in samenwerking met de wetenschap, publieke en private partijen zoals banken, dit zou dubbelop zijn. In het kader van de uitvoering van het plan van aanpak witwassen en de intensiveringen voor de aanpak van ondermijning en voor het afpakken van crimineel vermogen wordt in het bijzonder gewerkt aan het vergroten van het zicht op criminele geldstromen. Zo is door het periodiek moeten opstellen van een Nationale Risk Assessment witwassen een mechanisme in het leven geroepen, waarbij het WODC risico’s inzake witwassen in kaart brengt, zodat daarop continu kan worden gehandeld. Daar zijn alle relevante publieke en private partijen bij betrokken. Verder worden projecten op bepaalde thema’s, waaronder corruptie, reeds in PPS-verband opgepakt binnen het Financial Expertise Centrum en wordt die samenwerking geïntensiveerd. Dat geldt ook voor samenwerking met de FIU-Nederland en het Anti Money Laundering Center. Verder zal de ministerraad op korte termijn besluiten over het opzetten van een themaregister ambtelijke omkoping. Tenslotte beperken de aanbestedingsregels ook mogelijk het uitbreiden van een pilot.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Waarom is de 2,5 miljoen euro tegen antisemitisme niet uitgegeven?

Antwoord:
Er is door de regering een bedrag van € 3 mln. ter beschikking gesteld om in de periode 2019-2021 maatregelen te kunnen nemen om antisemitisme effectief tegen te kunnen gaan. In overleg met Joodse belangenorganisaties is een grote inspanning geleverd en tot een evenwichtig pakket aan maatregelen gekomen gericht capaciteitsopbouw, het vergroten van de weerbaarheid, bewustwording en het verbeteren van de samenwerking tussen de instanties die zich bezig houden met het tegen gaan van antisemitisme. 1 Miljoen is reeds bestemd vor 2019; een groot aantal van die projecten zal nog dit jaar starten.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Kan de minister reflecteren op de berichten over een angstcultuur bij het ministerie van Justie en Veiligheid?

Antwoord:
Over het algemeen ervaren medewerkers de werkomgeving als prettig, zoals blijkt uit het medewerkersonderzoek van eind vorig jaar op het bestuursdepartement ,waar uw Kamer eerder over is geïnformeerd. Medewerkers beoordelen hun werkplezier met een 7,1. In vergelijking met de vorige meting is dit zelfs iets hoger. Er wordt hard, consciëntieus en kwalitatief goed gewerkt. Als er incidenten zijn dan drukt dat op dat moment vanzelfsprekend op de werksfeer net als in andere organisaties.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Wat vindt de minister ervan hoe de gemeente Glanerbrug heeft gehandeld bij het tegengaan van drugsoverlast en is de minister bereid om dit te delen als best practice met andere gemeentes?

Antwoord:
De gemeente Enschede, waar Glanerburg deel van uit maakt, heeft het gebruik van drugs in Glanerburg verboden om de lokaal ervaren overlast tegen te gaan. In hoeverre gemeenten het al dan niet noodzakelijk achten het gebruik van drugs (in gebieden) te verbieden, is een afweging die het beste lokaal gemaakt kan worden, afgestemd op de plaatselijke problematiek en behoeften.

De MJenV juicht het toe dat gemeenten best practices met elkaar delen. Om dat te stimuleren wordt ook jaarlijks samen met het Landelijk Informatie en Expertise Centrum een mini symposium drugscriminaliteit georganiseerd. Het symposium is ‘van professionals, voor professionals’ voor iedereen die werkzaam is bij de (semi-)overheid.

Vragen van het lid Graaf, S.J.F. van der (CU)

Vraag:
Is de minister bereid om met gemeenten in gesprek te gaan over het invoeren van het ingezetencriterium?

Antwoord:
Het handhaven van het ingezetenencriterium is een aangelegenheid waarover de lokale driehoek besluit. Op lokaal niveau kan het beste worden besloten waar de schaarse handhavingscapaciteit op moet worden ingezet. De MvJ blijft bij gemeenten het belang van het ingezetenencriterium benadrukken.



Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
Wat is er financieel nodig op de langere termijn in de strafrechtketen?

Antwoord:
Dit kabinet investeert al flink in de strafrechtketen. Voorbeelden hiervan zijn de middelen van € 200 miljoen voor de digitalisering van de keten, 20 miljoen structureel voor het opvangen van keteneffecten van de intensiveringen bij de politie en de investeringen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit en zeden. Tegelijkertijd wordt al een aantal onderzoeken uitgevoerd die een beter zicht moeten geven op de capaciteitsbehoefte in de strafrechtketen. Zo zal binnenkort een doorlichting van de strafrechtketen worden uitgevoerd. Daarin wordt onder andere onderzocht hoe de ontwikkelingen in de criminaliteitscijfers zich verhouden tot de ervaren toegenomen druk op organisaties in de strafrechtketen. Het onderzoek zal uitmonden in voorstellen hoe de strafrechtketen beter kan presteren. De MJenV en MRb verwachten uw Kamer medio 2020 te kunnen informeren over de uitkomsten van deze doorlichting van de strafrechtketen. Daarnaast zal een verkennende studie worden gedaan naar de capaciteit binnen de strafrechtketen. Dit onderzoek wordt mede bezien in het licht van een aangenomen motie (Kamerstuk 35.300, C.) van de Eerste Kamer over een onafhankelijk onderzoek naar de mogelijkheden en condities waaronder de continuïteit in de bekostiging van de rechtsstaat beter kan worden geborgd en duurzaam versterkt.

Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
Is de staatssecretaris bereid de afschaffing van rechtsbijstand in de beginfase te herzien?

Antwoord:
De IND en de Raad voor de Rechtspraak hebben op verzoek van de Eerste Kamer beide uitvoeringstoetsen gedaan om de gevolgen van de maatregel voor de IND en de rechterlijke macht in kaart te brengen.
De resultaten van de uitvoeringstoetsen zijn gereed en zullen samen met de ontwerp-AMvB aan de Eerste en Tweede Kamer worden toegestuurd in het kader van de voorhangprocedure.
De reden achter de maatregel ligt in het feit dan Nederland verder gaat dan de meeste andere lidstaten en dan Europese wetgeving ons verplicht.
De Procedurerichtlijn verplicht lidstaten om op verzoek kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te bieden in beroepsprocedures. Deze verplichting geldt niet voor de besluitvormingsfase (het proces waarin de IND tot een beslissing komt).
Als we willen harmoniseren in de EU dan moeten we soms ook bereid zijn om nationale praktijk aan te passen en los te laten.
Dat is ook de primaire reden dat de SJenV met deze maatregel verder gaat.

Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
Is de staatssecretaris bereid om een met een coalition of the willing alvast te kijken naar mogelijkheden voor Europese aanmeldcentra? Waarom wil de staatssecretaris niet samenwerken met de Malta groep op dit gebied?

Antwoord:
De vraag verwijst mogelijk naar het concept van 'controlled centre' uit de Europese Raadsconclusies van juni 2018. Nederland is daar nog altijd voorstander van. Dergelijke centra zijn vanwege onvoldoende steun nog niet opgezet. Wel is er op Europees niveau nog steeds discussie gaande over het al dan niet verplicht stellen van een grensprocedure aan de buitengrenzen. Deze zet in essentie op dezelfde doelstelling. Namelijk in een gecontroleerde of gesloten setting snel bepalen of een asielaanvraag kansrijk of kansarm is, en direct aan terugkeer werken in het laatste geval. Nederland heeft zich, zoals bekend, niet aangesloten bij de intentie verklaring van Malta omdat deze zich beperkte tot ad hoc ontscheping en herplaatsing. Nederland is en blijft echter bereid om te praten over verstandige, structurele vormen van samenwerking op dit terrein die aanzuigende werking voorkomen. Uitgangspunten daarbij zijn dat er sprake moet zijn van disproportionele druk op de betreffende Lidstaat, toepassing van de grensprocedure, ondersteuning door EU agentschappen, en een eerlijke verdeling onder Lidstaten.

Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
Is de staatssecretaris bereid om casemanagers niet alleen in te zetten aan het eind van complexe asielzaken zoals dat nu het geval is, maar ook aan het begin van een zaak?

Antwoord:
Zoals eerder in reactie op het rapport van Zwol is gemeld zijn er duidelijke voordelen van casemanagement in complexe zaken. Wel is aangegeven dat vanwege de grote achterstanden van de IND het momenteel lastig is om casemanagement in complexe zaken breder in te voeren. We kennen op dit moment al een vorm van casemanagement in zaken van criminele asielzoekers. Daarnaast gaan we starten met casemanagement in zaken waarin een terugname-akkoord (vervangend reisdocument) is afgegeven door een diplomatieke vertegenwoordiging. Ervaringen met deze werkwijze moeten uiteindelijk verder uitgebouwd worden tot breder casemanagement in complexe zaken vanaf de start van de procedure.

Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
Kan de staatssecretaris de Kamer informeren over of er al één herbeoordeling is geweest in het kader van bekeringen?

Antwoord:
Bij de bekeringscoördinatoren van de IND is een dergelijke herbeoordeling niet bekend. Dit betekent overigens niet dat een dergelijke zaak zich nooit heeft voorgedaan. Ook bij herhaalde asielaanvragen wordt het asielmotief immers niet geregistreerd.

Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
Kan de staatssecretaris een doelgroepbenadering van de grond krijgen voor de LHBTI-groep?

Antwoord:
Nee, de doelgroepbenadering is gebaseerd op kenmerken die in de aanmeldfase bekend en geregistreerd worden, zoals nationaliteit en of de vreemdeling AMV’er is of bijvoorbeeld Dublinclaimant. De doelgroepbenadering is dus niet gekoppeld aan een asielmotief, zoals lhbti gerichtheid of bekering. Het asielmotief is niet bij voorbaat al bekend.

Vragen van het lid Voordewind, J.S. (CU)

Vraag:
De aanbevelingen van het WODC over de herbeoordelingen worden grotendeels terzijde geschoven. Zelfs bij de pilot in Den Bosch mag de Tweede Kamer niet meekijken. Kan de staatssecretaris dat nu wel toezeggen?

Antwoord:
Tijdens het AO van 7 november heeft de SJenV aangegeven dat aan de medewerkers van de IND was meegegeven dat de evaluatie intern zou zijn en zij zich daarom niet vrij voelt deze openbaar te maken of anderszins met de leden van uw Kamer te delen. Zij zou dit nog met de hoofddirecteur van de IND bespreken. Dit is inmiddels gedaan en dat leidt niet tot een ander inzicht. De positieve resultaten uit de pilot worden voortgezet in de beslispraktijk.


Vragen van het lid Wassenberg, F.P (PvdD)

Vraag:
Waar blijft het antwoord op de Kamervragen over hondengevechten?

Antwoord:
De MJenV zal uw Kamer de antwoorden op de Kamervragen over hondengevechten nog deze week doen toekomen.

Vragen van het lid Wassenberg, F.P (PvdD)

Vraag:
Waar blijft het wetsvoorstel voor een houdverbod na ernstige dierenmishandeling? Kunnen malafide veehouders en hondenfokkers een beroepsverbod krijgen?

Antwoord:
De consultatie over het wetsvoorstel is afgerond. De uit de consultatie naar voren gekomen reacties worden op dit moment in overleg met de minister van LNV besproken en verwerkt. Het wetsvoorstel zal in het voorjaar van 2020 ter advisering aan de Raad van State worden voorgelegd. Beroepsverboden voor malafide veehouders en hondenfokkers zijn mogelijk op grond van de Wet economische delicten. Dit is mogelijk bij overtreding van specifieke dierenwelzijnsregels, zoals voorschriften inzake huisvesting en voeding.

Vragen van het lid Wassenberg, F.P (PvdD)

Vraag:
Klopt het dat de minister zijn standpunt heeft gewijzigd over het initiatief voor de e-screener van het Trimbos instituut waarmee gecontroleerd wordt of de aanvrager voor een vergunning voor een vuurwapen in aanmerking komt? Waarom wacht de minister niet tot de evaluatie van de (Vuurwapen)wet alvorens hij de test met e-screener schrapt? Wat was het advies van het Trimbos instituut en TNO over het schrappen van deze test? Is het schrappen van de e-screener test in lijn met de Europese vuurwapenrichtlijn?

Antwoord:
Nee, er blijkt een misverstand uit deze vraag. De e-screener is niet afgeschaft. Er is geen sprake van een advies door het Trimbos instituut en TNO over het schrappen van de test.
Zoals op 29 oktober jongstleden aan uw Kamer is gemeld, heeft problematiek in de uitvoeringspraktijk MJenV wel doen besluiten dat aanpassing nodig is. Het komende jaar blijft de e-screener alleen als verplicht instrument aangewezen voor nieuwe aanvragers van wapenverloven en jachtaktes. De screening voor bestaande verlofhouders wordt uitgesteld. De werking van het instrument wordt, zo is bij de introductie ervan al aan uw Kamer toegezegd, strak gemonitord en door TNO geëvalueerd.





Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Kan de minister, in het kader van het 12 puntenplan op drugsbeleid, reageren op het plan om Rotterdamse douaniers te voorzien van een bodycam?

Antwoord:
Het is de minister van JenV bekend dat de Douane een integrale integriteitsaanpak hanteert. Voor een nadere toelichting daarop wordt verwezen naar de Staatssecretaris van Financien. Tevens wordt verwezen naar de recente brief die de Staatssecretaris van Financien in augustus dit jaar heeft verzonden (d.d. 22 augustus 2019 inzake Versterken screening Douane)

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Klopt het dat recentelijk 150 agenten uit Oost-Nederland zijn ingezet voor de bewaking van rechters, advocaten en officieren?

Antwoord:
Zoals toegelicht in de brief aan uw Kamer van 20 november jl. leiden de recente ontwikkelingen in de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit tot grotere druk op ons politieapparaat. De inzet fluctueert per dag en omvat, landelijk gezien, enkele honderden fte’s. Het aandeel van Oost-Nederland hierin is aanzienlijk minder dan 150 fte.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Klopt het dat politiecellen worden gesloten in Tiel, Ede, Doetinchem en Deventer?

Antwoord:
De eenheid Oost-Nederland onderzoekt op dit moment welke impact de sluiting van arrestantencellen in de genoemde gemeenten en wat hiervan de gevolgen zijn heeft op het primaire proces. Hiertoe worden ook eventuele zorgpunten van de burgemeesters in beeld gebracht. In het voorjaar van 2020 wordt een definitief besluit aan het bestuur in de eenheid Oost-Nederland voorgelegd. De korpschef heeft aan MJenV bericht dat tot die tijd de negen cellencomplexen in de eenheid op de huidige wijze open blijven.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Hoeveel gemeenten hebben inmiddels stadmariniers aangesteld? Welke rol kan het rijk spelen om gemeente te stimuleren om zo’n ‘super ambternaar’ aan te stellen?

Antwoord:
Veel gemeenten hebben personen aangesteld die als taak hebben om in een of meerdere wijken aanspreekpunt te zijn voor bewoners en ondernemers, en tegelijkertijd de oren en ogen van de gemeente zijn op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Deze personen, ook wel stadsmariniers genoemd, zoals in Rotterdam, Breda en Tilburg, kennen de wijk goed en zorgen voor samenwerking tussen verschillende partijen en een integrale aanpak. Er wordt niet bijgehouden in hoeveel gemeenten deze stadmariniers werkzaam zijn.

In de uitwerking van het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit kijkt MJenV samen met MRb en hun ambtsgenoten van BZK, OCW, SZW en BZK hoe we als Rijk de gemeenten kunnen ondersteunen bij het werken met frontlinie medewerkers ter versterking van de samenwerking tussen de domeinen veiligheid en sociaal.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Is er iets van toezicht op burgerwachten? Passen deze ontwikkelingen in de visie van het kabinet op de rechtsstaat? Hoe vertaalt dit zich in meer blauw op straat?

Antwoord:
In november 2018 is in uw Kamer een motie aangenomen van de leden Van Dam en Den Boer over burgeropsporing en burgerhandhaving. Die motie verzoekt de regering om de waarde van een landelijke politierichtlijn voor de burgerhandhaving en -opsporing, met inachtneming van rechtsstatelijke waarborgen, te onderzoeken.
De normstelling voor burgerhandhaving ligt primair bij de lokale gezagen. Daarom is MJenV in gesprek met de VNG, de politie en het Landelijk Overleg Veiligheid Politie om verder te verkennen of er behoefte is aan landelijke normering en, zo ja, in welke vorm. Samen met gemeenten en politie wordt al jaren geïnvesteerd in een professioneel platform, Burgernet, dat ingezet wordt om deze samenwerking te bevorderen. In het eerstvolgende halfjaarbericht politie, dat voor het einde van dit jaar naar uw Kamer wordt verstuurd, komt MJenV terug op de stand van zaken over dit onderwerp.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Deze zomer is een Zaandammer opgepakt met zeven ton aan contanten, maar door het OM is een schikking getroffen van 70.000 euro. Welk signaal gaat hiervan uit naar drugscriminelen? In Sicilië heeft men eindelijk de maffia klem door geld eerder af te pakken. Dit geld komt ten goede aan de gemeenschap. Op deze manier wordt de burger enthousiast medespeurder. Wat vindt de minister van deze werkwijze?

Antwoord:
Het beleid is om crimineel vermogen af te pakken. Op deze individuele zaak wordt niet door de MJenV ingegaan. De toelichting daarop is aan het Openbaar Ministerie.
Het ten goede laten komen van de afpakopbrengsten aan de gemeenschap is een sympathieke en interessante gedachte.
Vooropgesteld moet worden dat teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan het slachtoffer uiteraard mogelijk is als het slachtoffer rechthebbende is.

Verder is in algemene zin de inzet van deze opbrengsten voor specifieke projecten in de gemeenschap niet zomaar mogelijk. De geraamde afpakopbrengsten kennen een generale behandeling en beleidsmatige verlaging van de raming leidt tot een dekkingsprobleem binnen het uitgavenkader.

Een voorstel voor een pilot wordt voorbereid om afgepakte panden een bestemming te geven ten behoeve van de gemeenschap, waardoor het ook voor de samenleving zichtbaar wordt dat misdaad niet loont. De wens voor een bredere toepassing van dit zogenoemde maatschappelijk herbestemmen wordt bij dat voorstel betrokken. Daarbij zal de minister van JenV met de bewindspersonen van Financiën en Binnenlandse Zaken en met gemeenten het gesprek voeren hoe een dergelijk initiatief doeltreffend voor de gemeenschap wordt.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Klopt het dat criminele asielzoekers uit Ter Apel op rooftocht gaan in Amsterdam?

Antwoord:
Het is niet bekend of asielzoekers uit Ter Apel - zoals de heer Krol stelt - op rooftocht gaan in Amsterdam. Dit laat onverlet dat ik me inzet de overlast door asielzoekers tegen te gaan.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Wat is de reactie van de staatssecretaris op dat het pact van Marrakesh tot minder asielzoekers zou leiden, maar het aantal asielzoekers niet lijkt af te nemen?

Antwoord:
Het pact van Marrakesh (Global Compact on Migration) is een diplomatiek instrument binnen het VN-systeem om de samenwerking op migratie tussen landen te versterken. De uitwerking daarvan gebeurt op vrijwillige basis tussen landen. Een goed voorbeeld is het recente initiatief om migranten vanuit de detentiecentra in Libië over te brengen naar Rwanda via een Emergency Transit Mechanism. Nederland ondersteunt dergelijke initiatieven die er op zijn gericht om migratiesamenwerking tussen herkomst-, transit en opvanglanden te verbeteren.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Hoe zit het met het 50plus voorstel voor een medaille uitreiking voor dappere agenten?

Antwoord:
Het Besluit Eremedaille verdienste politie biedt voldoende ruimte om de medaille voor diverse (uitzonderlijke) prestaties uit te reiken. De Eremedaille is geschikt voor uitzonderlijke prestaties van eenheidsoverstijgend of landelijk belang. De medaille is voor het eerst uitgereikt aan de vorige plaatsvervangend korpschef. Daarnaast heeft de politie gewerkt aan de interne bekendheid van de medaille en het proces voor toekenning. Daarbij is onder andere aangegeven dat de medaille toegekend kan worden voor het in de motie beoogde doel. Dit heeft er toe geleid dat er op dit moment een aantal voordrachten worden voorbereid.


Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Is er al een bedrag van 100k per jaar voor herzieningszaken? Zo niet, dan wil mijn fractie daarover een amendement indienen met de SP.

Antwoord:
Het lid Krol heeft tijdens het AO herziening ten voordele aangegeven dat hij het belangrijk vond dat er financiering zou komen voor particuliere initiatieven zoals het Ina Post fonds. Uit de evaluatie van de Wet herziening ten voordele is gebleken dat er geen aanleiding bestaat om particuliere initiatieven te financieren aangezien ook voor toegang tot dergelijke financiering criteria dienen te worden opgesteld, waarover dezelfde discussies kunnen worden gevoerd als over de toegang tot de herzieningsprocedure zelf of de toegang tot de ACAS. De MRb heeft tijdens het Algemeen Overleg over de evaluatie van de Wet herziening ten voordele op 12 september jl. toegezegd in gesprek te gaan met de betrokkenen in het veld om ervaringen te horen over de werking van de wet in de praktijk. Ik zal de kamer hierover informeren in de brief die in januari 2020 naar de Kamer zal worden verzonden.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Heeft de MRb al een reactie op voorstel van 50Plus om de Onderzoeksraad voor Veiligheid een rol te laten spelen in herzieningszaken?

Antwoord:
In het AO van 12 september jl. over herziening heeft de MRb aangegeven geen rol te zien voor de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (Ovv) in herzieningszaken. Uitbreiding van wettelijke taken van de Ovv moeten gebaseerd zijn op absolute noodzaak en daarvan is hier geen sprake. Uit de evaluatie van de Wet herziening ten voordele is gebleken dat de daarin neergelegde regeling voor herziening goed functioneert. Een ander orgaan dan de procureur generaal bij de Hoge Raad met herzieningsonderzoeken te belasten is dus niet nodig.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Kan de staatssecretaris een reactie geven op het ouderenverblijf dat in Amsterdam wordt ingericht voor 70 uitgewezen asielzoekers aangezien ouderen hier bang voor zijn?

Antwoord:
De gemeente Amsterdam heeft de SJenV gemeld dat zij niet voornemens is een ouderenopvang te openen.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Hoe staat het met de maatregelen om de aangiftebereidheid te verhogen en zijn er al resultaten geboekt?

Antwoord:
Middels verschillende initiatieven wordt gewerkt aan het verhogen van de aangiftebereidheid. Bijvoorbeeld door het doen van aangifte laagdrempeliger te maken (online aangifte doen; anoniem aangifte doen via Meld Misdaad Anoniem) of via programma’s gericht op het verhogen van aangiftebereidheid bij specifieke vormen van criminaliteit waar de aangiftebereidheid relatief laag is gebleken, zoals bij discriminatie, zeden en cybercriminaliteit. In 2020 volgt een nieuwe rapportage van de Veiligheidsmonitor waarin cijfers met betrekking tot aangiftebereidheid tot en met 2019 zijn opgenomen.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Kan de minister zijn waardevolle tips voor het tegengaan pesten, zoals gister geuit in het Kindervragenuur, herhalen?

Antwoord:
Het kindervragenuur in de Kamer afgelopen dinsdag vormde de aanleiding om pesten weer hernieuwd onder de aandacht te brengen. Pesten moet direct corrigerend worden aangepakt, omdat onschuldig lijkende plagerij kunnen uitmonden in strafbare feiten. En het is een taak van ons allen – ouders, docenten, voetbaltrainers, maar ook werkgevers, bestuurders en politici – om dat soort tendensen te herkennen, in de gaten te houden en waar nodig corrigerend op te treden. Omdat we weten waartoe het kan leiden als we het onbesproken laten.
Het afgelopen jaar heb ik diverse malen de norm gezet, zoals dat je mag demonstreren, maar met je handen van elkaar moet afblijven en dat transgender personen zichzelf niet hoeven te verstoppen maar moeten kunnen zijn wie ze zijn.

Omdat pesten vanaf jongs af aan moet worden gecorrigeerd is een anti-pestbeleid op scholen noodzakelijk. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs zijn verplicht een veiligheidsplan op te stellen, waar het voorkomen en aanpakken van pestgedrag ook verplichte elementen zijn. Het is belangrijk dat kinderen opgroeien in een omgeving waar een pester wordt aangesproken, en waar slachtoffers van pestgedrag mogelijkheden hebben om hulp te zoeken en erover te praten, bijvoorbeeld met een docent, een ouder of op een sportvereniging. Stelselmatig grensoverschrijdend pestgedrag onder volwassenen, leidt veelal tot een strafbaar feit, waartegen strafrechtelijk opgetreden kan worden.

Wat betreft internetpesten zal dit nader met uw Kamer worden besproken, tijdens het plenair debat naar aanleiding van het burgerinitiatief ‘Internetpesters aangepakt’. Op 7 december 2018 heeft MRb een kabinetsreactie op het burgerinitiatief naar de kamer verzonden, waarin nader uiteengezet wordt hoe het kabinet internetpesters wil aanpakken. Onderdeel daarvan is het beter toepasbaar maken van het reeds bestaande juridische instrumentarium op onrechtmatige handelingen op het internet, met als doel om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen op het internet te verbeteren.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Waarom werkt het asielbeleid in Nederland niet zoals in Italië, namelijk vergunning afgewezen is afgewezen? Waar geldt dat in Nederland pas vanaf het moment dat de laatste rechter de afwijzing bevestigd?

Antwoord:
Het asielbeleid in Nederland is ingericht conform de Europese wet- en regelgeving. Zo volgt uit de procedurerichtlijn dat voor een asielzoeker een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie openstaat tegen een besluit en de asielzoeker in de regel in Nederland mag blijven in afwachting van de uitkomst van het rechtsmiddel. Ook volgt uit de Europese regelgeving, nader ingevuld door recente jurisprudentie, in welke gevallen de asielzoeker recht heeft op opvang.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
Hoe staat het met het voorstel van 50-plus voor bijstand van advocaten voor slachtoffers van ernstige delicten en een piketdienst voor advocaten in dit verband?

Antwoord:
Naar verwachting start begin volgend jaar een pilot voor rechtsbijstand voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. Op dit moment wordt met betrokken partijen (Slachtofferhulp Nederland, slachtofferadvocatuur, politie en de Raad voor Rechtsbijstand) gesproken over de nadere invulling van deze pilot. Bij de inrichting van de pilot wordt de taakverdeling tussen de ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland aan de ene kant en de slachtofferadvocaat aan de andere kant verder verduidelijkt. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met het invoeren van een piketdienst voor slachtofferadvocaten. Deze pilot moet bijdragen aan het ontwikkelen van een rechtshulppakket voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.

Vragen van het lid Krol, H.C.M. (50PLUS)

Vraag:
De meerderheid wil niet dat jihadisten terugkomen in Nederland om te berechten. Toch lijkt dit te gebeuren. Hoe kan dit? Er zou een overeenkomst zijn met Turkije? Hoeveel Jihadisten kunnen we verwachten? Hoeveel moeten we er hier berechten?

Antwoord:
Het kabinet hecht grote waarde aan het berechten van ISIS-strijders. Het OM is naar elke onderkende uitreiziger een strafrechtelijk onderzoek gestart. Ook internationaal is NL betrokken bij bewijsvergaring en dossieropbouw ten behoeve van berechting. Daarom steunt Nederland VN bewijsvergaringsmechanismes zoals het IIIM voor Syrië en UNITAD voor Irak, wiens bewijs ook in Nederlandse strafprocedures kan worden gebruikt.

Op dit moment verblijven er nog ongeveer 120 volwassen Nederlandse uitreizigers in Syrië (openbare cijfers van de AIVD). Uitreizigers met de Nederlandse nationaliteit die zich melden bij een Nederlandse ambassade of consulaat in een naburig land, kunnen een beroep doen op consulaire bijstand. De inzet van de Nederlandse overheid is dan gericht op terugkeer naar Nederland onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee (KMar) ten behoeve van vervolging in Nederland. Sinds 2013 zijn er circa 60 onderkende uitreizigers teruggekeerd naar Nederland. Dit jaar waren dat er tot op heden minder dan 5.


Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Wat is er naar de mening van de bewindslieden al concreet verbeterd qua cultuur op het ministerie?

Antwoord:
De inzet van JenV om de maatschappelijke opgave aan te pakken ziet onder meer op de versterking van de samenwerking tussen betrokken partijen en de resultaten open en transparant in beeld te brengen. Richting uw Kamer en de samenleving, ook als de resultaten niet goed zijn. Openheid buiten begint met openheid binnen. Zo is het sturingsmodel dat gestoeld is op transparantie, vertrouwen, gelijkwaardigheid en het aanspreken op resultaat van groot belang bij de samenwerking binnen het ministerie. Daarnaast moeten kritische geluiden van medewerkers hun leidinggevenden en bewindspersonen bereiken. Daar worden medewerkers voor uitgenodigd door de politieke en ambtelijke top. Ook wordt verwacht dat medewerkers zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat ze proactief handelen en op het juiste moment opschalen om de betrokken bewindspersoon in positie te brengen. Hier wordt in hoge mate aan voldaan door de medewerkers, en dat zie je terug in de kwaliteit van het werk. Dat gaat steeds beter.


Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Welke lessen trekt de minister uit het kritisch rapport dat de politie heeft opgesteld naar aanleiding van hun bezoek aan Canada rondom het Wietexperiment?

Antwoord:
De legalisering van cannabis voor recreatief gebruik in Canada is nu één jaar onderweg. Eén jaar is nog te vroeg om conclusies te trekken over de gevolgen van die legalisering. De situatie in Nederland is bovendien niet één op één te vergelijken met die in Canada. Dat neemt niet weg dat we de legalisering in Canada op de voet volgen en lessen proberen te trekken uit de ervaringen daar. In dat licht vond ook het werkbezoek van de Nederlandse politie en Pieter Tops plaats. MJenV heeft met interesse kennisgenomen van het verslag van bevindingen van dat werkbezoek. Ik heb uw Kamer dit verslag op 4 november jl. doen toekomen.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Hoe houdt u tempo in de aanpak met drugbestrijding?

Antwoord:
Op 11 november jongstleden is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit, op basis van de € 100 miljoen (en € 10 miljoen structureel) die dit kabinet extra heeft ingezet. Daarbij is ook een omvangrijk pakket aan wetsvoorstellen ten behoeve van de aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit toegelicht. Daarnaast heeft het kabinet uw Kamer per brieven van 18 oktober en 4 november jl. geïnformeerd over het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Hierin is toegelicht dat bij najaarsnota nog eens € 110 mln. beschikbaar wordt gesteld, zodat in ieder geval het eerste deel van de versterking van de aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit tot en met begin 2021 kan worden gerealiseerd. In het voorjaar zal het kabinet, op basis van een uitgewerkt plan, besluiten over de verdere structurele dekking voor een breed offensief tegen georganiseerde criminaliteit. Afgelopen twee jaren heeft MJenV periodiek overleg met uw Kamer gevoerd over de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zoals tijdens de algemeen overleggen op 11 september en 13 november jongstleden. De MJenV wil met uw Kamer in gesprek blijven om het gesprek te voeren over de prioritering in de gekozen aanpak.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Waarom laat de regelgeving rond adoptie zo lang op zich wachten?

Antwoord:
De noodzaak tot herziening van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) staat niet ter discussie. Het opstellen van het wetsvoorstel is inmiddels ter hand genomen. De verwachting is dat het wetsvoorstel rond de zomer van 2020 in consultatie gaat.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Kunnen misstanden rond adopties vanuit andere landen dan in de huidige opdracht van de onderzoekscommissie ook worden meegenomen het onderzoek?

Antwoord:
Ja, dat is mogelijk. Zoals bij brief d.d. 25 april 2019 is aangegeven, heeft de Commissie Interlandelijke Adoptie in het verleden (COIA) tot taak onderzoek te doen naar het bestaan van mogelijke misstanden met betrekking tot interlandelijke adoptie in tenminste de periode 1967-1998. Hierbij wordt als vertrekpunt in ieder geval onderzoek gedaan naar de landen Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka. In de onderzoeksopdracht is ruimte om ook andere landen bij het onderzoek te betrekken. Het is aan de commissie hiertoe te besluiten.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Er komen minder meldingen van mensenhandel door privacyregels. Deze regels staan ook in de weg bij contact tussen zorginstellingen en justitie. Wat gaat er op dit punt gebeuren?

Antwoord:
Uit de Slachtoffermonitor Mensenhandel van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel komt inderdaad een zorgwekkend beeld naar voren over de daling van het geregistreerde aantal slachtoffers. Door de komst van de AVG in mei 2018 is er meer aandacht gekomen voor de naleving van privacy regels. Dit heeft er mogelijk aan bijgedragen dat het aantal meldingen van slachtoffers bij CoMensha ten behoeve van registratie is gedaald. Het kabinet werkt momenteel aan een beleidsreactie op de Slachtoffermonitor Mensenhandel. Hierin wordt ook ingegaan op dit vraagstuk.

Naast de privacy vraagstukken die spelen bij de melding van slachtoffers bij CoMensha ten behoeve van registratie, speelt ook een ander privacy vraagstuk een rol, namelijk het delen van informatie tussen ketenpartners. Het delen van informatie is onontbeerlijk voor een effectieve aanpak van mensenhandel. In het kader van het programma Samen tegen Mensenhandel is daarom een projectleider aangesteld die heeft onderzocht op welke wijze en onder welke voorwaarden ketenpartners informatie met elkaar kunnen delen. Zodra de resultaten hiervan bekend zijn zal uw Kamer hierover nader geïnformeerd worden.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Wat betreft de aanpak van illegale prostitutie zijn er recent stappen gezet. Maar hoe zorgen we ervoor dat dit proces geen vertraging oploopt?

Antwoord:
Het wetsvoorstel regulering sekswerk ligt momenteel voor ter consultatie bij adviesorganen en via het internet. De consultatie sluit 15 december. Na verwerking van de reacties zal zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel via de ministerraad voor advies aan de Raad van State worden aangeboden.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Hoe staat het met het wetsvoorstel over het wegnemen van notariskosten bij het trouwen in gemeenschap van goederen?

Antwoord:
Vorig jaar is geconsulteerd over een voorstel. Hierin werd geregeld dat mensen die in algehele gemeenschap willen trouwen, een verklaring kunnen toesturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het voorstel kreeg in de consultatie weinig steun. De burgerlijke stand had veel uitvoeringstechnische bezwaren bij het ontvangen en verwerken van de verklaring. Daarop is met de koepelorganisatie van de burgerlijke stand overlegd over mogelijke alternatieven. Een variant is dat mensen die in algehele gemeenschap willen trouwen, de verklaring op de huwelijksdag bij de ambtenaar van de burgerlijke stand tekenen. Begin 2020 zal de gedachtevorming over de praktische uitwerking zijn afgerond. Een aangepast voorstel kan dan verder in procedure worden gebracht.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
In het kader van de stevige aanpak van antisemitisme, is het nu de praktijk dat dit streng wordt vervolgd?

Antwoord:
De MJenV is geschrokken van het recente rapport van het Europese Grondrechtenagentschap over antisemitisme in Europa. Het mag niet zo zijn dat mensen zich vanwege hun joods zijn angstig voelen en zich niet op straat durven te tonen met een keppeltje of een hangertje met een Davidster. Als de MJenV in synagogen komt en spreekt met de Joodse gemeenschap roept hij altijd op tot het doen van aangifte bij vermoedens van antisemitisme.
Strafvervolging van antisemitisme komt in beeld wanneer uitingen als strafbaar gezien kunnen worden, ook na weging met de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrijheid van artistieke expressie. Uitgangspunt is dat waar door middel van een aangifte om vervolging wordt verzocht, het OM bij bewijsbare en strafbare discriminatie tot vervolging over kan gaan. Met betrekking tot commune delicten die worden gepleegd met een discriminatie-aspect (codis-delicten) geldt dat het mogelijk aanwezig zijn van een antisemitisch motief of aspect een zwaarwegende indicatie vormt dat een strafrechtelijke reactie moet volgen.
De strafrechtelijke inzet moet steeds in het licht van de bredere aanpak van discriminatie worden bezien. In het geval dat andere dan strafrechtelijke middelen een meer betekenisvolle bescherming kunnen geven zal voor strafrechtelijke inzet minder snel plaats zijn. Dit maakt het van belang effectieve contacten te onderhouden met andere instanties in de aanpak, zoals politie, gemeenten, anti-discriminatievoorzieningen, het College voor de Rechten van de Mens, belangenorganisaties en maatschappelijke organisaties.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Waarom duurt het lang voor zaken na aangiften, ook over antisemitisme of zeden, worden opgepakt? Welke mogelijkheden ziet de minister om dit knelpunt op te pakken?

Antwoord:
Na een aangifte wordt een zaak gescreend en wordt op basis van de Aanwijzing Opsporing beoordeeld met welke urgentie een zaak opgepakt moet worden. Hoe snel dit kan is mede afhankelijk van beschikbare capaciteit. In zijn brief van 12 november 2019 heeft MJenV uw Kamer nader geïnformeerd over de extra investering van € 15 miljoen die dit kabinet doet om een impuls te geven aan de kwaliteit en capaciteit in de behandeling van zedenzaken en daarmee ook aan de doorlooptijden bij zedenzaken. Specifiek bij zedenzaken wordt door het zedenteam - onder het gezag van de officier van justitie - direct beoordeeld of er sprake is van spoed.
Dit geschiedt op basis van een aantal criteria waaronder acuut gevaar voor het slachtoffer en/of anderen, actueel misbruik van mogelijke (huidige en toekomstige) minderjarige slachtoffers.

De MJenV is geschrokken van het recente rapport van het Europese Grondrechtenagentschap over antisemitisme in Europa. Het mag niet zo zijn dat mensen zich vanwege hun joods zijn angstig voelen en zich niet op straat durven te tonen met een keppeltje of een hangertje met een Davidster. Als de MJenV in synagogen komt en spreekt met de Joodse gemeenschap roept hij altijd op tot het doen van aangifte bij vermoedens van antisemitisme.
Strafvervolging van antisemitisme komt in beeld wanneer uitingen als strafbaar gezien kunnen worden, ook na weging met de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en de vrijheid van artistieke expressie. Uitgangspunt is dat waar door middel van een aangifte om vervolging wordt verzocht, het OM bij bewijsbare en strafbare discriminatie tot vervolging over kan gaan. Met betrekking tot commune delicten die worden gepleegd met een discriminatie-aspect (codis-delicten) geldt dat het mogelijk aanwezig zijn van een antisemitisch motief of aspect een zwaarwegende indicatie vormt dat een strafrechtelijke reactie moet volgen.
De strafrechtelijke inzet moet steeds in het licht van de bredere aanpak van discriminatie worden bezien. In het geval dat andere dan strafrechtelijke middelen een meer betekenisvolle bescherming kunnen geven zal voor strafrechtelijke inzet minder snel plaats zijn. Dit maakt het van belang effectieve contacten te onderhouden met andere instanties in de aanpak, zoals politie, gemeenten, anti-discriminatievoorzieningen, het College voor de Rechten van de Mens, belangenorganisaties en maatschappelijke organisaties.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Wat vindt de minister van virtuele bedreigingen als gewelddadige games en porno? Hoe wil de minister de samenleving hier tegen beschermen?

Antwoord:
Ongewenste content in de virtuele wereld kan strafbaar en/of civielrechtelijk onrechtmatig zijn. Dan kan daartegen worden opgetreden.

Bij strafbare content kan gebruik worden gemaakt van de zogenaamde Notice-And-Takedown-procedure. Met deze procedure worden private partijen verzocht op vrijwillige basis strafbare content te verwijderen. De aanpak van kinderporno is een voorbeeld waarbij met deze procedure veel beelden offline worden gehaald. Niet in alle gevallen heeft de procedure het gewenste resultaat. Daarom bereid de MJenV een wet voor waarmee private partijen die onvoldoende meewerken bestuursrechtelijk kunnen worden aangepakt door het opleggen van een dwangsom of bestuurlijke boete. Daarnaast bestaat in bepaalde gevallen de mogelijkheid voor de Officier van Justitie om een dienstverlener te bevelen content ontoegankelijk te maken. Daarvoor is machtiging van de rechter-commissaris vereist. De regeling hiervoor is verhelderd met de wet Computercriminaliteit III. Bij strafbare inhoud is het bovendien mogelijk een opsporingsonderzoek te starten om de dader te achterhalen. Het is aan de Officier en de rechter om de strafbaarheid te beoordelen.

Bij civielrechtelijke onrechtmatigheden kan degene jegens wie de onrechtmatigheid is gepleegd zelf verzoeken de content te verwijderen. Ook kan de rechter worden gevraagd over de onrechtmatigheid te oordelen. De MRb heeft de Kamer onlangs per brief geïnformeerd over internetpesten en het aangekondigde haalbaarheidsonderzoek naar een laagdrempelige procedure.

Vragen van het lid Staaij, C.G. van der (SGP)

Vraag:
Kan worden gekeken naar langdurig aanhangig gemaakte wetsvoorstellen en worden besloten of deze verder worden gebracht of ingetrokken? Een voorbeeld is het voorstel van staatssecretaris Kosto over een Vereenvoudigde procedure voor de faillisementsafdoening ingediend in 1992.

Antwoord:
Periodiek wordt bezien of oude wetsvoorstellen kunnen worden ingetrokken, bijvoorbeeld bij het aantreden van een nieuw kabinet.
Intrekking van het genoemde wetsvoorstel heeft een ingrijpend gevolg, te weten het verval van het bodemrecht van de fiscus in geval van faillissement. Dat is het gevolg van een overgangsregeling in een (andere) wet die door uw Kamer is aanvaard. Intrekking van het voorstel is daarmee geen zuiver technische exercitie. Intrekking van het wetsvoorstel kan wel plaatsvinden wanneer de bedoelde overgangsregeling wordt aangepast. Dat vereist een wetswijziging, waarbij de MRb opmerkt dat de desbetreffende wet overigens op het terrein van de minister van Financiën ligt.


Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
Kunt u ervoor zorgen dat overlastgevende asielzoekers echt in het AZC blijven? Wat is in dat kader de reactie van de staatssecretaris op het initiatief van een buurtwacht-app in Kampen?

Antwoord:
Het is juridisch gezien niet mogelijk om opvang in een gesloten setting te organiseren. Als een vreemdeling standaard het terrein van een opvanglocatie niet mag verlaten, geldt dat als een vorm van vrijheidsontneming.
Wel kan een vrijheidsbeperkende maatregel worden opgelegd om het gebied waar de overlastgever zich mag begeven te beperken. Plaatsing in een extra begeleiding en toezichtlocatie (EBTL) gaat altijd gepaard met een vrijheidsbeperkende maatregel. Het specifieke initiatief van een buurtwacht-app in Kampen is dezerzijds niet bekend.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
Wat gaat de minister doen om de uitstroom bij de politie te verminderen?

Antwoord:
Het grootste deel van de uitstroom is te voorzien en niet te voorkomen; het gaat om medewerkers die met pensioen gaan. Daarnaast stromen er meer medewerkers door naar de niet-operationele sterkte. Bovendien zijn er inmiddels ambities om de capaciteit verder uit te breiden en nieuwe agenten sneller en meer inzetbaar op de werkvloer te krijgen. Om dit te realiseren zijn extra maatregelen nodig.
Daarom wordt er stevig geïnvesteerd om de groei van de instroom van op te vangen.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
Welke lessen trekt de SJenV uit het inspectierapport over de zaak van de Armeense tieners Lili en Howick? Waren de rollen van de betrokken instanties daadwerkelijk zo onduidelijk als in het rapport geschetst wordt?

Antwoord:
De Inspectie Justitie en Veiligheid stelt in haar rapport vast dat voorafgaand aan de geplande uitzetting van de Armeense kinderen sprake was van onvoldoende regie, onderling wantrouwen en het niet nakomen van afspraken. Op basis daarvan doet de Inspectie onder meer de aanbeveling om te zorgen voor een verduidelijking van de uitvoering van het vertrekproces en om te werken aan het herstel van vertrouwen. Uw Kamer is reeds geïnformeerd (bij brief van 5 november 2019, nr. 29344-136) dat de aanbevelingen van de inspectie zullen worden opgevolgd. Het is belangrijk dat de bij een vertrekproces betrokken organisaties weten welke kaders op het proces van toepassing zijn, wat hun onderlinge taakverdeling is en dat knelpunten of verschillen van mening tussen organisaties bespreekbaar zijn. Uit het Inspectierapport blijkt dat een verduidelijking van de taken en kaders wel degelijk noodzakelijk is. Met name Nidos doet haar werk in een ingewikkeld spanningsveld. Om het ontstaan van situaties zoals in deze zaak in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen, zal een gedegen juridische analyse worden uitgevoerd naar de verhouding tussen het vreemdelingenrecht en het jeugd(beschermings)recht, en wat gedaan moet worden als deze twee met elkaar lijken te botsen.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
Waarom wordt de procedure bij uitgeprocedeerde asielzoekers niet teruggebracht van 36 naar 24 uur?

Antwoord:
De vraag of een termijn van 24 uur of nog minder als aankondigingstermijn wenselijk is, is onderzocht en niet goed uitvoerbaar geacht. Op het moment dat de aanzegging aan de persoon wordt gedaan, staan rechtsmiddelen open. De rechter zal naar verwachting eerder een verzoek om een voorlopige voorziening toewijzen wanneer de tijdsdruk erg hoog wordt en er minder ruimte is voor een goede afweging . Daarom is gekozen voor de termijn van 36 uur.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
De IND moet miljoenen uitkeren aan dwangsommen. Hoe kan dit bedrag zo zijn gestegen? Om hoeveel asielzoekers gaat het? Hoeveel krijgt elke asielzoeker? Klopt het dat dit kan oplopen tot 10 000 euro per asielzoeker? Welke rol spelen asieladvocaten? Verwacht de staatssecretaris nog meer hoge dwangsommen? Kunnen we niet zo snel mogelijk regelen dat de wet dwangsom niet geldt in bepaalde gevallen?

Antwoord:
De IND moet miljoenen uitkeren aan dwangsommen. Hoe kan dit bedrag zo zijn gestegen?
In 2017 bedroeg het bedrag dat de IND heeft uitbetaald aan dwangsommen 700.000 euro. In 2018 liep dit bedrag op naar 1,5 mln. dit werd met name veroorzaakt door het feit dat het de IND niet lukte de piek aan nareisaanvragen tijdig af te handelen. In 2019 ziet de IND zich geconfronteerd met verder oplopende doorlooptijden op spoor 4, waardoor meer asielaanvragen buiten de wettelijke termijn lopen. Het gevolg hiervan zijn meer ingebrekestellingen en beroepen tegen niet tijdig beslissen waardoor er sprake is van een hoger bedrag aan dwangsommen.

Om hoeveel asielzoekers gaat het?
De IND heeft dit jaar tot en met oktober bijna 8.400 ingebrekestellingen ontvangen. Het lukt in circa 30 procent bij een ingebrekestelling alsnog tijdig te beslissen. In die zaken wordt geen dwangsom betaald.

Hoeveel krijgt elke asielzoeker?
Naar verwachting zal dit jaar in circa 2.900 zaken een dwangsom moeten worden uitgekeerd naar aanleiding van een ingebrekestelling. Gemiddeld wordt in dergelijke zaken circa 1.150 euro uitgekeerd aan dwangsommen. Het is de verwachting dat dit jaar circa 380 rechterlijke dwangsommen uitbetaald moeten worden naar aanleiding van een beroep niet tijdig beslissen. Gemiddeld wordt in deze zaken circa 6.000 euro uitgekeerd aan dwangsommen. Het gaat hierbij vaak om meerdere personen per te betalen dwangsom omdat gezinnen samen worden beoordeeld.

Klopt het dat dit kan oplopen tot 10.000 euro per asielzoeker?
Er zijn gevallen bekend dat de rechter heeft beslist dat het uit te betalen bedrag aan dwangsommen hoger is dan de eerder genoemde 6.000 euro. Het bedrag wordt door de rechtbank in de regel gemaximeerd op EUR 100 per dag, met een maximum van EUR 15.000.

Welke rol spelen asieladvocaten?
In zijn algemeenheid worden asielzoekers ondersteund bij het indienen van een ingebrekestelling en beroep tegen niet-tijdig beslissen door (asiel)advocaten.

Verwacht de SvJenV nog meer hoge dwangsommen?
De IND stuurt in het proces zoveel mogelijk op het voorkomen van het uitbetalen van dwangsommen. Het zal in het komende jaar echter onmogelijk zijn om dat in asielprocedures in spoor 4 helemaal te voorkomen omdat bij een dergelijke asielprocedure vaak niet alsnog snel beslist kan worden. Het nemen van een zorgvuldig besluit op een asielaanvraag staat bij de IND altijd voorop. Er wordt maximaal ingezet om de doorlooptijden terug te dringen. Het doel is om in 2021 het grootste deel van de asielaanvragen binnen de wettelijke termijn af te doen. Het is dan ook de verwachting dat het aantal uit te betalen dwangsommen daarna zal dalen.

Kunnen we niet zo snel mogelijk regelen dat de wet dwangsom niet geldt in bepaalde gevallen?
De wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen betreft een initiatiefwet van de Tweede Kamer. In de eerste periode waren vreemdelingenzaken uitgezonderd van deze wet. Sinds 1 oktober 2012 is de wet ook van toepassing op visum-en vreemdelingrechtelijke aanvragen en bezwaarschriften. Daarmee is de IND gebonden aan de Wet dwangsom. De primaire oplossing voor dit vraagstuk is het bekorten van de doorlooptijden. Daarop is de inzet van het kabinet nu gericht.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
Hoe kunnen we uitgeprocedeerde asielzoekers zo snel mogelijk terugsturen uit ons land?

Antwoord:
Zoals aangegeven in de brief over terugkeer van afgewezen asielzoekers die de Kamer op 15 november 2019 ontving, gebeurt dit door een combinatie van zelfstandig en gedwongen vertrek. Terugkeer moet vanaf het eerste moment dat iemand in de asielopvang verblijft bespreekbaar zijn. De realiteit is tenslotte dat afwijzing, en daarmee terugkeer, voor veel asielzoekers aan de orde zal zijn. Het is dus nodig dat mensen vroeg worden voorbereid op deze mogelijkheid, gewezen op de ondersteuning die voorhanden is, en op de potentiële gevolgen wanneer men niet vrijwillig vertrekt. Iedere afgewezen asielzoeker heeft de keuze om vrijwillig te vertrekken en wordt daarin volop ondersteund vanuit de overheid en diverse organisaties. Wie daar geen gebruik van maakt, zal echter te maken krijgen met toenemende dwang van overheidszijde om actief te werken aan vertrek, inclusief bewaring en gedwongen uitzetting.


Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
Wat gaat de minister doen om de kinderen van IS-strijders terug te halen?

Antwoord:
De uitgangspunten van het kabinetsbeleid zijn bij uw Kamer bekend. Het kabinet stuurt geen mensen naar onveilig gebied en het kabinet betrekt bij de beoordeling de veiligheidssituatie in de regio, de internationale betrekkingen en de veiligheid van de betrokkenen. Het belang van de nationale veiligheid en - in het verlengde daarvan - de veiligheid van andere Schengenlanden wordt altijd meegewogen.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de Staat een inspanningsverplichting heeft om de kinderen van Nederlandse uitreizigers in veiligheid te brengen. Ook heeft deze rechter bepaald dat het vonnis dat er nu ligt direct uitgevoerd moet worden. Dat betekent dat het kabinet een aanvang heeft gemaakt met de nakoming van de inspanningsverplichting. De Staat heeft met spoed hoger beroep aangetekend. De uitspraak roept namelijk minst genomen vragen op over een aantal aspecten dat mogelijk onvoldoende is meegewogen, waaronder de internationale betrekkingen. Op dit terrein komt de Staat volgens vaste rechtspraak grote vrijheid van handelen toe. Dat hoger beroep dient aanstaande vrijdag.

Het gaat de MJenV tot slot zeer aan het hart dat kinderen door de keuzes van hun ouders zich in dit soort omstandigheden bevinden.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
Wat is de reactie van de minister op het voorstel van DENK dat de Onderzoeksraad of de Inspectie een onderzoek gaat leiden naar de vertrouwenscrisis bij de Landelijke Eenheid?

Antwoord:
De korpsleiding heeft aangegeven dat een onafhankelijk onderzoek zal worden uitgevoerd naar de signalen van misstanden bij een onderdeel van de Landelijke Eenheid. De resultaten van dit onderzoek worden afgewacht. Uw Kamer wordt over deze resultaten van het onderzoek geïnformeerd.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
Hoe kan de minister bij het ontbreken van een meetinstrument om etnisch profileren in kaart te brengen en in het licht van de problemen bij de politie rondom seksisme, discriminatie en uitsluiting onderbouwen dat het beter gaat met etnisch profileren?

Antwoord:
De Politieacademie voert op dit moment een onderzoek uit naar het gebruik van de MEOS-app, die het proces van professioneel controleren bij proactieve controles – zoals beschreven in het Handelingskader proactief controleren – ondersteunt. Het uitgangspunt is dat door verdere professionalisering van de uitvoering van controles, onder meer door deze uitvoering met techniek te ondersteunen, ook 'etnisch profileren' wordt tegengegaan. Het onderzoek biedt dus redelijk inzicht in het politie-optreden.
Voorts heeft de Amsterdamse Adviescommissie Etnisch profileren een onderzoek laten uitvoeren in deze eenheid naar de werking van de maatregelen die zijn ontwikkeld om (onbewuste) vooroordelen binnen de politie aan te pakken. Door de onderzoekers is geconstateerd dat de door de politie ingeslagen richting van vergroting van kennis en van bewustzijn van houding en gedrag onder haar medewerkers een basis biedt voor de toekomst. De politie heeft aangegeven dat het onderzoek goede handvaten biedt om ook landelijk toe te passen. Uw Kamer wordt nog in december 2019 geïnformeerd over de activiteiten van de politie om 'etnisch profileren' tegen te gaan.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
Zou u uw eerdere toezegging willen nakomen en de Kamer willen informeren over de onderzoeksresultaten over tasergebruik en gezondheidseffecten in de regio's Amersfoort en Rotterdam?

Antwoord:
Mede op verzoek van uw Kamer heeft de MJenV het WODC gevraagd onderzoek te doen naar de wetenschappelijke stand van zaken op dit terrein. Uw Kamer heeft dit rapport afgelopen zomer ontvangen. (Kamerstukken II 2018-19, 29628, nr. 902). Over de uitkomsten van dit onderzoek is uw Kamer geïnformeerd in de brief over het voorgenomen besluit tot invoering van het stroomstootwapen, die op 15 november aan uw Kamer is verzonden.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
In het kader van de aanpak van georganiseerde misdaad, komt er bij de nationale politie capaciteit bij of komt het er op neer dat er minder blauw op straat komt (zoals de burgemeester van Rotterdam schrijft)? Daarnaast meldt de minister dat extra capaciteit niet zomaar geregeld kan worden, maar ongemakkelijke keuzes moeten worden gemaakt. Hoeveel ongemakkelijke keuzes volgen er nog? Ziet de minister in dat het begint met werving en selectie bij de politie academie en zijn er voldoende plekken?

Antwoord:
Het kabinet deelt de zorgen zoals die door de burgemeester van Rotterdam zijn verwoord, zeker in het licht van de vervangings- en uitbreidingsopgave die al bestond voor de politie. In dat licht heeft het kabinet besloten tot aanvullende impulsen. Zoals toegelicht in de brief aan uw Kamer van 20 november jl. stelt het kabinet eenmalig 10 miljoen euro beschikbaar ten behoeve van de versterking van het stelsel bewaken en beveiligen waaronder de DKDB, om de druk op de basisteams te verlichten. In mijn brief over de bredere aanpak van de ondermijning heb ik ook de plannen zitten voor een structurele versterking van dit stelsel. Daar wordt bij najaarsnota incidenteel al geld voor vrij gemaakt in de 110 miljoen euro.

Binnen de bestaande taken van de politie zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden, het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen, zodat de keuzes minder pijnlijk zijn. Daartoe wordt er stevig geïnvesteerd in de Politieacademie om de groei van de instroom van op te vangen.
De werving bij de politie loopt naar behoren. De instroom is de afgelopen jaren sterk toegenomen en dit jaar zijn er meer aspiranten en specialisten ingestroomd.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
Waarom negeert de staatssecretaris de adviezen van de Commissie-Van Zwol (Commissie Langdurig Verblijvende Vreemdelingen) over rechtsbijstand voor asielzoekers en kan de staatssecretaris de plannen op dit gebied herzien?

Antwoord:
De Commissie benadrukt dat geïnvesteerd moet worden in de zorgvuldige behandeling van een eerste asielaanvraag. Vertraging bij beroeps- vervolg- en vertrekprocedures moet worden voorkomen.
De Commissie meent dat dit met rechtsbijstand voorafgaand aan de start van de asielprocedure en onpartijdige informatievoorziening aan de asielzoeker kan worden bereikt.
De zorgvuldigheid bij de behandeling van asielaanvragen staat ook voor het kabinet altijd voorop. Een goede voorlichting is daarbij van belang. Die hoeft niet afkomstig te zijn van gefinancierde rechtsbijstandverleners. De IND mag in staat worden geacht deze voorlichting adequaat en onpartijdig te kunnen uitvoeren zodat de asielzoeker alle relevante redenen voor zijn aanvraag in Nederland naar voren kan brengen.
De asielprocedure zal straks, net zoals nu, voldoen aan alle verplichtingen die de Procedurerichtlijn aan de asielprocedure stelt.



Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Wat gebeurt er met ambtenaren die bewust de Kamer misleiden door feiten weg te moffelen inzake aftreden Harbers? Heeft dat personele gevolgen? Merkt zo’n persoon daar wat van?

Antwoord:
De SJenV heeft op 18 november j.l. uw Kamer per brief nader ingelicht over de recent gepubliceerde Wob-verzoeken over de RVK 2018 en de ambtelijke discussie die is gevoerd over de presentatie van de cijfers. Daarbij is ook aangegeven dat de ambtenaren naar eer en geweten geprobeerd hebben een zo goed mogelijk beeld te geven van de criminaliteit onder asielzoekers. Dat dit als gevolg van een verkeerde keuze in de weergave van de cijfers niet is gelukt, moge duidelijk zijn.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Kan ik een update ontvangen over het proces Wilders? Is de minister bereid om het OM te vragen de vervolging te staken, het OM te vragen zich niet-ontvankelijk te laten verklaren, waarna de rechter een oordeel kan vormen.

Antwoord:
De MJenV treedt niet in individuele zaken. Het is aan het Openbaar Ministerie een beslissing te nemen over de vervolging in individuele zaken. Daarin past de MJenV enkel uiterste terughoudendheid. De MJenV zal niet treden in het verloop van deze zaak. De zaak is onder de rechter, zoals een ieder bekend is. Het is aan het gerechtshof om over het verdere verloop van het proces te beslissen.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Welke visie heeft de SJenV op het krimpen van de autochtone bevolking ten opzichte van het toenemen van de allochtone bevolking op de langere termijn?

Antwoord:
In september 2018 heeft uw Kamer de motie Dijkhoff c.s. aangenomen waarin de regering wordt gevraagd om de gevolgen van veranderingen in de omvang en samenstelling van de bevolking halverwege deze eeuw in verschillende scenario’s in kaart te brengen. De ‘Verkenning Bevolking 2050’ is gaande. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft namens negen ministeries - waaronder dat van Justitie en Veiligheid - aan het NIDI, CBS, CPB, SCP, PBL en RIVM gevraagd om deze verkenning uit te voeren. Die komt naar verwachting in de zomer van 2020 beschikbaar. Het kabinet zal daarna – zoals gebruikelijk - een reactie aan uw Kamer doen toekomen.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Hoe lang kan onze verzorgingsstaat de stijgende asielinstroom en sneuvelende immigratierecords verdragen en kan de sociale cohesie dit nog verdragen?

Antwoord:
Voor maatschappelijk draagvlak is een humaan en efficiënt asielstelsel nodig. Belangrijk is dat zij die bescherming verdienen snel kunnen integreren en dat degenen die niet in aanmerking komen voor verblijf snel terugkeren naar het land van herkomst.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Kan er geen list worden verzonnen voor de dwangsommen door de doorlooptijden van de IND?

Antwoord:
De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen betreft een initiatiefwet van de Tweede Kamer. In de eerste periode waren vreemdelingenzaken uitgezonderd van deze wet. Sinds 1 oktober 2012 is de wet ook van toepassing op visum-en vreemdelingrechtelijke aanvragen en bezwaarschriften. Daarmee is de IND gebonden aan de Wet dwangsom. De primaire oplossing voor dit vraagstuk is het bekorten van de doorlooptijden. Daarop is de inzet van het kabinet nu gericht.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Hoe is het gesteld met de wijziging van het Vluchtelingenverdrag van Genève? Volgens het regeerakkoord zou gekeken worden of dit verdrag herzien zou kunnen worden. Ziet de regering nog steeds mogelijkheden om dit verdrag te herzien?

Antwoord:
Uw Kamer is in het AO Vreemdelingen- en asielbeleid van 7 november jongstleden geïnformeerd over de voorstudie die nu plaatsvindt. De resultaten daarvan komen in de loop van december beschikbaar. De betrokken bewindspersonen (de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de bewindspersonen van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) nemen daarna een besluit over het vervolgtraject. Uw Kamer kan in maart 2020 nadere informatie tegemoet zien.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Begrijpt de staatssecretaris wat het lid Voordewind bedoelt met zijn motie inzake het eisen van voorlopige hechtenis bij asielzoekers die voor overlast zorgen? Vindt zij ook niet dat dit een heel redelijk middel is om er voor te zorgen dat mensen vrijwillig verdwijnen?

Antwoord:
Zoals eerder aangegeven tijdens het AO van 7 november, is de motie besproken met het OM. Indien aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, verzoekt het OM om voorlopige hechtenis. Verder is het juist dat de dreiging van inbewaringstelling een prikkel kan zijn om Nederland vrijwillig te verlaten.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Wat heeft de landsadvocaat in rekening gebracht voor de procedures om motorclubs te sluiten de afgelopen 7 jaar?

Antwoord:
Het Openbaar Ministerie doet de vorderingen tot het verboden verklaren van dergelijke verenigingen. De landsadvocaat heeft in een aantal gevallen adviezen aan het OM uitgebracht. Deze kosten worden door het OM gedragen. De hoogte daarvan wordt niet per (type) zaak geregistreerd.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Kan de minister van Justitie en Veiligheid een onderzoek laten instellen, uit te voeren door het WODC, of de invoering van het legaliteitsbeginsel kan leiden tot verbetering in de opsporingspercentages en berechtingspercentages?

Antwoord:
De minister van JenV staat in principe positief tegenover elk initiatief dat leidt tot betere opsporings- en berechtingspercentages. Maar Nederland heeft een zeer lange staande traditie met het opportuniteitsbeginsel. Ik zie geen aanleiding om een ander beginsel te hanteren. Een onderzoek acht MJenV dan ook niet opportuun. Bovendien moet rekening worden gehouden met de schaarse onderzoekscapaciteit van het WODC.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Wat vindt de minister van onbetrouwbare misdaadcijfers en wat doet de minister om hier verbetering in te brengen? Hoeveel artikel 12Sv-procedures (of procedures 'klacht niet-vervolging’) zijn er bij het hof aangebracht in het jaar 2018/2019?

Antwoord:
Mede op basis van misdaadcijfers wordt beleid- en regelgeving vastgesteld. Het is dus van groot belang dat deze cijfers betrouwbaar zijn. De cijfers die door het ministerie van JenV en de taak- en ketenorganisaties worden geproduceerd worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. De betrouwbaarheid van de al jaren dalende geregistreerde criminaliteit wordt bevestigd door wetenschappelijk onderzoek. Zie hiervoor de brief aan uw Kamer van 21 december 2018 (kamerstuk 29279, nummer 484, vergaderjaar 2018-2019).
In 2018 zijn er 2547 artikel 12 Sv-zaken bij de gerechtshoven aangebracht. De instroomcijfers over 2019 zijn op dit moment nog niet beschikbaar.

Vragen van het lid Hiddema, T.U. (FvD)

Vraag:
Staat de MJenV nog steeds achter de bewering dat ieder dossier dat op de plank ligt wordt bekeken door een wapenofficier?

Antwoord:
Het uitgangspunt is dat in elke zaak waarin een wapen is betrokken, wordt doorgerechercheerd. Dergelijke opsporingsonderzoeken staan onder gezag van een wapenofficier van justitie.


Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Hoe ver moet de politie door het ijs zaken, gegeven het tekort aan mensen op straat en bij de recherche, voordat de minister meer structureel geld inzet?

Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is er nog 15 miljoen euro structureel voor de zedenpolitie en 10 miljoen euro structureel voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt. Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november aangekondigd, 10 miljoen incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Hoe is het mogelijk dat dure 0900 doorschakelnummers nog steeds actief zijn? Kan de minister hier een eind aan maken?

Antwoord:
Over het landelijk politienummer 0900-8844 kan MJenV melden dat momenteel onderzocht wordt hoe dit nummer overgezet kan worden van het extra tarief naar het lokaal tarief. MJenV informeert uw Kamer naar verwachting in het voorjaar van 2020.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Is de minister van mening dat hij initiatieven als burgeropsporing of burger surveillance via WhatsApp groepen moet beëindigen, aangezien dit ontstaat vanwege capaciteitsgebrek bij de politie?

Antwoord:
MJenV gaat niet mee in de aanname van het lid Van Kooten-Arissen dat initiatieven als burgeropsporing een gevolg zijn van capaciteitsgebrek. Zie verder het antwoord op vraag 156.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Is de minister het eens dat het aantal van 1 wijkagent op 5000 burgers te weinig is?

Antwoord:
Nee. Deze norm is vastgelegd in de Politiewet. Op dit moment is de bezetting van het aantal wijkagenten op orde. Het gezag kan beslissen om in afhankelijk van de lokale situatie in bepaalde wijken meer of minder wijkagenten in te zetten.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Ziet de minister dat ongenoegen bij de politie weggenomen kan worden als er meer geïnvesteerd wordt, zodat de politie op volle sterkte weer haar werk kan doen?

Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is er nog 15 miljoen euro structureel voor de zedenpolitie en 10 miljoen euro structureel voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt. Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november aangekondigd, 10 miljoen incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Hoe kan er in het licht van het tekort aan capaciteit bij de politie en de belemmering die dit tekort vormt voor specialisatie bij de politie meer aandacht komen voor geweld tegen LHBTI-ers, kindermishandeling en dierenmishandeling? Hoe gaat de minister deze problematiek oplossen?

Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de politie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel beschikbaar om de uitstroom op te vangen. Recent, dankzij uw Kamer, is er nog 15 miljoen euro structureel voor de zedenpolitie en 10 miljoen euro structureel voor de aanpak van mensenhandel beschikbaar gemaakt. Ook investeert het kabinet 25 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf van het stroomstootwapen, en, zoals per brief van 20 november aangekondigd, 10 miljoen euro incidenteel voor bewaken en beveiligen, om de grootste druk in de basisteams te verlichten. Het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt daadwerkelijk beschikbaar komen, zodat onder meer deze problematiek aangepakt kan worden. De MJenV heeft samen met de Minister van OCW op 2 april j.l. het actieplan Veiligheid LHBTI aan uw Kamer aangeboden. Daarbij is rekening gehouden met wat de politie op dit moment kan realiseren.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
In antwoord op de brandbrief van de vakbonden, is de Minister het eens dat de opleiding het meest waardevolle is voor de politie? De minister zou de oplossing niet moeten zoeken in de verkorting van de opleiding, kan de minister hierop reflecteren?

Antwoord:
Gegeven de situatie die burgemeesters, bonden, politiemensen en veel van uw kamerleden onder de aandacht hebben gebracht moeten ook onorthodoxe maatregelen in beschouwing worden genomen. De opleidingen zijn daar niet van uitgezonderd. Dat laat onverlet dat de kwaliteit van de opleidingen uiteraard geborgd moet blijven. In ieder geval zullen agenten tijdens hun opleiding goed toegerust moeten worden voor de taken en bevoegdheden die zij gaan uitoefenen en zodat zij veilig hun werk kunnen doen.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Deelt de minister de mening dat de Taser geen oplossing is voor het capaciteitsprobleem bij de politie? Kan de minister ingaan op de proportionaliteit van het stroomstootwapen? Kan de minister reageren op de risico’s bij gebruik van de Taser die niet worden meegenomen in onderzoeken in een gecontroleerde setting? Hoe ziet een agent in praktijk bijvoorbeeld of een vrouw 4 maanden zwanger is? Waarom worden ouderen niet uitgezonderd?

Antwoord:
Uw Kamer is meermaals geïnformeerd over het voorgenomen besluit tot het stroomstootwapen. Mede op verzoek van uw Kamer heeft de MJenV het WODC gevraagd onderzoek te doen naar de wetenschappelijke stand van zaken op dit terrein. Uw Kamer heeft dit rapport afgelopen zomer ontvangen. (Kamerstukken II 2018-19, 29628, nr. 902). Over de uitkomsten van dit onderzoek is uw Kamer geïnformeerd in de brief over het voorgenomen besluit tot invoering van het stroomstootwapen, die op 15 november aan uw Kamer is verzonden.

Vragen van het lid Kooten-Arissen, F.M. van (Van Kooten-Arissen)

Vraag:
Had de minister niet proactief voortouw kunnen nemen in het oplossen van capaciteitsproblemen bij de politie? In plaats daarvan schrijft de minister dat er de komende jaren ongemakkelijke keuzes moeten worden gemaakt. Wat bedoelt de minister daarmee?

Antwoord:
Dit kabinet investeert 291 miljoen euro structureel in de politie. De MJenV is onmiddellijk na aantreden van dit kabinet begonnen met het realiseren van de capaciteitsuitbreiding, inclusief uitbreiding van de politieacademie. Daarnaast stelt dit kabinet 91 miljoen euro incidenteel beschikbaar om de tijdelijke capaciteitseffecten van de uitstroom op te vangen. Binnen de bestaande taken van de politie zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden, het is nu zaak dat de extra capaciteit en de extra middelen die door deze investeringen mogelijk worden gemaakt beschikbaar komen, zodat de keuzes minder pijnlijk zijn.