Cultuur en corona (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2020D16314, datum: 2020-04-28, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2020-04-28 13:00: Cultuur en corona (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Cultuur en corona
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 28 april 2020 overleg gevoerd met mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:
het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector in verband met de Covid-19 crisis) (35441);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 april 2020 inzake aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector (35441, nr. 7);
de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 27 maart 2020 inzake uitwerking van de motie van het lid Jetten c.s. over een steunpakket voor de culturele sector (32820, nr. 349).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
Tellegen
De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
De Kler
Voorzitter: Tellegen
Griffier: De Kler
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Asscher, Belhaj, Van den Berge, Dik-Faber, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Kwint, Van Raan en Tellegen,
en mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Aanvang 13.03 uur.
De voorzitter:
Een hele goede middag. Ik open dit wetgevingsoverleg Cultuur en corona.
Aan de orde is onder andere de suppletoire begroting inzake aanvullende
ondersteuning van de culturele en creatieve sector in verband met de
COVID-19-crisis. Heel hartelijk welkom aan de minister en haar
ambtenaren. Hartelijk welkom aan mijn collegae en een hartelijk welkom
aan alle mensen die naar dit debat luisteren. We gaan snel beginnen. Ik
geef de heer El Yassini van de VVD als eerste het woord.
De heer El Yassini (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De coronacrisis raakt ons land hard. Net als de
ondernemers in de horeca, de sierteelt en de toerismesector, krijgt ook
de culturele en creatieve sector het zwaar te verduren tijdens deze
crisis. Vooral instellingen die door de inzet van de VVD de afgelopen
jaren voor een groot gedeelte afhankelijk zijn van hun eigen inkomsten,
krijgen met de lockdown harde klappen door de coronacrisis. Evenementen
en concerten zijn afgelast, musea en theaters moesten sluiten en
filmproducties zijn stilgelegd. Bedrijven en instellingen in de sector
zagen hun omzet dalen naar nul. Het meeste geld uit hun budget komt uit
eigen inkomsten, zoals ticketverkoop, souvenirs of projecten met het
bedrijfsleven. Dat is nu in zijn geheel weggevallen. Dit pakket levert
nu de broodnodige financiële ruimte om de komende tijd te
overleven.
Gelukkig biedt het kabinet veel steun aan de culturele sector. Zo kan de
culturele sector gebruikmaken van algemene steunmaatregelen zoals de
NOW, de Tozo en de TOGS, om bedrijven en instellingen te ondersteunen en
de economische schade zo veel mogelijk te verzachten. En dat doen ze
ook. De sector heeft al ongeveer 170 miljoen aangevraagd uit de TOGS, de
tijdelijke overbrugging voor getroffen sectoren, en ongeveer 100 miljoen
uit de Tijdelijke overbruggingsmaatregel zelfstandige ondernemers. De
sector maakt ook gebruik van de NOW, de Tijdelijke noodmaatregel
overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, maar we hebben op dit
moment nog geen inzicht in hoeveel.
Boven op de algemene maatregelen is er zelfs extra steun gekomen voor
deze sector, maar liefst 300 miljoen. Daar is de VVD heel blij mee. Dit
pakket is nog niet uitgewerkt. De vraag aan de minister is of zij nu al
wat meer duidelijkheid kan geven over de uitwerking van dit pakket. We
willen alvast wel twee punten meegeven die we via het veld als signaal
meekrijgen.
De voorzitter:
Voordat u verderwqw2gaat, heeft de heer Van den Berge een vraag.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
De VVD geeft terecht aan dat het het gevolg is van VVD-beleid dat er nu
zo veel ondernemers actief zijn in de culturele sector. Ongeveer 60% is
freelancer of zzp'er. Daar kun je positief of negatief tegenaan kijken,
maar dat is een gevolg van VVD-beleid. Hoe rijmt de VVD het dan dat de
maatregelen die de minister van Cultuur tot nu toe heeft genomen vooral
voor de rijksgefinancierde instellingen zijn, voor de gesubsudieerde
instellingen, en dat deze ondernemers, freelancers en zzp'ers achter het
net vissen?
De heer El Yassini (VVD):
Even vooraf. De culturele sector is ongelofelijk groot. Daar zitten ook
heel veel commerciële ondernemers tussen. Die zijn er altijd al geweest.
Laten wij kijken wat er gesubsidieerd wordt ten opzichte van het totaal.
We hebben het over een bruto binnenlands product van 25,5 miljard euro.
Die ondernemers zijn er dus altijd al geweest. Deze noodmaatregel is er
juist voor bedoeld om de infrastructuur in de culturele sector overeind
te houden. Daarom komt die additionele 300 miljoen voor op de proppen.
Dat is juist belangrijk. Want als de coronacrisis straks voorbij is,
zijn het deze commerciële ondernemers die in de culturele sector
werkzaam zijn die dat podium nodig hebben uit die infrastructuur. Je kan
een transportbedrijf wel redden, maar als de wegen er niet meer zijn,
kan dat transportbedrijf na de crisis niet meer gewoon de weg op. Daarom
is het voor ons zo belangrijk dat dit pakket van 300 miljoen op deze
manier wordt uitgegeven. Wat de verdere uitwerking is, heb ik, zoals u
hebt gemerkt, gevraagd aan de minister. Dat zullen we verder moeten
afwachten. Ik heb nu twee punten. Dus als er geen vervolgvraag is, ga ik
verder met mijn betoog.
De voorzitter:
Maar die is er wel. Meneer Van den Berge.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Die is er zeker, voorzitter. Dit zijn veel woorden, maar is geen
antwoord op mijn vraag. Het was staatssecretaris Zijlstra die fors heeft
gesneden in de subsidies aan de culturele sector. Het was
staatssecretaris De Krom die het vangnet voor kunstenaars, de Wet werk
en inkomen kunstenaars, schrapte. Dat zijn wel degelijk VVD-maatregelen
geweest. Juist voor de groep ondernemers die daarna in dat gat dat is
geslagen gevallen is, doet het kabinet op dit moment niks. Ik vraag aan
de VVD hoe zij die twee dingen met elkaar rijmt: aan de ene kant is
jarenlang gestimuleerd dat er meer ondernemers in de culturele sector
komen, maar nu die er zijn en zwaar worden getroffen, hoeven ze niet op
steun van het kabinet te rekenen.
De heer El Yassini (VVD):
Ik vind het op zich wel bevreemdend dat GroenLinks hier vragen over
stelt, omdat het bij de bezuinigingsmaatregel toentertijd — en je moet
niet vergeten dat we toen ook in een heel heftige crisis zaten — ook
gedeputeerden en wethouders van GroenLinks waren die vanuit de gemeenten
en provincies behoorlijk in de culturele sector sneden. Mijn advies aan
de heer Van den Berge zou dus zijn: wie één vinger wijst naar de een,
wijst er drie naar zichzelf. We hebben met zijn allen die moeilijke
crisis doorgemaakt. Dat is niet alleen het Rijk geweest. Dat zijn ook
gemeenten en provincies geweest. Laten we nou niet doen alsof het alleen
maar de VVD is die heeft gezegd: snijden, snijden, snijden. Dat hebben
we met zijn allen gedaan om door een heel moeilijke tijd te komen.
Maar juist nu gaat het erom dat de gesubsidieerde instellingen onderdeel
zijn van de infrastructuur. De commerciële ondernemers zijn er altijd al
geweest, al voordat Rutte I aantrad, en die maakten al gebruik van
diezelfde infrastructuur. Wij hebben als VVD alleen gevraagd dat die
infrastructuur, ook in die tijden, deels op eigen benen kon staan door
eigen inkomsten te genereren. Dat is gelukt en daar zijn we blij mee.
Maar deze coronacrisis raakt niet alleen de commerciële bedrijven of de
infrastructuur in de culturele sector. Die raakt heel Nederland. Er zijn
andere sectoren die knetterhard getroffen worden. Dit is een
uitzonderlijke situatie: de heftigste crisis die Nederland ooit heeft
meegemaakt buiten oorlogstijd. Dat zijn de woorden van onze premier Mark
Rutte. Laten we daar de focus op leggen en zij aan zij staan en samen
optrekken om ervoor te zorgen dat de basisinfrastructuur echt wordt
opgepakt, zodat die commerciële ondernemers straks aan de bak kunnen en
een goede boterham kunnen verdienen. Dat is mijn inzet.
De voorzitter:
De heer Kwint heeft een vraag.
De heer Kwint (SP):
Ik denk dat de VVD toch wel erg bescheiden is als zij de zegeningen van
het beleid van Halbe Zijlstra probeert te verdelen onder heel veel
andere partijen. Volgens mij was het wel degelijk een doelstelling van
de VVD om fors te snijden in de culturele sector. En we kunnen
constateren dat dat gelukt is. De heer El Yassini zegt: je kunt
transportbedrijven wel redden, maar als er geen wegen meer zijn, hebben
ze daar niks aan. Die redenering kan ik volgen. Er moeten inderdaad
podia, theaters, musea en galerijen zijn, want anders kun je simpelweg
nergens je werk laten zien. Maar het omgekeerde is natuurlijk ook waar.
Als wij straks mooie wegen hebben aangelegd maar er geen
transportbedrijf meer over is dat op die weg kan rijden, heb je er nog
niet zo heel veel aan. Dan is mijn vraag aan de VVD: als je dit pakket
ziet en als je ziet dat er zo veel naar de grote instellingen gaat, hoe
gaan wij er dan voor zorgen dat straks, wanneer deze crisis voorbij is,
de makers, of die nu commercieel of gesubsidieerd zijn of iets
ertussenin, weer aan de slag kunnen om datgene te doen wat zij zo goed
kunnen en wat wij allemaal zo belangrijk vinden, of zeggen te
vinden?
De heer El Yassini (VVD):
Dat is precies ook mijn pleidooi geweest aan het begin van het gesprek.
Ik heb gezegd dat we dat voor een deel al gedaan hebben, juist vanwege
de Tozo, de tijdelijke overbrugging zelfstandige ondernemers, en vanuit
de TOGS, de tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren. Vanuit de
culturele sector is 170 miljoen c.q. 100 miljoen aangevraagd via de
algemene steunmaatregelen. Dat is behoorlijk wat geld. Van de NOW hebben
we nu nog geen cijfers, maar dat loopt op tot tientallen, zelfs
honderden miljoenen waar ook nog eens gebruik van wordt gemaakt. Op die
manier zorgen we ervoor dat instellingen en commerciële bedrijven in de
culturele sector, die juist die content maken, worden ondersteund. Dat
is het antwoord op de vraag van de heer Kwint hoe je dat op die manier
doet: door die algemene steunmaatregelen.
De heer Kwint (SP):
Het ingewikkelde is nu juist dat die algemene steunmaatregelen op geen
enkele manier rekening houden met wat nou precies zo specifiek is aan de
culturele sector. Dan wil ik het ruzietje over de vraag of dat de schuld
van de VVD is even terzijde schuiven. Dit is een sector met bijna alleen
maar zelfstandige ondernemers, met een gigantisch percentage
zelfstandigen zonder personeel of zelfstandigen met een paar man
personeel. Dat zijn precies de bedrijven die nu al hun inkomen zien
verdampen. Dan kun je eenmalig in aanmerking komen voor bijvoorbeeld
€4.000, maar als je daar net twee maanden je kantoor of je werkplaats
van kunt betalen, heb je alsnog geen inkomen. Als je, ik noem maar wat,
festivalopbouwer bent, zijn dit de maanden waarin je je geld moet
verdienen, om de simpele reden dat er in december niet zo veel festivals
zijn. Dan blijft mijn vraag staan hoe straks, als dit voorbij is— laten
we hopen dat dit snel voorbij is, maar het lijkt er nog niet op — die
bedrijven weer aan de slag kunnen. Want die gaan het op deze manier niet
redden.
De heer El Yassini (VVD):
De heer Kwint weet zelf ook dat ondernemers ongelofelijk belangrijk
zijn, ook voor de VVD. Bij dit steunpakket moeten we voor de ondernemers
die we in de culturele sector hebben eigenlijk een knip maken. Dat is
heel bizar. We hebben een minister van Cultuur, maar zij is eigenlijk
geen minister van Cultuur, maar van cultuurbeleid. Wat we eigenlijk
specifiek voor dit ministerie aan deze minister, het ministerie en het
kabinet vragen, is om bezig te zijn met cultuurbeleid en op basis
daarvan rijksmiddelen te gebruiken om cultuur vervolgens uit te zetten.
De ondernemers in de culturele sector vallen onder EZK. Want wat maakt
het voor de ondernemer uit of hij een horecatent heeft of een festival?
Hij wordt net zo hard, knetterhard, getroffen. Dat betekent dat EZK in
dat opzicht ook gewoon aan de bak moet. Dat betekent dat de discussie
daar breder moet worden gevoerd dan alleen over specifieke sectoren. De
culturele sector moet in dat gesprek ook worden meegenomen. Het gaat om
festivals die inderdaad in de zomerperiode hun omzet draaien, maar ook
bijvoorbeeld om sectoren die gebruikmaken van seizoenwerkers buiten de
culturele sector. Dat is een bredere discussie die bij EZK moet
plaatsvinden. Wij hebben het vandaag over het steunpakket voor de
infrastructuur van het cultuurbeleid waar deze minister wél over gaat.
Vandaar dat wij zeggen: het kabinet moet het in zijn geheel doen. Wij
spreken vandaag over het cultuurbeleid en wat daar voor de
infrastructuur nodig is. Maar ook EZK is natuurlijk aan zet om te kijken
wat er nog meer nodig is voor ondernemers, zowel in de culturele sector,
maar ook in andere sectoren.
De voorzitter:
Gaat u verder. De heer Van den Berge?
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Toch even op dit punt, want volgens mij voeren we een debat over de
effecten van de coronacrisis op de culturele sector. We hebben meermaals
met een aantal collega's voorgesteld om er ook de bewindspersoon van EZK
voor uit te nodigen. Daar was steun voor in de commissie, maar het
kabinet besloot om alleen de cultuurminister af te vaardigen. Toen
hebben we nog voorgesteld om de staatssecretaris van SZW uit te nodigen.
Dat heeft de VVD niet gesteund. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje
flauw om nu naar andere ministeries te gaan wijzen. We voeren vandaag
een debat over de impact van de coronacrisis op de cultuursector. Dan
gaat het niet alleen om cultureel beleid en gesubsidieerde instellingen,
maar het zou over de culturele sector in brede zin moeten gaan.
De heer El Yassini (VVD):
Maar dan moet het ministerie van EZK of van SZW dat toch ook breed
moeten aanpakken? Op het moment dat ze het over zzp'ers hebben, gaat het
onder andere over de cultuursector, maar ook over andere sectoren van
zzp'ers. Dan moet het debat bij SZW plaatsvinden. Als het gaat om
Economische Zaken, gaat het om commerciële ondernemers in de culturele
sector, maar ook om commerciële ondernemers in de horeca, zoals
restaurants en kroegen. Dan moet die discussie daar ook breed gevoerd
worden. Wij zijn in gesprek met deze minister om te kijken wat zij via
haar portefeuille — dat is cultuurbeleid — verder kan bouwen om
additionele middelen toe te voegen aan de infrastructuur. Dat is juist
omdat die infrastructuur van cruciaal belang is voor deze commerciële
ondernemers, om straks na de coronacrisis weer gewoon een boterham te
kunnen verdienen. Dat is waar we het vandaag voor doen: voor die
ondernemers, voor die werknemers en die makers, zodat als de rook is
opgetrokken en we de coronacrisis achter ons hebben, we ervoor kunnen
zorgen dat we de schouders eronder kunnen zetten en verder kunnen
bouwen, zowel in de culturele sector als daarbuiten. Dat is
belangrijk.
Ik ga weer verder met mijn …
De voorzitter:
Meneer Van den Berge, heel kort.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Heel kort. Volgens mij voeren we echt een breed debat, zo heet dit debat
ook …
De voorzitter:
Ja, maar dit …
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ja maar voorzitter ik hecht daar wel aan, want ik heb het meerdere keren
voorgesteld: een breed debat met meerdere bewindspersonen. Daar was geen
steun voor van de VVD. Dan vind ik het een beetje flauw om nu te zeggen:
ja, maar vandaag gaat het alleen over het beleid en de gesubsidieerde
instellingen.
De voorzitter:
Ja maar …
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik hecht aan dat punt, voorzitter.
De voorzitter:
Uw punt is helder. De heer El Yassini kan daar nog een keer op
reageren.
De heer El Yassini (VVD):
Daar zal ik dan even op reageren. Ik vind het dan weer flauw om te
zeggen dat we de staatssecretaris of de minister van SZW en van
Economische Zaken elke keer bij een apart debat gaan uitnodigen, terwijl
we ook zeggen dat we het allemaal moeten bundelen en dat de culturele
sector een onderdeel moet zijn van het debat met EZK. Er zijn nog meer
sectoren die knetterhard getroffen worden. Pak die discussie dan breed
aan, maar ga dat niet hier los doen, zodat de kabinetsleden elke keer
apart moeten aanschuiven bij een debat. Ik wil juist dat ze aan de bak
gaan om het voor ondernemers te regelen. Dat is voor mij belangrijk en
niet dat ze hier constant in debat zijn. De minister spreekt als
kabinetslid namens het kabinet. We kunnen haar vragen stellen en die kan
ze eventueel doorgeleiden naar het ministerie. Ik vind het flauw om te
zeggen: we hebben dit gevraagd en dat heeft de VVD tegengehouden. Ik
vind het juist flauw, omdat ik zeg: laat de ministers en
staatssecretarissen nu gewoon hun werk laten doen. We vragen ze in de
Kamer ter verantwoording, maar zorg ervoor dat je de discussie breed
pakt, maar dan ook echt breed. Als het over zzp'ers gaat, gaat het over
alle zzp'ers, ook die in de cultuursector. En als het gaat om
commerciële ondernemingen en mkb, dan gaat het over het hele mkb, dus
ook in de culturele sector. Daar moet je het debat voeren. Ik vind het
nogal slim om het op die manier te doen, zodat we ervoor zorgen dat we
echt kijken wat er nodig is voor dit land om echt die volgende stappen
te zetten. Daar draait het voor mij om. Dat is voor mij belangrijk: het
ondersteunen van die ondernemers, die makers en die werknemers …
De voorzitter:
Dit zijn iets te lange antwoorden. De heer El Yassini, u gaat verder met
uw betoog.
De heer El Yassini (VVD):
Zoals ik al gezegd heb, willen wij twee punten meegeven aan de minister,
punten die we uit het veld horen. Het noodpakket is namelijk niet alleen
in het leven geroepen voor Amsterdam en Utrecht. Kan de minister
toezeggen dat dit noodpakket er is voor de culturele infrastructuur,
verspreid over heel Nederland en dat het pakket ook buiten de Randstad
eerlijk wordt verdeeld? Hoe gaat de minister erop toezien dat niet
alleen de instellingen in Amsterdam steun krijgen, maar juist ook die in
de grotere steden buiten de Randstad? Ik mag toch aannemen dat de
minister mijn visie deelt dat de creatieve en culturele sector niet
stopt bij Amersfoort?
Het tweede punt is de samenwerking met provincies en gemeenten. Wat ik
uit het veld hoor, is dat 30 miljoen van dit noodpakket bedoeld is als
matching voor gemeenten en provincies om te investeren in de vitale
regionale infrastructuur via de rijkscultuurfondsen voor een beperkt
aantal cruciale regionale musea, podia en filmtheaters. De minister laat
terecht de regie hierover bij andere overheden, maar de rijksfondsen
krijgen wel de opdracht om de aanvraag te toetsen op landelijk belang.
Kan de minister uitleggen wat ze precies bedoelt met "landelijk belang"
en waarom ze deze beperking oplegt? Waarom laat ze de regie niet bij
gemeenten en provincies?
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, mijn excuses voor het onderbreken, ook aan mijn collega,
maar de livestream doet het niet via de site. Dit debat wordt door heel
veel mensen gevolgd en voor hen is het heel frustrerend als ze niet
kunnen kijken. Ik begrijp dat het wordt verholpen, maar …
De voorzitter:
Ja. U wilt dus schorsen? Is dat uw voorstel?
Mevrouw Belhaj (D66):
Ja, eigenlijk wel.
De voorzitter:
Via de NOS doet ie het wel. Dat is een tip voor alle mensen die het
debat willen volgen. Gezien de hoeveelheid woordvoerders, spreektijd,
vragen die u elkaar te stellen hebt en de tijd zou ik het liefst
doorgaan, mits er een manier is om dit debat te volgen. Als er geen
enkele mogelijkheid is om het te volgen, zou ik een korte schorsing
willen voorstellen om te kijken of we het kunnen repareren, maar vanaf
deze plek heb ik geen mogelijkheid om dat na te gaan. Ik hoor graag wat
uw wens is, mevrouw Belhaj, want u nam het woord.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, misschien mag ik anders verzoeken om daar waar nu staat dat
het wordt opgelost, te zetten dat mensen het debat kunnen volgen via de
NOS-site of via NPO Politiek. Dan kunnen we gewoon door.
De voorzitter:
Ja, dat gaat de griffier nu regelen.
Mevrouw Belhaj (D66):
Dat was eigenlijk een idee van meneer Asscher.
De voorzitter:
Hierbij alle credits naar meneer Asscher.
Meneer El Yassini, u gaat verder met uw betoog.
De heer El Yassini (VVD):
Ik krijg dus graag een reactie van de minister op deze twee
punten.
Naast het noodpakket van het Rijk hebben ook gemeenten en provincies een
grote verantwoordelijkheid om mee te helpen de coronacrisis te
bestrijden en de werkgelegenheid en de economie te helpen, zo ook in de
culturele en creatieve sector. Er zijn instellingen die sowieso
bekostigd worden door gemeenten. Hoe gaat het met deze instellingen?
Wordt erover gesproken binnen de VNG? Is er coördinatie vanuit OCW op de
manier waarop gemeenten met instellingen omgaan? Wij krijgen signalen
dat sommige instellingen voor een dichte deur staan als ze aankloppen
bij een gemeente. Mijn vraag aan de minister is dan ook of ze een
overzicht kan geven van welke gesprekken en acties er nu lopen via de
VNG. Wat ik wil voorkomen, is dat we 12 keer in provincieverband en 355
keer in gemeenteverband het wiel opnieuw gaan uitvinden. Ik geloof zeker
dat er goede initiatieven lopen. Ziet de minister een mogelijkheid om
deze best practices, de goede praktijken, tussen gemeenten uit te
wisselen? En welke rol heeft ze daarin?
Tot slot. Het is van belang dat we de culturele infrastructuur overeind
weten te houden en daarmee de vitale functies binnen de creatieve en
culturele sector. De komende tijd gaat niet makkelijk worden; daar zijn
we het met z'n allen wel over eens. Des te blijer is de VVD dan ook dat
we met een breed pakket aan maatregelen en een extra pakket van 300
miljoen in ieder geval extra steun aan de creatieve en culturele sector
hebben verleend.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank. Het woord is aan de heer Van den Berge van GroenLinks.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
"het doek is gevallen/op aard sowieso/nooit meer genieten/van aloude
show."
"het land gaat in lockdown/het systeem op zijn gat/geen streep aan de
hemel/de wereld weer plat."
Dit zijn de eerste en vierde strofe uit een gedicht van de Houtense
stadsdichter, Danny Keff. Het laat zien hoe kunst, literatuur en cultuur
in deze donkere dagen toch wat troost, inspiratie en kracht kunnen
bieden. Daarom vond ik het mooi om mijn inbreng daarmee te
beginnen.
Maar zo troostrijk als kunst, cultuur en literatuur op dit moment kunnen
zijn, zo troosteloos is de gedachte aan een festivalloze zomer. Geen
Over het IJ, geen Parkpop, geen Oerol en gisteren hadden we al een
Koningsdag zonder festivals. Hoe verdrietig ook zou één zomer zonder
festivals misschien nog wel te overzien zijn. Maar het schrikbeeld is
toch dat veel creatieve makers, bandjes, organisatoren van festivals,
mensen achter de schermen, geluidstechnici en noem maar op, deze crisis
niet gaan overleven. Wat GroenLinks betreft, moeten we dat koste wat het
kost voorkomen.
Als ik dan naar het pakket kijk waar we het vandaag over hebben, de
aanvullende steunmaatregelen van het kabinet, ben ik er nog niet gerust
op. Natuurlijk is het mooi dat het kabinet 300 miljoen heeft
uitgetrokken om de vitale infrastructuur overeind te houden, maar het is
zeer de vraag of dat genoeg zal zijn. Mijn fractie vreest van niet. Want
nu al loopt de culturele sector naar schatting 969 miljoen euro aan
inkomsten mis, tot 1 juni. We weten dat er waarschijnlijk tot 1
september geen grote evenementen gaan plaatsvinden. Of dat weten we in
principe; er gaan geen grote evenementen plaatsvinden, zoals festivals.
We weten ook dat voor een groot deel van de culturele sector de
anderhalvemetereconomie financieel niet haalbaar is. Ik denk dan aan al
die podia en zalen die op omvallen staan. Het is moeilijk jezelf een
culturele sector voor te stellen zonder bijvoorbeeld Doornroosje, de
Effenaar of Vera.
Wat me daarbij steekt is dat de regering onvoldoende urgentie lijkt te
voelen voor de culturele sector. Daar zou wat mij betreft vandaag het
debat ook over moeten gaan. Want voor KLM en Schiphol, goed voor een
kleine 1% van het bruto binnenlands product, kunnen er wel miljarden
worden uitgetrokken. Voor de tuinbouw, 2% van het bruto binnenlands
product, wordt er ook 600 miljoen uitgetrokken. Maar de culturele
sector, 3,7% van het bruto binnenlands product en goed voor
honderdduizenden banen, moeten we het tot nu toe doen met 300 miljoen
euro. Dat vind ik problematisch. Ik vind dat ook in geen verhouding
staan tot de aanvullende maatregelen die voor andere sectoren worden
uitgetrokken.
Natuurlijk gaat het mijn fractie bij de culturele sector vooral ook om
de intrinsieke waarde van kunst en cultuur, om de kracht van
creativiteit, verbeelding en inspiratie. Maar ook als je er economisch
naar kijkt, is cultuur ongelofelijk belangrijk. Want al die toeristen
komen niet alleen voor de bloembollen in de Keukenhof naar Nederland.
Die komen ook voor Van Gogh en Rembrandt. Het gunstige vestigingsklimaat
voor bedrijven in Nederland wordt mede bepaald door de rijke culturele
sector die we hebben. Daarom vind ik het jammer — ik had het er net al
over in een interruptiedebat met collega El Yassini — dat het niet is
gelukt om hier vandaag ook de minister van Economische Zaken aanwezig te
hebben. Ik ben het op één punt namelijk wel met hem eens: het redden van
de culturele sector moet van meer ministeries dan alleen het ministerie
van deze minister komen. Maar laat ik over één ding helder zijn. Wat
GroenLinks betreft voeren we vandaag wel een integraal debat over de
impact van de coronacrisis op de culturele sector. Dat brengt me op een
aantal concrete vragen aan de minister.
Allereerst: is dit pakket van 300 miljoen alles? Of zit er meer in het
vat? Zoals ik al zei, zijn er tot 1 september geen grote evenementen.
Dat is aangekondigd nadat dit bekend gemaakt was. Er is dus alle reden
om verder vooruit te kijken en te kijken wat er verder gedaan kan
worden. Deze minister weet ook dat veel ondernemers in de culturele
sector, groot en klein, voor en achter de schermen, buiten de boot
vallen bij de generieke steunmaatregelen van de ministeries van EZK en
SZW. Dat geldt bijvoorbeeld voor creatieve makers die in hybride
constructies werken en deels werknemer en deels zzp'er zijn, of voor
ondernemingen die net niet aan het urencriterium voldoen doordat de
referentieperiode geen recht doet aan de seizoenspieken. Wat kan deze
minister voor hen doen? Is de minister bereid te kijken naar een
noodfonds voor creatieve makers die aantoonbaar buiten de boot vallen
bij de generieke steunmaatregelen?
Creatieve makers zelf zijn een petitie gestart waarin ze vragen om een
tijdelijke belastingvrijstelling op de aanschaf van kunst. Hoe kijkt de
minister hier tegenaan? Mijn fractie vindt het een interessant idee, ook
omdat belastingmaatregelen elders worden ingezet, bijvoorbeeld een
btw-verlaging op online sportlessen. Is de minister bereid om te kijken
naar een belastingvoordeel, al dan niet tijdelijk, op kunst en
cultuur?
De regering kiest ervoor om te investeren in een beperkt aantal cruciale
regionale musea, podia en filmtheaters. Dat is positief, maar ik heb
daarover wel een aantal vragen. Allereerst: wat is een beperkt aantal?
Hoeveel musea, podia en filmtheaters kunnen er overeind gehouden worden?
De rijksstructuurfondsen gaan toetsen op landelijk belang. Wat wordt er
precies onder "landelijk belang" verstaan? Kan het ook zo zijn dat een
regionaal poppodium met een heel belangrijke regionale functie maar niet
meteen een landelijk belang, ook gered kan worden met deze middelen?
Graag een reactie.
Dan kom ik op cofinanciering. De minister stelt als eis dat de
cofinanciering moet zijn vanuit gemeenten om aanspraak te maken op deze
middelen, maar dat is ingewikkeld, want gemeenten stond er voor het
uitbreken van de coronacrisis al niet rooskleurig voor. Ook nu krijgen
ze met extra lasten te maken, bijvoorbeeld voor de daklozenopvang en
allerlei andere kostenposten, waar ik nu omwille van de tijd niet op in
zal gaan. Maar daarom wel de vraag aan de minister: hoe hard is die
cofinancieringseis? Waarom heeft zij daarvoor gekozen en ziet zij ook
andere mogelijkheden om wel te zorgen voor eigenaarschap van gemeenten
en provincies, want dat begrijp ik, maar dan zonder dat zij meteen in de
buidel moet tasten, zeker daar waar kleinere gemeenten en provincies dat
ook niet kunnen? Er is zit immers een plafond op het Gemeentefonds en
het Provinciefonds. Waar wij hier als nationale overheid ongedekte
maatregelen kunnen nemen ten koste van de staatsschuld, kunnen gemeenten
en provincies dat niet. Daarom deze vraag aan de minister.
Kan de minister ingaan op hoe de selectie van voorstellen voor deze
30(0) miljoen precies in haar werk gaat? Welke rol heeft de aanvraag van
de gemeente daarin? Welke rollen hebben de rijksfondsen daarin? Geldt er
een wie-het-eerst-komt-wie-het-eerst-maaltprincipe, of gaat er op basis
van kwaliteitscriteria gekeken worden?
Dan kom ik op kredietverlening. In het pakket is namelijk ook geld
vrijgemaakt om krediet te verstrekken aan particuliere ondernemers in de
culturele sector. Dat is wat mijn fractie betreft positief. We hebben
wel een aantal vragen over hoe dat budget precies wordt ingevuld: hoe
gaan we voorkomen dat er niet een paar hele grote ondernemers straks met
dat geld vandoor gaan? Hoe zorgen wij ervoor dat we ook echt die
kleinere ondernemers vanuit dit kredietfonds kunnen ondersteunen? Graag
een reactie van de minister.
Ten slotte kom ik op de festivals. Ik had het er in het begin al even
over. Er dreigt nu namelijk een situatie te ontstaan waarbij er niet
alleen dit jaar, maar misschien ook volgend jaar geen festivals zullen
zijn, omdat ondernemers op omvallen staan en verzekeraars hun polissen
aanpassen. Ik vraag mij af: welke rol ziet de minister daarin? Kan de
regering bijvoorbeeld garantstaan, zodat er toch polissen aangeboden
kunnen worden die voor festivals ook pandemieën kunnen dekken? Is de
minister ook bereid om te kijken hoe, als het weer beter gaat,
vervolgens verzekeringsmaatschappijen wel kunnen bijdragen aan de kosten
die nu gemaakt worden?
Voorzitter, ik rond af. Normaal gesproken ben ik een
het-glas-is-half-voldenker. Dat weten deze minister en de collega's hier
ook, maar ik als ik naar die 300 miljoen kijk, dan krijg ik toch gevoel
dat het glas nog heel erg leeg is. Ik hoop dat we vandaag wel stappen
voorwaarts kunnen zetten om dat glas voller te krijgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Geluk-Poortvliet van het
CDA.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Voorzitter. Cultuur is van levensbelang. Museum Boerhaave heeft in een
depot een beademingsmachine uit de jaren zestig met onderdelen van een
snelkookpan en een fietsnaaf. Op het eerste gezicht is dat bespottelijk.
Bij nader inzien is dat geniaal. Een team van de TU Delft heeft die oude
beademingsmachine uit elkaar gehaald en zich erdoor laten inspireren. Zo
konden zij een nieuw type beademingsapparaat presenteren dat kan helpen
bij de tekorten in de zorg. Het is helemaal mechanisch, dus zonder
elektronica, en dus niet afhankelijk van onderdelen uit China die nu
moeilijk te krijgen zijn. Een sterker pleidooi voor de wetenschapsmusea
kan de CDA-fractie zich niet voorstellen. In dit verband vragen wij dan
ook aandacht voor de bijzondere positie van de wetenschapsmusea, zoals
NEMO, waarvan de financiering nu loopt via wetenschapsbeleid. Wil de
minister dit in haar overwegingen meenemen, ook om te letten op al die
andere wetenschapsmusea die over het land verspreid zijn?
Voorzitter. Voor de korte termijn kunnen de culturele en de creatieve
sector gebruikmaken van het kabinetsbrede pakket aan maatregelen voor
bedrijven en ondernemers. Kan de minister aangeven in hoeverre bedrijven
en ondernemers in de culturele en creatieve sector gebruikmaken van de
regelingen? Wordt er gewerkt aan een oplossing voor de specifieke
knelpunten?
In de suppletoire begroting trekt het kabinet 300 miljoen euro uit om
vitale onderdelen van de culturele infrastructuur in stand te houden. De
minister schrijft: "Het doel is om die onderdelen van de keten die
onmisbaar zijn en zorgen voor werkgelegenheid, overeind te houden." De
CDA-fractie is het met de minister eens dat werkgelegenheid van makers,
uitvoerders en ondersteuners zo veel mogelijk overeind gehouden moet
worden. Als de culturele infrastructuur verdwijnt, verdwijnen ook de
banen en opdrachten. Welke criteria legt de minister aan om te bepalen
welk onderdeel van de keten onmisbaar is en welk onderdeel we wel kunnen
missen? Graag een nadere toelichting op de uitwerking van dit
instrument.
Voorzitter. De minister kondigt aan dat een deel van de extra middelen
wordt ingezet om te investeren in de vitale regionale infrastructuur via
de rijkscultuurfondsen voor een beperkt aantal cruciale regionale musea,
podia en filmtheaters. Kan de minister uiteenzetten wat zij verstaat
onder "vitale regionale infrastructuur"? Regionale musea, podia en
filmtheaters zullen zich bezorgd afvragen of zij volgens die definitie
wel cruciaal mogen heten en wat dat betekent voor hun voortbestaan. De
rijkscultuurfondsen krijgen de opdracht de aanvragen te toetsen op
landelijk belang. Klopt dat? Als dat niet overeenkomt met wat de
gemeenten en de provincies vitale regionale infrastructuur vinden, wat
dan? Klopt het dat de minister het uitgangspunt van "wie het eerst komt,
het eerst maalt" wil hanteren voor de aanvragen? Graag een toelichting
hierop.
Voor instellingen die vitale onderdelen van de regionale infrastructuur
zijn, geldt als extra voorwaarde dat een gemeente of provincie ook een
extra bijdrage doet, zo schrijft de minister. Hoe geeft de minister vorm
aan die voorwaarde? Hoe voorkomen we dat het Rijk aan de ene kant en de
gemeente of de provincie aan de andere kant rustig afwachten totdat de
andere partij met ondersteuning over de brug komt en er uiteindelijk
niets of weinig gebeurt?
Zolang de gedwongen sluiting voortduurt, zoeken instellingen naar andere
manieren om het publiek te bereiken. Daar is wat de CDA-fractie betreft
de ondersteuning van Rijk, gemeenten en provincies ook voor bedoeld.
Welke stappen zet de minister op dat gebied?
Voor de CDA-fractie staat buiten kijf dat cultuur niet alleen het
Rijksmuseum en Het Concertgebouw is, maar ook cultuur dichtbij.
Nederland kent een rijk geschakeerd netwerk van culturele instellingen
en organisaties — van het Rijksmuseum en Het Concertgebouw tot
dorpshuizen en harmonieorkesten. Erfgoed? We denken aan kastelen die
inkomsten uit bruiloften en partijen missen. We maken ons ook zorgen
over het immateriële erfgoed, of beter, het levend erfgoed. Veel grote
evenementen zijn afgelast of uitgesteld: de Passiespelen in Tegelen, het
Zomercarnaval in Rotterdam, alle bloemen- en fruitcorso's. De
diversiteit mag in deze tijd niet verloren gaan. Dat vraag om snelle,
misschien wat grofmazige maatregelen op korte termijn, maar ook om
weldoordacht maatwerk op de langere termijn. Welke stappen zet de
minister hierin?
Voorzitter. Het staat er bijna onderkoeld op de website van de
rijksoverheid: "Culturele activiteiten, zoals voorstellingen,
tentoonstellingen en concerten, die niet vergunningsplichtig of
meldplichtig zijn, zijn verboden tot 19 mei. Publieke locaties, zoals
bioscopen theaters, concertzalen, musea en monumenten met een
publieksfunctie, zijn gesloten tot en met 19 mei."
We zitten inmiddels zes weken in een scenario dat we ons zeven weken
geleden niet konden voorstellen. Het is een scenario van ongekend
strenge maatregelen waarvan de gevolgen voor de 300.000 mensen die in de
culturele en creatieve sector werken, nog niet te overzien zijn. Het is
een scenario waarin beiaardiers de enige musici zijn die nog kunnen
optreden. Voorlopig kunnen we nog niet aftellen tot het moment dat de
coronamaatregelen weer worden opgeheven. En toch moeten we al nadenken
over de vraag hoe het culturele leven op enig moment weer kan worden
opgestart.
De museumsector werkt aan een protocol voor een intelligente heropening
van musea, zodra de overheid de maatregel van een tijdelijke sluiting
versoepelt. Het Oorlogsmuseum in Overloon is al bezig met het
verplaatsen van tanks en andere voertuigen om het museum
anderhalvemeterproof te maken, maar kleine musea in monumentale panden
staan voor de onmogelijke opgave om doorgangen van 1,5 meter te creëren.
Hoe kan dit? Is de minister bereid musea te ondersteunen in de
noodzakelijke aanpassingen?
In februari heeft de Kamer een motie van de collega's Von Martels en
Schonis aangenomen waarin het belang van middelgrote en kleine musea
voor het toerisme wordt onderstreept. De uitvoering van die motie is in
het licht van de coronacrisis eigenlijk alleen maar belangrijker
geworden.
Voorzitter. De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus
zijn ingrijpend, maar noodzakelijk. De culturele en creatieve sector
helpt ons met allerlei initiatieven door de coronacrisis heen. Daarom is
het aan ons allemaal om de culturele en creatieve sector door de
coronacrisis heen te helpen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Geluk. Het goede nieuws is dat de livestream
inmiddels weer werkt, dus dat is mooi.
Ik geef het woord aan de heer Asscher van de PvdA.
De heer Asscher (PvdA):
Dat wil ik graag, maar is de heer Kwint niet eerst? Ik dacht dat hij
eerst was.
De voorzitter:
Ik maak een fout. Het woord is eerst aan de heer Kwint. Excuses. Ik stak
gewoon over. Meneer Kwint, aan u het woord.
De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. Nu de livestream het doet, kan ik meteen laten zien
hoe hard ik m'n best doe. Dat wordt gewaardeerd. Mevrouw Geluk eindigde
haar betoog met de zin dat het van belang is dat wij nu met z'n allen de
culturele sector door de coronacrisis heen helpen. Wat is haar
inschatting? Gaat ons dat met dit pakket lukken? Denkt het CDA dat dit
voldoende is om de culturele sector door de coronacrisis heen te
helpen?
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik denk dat we het hiermee moeten doen.
De heer Kwint (SP):
Duidelijkheid kunnen we mevrouw Geluk in ieder geval niet ontzeggen.
Mevrouw Geluk zegt dat het de insteek van het CDA is dat wij de
culturele sector door de crisis heen moeten helpen. We hebben het hier
vandaag over het plan om dat te doen. Wat is het belang van dat pleidooi
om de culturele sector door de crisis heen te helpen als zelfs de heel
simpele vraag of dit daarvoor voldoende zal zijn niet zo beantwoord kan
worden?
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Hoort dit nu bij uw betoog, of is dat een vraag?
De voorzitter:
Ik was ook even in de war. Dit is eerst een interruptie van de heer
Kwint aan u. De heer Kwint gaat straks aan zijn eigen betoog beginnen.
Dit is dus nog een vraag aan u.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik denk dat we het ermee moeten doen. Er is al eerder gememoreerd dat er
ook andere, aanvullende pakketten zijn. Ik wil kijken wat er binnen dit
pakket kan. Ik heb daarom vragen aan de minister gesteld over hoe zij
daarmee denkt om te gaan. Dat zijn heel belangrijke vragen voor mij. Ik
wacht dus even af wat de minister hiermee kan.
De voorzitter:
De heer Kwint, aan u het woord.
De heer Kwint (SP):
Hartelijk dank. De culturele sector staat in de fik. Om heel eerlijk te
zijn, zijn zij daar niet bepaald de enige in. Toch is er wel iets
bijzonders aan deze sector. Er was hier namelijk al geen vet op de
botten na jaren van bezuinigingen, flexibilisering, optreden voor een
kratje bier en opdrachten die vooral betaald lijken te worden in
exposure en aandacht, terwijl je daar noch je huur, noch je boodschappen
mee kunt betalen. Die hebben het bestaan zeer onzeker gemaakt, zeker
voor makers in de culturele sector, en toen kwam deze crisis er nog een
keer overheen. Zo ongeveer alles werd verboden. Theaters, bioscopen,
muziekscholen, festivals, galerieën, poppodia, alles ging dicht. Juist
in deze crisis merken we de waarde van cultuur, ik in ieder geval wel.
Ik merk dat hoe langer het duurt, hoe meer ik ernaar uitkijk om
eindelijk weer eens gewoon naar een concertje te kunnen met een aantal
mensen, in plaats van voor de zoveelste keer en livevideo in mijn eentje
thuis terug te kijken. Ik merk dat ik daar niet de enige in ben. Meer
dan ooit zien mensen de meerwaarde van iets wat misschien wel al te vaak
als een gegeven werd beschouwd.
Al tijdens een van de eerste debatten over corona werd er gevraagd om
een specifiek steunpakket voor de culturele sector, ere wie ere toekomt:
door D66. Dat voorstel werd door een groot deel van de Kamer gesteund.
Er werd ook specifiek aandacht gevraagd voor de makers in deze sector.
Wij zijn natuurlijk blij dat er een steunpakket ligt, maar wij geloven
niet dat dit in de kern de grootste problemen aanpakt. Ja, natuurlijk,
niemand wil het Rijksmuseum of een andere grote instelling kwijtraken,
maar het lijkt ons niet in balans als van die 300 miljoen, een fractie
van de nu al opgelopen schade, bijna alles naar de grootste instellingen
gaat. Dat lijkt ons ook niet in balans gezien wat de Kamer aan het
kabinet gevraagd heeft, namelijk specifieke aandacht voor de rol van
makers in het pakket voor de culturele sector.
De minister zegt dan, in de geest van de oude trickle-downdoctrines uit
de jaren tachtig: als het goed gaat met de grote instellingen, krijgen
ook de kleine zelfstandigen uiteindelijk meer werk. Dat bestrijd ik, in
ieder geval het automatisme waarmee dat gezegd wordt. Het omgekeerde
lijkt ons logischer. Wat is de garantie voor florerende topinstellingen
in de toekomst? Nieuw talent, jonge makers die de museummuren,
dansvloeren, galerieruimtes en poppodia van de toekomst gaan
vullen.
Verjongen en verbreden was tot nu toe een van de voornaamste
doelstellingen van het cultuurbeleid van de minister. Over de manier
waarop dat wordt uitgevoerd, hebben we regelmatig gedebatteerd. Als zij
nu zelf naar dit plan kijkt, in hoeverre gaat dat dan uit van een van
die pijlers onder haar cultuurbeleid: verjongen en verbreden? Volgens
ons blijft daar vrij weinig van over, want makers krijgen meer steun van
Netflix dan van dit steunpakket.
Waar bijvoorbeeld de monumentensector tot nu toe 50 miljoen krijgt, en
dat is ze gegund, waarmee naar hun eigen zeggen de opgelopen schade
volledig vergoed wordt, moeten kleine theaters, gezelschappen, poppodia
en makers het met een stuk minder stellen. En dan komen die makers dus
zelf met voorstellen, zoals meneer Van den Berge ook zei, bijvoorbeeld
de suggestie om de aanschaf van cultuur te belonen met een
belastingkorting voor de kopers, als een soort culturele anbi, maar dan
voor makers in plaats van voor grote instellingen. Wat vindt de minister
daarvan?
En wat vindt zij van onze suggestie om ten minste tijdelijk iets van de
oude inkomensondersteuning via de Wwik te herstellen? Een van de redenen
waarom die regeling relatief goed werkte, was dat het voor artiesten die
veel geld verdienden, een lening werd en zij een deel ervan terug
moesten betalen. Met relatief weinig geld werden heel erg veel makers
door een moeilijke tijd heen geholpen. Tegelijkertijd hadden zij de
mogelijkheid om aan nieuw werk te blijven schrijven, schilderen of
beeldhouwen.
Ik zei het al: het zijn de makers die er heel bekaaid afkomen. Waar de
culturele sector werk biedt aan een veelvoud van de mensen in de
sierteeltsector, krijgt die laatste een dubbel zo groot steunpakket van
dit kabinet, terwijl die niet eens gesloten is. Terwijl een
luchtvaartmaatschappij die keer op keer niet snapt dat dit misschien
niet de tijd is om over topinkomens te praten, miljarden krijgt, dreigen
kleine podia, oefenruimtes, zelfstandigen en bedrijven die al onze
festivals faciliteren, failliet te gaan. Hoe denkt de minister dat onze
festivals uiteindelijk weer van start kunnen gaan als er niemand is om
de podia te bouwen, het licht op te hangen, het geluid te regelen? Is er
ook oog voor deze bedrijven?
Deelt zij de mening van de SP dat ook de kermissen nu onder druk staan
en dreigen te verdwijnen? Seizoensarbeid bij uitstek, net als de
festivals overigens. Dit zijn de maanden waarin zij hun geld verdienen
en ondertussen staat hun inkomen totaal op nul; geen bescheiden
vraaguitval maar nul, niks. Ook zij verdienen onze steun.
En, het zal u niet verbazen, een pleidooi voor het belang van de
popsector. Dat is een sector die nu ten onder dreigt te gaan aan zijn
eigen succes. Traditioneel is dit een sector die maar een zeer
bescheiden subsidie vraagt en een nog veel kleiner bedrag krijgt, een
sector die precies doet wat opeenvolgende kabinetten hebben gevraagd,
namelijk zelf de broek ophouden en zo veel mogelijk eigen inkomsten. Het
is ook een sector die nu helemaal niks heeft: niet of nauwelijks
subsidie, podia dicht, oefenruimtes dicht, festivals afgezegd. Zalen
verschuiven hun concerten, maar het is nog maar de vraag of zij er
volgend jaar nog zijn. De bijzondere infrastructuur die in jaren of in
decennia is opgebouwd, staat onder druk en dreigt onherstelbare schade
op te lopen. Wat doet de minister om onze popcultuur te beschermen?
Zoals de minister heeft kunnen zien, heb ik samen met de collega's van
GroenLinks, de Partij van de Arbeid en de Partij voor de Dieren een
amendement ingediend om het noodpakket niet te vervangen maar wel uit te
breiden, omdat juist de sectoren die ik hierboven genoemd heb, daarmee
de steun kunnen krijgen die ze wat ons betreft verdienen, zodat we over
een paar maanden niet alleen deze crisis te boven zijn maar we er ook
niet mee geconfronteerd worden dat we dan alsnog niet naar onze
favoriete musea, dansvoorstellingen, kermissen of punkconcerten
kunnen.
Ten slotte. Bij alles wat we hier bespreken, mogen we niet vergeten wat
dit virus primair is, een levensbedreigende aandoening voor heel veel
kwetsbare mensen. Veel meer kwetsbaren dan anders overlijden
tegenwoordig. Om dat zo veel mogelijk in te perken, nemen we al deze
maatregelen maar ik moet zeggen dat ik prima zonder had gekund. Mijn
leven beviel mij prima toen ik nog niet wist wat oversterfte was. De
grote tragiek momenteel is dat heel veel nabestaanden in hun verdriet
moeten kiezen wie er wel en niet bij een uitvaart aanwezig mag zijn. Een
onmogelijke keuze en volgens mij een keuze waar de culturele sector een
klein beetje bij kan helpen. Ik sprak een ondernemer in de muziek met
een zieke vrouw die hier nu al over moet nadenken. Het poppodium bij hem
in de buurt zou bereid zijn om de deuren te openen mocht het tot een
begrafenis moeten komen, wat helaas niet helemaal denkbeeldig is. Maar
kan dat niet op meer plekken? Theaters en podia zijn nu leeg, zijn
gespecialiseerd in de omgang met grote groepen mensen en hebben relatief
veel ruimte. Zouden zij daarmee niet voor de nabestaanden een aantal
onmogelijke keuzes kunnen wegnemen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Belhaj van D66.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, dank. Kunst en cultuur biedt houvast in tijden van
onzekerheid. Daarom is het extra wrang dat juist in de huidige onzekere
tijd er voor de culturele sector nauwelijks houvast is. De impact van de
crisis is enorm. Normaal gesproken is kunst en cultuur verantwoordelijk
voor een aandeel van 4,5% van de totale werkgelegenheid, maar ligt nu
een groot deel daarvan op z'n gat. Kunsten '92 berekende dat tot 1 juni
al 969 miljoen euro aan schade wordt geleden. Het culturele hoogseizoen
in het voorjaar waar normaal gesproken ook de buffers voor de rest van
het jaar worden opgebouwd, verloopt nu onopgemerkt. Het is pijnlijk,
heel pijnlijk.
Voorzitter. Gelukkig neemt het kabinet maatregelen en D66 is daar blij
mee. De sector kan aanspraak maken op generieke maatregelen, zoals
inkomenssteun voor zzp'ers, en afgelopen vrijdag werd daarnaast bekend
dat het urencriterium wordt versoepeld en dat ook seizoenswerkers onder
de regeling vallen. Ook dat is goed. Huren worden uitgesteld.
Subsidieregels worden versoepeld. Daarbovenop dus een extra steunpakket
van 300 miljoen euro. Daarmee was de culturele sector een van de eerste
sectoren die een apart steunpakket kregen. D66 waardeert deze inzet,
want de sector heeft dit hard nodig. Mijn vraag is wel: kan de minister
toelichten of zij al beter weet hoe dit geld precies verdeeld gaat
worden en kan zij toezeggen dat zodra zij dit duidelijk heeft, zij de
Kamer daarover zal informeren?
Voorzitter. Ondanks dit mooie steunpakket zullen we het met z'n allen
eens zijn dat hiermee niet direct alle problemen zijn opgelost. Ik zie
specifiek een vijftal punten, problemen maar wellicht ook wat
kansen.
Allereerst de gemeenten en de problematiek bij de podia. Ondanks die 300
miljoen euro van het Rijk maken gemeenten zich nog veel zorgen om hun
instellingen. Veel kwalitatief hoogstaand cultuuraanbod in gemeenten
zoals schouwburgen en poppodia voelen het steeds meer knellen. Zonder
extra hulp zal een deel van hen deze crisis niet overleven. Toen de
minister voor de rijksmusea de huren opschortte, deed zij een oproep aan
gemeenten en provincies dit voorbeeld te volgen. Is dit ook gebeurd en
zijn gemeenten hier wel voldoende toe in staat? Kan de minister aangeven
in welke mate het kwijtschelden van de huren die zij opgeschort heeft,
ook onderdeel kan zijn van een nader pakket om de sector te ondersteunen
en uiteindelijk wellicht te streven naar het kwijtschelden van deze
huren? Is de minister het met mij eens dat gemeenten en interstedelijke
regio's ook een rol moeten hebben bij de verdeling van de middelen,
aangezien zij het beste zicht hebben op wat waar nodig is? In mijn
gesprekken met wethouders en instellingen uiten zij hun zorgen over het
wie-het-eerst-komt-wie-het-eerst-maaltprincipe bij de verdeling van de
middelen. Mijn collega's refereerden daar ook al aan. Mijn vraag is of
de minister bereid is om in plaats hiervan het criterium te hanteren van
een deadline waarbij iedereen een indiening kan doen. Welke extra steun
kan er vanuit de provincies geboden worden?
Voorzitter. Het kabinet brengt daarnaast met medeoverheden de financiële
gevolgen van de crisis in kaart. Het is van belang dat de problemen
binnen de culturele en creatieve sector binnen deze regiegroep worden
geagendeerd. Is de minister bereid hiervoor te zorgen?
Voorzitter. Dat we met z'n allen niet meer naar het theater kunnen,
betekent niet dat we helemaal niets kunnen doen om kunst te stimuleren.
Op dit moment hebben we de Geefwet, die onder andere het investeren in
culturele anbi's fiscaal aantrekkelijk maakt. Daarnaast zijn — heel mooi
en activistisch — verschillende kunstenaars en artiesten een petitie
gestart voor aanvullende fiscale maatregelen. Door investeren in kunst
aantrekkelijker te maken wordt de sector gestimuleerd; dit helpt hen de
crisis door te komen. Mijn vraag is: wat vindt de minister van dit idee?
Is zij bereid om met haar collega Vijlbrief naar de mogelijkheden te
kijken in een mogelijk aanvullend economisch pakket? Ook zou ik haar
specifiek willen vragen of ze dan wil kijken naar de huidige Geefwet
voor culturele organisaties en of het mogelijk is de
vermenigvuldigingsfactor te verhogen voor degenen die doneren. Is de
minister bereid om in de tussentijd een campagne te starten om meer
mensen bekend te maken met de mogelijkheid om te doneren onder goede
fiscale voorwaarden?
Als we het toch hebben over investeren in kunst: de Koninklijke
Nederlandse Horeca heeft een website gelanceerd, www.helpdehoreca.nl,
waar mensen een tegoedbon voor hun favoriete horecagelegenheid kunnen
kopen. Dit is een uitstekend idee, natuurlijk juist ook voor de
culturele sector. Kan de minister toezeggen dat zij dit in de gesprekken
die ze met de sector heeft, zal voorstellen? En wil ze de sector
ondersteunen door één website te creëren met daarop al het aanbod, waar
mensen deze bonnen zouden kunnen kopen? Wellicht ga je dan niet morgen
naar het theater, maar koop je nu al wel een bon voor je favoriete
theater, museum of wat dan ook, of doe je zo'n bon cadeau aan iemand,
zodat dat kan helpen.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat: de heer Kwint heeft een vraag.
De heer Kwint (SP):
Volgens mij hebben wij een hele succesvolle publiekscampagne voor de
mogelijkheden om te investeren in kunst en cultuur, namelijk de
belastingaangifte. Daarin moet elke Nederlander aanvinken of hij wel of
niet iets heeft gegeven aan een anbi. Ik ben er heel erg voor om mensen
daar nog meer van op de hoogte te stellen, maar ik vraag me af of je met
zo'n campagne meer mensen kunt bereiken dan met de belastingaangifte.
Dat gezegd hebbende, is mijn vraag: heeft het niet iets geks dat wij nu
300 miljoen uittrekken voor het redden van instellingen, maar dat wij
het overeind houden van makers eigenlijk aan het particulier initiatief
willen overlaten? Hoe weegt D66 in die zin de balans in het
ondersteuningspakket zoals dat hier ligt?
Mevrouw Belhaj (D66):
Dat waren — heel goed — meerdere vragen ineen. Ik heb goed geluisterd
naar wat u heeft gezegd, maar de afgelopen vier weken heb ik van
allerlei mensen die ik gesproken heb in het hele land, ook veel geluiden
gehoord waaruit al heel snel duidelijk werd dat er zowel bij Sociale
Zaken als bij Economische Zaken wel maatregelen lagen binnen bestaande
kaders, maar dat die eigenlijk totaal geen aansluiting boden met de
culturele sector. Dat is heel spijtig, want daardoor heeft het best lang
geduurd en is het best frustrerend geworden. Ik denk dat er op een
aantal onderdelen goede aanvullende maatregelen zijn getroffen, maar ik
weet niet of dit bedrag van 300 miljoen — ik denk dat de minister
antwoord moet geven op de vraag hoe zij de verdeling daarvan voor zich
ziet —nu helemaal terecht gaat komen bij de makers. Dat is mij nu niet
duidelijk, maar ik begrijp de oproep. Maar ik zie aan de heer Kwint dat
ik wellicht een verkeerd antwoord heb gegeven op de vraag waarvan ik
dacht dat hij die stelde.
De heer Kwint (SP):
Nou, ik wil hier niet als een schoolmeester cijfers gaan geven voor de
antwoorden van D66. Dat mag u zelf doen. Waar het mij om gaat — in die
zin is het wel degelijk een deel van een antwoord op mijn vraag — is de
balans tussen instelling en maker in dit pakket. Er zijn twee dingen.
Eén is de totale omvang van het pakket. U zegt terecht al: Kunsten '92
rekent ons voor dat de schade tot dit moment grosso modo al richting een
miljard gaat. Daar komt nog een verloren zomer bij, als het een beetje
tegenzit; voor een hele hoop sectoren lijkt dat al zeker. Daarnaast
worden bijvoorbeeld juist de kleinere gezelschappen in dit pakket
helemaal overgeslagen. Die moeten hopen dat ze bijvoorbeeld een
regionaal cruciale functie krijgen, terwijl voor een hele hoop van die
gezelschappen de kans dat ze die functie toegewezen zullen krijgen,
nihil is. Daarmee wordt dus de hele keten en ontwikkeling van talenten
beschadigd, of in ieder geval niet overeind gehouden. Deelt D66 dat wij
ook voor die basis moeten gaan staan, dat we er ook voor moeten zorgen
dat in de toekomst nieuwe jonge mensen nog nieuwe mooie dingen gaan
maken aan al die mooie topinstellingen die wij hebben?
Mevrouw Belhaj (D66):
Dat ben ik helemaal eens met de heer Kwint. Ik denk daarom dat het goed
is als de minister straks nog iets zegt over de mate waarin het kabinet
erover nadenkt om wat breder iets te doen voor alle gemeentes in het
land. Want je ziet vaak dat de kleinere instellingen overeind moeten
worden gehouden door de gemeentes. Die moeten ook al die podia overeind
houden en moeten allerlei aanvullende maatregelen, ook sociale
maatregelen, nemen. Ik hoop dus eigenlijk een beetje dat de gesprekken
tussen de VNG en het IPO maar ook het kabinet zo goed kunnen verlopen
dat gemeentes meer lucht krijgen om uiteindelijk ook die kleinere
instellingen overeind te houden.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ook ik heb een vraag over de creatieve makers, want eerder hebben onze
fractieleiders de heer Jetten, de heer Klaver en volgens mij zelfs ook
de heer Asscher, die hier zelf ook zit, samen met anderen een motie
ingediend voor een steunpakket voor de culturele sector, met ook veel
aandacht voor de vele zzp'ers en freelancers. Mevrouw Belhaj geeft
terecht aan dat er in de tussentijd in de generieke maatregelen wel iets
is gedaan om daar meer creatieve makers onder te laten vallen, maar toch
horen we vanuit de sector nog steeds dat heel veel creatieve makers,
zzp'ers en freelancers daarbuiten vallen. Zou het niet een idee zijn om
nu aan de minister te vragen om in kaart te brengen hoeveel makers
buiten de generieke maatregelen vallen en om, voor zover het niet
mogelijk is om ze er alsnog onder te laten vallen, toch met een
specifiek noodfonds voor die doelgroep te komen?
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik vind dat een interessante gedachte. Toen het eerste economische
pakket werd gepresenteerd en ik gebeld werd door allerlei mensen in het
land — grote instellingen, kleine instellingen, acteurs, dus van alles —
werd mij inderdaad duidelijk dat veel bestaande maatregelen gewoon geen
aansluiting boden. Er is wel een hoop gebeurd en de PvdA heeft
natuurlijk ook nog een aanvullende, in de Kamer breed ondersteunde motie
ingediend om nog eens specifiek te kijken naar de mensen die tussen wal
en schip vallen. Ik had in mijn spreektekst de vraag hoe het staat met
de uitvoering van die motie; die vraag heb ik bij dezen dus meteen
gesteld. Maar ik ben het ermee eens dat er nog veel moet gebeuren om te
zorgen dat we niet alleen bezig zijn met het overeind houden van de
instellingen terwijl er straks geen mensen meer zijn die in de
instellingen hun werk kunnen doen of terwijl mensen zo langdurig hun
werk niet meer kunnen doen dat ze gedwongen worden om andere
werkzaamheden uit te gaan voeren. Dan verlies je gewoon een enorm
creatief kapitaal in Nederland, dat niet meer zo snel op te bouwen is,
ook los van de persoonlijke tragedie die dit voor veel mensen met zich
meebrengt.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik proef in het antwoord van mevrouw Belhaj ruimte voor samenwerking.
Dat is dus mooi. Het voorstel aan de minister over de Geefwet vind ik
een mooi voorstel, maar volgens mij gaat het dan vooral om de
anbigeregistreerde instellingen. Zouden we daar niet de vraag aan de
minister aan moeten toevoegen of zij wil kijken of het mogelijk is om
ook creatieve makers zelf — de kleine zzp'er, de kleine kunstenaar — op
de ene of andere manier op een laagdrempelige wijze toch voor zo'n
anbistatus in aanmerking te laten komen, zodat het voor particulieren
die nu investeren in kunst en cultuur, in ieder geval mogelijk wordt om
dat van de inkomstenbelasting af te trekken?
Mevrouw Belhaj (D66):
Die vraag heb ik gesteld aan de minister. Het is fantastisch hoeveel
energie er is vrijgekomen van allerlei creatieve ondernemende mensen,
die zeiden: het is goed dat jullie spreken over subsidie, maar het is
ook heel goed als jullie ervoor zorgen dat wij gewoon betaald kunnen
blijven worden voor datgene wat we het liefst doen. Ik zou graag willen
dat deze minister in ieder geval met de staatssecretaris van Financiën,
de heer Vijlbrief, het gesprek aangaat om te zoeken naar mogelijkheden
die er zijn, zowel in fiscale maatregelen als — indien dat kan — op het
punt van de anbistatus.
De voorzitter:
U was nog niet aan het einde van het betoog. Of wel?
Mevrouw Belhaj (D66):
Nee, gelukkig nog niet.
Voorzitter. Er is net al gesproken over de vrije sector. D66 maakt zich
zorgen over het niet gesubsidieerde deel van de sector, in de wetenschap
dat er een hoog hybride niveau is, ook bij gesubsidieerde instellingen
die in hoge mate eigen inkomsten hebben. De aanvullende maatregelen van
het kabinet komen nauwelijks terecht bij deze tak van de sector,
ironisch gezien juist omdat ze al weinig subsidie kregen. Deze tak zou
daarom beter in gesprek moeten gaan met Economische Zaken. Is de
minister bereid daarbij een faciliterende rol te spelen?
Voorzitter. Daarnaast maak ik me zorgen over de makers in de vrije
sector, waar we het net al over hadden. Ook zij krijgen harde klappen
door de crisis. Welke mogelijkheden ziet de minister om in samenwerking
met haar collega's bij EZK deze tak te ondersteunen en gewoon een goed
plan te maken? Ook de collega's van Sociale Zaken lopen aan tegen de
problemen van met name zzp'ers en tijdelijke arbeidskrachten. Veel van
deze mensen dreigen tussen wal en schip te vallen. Onder andere Kunsten
'92 waarschuwt hiervoor. Gelukkig heeft de Kamer inmiddels een motie
aangenomen die de regering vraagt om tot een regeling te komen voor deze
flexwerkers. Mijn vraag is: zou de minister een update kunnen geven over
hoe het met deze mensen staat?
Tot slot mijn laatste punt. We proberen ondertussen allemaal langzaam
onze blik weer op de toekomst te richten. Een toekomst waarvan niemand
nog weet hoe deze eruit zal gaan zien. Dat maakt voorbereiding erop erg
lastig, maar niet onmogelijk. Instellingen zijn bezig zich aan te passen
aan de anderhalvemetersamenleving. Volle zalen lijken een illusie, maar
met wat creativiteit zou er toch een hoop mogelijk moeten kunnen zijn.
Laat dat nou net een eigenschap zijn die de sector in overvloed heeft.
Mijn vraag aan de minister is, of zij bereid is het gesprek hierover met
de sector te blijven voeren en mee te denken, en IPO en VNG hierbij te
betrekken.
Waar de sector wellicht het meest mee geholpen is, is het versoepelen
van maatregelen. Zoals we weten, is dat een hele ingewikkelde exercitie.
Maar misschien ook niet, want musea, bijvoorbeeld, lijken daarvoor erg
geschikt. Zij hebben ervaring met timeslots, crowdmanagement, afstand
bewaren en ze hebben security. Gezien de infrastructuur van de musea
zijn zij wellicht als eersten van de sector in staat om open te gaan en
tegelijkertijd rekening te houden met de afstand van anderhalve meter.
Mijn vraag is: is de minister dit met D66 eens en zou zij daarover eens
in gesprek willen gaan? Misschien is het daarnaast een spannende
exercitie dat je bij bepaalde kunstwerken nu gewoon rustig kunt kijken,
zonder dat je je hoeft te verdringen. Als je wat kleiner bent, is het af
en toe heel ingewikkeld. Laat ik niet ironisch doen, maar ik denk dat
het echt interessant zou zijn als de musea weer open zouden
kunnen.
Ik zie nu ook op lokaal niveau initiatieven die ervoor pleiten om de
maatregelen die voor jeugd op het gebied van sport gelden ook te laten
gelden voor dansscholen, toneelclubs, kinderkoren en jeugdorkesten,
uiteraard volgens dezelfde criteria als voor de buitensporten. Dat is
een oproep die D66 van harte omarmt. Mijn vraag is dan ook: wil de
minister gemeenten stimuleren om hetzelfde te doen?
Voorzitter, ik weet niet hoeveel spreektijd ik nog heb. Eén minuut? Dat
is perfect. Ik rond dan ook af. Er zijn veel maatregelen genomen om de
sector te ondersteunen. Of het voldoende is, weten we nog niet helemaal,
maar wat D66 betreft is het helder: als er meer nodig is, doen we dat.
Daar zal D66 zich voor blijven inzetten.
Misschien had ik het in het begin moeten zeggen: thuiswerken als
Kamerlid vindt gewoon plaats. Het was af en toe hartverwarmend, maar ook
hartverscheurend, om zo veel mensen uit de culturele sector te spreken
en te horen hoe ze ermee zitten. Ze maken zich zorgen over hun
personeel. Ze maken zich zorgen over wat ze hebben opgebouwd. Ze maken
zich zorgen of de samenleving echt genoeg ziet dat de culturele sector
het net zo goed verdient als alle andere sectoren om serieus genomen te
worden en erkend te worden in de positie die de sector in Nederland
heeft. Laten we er alsjeblieft voor waken dat er na de coronacrisis nog
iets is om voor naar buiten toe te willen.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Van Raan.
De heer Van Raan (PvdD):
Wij hebben hier een debat over algemene steunmaatregelen. Ik zou toch de
volgende vraag aan het D66-Kamerlid willen stellen. We hebben een
VVD-minister van Economische Zaken, die bij het treffen van maatregelen
op zijn dossier altijd kijkt naar kosteneffectiviteit, naar "rendement
per euro" — een gevleugeld woord van de heer Wiebes — aan de ene kant.
Aan de andere kant hebben we een CDA-minister van Financiën, die een
sector ten koste van alles wil redden. Ik hoor dat ook geëchood in de
woorden van CDA-Kamerlid mevrouw Geluk-Poortvliet, namelijk dat de
culturele sector door de crisis heen geleid moet worden. Ik hoorde haar
dat zeggen. Nu heb ik de volgende vraag aan het D66-Kamerlid. U zei het
net zelf: de werkgelegenheid in de culturele sector is ongeveer vier
keer zo groot als in de luchtvaartsector. De bijdrage aan het bnp van de
luchtvaartsector en de culturele sector verschilt met een factor drie.
De steunmaatregelen voor de luchtvaartsector lopen op tot 3 miljard,
terwijl die voor de culturele sector ongeveer 10% daarvan bedragen. Nou
kan het niet alle twee tegelijkertijd waar zijn: je geeft het geld uit
waar het het meeste effect heeft — dat zou de culturele sector zijn — en
dat je alles op alles zet om een sector te redden ter waarde van 3 tot 4
miljard. Hoe staat D66 hier nou in? Gaat er dan niet veel te weinig naar
de culturele sector?
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik begrijp de tegenstelling; ik heb 'm ook vaker gehoord. Zelf probeer
ik er eigenlijk van weg te blijven, omdat het een gebed zonder einde is.
De luchtvaartsector is een andere sector dan de culturele sector. Ik
besteed liever mijn energie en mijn focus om te zorgen dat we datgene
wat nodig is met elkaar realiseren. Ik maak liever geen vergelijking in
de zin van: het is eigenlijk niet eerlijk, want de aardappeltelers
krijgen zoveel en hoe belangrijk is friet. Dan kom je er niet, dat is
althans niet mijn manier van politiek bedrijven. Ik begrijp het signaal
van de Partij voor de Dieren, maar ik denk dat het beter is om de
energie te blijven inzetten om uit te leggen waarom het noodzakelijk is
om alles te doen voor de culturele sector om ervoor te zorgen dat ze
overeind blijven en straks ook gewoon weer door kunnen.
De heer Van Raan (PvdD):
Dat is een buitengewoon laf antwoord, als ik het zo mag stellen. Mevrouw
Belhaj blijft weg bij vergelijkingen. Er wordt steeds gezegd: we kunnen
de euro maar één keer uitgeven. Ik ben er blij mee dat mevrouw Belhaj
zegt dat we alles moeten doen om de culturele sector overeind te houden.
Dat is fijn. Het is fijn dat dat gemarkeerd is. Maar met de reactie dat
ze wil wegblijven bij dit soort discussies doet zij tekort aan haar rol
als volksvertegenwoordiger. Dank u wel.
Mevrouw Belhaj (D66):
Nou, niet graag gedaan. Ik sta volgens mij niet bekend als een laf
persoon. Als je in een coalitie zit, wat ik de Partij voor de Dieren
zeker ook gun, ben je niet zo dominant dat je kunt zeggen: we gaan het
allemaal doen zoals wij het willen. Er zijn andere politieke partijen
die andere zaken belangrijker vinden en die andere kiezers belangrijker
vinden en die andere economische sectoren belangrijker vinden. Het
allerbelangrijkste wat je kunt doen, is je te focussen op datgene wat je
zelf wilt bereiken. Dat betekent in dit geval in deze crisis dat er een
aantal onderwerpen zijn waar D66 zich hard voor maakt en waar
uiteindelijk het kabinet ook mee naar buiten komt. Dat is niet laf, dat
is ongelofelijk geduldig zijn, dat is ongelofelijk hard werken, dat is
ongelofelijk vitaal en flexibel blijven om te zorgen dat je uiteindelijk
voor elkaar krijgt wat nodig is. Laat ik positief eindigen: ik hoop dat
ik het misverstand bij de Partij voor de Dieren nu weggenomen heb.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Asscher van de PvdA.
De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. "Deze sector is als een dominosteen. Als hij omvalt, dan
vallen er talloze andere om. Dat betekent dat de sector gered moet
worden, whatever it takes." De vraag is: welke minister zei dit over
welke sector? Het antwoord is: het was niet minister Van Engelshoven
over de cultuur. Maar het is wel waar voor de cultuur.
Voorzitter. Onze manier van leven staat onder druk. We offeren onze
vrijheid op, de musea zijn dicht, de podia zijn dicht. En dat doen we
uit solidariteit. Dat doen we om elkaar te beschermen tegen dat virus,
om elkaar te redden. Maar de vraag is: hoe ziet onze wereld er straks,
na corona, uit? Als we niet oppassen, is die wereld armer, ongelijker en
schraler. Nederland kent een ongelofelijk rijke infrastructuur aan kunst
en cultuur. Maar die rijkdom is op dit moment gebaseerd op onderbetaling
aan de makers en onzekerheid over de toekomst. Dat betekent dat we nu
meer zullen moeten doen. Deze crisis dreigt de infrastructuur zelf weg
te spoelen. Podia, toneelgezelschappen, producenten, musea, klein en
groot, maar ook een onafzienbare reeks makers uit de cultuur en de
creatieve sector, gaan het op deze manier niet redden.
Mijn pleidooi is dat we het daar niet bij laten zitten. En dat betekent
dat er meer nodig is dan het kabinet nu gedaan heeft. Het economisch
belang van de cultuur is evident. Het is door alle Kamerleden aangegeven
met percentages van het bnp erbij. Maar het belang van de cultuur voor
de samenleving is nog veel groter: empathie, troost, creativiteit,
inspiratie, verbeeldingskracht. Dat is precies wat we nodig hebben, niet
alleen om de huidige crisis te overleven, maar ook om het land vorm te
geven als we er weer uit willen komen.
Daarom is een veel ambitieuzer reddingsplan nodig voor de culturele
sector. Dat zou moeten bestaan uit de volgende onderdelen. Een, een
grote investering in de infrastructuur zelf, via het Rijk, maar ook via
gemeenten en provincies. Twee, een seizoensregeling van toepassing
verklaren, niet alleen op de aardappelen en de sierteelt, maar net zo
goed op de cultuurseizoensgebonden activiteiten. Drie, een faciliteit
die juist die instellingen helpt die nu tussen wal en schip vallen. En
vier, span een vangnet voor de makers die er nu doorheen vallen. We
kennen de voorbeelden. Twee makers die als zelfstandigen op hetzelfde
adres werken en nu samen van één uitkering op het niveau van de bijstand
zullen moeten rondkomen. Dat kan echt niet!
Maar, voorzitter, de Partij van de Arbeid is ook altijd streng als het
gaat om het bieden van steun aan een sector. Laten we dus ook de
criteria even langslopen, die daarop van toepassing zijn. Een, is het
niet tijd voor een loonoffer? Nou, in deze sector worden al jaren
loonoffers gebracht. Twee, betalen de aandeelhouders eigenlijk wel mee?
Nou, de aandeelhouders van de culturele sector, dat zijn wij allemaal en
wat mij betreft betalen we er dus ook aan mee. Drie, hoe is het geregeld
met de bonussen in deze sector? In deze sector is het een bonus als er
een toegift kan worden gespeeld voor het publiek, precies waar mensen
naar snakken. En vier, is er ook nog een maatschappelijke
verantwoordelijkheid, is er buiten de economische activiteit ook nog een
betekenis voor de samenleving? Volgens mij is dat het moment om
Churchill te citeren, hoewel hij het niet echt gezegd schijnt te hebben,
maar ik vind het zonde om ons daardoor te laten afleiden. Hij kreeg in
de oorlog de vraag voorgelegd: "Prime minister, moeten wij niet gaan
bezuinigen op de cultuur om onze oorlogsinspanning te financieren?"
Waarop hij gezegd zou hebben: "Then what are we fighting for?" Als er
nou iets is wat je juist wel weer terug wilt zien na die coronacrisis,
dan is het een bloeiende culturele sector waar je met z'n allen van kan
gaan genieten, waardoor je de mooie dingen weer kan vieren met
elkaar.
Voorzitter. Er moet een beter reddingsplan komen voor de cultuursector.
We moeten ons niet beperken door van de ene regeling naar de andere te
pingpongen. De Kamer heeft al aangegeven — de motie-Asscher/Dijkhoff,
samen met de VVD — dat na het eerste steunpakket gekeken moet worden
welke kleine instellingen en welke werkenden meer steun nodig hebben.
Maak daar gebruik van!
Dan heb ik nog een aantal aanvullende vragen. Kan de minister ingaan op
de eventuele rol van de bibliotheken als de samenleving weer opengaat?
Twee, waarom vallen topmusici niet onder de topsportregeling? Die moeten
ook repeteren en oefenen. Drie, hoe zit het met muziekles. Daar waar het
voor kinderen belangrijk is om weer te kunnen bewegen, waarom zou
muziekles binnen de grenzen van het RIVM niet mogelijk gemaakt kunnen
worden? Vier, welke activiteiten onderneemt de minister om de musea te
redden? En vijf, is de minister bereid om juist die seizoenseffecten
nader in beeld te brengen? Want veel culturele instellingen hebben het
gevoel dat ze nul op het rekest krijgen op hun pleidooi op dat
punt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Dik-Faber van de
ChristenUnie.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. De coronacrisis raakt velen in ons land. Ik denk
aan de mensen die werkzaam zijn in de zorg, aan opa's en oma's die hun
kleinkinderen niet meer kunnen zien, aan mensen die vrezen voor hun baan
of het voortbestaan van hun bedrijf.
Voorzitter. Ook de culturele sector wordt hard getroffen door de
coronacrisis. Theateruitvoeringen, concerten, bioscoopfilms,
cultuureducatie, de wekelijkse pianorepetitie: het is allemaal
stilgelegd. Daarmee raakt dit ons eigenlijk allemaal, cultuurmakers,
maar ook bezoekers en beoefenaars van de kunsten. We hopen natuurlijk
allemaal van harte dat er een moment komt dat de musea weer open kunnen
en dat we weer kunnen genieten van al die andere mooie dingen. De
initiatieven die er zijn, ook vanuit de culturele sector, om mensen
langs digitale weg te bereiken, zijn hartverwarmend. Ik heb zelf ook
genoten van de voorstelling van dansers die vanuit thuis per
videoverbinding laten zien hoe zij dansen. Ik heb genoten van het
concert vanuit huiskamers en van een digitaal inkijkje in musea.
Intussen zijn het wel zorgelijke tijden. Het is goed dat de minister met
maatregelen is gekomen om de culturele sector te ondersteunen, eerst het
brede pakket aan overheidssteun, daarna nog een specifieke regeling voor
de culturele sector. Met een bedrag van 300 miljoen wordt vooral de
culturele infrastructuur in stand gehouden. De ChristenUnie
onderschrijft deze keuze van de minister. Juist door instellingen in de
culturele infrastructuur te ondersteunen, zorgen wij ervoor dat deze
overeind blijft staan en dat de cultuurmakers straks weer bij deze
cultuurinstellingen aan de slag kunnen gaan.
Mijn fractie heeft nog wel een aantal vragen aan de minister, allereerst
over de positie van de makers van cultuur. Zzp'ers en mensen met
tijdelijke contracten komen in deze crisis vaak aan de kant te staan en
juist in de cultuursector zijn er veel flexibele contracten. Heeft de
minister in beeld hoe veel mensen nu toch nog tussen de regelingen door
vallen? Hoe verlopen haar gesprekken hierover met het culturele veld?
Het kan niet de bedoeling zijn dat we straks de instellingen overheid
hebben gehouden, maar de makers noodgedwongen hun heil ergens anders
moesten zoeken.
Ik wil ook graag inzoomen op de positie van de vrije sector, zoals die
van veel theaterproducenten. Is de minister van mening dat de generieke
regelingen die het kabinet tot 1 juni heeft ingesteld, ook geschikt zijn
voor de vrije producenten? Hoe kunnen de instrumenten na 1 juni, wanneer
ze specifieker en gerichter zullen worden, ook geschikt worden gemaakt
voor de specifieke kenmerken van de cultuursector?
Een deel van het geld is bestemd voor de regionale culturele
infrastructuur.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat op dit punt heeft de heer Kwint een vraag.
De heer Kwint (SP):
Ja, over de eerste vraag die mevrouw Dik-Faber stelde. Ze zei: het kan
niet zo zijn dat wij straks de grote instellingen gered hebben, maar dat
de makers er karig vanaf komen. Toch is dat precies wat er nu dreigt te
gebeuren. Mijn vraag zou dus eigenlijk omgekeerd zijn: wat gaan we doen
om dat te voorkomen?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel voor de vraag. Ik heb aan de minister gevraagd of zij een
beeld heeft van om welke groepen het nu precies gaat. Ik wil ook heel
graag weten hoe groot die groep is. We hebben nu met elkaar een
steunpakket in het leven geroepen, maar daarmee wordt niet iedereen
bereikt. Daar is mijn mailbox van overgelopen, waarschijnlijk van die
van de heer Kwint ook en waarschijnlijk die van ons allemaal. Daarom is
mijn vraag aan de minister welke mogelijkheden er zijn om een eventueel
vervolgpakket beter te richten, zodat het ook voor deze mensen in de
culturele sector de noodzakelijke ondersteuning biedt.
De heer Kwint (SP):
Volgens mij is het relatief overzichtelijk. Neem het voorbeeld van twee
zzp'ers op één huisadres. Het gaat sowieso om zelfstandigen die
weliswaar, zelfs als ze in aanmerking komen voor een regeling, eenmalig
€4.000 krijgen, maar van eenmalig €4.000 kan je niet zes maanden leven
als je ook je huur en de boodschappen er nog bij hebt. Dat geldt ook
voor theatergezelschappen die nooit in aanmerking zullen komen voor
bijvoorbeeld een plek in de landelijke basisinfrastructuur. Die krijgen
nu ook geen ondersteuning. Er zijn ook instellingen die wel
ondersteuning krijgen, maar die bijvoorbeeld maar tot 90% van de
loonkosten doorbetaald krijgen terwijl andere kosten doorlopen en er
niks binnenkomt. Als je al die zaken zo op een rij zet, kunnen we toch
niet anders dan constateren dat de balans in dit reddingspakket niet op
orde is?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Mijn conclusie is dat met dit steunpakket ontzettend veel mensen wel
worden geholpen. Een andere conclusie is dat er aanvullend geld
beschikbaar wordt gesteld om de culturele infrastructuur overeind te
houden. Ik denk dat dat ontzettend belangrijk is. De heer Kwint noemt
een aantal situaties die ik op dit moment niet goed kan beoordelen. Als
er één uitkering op één adres terechtkomt, lijkt me dat een
administratieve fout die we met elkaar recht moeten zetten. De heer
Kwint zegt: een steunpakket voor zes maanden, onmogelijk om dat te
overleven. Eens. Het steunpakket is nu voor drie maanden. Daarna komt er
een vervolgregeling en daarvan vraag ik dus of we die
vervolgactiviteiten, die vervolgsteunpakketten, zo kunnen richten dat
die ook voor de culturele sector passend zijn. Dat is waar ik naar wil
kijken. Eerlijkheidshalve vind ik dat het een opdracht is voor ons
allemaal, voor de overheid, voor ondernemers en voor de samenleving, om
de culturele sector overeind te houden. Het is heel goed dat de overheid
daar stappen voor zet, maar we moeten ook eerlijk zijn: we zullen
misschien in the end niet iedereen kunnen bereiken. Daar word ik heel
verdrietig van, maar dat is ook een realiteit. Dus laten we doen wat we
kunnen, het maximale doen wat we kunnen. Ik hoop echt dat we hier samen
kunnen optrekken.
De voorzitter:
Dank wel. Gaat u verder met uw betoog.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ja. Een deel van het geld, 30 miljoen, is bestemd voor de regionale
culturele infrastructuur. Hoe wil de minister ervoor zorgen dat het geld
gelijkelijk over het land verdeeld wordt, dus niet vooral in de Randstad
en ook niet "wie het eerst komt, het eerst maalt". Mijn vraag aan haar
is of zij wil werken met een deadline, zodat alle decentrale overheden
in de gelegenheid worden gesteld om hiervoor in te tekenen en
cofinanciering te regelen. Ik vraag me dan ook af wat de bepaling
"landelijk belang" betekent. Ze heeft het aan de ene kant over de vitale
regionale infrastructuur, maar tegelijkertijd moet er een landelijk
belang gediend worden. Wat mijn fractie betreft staat de vitale
regionale infrastructuur voorop en krijgen decentrale overheden meer
ruimte om hier zelf keuzes in te maken. In de afgelopen jaren hebben we
een bloei van de regionale cultuur gezien en daar moet wat mij betreft
voldoende oog voor zijn. Wil de minister daarom ook regionale spreiding
meenemen in de beoordeling van aanvragen en — ik zei het al — regio's de
ruimte geven om hierin zelf te prioriteren?
Het is de bedoeling dat provincies en gemeenten cofinancieren en het is
goed dat deze afspraak is gemaakt. Tegelijkertijd baart mij dat zorgen.
Veel gemeenten stond het water al aan de lippen voor het coronavirus en
dat zal sinds deze coronacrisis niet veel beter geworden zijn,
integendeel. Hoe verloopt het overleg van de minister met de decentrale
overheden?
De minister heeft de rijksgesubsidieerde musea huuropschorting van drie
maanden toegezegd en hoopt dat decentrale overheden haar voorbeeld
volgen. Ik hoop dat ook, maar ik ben er niet gerust op. Gemeenten hebben
ook zelf een belang, want cultuur is een belangrijk onderdeel van het
vestigingsklimaat. Heeft de minister in beeld hoe provincies en
gemeenten omgaan met de huur van de instellingen die zij binnen hun
grenzen huisvesten?
Voor monumentenzorg wordt de leenfaciliteit via het Nationaal
Restauratiefonds opgehoogd met 50 miljoen. Een goede zaak, want
uitvoering van restauratiewerkzaamheden is heel goed mogelijk met 1,5
meter afstand tot elkaar. Hoe worden monumenteneigenaren verleid om mee
te doen? Ik denk dat het belangrijk is om door te gaan met restauratie,
omdat we anders op de langere termijn de gevolgen hiervan gaan zien.
Daar maak ik me wel zorgen over. Welke investeringen in onderhoud zullen
bijvoorbeeld monumentale kerken niet doen omdat zij de eigen bijdrage
voor de Sim, Subsidieregeling instandhouding monumenten, niet kunnen
opbrengen? Zou de minister hier nog eens naar willen kijken?
Ik was al op weg naar dit debat toen ik nog een mail las van de
Federatie Grote Monumentengemeenten, die hierover ook aan de bel trekt
en een pleidooi houdt — volgens mij terecht — om te kijken, al is het
maar tijdelijk, of de eigen bijdrage voor de Sim omlaag kan: geen 40%
maar 20%. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister.
Het bieden van perspectief aan de culturele sector kan niemand alleen.
De overheid, publieke en private fondsen, het culturele veld zelf maar
ook onze samenleving hebben hierin een verantwoordelijkheid. De vouchers
bieden verlichting, maar wat kan er nog meer? Heeft de minister een
tijdelijke verlichting van de Geefwet overwogen? Dan denk ik niet alleen
aan particulieren, familieleden of vrienden, maar ook aan ondernemers.
Ik krijg veel signalen dat er ondernemers zijn die juist in deze
moeilijke tijd maatschappelijk goed willen doen. Ze willen de
muziekschool in het dorp of het plaatselijke theater financieel steunen.
Kan de schenkingsvrijstelling voor bedrijven tijdelijk — en eerlijk
gezegd wat mijn fractie betreft permanent — worden opgeschroefd?
Schenkingen aan culturele instellingen mogen maar tot maximaal €2.500 in
aftrek worden gebracht op de winst. Dat lijkt mijn fractie belachelijk
weinig. Welke andere manieren ziet de minister voor zich om het publiek
meer te betrekken?
Tot slot wil ik vooruitkijken. Mijn vraag aan de minister is hoe zij de
toekomst van de arbeidsmarkt en de cultuursector ziet. Ik weet dat die
haar aan het hart gaat en dat zij er zelf al grote stappen in gezet
heeft. De huidige crisis maakt duidelijk dat het allemaal toch nog
houtje-touwtje aan elkaar hangt, met allerlei schijnconstructies waarbij
mensen heel korte contractjes krijgen, verloond worden of noodgedwongen
zzp'er zijn. Als mensen twee maanden geen werk hebben, stort de
financiële basis onder hun bestaan in. Daarvan hebben we talloze
verhalen in de mailbox gekregen. Door al die constructies vallen ze ook
buiten de boot bij de noodmaatregelen. Er was net een debatje met de
heer Kwint. Het is al met al een onhoudbare manier van werken. Hoe ziet
de minister dat en hoe gaan we de toekomst in?
Het coronavirus zal nog lang bij ons zijn. Dat betekent dat culturele
instellingen, als zij opengaan, veel minder bezoekersaantallen zullen
ontvangen. Bovendien lijkt het onvermijdelijk dat we in een recessie
terechtkomen, wat ook de bezoekersaantallen zal drukken. Maar ook dan,
en misschien wel juist dan, is cultuur van waarde. Ik roep de minister
dan ook op om met de culturele sector niet alleen te kijken naar het
noodpakket voor deze drie maanden, maar ook naar de toekomst. Een
toekomst waarin we allemaal weer hopen te genieten van al het moois dat
cultuur ons te bieden heeft. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot de heer Van Raan van de Partij voor de
Dieren.
De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Een terecht steunpakket voor de cultuursector,
juist in deze onzekere tijd. We zoeken steun in muziek, beeld en woord
en vinden daarin inspiratie en creativiteit om te onderzoeken hoe we met
alle veranderingen moeten omgaan. De cultuursector is hard geraakt.
Behalve de financiële gevolgen is er ook sprake van een ander verlies,
zoals theatermaakster Marjolijn van Heemstra weergeeft: "het verlies van
het werk zelf, maar ook van de ongespeelde concerten en ongedanste
choreografieën. Corona is het zwarte gat waarin dromen en verhalen
verdwijnen." Daarom mijn eerste vraag. Is de minister van mening dat er
juist in deze onzekere tijden een grotere rol is weggelegd voor de
culturele sector?
Om te begrijpen hoe dit kabinet de cultuursector waardeert, is het goed
om deze steun en waardering eens te vergelijken met hoe het enkele
andere sectoren steunt. Onze minister van Financiën kondigde aan dat hij
alles op alles zou zetten om de KLM door de crisis te loodsen, met
gemiddeld 3 miljard euro, terwijl de cultuursector na jarenlang
bezuinigen wordt afgescheept met slechts 10% daarvan: 300 miljoen. 300
miljoen voor een creatieve, verrijkende en inspirerende sector versus 2
tot 4 miljard voor de vervuilende, adembenemende graaicultuur van de
luchtvaart. Drie keer de bnp-bijdrage ongeveer en vier keer de
werkgelegenheidsbijdrage in het voordeel van de culturele sector. Dat
vindt de Partij voor de Dieren disproportioneel. Daarom hebben wij de
volgende vragen. Is de minister het ermee eens dat de steun voor de
cultuursector disproportioneel te weinig is, gezien zijn waarde voor de
maatschappij, de vele bezuinigingen en de structurele tekorten? Kan de
minister onderbouwen hoe ze tot het bedrag van 300 miljoen is gekomen?
Welke pijnpunten worden hierdoor verholpen en welke blijven onopgelost?
Welk gedeelte van dit bedrag is volgens de minister nodig ten gevolge
van het mislopen van inkomsten van dit seizoen? En welke worden geacht
gereserveerd te zijn voor het volgende seizoen? Is het bedrag in overleg
met de cultuursector overeengekomen, omdat het, gezien de reacties uit
de sector, niet in lijn is met wat men zelf denkt nodig te hebben? Is de
minister bereid om aanvullende maatregelen te nemen wanneer de
intelligente lockdown langer aanhoudt? Hoe verklaart de minister in een
iets andere sector dat voetballers tot €10.000 per maand aan
inkomenssteun kunnen ontvangen wegens stilgelegde competities en mensen
in de cultuursector het met een fractie van dat bedrag moeten doen? Wat
vindt de minister bijvoorbeeld van een verlaging van de btw? Wat vindt
de minister van het plan om kunstaankopen fiscaal aantrekkelijk te
maken? We overwegen twee moties op dit vlak.
We hoorden op 15 april de minister in het KRO-NCRV-programma M zeggen
dat ze heel hard heeft gevochten voor de cultuursector. Dat is goed om
te horen. Dat wordt ook zeker gewaardeerd, maar we vragen ons wel af,
samen met Margriet van der Linden, of daar nu niet net het probleem zit.
Waarom is het niet vanzelfsprekend dat we de cultuursector steunen?
Waarom heeft zij er zo hard voor moeten vechten? Is de minister het
daarmee eens?
Binnen de cultuursector zelf vernemen we dat met name de kleine, lokale
creatieve eenlingen tussen wal en schip dreigen te vallen, omdat de
steun vooral gaat naar gesubsidieerde instellingen. Ik ga ervan uit dat
deze berichten kloppen en wil graag een reactie erop. Kan de minister
aangeven of zij een beeld heeft welke partijen tussen wal en schip
blijven vallen en of ze ook op zoek gegaan is naar aanvullende
maatregelen, in lijn met de aangenomen motie van de Partij voor de
Dieren om mensen met financiële problemen ruimhartig te helpen? Vindt de
minister ook dat we structureel meer moeten investeren in de
cultuursector, zodat de sector sterker uit de crisis komt? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, wat is haar actieplan?
Voorzitter, tot slot. We zien in de culturele sector vele mogelijkheden
voor zowel het behoud en het herstel van de cultuursector als het
stimuleren van post-coronaeconomie, zoals het meedenken over sociale
vraagstukken en het inrichten van de openbare ruimte om mensen te
stimuleren anderhalve meter afstand te houden. De coronacrisis biedt
echter ook een uitgelezen kans om de economie drastisch te hervormen en
om te vormen naar wat Maurits Groen de "anderhalvegradeneconomie"
noemde. De crisis is een kans voor bezinning. Een kans voor reflectie en
herwaardering van ons leven: van meer naar beter, van tijdelijk naar
duurzaam en van vluchtig naar overwogen. Kunst en cultuur zijn daarbij
altijd waardevolle en onmisbare richtingaanwijzers, meer dan Apple,
Google of de Action. Hedendaagse filosofen en kunstenaars kunnen ons
wegwijs maken in de post-coronaeconomie. Wat vindt de minister van het
idee om een adviesraad van kunstenaars en filosofen in het leven te
roepen die meedenkt over het oplossen van de coronacrisis en het vormen
van de postcorona-economie?
Voorzitter. Ik besluit met een oproep aan alle cultuur- en kunstmakers
zelf, aan de creatieve sector. Om in verzet te komen tegen hoe de
vervolgsteun nu wordt vormgegeven. Tegen de "business as usual"-cultuur,
die steun geeft aan bedrijven of sectoren die het niet verdienen, omdat
ze alleen gericht zijn op geld verdienen, desnoods via roofbouw of
vervuiling. Om met alle middelen en creativiteit een nieuwe
postcoronasamenleving vorm te geven. Om alles op alles te zetten om een
mooie anderhalvegradeneconomie te maken. Want alleen alles op alles
zetten om de KLM te redden, is wat ons betreft een brevet van onvermogen
en een bewijs van culturele armoede.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de Kamer. Ik schors tot kwart voor drie. Dan gaan we naar de
beantwoording door de minister luisteren.
De vergadering wordt van 14.30 uur tot 14.48 uur geschorst.
De voorzitter:
Wij gaan door met het wetgevingsoverleg over cultuur en corona. Ik geef
de minister het woord voor haar beantwoording in eerste termijn.
Minister Van Engelshoven:
Voorzitter, dank u wel. Het is goed dat wij een debat hebben over deze
hele belangrijke sector in ons land. In deze tijd ervaren we helaas,
misschien nog wel meer dan anders, hoezeer cultuur ons dagelijks leven
werkelijk doordesemt. Wat je ook met elkaar doet, welke ontmoeting je
ook hebt, cultuur is daar nagenoeg altijd een element van. Dan gaat het
over zang, over taal en over hoe we ons uiten. We beseffen ook dat
cultuur een belangrijke voedingsbodem is van onze samenleving. De heer
Asscher zei het al: het gaat om onze manier van leven. Dat voelen we
deze dagen zo ontzettend goed en daarom doet het ons allen ook zo
ontzettend veel pijn dat juist deze sector zo ontzettend zwaar door deze
crisis is getroffen. We zien die pijn bij de bezoekers — de heer Kwint
zei al dat hij er persoonlijk naar snakt om weer naar een popconcert te
gaan, en zo mist iedereen zijn eigen dingen — maar we zien die pijn ook
bij al die werkenden in de sector, die niet datgene kunnen doen waar ze
zo ongelofelijk veel passie voor hebben, maar die ook in financiële zin
hard door deze crisis zijn geraakt.
Ik heb dan ook ontzettend veel waardering voor hoe de sector zijn
veerkracht laat zien. Online zien we hele orkesten die met elkaar
optreden terwijl ze allemaal thuiszitten, theatermakers die toch
proberen iets van een solovoorstelling neer te zetten, acteurs die
verhalen voorlezen die zo ontzettend troostrijk kunnen zijn. Er gebeurt
op dit moment op dat punt dus een hele hoop. Maar desalniettemin zie ik
vooral een sector die ongelofelijk zwaar is getroffen. Het kabinet ziet
dat ook. Het is dan ook niet voor niks dat dit de eerste sector was
waarvoor het kabinet een apart pakket maatregelen nam. De redenering is
— ik kom daar dadelijk nog op terug — dat we zo veel mogelijk in
generieke maatregelen proberen te vatten, ook omdat we ons heel goed
realiseren dat anders de opgave gewoon te groot is. We moeten een hoop
zien te regelen in een aantal grote, generieke pakketten, omdat de
opgave anders te groot wordt en we het ook niet kunnen uitvoeren. Dit is
de eerste sector waarvoor wordt erkend dat we dit niet helemaal goed
gaan maken met generieke pakketten, alhoewel ongelofelijk veel van de
generieke pakketten ook in deze sector landt. Met die erkenning was ik
heel blij en daarom hebben we dat pakket aan maatregelen
getroffen.
Een aantal van u zei dat in de ene sector wordt gezegd "whatever it
takes", en vroeg: waarom heeft u dat niet gezegd? Iedere bewindspersoon
kiest de woorden die bij hem passen. Ik ben niet zo van de
spierballentaal. Maar ondertussen doe je wel je uiterste best om zo veel
mogelijk voor deze sector te regelen en te redden, in het besef dat er
heel veel moet gebeuren en dat deze sector al kwetsbaar was en geen vet
op de botten had. Tegelijkertijd weet je ook — dat geldt eigenlijk voor
alle sectoren — dat we nooit alle schade goed zullen kunnen maken. Dat
kan in geen enkele sector. Toch knok je zo goed als het kan om zo goed
en gericht mogelijk maatregelen te treffen, waardoor de sector zo snel
mogelijk weer kan terugveren en weer al het moois kan laten zien waar
deze voor is. Ik wil eerst even de optelsom van alle maatregelen voor
deze sector toelichten. Vervolgens ga ik in op al uw specifieke
vragen.
De voorzitter:
Meneer Van Raan heeft nu al een vraag.
De heer Van Raan (PvdD):
De minister begint nu aan specifieke blokjes. Ze begon met een algemene
beschouwing. Dank daarvoor. Ik snap dat de minister zegt: ik kies mijn
eigen woorden; anderen hebben spierballentaal. Dat begrijp ik, maar het
resultaat is wel dat een sector die drie keer de bnp-bijdrage en vier
keer de werkgelegenheidsbijdrage levert, een tiende van de steun van een
andere sector krijgt. Ik begrijp dat de minister niet gaat zeggen dat ze
teleurgesteld is of dat ze het niet eerlijk vindt, maar ziet ze nou zelf
ook niet dat dat op z'n minst een enorme discrepantie is?
Minister Van Engelshoven:
Ik zou deze middag niet willen spenderen aan met een schaartje knippen
wat de een en de ander krijgt, want het is allemaal niet precies
vergelijkbaar. Uit uw woorden lijkt het alsof de culturele sector alleen
die 300 miljoen krijgt. Dat is natuurlijk ook niet waar. Misschien is
het goed om eerst eens even het totaal te bekijken.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft de heer Van Raan nog een korte tweede
vraag.
De heer Van Raan (PvdD):
We hebben het hier over specifieke sectoren. Dus de algemene steun die
ook de luchtvaartsector bijvoorbeeld krijgt, krijgt ook de culturele
sector. Daar ben ik me echt wel van bewust. Het gaat om het signaal dat
ervan uitgaat dat een sector die veel groter is, belangrijker is, een
tiende van de steun krijgt die een andere sector krijgt. Misschien kan
de minister de gedachtegang daarachter nog een keer toelichten, zodat we
kunnen begrijpen waarom dat zo is, want het is gewoon niet uit te
leggen. Ik begrijp het niet.
Minister Van Engelshoven:
De andere kant daarvan is: het is ook niet zo simpel als dat we gaan
kijken welke sector wat bijdraagt aan het bnp en dat die een percentage
daarvan vergoed krijgt via deze maatregelen. Zo werkt het ook niet. Ik
snap dat u graag de vergelijking wil maken. Ik zie ook dat die veel
gemaakt is. Maar waar het vooral om gaat is: wat doen we voor deze
sector en is dat genoeg om veerkracht te hebben? Dat in het besef dat ik
ook heb, dat we nooit, in geen enkele sector, alles goed kunnen maken,
alle verlies van omzet kunnen compenseren.
De voorzitter:
De heer Asscher heeft ook een vraag.
De heer Asscher (PvdA):
Ik ben het helemaal met de minister eens dat het niet moet gaan om
spierballentaal. Daar is geen kunstenaar mee geholpen. Maar het gaat
natuurlijk wel om de spierballen zelf. De vraag is dus of de minister
zelf vindt dat het nu voldoende is. Ik vraag niet te garanderen dat er
niemand lijdt of zelfs maar failliet gaat. Die garantie kan niemand
geven. Maar ik denk wel dat we kunnen vaststellen dat wat er nu ligt,
niet genoeg is, en dat de minister dat zelf ook vindt. Dus dat is mijn
vraag.
Minister Van Engelshoven:
Die vraag kan ik gewoon met ja beantwoorden. Natuurlijk weten we dat dit
niet genoeg is, want dit is een pakket dat meeging in de eerste tranche,
voor de eerste maanden, om die nood door te komen. We zijn er natuurlijk
nog niet. Dat zal ik ook in de loop van mijn betoog verder
toelichten.
De heer Asscher (PvdA):
Dat vind ik fair van de minister. Dan kunnen we nu het gesprek voeren
met elkaar. Dat gaat u in uw betoog doen, maar de Kamer heeft daar
volgens mij wel een aantal uitspraken over gedaan. Wat is er nog meer
nodig? Welke sectoren komen in de knel? Welke makers komen in de knel?
Hoe zorgen we dat het niet alleen terechtkomt bij een aantal essentiële
instellingen maar ook daarbuiten? Ik luister met extra veel
belangstelling naar het vervolg van het betoog van de minister. Wat er
ligt is niet genoeg. We gaan het hebben over wat er nodig is.
Minister Van Engelshoven:
In de brief die ik naar de Kamer heb gestuurd over die 300 miljoen heeft
u al kunnen lezen dat die 300 miljoen echt is om de eerste maanden door
te komen. Zo moet het gezien worden.
Collega Koolmees zegt heel mooi dat de ui die we iedere keer weer
afpellen voor elke sector, eerst langs die generieke maatregelen gaat.
Via de NOW kunnen heel veel bedrijven, ook in de culturele sector, hun
werknemers blijven betalen. Vanaf 16 april zijn er al 1.192 toekenningen
geweest in de culturele en creatieve sector. Voor de culturele sector is
er ook een tegemoetkoming uit de TOGS beschikbaar: €4.000 netto waarvan
vaste lasten betaald kunnen worden. En nee, zeg ik tegen de heer Kwint,
dat is niet voor als het langer duurt. Volgens mij werd hierop terecht
een interruptie geplaatst. Die regelingen gelden tot eind mei en het
kabinet is nu bezig met de vraag hoe we hier een vervolg aan gaan
geven.
Van de TOGS kunnen ongeveer 70.000 bedrijven in de creatieve en
culturele sector gebruikmaken. Als ik de rekensom maak, zou het kunnen
gaan om 280 miljoen als ze er allemaal gebruik van maken. Dat is niet
weinig, 280 miljoen. Zelfstandigen kunnen een aanvullende uitkering op
grond van de Tozo-regeling aanvragen. Als wij het goed zien — daarover
komt nog een rapportage naar de Kamer van collega Koolmees — zijn er op
dit moment ongeveer 92.000 zzp'ers in de culturele sector die wél binnen
die regeling vallen. Waar op dit moment naar gekeken wordt — een aantal
van u vroeg daar ook naar — is met name de mensen met hybride
contracten. De minister van Sociale Zaken heeft ter uitvoering van de
motie over de flexwerkers meerdere malen aangegeven dat hij ook kijkt
naar mensen met hybride contracten. Hij weet niet of dat allemaal gaat
lukken, zoals hij u duidelijk heeft gemaakt. Maar als we echt zien dat
specifieke groepen daarbuiten vallen, hoe kan daar dan aan
tegemoetgekomen worden? Het is steeds weer afpellen. Je hebt een
generieke maatregel. Wat lukt er wel en wat lukt er niet? Kunnen we
daarop bijsturen? We moeten ook eerlijk zijn: soms lukt het niet. Dan
komen we weer voor een nieuw vraagstuk te staan. Dat is ook hoe je in
een crisis als deze, die we niet eerder hebben meegemaakt, te werk gaat:
iedere keer een vraagstuk bij de kop pakken, kijken hoe we het kunnen
oplossen en wat er dan nog voor vragen op de zeef blijven liggen.
Verder zijn er belastingmaatregelen en kredietfaciliteiten waar de
culturele sector ook gebruik van kan maken. Een aantal van u had daar
vragen over. Laat ik die meteen maar meenemen. Kan de Geefwet niet
worden uitgebreid? Kunnen er niet meer fiscale voorzieningen komen,
bijvoorbeeld om het kopen van kunst aantrekkelijk te maken? Het enige
wat ik op al die vragen nu kan zeggen, is het volgende. Ik vind het
allemaal sympathieke gedachten en ik ga erover met collega Vijlbrief in
gesprek. Aanpassing van belastingwetgeving heb je niet zomaar gedaan en
we weten ook allemaal dat als je aftrek aantrekkelijker maakt, daar ook
iets tegenover staat aan wat er niet aan inkomsten binnenkomt. Daar moet
wel naar gekeken worden, maar we zijn erover in gesprek. Wat
kredietfaciliteiten betreft: de collega's van EZK en van Financiën
kijken continu of de kredietfaciliteiten die we voor delen van het
bedrijfsleven hebben, ook voor culturele ondernemers, wel toegankelijk
zijn. Komen de ondernemers bij deze kredieten? Dat is continu schakelen.
We weten ook dat bijvoorbeeld heel veel culturele ondernemers geen
relatie met een bank hadden. Vaak is het ingewikkeld om daarvoor
kredieten te krijgen. Dan ga je kijken naar garantstellingen. We zijn
dus ook daar in gesprek over wat we kunnen doen.
Dat even in generieke zin over het generieke pakket. Daarnaast heb ik
meteen in het begin zelf een aantal coulancemaatregelen genomen, met
name voor de rijksgesubsidieerde instellingen.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft mevrouw Faber een vraag over het andere
deel, denk ik.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb een verhelderende vraag aan de minister. Zij gaf aan dat zij met
haar collega in gesprek is over fiscale maatregelen, eventueel in het
kader van de Geefwet. Ik heb eigenlijk twee vragen. Wanneer wordt de
Kamer daarover geïnformeerd? Mijn specifieke vraag ging ook over de
schenkingsvrijstelling voor bedrijven. Die is nu €2.500. Je zou eraan
kunnen denken om die voor een bepaalde periode, of wellicht nog wat
langer, te verhogen. Is dat ook iets wat de minister meeneemt in de
gesprekken met haar collega? En wanneer krijgen we die informatie
dus?
Minister Van Engelshoven:
Dit neem ik ook mee. Je moet wel altijd goed kijken naar de vraag of een
verruiming van dit soort mogelijkheden echt tot extra giften leidt of
dat je dan een soort deadweight loss krijgt. We gaan daar goed naar
kijken. We gaan in gesprek over al uw suggesties en ook over de
suggesties die door de sector zijn gedaan om te kijken wat we daarmee
kunnen doen. Ik kan nog niet precies zeggen wanneer ik daar bij u op
terugkom, maar ik doe dat in ieder geval zo snel als mogelijk.
Mevrouw Belhaj (D66):
Dit is wel heel fijn. Het is een belangrijk punt. De woordvoerder van de
ChristenUnie stelde specifiek de vraag over de bedrijven. In aanvulling
daarop en op vragen van collega's heb ik de volgende vraag. Als ik de
minister goed beluister, is zij dus bereid om met de staatssecretaris
van Financiën, en desnoods ook de minister van Financiën, te kijken
welke btw-maatregelen of welke andere maatregelen, bijvoorbeeld binnen
de Geefwet, effectief kunnen zijn. En dat dan in de wetenschap dat die
maatregelen in het verleden niet effectief leken te zijn, maar we nu
natuurlijk in een andere tijd zitten. De situatie is anders. Wellicht
worden mensen nu toch meer verleid om daar een aanvulling aan te geven
die overeenkomt met wat ooit de bedoeling van de Geefwet was, namelijk:
je krijgt wat meer terug, maar besteed dat dan ook alsjeblieft aan de
sector.
Minister Van Engelshoven:
Ik heb met collega Vijlbrief afgesproken dat we daar nader over in
gesprek gaan. We gaan dat nader verkennen. Er zitten ook nog wel een
hoop haken en ogen aan — dat zeg ik er ook bij — maar we hebben echt
afgesproken om dat met elkaar nader te gaan verkennen.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dat is een mooie toezegging. Ik heb ook goed gehoord dat de minister
heeft gezegd dat zij ook specifiek oog heeft voor de kleinere makers,
voor de kleinere ondernemers. Ik heb nog een vraag over de
kredietverstrekking. Het is heel goed dat de minister daarover in
gesprek gaat met haar collega. Ik vroeg me af of er ook gekeken wordt
naar de rol die private instellingen, bijvoorbeeld aanbieders van
financiering zoals banken, daarbij kunnen spelen. Dan heb ik het dus
niet over de belastingaftrek, maar over de kredietverstrekking. Collega
Kwint noemde al het voorbeeld van Netflix, dat zijn verantwoordelijkheid
neemt. Er wordt in de sector ook heel veel gevraagd om
overbruggingskrediet en een overbruggingsfonds. Ik kan me best
voorstellen dat er een publiek-private samenwerking mogelijk is waarbij
het Rijk garant kan staan voor risicodragende leningen, waar vervolgens
ook banken kunnen inspringen. Is dat ook onderwerp van die gesprekken?
Daar ben ik benieuwd naar.
Minister Van Engelshoven:
Dat is precies waar het om gaat: de kredieten die bedrijven bij banken
kunnen krijgen. Wat we vooral in de culturele sector, maar ook wel in
andere sectoren zien, is dat het soms moeilijk is om toegang tot dat
soort kredietfaciliteiten te krijgen, zeker in de huidige tijd. Daarbij
is gewoon nog de vraag aan de orde of garantstelling, bijvoorbeeld door
de overheid, daar nu wel of niet bij helpt. Collega Keijzer is daar ook
druk mee bezig door heel breed te kijken naar kredietfaciliteiten,
bijvoorbeeld voor het mkb, dat dat hard nodig heeft. Heel veel culturele
ondernemers zijn mkb'ers die niet altijd makkelijk toegang hebben tot
krediet bij banken. Daarbij is ook de vraag aan de orde hoe je die
daarbij kunt helpen.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
In het verlengde daarvan heb ik nog een vraag die terugslaat op een punt
uit mijn inbreng. Zijn verzekeraars ook onderdeel van de gesprekken over
wat de private sector kan doen? We horen nu namelijk al verhalen over
festivals die in 2021 wellicht niet meer verzekerd kunnen worden. Het
zou mooi zijn als dit daar meteen in wordt meegenomen, zodat we geen
tijd verliezen.
Minister Van Engelshoven:
Dat was eigenlijk ook het nieuws dat dit weekend kwam. We hoorden dit
weekend dat de verzekeraars zich hebben teruggetrokken. We gaan daar
ongetwijfeld naar kijken, want het is nogal wat als evenementen waarvan
we hopen dat ze volgend jaar weer kunnen of dat ze in ieder geval in een
bepaalde vorm kunnen, zich niet meer kunnen verzekeren. We moeten dan
ook goed kijken hoe die voorwaarden eruitzien. Natuurlijk wordt daarover
ook gesproken met verzekeraars, maar ik weet niet of dat nu al gebeurd
is. We moeten het wel echt stap voor stap doen. Het lijkt mij logisch om
daarover ook met verzekeraars in gesprek te gaan.
Ik was bij het coulancepakket. Ik heb meteen in het begin een
coulancepakket genomen voor een groot deel van de gesubsidieerde
instellingen. Subsidies worden doorbetaald voor instellingen en er wordt
bevoorschotting naar voren gehaald, zodat ze een deel van de subsidie
eerder krijgen. Ook de rijkscultuurfondsen volgen ons in deze maatregel,
evenals gemeenten en provincies dat doen. Ook een hoop private fondsen
hebben gezegd dat zij toegezegde gelden laten doorlopen, en daar ben ik
heel blij mee. Zij gaan op dezelfde manier kijken naar die coulance en
hoe zij projecten kunnen blijven ondersteunen, ook als zij op een andere
manier vorm krijgen. Het is echt heel prettig dat private fondsen zich
ook aangesloten hebben bij het overleg dat ik met de sector, gemeenten
en provincies heb.
De rijksmusea huren een pand dat in eigendom is van het Rijk, maar we
hebben die huur opgeschort. Een van u vroeg of we gaan onderzoeken of
het mogelijk is om die huur ook echt definitief kwijt te schelden. Dat
is ook weer een kostenpost, dus daar moeten we goed naar kijken. Ik vind
ook altijd dat je dingen heel gericht moet doen. We moeten ook kijken
waar dat nodig is. Als een bepaald museum dat niet nodig heeft, dan
gebruik ik die middelen liever voor iemand die ze harder nodig heeft.
Dat zijn best ingewikkelde puzzels om steeds te maken.
Mevrouw Belhaj (D66):
Goed dat de minister dit aangeeft, want veel musea zijn blij dat die
huren zijn opgeschort. Naarmate het langer duurde, dachten sommigen ook:
heeft het nog wel zin om open te gaan, want de schuld is dan zo hoog dat
het eigenlijk geen effect meer heeft. Ik snap dat de minister zegt dat
het ervan afhankelijk moet zijn in welke mate een museum dat nodig
heeft. Ik denk dat dit voor veel rijksmusea een opluchting is en dat zij
er zeker over nadenken om dit voor elkaar te krijgen.
Minister Van Engelshoven:
Nogmaals: daar waar het nodig is.
Het kabinet heeft op 15 april besloten om bovenop dit pakket nog een
keer 300 miljoen extra ter beschikking te stellen voor deze sector. In
de brief heeft u kunnen lezen, maar dat herhaal ik nog maar eens, dat
die middelen zijn bedoeld om instellingen in de culturele en creatieve
sector door de financieel zware eerste maanden heen te helpen en in
staat te stellen om investeringen te doen voor het volgende seizoen. We
zien ook dat instellingen in deze periode al bezig zijn met het volgende
seizoen. Dat kunnen nadenken en investeren in een volgend seizoen
betekent ook dat heel veel makers weer opdrachten krijgen. Daarom is dat
belangrijk.
We hebben primair gekeken naar instellingen die essentieel zijn om de
culturele infrastructuur en de opdrachtenstroom naar zzp'ers,
freelancers en makers op gang te brengen. Ik neem daarbij
verantwoordelijkheid voor die instellingen die direct onder mijn
verantwoordelijkheid vallen, maar we hebben daarbij ook een handreiking
willen doen aan provincies en gemeenten. Het gaat voor een deel om
instellingen die normaal geen subsidie van het Rijk ontvangen, maar die
je wel nodig hebt, als je echt een stevig landelijk stelsel wil houden,
en dan gaat het bijvoorbeeld om podia, maar ook om musea.
In nogal wat steden zijn de grote podia primair de verantwoordelijkheid
van de gemeente. We vinden het nu juist belangrijk om te helpen zodat we
in het hele land een netwerk hebben van speelplaatsen en musea. Er zijn
een hoop vragen gesteld over hoe die regeling met provincies en
gemeenten er precies uit komt te zien. Daar zijn we met IPO en VNG nog
over in gesprek en daar zijn we zeker nog niet over uitgepraat. Mijn
intentie is wel dat het gespreid gebeurt door het hele land en dat we
die selectie ook echt in samenspraak met provincies en gemeenten doen.
Daar zijn we gewoon nog op aan het puzzelen. Ik hoorde hier de vraag of
dan geldt "wie het eerst komt, wie het eerst maalt". Dat zijn allemaal
dingen die in de gesprekken met VNG en IPO zijn gewisseld. Ik heb ook
gezien dat IPO u daarover een brief geschreven heeft, maar we hebben op
die regeling nog geen klap gegeven. We zijn met elkaar nog aan het
verkennen hoe we dat moeten gaan doen. Als iedereen alles kan
voordragen, hoe gaan we dan selecteren? Moet ik daar dan weer een
commissie voor in het leven roepen? Dus we proberen er enige logica in
aan te brengen. Je merkt gewoon dat we dingen aan het doen zijn die we
helemaal niet gewend zijn om te doen. Dus het is gewoon met elkaar even
puzzelen en soms ook stevige gesprekken met elkaar hebben over hoe we
dat op een slimme manier met elkaar kunnen doen. Dat gaan we echt in
goed overleg met hen doen. Ik hecht er aan dat dit neerslaat in het hele
land, dus niet alleen in Amsterdam en Utrecht. Overigens is het goed om
ons te blijven realiseren dat ook de gezelschappen in de
basisinfrastrcutuur en de meerjarig gesubsidieerde instellingen uit de
fondsen in het hele land zitten. Dus alles wat we doen, slaat ook neer
in het hele land.
Ik realiseer mij ook heel goed dat wij er hiermee niet zijn, want dat
deel van de 300 miljoen dat ik ga matchen met gemeenten en provincies
dekt natuurlijk bij lange na niet datgene wat gemeenten en provincies
normaal uitgeven aan hun culturele instellingen. Het gaat bijvoorbeeld
ook om heel veel culturele verenigingen in het land. Ik realiseer mij
heel goed dat ik dat vanuit Den Haag niet allemaal kan gaan doen. Daarom
is ook tussen kabinet, VNG en IPO in de rijksrelatie het gesprek gaande
over hoe het Rijk in generieke zin gemeenten moet ondersteunen in het
nemen van hun verantwoordelijkheid in deze tijd. Het is volgens mij goed
dat dit langs die lijnen gaat, ook omdat dan de democratie in de
gemeenten haar rol kan vervullen en er keuzes gemaakt kunnen worden. Ik
heb echter nooit de illusie gehad dat ik met deze 50 miljoen dat
allemaal zou kunnen dekken, wetende dat de optelsom van wat gemeenten en
provincies uitgeven aan cultuur vele malen meer is dan wat het Rijk
sowieso jaarlijks doet. Dus er zal langs die lijn echt goed gekeken
moeten worden wat er moet gebeuren.
De voorzitter:
Eerst mevrouw Geluk-Poortvliet, dan de heer Van den Berge, dan de heer
Asscher en dan de heer El Yassini.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Als de minister met partijen in gesprek gaat, dan zal zij toch criteria
moeten hebben over langs welke lijnen dat gebeurt en dat is mij nog niet
duidelijk.
Minister Van Engelshoven:
Nee, het klopt dat we daar criteria voor moeten hebben en dat is ook
precies de puzzel die we aan het maken zijn. Wat zijn nou heldere,
logische criteria die maken dat het netwerk in het land ook een stevig
netwerk is? Dat hebben we ook met elkaar nodig. Daarmee doen we ook
recht aan prioriteiten die ook gemeenten en provincies hebben. Ook is
daarbij van belang hoe we dan selecteren. Daar zijn we echt nog op aan
het puzzelen. Dat is niet eenvoudig. Je probeert dan ook te kijken naar
kwaliteit. Wat hebben we nodig om bijvoorbeeld voor gezelschappen die we
landelijk ondersteunen, te zorgen dat daar straks wel speelplekken voor
zijn? Zijn er in het land straks bijvoorbeeld ook nog wel poppodia? Op
die manier moeten we dat met elkaar zien af te pellen en moeten we
nagaan welke criteria we daarvoor gaan hanteren. Ik probeer het ook echt
met gemeenten en provincies samen te doen. Laten we proberen hier samen
uit te komen: wat doen we binnen dit deel van de 300 miljoen en wat zijn
ook vraagstukken die elders in gemeenten en provincies tot een oplossing
zullen moeten worden gebracht? Zodra we meer helderheid hebben over de
invulling van die 300 miljoen, zal ik de Kamer daarover informeren, maar
ik vind het belangrijk dat ik dat eerst met het veld bespreek. Dat gaat
dan niet alleen over gemeenten en provincies maar dat gaat ook over
vrije producenten als het gaat om de vraag hoe we leningen voor vrije
producenten vorm gaan geven.
Minister Van Engelshoven:
Dat gaat ook over de vraag hoe we voor de meerjarig gesubsidieerde
instellingen de inrichting gaan doen in de fondsen en de
basisinfrastructuur en hoe we dat gaan doen bij het Nationaal
Restauratiefonds. Met al die sectoren zijn we in gesprek over de
invulling. Zo gauw we erover uit zijn, komt er een brief naar uw Kamer.
Ik hoop dat dat snel zal zijn, want zo gauw de Kamer goed heeft gevonden
dat ik die 300 miljoen uitgeef, wil ik eigenlijk zorgen dat dat bedrag
daar landt waar het terecht moet komen, zodat al die instellingen gewoon
verder kunnen.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Wat ons betreft is er zeker toestemming; liever zelfs meer. Als Zeeuw
ben ik blij dat regionale spreiding ook een criterium is. Ik snap ook
dat de minister zegt dat zij de criteria heel precies gaat uitwerken met
gemeenten en provincies. Dat is logisch. Zo hebben we het huis van
Thorbecke opgezet. We zitten hier ook in de Thorbeckezaal, dus dat lijkt
me niet meer dan logisch. Mijn vraag is dan wel: is er nog wel ruimte in
die gesprekken? Als blijkt dat gemeenten en provincies straks met een
aanbod richting de minister komen waaruit blijkt dat die 30 miljoen
vanuit het Rijk niet voldoende is om vitale infrastructuur lokaal en
regionaal overeind te houden, is er dan ruimte om dat op te
plussen?
Minister Van Engelshoven:
Ik zou bijna tegen de heer Van den Berge zeggen: de vraag hier zo
stellen, is 'm eigenlijk ook een beetje beantwoorden. Binnen deze 300
miljoen is daar geen ruimte voor. De verdeling ligt nog niet helemaal
vast. We zijn binnen al die lijnen nog aan het puzzelen hoeveel we
precies waar nodig hebben. Maar er is ook nog dat andere gesprek, in de
financiële relatie tussen Rijk, gemeente en provincies: waar hebben
gemeenten en provincies dan extra ondersteuning nodig? Daarbij is het
aan de gemeentelijke en lokale democratie om te bepalen waar ze dat aan
besteden. Maar ik zeg ook tegen alle wethouders: als u goed kijkt naar
wat uw stad of gemeente aantrekkelijk maakt, dan is dat wel vaak het
culturele aanbod; als u kijkt naar wat bepaalt of u in uw gemeente een
goede grondprijs hebt, is dat ook vaak het culturele aanbod. Dus het is
ook voor gemeenten, ook in krappere tijden, heel verstandig om te
investeren in culturele instellingen.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dan komen we inderdaad op het punt van de cofinanciering. Ik snap dat de
minister dit zegt en ik ben het voor een deel ook nog wel met haar eens.
Tegelijkertijd krijg ik er ook een ongemakkelijk gevoel bij. Hier, in
Den Haag, kunnen we zeggen dat we de staatsschuld laten oplopen. We
hebben niet voor niks het grootste tekort sinds de Tweede Wereldoorlog,
geloof ik, maar ik ben niet de woordvoerder Financiën van mijn fractie.
Wij kunnen dat doen. Gemeenten en provincies kunnen dat niet, want die
zitten met het plafond in het Gemeente- en Provinciefonds. Ik zou het
dus wel chic vinden — ik ga de minister hier niet vragen welke concrete
bedragen erbij komen, want ik snap dat dat vandaag niet gezegd kan
worden — als er wel ruimte zou zijn om hier integraal naar te kijken:
als er meer nodig is voor gemeenten en provincies om die vitale
infrastructuur overeind te houden, kan er in het Gemeente- en
Provinciefonds geld bij komen. Is in ieder geval die opening er in de
gesprekken?
Minister Van Engelshoven:
Dat overleg is gaande onder leiding van de minister van BZK met VNG en
IPO. Dat is gewoon het gesprek dat we altijd met gemeenten en provincies
hebben in het kader van de financiële verhoudingen: wat betekent deze
crisis nu voor de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten? In
dat gesprek probeer je ook gewoon te kijken wat er binnen de
verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten valt: wat vinden we dat
zij uit eigen middelen moeten doen? En daar kijken we naar wetende dat
Gemeente- en Provinciefonds inderdaad iets anders zijn dan de
staatsschuld en ze dat niet kunnen laten oplopen. Ik ben zelf ook
wethouder geweest, ik weet hoe krap dat kan zijn.
De voorzitter:
De heer Van den Berge nog een keer, heel kort.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ja, heel kort, dank voor uw coulance, voorzitter. Zou het nou niet goed
zijn om die gesprekken bij elkaar te brengen? Want ik hoor dat
wethouders en gedeputeerden zeggen: het is voor ons heel lastig om te
bepalen hoeveel cofinanciering we kunnen leveren, omdat we niet weten
hoeveel er straks bij komt. Moeten we dat niet meer bij elkaar
brengen?
Minister Van Engelshoven:
Ik spreek de wethouders ook en hoor van hen ook geluiden als: wat fijn
dat u dit doet, want dat betekent dat ik mijn theater niet in mijn
eentje overeind hoef te houden. Die handreiking doen we met elkaar. Ik
kan me niet voorstellen dat, hoe krap veel gemeenten het ook hebben, zij
zouden zeggen: daar doen wij helemaal niks aan. Ze kunnen bijvoorbeeld
iets doen aan de huren; die suggestie werd ook gedaan. Heel veel van die
instellingen zitten in gemeentelijke panden of huren bij de gemeente.
Als de gemeente de huur opschort, is dat ook cofinanciering, want dat
zijn gewoon harde euro's voor die instellingen. Zo kunnen we met elkaar
kijken naar een goede oplossing. We blijven vooral continu met elkaar in
gesprek om te kijken hoe we dit passend kunnen maken.
De voorzitter:
U wilt heel graag verder, maar de heer Asscher heeft nog een vraag, en
daarna nog de heer El Yassini, mevrouw Dik-Faber en de heer Kwint; het
wordt echt steeds gezelliger. Eerst de heer Asscher.
De heer Asscher (PvdA):
Volgens mij is dit constructief. De minister zegt: ik wil de gemeenten
eigenlijk best meer tegemoetkomen, maar dat kan niet alleen via deze
lijnen, want er valt meer met de gemeenten te bespreken als gevolg van
deze crisis. Ja, dat haal je de koekoek! Die gemeenten gaan natuurlijk
kapot. Die maken enorme extra kosten. Die kunnen niet lenen. Die kunnen
geen schulden maken en zitten met enorme problemen in al die
begrotingen. Mijn vraag aan de minister is dus: is zij bereid om met de
gemeenten en provincies in kaart te brengen hoeveel er nodig zou zijn om
de culturele sector hierdoorheen te helpen? Dan weten we in ieder geval
waar we het over hebben. Als dat beeld er is, kunnen we daarna kijken of
we het ervoor over hebben en of we het geld ervoor kunnen vinden, maar
in kaart brengen wat er nodig is, zou een hele belangrijke stap zijn,
want anders blijft het balletje heen en weer gaan.
Minister Van Engelshoven:
VNG en IPO zijn met het Rijk in gesprek over wat zij nodig hebben om
deze crisis op een goede manier het hoofd te bieden. Ik denk dat
gemeenten en provincies, VNG en IPO, mans genoeg zijn om zelf in kaart
te brengen wat zij nodig hebben voor de culturele sector. Ik wil hun dat
best ook nog vragen: goh, hebben jullie een idee? Maar dat ligt wel op
die tafel, waar een aantal van mijn collega's namens het kabinet praat
met VNG en IPO over wat er nodig is. Maar het gaat natuurlijk om meer
dan cultuur. Het gaat ook om sport, zorg, handhaving, openbaar vervoer
en noem maar op. De noden die wij hier voelen, voelt men natuurlijk ook
in al die gemeenten.
Uiteindelijk zul je daar met elkaar een totaalpakket voor moeten maken.
Vervolgens is het aan gemeenten en provincies zelf om te beslissen wat
zij ermee gaan doen, welke keuzes zij daarin maken. Niemand kent z'n
begroting beter dan de gemeente zelf; volgens mij weten zij het beste
wat ze nodig hebben om dit op een goede manier door te komen. Daarbij
realiseren zij zich heel goed dat het vinden van een oplossing voor alle
omzetverliezen en alle pijn niet mogelijk is, maar zij kunnen wel kijken
naar wat zij nodig hebben om een gezond cultureel aanbod in hun gemeente
te houden.
De heer Asscher (PvdA):
Ik vraag de minister om daar een actievere rol in te nemen. Ik twijfel
er helemaal niet aan dat de gemeenten en provincies mans genoeg zijn.
Het gaat me om de rol die deze minister speelt om daar de leiding in te
nemen en om provincies en gemeenten daartoe uit te nodigen, zodat we in
beeld hebben wat er nodig is om die sector hierdoorheen te helpen. Dat
kan niet allemaal vanuit Den Haag, maar het zou wel moeten met hulp van
Den Haag. Daarom de vraag of de minister bereid is om dat in kaart te
brengen. Dan kunnen we het vervolgens in bespreking brengen om te kijken
of we de benodigde middelen kunnen vinden.
Minister Van Engelshoven:
In het bestuurlijk overleg dat ik ongeveer wekelijks met hen heb, zal ik
hun vragen welke bedragen zij nodig denken te hebben.
De heer El Yassini (VVD):
Het gaat natuurlijk niet alleen om inventariseren wat er nodig is, zoals
mijn collega Asscher zei, maar ook om inventariseren wat de gemeentes
zelf kunnen en moeten dragen. Het zijn moeilijke tijden voor iedereen,
voor Nederlanders en voor overheden, met name gemeentes en provincies.
Maar ook de gemeentes hebben daar een bepaalde mate van
verantwoordelijkheid in. Twee dingen wil ik even loskoppelen. Ik heb dus
twee korte vragen, over cofinanciering enerzijds en de
verantwoordelijkheid van de gemeenten anderzijds.
Enerzijds wil ik toch even van de minister horen hoe zij kijkt naar de
regie die bij de gemeenten en provincies hoort te liggen. Ik snap dat
het moeilijk is om te weten hoe we dit gaan doen met het
matchingsproject, maar het is natuurlijk cruciaal dat gemeentes de regie
behouden om te bepalen wat voor hen regionale vitale infrastructuur is.
Daarom is het ook regionaal en niet landelijk.
Dan heb ik een vraag buiten de matching om, over de verantwoordelijkheid
van de gemeentes, zoals praten over een gemeentelijk pand dat door een
culturele instelling wordt gehuurd, waarbij de huur eventueel wordt
opgeschort. Ik wil van de minister de toezegging dat ze het gesprek
aangaat met de VNG en gemeentes om inzichtelijk te krijgen wat er nodig
is. Ook wil ik de toezegging dat ze haar rol als aanjager op zich neemt
en dat ze in ieder geval een lans zal breken voor culturele instellingen
die nu even niet gehoord of geholpen worden, zodat gemeentes echt
zeggen: die deuren blijven open, die gesprekken blijven gaande.
Gemeenten of provincies moeten het probleem niet afwentelen op het Rijk:
laat het Rijk de portemonnee maar trekken. Ik wil van de minister dus de
toezegging dat zij haar rol als aanjager inneemt om ook de culturele
instellingen op lokaal niveau te helpen.
Minister Van Engelshoven:
Het overleg dat wij voeren, ziet er zo uit. Ik zit continu om tafel met
de sector, gemeenten en provincies, omdat we er allemaal van doordrongen
zijn dat we dit alleen op een goede manier het hoofd kunnen bieden als
we dit op alle niveaus en op al die verschillende fronten met elkaar
doen. We moeten dus met elkaar in gesprek blijven over die noden. Het
signaal om huren kwijt te schelden kwam eerlijk gezegd als eerste van
een gemeente. Wethouders zijn ook zeer gemotiveerd om alles wat zij
kunnen uit de kast te halen om het zo goed mogelijk te doen. Maar ik
moet ook reëel zijn. Voor de gemeente, net zo goed al voor mij, geldt:
als je iemand de huur kwijtscheldt, zijn dat inkomsten die niet meer
binnenkomen. Dat heeft dus ook weer consequenties voor de begroting. Het
gaat uiteindelijk om de totaalsom, ook bij cofinanciering. Het gaat ook
wel om keuzes die je als gemeente maakt, net zoals wij in
Cultuureducatie met Kwaliteit altijd kiezen voor het matchen van
bedragen. Dat doen wij niet om gemeenten te dwingen om iets te doen,
maar wel om hen uit te nodigen: als u investeert in cultuureducatie, dan
krijgt u er nog een keer dat bedrag van het Rijk bij. Zelf zeggen wij
hierbij eigenlijk: als u ervoor kiest om een heel belangrijk podium of
een heel belangrijk museum extra te stutten, kunnen we dat voor een deel
gezamenlijk doen, zodat de last voor u lichter wordt en u met die
middelen ook weer andere dingen kunt doen. Dat gezamenlijke overleg zijn
wij echt iedere week met elkaar aan het voeren.
De heer El Yassini (VVD):
Natuurlijk, er zijn heel veel gemeentes die echt hun best doen en
begrijpen wat er allemaal gedaan moet worden. Ik noem maar een wethouder
Verwoort uit Velzen of een wethouder List. Ook wethouder Diepemaat uit
Enschede is heel hard bezig. Zij zijn echt bezig om mogelijkheden te
vinden. Ik heb met het steunpakket dat we hadden voor de journalistiek
wel het volgende gemerkt. Omdat het Rijk heel snel overging op het
ondersteunen van lokale huis-aan-huisbladen en lokale omroepen, zeiden
gemeenten op een gegeven moment: dat ontlast ons, want alles ligt nu bij
het Rijk. Dat wil ik voor de cultuursector juist zo veel mogelijk
proberen tegen te houden. Dus ik vraag me af of de minister met die
gesprekken ook haar rol als aanjager pakt, bijvoorbeeld om best
practices met elkaar uit te wisselen. Hoe lopen die gesprekken nu? Zijn
er al best practices? Krijgt zij signalen van instellingen die bij
sommige gemeentes wel voor een dichte deur staan? Voelt de minister dan
de verantwoordelijkheid om die wethouders daarop aan te spreken en —
exact om wat ze zojuist zei — te zeggen: joh, dat betekent dat je in
feite niet alleen een verschraling krijgt van de cultuursector in je
stad, maar ook effecten op het vestigingsklimaat en je economie? Hoe
gaat de minister daarmee om?
Minister Van Engelshoven:
Best practices delen lijkt me altijd goed. Dat is ook iets wat we in het
bestuurlijk overleg doen. U moet mij niet vragen om elke instelling te
bellen die het moeilijk heeft om bij haar gemeente ingang te vinden,
lijkt mij. Men kent elkaar lokaal heel erg goed. Ik moet daar niet als
een soort telefoniste tussen gaan zitten, in de trant van: wil dat doen.
Dan heeft u er geen idee van om hoeveel verenigingen en instellingen het
gaat. Mijn indruk is dat men elkaar lokaal heel goed weet te vinden,
maar verschillende gemeenten maken verschillende afwegingen. Maar
nogmaals: we hebben overleg met de VNG, met de G4 en met de G40. In de
opstart naar de nieuwe BIS-periode zijn we uitvoerig het overleg
aangegaan met alle stedelijke regio's. Die lijnen zijn ook nu heel
nuttig om inderdaad met elkaar die best practices te delen en te kijken:
goh, wat hier gebeurt, kan dat ook in de rest van het land, want het
werkt kennelijk en men voelt zich daarbij geholpen? Dus dat gaan we
zeker doen.
Voorzitter ...
De voorzitter:
Ja, u wilt heel graag verder, maar er zijn nog een aantal andere
sprekers. Mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb ook een vraag over de middelen die beschikbaar worden gesteld
voor cofinanciering van gemeentelijke en provinciale initiatieven. Aan
de ene kant gaat de minister uit van de vitale regionale culturele
infrastructuur en aan de andere kant zegt zij: er moet wel sprake zijn
van een landsbelang. Ik kan dat niet heel goed met elkaar rijmen. Hoe
staan die twee tegenover elkaar? Of staan ze niet tegenover elkaar?
Hoeveel ruimte hebben gemeenten en provincies dan om met hun eigen
voorstellen te komen?
Minister Van Engelshoven:
Wat ik net heb geprobeerd uit te leggen, is dat ik het echt van
landelijk belang en betekenis vind dat wij in het hele land een goed
netwerk hebben van culturele instellingen en van bijvoorbeeld podia. Als
ik eraan hecht dat onze rijksgesubsidieerde instellingen hun
voorstellingen in het hele land kunnen opvoeren, dan moeten daar wel
plekken voor zijn die te bespelen zijn. We willen toegankelijke musea in
het hele land. Filmhuizen willen we in het hele land. Op die manier
kijken we of we een netwerk hebben dat het hele land dekt. Natuurlijk
kunnen gemeenten en provincies daarin ook een eigen keuze maken. Ik denk
dat er in de regionale infrastructuur veel meer is dat van landelijke
betekenis is dan wij met dit bedrag kunnen gaan matchen. Dat is gewoon
iets waarvan ik u zeg: daar moeten we elkaar in vinden. Het is niet een
kwestie van: de een maakt een keuze, de ander maakt een keuze; dat botst
en dat past niet. Nee, we gaan met elkaar in gesprek tot het past. Dat
is mijn insteek: we gaan met elkaar in gesprek tot het past.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik denk dat ik het nu begrijp. De regionale culturele infrastructuur
moet overeind blijven, want zij is van belang voor Nederland en voor de
rijksgesubsidieerde instellingen. Ik heb een vervolgvraag, want ik krijg
veel zorgelijke signalen over het criterium "wie het eerst komt, die het
eerst maalt". Dat betekent dat de grotere gemeenten, die misschien wel
meerdere ambtenaren voor cultuur hebben, veel meer vooraan in de rij
staan dan de wat kleinere gemeenten. Let wel, ik wil geen provincie of
gemeente tekortdoen. Is de minister voornemens om met een deadline te
gaan werken, zodat alle gemeenten echt de tijd krijgen om aanvragen in
te dienen en er een integrale afweging kan worden gemaakt?
Minister Van Engelshoven:
Dit is nou precies iets dat niet gaat werken. Ik hoop dat de stedelijke
regio's met elkaar gaan optrekken, zodat er altijd voldoende capaciteit
is om met elkaar tot een goed voorstel te komen. Als ik met een deadline
zou komen en zou zeggen "gooit u alle voorstellen maar in een pot", dan
komen we voor een ongelofelijk ingewikkelde klus te staan om dat
allemaal weer te gaan afwegen, met het risico dat we zo veel aanvragen
krijgen dat het enorm versnippert, en dan hebben we er nog niks aan. De
zoektocht is nog niet klaar. In een van de overleggen is "wie het eerst
komt, die het eerst maalt" langsgekomen, uiteraard ook met het criterium
van regionale spreiding, maar ook omdat ik er druk op wil houden om te
zorgen dat het geld ook snel komt waar het moet komen, namelijk bij de
instellingen, zodat er weer opdrachten naar de makers kunnen. Ik begrijp
heel veel zorgen, maar in lokale gesprekken wordt soms gezegd: ja, maar
dan moeten we eerst langs het college en dan langs de raad. Excuus, maar
in deze tijd kun je soms dingen net wel iets sneller doen dan in andere
tijden. Het is ook een kwestie van elkaar een beetje scherp houden en
elkaar in tempo zetten. Ik heb goede hoop dat we hier op een goede
manier met elkaar uitkomen.
De heer Kwint (SP):
De minister heeft het over haar eigen pakket en over het overleg met
gemeenten en provincies. Over haar eigen pakket zegt zij: er zijn
eigenlijk twee criteria. Ten eerste wil ze de basisinfrastructuur
overeind houden. Je kunt daar wat van vinden, maar dat lees ik duidelijk
terug in de begroting. Ten tweede wil de minister zo snel mogelijk de
instellingen redden die het snelst de opdrachtenstroom voor zzp'ers weer
op gang brengen. Dat zie ik gewoon niet. Ik zie niet hoe dit plan er
automatisch toe gaat leiden dat de grootste groepen zelfstandigen in de
culturele sector weer zo snel mogelijk aan het werk gaan. In de
culturele sector zie je al heel lang dat het mechanisme dat ik het
trickle-downmechanisme noem — het redden van de grote instellingen zodat
uiteindelijk de kleintjes werk krijgen en er een boterham aan kunnen
verdienen — heel erg slecht werkt. Dat erkent de minister ook. Het was
precies de reden om bijvoorbeeld zo ambitieus met de fair practice aan
de slag te gaan. Dat gebeurde omdat de arbeidsmarkt in de cultuur niet
functioneert. Ik heb moeite om die twee met elkaar te rijmen.
Minister Van Engelshoven:
Ik kan ze wel met elkaar rijmen. Ik zou hier later in mijn betoog op
zijn gekomen, maar dat doe ik dan nu meteen. Instellingen in de
basisinfrastructuur, meerjarig gefinancierde instellingen bij de
fondsen, festivals bijvoorbeeld, gaan extra ondersteuning ontvangen. Zij
kunnen van die extra ondersteuning vaste lasten die doorlopen, betalen,
bijvoorbeeld het loon van hun werknemers. Dat zijn ook makers. Dat is
bijvoorbeeld ook het ensemble dat in dienst is van een gezelschap. Dat
zijn leden van een orkest, dat zijn regisseurs, dat zijn dirigenten. Het
zijn vaak ook die kleine zelfstandigen die daar opdrachten kregen. Als
wij nu via de fondsen een festival de ruimte geven, dan kan het festival
alvast aan de slag met de voorbereiding van het volgende seizoen. Dan
kan dat festival daar dus ook opdrachten voor verstrekken aan
makers.
Kijk naar een festival als Oerol. Dat gaat dit jaar niet door, maar je
hoopt wel dat het er volgend jaar weer staat. Door wat wij nu met dit
maatregelenpakket doen, kunnen zij vast aan de slag met opdrachten geven
aan de makers. Precies daarom doen we dat op deze manier. Er is ook
ruimte vrijgemaakt bij de fondsen, en de fondsen zijn ook gevraagd om
alles wat er nog is aan middelen, nú in te zetten, zodat ook daar
aanvragen van makers en opdrachten gehonoreerd kunnen worden. Het is
steeds en-en-en-en.
Langs al die lijnen proberen wij ervoor te zorgen dat die keten op gang
blijft, want daar gaat het mij om. Daarover ben ik heel veel in gesprek
geweest, ook met de organisaties uit het veld zelf. Wij moeten ervoor
zorgen dat die keten op gang blijft, en dat doen we op deze manier. Dat
doen we door instellingen die opdrachten verstrekken aan de makers die
ze in dienst hebben, te stutten en te steunen. Dat doen we via de
meerjarig gefinancierde gezelschappen in de fondsen te onderhouden. Ik
hoor hier heel vaak dat het dan allemaal naar de grote gezelschappen
gaat, maar als u naar die lijst kijkt, ziet u dat dat lang niet altijd
grote gezelschappen zijn. Er worden ook hele kleine gezelschappen
hiermee geholpen. Daarnaast zijn er ook nog de gewone projectsubsidies
bij de fondsen, waarvan ik tegen ze heb gezegd: neem alle ruimte om
juist nu opdrachten te geven aan makers, om ervoor te zorgen dat ze
opdrachten houden, dat ze aan de slag kunnen, dat ze kunnen gaan
nadenken over hoe ze in een volgend seizoen of misschien zelfs in de
komende weken al hun product weer bij de mensen brengen en die band
onderhouden. Dat werkt op heel veel manieren samen.
Het is dus niet zo simpel als u zegt, dat alles gaat naar een paar grote
instellingen waar de minister een heilig vertrouwen in heeft ontwikkeld.
Ja, zo werkt het ook, want er zijn daar ook wel mensen aan het spelen en
aan het werk. Maar via die fondsen gebeurt veel meer. Juist die fondsen
hebben echt overal in de regio's hun haarvaten in het veld en daarom
zien zij heel goed hoe ze daar die keten op gang kunnen houden. Ga
bijvoorbeeld eens praten met het Filmfonds over hoe zij dat op een
ongelofelijk creatieve manier doen. Of het Mondriaan Fonds, dat via zijn
regelingen juist ook de kleinere musea aan het stutten en steunen en aan
het helpen is.
Het is het geheel der dingen. Ja, het is deze 300 miljoen, maar het is
ook bijvoorbeeld wat we al in het coulancepakket hadden met de fondsen:
zorg juist nu dat die opdrachtenstroom vanuit de fondsen op gang blijft!
Het is een optelsom van een aantal regelingen die ervoor zorgen dat we
die keten op gang houden. Want mijn doel met al die maatregelen is juist
om die keten op gang te houden. Ik zag ook ergens een karikatuur
geschetst worden in de trant van: straks investeren we in stenen en
podia, maar zijn er geen makers meer om die podia te bespelen. Nee, wat
we juist doen — en dat geldt voor heel veel wat het kabinet doet in deze
regelingen — is banen houden, zorgen dat mensen aan het werk kunnen
blijven. Ook in de culturele sector zorgen we door een samenstel van
maatregelen ervoor dat zo veel mogelijk mensen aan het werk kunnen
blijven.
De heer Kwint (SP):
Ik sluit niet uit dat ik de lofzang van de minister op de fondsen op een
gepast moment nog eens tegen haar ga gebruiken. De minister zegt: dit
geld, deze regeling is er onder andere om ervoor te zorgen dat er bij
gezelschappen het loon van de werknemers betaald blijft worden en zo.
Daar hebben we toch juist een deel van de generieke maatregelen voor?
Daar hebben we het geld dat hiervoor is, toch niet per se voor nodig?
Mijn angst is juist … Ik merk dat we daar nog niet uit zijn onderling.
Ik geloof inderdaad dat het geven van langer lopende opdrachten aan
makers effect heeft, juist vanwege de situatie waar de culturele sector
nu in verkeert. Maar ik vraag mij af of gezelschappen en andere
instellingen, die nu zelf al moeite hebben om hun vaste werknemers aan
het werk te houden, opdrachten gaan geven aan zelfstandigen zodat ook
die uit de problemen zijn. Sterker nog, ik vind het best te verdedigen
dat een instelling er eerst voor wil zorgen dat de eigen mensen aan het
werk gezet worden, voordat ze een nieuwe opdracht gaat uitschrijven.
Daarom ben ik zo sceptisch over dat trickle-downmodel.
Minister Van Engelshoven:
Dan toch maar even: als de heer Kwint goed gekeken had naar alle
reacties uit de culturele sector, dan had hij gezien dat de NOW juist in
de culturele sector niet helemaal goed werkte, omdat een samenloop met
subsidie betekent dat je minder krijgt uit de NOW. Vandaar dat ik het zo
nodig vond om met een extra pakket voor cultuur te komen. Dat is ook hoe
de redenering van het kabinet werkt. We kijken hoe die generieke
regelingen uitwerken. Je kijkt of het te repareren is binnen de
generieke regeling. Als dat te ingewikkeld wordt of niet mogelijk is,
dan ga je aanvullend kijken. Dat hebben we in de cultuursector gedaan. U
weet ook dat heel veel gezelschappen die wij subsidiëren, helemaal niet
veel vaste makers in dienst hebben. Juist als we hen nu helpen om nu
niet alleen het verlies goed te maken en het hoofd boven water te
houden, maar ook om alvast te gaan investeren in het volgende seizoen,
slaan die investeringen neer bij heel veel freelancers en zzp'ers die
ervoor moeten zorgen dat er volgend seizoen weer voorstellingen komen.
Dat is de manier waarop we hiernaar gekeken hebben en dat is volgens mij
de manier waarop het kan werken.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik wil toch nog even de volstrekte duidelijkheid in onze discussie over
de gemeenten bevestigd zien. Volgens mij heeft de minister gezegd dat
zij in een overleg heeft aangegeven dat "wie het eerst komt, wie het
eerst maalt" haar een goed idee lijkt. Volgens mij zegt de minister nu
dat dat niet meer op tafel ligt en dat zij er met verschillende
gemeenten over in gesprek gaat of zij dat op een andere manier kan doen.
Ik snap dat de minister zegt dat zij wel iets moet hebben en ik vond het
principe van een deadline op zich eigenlijk wel charmant. Maar als je
dat wil, moet je inderdaad een commissie hebben en dan ben je een maand
of twee verder en is iedereen uiteindelijk ook teleurgesteld. Wil de
minister dit goed onderzoeken, wil ze rekening houden met het feit dat,
als je iets wil doen, men in de regio's heel goed weet welke magische
verdeelsleutel er moet komen — ik realiseer me dat dat heel complex is —
en wil zij die daarom ook invloed laten hebben op hoe die besluitvorming
verloopt? Heb ik dat goed begrepen? Dat zou heel veel onrust
wegnemen.
Minister Van Engelshoven:
Uw redenering gaat iets te snel. U vraagt of dingen van tafel zijn. Ik
vind het een beetje ongelukkig dat we hier een debat voeren over een
gesprek dat nog volop gaande is, maar ik snap ook dat mensen
duidelijkheid willen. Wat ik vooral wil — volgens mij willen we dat
allemaal — is die middelen op een snelle en eenvoudige manier wegzetten,
zodat instellingen daar zo snel mogelijk mee aan de slag kunnen. Dat is
het doel. Ik denk dat ook gemeenten en provincies dat willen. Door
aanvragen te beoordelen op volgorde van binnenkomst kunnen we dat gewoon
snel doen, want zodra ze binnen zijn, kunnen we ze beoordelen en kunnen
we daarmee aan de slag. Daarbij kijken we ook naar de betekenis voor het
landelijke stelsel. Dat is ook een duidelijk criterium en daar kan
iedereen een inschatting van maken. Als ik met wethouders spreek, merk
ik dat ze heel goed weten waar het in hun regio om gaat. We kijken
natuurlijk ook naar regionale spreiding. Zo werk je langs een aantal
lijnen. Eigenlijk trechter je en daar komt iets uit. Natuurlijk gaan we
ook met de gemeenten en de provincies kijken of zij zich kunnen vinden
in het resultaat van die afweging. Ik weet ook dat nooit iedere
wethouder dan helemaal tevreden zal zijn; dat weet ik ook allemaal van
tevoren. We proberen dat zo duidelijk en transparant mogelijk te doen,
maar wel op een manier die het tempo erin houdt, want ik wil niet werken
met een deadline, een commissie, een kwalitatieve beoordeling en een
integrale afweging. Voordat je het weet, is die instelling dan immers al
omgevallen. Dat willen we vooral niet. We zoeken hier naar een manier:
wat is duidelijk en wat is snel? Geef mij nog even de tijd om die
discussie met gemeenten en provincies ten volle te voeren.
Mevrouw Belhaj (D66):
Dank aan de minister. Het is heel complex, maar wel helder. Er is een
tweede discussie, die hier een beetje doorheen loopt. De minister zegt:
ik heb die 30 miljoen, maar dat is voor nu, voor de korte termijn, om
alvast wat te kunnen helpen. Je hebt dan ook een grotere discussie over
wat het kabinet wil gaan doen voor de gemeentes, die door onder andere
coronamaatregelen immens hard getroffen worden. Kun je daar een groter
pakket van maken? Het is logisch dat de cultuursector daar ook inzit.
Dat gaat niet over die 30 miljoen, maar over een bedrag dat we nog niet
kennen. Ik merk dat heel veel mensen zeggen: kun je er alsjeblieft niet
een doeluitkering van maken? Nou ben ik daar zelf niet per se fan van,
omdat ik het als oud-fractievoorzitter van D66 in Rotterdam heel
belangrijk vond om zelf invulling en richting te kunnen geven aan waar
het aan besteed moest worden. Als het kabinet komt met een breder
pakket, is dan een denkrichting om dat wel aan de gemeentes te geven,
maar te zeggen dat de besteding van die gelden coronagerelateerd moet
zijn, zodat niet de gemeente X er twee nieuwe parkeergarages van bouwt?
Dat zou zomaar een willekeurig VVD-wethouder of een andere wethouder
kunnen zijn. Dat gebeurt weleens.
De heer El Yassini (VVD):
Voorzitter, dit is echt uitlokking.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik wilde niet onaardig zijn, maar dat is wel een grote zorg. Hoe ben je
aan de ene kant niet bezig om gemeentes op te leggen wat ze ermee
moeten, maar kun je er tegelijkertijd toch voor zorgen dat het daar
terechtkomt? Want anders hebt u straks BIS-instellingen zonder een
podium.
Minister Van Engelshoven:
Ik ga hier niet het bestuurlijk overleg over de financiële verhoudingen
zitten voeren. Dat is echt een overleg dat daar gevoerd moet worden. Het
overleg over de condities waaronder dat gaat, moet echt daar gevoerd
worden. Ik wil het overleg daar niet mee opzadelen. Morgen hebben we
hier een debat over onderwijs en heeft u voor dat overleg ook een
pakketje eisen over onderwijs en volgende week over sport. Dan zit
straks de minister van BZK met de onmogelijke opgave om dat allemaal
samen te brengen. Ik denk dat een beetje vertrouwen in de lokale
democratie af en toe ook mag.
De voorzitter:
We zijn er nog niet, maar bijna. De heer Van den Berge heeft ook nog een
vraag op dit punt.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik wil eigenlijk nog even terug naar het doorsijpeleffect of
trickle-downeffect, zoals collega Kwint het noemde. Ik snap op zich die
gedachte, maar ik vraag me ook af in hoeverre het in de praktijk zo zal
uitwerken. Is het nu niet een idee dat de minister kijkt naar hoe dat
doorsijpeleffect in de praktijk uitpakt, heel specifiek bijvoorbeeld
voor vrije theaterproducenten? Dat is een groep waar we het vandaag nog
niet zo veel over hebben gehad en die je nodig zult hebben om straks nog
voorstellingen te hebben in die gesubsidieerde theaters. Die zitten
inderdaad in de kredietverstrekking, maar niet in de maatregelen voor
inkomstenderving. Zou het nou niet een idee zijn om te kijken in
hoeverre dat doorsijpeleffect voor zo'n groep en ook andere doorwerkt en
in hoeverre niet en of er aanvullende maatregelen nodig zijn? Ik snap
dat je eerst naar de generieke maatregelen wilt kijken, maar dan past
het volgens mij ook om te kijken welke groepen er buiten de boot vallen
en welke we niet kwijt kunnen in de generieke maatregelen, welke we daar
niet in ondergebracht krijgen.
Minister Van Engelshoven:
Ik wil graag tempo maken, maar de heer Van den Berge loopt nou toch een
beetje voor de troepen uit. In het pakket van 300 miljoen komt ook een
pakket voor de vrije producenten. Zullen we nou eerst eens met elkaar
dat pakket gaan maken, dat gaan besteden en dan kijken hoe het uitpakt?
Ondertussen kunnen we ook in die sector met de kredietfaciliteiten
werken. Ik wil nu vooral eerst zorgen dat er geld komt bij die vrije
producenten. En ja, er komt een moment dat je gaat zien wat dat doet in
de sector, maar zullen we nu eerst de energie richten op zorgen dat dat
geld wordt uitgegeven?
De heer Van den Berge (GroenLinks):
De maatregelen in die 300 miljoen voor vrije theaterproducenten gaan
over kredietverstrekking. Het gaat mij nu juist, net als bij andere
makers, ook om inkomstenderving, inkomsten voor freelancers en zzp'ers.
Kredietverstrekking betreft leningen. Dat is echt iets anders dan mensen
compenseren voor het inkomen dat ze nu kwijtraken.
Minister Van Engelshoven:
Ja. Het idee is straks dat je ook podia hebt. Laat iets noemen wat ik
goed ken. Het Nationaal Theater. Stel dat we dat podium goed stutten.
Daar zitten vrij veel voorstellingen van vrije producenten. Dus als zij
naar het volgende seizoen gaan kijken, gaan zij ook weer met vrije
producenten in gesprek. Ja, er komen ook kredietfaciliteiten om
voorstellingen te maken. Zo grijpen een aantal maatregelen op elkaar in.
Net zomin als u kan ik nu overzien — want dat zou betekenen dat je een
glazen bol hebt — hoe al dat soort maatregelen op elkaar gaat ingrijpen.
Daarom zegt het kabinet steeds: het is iedere keer weer afpellen en
kijken waar het nog niet goed voor geregeld is. Dat gesprek hebt u ook
met mijn collega's. Je moet iedere keer kijken waar het nog wringt en of
dat opgelost kan worden. Vervolgens komt de vraag hoe we dat oplossen.
We zijn met een aantal maatregelen op elkaar aan het inwerken.
De voorzitter:
Ik kijk even naar alle woordvoerders. Op dit punt heeft u bijna allemaal
inmiddels één vraag en sommigen zelfs twee vragen gesteld. Ik zou willen
voorstellen dat de minister nu eerst doorgaat met haar beantwoording.
Aan het eind van de eerste termijn kijken we dan wat er nog ligt en
anders heeft u ook nog een tweede termijn. Het is 16.00 uur, dus ik zou
de minister even aan het woord willen laten.
Minister Van Engelshoven:
Ja, voorzitter, en ik heb ondertussen al heel veel van mijn stapeltje
beantwoord.
De heer Van den Berge vroeg — ik ben er al op ingegaan — naar de
garantstelling nu heel veel verzekeraars zeggen dat zij volgend jaar een
pandemie niet meer gaan dekken. Ik zal met de collega's van EZK en
Financiën moeten kijken wat dat bijvoorbeeld voor de evenementensector
volgend jaar betekent. Het is echt te vroeg om dat nu te overzien en ook
te vroeg om hier nu te praten over één specifieke oplossing
daarvoor.
Een aantal van u, GroenLinks, de ChristenUnie en de SP, hebben vragen
gesteld over de belastingmaatregelen. Ik heb gezegd dat ik alles wat
genoemd is met collega Vijlbrief ga bespreken.
De heer Van den Berge vraagt naar de leenfaciliteiten voor private
partijen. Die zitten op een aantal fronten. De minister van EZK is heel
goed aan het kijken hoe we voor verschillende groepen ondernemers
leenfaciliteiten bij banken toegankelijker kunnen maken en hoe wij als
Rijk daarbij kunnen helpen. Daarnaast zal ik zelf een leenfaciliteit
inrichten bij Cultuur+Ondernemen voor de vrije producenten. Tot mijn
verbazing zag ik een van de vrije producenten in een televisieprogramma
zeggen: ja, maar die regeling past niet. Dat vond ik een wonderlijke
opmerking, want de regeling was nog niet gemaakt. Hij doelde
waarschijnlijk op bestaande regelingen bij Cultuur+Ondernemen. We
spreken ook met de vrije producenten over hoe wij een regeling kunnen
maken die zo goed mogelijk past op die sector.
Door een aantal van u — de heren Van den Berge, Kwint en Asscher — is
gezegd dat zij zien dat een aantal zelfstandigen en flexwerkers in die
culturele sector niet helemaal binnen de regelingen passen. Ik hoop dat
zij met het steunpakket dat wij hebben zo snel mogelijk opdrachten
krijgen en aan het werk komen. Maar we weten ook dat dat voor een aantal
van hen niet gaat lukken. Voor ruim 90.000 is de Tozo wel toepasselijk,
maar voor de groep met een hybride contract — een van u noemde dat —
past die niet. Het speelt in verschillende sectoren. Op dit moment is
collega Koolmees aan het puzzelen hoe een aantal zelfstandige
flexwerkers die nu onbedoeld buiten de regelingen vallen, daarin alsnog
ondergebracht kunnen worden. Dat is voor hem een ingewikkelde zoektocht.
Daarover zal de Kamer zo snel mogelijk bericht ontvangen. Ik weet niet
precies wanneer zijn brief komt, maar er wordt hard aan gewerkt. Ik weet
nog niet of het voor alle gevallen oplosbaar zal zijn, maar ik denk dat
u de redenering kunt volgen dat er altijd groepen zijn die zo'n
bijzondere combinatie van contracten en dienstverbanden hebben dat het
nooit helemaal passend kan zijn. Ik probeer te werken langs twee sporen:
liefst mensen zo snel mogelijk naar opdrachten en naar werk. Dat gaat op
korte termijn echt niet voor al die zelfstandigen en flexwerkers in de
culturele sector lukken. Daarvoor moet er dus een zo goed mogelijke
inkomensondersteuning komen. We werken langs twee kanten: we zijn daar
met Sociale Zaken goed over in gesprek.
Mevrouw Geluk-Poortvliet vroeg ook of we al zicht hebben op de vraag hoe
die generieke maatregelen in alle sectoren uitwerken. Ik heb er al een
aantal dingen over gezegd. De Kamer wordt volgens mij via de collega's
regelmatig ervan op de hoogte gebracht hoe het gebruik van die generieke
maatregelen eruitziet. Voor NOW zijn dat 1.192 bedrijven in de culturele
sector op de ruim 81.000 toekenningen die er inmiddels zijn geweest.
Eind deze maand — dus dat zal heel snel zijn — komt SZW met een
rapportage over alle toekenningen die het UWV heeft gedaan. Op basis van
het percentage eigen inkomsten zien wij ook dat BIS-instellingen, maar
ook erfgoedinstellingen gebruikmaken van de NOW-regelingen. Onze
inschatting is dat driekwart van de instellingen in de BIS dat in ieder
geval voor een groot deel kan. Onze inschatting is nu ook dat 92.000
zzp'ers in de culturele sector een beroep zouden kunnen doen op de Tozo.
Ook in de TOGS gaat het om een groot aantal ondernemingen in de
culturele sector. Als het goed is, heeft u ook gezien dat er in de
tweede ronde, de bijstelling van de regeling die in april is gedaan, een
groot aantal ondernemingen uit de culturele sector bij is gekomen. Onze
verwachting is dat ongeveer 70.000 bedrijven uit de culturele sector
gebruik daarvan kunnen maken. Als ik het een beetje uitreken, niet met
de natte vinger — ik wilde zeggen op de achterkant van een
sigarenkistje, maar ik heb geen sigarenkistjes meer tegenwoordig — gaat
het alleen al via de TOGS om meer dan 200 miljoen. Het is en-en-en. Het
telt ook voor de culturele sector stevig op wat er allemaal uit die
maatregelen komt.
Mevrouw Geluk-Poortvliet had ook nog de vraag of wij aandacht hebben
voor NEMO en andere wetenschapsmusea in dit land. We zijn nog bezig met
de uitwerking, maar NEMO heb ik zeker scherp op het netvlies staan. We
moeten daar iets mee doen, juist omdat NEMO zo ontzettend afhankelijk is
van eigen inkomsten. Dat zien we nu natuurlijk heel breed in de sector.
Juist die instellingen die de afgelopen jaren ongelooflijk hard hebben
gewerkt om de eigen inkomsten omhoog te krijgen, worden nu heel zwaar
getroffen. NEMO is er daar een van. Die heb ik scherp op het oog. Het is
typisch zo'n instelling waarvan ik denk: het zal me niet gebeuren dat we
die laten omvallen. Naturalis en Boerhave, twee andere wetenschapsmusea,
zitten al in de basisinfrastructuur.
Mevrouw Geluk-Poortvliet vroeg ook of musea in de
anderhalvemetersamenleving weer open kunnen. Of sectoren weer opengaan,
is niet afhankelijk van de vraag of zij wel of geen protocol hebben. Het
is gewoon afhankelijk van de vraag of het verstandig wordt geacht dat
het gebeurt. Dat heeft ook te maken met wat het betekent op straat en in
het openbaar vervoer. Wat betekent het aan drukte in de openbare ruimte?
Openbare ruimte is in deze crisis gewoon schaars, dus we moeten heel
goed kijken aan welke groepen we die gaan geven. Daar hangt het mee
samen. Ik geloof best dat musea intern heel goed kunnen organiseren dat
men op afstand blijft en dat er een looproute is, maar dat is niet de
enige vraag die aan de orde is. Bij de verschillende wegingsmomenten die
het kabinet heeft, zal daar zeker naar gekeken worden.
Mevrouw Geluk-Poortvliet had ook nog een vraag over het immaterieel
erfgoed en de evenementen. Ze noemde het Zomercarnaval als voorbeeld.
Voor die evenementen geldt vooralsnog dat ze tot 1 september niet
plaatsvinden. Op de langere termijn zullen we echt moeten kijken hoe we
met die evenementen omgaan. Het pakket maatregelen dat we tot nu toe
hadden, gold natuurlijk tot 1 juni. Nu de periode voor de
evenementensector is verlengd tot 1 september, zullen we echt moeten
gaan kijken wat dat betekent voor de sector en hoe we ervoor zorgen dat,
als het straks weer kan, we nog wel evenementen hebben. Daar moeten we
stap voor stap aan werken. Voor heel veel kleine evenementen — u noemde
de Passiespelen in Tegelen — geldt dat het een lokale aangelegenheid is.
Dat is niet iets wat ik hier kan regelen. Wel moeten we met elkaar
kijken naar de randvoorwaarden voor evenementen in de toekomst.
De heer Kwint vroeg nog naar de popsector. Ik zou tegen hem willen
zeggen dat we de popsector niet vergeten. De popsector wordt vooral
gesubsidieerd en ondersteund via de rijkscultuurfondsen. De fondsen
kijken dan vooral naar de niet-meerjarig gesubsidieerde festivals en
opdrachten voor makers. Dat geld komt voor een groot deel in de
popsector terecht. Daarnaast hebben wij met lokale overheden gesprekken,
gericht op bijvoorbeeld poppodia, want die bevinden zich vooral in het
gemeentelijk domein. Je moet met elkaar gaan kijken hoe je ervoor kunt
zorgen dat die infrastructuur er blijft. Commerciële partijen in de
keten ondersteunen we ook via kredietfaciliteiten bij
Cultuur+Ondernemen. Als ik een voorbeeld mag noemen: er is een hele
lijst van regelingen bij de fondsen waar juist de popsector gebruik van
kan maken. De fondsen hebben de opdracht gekregen om via
projectsubsidies te zorgen voor werkbijdragen aan muziekauteurs. Dat kan
via de fondsen; dat kan ook nu. Opdrachten voor composities: dat kan ook
nu. Een regeling als Fast Forward: dat kan ook nu. En alle programma's
voor Urban Projecten lopen door. De popsector wordt door heel veel van
die regelingen ook nu dus ondersteund. Zal dat voldoende zijn om alle
misgelopen optredens en alle misgelopen festivals van alle bandjes en
alle artiesten in de popsector goed te maken? Nee, dat zal het niet
zijn. We moeten daar met elkaar gewoon eerlijk over durven zijn. Dat is
via dit soort regelingen nooit allemaal goed te maken. Dat geldt ook
voor andere sectoren.
Dan had de heer Kwint nog een buitengewoon sympathieke suggestie over
begrafenissen en crematies. Kan er van al die zalen geen gebruik worden
gemaakt bij begrafenissen en crematies? Het probleem is het
samenkomstverbod boven een maximum van 30 personen. Ik heb het gelukkig
zelf nog niet meegemaakt, maar het is natuurlijk verschrikkelijk als je
niet in nabijheid afscheid kunt nemen van een van je dierbaren. Maar
hier stuiten we op dat samenkomstverbod. Dat verbod is verlengd tot 20
mei. Richting 20 mei zal besloten worden over samenkomsten met meer of
minder dan 30 personen.
De heer Kwint had ook nog een vraag over kermissen. Kermisexploitanten
zijn ook ondernemers en zij kunnen dan ook gebruikmaken van de generieke
maatregelen. Ook daar kijken we steeds weer of de maatregelen passen op
een sector. Als het helemaal niet past, dan kijken we wat er gedaan moet
worden.
De heer Kwint had ook nog een heel goede en terechte vraag over iets wat
we nog niet aan bod hebben gehad, namelijk over de ambities rondom
verbreden en vernieuwen in de nieuwe periode. Ik heb bij de Raad voor
Cultuur aangegeven dat ik met hen in gesprek wil — dat gaan we de
komende maand doen — over de nieuwe dilemma's waarvoor deze situatie ons
stelt, ook voor de volgende subsidieperiode. Want we hebben natuurlijk
uitgangspunten geformuleerd en hier ook met u vastgesteld in een tijd
waarin we vanuit een heel andere uitgangspositie dachten. Een van die
dilemma's zal bijvoorbeeld zijn dat we toegaan naar een periode waarin
de balans tussen subsidie en eigen inkomsten nog echt wel even anders
zal zijn en waarin heel veel culturele instellingen met een hele andere
financiële positie aan een nieuwe periode beginnen. Ik heb ook de Raad
voor Cultuur gevraagd om al die dilemma's te benoemen, daarover in
gesprek te gaan en dan te kijken waar dat toe leidt en welke conclusies
we daaruit moeten trekken. Maar ik vind het nu nog te vroeg om te
zeggen: we gaan die kant of die kant op. We moeten eerst goed laten
bezinken wat die dilemma's zijn en wat ze betekenen.
Ik heb al gezegd over wat alle fondsen doen in deze tijd. Ik kan daar
een uur over volpraten, maar dat ga ik niet doen. Ik heb dat in
generieke termen gedaan.
De heer Kwint vraagt waarom de Wwik niet terugkomt. Dat was een
inkomensvoorziening onder de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid tussen 2005 en 2012. Dat was een inkomensmaatregel
gericht op één sector. We hebben nu bewust gekozen voor
inkomensmaatregelen die generiek gelden en te kijken hoe we die zo veel
mogelijk passend kunnen maken. Kijk, er is natuurlijk een groot verschil
met de tijd dat de Wwik er was. Toen was de opgave om inkomens te
ondersteunen "iets" kleiner dan op dit moment. Als je ziet wat Sociale
Zaken op dit moment, ook aan uitvoeringskracht, uit de kast trekt, dan
is dat echt gigantisch. We mogen ons iedere dag in de handen knijpen dat
het goed gaat en dat het geld ook daadwerkelijk bij mensen op de
rekening komt. Daarom ook hebben we indringend de voorkeur om niet voor
allerlei sectoren een aparte regeling te hebben.
Mevrouw Belhaj vroeg hoe het staat met de uitvoering van de motie over
flexwerkers. Daar wordt door SZW heel hard aan gewerkt om te kijken waar
nog de hiaten zitten en hoe die op te lossen. De minister van Sociale
Zaken zal de Kamer daar zo snel mogelijk over informeren.
De voorzitter:
Ik aarzel eventjes. De heer Kwint wil een vraag stellen en ook de heer
El Yassini. Hoever bent u? Is het nu misschien weer een goed moment om
een aantal vragen te behandelen?
Minister Van Engelshoven:
Volgens mij heb ik heel veel gehad.
De voorzitter:
Dan geef ik nu de heer Kwint het woord en daarna de heer El Yassini en
de heer Van Raan.
De heer Kwint (SP):
Het klopt dat de minister heel veel gehad heeft, waaronder heel veel
antwoorden op mijn vragen, waarvoor mijn dank. Dat maakt het voor mij
heel ingewikkeld, want dan moet ik eigenlijk één punt kiezen om op door
te gaan. Dus of de minister de volgende keer iets minder van mijn vragen
zou willen beantwoorden, dat maakt het voor mij makkelijker!
Minister Van Engelshoven:
Deze wens noteer ik!
De heer Kwint (SP):
Dat punt van die samenkomsten. Ik snap dat dat aanloopt tegen het verbod
op samenkomsten met meer dan 30 mensen. Dat is namelijk precies de reden
waarom ik het heb voorgesteld. Moeten wij niet kijken of je op een
veilige manier, in samenspraak met deze podia, ervoor kunt zorgen dat je
ook iets grotere bijeenkomsten kunt organiseren, zodat meer mensen
aanwezig kunnen zijn bij het afscheid van een geliefde? En ik snap dat
dat nu niet kan. Anders had ik het niet voor hoeven stellen. De vraag is
precies geboren vanuit dat verbod op samenkomsten van meer dan 30
mensen. Kunnen we niet in overleg met die sector, die hier verstand van
heeft, in ieder geval van bijeenkomsten en van mensenmassa's in goede
banen leiden, kijken of we het zo veilig kunnen organiseren dat we
zonder bij te dragen aan een verdere verspreiding, mensen deze ellende
kunnen besparen?
Minister Van Engelshoven:
Nogmaals, ik vind de gedachte en zeker het gevoel van waaruit de heer
Kwint de vraag stelde, buitengewoon sympathiek. Ik voel ook helemaal met
hem mee, maar hij moet ook kunnen zien dat ik hier niet de vrijheid heb
om te gaan filosoferen over omstandigheden waaronder we dit soort
maatregelen kunnen versoepelen. Er is een structuur in het leven
geroepen waarmee je als kabinet op basis van heel deskundig advies kunt
bekijken waar we regelingen kunnen versoepelen en waar niet. Volgens mij
hoeft niemand te twijfelen aan de wens die er bij velen is om het liefst
zo snel mogelijk, zeker bij begrafenissen en crematies, mensen die
ruimte te geven om samen te komen. Maar ik denk dat de uitvaartsector
daar zelf ook buitengewoon goed in mee kan denken. Maar dat debat moeten
we hier nu niet gaan voeren. Ik wil uw suggestie graag overdragen aan de
collega's van JenV, met de vraag of zij daar wellicht naar kunnen
kijken, maar we moeten hier niet het debat gaan voeren over onder wat
voor omstandigheden die samenkomstregels versoepeld zouden kunnen
worden.
De heer Kwint (SP):
Tenzij het juist de cultuursector is die daar een bijdrage aan kan
leveren. Maar ik snap wat de minister zegt, en ik heb ook helemaal geen
zin om hier een motie over in te dienen en dat partijen daartegen zouden
moeten stemmen alsof zij het allemaal wel prima zouden vinden. Alleen
hebben we ook al eerder geconstateerd dat dat team met experts
bijvoorbeeld vooral virologische experts zijn. En ik kan mij eerlijk
gezegd heel goed voorstellen dat je, als je bezig bent met al die
honderdduizenden vragen over wat er wel en niet kan, dan niet altijd
overal aan denkt. Maar als de minister zegt "ik neem dat mee, en ik of
die andere minister laat weten of het zou kunnen", dan heel graag, want
ik kreeg vanochtend zowel vanuit de hoek van de podia als uit de
uitvaartbranche zelf al te horen dat zij wel ruimte zien om dit op een
goede manier te doen. Dus als de minister daarop terug wil komen,
graag.
Minister Van Engelshoven:
Ja, alleen moet u mij niet vragen dat ik de minister van JenV ga vragen
om hier een aparte brief over te sturen. Maar we gaan het zeker onder de
aandacht brengen.
De voorzitter:
Er zijn nog meer vragen. De heer El Yassini.
De heer El Yassini (VVD):
Ja, dank u wel, voorzitter. De minister gaf in haar beantwoording ook
het verhaal over de popsector, de poppodia, de festivals. Ik zou daar
ook bij zeggen: vergeet de musicalsector niet, ook zeer belangrijk. Wij
als VVD hebben altijd gepleit om ervoor te zorgen dat je niet alleen
vanuit een cultuuroogpunt naar het ministerie kijkt, maar ook vanuit een
EZ-oogpunt. En daar is een hele belangrijke rol voor EZ in weggelegd,
juist ook omdat het ondernemers zijn, waar banen achter liggen, waar
gezinnen achter staan die daar een salaris van horen te krijgen. Dat
gezegd hebbende, de signalen die ik krijg van vooral de poppodia of in
ieder geval de popsector, maar ook de musicalsector, zeggen: wij zouden
heel graag aan tafel willen zitten met het ministerie van EZK en met de
staatssecretaris, alleen krijgen wij geen plek aan tafel. Mijn vraag is:
klopt dat, krijgt u die signalen ook? En zo niet, wilt u dan navraag
gaan doen? Want juist die poppodia, die commerciële bedrijven zijn dus
gewoon ons mkb, behoren ook aan tafel te zitten bij EZK. Gaat de
minister zich dan hardmaken om ervoor te zorgen dat dit soort partijen
ook aan tafel kunnen schuiven bij EZK, zodat ook zij hun verhaal kunnen
vertellen, terwijl ze niet vallen onder dat cultuurgedeelte van deze
minister? Graag een reactie daarop.
Minister Van Engelshoven:
Voor de goede orde: er is niet zoiets als een cultuurgedeelte van deze
minister en een cultuurgedeelte dat niet van deze minister is. Ik voel
mij minister van Cultuur voor alle sectoren. Alleen subsidiëren we een
deel wel en een deel ook niet. Maar de waarde van cultuur wordt door al
die producenten gebracht. Ik herken het beeld dat u schetst, dat die
partijen moeizaam aan tafel komen bij EZK, niet. Juist in bijvoorbeeld
de regeling die is gemaakt rondom ticketing, zaten zij primair bij EZK
om de tafel, omdat dat juist daar ook moest gebeuren. Maar als u een
concreet signaal van iemand uit de sector heeft ... Wat ik soms wel zie,
is dat iemand uit de branche zo'n signaal afgeeft, terwijl zijn
branchevereniging dan aan tafel zit. Maar als u mensen hebt waarvan u
zegt dat die zich onvoldoende gehoord voelen, laat mij dat dan weten;
dan kijk ik of dat wel of niet klopt en of ik daar iets mee kan
doen.
De heer El Yassini (VVD):
Dat zal ik ook zeker doen. Dat doen we dan ook eventjes na het debat,
dan geleid ik in ieder geval die signalen even door naar de minister.
Maar wat ik probeerde te zeggen, is dat we er ook rekening mee moeten
houden dat de ondernemers die in de cultuursector zitten, wel
ondernemers zijn die binnen het mkb vallen. En ook daar heeft EZK een
verantwoordelijkheid voor. Het is dus niet zo dat ik zeg dat u "maar"
minister van dat gedeelte bent, maar ik zeg wel dat we reëel moeten zijn
en dat op het moment dat daar problemen ontstaan met deze coronacrisis,
het kabinet aan de slag moet. Maar het kabinet bestaat uit verschillende
leden, die ieder hun aparte verantwoordelijkheid hebben. Dat is de reden
waarom ik zeg dat die ondernemers in het mkb die in de cultuursector
zitten, uiteindelijk ook gewoon hun ei kwijt moeten kunnen bij EZK. Ik
hoop dat de minister ervoor gaat om hen daar gewoon bij te helpen.
Minister Van Engelshoven:
Zeker, en ik heb heel nauw overleg gehad met collega Keijzer om ervoor
te zorgen dat zo veel mogelijk culturele ondernemers bij de TOGS terecht
konden en met collega Wiebes heb ik weer heel goed overleg over de
evenementensector. Natuurlijk schakelen we heel goed met elkaar, juist
vanuit de gedachte dat als een deel van de culturele ondernemers ook
mkb'er is, je ook kijkt of het vanuit het mkb-pakket kan. Dat maakt het
in de uitvoering allemaal een stuk eenvoudiger. En ja, voor musical
hebben wij ook aandacht.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Belhaj zit te popelen op dit punt. Mevrouw Belhaj, u
neemt het woord, maar u krijgt het nog even niet. Ik vind het namelijk
niet fair tegenover de andere twee leden die voor u hebben aangegeven
een vraag te willen stellen. Komt u straks alstublieft nog even op dit
punt terug.
Mevrouw Belhaj (D66):
Maar het is hetzelfde punt!
De voorzitter:
Dat weet ik, maar misschien heeft meneer Van Raan op dit punt ook een
vraag en hij heeft al veel eerder zijn hand opgestoken dan u. De heer
Van Raan nu als eerste.
De heer Van Raan (PvdD):
Het gaat inderdaad over dit punt.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Belhaj, ik heb hier een volgorde genoteerd van mensen die heel
netjes, zonder al te veel fysieke tekens, hun hand hebben opgestoken.
Zij zitten al eindeloos te wachten en dan zou het toch raar zijn als ik
u nu het woord geef, terwijl de heer Van Raan op precies hetzelfde punt
ook een vraag heeft? Het woord is dus aan de heer Van Raan, dan aan
mevrouw Geluk en dan bent u aan de beurt.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik heb het niet via de microfoon gezegd. Dat was niet de reden waarom ik
in eerste instantie ... Misschien is het handig om de minister alle
vragen te laten beantwoorden, want soms komen er vragen tussendoor en
moet je weer wachten. Het was dus in het kader van efficiency, maar u
bent de voorzitter, dus laat ik de orde van de vergadering bij u.
De voorzitter:
Heel graag, dank u wel.
De heer Van Raan (PvdD):
Ik heb gevraagd in hoeverre de minister spreekt met de ondernemers uit
deze sector, bijvoorbeeld de vrije theaterproducties. De minister heeft
gezegd dat de maatregelen nog niet helemaal uitgewerkt zijn. Klopt het
dat er ook nog een mogelijkheid is dat leningen voor de vrije
theaterproducties een gift worden? Of is dat station al gepasseerd? Gaat
de minister daarover nog in gesprek?
Minister Van Engelshoven:
Ik ben voortdurend ook met de vrije theaterproducenten in gesprek. Ik ga
hier niet vooruitlopen op wat wel en niet kan, want dat vraagt nog een
hoop uitzoekwerk. Maar ja, we zijn met hen in gesprek. Of ze met de
uiteindelijke uitkomst van de regeling helemaal tevreden zijn, weet ik
ook niet. Maar ik spreek hen zeer veelvuldig.
De voorzitter:
Dan heeft mevrouw Geluk-Poortvliet nog een vraag.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ik vraag mij af of de minister met haar antwoord op de vraag van de heer
Kwint eigenlijk indirect ook mijn vraag beantwoord heeft, namelijk dat
we toch moeten nadenken over hoe het culturele leven op enig moment weer
kan worden opgestart. Wat kan er dan nog wel? Wat zijn daar de kaders
voor?
Minister Van Engelshoven:
Excuses dat ik u niet noemde, maar dat is precies ook het antwoord op uw
vraag. Daarover ga ik nu ook met de Raad voor Cultuur in gesprek. Neem
concerten, grote orkesten, theater, ballet. Dat is niet een kwestie van
"het theater kan zo weer open". Daar komen een aantal dilemma's bij
kijken in een samenleving waar we kortere of langere tijd de
anderhalvemetermaatregel of andere maatregelen nodig hebben voor een
veilig verloop. Die dilemma's ga ik eerst bespreken met de Raad voor
Cultuur om te kijken wat dat betekent voor de volgende periode. Want het
gaat gewoon iets betekenen voor de manier waarop wij de culturele sector
subsidiëren, voor de regelingen. Bijvoorbeeld de eigen inkomsten zullen
immers niet snel weer op peil zijn.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is het woord aan mevrouw Belhaj.
Mevrouw Belhaj (D66):
Eigenlijk denk ik dat de minister de vraag straks niet meer hoeft te
beantwoorden. In het debatje met de heer El Yassini kwam letterlijk mijn
vraag naar voren in welke mate de vrije sector meteen bij Economische
Zaken aan tafel kan. Het is inderdaad niet een sector die normaliter bij
u zit. Ik vind het fantastisch dat u nu de kredietfaciliteit heeft
ingesteld. Maar het zijn ondernemers. Ik vind het ook jammer dat we hier
niemand van EZK hebben, want dan hadden we dat gesprek aan kunnen gaan.
Of je nou aan bloemsierteelt doet, aardappelteler bent of prachtige
musicals maakt. U vroeg of er geluiden zijn. Die geluiden zijn er. Ik
heb mensen gesproken die zeggen: OCW doet echt ontzettend hard z'n best,
en de minister ook, maar wij horen eigenlijk bij die economische tak. Ik
vertrouw dat VVD-minister Wiebes en staatssecretaris Keijzer ook
helemaal toe. Zij kunnen gewoon de juiste maatregelen treffen. Wilt u
hen morgenochtend bellen en zeggen: collega, ik heb een verrassing voor
u, ik heb een prachtige sector; laat ze bij u aanschuiven? U kunt daar
als minister van Cultuur dan eventueel ook aan bijdragen, maar die
sector hoort daar en daar hebben ze ook echt behoefte aan. Dat wilde ik
dus nogmaals benadrukken en verzoeken.
Minister Van Engelshoven:
Volgens mij gebeurt dat, maar ik zal nog eens bij de collega's navragen
of zij deze sector ook op het netvlies hebben bij het pakket voor
ondernemers. Volgens mij is dat zo. Ik weet dat ik in ieder geval ook
uitvoerig met EZK van gedachten heb gewisseld over bijvoorbeeld de
evenementensector, maar ik zal nog even checken of dat ook geldt voor de
vrije producenten.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Van Engelshoven:
Mevrouw Belhaj vroeg ook hoe we ervoor zorgen dat mensen bekend raken
met de mogelijkheden om aan cultuur te geven. Denk ook aan de
mogelijkheden die er in deze tijd zijn om vriend te worden van een
museum, of om een abonnement te nemen op een filmhuis, waardoor je al
die films thuis kunt kijken. We gaan kijken of we dat op de een of
andere manier bij elkaar kunnen brengen en of we dat nog eens onder de
aandacht kunnen brengen. Mijn medewerkers drukken mij op het hart dat
social media dat op een hele goede manier zouden kunnen doen. Dat lijkt
mij een hele goede suggestie.
Ik zou overigens ook in dit debat willen zeggen: doe dat ook allemaal.
Koop je boek bij die lokale boekhandel. Blijf lid van je bibliotheek.
Word vriend van je favoriete museum. Sluit je aan bij dat filmhuis. Als
we allemaal onze favorieten in de culturele sector een beetje steunen —
als we het kunnen missen, want ik begrijp dat veel mensen in onzekerheid
zitten — dan helpt dat zeker.
Voorzitter. Mevrouw Belhaj heeft ook gevraagd naar de culturele
instellingen voor kinderen. Ik meen dat de heer Asscher daar ook naar
had gevraagd, maar ik weet het niet zeker. Er is ruimte gegeven op het
gebied van sport. Mag dat dan ook op het gebied van cultuur? Het kabinet
heeft ruimte gegeven voor buiten bewegen. Dat is voor ongelofelijk veel
kinderen heel erg belangrijk. In de nieuwe aanwijzing staat: "Daarnaast
geldt een uitzondering voor georganiseerd buiten sporten en bewegen,
onder andere in teamverband, voor kinderen tot en met 12 jaar, waarbij
geen 1,5 meter afstand hoeft te worden gehouden ten aanzien van de
sportende kinderen, evenwel zonder toeschouwers anders dan de eventuele
leiding."
Deze aanwijzing moet worden vormgegeven door de gemeenten. Je kunt je
voorstellen dat je onder de 12 jaar ook prima kunt zumba dansen met
elkaar. Dat lijkt mij ook heel gezond bewegen. Zo zijn er meer vormen
denkbaar. Het LKCA, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en andere
partners doen ook een oproep aan gemeenten om ook te denken aan
culturele activiteiten die gericht zijn op lichamelijke expressie.
Gemeenten kunnen hierbij niet alleen de buurtsportcoaches inzetten, maar
ook de cultuurcoaches. Hier wordt dus zeker naar gekeken.
Muziekscholen blijven nog onder het verbod op samenkomsten vallen. Dat
geldt ook voor koren en toneelclubs. Daar wordt weer naar gekeken als we
een volgend moment van besluitvorming hebben.
De heer Asscher vroeg ook nog naar de musici. Zijn dat ook niet gewoon
topsporters? Datzelfde kan gezegd worden over dansers. Als iets topsport
is, dan is het dansen. Dus ja, ze hebben heel veel gemeen met
topsporters. Ze kunnen ook alleen op dat topniveau blijven presteren als
ze gewoon blijven oefenen en blijven repeteren onder de juiste
omstandigheden met professionele faciliteiten.
De aanstaande verlichting voor topsport geldt niet voor musici. Het
probleem is dat zij in grote gezelschappen zijn. Bij een beetje orkest
gaat het al snel over de 30 heen. Het is ook heel moeilijk om in een
orkest 1,5 meter afstand te houden. Dan klinkt het ook anders. Het heeft
ook een bepaalde setting nodig om goed te klinken. Ik weet dat er in de
sector, bij musici, maar ook bij dansers, wordt gewerkt aan plannen om
wel te kunnen repeteren, als men nog niet snel weer open kan gaan. Hoe
kunnen dansers op een professionele manier repeteren, binnen de
mogelijkheden? Hetzelfde geldt voor musici. Daar is de sector zelf mee
aan de gang en dat moet zeker onze aandacht hebben.
De heer Asscher vroeg ook naar de musea. We hebben een aantal
maatregelen voor de rijksmusea: de NOW, het doorlopen van de subsidie,
het opschorten van de huur, het naar voren halen van subsidie en
aanvullende ondersteuning met 300 miljoen. Voor andere musea gelden ook
een aantal generieke maatregelen, zoals de NOW. Daar gaan we ook samen
met de regionale bestuurders naar kijken. Er is ook een herallocatie van
middelen van het Mondriaan Fonds voor kleine musea, zodat die extra
ondersteund kunnen worden.
De heer Asscher vroeg ook naar het nader in kaart brengen van de
seizoenseffecten. Met de minister van Sociale Zaken wordt breder bekeken
wat de gevolgen zijn van de seizoenen. We hebben dit pakket genomen voor
die eerste maanden, maar nu dingen langer gesloten blijven, zeker als je
kijkt naar festivals en evenementen, zullen we nader moeten beschouwen
wat voor verdere steun er nodig is voor dit soort seizoenseffecten en
ook voor komend jaar. Daar zijn we nog niet mee klaar. In de culturele
sector is het seizoenseffect buitengewoon groot.
De heer Asscher vroeg ook wat we voor bibliotheken kunnen doen. Als er
iets is waarvan ik hoop dat het snel weer open kan, dan zijn het de
bibliotheken, juist omdat het ongelofelijk belangrijke plekken zijn voor
bijvoorbeeld kinderen in kwetsbare posities of voor jongeren die een
studieplek nodig hebben. Helaas zijn de bibliotheken ook sinds 16 maart
gesloten. De bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek spannen zich in
om digitaal lezen mogelijk te maken. Er zijn apps gemaakt, te weten de
ThuisBieb en de LuisterBieb, als ik daar even reclame voor mag maken.
Dat is een app die je op je telefoon kan zetten, ook al ben je geen lid
van de bibliotheek, en dan heb je gratis toegang tot een grote collectie
e-books en luisterboeken. Gaat u maar kijken! Het is echt fantastisch
hoeveel je daar kunt lezen en luisteren. Ik denk dat het voor veel
mensen in deze tijd heel fijn is — ik doe dat zelf met enige regelmaat —
om even rust te nemen met een luisterboek op je oor. Daar wordt op grote
schaal gebruik van gemaakt. Bibliotheken bereiden zich ook voor op hoe
zij straks op een veilige manier open kunnen gaan.
Ik zie de wethouder van Cultuur in Den Haag ook regelmatig zorgen dat er
boeken bezorgd worden bij mensen. Dat is buitengewoon sympathiek. De
bibliotheken zijn ongelofelijk aan de slag om dingen te regelen voor
mensen.
Mevrouw Dik-Faber had nog een vraag over de monumenten en de eigen
bijdrage onder de Sim. De monumentensector heeft zelf aangegeven dat hij
graag die leenfaciliteit wilde bij het Nationaal Restauratiefonds. Dan
kijken we ook naar de middellange termijn. We richten ons erop om te
zorgen dat onderhoud en restauratie zo goed mogelijk doorgaan. Dat is
van belang voor de monumenten. Er zijn ook gewoon weer mensen aan het
werk. Het is dus van groot belang, ook voor de continuïteit van het
vakmanschap en voor de jongeren die daar opgeleid worden. Daar draagt de
leenfaciliteit aan bij. De subsidies in het kader van het erfgoed
blijven gewoon in stand.
Verder vroeg u naar een verhoging van de Sim-bijdrage voor de eigenaren.
Dat is een subsidie en geen lening. Waar het gaat om die eigen bijdrage
betekent het dat de regeling veranderd moet worden, wat weer betekent
dat je minder mensen bereikt. Of het bedrag moet worden worden
opgehoogd, maar dat geld heb ik niet en dan wordt het dus wel minder.
Volgens mij hebben we ook in overleg met de sector een buitengewoon goed
afgewogen Sim gemaakt. Ik heb nog geen bericht gekregen dat er
daadwerkelijk knelpunten in zitten.
De heer Van Raan vroeg hoe het bedrag van 300 miljoen tot stand is
gekomen. We staan continu in contact met de taskforce van Kunsten '92 en
er is intensief overleg mee, maar uiteindelijk ligt de afweging over
hoeveel middelen er komen, bij het kabinet. Nogmaals, die 300 miljoen is
wel voor de eerste maanden. Ik weet dat Kunsten '92 een bedrag van ruim
900 miljoen op tafel heeft gelegd, maar dat betrof wel het totaal aan
omzetverlies. Nou, dat maken we in geen enkele sector goed. Ik heb
verder al uitgelegd dat ook vanuit die andere regeling honderden
miljoenen naar de sector gaan. Dus dit is voor de eerste maanden, maar
zeker nu het langer gaat duren, weten we dat het niet genoeg zal zijn en
dat er bijvoorbeeld ook bij de gemeenten nog het nodige moet.
De heer Van Raan had het over het in het leven roepen van een adviesraad
van filosofen en kunstenaars. Volgens mij is er vorige week in het debat
met de minister-president uitvoerig het debat gevoerd over de vraag of
we niet andere deskundigen erbij moeten betrekken. U heeft dit weekend
ook kunnen lezen dat de Akademie van Kunsten zelf hierover wil gaan
nadenken, wat ik een buitengewoon mooi idee vind. Ik zal er contact over
zoeken met Anne Vegter, de voorzitter van de Akademie van Kunsten.
Wij willen zo snel mogelijk aan de slag met de uitwerking van deze
regeling. Vandaag staat ook de suppletoire wet op de agenda. Ik zal de
Eerste Kamer een brief sturen dat we die daar zo snel mogelijk na de
stemming hier in procedure willen brengen. U krijgt zelf ook een
afschrift van die brief die ik aan de Eerste Kamer zal sturen. Als ik
een ding wil bereiken, is het dat die 300 miljoen zo snel mogelijk landt
bij die mensen die daar met smart op zitten te wachten. Laten we er met
elkaar naartoe werken dat dit kan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk eerst even naar de leden of er nog vragen onbeantwoord zijn
gebleven. Mevrouw Dik-Faber. De heer Kwint ook?
De heer Kwint (SP):
Tweede termijn.
De voorzitter:
Oké. Dan mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik had nog een vraag over de Subsidieregeling instandhouding monumenten.
De minister heeft mijn vraag daarover beantwoord, maar zij heeft daarbij
aangegeven dat zij geen signalen had gekregen dat het knelt. Ik heb die
signalen wel gekregen vanuit de rijksmonumentale kerken, waar juist dit
kabinet zich extra om bekommerd heeft en waar ook wel middelen voor
beschikbaar worden gesteld. Ik noem in dit verband de Federatie Grote
Monumentengemeenten. Wat nu dreigt, is dat er veel onderhoud stilgelegd
wordt omdat mensen tegen die anderhalvemetersamenleving aanlopen. Ik
vind dat jammer, want volgens mij kun je onderhoud wel uitvoeren met
respect voor de 1,5 meter, maar dit is wat nu wel dreigt. Bovendien
dreigt dat er minder onderhoud wordt uitgevoerd omdat eigen bijdragen
teruglopen. Dus ik ben er eerlijk gezegd niet zo heel erg bang voor dat
de subsidie ontoereikend zal zijn als we het subsidiepercentage zouden
verhogen. Zou de minister daar nog eens op willen ingaan?
Minister Van Engelshoven:
Het subsidiepercentage verhogen is ingewikkeld, want dat betekent gewoon
meer geld en dan kunnen we het minder goed doen. Nogmaals, de signalen
die u noemt, ken ik niet precies, maar ik zal me daarover verstaan met
de organisaties die u noemt en vragen: wat is hier nou precies het
probleem? Want ik ben met u van mening dat wij ons er vooral op moeten
richten dat restauratie en onderhoud zo veel mogelijk doorgang vinden.
Wellicht kunnen we de sector een handje helpen door met hen te bezien
hoe het zou kunnen, of wat eventueel naar voren kan worden gehaald.
Volgens mij moeten we ons gezamenlijk richten op één ding, namelijk:
restauratie en onderhoud gewoon laten doorgaan.
De voorzitter:
Mevrouw Dik-Faber nog.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik vind dit een hele mooie toezegging van de minister. Ik vraag haar om
de Kamer te informeren over wat precies de uitkomst en de bevindingen
van haar gesprekken zijn, zodat wij daarvan goed op de hoogte worden
gehouden.
De voorzitter:
Er is ook nog een interruptie van mevrouw Belhaj?
Mevrouw Belhaj (D66):
Niet nu.
De voorzitter:
In de tweede termijn? Dan zijn we daarmee gekomen aan het einde van de
eerste termijn van de kant van het kabinet. Ik wil graag direct doorgaan
met de tweede termijn, als dat akkoord is. Geldt dat ook voor de
minister? Hoor ik mevrouw Dik-Faber onderhandelen over
spreektijden?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Nee, excuses.
De voorzitter:
Of wilt u kort schorsen?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Twee minuten, om even een motie deze kant op te krijgen.
De voorzitter:
Dan schorsen we tot kwart voor vijf.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Aan de orde is nog steeds het wetgevingsoverleg Cultuur en corona. Wij
gaan beginnen met de tweede termijn en ik zou de heer El Yassini van de
VVD als eerste het woord willen geven.
De heer El Yassini (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook de minister even bedanken voor de
beantwoording van de vragen van de Kamer. Nogmaals, de VVD is heel blij
met deze aanvullende maatregelen, die boven op de algemene
steunmaatregelen komen die het kabinet al heeft geregeld. Dat is dus
goed. Het is in ieder geval een belangrijke eerste stap. Daar hebben wij
als VVD aangegeven wat voor ons belangrijk is, ook met betrekking tot
die uitwerkingen, bijvoorbeeld juist de matching met de gemeentes, of de
verantwoordelijkheid van de gemeentes en de rol die de minister daarbij
heeft.
Ik wil nogmaals benadrukken dat het voor ons ook heel belangrijk is dat
dit steunpakket, dit noodmaatregelpakket, 300 miljoen extra uittrekt
boven op — wat ik van de minister heb begrepen — de ongeveer 400 miljoen
tot 500 miljoen vanuit de algemene maatregelen. We focussen ook echt op
die spreiding. Dat is dus ook echt wel heel belangrijk. Voor de rest
wacht ik met smart de uitwerkingen af. Ik denk dat wij, als Kamer, daar
te zijner tijd ook nog wel een mening over hebben.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van den Berge van GroenLinks.
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn excuses, want volgens mij heb ik
een paar keer lawaai gemaakt. Dat was niet zozeer omdat ik op tafel
sloeg, maar omdat mijn lange benen ruzie hadden met een poot onder de
tafel waar ik nu achter zit, vanwege de 1,5 meter.
Voorzitter. In dit debat was het voor GroenLinks belangrijk om te kijken
hoe we na deze coronacrisis weer kunnen dansen op een festival, kunnen
genieten van een voorstelling in het theater en kunnen lachen om een
lokale cabaretvoorstelling. Ik moet zeggen: ik ben na dit debat ietsje
hoopvoller dan voorafgaand aan dit debat, want ik proef bij de minister
wel wat ruimte om toch meer te gaan doen en bereidheid om in gesprek te
gaan met instellingen en zeker ook vertegenwoordigers van creatieve
makers en lokale en provinciale overheden om te kijken naar wat er extra
mogelijk is.
Ik proefde bij de minister ook wel een zeker ongemak om te spreken over
details van maatregelen die nog niet zijn uitgewerkt en dat begrijp ik.
Daar heb ik oprecht begrip voor. Tegelijkertijd hoop ik ook dat de
minister dan weer begrip heeft voor onze rol, want wij zitten hier wel
om de minister te controleren en als het ware decharge te verlenen om
300 miljoen uit te gaan geven. Vandaar dat wij daarop toch wel
doorvragen. Ik ga even in mijn eigen woorden zeggen hoe ik de minister
heb begrepen. Zij ziet eigenlijk twee sporen om de culturele sector door
de crisis heen te helpen. De ene is die 300 miljoen die voornamelijk,
maar niet geheel, via de gesubsidieerde instellingen terecht moet komen
bij de sector. Daarnaast heb je de generieke maatregelen. Die aanpak
begrijp ik, maar ik zou er bij de minister toch op willen aandringen om
ook echt te kijken naar maatwerk voor creatieve makers die niet onder
deze twee sporen gevat kunnen worden en in feite door de mazen van dit
vangnet heen vallen.
Ik noem daarbij twee concrete voorbeelden om dit abstracte iets
concreter te maken. Ik denk bijvoorbeeld aan de vrije
theaterproducenten. De minister zei daar net al over dat ze daarmee in
gesprek is. Maar die hebben bijvoorbeeld investeringen gemaakt voor dit
seizoen in decors en ze hebben zzp'ers ingehuurd om theaterscripts te
schrijven. Soms huren ze mensen in om liedjes te schrijven voor
musicals, zeg ik tegen collega El Yassini. Al die mensen hebben behoefte
aan compensatie van die inkomstenderving. Dat is één voorbeeld.
Ik noem nog een ander voorbeeld: kunstenaars die nu wel door kunnen
werken, maar hun werk vaak niet of in mindere mate verkopen, omdat veel
beurzen niet doorgaan. Ik zou de minister toch willen vragen om voor die
groep te kijken naar maatwerk. Om dat enige kracht bij te zetten, heb ik
een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de coronacrisis diepe sporen trekt in de culturele en
creatieve sector;
overwegende dat de coronacrisis laat zien hoezeer we kunst en cultuur
nodig hebben voor troost, inspiratie en afleiding;
constaterende dat de regering 300 miljoen heeft uitgetrokken voor
aanvullende ondersteuning aan culturele instellingen die "van vitaal
belang zijn";
overwegende dat veel creatieve makers achter het net vissen bij de
generieke steunmaatregelen van het kabinet, omdat ze (net) niet aan de
voorwaarden voldoen;
constaterende dat een groep makers een petitie is gestart voor
tijdelijke belastingvrijstelling op de aanschaf van kunst;
verzoekt de regering alles in het werk te stellen om creatieve makers in
de culturele sector, zowel voor als achter de schermen, inclusief
zzp'ers en freelancers, door deze crisis heen te helpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berge, Asscher, Kwint en
Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 8 (35441) (#1).
De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. Mevrouw Geluk-Poortvliet, aan u het woord.
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Voorzitter. Ik dank de minister voor het beantwoorden van een heleboel
vragen en ik wacht op de criteria voor de matchingsregeling. De minister
heeft die toegezegd en ik hoop dat ze er gauw komen. Ik denk ook aan de
randvoorwaarden voor wat er nog wel kan als er een eventuele
versoepeling komt en de vraag waar dat nodig zou kunnen zijn.
Ik vind het ook heel fijn dat er zo'n groot bedrag naar de cultuursector
gegaan is. Het is ook fijn dat de makers en degenen die ermee te maken
hebben, daar een prestatie tegenover kunnen stellen. Ik dien daarover
een motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering forse ondersteuning van de culturele en
creatieve sector voorstelt;
van mening dat cultuur belangrijk is, juist in een tijd dat men geen
musea of concerten kan bezoeken;
verzoekt de regering in overleg met de sector te kijken naar passende
alternatieven, zoals onlinelessen voor klassen en snellere
digitalisering van collecties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geluk-Poortvliet en El Yassini.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 9 (35441) (#2).
Mevrouw Geluk-Poortvliet, was u hiermee ook aan het eind van uw betoog
gekomen?
Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ja, dank u wel.
De voorzitter:
Dan is nu het woord aan de heer Kwint van de SP.
De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. Er zijn vandaag weer een hoop mooie woorden gesproken
over het belang van de cultuursector. Ik blijf dan toch zitten met het
punt dat ik het steunpakket qua omvang relatief beperkt vind in relatie
tot al die belangrijke woorden. De minister houdt er niet van om de ene
sector met de andere te vergelijken, maar ik wel. Ik zou niet weten
waarom je dat niet zou doen. Als ik het aanvullende pakket voor een
klein deel van de landbouwsector erbij pak, dan staat daar dat men 30%
inkomstenverlies voor eigen rekening moet nemen, terwijl de rest door de
overheid wordt gecompenseerd. Dat is hier gewoon niet het geval. Hier
geldt dat 70% inkomstenverlies genomen moet worden en dat een deel
gecompenseerd wordt. Dat inkomstenverlies is ook nog weer heel erg
verspreid over de hele sector. Als jij je hele inkomen kwijtraakt, krijg
je er uiteindelijk 30% van terug. En het kan ook nog een stuk slechter
uitpakken.
We hadden het al over het trickle-downpakket, waarvan ik het idee heb
dat het buiten crisistijd al niet werkt. Ik heb er nu ook een hard hoofd
in. De minister noemt Oerol als voorbeeld, maar Oerol is een heel uniek
festival. Het is een van de weinige festivals die zelf makers vraagt om
dingen te gaan produceren. Bijna elk ander festival in Nederland maakt
geen programma, maar boekt dat. Dat is voor dit soort regelingen een
heel belangrijk verschil, omdat zij er dus niet direct voor zorgen dat
bijvoorbeeld kleine zelfstandigen of zzp'ers weer aan het werk gaan. Dat
is ook precies de reden waarom wij voorstellen hebben gedaan bij de
Wwik, maar ook voor steun voor festivals en faciliterende bedrijven,
bijvoorbeeld ook kermissen. Waarom? Meneer Asscher zei het al: omdat het
vaak seizoenswerk is. Voor deze mensen kan een kleine compensatie van
twee of drie maanden misgelopen inkomsten nooit voldoende zijn, om de
simpele reden dat het om het verlies van een totaal jaarinkomen gaat. Ik
snap dat de minister nu niet een oplossing uit haar hogehoed kan
toveren, maar ik vraag haar wel om samen met Sociale Zaken bij nieuwe
regelingen specifiek te kijken naar groepen die door het mislopen van
deze zomer gewoon een heel jaarinkomen missen.
Ik ben blij dat de minister het voorstel om poppodia en theaters voor
rouwdiensten beschikbaar te stellen, wil meenemen. Dat hoeft helemaal
niet in een aparte brief terug te komen. Ik hoop wel dat het nog een
keer in een brief terugkomt, want het zou een beetje zonde van de
inspanning zijn als we half september constateren dat we daar nooit meer
iets van gehoord hebben. Volgens mij zou dat ook geen recht doen aan het
leed dat je daarmee kunt wegnemen.
Ten slotte. Ik vond "verjongen en verbreden" een mooie ambitie. De
minister zegt terecht dat het nu anders is, maar ik ben wel benieuwd hoe
zij dat dan zelf ziet. Zij is hier de minister. Ik zie die ambitie
voorlopig in dit plan niet terug en die zorg blijft, maar ik ben wel
heel positief. Ik heb namelijk geen preadvies gehoord op mijn
schitterende amendement, dus ik neem aan dat ze dat gewoon steunt. Dat
geeft ook extra ruimte om die verjonging en verbreding in deze moeilijke
tijd toch in stand te houden.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank. Mevrouw Belhaj, D66.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Ik ben benieuwd naar het amendement van de SP.
Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording van de vele vragen
die er zijn. Dat zijn niet alleen vragen van D66, maar ook veel vragen
die ik de afgelopen weken van de culturele sector, de makers, heb mogen
ontvangen. Nog niet alles is helemaal duidelijk, maar ik denk wel dat we
weer een stapje verder zijn. We zijn alleen één sector nog vergeten te
bespreken, en dat zijn de amateurverenigingen. Ik wil de minister daar
toch nog naar vragen in tweede termijn. Deze subsector binnen de
culturele sector krijgt harde klappen. Je hoort er eigenlijk weinig
over, ook bij de steunmaatregelen. Ik hoop dat de minister mij gerust
kan stellen dat er ook voldoende aandacht is voor de amateurverenigingen
en de vele vrijwilligers die daar vaak in werken.
Naar aanleiding van de opmerking die we hebben gemaakt over de mate
waarin kinderen weer buiten zouden kunnen sporten, vraag ik of er ook
andere, culturele activiteiten zijn die weer kunnen. Niet iedereen houdt
van sport. Er zijn ook kinderen die van muziek houden. Nu is een heel
belangrijke vraag in welke mate je een-op-een muzieklessen zou kunnen
geven. In groepsverband kan het niet, maar over een-op-eenlessen is veel
onduidelijkheid en het zou heel erg helpen als daar nog wat helderheid
over kwam.
Voorzitter, helemaal tot slot doe ik nog een belangrijke oproep. Het is
voor de politiek altijd ingewikkeld om het geld te moeten verdelen over
alle onderwerpen en alle mensen in het land die getroffen worden door de
crisis. Maar ik denk, nogmaals, dat het belangrijk is om aanvullend aan
iedereen die dat kan, te vragen — soms in het klein, soms in het groot —
om alvast die tegoedbon te kopen van die culturele instelling. En als je
het kan missen, kijk dan ook of je een kunstwerk kunt kopen, groot of
klein, en die zijn er in diverse prijscategorieën. Want daarmee help je
heel veel kunstenaars om gewoon door te kunnen gaan met wat ze het
liefst doen en waar wij met z'n allen in Nederland ook ongelofelijk blij
van worden.
Ik wens de minister heel veel wijsheid en sterkte toe in de komende
tijd, in de wetenschap dat we elkaar hierover zeker nog weer gaan
spreken als het gaat over de langere termijn en wat we daarvoor met
elkaar moeten doen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Asscher, PvdA.
De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Dank aan de minister en alle collega's voor het debat. De
minister heeft duidelijk aangegeven dat dit een eerste stap is en dat er
dus een vervolg komt. Ik vraag haar daarbij in gedachte te houden dat de
regelingen nu werken voor een bedrijf als Booking.com, waar miljarden
aan de aandeelhouders zijn uitgekeerd de afgelopen jaren, terwijl ze
niet werken voor heel veel instellingen en makers die we straks heel
hard nodig hebben. Ik vraag haar om met het oog daarop te zorgen voor
een rechtvaardig vervolg. Daar heb ik ook een drietal voorstellen
voor.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet 300 miljoen euro beschikbaar stelt, met
als doel de culturele en creatieve sector door de financieel zware
eerste maanden heen te helpen;
overwegende dat bij zelfstandigen en instellingen in de sector
onduidelijkheid bestaat of zij voor de generieke en aanvullende
maatregelen in aanmerking komen;
overwegende dat in de aangenomen motie-Asscher/Dijkhoff het kabinet is
opgedragen te bezien in hoeverre werkenden en bedrijven in het mkb
aanvullende steun behoeven;
verzoekt de regering hierin ook de ondernemers, werkenden en makers uit
de creatieve en culturele sector mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Van den Berge, Kwint,
Belhaj en Dik-Faber.
Zij krijgt nr. 10 (35441) (#3).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de culturele sector zwaar te lijden heeft onder de
maatregelen die de overheid heeft genomen om de verdere verspreiding van
het coronavirus tegen te gaan;
constaterende dat het overgrote deel van de 300 miljoen die de regering
heeft uitgetrokken voor aanvullende ondersteuning aan culturele
instellingen die "van vitaal belang" zijn, terechtkomt bij
gesubsidieerde instellingen en organisaties;
constaterende dat een groot deel van het culturele aanbod in Nederland
wordt gecreëerd door niet-gesubsidieerde makers en instellingen;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe niet-gesubsidieerde
instellingen en organisaties meer ondersteuning kan worden
geboden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher en Belhaj. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 11 (35441) (#4).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de culturele sector zwaar te lijden heeft onder de
maatregelen die de overheid heeft genomen om de verdere verspreiding
tegen te gaan;
constaterende dat de crisis grote financiële problemen bij lagere
overheden tot gevolg kan hebben;
van mening dat kunst en cultuur voor iedereen, jong en oud, rijk en arm,
bereikbaar moet zijn;
verzoekt de regering om, middels een inspanningsverplichting, te
voorkomen dat de financiële problemen bij lagere overheden tot gevolg
zullen hebben dat lokale en regionale culturele voorzieningen zoals
regionale centra voor de kunst, muziekscholen en bibliotheken
verdwijnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Van den Berge en Kwint.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 12 (35441) (#5).
De heer Asscher (PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. Dan mevrouw Dik-Faber, ChristenUnie.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van
alle vragen. Het waren er heel veel, maar het ziet er toch naar uit dat
we deze vergadering op tijd kunnen afronden.
De culturele sector is van essentieel belang voor ons land. Ik vind het
ook mooi om te horen van deze minister dat bij haar een warm hart klopt
voor de culturele sector. Er zijn vergelijkingen gemaakt met andere
sectoren. Ik vind dat niet terecht. De culturele sector is in zichzelf
van waarde. Ik zie dat hier een minister zit die heel hard knokt voor
deze sector, om die door de crisis heel te helpen. We zien nu ook dat
het op een aantal punten nog knelt. Dat is onderdeel geweest van de
debatten. Ik vind het goed om te horen dat de minister blijft zoeken
naar manieren om de culturele sector verder te ondersteunen en ook
regelingen beter passend te maken.
Ik heb twee belangrijke toezeggingen genoteerd. De ene toezegging is dat
zij in gesprek gaat met haar collega over wat er nog mogelijk is in de
fiscale regelingen. De andere toezegging is voor mijn fractie ook van
belang en gaat over het onderhoud van grote monumenten. Ik heb inmiddels
de informatie doorgeleid naar de politiek assistent, zodat zij weet met
wie zij contact kan opnemen.
Ik wil één motie indienen en dat is de volgende.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet financiële middelen beschikbaar stelt om
plannen van wethouders en gedeputeerden cultuur voor het behoud van
culturele instellingen met een vitaal belang voor de regionale
infrastructuur te matchen, indien "er sprake is van landelijk
belang";
overwegende dat de bepaling "landelijk belang" kan worden geduid als een
landelijk dekkend netwerk van regionale vitale culturele
infrastructuur;
overwegende dat van belang is dat gemeenten en provincies allemaal de
kans krijgen om hier op in te tekenen, in plaats van "wie het eerst
komt, wie het eerst maalt", waarbij het geld zo veel mogelijk
gelijkelijk over de regio’s wordt verdeeld;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de regeling ervoor zorg te
dragen dat regionale spreiding gewaarborgd is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, El Yassini,
Geluk-Poortvliet en Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan
voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 13 (35441) (#6).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Mij rest om de minister heel veel succes te wensen de komende periode.
Dank u wel.
De voorzitter:
De heer Kwint heeft nog een vraag aan u.
De heer Kwint (SP):
Ja. Ik wil de eigenlijk een vraag over iets anders stellen, maar deze
motie roept ook vragen op. Laat ik het toch over dat andere hebben.
Mevrouw Dik-Faber zegt: ik vind het eigenlijk niet terecht om sectoren
met elkaar te vergelijken, want cultuur heeft in zichzelf ook belang.
Dat ontkent niemand, maar uiteindelijk is het als sector toch ook wel
fijn om te weten wat er tegenover die waardering staat en tegenover al
die mooie woorden. Dan is het toch niet gek dat we in deze tijden kijken
welke sector wat krijgt en hoe dat in verhouding staat tot elkaar?
Sterker nog, ik zou zeggen dat die weging in essentie is wat wij hier de
hele dag doen of zouden moeten doen. Wat is er ongepast aan het
vergelijken van steunpakketten voor sectoren? Ik snap dat niet.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Mij valt op dat als er een vergelijking wordt gemaakt, daarin ook een
bepaalde verongelijktheid doorklinkt. Enerzijds begrijp ik dat, als ik
me probeer te verplaatsen in de situatie van de cultuurmakers. Die
zitten sowieso al in een heel kwetsbare positie. Ik heb ook gevraagd hoe
we dat naar de toekomst toe gaan verstevigen, want juist in deze crisis
zie je dat mensen met slechte arbeidscontracten buiten de boot vallen.
Ik vind het heel belangrijk om dat te verbeteren. Tegelijkertijd zie ik
dat er wel een overheid is die hier substantieel geld voor vrijmaakt. De
culturele sector past voor een aanzienlijk deel in de regelingen. We
hebben ze allemaal genoemd, de TOGS-regeling en andere regelingen. We
hebben daarbij gezegd dat we willen kijken waar mensen toch nog tussen
de regelingen doorvallen naar hoe we dat kunnen oplossen. We hebben ook
met elkaar gezegd dat 300 miljoen extra wordt uitgetrokken voor de
culturele instellingen. Dat is niet niks. Het is een substantieel
bedrag. Ik weet niet of de heer Kwint dat op zijn bankrekening heeft; ik
niet. Hier kun je veel mee bereiken. Hier kan veel mee gedaan worden. Ik
heb aan de ene kant begrip voor iedereen die zegt dat hij zich hierdoor
onvoldoende erkend voelt, maar aan de andere kant is het echt niet niks.
Dat wil ik toch nog een keer onderstreept hebben.
De heer Kwint (SP):
Het zal mevrouw Dik-Faber niet verbazen dat ik niet 300 miljoen op mijn
bankrekening heb. Daar staat tegenover dat wij een zeer omvangrijke
partijkas hebben waarmee we trouwens ook nog weleens wat
cultuurprojecten subsidiëren. Wat dat betreft wordt mijn afdracht nuttig
besteed. De kern is natuurlijk dat niemand zegt dat 300 miljoen weinig
geld is. Het gaat er alleen om wat je met dat geld kunt doen en wat
mensen ervan merken. Laat ik het concreet vragen. Je ziet op de tv een
minister zeggen dat hij alles op alles gaat zetten om KLM te redden, dat
zijn zakken diep zijn en dat ze helemaal geleegd moeten worden en al dat
soort dingen, voor een bedrijf dat vorige week nog het salaris van de
twee topmensen wilde verhogen. Kan mevrouw Dik-Faber zich voorstellen
dat een maker in de culturele sector denkt: ik ben heel blij dat er
enige hulp voor mijn sector is, maar ik voel me toch niet helemaal
gewaardeerd?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Geen enkele menselijke emotie is mij vreemd. Ik kan me dit ook heel erg
goed voorstellen. Ik heb ook met enige verbazing een aantal activiteiten
van onze blauwe luchtvaartmaatschappij gevolgd. Dat debat wil ik hier
niet gaan voeren. Dat doet mijn collega Eppo Bruins aan een andere
tafel. Voor mij is vandaag de kern dat wij spreken over de culturele
sector in Nederland, die ongelooflijk waardevol is, waarvoor regelingen
van de overheid beschikbaar zijn en waarvoor door deze minister 300
miljoen extra beschikbaar is gesteld. Intussen zitten we niet stil, maar
blijven we zoeken naar maatregelen om de culturele sector te bedienen.
Met "bedienen" bedoel ik dat we de culturele sector zo robuust mogelijk
door deze crisis moeten helpen. En dat is waar we vandaag voor staan en
dat is volgens mij ons aller inzet.
De voorzitter:
Tot slot de heer Van Raan van de Partij voor de Dieren.
De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Dank voor de antwoorden. Fijn dat de minister
aangeeft dat zij bereid is meer te gaan doen in de komende tijd, als een
opvolging. Ook fijn dat zij zegt open te staan voor het feit dat de
cultuursector, kunstenmakers, een bijdrage kunnen leveren aan de
wegwijzer naar de nieuwe economie die nodig is. Zij noemde daarvoor de
Kunstraad, maar ze gaf ook aan ruimte te zien bij andere platforms. Dank
daarvoor.
Tot slot de steun zelf. Een tiende voor een sector die meer doet dan de
luchtvaartsector — het werd net ook al gezegd — dat is raar. Vandaar
mijn herhaalde oproep aan de kunstsector zelf om daartegen in verzet te
komen. Om maar met een andere heel beroemde quote van Churchill te
eindigen, die hij ook niet gezegd heeft: ik begrijp het wel, maar ik
snap het niet. Dat geldt voor het steunpakket ten opzichte van die
andere sectoren.
Voorzitter, ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de culturele sector zowel een enorm economisch als een
maatschappelijk belang heeft;
constaterende dat deze sector zelf onverminderd de noodklok luidt omdat
de maatregelen die zijn genomen te beperkt werken;
constaterende dat de regering heeft aangegeven om alles op alles te
zetten om bepaalde bedrijven door de crisis te loodsen;
verzoekt de regering ook alles op alles te zetten om de culturele sector
door de crisis te loodsen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 14 (35441) (#7).
De heer Van Raan (PvdD):
Dan een korte motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de steunmaatregelen voor de culturele sector ten goede
zullen komen van de grootste instituten, maar niet van de vele
individuele kunstenaars;
overwegende dat zij vooral gebaat zijn wanneer er extra wordt
geïnvesteerd in hun werk;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe investeren in kunst fiscaal
aantrekkelijker kan worden gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 15 (35441) (#8).
De heer Van Raan (PvdD):
En dan nog een lange motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er sinds 12 maart tot ten minste 10 mei geen
voorstellingen en concerten bezocht kunnen worden, en musea gesloten
zijn;
constaterende dat festivals en evenementen tot 1 september zijn
afgelast;
constaterende dat het verlies aan inkomsten vanuit kaartverkoop grote en
verregaande financiële gevolgen heeft voor de culturele en creatieve
sector, waaronder podiumkunsten en musea;
van mening dat niet alleen de fysieke, maar ook de financiële
toegankelijkheid van de culturele en creatieve sector voor het grote
publiek van groot belang is zodra versoepeling van de coronamaatregelen
bezoek weer toelaat;
overwegende dat een verlaging, vrij- of nulstelling van het btw-tarief
op podiumkunsten, musea en verzamelingen positief kan bijdragen aan de
noodzakelijke financiële steun voor de sector, als het toegankelijk
houden van kunst en cultuur voor het grote publiek, en mensen die
financieel zwaar getroffen zijn;
verzoekt de regering te onderzoeken of een verlaging, een vrij- of
nulstelling van het btw-tarief op podiumkunsten en openbare musea of
verzamelingen de culturele en creatieve sector kan steunen;
verzoekt de regering tevens de Kamer hierover te rapporteren voor 1
september aanstaande,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 16 (35441) (#9).
De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de tweede termijn van de
kant van de Kamer. Ik schors voor enkele ogenblikken, zodat de minister
alle moties kan verzamelen en daarop kan reageren.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik hervat de vergadering en geef de minister het woord.
Minister Van Engelshoven:
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het interruptiedebatje over
de vergelijking tussen de sectoren, heb ik geen niet-bestaand citaat van
Churchill, maar wel een bestaand citaat van mijn moeder. Zij zei: je
kunt heel lang treurig zijn over wat je niet hebt gekregen, maar je kunt
ook kijken naar wat je kunt met wat je wél hebt gekregen. Als je dat
laatste deed, kon je ook altijd bij haar terugkomen.
De heer Asscher (PvdA):
Het zou me verbazen als uw moeder het daarbij gehouden heeft. Er kwam
vast nog een komma.
Minister Van Engelshoven:
Ja, ze zei dan: dan mag je daarna altijd nog een keer met een vraag bij
me langskomen. Dat is precies wat ik hier ook zou willen zeggen. Ik heb
een buitengewoon verstandige moeder, met echte citaten.
Voorzitter, even nog het amendement van de heer Kwint. Natuurlijk kun je
dit altijd tegen een minister van Cultuur zeggen. Meer geld zou ik
altijd goed kunnen besteden. Maar u snapt ook dat het een beetje een
open deur is. Ik ga het amendement ontraden, want dit is echt onderdeel
van een bredere weging door het kabinet.
De heer Kwint vroeg ook nog om specifiek te kijken naar groepen die door
deze zomer een heel jaar mislopen. Volgens mij had ik in het debat al
tegen de heer Asscher gezegd dat we dat zouden doen. Het kabinet kijkt
naar alle groepen die vanwege het typische seizoenskarakter een heel
seizoen mislopen.
Misschien nog even ter correctie iets over die vergelijkingen. Het klopt
niet dat in de sierteelt 70% wordt vergoed. Dat zeg ik even om
onjuistheden in het debat recht te zetten.
Mevrouw Belhaj had een vraag over de amateurverenigingen. Het Fonds voor
Cultuurparticipatie heeft in ieder geval al 1 miljoen vrijgemaakt uit de
bestaande middelen van het fonds om de amateurverenigingen te
ondersteunen. U zult begrijpen dat de situatie van die
amateurverenigingen precies iets is waarover we met de gemeenten in
gesprek zijn.
De muziekscholen weer openen is echt een kwestie bij een nieuw
afwegingsmoment. Een-op-eenlessen kunnen wel, mits je ze met de
anderhalvemetermaatregel organiseert.
Ik kom bij het hele pakket moties. De motie op stuk nr. 8 van de heer
Van den Berge c.s. verzoekt het kabinet om alles in het werk te zetten
om creatieve makers in de culturele sector, zowel voor als achter de
schermen, inclusief zzp'ers en freelancers, door deze crisis te helpen.
Het kabinet probeert iedereen door de crisis te helpen. Het is wellicht
een beetje overbodige aansporing, maar ik verwelkom toch de steun in de
rug, dus ik geef deze oordeel Kamer.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft de heer Kwint een vraag.
De heer Kwint (SP):
Ik begon al aan mezelf te twijfelen en dat is niet mijn natuurlijke
grondhouding. Minister Schouten schrijft aan de Kamer dat het
uitgangspunt is dat de eerste 30% van de omzetderving voor ondernemers
is en dat de overheid de resterende 70% van de schade voor een
aanzienlijk deel compenseert. Dat staat letterlijk in de brief van
minister Schouten. Ik geloof dat de verdeling van de inkomstenderving
voor mensen in de landbouw niet het kernpunt van dit debat is, maar dit
is wel de informatie die het kabinet naar de Kamer gestuurd heeft.
Minister Van Engelshoven:
Ik ga er nu niet over met u twisten. Dit is wat ik meekreeg. De regeling
wordt overigens nog uitgewerkt.
Ik kom bij de motie op stuk nr. 9 van mevrouw Geluk-Poortvliet om met de
sector te kijken naar passende alternatieven, zoals onlinelessen voor
klassen en snelle digitalisering van collecties. Die motie krijgt
oordeel Kamer. Je ziet ook wel weer, net als in het onderwijs, waar de
digitalisering een grote vlucht neemt, dat het online zetten van
collecties in tempo gebeurt. Dat is in alle opzichten winst. Ik hoop dat
het mensen zal verleiden om de werken in het echt te gaan zien, als dat
eenmaal weer kan.
De motie op stuk nr. 10 van de heer Asscher c.s. zou ik, met een hele
kleine wijziging, oordeel Kamer willen geven. U heeft het, in
aansluiting op de motie-Asscher/Dijkhoff die het heeft over werkenden en
bedrijven, over "ondernemers, werkenden en makers uit de creatieve en
culturele sector". Als u daar "ondernemers en werkenden" van maakt —
zzp'ers zijn ook werkenden — dan wil ik de motie graag oordeel Kamer
geven, want dan past die een-op-een.
De heer Asscher (PvdA):
Als we het maar over hetzelfde hebben. Die makers zijn een typisch
voorbeeld van werkenden die nu geen weg weten te vinden in die regeling.
Als de andere indieners er geen bezwaar tegen hebben, dan pas ik de
motie aan.
De voorzitter:
U past de motie aan.
Minister Van Engelshoven:
Dan krijgt de motie oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 11, van de heer Asscher en mevrouw Belhaj, die
mij vraagt te onderzoeken hoe niet-gesubsidieerde instellingen meer
ondersteuning kan worden geboden. Die motie geef ik ook oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 12 van de heer Asscher c.s. over een
inspanningsverplichting voor de regionale culturele infrastructuur
krijgt ook oordeel Kamer.
Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 13 van mevrouw Dik-Faber over
de uitwerking van de ondersteuning. Dus ook deze motie krijgt oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 14 van de heer Van Raan verzoekt de regering ook
alles op alles te zetten om de culturele sector door de crisis te
loodsen. Ik zou bijna zeggen dat deze motie een beetje parallel loopt
aan de motie van de heer Van den Berge. Het is een aansporing die
eigenlijk overbodig is, want ik doe dat al. Ik zie het dan maar als een
warme steun in de rug. Die motie krijgt dus ook oordeel Kamer.
De moties op de stukken nrs. 15 en 16 gaan beide over mogelijke fiscale
maatregelen. Ik heb in het debat gezegd dat ik daarover met collega
Vijlbrief in gesprek ga. Ik zou u willen vragen om de moties aan te
houden tot ik u iets kan melden over de uitkomsten van dat gesprek. Ik
heb u in het debat ruim toegezegd dat ik alle gedane suggesties zal
meenemen in dat gesprek. Door collega's van u zijn ook nog andere
suggesties gedaan. Dus hou de moties nog even aan tot we daar de
uitkomst van hebben.
De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, meneer Van Raan?
De heer Van Raan (PvdD):
Nou, ik heb eerdere debatten gedaan waarbij de bewindspersoon die er
was, ook niet over de motie ging. Dan werd ook gevraagd om die aan te
houden. Maar het punt is dat dat nog wel een hele tijd kan duren. De
minister heeft al gezegd hier positief tegenover te staan. Het is een
onderzoeksmotie. Ze neemt die mee, dus wat mij betreft kunnen we daar
gewoon over stemmen.
De voorzitter:
Als ik het goed begrijp, wilt u ze in stemming brengen?
De heer Van Raan (PvdD):
Nou, ik vraag me af of de minister dat misschien ook zo kan zien.
De voorzitter:
Maar ik denk dat de minister de beide moties dan toch het oordeel
"ontraden" geeft.
Minister Van Engelshoven:
Ja, dan ga ik ze toch ontraden. Er zijn heel veel suggesties gedaan over
fiscale ondersteuning. Ik wil echt in de breedte kunnen kijken wat het
meest passend is. U kunt wel zeggen dat het een onderzoeksmotie is, maar
in de regel is het zo dat als een onderzoeksmotie heel specifiek één
instrument is, er een zekere voorkeur uit zou spreken om naar dat
instrument te kijken. Laat het nou even open. Alle in het debat gedane
suggesties nemen we mee en gaan we bekijken. We kijken dan het meest
passend is.
De voorzitter:
Meneer Van Raan?
De heer Van Raan (PvdD):
Aan de ene kant is die fiscale ondersteuning een oproep van de sector
zelf. Nogmaals, de minister geeft al aan dat ze dat meeneemt. Ik vind
het wat bijzonder. Ze heeft ook een toezegging gedaan. Dat in ogenschouw
nemend, houd ik beide moties aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn moties (35441, nrs. 15
en 16) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Daarmee is de minister aan het einde gekomen van haar termijn?
Minister Van Engelshoven:
Ja, dat klopt. Ik ben klaar met de tweede termijn.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit
wetgevingsoverleg over de incidentele suppletoire begroting inzake
aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector in verband met
de COVID-19-crisis. Daarover zal volgende week woensdag, 6 mei, worden
gestemd. Dan zal er ook worden gestemd over het amendement en over de
ingediende moties.
Ik dank de minister en haar ambtenaren voor haar komst naar de Kamer. En
ik dank mijn collega's voor hun bijdragen en ik dank de bodes, de
griffier en de DVR-collega voor de verslaglegging.
Sluiting 17.25 uur.
| ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 45 (2019-2020) van 28 april 2020 |
|---|
| Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |