[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (35570-VII) op 14 oktober 2020

Brief regering

Nummer: 2020D41088, datum: 2020-10-15, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2020Z19007:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Vragen van het lid Bosma, M. (PVV)

Vraag:
Er komt geen wet uit handen van de minister. Minister, waarom komt er zo weinig uit uw handen?

Antwoord:
Volgens de heer Bosma komt er geen enkele wet uit mijn handen. Dat plaats ik graag in perspectief. Er zijn in 2017 24 BZK-wetten in het Staatsblad gepubliceerd, in 2018 waren dit er 39 en in 2019 12. In 2020 zijn tot nu toe 17 wetten gepubliceerd in het Staatsblad. Daarmee zijn we samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport groot-leverancier van wetgeving. U kunt overigens nog vele voorstellen van BZK tegemoet zien voor de verkiezingen.

Vragen van het lid Middendorp, J. (VVD)

Vraag:
Bij de begrotingsbehandeling van vorig jaar is een vergelijking aangekondigd inzake het verschil tussen de overheid die zelf ICT en innovatie ontwikkelt en de ontwikkeling door marktpartijen of anderen. Wat zijn de conclusies van die vergelijking?

Antwoord:
Mij staat niet bij dat een dergelijke vergelijking is toegezegd. Op specifieke domeinen ontwikkelt de overheid zelf ICT, zoals bij de uitvoeringsinstanties. Daarbij wordt al gebruik gemaakt van technologieĆ«n en innovaties die bij marktpartijen worden ontwikkeld. De toepassing van zo’n technische innovatie in een proces van de overheid kan op zichzelf natuurlijk innovatief zijn, maar de overheid ontwikkelt geen eigen technische ICT-innovaties. Dat zal altijd door marktpartijen en kennisinstituten, of in samenwerking met deze partijen gebeuren.

Vraag:
Wat wordt nu gedaan tegen het hacken van politici, zoals in Duitsland gebeurd is?

Antwoord:
Iedereen, dus ook politieke partijen en politici, is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen cyber veiligheid. De Tweede Kamer ontvangt als doelgroep organisatie van het Nationale Cyber Security Centrum (NCSC), advies en bijstand van het NCSC. Daarnaast kunnen Tweede Kamerleden een melding van incidenten doen bij de beveiligingsadviseur van de Tweede Kamer en kan er altijd aangifte worden gedaan bij de politie. Politieke partijen kunnen vrijwillig een melding doen bij incidenten die het NCSC in behandeling kan nemen. In de praktijk is dit ook daadwerkelijk voorgekomen. Ook politieke partijen kunnen bij de politie aangifte doen in geval van een incident. Indien sprake is van een cyber incident bij een politieke partij, waarbij de inhoud van de hack openbaar wordt gemaakt (hack and leak), zou Nederland, net als Duitsland in het genoemde voorbeeld, gebruik van de EU cyber diplomacy toolbox kunnen voorstellen.

Vraag:
De Europese Commissie werkt aan plannen die grote consequenties kunnen hebben, zoals Single Digital Gateway. Wat is inzet van kabinet hierbij? Hoe kijkt kabinet aan tegen de samenwerking met Europa op dit punt?

Antwoord:
Niet iedereen in de EU heeft op dit moment op eenzelfde manier toegang tot digitale overheidsdienstverlening. De Europese Commissie heeft inderdaad grote plannen om dat te verbeteren. In oktober 2018 is de Single Digital Gateway (SDG) verordening aangenomen door het Europees Parlement. Doel van de verordening is ƩƩn online toegangsportaal te creƫren voor makkelijke en integrale toegang tot online informatie, administratieve procedures en daarbij horende diensten in de verschillende Europese lidstaten, bijvoorbeeld rondom grensoverschrijdend verhuizen, studeren of werken. De SDG Verordening betekent voor Nederlandse en Europese burgers en bedrijven dat zij straks op digitale wijze betere toegang krijgen tot de interne markt. De huidige pandemie toont het belang daarvan aan.

Nederland onderschrijft de doelstellingen van de verordening en bevoegde instanties zijn gestart met de implementatie van de Single Digital Gateway. De coƶrdinatie op de implementatie van de verordening wordt sinds juli 2019 onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgevoerd. Daarbij worden, waar dat van meerwaarde lijkt, in de voorbereiding van de implementatie coalities gevormd met andere lidstaten. Eind juni heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer per brief
(Kamerstukken II 2020/21, 22112, nr. 2890) geĆÆnformeerd over de implementatie van de SDG en de resultaten die in de afgelopen periode zijn gerealiseerd. De implementatie wordt stapsgewijs uitgevoerd aan de hand van de tijdslijnen die de verordening hanteert. In december 2020 moeten de Rijksproducten die vallen onder ā€œInformerenā€ voldoen aan de SDG. De Nationale Portalen (overheid.nl, government.nl, ondernemersplein.nl, business.gov.nl) zijn begonnen met het implementeren van het onderdeel "Informeren". Een aantal partijen is aan de slag met vertalen van informatie. Andere partijen zijn bezig met het uitvoeren van impactanalyses en uitvoeringstoetsen dan wel het inrichten van de organisatie ten behoeve van de implementatie.

Vraag:
Met cloud- en datadienstenstrategie van de overheid mag het niet zelfde aflopen als met algoritmen en kunstmatige intelligentie: er moet grip komen op algoritmen. We hebben lang gewacht tot Europese Commissie komt met voorstellen: deel van voorstellen moet uit EU komen, maar hoe meer Nederland zelf doet om cloud- en datadiensten te ontwikkelen, hoe sterker Nederland straks staat in Europese discussies, zoals over project Gaia-X. Graag een reactie van het kabinet.

Antwoord:
De staatssecretaris volgt het Europese initiatief over Gaia-X met veel interesse, vooral vanwege de potentiƫle bijdrage aan doelstellingen zoals de digitale soevereiniteit (voor data en voor diensten) van Nederland, en voor uitwisselbaarheid van diensten en gegevensstromen binnen de EU. Het is vooralsnog veelal een visie, maar van het voorzitterschap van Duitsland wordt het nodige verwacht om hier meer concreetheid in aan te brengen.

In 2019 is een verkenning van cloudbeleid afgerond, die ik nog in 2020 zal formaliseren. In 2021 moet dit leiden tot concrete beleidskaders voor de versterking van de ICT-infrastructuur van de rijksdienst. Zoals aangekondigd in de Strategische i-agenda wordt door de consolidatie van overheidsdatacenters de basis gelegd voor verdere kwaliteitsverbeteringen van de overheidsdatacenters, waarbij ook onderzoek naar de mogelijkheden van het leveren van een clouddienst in overheidsdatacenters zal worden meegenomen. Daarbij wil de staatssecretaris waar mogelijk ook Europese cloudinitiatieven zoals Gaia-X betrekken.

Vraag:
Er zou een nieuw digitaal hulpmiddel voor het berekenen van de verkiezingsuitslag komen, maar er is voor gekozen om het huidige systeem te verbeteren. Waarom? Lost dat de risico’s die er waren op? En is het goed geregeld voor de verkiezingen in maart volgend jaar?

Antwoord:
De Kiesraad heeft inderdaad opdracht gegeven om voor de komende Tweede Kamerverkiezing een nieuwe versie van de ondersteunde software verkiezingen te laten ontwikkelen. Doel daarbij is dat de eerder in die programmatuur geconstateerde kwetsbaarheden worden opgelost. De nieuwe versie van de programmatuur wordt thans getest door de Kiesraad.

Vraag:
De Tweede Kamer heeft maar weinig grip op agentschappen zoals Rijksvastgoedbedrijf, bijvoorbeeld als het gaat om project als renovatie Binnenhof. Verkoop- en bezuinigingsprogramma’s die dit Agentschap beheert, zijn moeilijk te volgen voor de Tweede Kamer. Graag reactie minister over deze casus: oude Rijksvastgoedbedrijf en nieuwe Logius kunnen tot interessante verbeteringen in aansturing leiden als die vergeleken worden. Ook graag een reactie op opmerking Rekenkamer hierover.

Antwoord:
Voor de sturing op agentschappen is er een goede basis gelegd met de invulling van de rollen van opdrachtgever, opdrachtnemer en eigenaar. Conform mijn reactie op het verantwoordingsonderzoek van de Rekenkamer blijf ik van mening dat de verschillende actoren hun rol in de sturing goed weten in te vullen. Om hier zorgvuldig in te kunnen blijven zijn, behoeven de rolzuiverheid en rolverdeling daarbij wel continue aandacht. Ook in het geval van het Rijksvastgoedbedrijf is van een goede aansturing sprake.

Desalniettemin kijk ik met belangstelling uit naar de resultaten van het interdepartementaal beleidsonderzoek naar de werking van agentschappen. Dit interdepartementaal beleidsonderzoek is onlangs gestart en daarbij kijken de onderzoekers ook naar sturing, transparantie en informatiewaarde naar de Kamers voor alle agentschappen van het Rijk. Gekeken wordt naar goede voorbeelden van de werking in de aansturing. De resultaten van het beleidsonderzoek worden begin volgend jaar verwacht en kunnen leiden tot aanpassingen om de werking van agentschappen verder te verbeteren.

Voor wat betreft de informatiewaarde: agentschappen informeren de Tweede Kamer in de begrotingen over hun financieel resultaat en de doelmatigheidsindicatoren. Deze informatie wordt in de begroting op macroniveau geleverd en niet op programma- of projectniveau.

Vraag:
Er zijn afspraken gemaakt over het aannemen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Het lijkt erop dat de Rijksoverheid het daarin weer slechter gaat doen dan bedrijfsleven, waar dezelfde afspraken zijn gemaakt. Wat is de inzet van de minister om dit in 2021 beter te gaan doen?

Antwoord:
Ik vind het van groot belang dat ook mensen met een arbeidsbeperking aan de slag kunnen en aan de slag kunnen blijven bij de overheid. Samen met mijn collega’s van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Sociale Zaken en Werkgelegenheid heb ik op 11 april 2019 een bestuursakkoord afgesloten met de overheids- en onderwijssectoren om een impuls te geven aan de realisatie van de banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit hebben wij gedaan in de context van de aangekondigde vereenvoudiging van de Wet banenafspraak. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van deze wet. Belangrijk onderdeel is het opheffen van het onderscheid tussen overheid en markt. Dit maakt samenwerking tussen overheid en dienstverleners in de markt mogelijk.

Ter uitvoering van de bestuurlijke afspraken hebben alle overheids- en onderwijssectoren een werkagenda met acties opgesteld. De sectoren zijn voortvarend aan de slag gegaan met de uitvoering van de acties. Bij brief van 17 december 2019 heb ik aan uw Kamer een eerste rapportage gestuurd.

Verder heb ik samen met de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingezet op kennisdeling, advisering en ondersteuning aan de sectoren. Wij hebben de heer Aart van de Gaag, boegbeeld voor de banenafspraak in de marktsector, ingeschakeld om ook werkgevers in de overheid en het onderwijs te helpen. En ik heb de zogenaamde Kennisalliantie ingesteld waar overheidswerkgevers terecht kunnen met vragen en voor advies.

Ik heb ook de samenwerking met De Normaalste Zaak geĆÆntensiveerd. De Normaalste Zaak ondersteunt sectoren en werkgevers met het realiseren van banen via inkoop.

Om ervoor te zorgen dat de ambities op dit terrein worden waargemaakt, blijf ik met de sectoren in gesprek over de realisatie van de banen voor mensen met een arbeidsbeperking en zal uw Kamer eind dit jaar opnieuw informeren over de acties van de overheids- en onderwijssectoren.

Ook de ministeries hebben een gezamenlijke werkagenda met rijksbrede acties opgesteld. Basis voor de werkagenda van de sector Rijk is de rijksbrede meerjarige aanpak met verschillende manieren om banen te creƫren voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze methoden zijn: individuele instroom in de ministeries, groepsgewijze instroom, instroom via inkoop en social return, en samenwerking met andere werkgevers. Deze aanpak biedt maximale ruimte om banen te realiseren.
Jaarlijks starten de ministeries nieuwe projecten langs deze aanpak. Voorbeeld is de doorontwikkeling van het maatschappelijk verantwoord en duurzaam inkopen (MVI). De komende jaren zullen er samen met leveranciers nieuwe proeftuinen komen voor inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Verder werk ik actief aan bevorderen van een inclusief werkklimaat bij de ministeries. Dit gebeurt bijvoorbeeld met inzet van de zogenaamde Onbeperkte Denkers. Ongeveer 1300 rijksambtenaren hebben zich aangemeld om de instroom en het behoud van mensen met een arbeidsbeperking op de werkvloer binnen het Rijk te bevorderen.

Vragen van het lid Ɩzütok, N. (GL)

Vraag:
Komt de wet die het 'right to challenge' regelt nog dit jaar naar de Kamer? We hebben al diverse keren aangedrongen op een wettelijke verankering, maar de aangekondigde wet ligt er nog steeds niet. Waarom niet?

Antwoord:
Begin oktober heb ik het advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State ontvangen en daar beraad ik mij nu op. Na het herfstreces informeer ik uw Kamer over hoe ik hier gevolg aan geef.
Naast de wettelijke verankering blijf ik met het programma Democratie in Actie (DiA) praktische informatie, goede voorbeelden en kennis delen om zo te komen tot meer gebruik en toepassing in gemeenten van het Uitdaagrecht. Ik heb onlangs bij een werkbezoek aan de gemeente Tilburg de toepassing van het uitdaagrecht van dichtbij gezien. Ik ging samen met onze kinderminister, Nilaya Holwijn, langs bij het Spoorpark. Eind juni 2019 werd het Spoorpark geopend, met 10 hectare het grootste burgerinitiatief van Nederland. Een prachtig voorbeeld van het uitdaagrecht, waar het initiatief vanuit de maatschappij kwam en waarbij de gemeente ondersteuning en begeleiding gaf. Ook stelt de VNG momenteel een modelparticipatieverordening op om gemeenten te ondersteunen bij het regelen van participatie passend bij de lokale behoeften en omstandigheden. Een onderdeel van deze modelverordening zijn regels over het uitdaagrecht.

Vraag:
Aangiftebereidheid inzake discriminatie is er, maar het lukt niet binnen het systeem gelijkwaardigheid te bereiken. Wat is de minister bereid daaraan te doen? Er is volgens GroenLinks weinig concreet beleid gezien voor systematisch racisme. Graag expliciet aandacht voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld bij volgen hoger onderwijs. Welke concrete maatregelen kan de minister voorstellen om gehoor te geven aan de maatschappelijke roep om gelijkheid?

Antwoord:
Racisme en discriminatie zijn helaas hardnekkige problemen in onze samenleving. Dat is de afgelopen maanden wederom gebleken. Vele pijnlijke verhalen komen naar boven over ervaringen met racisme en discriminatie. Het is belangrijk stil te staan bij die ervaringen. Maar het is nog belangrijker om er iets tegen te doen. De afgelopen maanden zijn er in het Catshuis verschillende gesprekken gevoerd door de minister-president en de betrokken bewindspersonen met de initiatiefnemers van de demonstraties tegen racisme. We gaan verder met deze gesprekken met de samenleving en ons richten op concrete maatregelen die naast of bovenop de bestaande kabinetsmaatregelen getroffen kunnen worden. Voor die effectieve aanpak is samenwerking binnen het kabinet cruciaal. Naar aanleiding van verschillende moties kijken we nu naar mogelijkheden om de coƶrdinatie te versterken, bijvoorbeeld door het instellen van een Nationaal coƶrdinator. Hierover kom ik dit najaar met een brief aan Uw Kamer.
Mevrouw Ɩzütok vraagt specifiek om aandacht voor mensen met een beperking. Binnen het kabinet is de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport coƶrdinerend voor de maatregelen gericht op de participatie van mensen met een beperking. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van het programma Onbeperkt meedoen.

Vraag:
Kan de staatssecretaris de onderliggende rapporten inzake renovatie Binnenhof en tijdelijk onderkomen aan de Kamer doen toekomen en openbaar maken, zodat we compleet beeld krijgen van situatie?

Antwoord:
In de brief van 13 oktober jl. heeft de staatssecretaris van BZK uw Kamer geĆÆnformeerd over de stand van zaken van de tijdelijke huisvesting Bezuidenhoutseweg (B67). De rapporten ten aanzien van Covid-19 en B67 zijn uitgevoerd in opdracht van de gebruiker Tweede Kamer. Op 1 oktober heb ik met het Presidium gesproken over de tussenresultaten. De uitkomsten hiervan leidden tot de conclusie dat er vervolgonderzoek komt naar de implicaties van Covid-19 op de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer in B67 op basis van aanvullende scenario’s. Het doel is dit onderzoek af te ronden voor 1 november 2020. De staatssecretaris informeert uw Kamer hierover in de vijfde voortgangsrapportage, die hij uw Kamer medio november zal doen toekomen. De staatssecretaris bespreekt met het Presidium de openbaarmaking van de betreffende informatie, aangezien het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gebruiker Tweede Kamer.

In zijn algemeenheid maakt de staatssecretaris vastgestelde belangrijke documenten ten aanzien van het project renovatie Binnenhof openbaar, in overeenstemming met de Motie Ronnes c.s.

In december 2019 is hiermee gestart en op regelmatige basis worden tranches documenten openbaar gemaakt. De documenten zijn te vinden op de website van het Rijksvastgoedbedrijf.

Vragen van het lid Molen, H. van der (CDA)

Vraag:
Het CDA vraagt de minister om een voorzet voor nieuw regionaal beleid te doen. Wat is de inzet van de minister op dit vlak?

Antwoord:
In mijn Kamerbrief inzake bevolkingsdaling en krimp van 3 juli jongstleden, heb ik de Kamer laten weten dat ik het tot nu toe gevoerde generieke Rijksbeleid met betrekking tot krimpgebieden wil doorontwikkelen in de richting van meerjarige interbestuurlijke partnerschappen. Deze zijn gericht op een integrale - deels grensoverschrijdende - ontwikkeling van gebieden waar een inzet van de Rijksoverheid onmisbaar is. Deze ontwikkeling sluit goed aan bij het reeds ingezette beleid van dit kabinet.

In de eerste plaats zet ik middels de Regiodeals, in samenwerking met LNV en andere vakdepartementen, betrokken bestuurders van gebieden met bevolkingsdaling en hun maatschappelijke partners, in op de versterking van de ruimtelijk-economische structuur en de sociaal fysieke leefbaarheid in die gebieden. Inmiddels is circa € 200 mln. uit de regio envelop ingezet in gebieden met bevolkingsdaling.

Daarnaast ontwikkelen het Rijk, regionale overheden, maatschappelijke partners en burgers, in het kader van de uitvoering NOVI, per gebied een integraal toekomstperspectief en een ontwikkelstrategie, die worden verwerkt in de landsdelige omgevingsagenda’s. Bovendien heb ik acht voorlopige NOVI-gebieden aangewezen. In drie van deze gebieden, te weten: Groningen, North Sea Port Zeeuws Vlaanderen en Zuid-Limburg, is er sprake van bevolkingsdaling en een ligging aan de grens.

Tot slot loopt het Actieplan Bevolkingsdaling op 1 januari 2021 af. De komende maanden start de (toegezegde) evaluatie van het programma. De resultaten van deze evaluatie stuur ik voorjaar 2021 aan de Kamer.

Vraag:
Is de minister bereid om serieus te kijken of, naast de 16 gebieden, ook wijken in dorpen kunnen worden meegenomen in het Programma leefbaarheid en veiligheid?

Antwoord:
Zoals ik heb aangegeven in de voortgangsbrief aan Uw Kamer van 31 maart jongstleden (Kamerstukken II 2019/20, 30995, nr. 98), wordt het programma Leefbaarheid en Veiligheid uitgewerkt langs twee samenhangende sporen. Het eerste spoor betreft een verkenning en - waar nodig en mogelijk - benutting van integrale ontwikkelingsmogelijkheden in 16 grotere stedelijke vernieuwingsgebieden. In het tweede spoor laat ik verkennen hoe een integrale meerjarige aanpak van stedelijke vernieuwingsgebieden er -ook in andere dan de 16 gebieden- uit kan zien en wat in dat kader concrete handelingsperspectieven zijn. Dit doe ik in samenwerking met gemeenten, maatschappelijke partners, kennisinstellingen en collega-departementen. Daarbij wordt de aandacht nadrukkelijk niet beperkt tot de in spoor 1 centraal gestelde stedelijke vernieuwingsgebieden en zal ook oog zijn voor de problemen rond leefbaarheid en veiligheid in dorpen.

Vraag:
Het kabinet heeft nog niet gereageerd op ongevraagd advies inzake de introductie van recht op zinvol contact met de overheid. Wil de staatssecretaris hierop ingaan?

Antwoord:
In het bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Kamerstukken II 2019/20, 35261, nr. 2) wordt het recht op digitale communicatie met de overheid vastgelegd. Het recht op de papieren weg blijft daarnaast bestaan; de burger krijgt de keuze. Ook introduceert dit wetsvoorstel voor bestuursorganen – los van digitalisering - de zorgplicht tot passende ondersteuning bij bestuurlijk verkeer. Burgers moeten dus geholpen worden door de overheid bij hun contacten, bij voorbeeld via een helpdesk of voorlichting. De overheid is hiertoe ook verplicht op grond van de behoorlijkheidsnorm uit de Algemene wet bestuursrecht. De ondersteuning moet zodanig zijn dat de burger in staat is zaken met de overheid met succes af te ronden. Een burger kan het bestuursorgaan op deze zorgplicht aanspreken.

Vraag:
De interdepartementale gesprekken lopen nog om bewustzijn over desinformatie en over digitale inmenging te vergroten. Had de tijd voor die gesprekken niet gestoken kunnen worden in het klaar maken van de wetten voor verkiezingen?

Antwoord:
Om de Tweede Kamer verkiezingen te beschermen tegen digitale inmenging onderneem ik actie op meerdere gebieden. Het creƫren van meer bewustwording en het uitwisselen van kennis, zowel tussen overheidsorganisaties als met andere bij de verkiezingen betrokken partijen, is daar een belangrijk onderdeel van. Het actief delen van signalen over mogelijke desinformatiecampagnes zorgt ervoor dat wij gezamenlijk in staat zijn om, indien nodig, hierop te kunnen handelen.

Daarnaast is de rol van sociale media bedrijven erg belangrijk. De komende Wet op de politieke partijen zal alleen politieke partijen en hun neveninstellingen reguleren, en niet andere partijen op sociale media, zoals mogelijke statelijke actoren. Regulering die het probleem van desinformatie echt aanpakt moet zich dus richten ook op de sociale media platforms zelf. De Europese richtlijn elektronische handel beperkt de mogelijkheden om dit te doen echter aanzienlijk, ook op nationaal niveau. Deze richtlijn gaat aangepast worden, maar dit is niet op tijd voor de Nederlandse verkiezingen. Ik blijf daarom richting de verkiezingen in gesprek met deze sociale media bedrijven en de toezeggingen die zij gedaan hebben in de gedragscode desinformatie blijven ook richting de verkiezingen van toepassing.


Vraag:
De strijd tegen inmenging begint met versterken van de weerbaarheid van burgers. Publiekscampagne ligt op de plank en kan zo gebruikt worden. Zou de minister het geen goede zaak vinden om dit in te zetten?

Antwoord:
Het creƫren van bewustwording en meer mediawijsheid is een uitdaging die niet alleen bij verkiezingen speelt. Eerder schreef het kabinet uw Kamer geen aanleiding te zien om de campagne die op verzoek van uw Kamer in 2019 rond de verkiezingen is uitgevoerd, voort te zetten (Kamerstukken II 2019/20, 30821, nr. 91). Om mediawijsheid te onderhouden en bevorderen zet het kabinet in op andere middelen. Voorbeeld is de meerjarige subsidie die de ministers van BZK en voor Basis-, Voortgezet Onderwijs en Media hebben verleend aan Netwerk Mediawijsheid om beroepsopleidingen te ondersteunen in vakgebieden die kunnen bijdragen aan het adresseren en bespreekbaar maken van desinformatie, zoals zorg, onderwijs en media. Het kabinet verkent of wenselijk is om bewustwording over desinformatie richting de verkiezingen op een andere manier dan door een overheidscampagne te vergroten, bijvoorbeeld door het Netwerk Mediawijsheid of anderszins. Daarnaast draagt het openbaren van mis- of desinformatie door journalistiek of wetenschap, al dan niet in samenwerking met internetdiensten, ook bij aan de bewustwording van burgers. Indien er richting de verkiezingen mis- of desinformatie rondgaat die kan leiden tot het belemmeren van de stembusgang van kiezers, ligt er ook een rol voor de overheid dit actief tegen te spreken. Dit zal ik zeker doen.

Vraag:
Herinnert de minister zich dat ze met het wetsvoorstel Uitkering gezamenlijke doelen op het Belastinggebied en het gemeentefonds zou komen?

Antwoord:
Samen met de staatssecretaris van FinanciĆ«n werk ik aan een aanpassing van het zogenaamde ā€˜uitkeringsstelsel’, mede vanwege de bevindingen van de Algemene Rekenkamer over de toepassing van de ā€˜decentralisatie-uitkering’. Onderdeel daarvan is de vraag welk uitkeringstype past bij het oppakken van gezamenlijke opgaven. Begin 2020 is het conceptwetsvoorstel voorgelegd ter consultatie aan onder andere de VNG, het IPO en de Algemene Rekenkamer.
Beoogde inwerkingtreding is 2022. Het voornemen is het wetsvoorstel in het voorjaar 2021 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Vraag:
Het beeld is dat e-herkenning voor gemeentes verplicht wordt. Kan de staatssecretaris dat beeld ontzenuwen?

Antwoord:
Gemeenten gebruiken nu al veel en al geruime tijd eHerkenning, bijvoorbeeld als een bedrijf een vergunning aanvraagt. Gemeenten zijn bevoegd om het niveau waarop digitaal wordt ingelogd vast te stellen. Dit wil niet zeggen dat andere vormen van dienstverlening, bijvoorbeeld via de papieren weg of via een balieproces, niet meer mogelijk zijn.

Gemeenten vallen onder de reikwijdte van het wetsvoorstel digitale overheid. Als deze wet van kracht wordt, zullen gemeentes op termijn eHerkenning als erkend inlogmiddel voor bedrijven en organisaties moeten accepteren (acceptatieplicht) voor hun elektronische dienstverlening. In het aansluitschema bij de WDO, waarover ik in overleg ben met gemeenten, wordt een termijn op basis van redelijkheid en haalbaarheid vastgelegd.

Vragen van het lid Raak, A.A.G.M. van (SP)

Vraag:
Wil de minister de regie nemen en ervoor zorgen dat er niet minder, maar meer stembureaus komen? Er moet regie komen om ervoor te zorgen dat iedereen kan stemmen door heel veel stembureaus in te richten. Er moet geen groot verschil ontstaan tussen gemeenten.

Antwoord:
Zoals ik ook heb aangegeven in het WGO tijdelijke wet verkiezingen covid-19, merk ik dat gemeenten zich fors inspannen om voldoende stemlokalen te vinden voor de Tweede Kamerverkiezing. Dat is ook een verantwoordelijkheid die de wet bij gemeenten heeft belegd. Het ministerie van BZK gaat met een ondersteuningsteam de gemeenten actief helpen bij het vinden van locaties. Verder zie ik het als mijn taak om de regie te voeren op lokaal-overstijgende vragen. Dat doe ik door o.a. met het Rijksvastgoedbedrijf te bezien welke ruimten het Rijk in het hele land beschikbaar kan stellen. Ook ga ik samen met de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de scholen verzoeken om zo veel mogelijk medewerking te verlenen aan de inzet van stemlokalen op scholen. Inderdaad kijken gemeenten ook naar minder gangbare oplossingen, zoals evenementen-tenten, vergaderlocaties, hotels, etc. De Kieswet bevat daarvoor geen belemmering.

Vraag:
Ik vind dat we als Kamer en minister ervoor moeten zorgen dat alle raadsleden moeten kunnen deelnemen aan vergaderingen en stemmingen en niet worden uitgesloten bij een kwetsbare gezondheid.

Antwoord:
Ik ben het met de heer Van Raak eens dat ook tijdens corona alle raadsleden moeten kunnen deelnemen aan raadsvergaderingen. Om die reden hebben wij de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming opgesteld. Het besluit om al dan niet digitaal te vergaderen is uiteindelijk aan de meerderheid van de gemeenteraad. Wel zeg ik de heer Van Raak toe de vraag naar hybride vergaderen mee te nemen in een verkenning die ik wil starten naar het draagvlak voor een meer permanente regeling voor digitaal vergaderen voor situaties als deze in de Gemeentewet. Dan kunnen we ook verkennen of er steun en draagvlak voor hybride vormen van vergaderen is en onder welke voorwaarden hybride vergaderen kan plaatsvinden.

Vraag:
Klopt het dat een bijzonder project voor klokkenluiders bij het ministerie van Justitie en Veiligheid gedwarsboomd dreigt te worden door de FNV?

Antwoord:
Ik ondersteun het pleidooi van de heer Van Raak voor het belang van een goede bescherming van klokkenluiders. Voor de vraag van de heer Van Raak over het project bij het ministerie van Justitie en Veiligheid en de eventuele betrokkenheid van de FNV, moet ik naar de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid verwijzen.

Vragen van het lid Sneller, J. (D66)

Vraag:
We hadden gezien dat er meer capaciteit bij het ministerie beschikbaar is voor wetgeving op het gebied van democratisering op de langere termijn. Hoe is het gegaan met het aantal wetgevingsjuristen in corona-tijd? Is dat voor het eerst dat het tekort zich nu wreekt of is dat al langere tijd aan de gang?

Antwoord:
De leden Sneller en van der Graaf hebben aandacht gevraagd voor het aantal wetgevingsjuristen.

Het opleiden van wetgevingsjuristen heeft al langere tijd de aandacht. Het is een van de redenen van de oprichting van de Academie voor Wetgeving en Overheidsjuristen. Bij ieder ministerie starten jaarlijks wetgevingstrainees, ook op mijn ministerie. Het blijft over de gehele linie van de rijksoverheid desondanks lastig om vacatures voor wetgevingsjuristen snel te vervullen, omdat er rijksbreed een toenemende behoefte is aan wetgevingsjuristen, onder andere doordat in de beleidsontwikkeling weer vaker gekozen wordt publieke arrangementen en door extra noodzakelijke wetgeving zoals gevolg van Covid-19, zoals voor de verkiezingen.

Vraag:
Hoe staat het met de stresstest democratie? En hoe staat het met codificatie van het vertrouwensbeginsel?

Antwoord:
Vorig jaar is bij de begrotingsbehandeling gesproken over het idee om de democratische rechtsstaat aan een stresstest te onderwerpen. Toen is afgesproken dat idee mee te nemen bij de bespreking van het eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel. De staatscommissie heeft immers ook aan de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat de nodige overwegingen gewijd. Met een aantal aanbevelingen van de staatscommissie op dat punt is het kabinet aan de slag gegaan, zoals een Wet op de politieke partijen. Het idee van de stresstest als zodanig is niet meer aan de orde gekomen in het algemeen overleg at op 11 december 2019 met de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over het kabinetsstandpunt over het eindrapport van de staatscommissie is gevoerd. Maar ik ben natuurlijk altijd bereid om hierover in gesprek te gaan met de Kamer. Daarbij wil ik wel benadrukken dat de Kamer hier zelf een grote rol in zou moeten hebben. De heer Sneller wees in dit verband ook al op de wijziging van het Reglement van Orde van uw Kamer. Maar die rol heeft de Kamer uiteraard ook als het gaat over de vertrouwensregel; dat is nadrukkelijk iets tussen regering Ʃn Kamer. Er is ook een nauw verband met de kabinetsformatie, waarbij uw Kamer het voortouw heeft.

Vragen van het lid Paternotte, J.M. (D66)

Vraag:
D66 vraagt dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten vaker aanvallen uit het buitenland publiek maken. Zo worden buitenlandse actoren ontmoedigt en kunnen bedrijven zich beter voorbereiden op dreigingen. Kan de minister hier werk van maken?

Antwoord:
Ik zal mij blijven inzetten om te waarschuwen tegen ongewenste buitenlandse inmenging. Ik heb dat in het verleden ook meermaals gedaan. Als de urgentie kan worden onderstreept door gevallen te openbaren, dan moeten we dat zeker doen. Een bekend geval is -naast de OPCW- de sterke aanwijzingen van de AIVD dat Iran betrokken is geweest bij de liquidaties van twee Nederlanders van Iraanse komaf in Almere in 2015 en Den Haag in 2017. Hierover heb ik de Kamer begin 2019 bericht (Kamerstukken II 2018/19, 35000, nr. 56).Uiteraard wil ik de mogelijkheid tot openbaarmaking van geval tot geval kunnen beoordelen. Dit doe ik in continue samenwerking met de partners uit de veiligheidsketen. Er zijn situaties waarin andere maatregelen doeltreffender zijn, of de aard van het werk van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten openbaarmaking van een geval (nog) niet toelaat. Per casus bekijk ik wat open kan en gesloten moet blijven.

Vraag:
Kan de minister ervoor zorgen dat kiezers het gewoon kunnen zien als een politieke partij in Nederland door een vreemde mogendheid wordt gefinancierd of beĆÆnvloed?

Antwoord:
Evenals de leden van de fractie van D66 vind ik het belangrijk dat ongewenste buitenlandse financiële beïnvloeding van onze politieke partijen wordt voorkomen en er volledige transparantie over buitenlandse geldstromen naar Nederlandse politieke partijen komt. In het voorstel tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen heb ik daarom het voorstel opgenomen om giften van buiten de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte aan Nederlandse politieke partijen te verbieden. Ook doe ik hier het voorstel om alle giften vanuit andere lidstaten van de EU dan Nederland en uit de Europese Economische Ruimte openbaar te maken. Hierdoor wordt het voor kiezers volledig inzichtelijk of en zo ja hoe Nederlandse politieke partijen vanuit het buitenland worden gefinancierd. Recentelijk heb ik het advies van de Raad van State over het voorstel tot wijziging van de Wfpp ontvangen. Ik ben voornemens om dit wetsvoorstel op korte termijn aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Vraag:
Is de staatssecretaris bereid grensgemeenten de ruimte te geven zodat wind- en zonneparken met Duitsers en Belgen gedeeld kunnen worden?

Antwoord:
Grensgemeenten en hun inwoners en energiegemeenschappen kunnen al grensoverschrijdend elektriciteit uitwisselen. Er zijn immers al meerdere grensoverschrijdende verbindingen tussen Nederland, Duitsland en Belgiƫ. Aanleg van een nieuwe verbinding is daarvoor niet noodzakelijk. Aanleg van nieuwe verbindingen tussen Nederland en het buitenland heeft bovendien impact op heel Nederland, niet alleen de gemeenten waarin verbindingen aanlanden.

Vraag:
Heeft de staatssecretaris overleg gehad over het feit dat Noordrijn-Westfalen tijdelijk een ā€˜meldplicht’ had ingesteld voor Nederlanders? Is er een kans dat die er wƩƩr komt?

Antwoord:
In de Cross Border Taskforce is, toen Duitsland ook de grensprovincies als risicogebied zou gaan bestempelen met bijbehorende quarantaineverplichtingen, aandacht gevraagd voor de positie van grensregio’s en in het bijzonder grensarbeiders. In hun regelgeving hebben zowel Nordrhein- Westfalen als Niedersaksen er op korte termijn voor gezorgd dat ā€˜klein’, dagelijks grensverkeer ongehinderd de grens over kon blijven gaan. Inmiddels is ook de meldplicht in NRW vervallen voor reizen korter dan 24h. Ik heb geen signalen dat Nordrhein- Westfalen deze meldplicht weer zou willen invoeren.

Vraag:
Nederland stopt dit jaar met knalvuurwerk. In Duitsland kan je dit nog steeds krijgen. Het risico is groot op een levendige handel. Zijn hier afspraken over gemaakt, om de import van knalvuurwerk te beperken?

Antwoord:
Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft met Duitsland samenwerkingsafspraken gemaakt over grenscontroles. Binnenkort worden specifieke afspraken gemaakt voor grenscontroles om illegale import van vuurwerk tegen te gaan. In de aanloop naar de jaarwisseling zal de politie steekproefsgewijs en informatie gestuurd controles in de grensgebieden uitvoeren en over de opbrengst hiervan met het publiek communiceren. Ook nu worden door de politie al controles in de grensstreek uitgevoerd met de focus op vuurwerk. Deze controles vinden deels informatie gestuurd plaats.

Dat grensoverschrijdende samenwerking effect sorteert, bewijst de inbeslagneming van 50.000 kilo illegaal vuurwerk en de arrestatie van zeven Nederlandse verdachten eind september 2020 in Nederland en Duitsland. Dit gebeurde in nauwe samenwerking tussen de Nederlandse en Duitse politie.

Vraag:
Hoe staat het met het verbod op discriminatie in kwaliteitseisen van uitzendbureaus? En de meldplicht voor racistische of discriminerende verzoeken op de arbeidsmarkt of woningmarkt? Wanneer kunnen we de wet voor de meldplicht discriminatie verwachten?

Antwoord:
Voor wat betreft de uitzendbureaus:
Zoals gemeld aan uw Kamer in de Tweede Voortgangsrapportage Actieplan Arbeidsmarktdiscriminatie, wordt de werkwijze voor het melden van discriminatoire verzoeken in samenhang met het wetsvoorstel ā€˜toezicht gelijke kansen bij werving en selectie’ voorbereid. De staatssecretaris van SZW streeft ernaar u dit najaar verder te informeren over de concrete invulling hiervan, zodat dit kan worden betrokken bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel.

Voor wat betreft makelaars:
Op dit moment lopen er pilots en een onderzoek naar discriminatie op de Woningmarkt. In de pilot van Utrecht worden sanctioneringsmogelijkheden verkend. Daarbij wordt ook de meldplicht als optie onderzocht.
Op basis van de inzichten uit de pilot wil ik mijn aanpak van discriminatie op de woningmarkt waar mogelijk aanscherpen

Vraag:
Wil de minister samen met haar collega van Economische Zaken en Klimaat over een tweejaarlijkse monitor discriminatie, racisme en antisemitisme in gesprek gaan met het CBS? En wil de minister kijken of dit ervoor kan zorgen dat racisme en discriminatie op tafel komt?

Antwoord:
Jaarlijks wordt in opdracht van de Politie en het ministerie van BZK het landelijke rapport over discriminatiecijfers geschreven door het landelijke kenniscentrum voor discriminatie, Artikel 1. In dit rapport worden de cijfers van de politie en de antidiscriminatievoorzieningen (de ADV’s) samen gepresenteerd. Daarnaast worden ook cijfers betrokken van andere organisaties die discriminatiemeldingen registreren, zoals het College voor de Rechten van de Mens en het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND). In dit rapport wordt voorts ingegaan op de belangrijkste gebeurtenissen en maatschappelijke discussies die de context vormen waarin de gepresenteerde cijfers geplaatst moeten worden. Uw Kamer wordt hier jaarlijks door mij van op de hoogte gesteld, in de voortgangsbrief over de aanpak van discriminatie.

Daarnaast is in april van dit jaar voor de tweede keer het SCP rapport over Ervaren discriminatie in Nederland verschenen. Dit rapport vormt een goede aanvulling op de jaarlijkse cijferrapporten omdat het niet alleen over gemelde maar ook over ervaren discriminatie gaat. Het onderzoek is gebaseerd op een vragenlijst die door meer dan 8000 mensen is ingevuld. In de vragenlijst is voor concrete voorvallen nagegaan of men discriminatie heeft ervaren. De voorvallen hadden betrekking op: de (semi)publieke ruimte, uitgaan, contact met instanties, werk zoeken, arbeidsvoorwaarden, de werkvloer en het onderwijs. Uit het rapport bleek dat ruim een kwart (27%) van de Nederlandse inwoners discriminatie ervaart.

Vragen van het lid Kuiken, A.H. (PvdA)

Vraag:
Wanneer start de pilot hypotheekgarantie BES? Het is belangrijk in verband met het verlagen van de lasten op de BES-eilanden.

Antwoord:
NHG en de MCB (lokale bank op Bonaire) werken momenteel aan de lancering van de pilot voor een hypotheekgarantie op Bonaire. Gestreefd wordt het experiment op korte termijn van start te laten gaan.

Vraag:
De PvdA is voorstander van spreiding van verkiezingen zodat we drukte kunnen voorkomen en de opkomst verhoogd kan worden. Ik zou graag een reactie van de minister willen hebben.

Antwoord:
Zoals ik ook heb aangegeven in het WGO tijdelijke wet verkiezingen covid-19, zie ik het voordeel van vervroegd stemmen voor met name de kiezers die behoren tot de kwetsbare groep. Dat zijn kiezers die 70 jaar en ouder zijn en kiezers die bepaalde onderliggende ziekten hebben. Daarom ben ik bereid om naar mogelijkheden voor vervroegd stemmen te kijken en uw Kamer daar begin november uitsluitsel over te geven.

Vragen van het lid Graaf, mw. S. van der (CU)

Vraag:
Is de minister bereid om met de VNG voorstellen te doen voor ƩƩn overheidsloket voor alle vragen en die dit voorjaar naar de Kamer toe te laten komen?

Antwoord:
Ik herken de behoefte van burgers aan een duidelijke plek waar men terecht kan met multiproblematiek. We moeten werken als 1 overheid. Ik vind het dan ook goed om te verkennen hoe we mensen in die gevallen het beste kunnen helpen.
De behoefte aan een loketfunctie is ook beschreven in het rapport Werk aan uitvoering. Graag neem ik deze vraag mee in de verdere uitwerking van de Werkagenda voor de uitvoering waaraan ik samen met andere leden van het kabinet, de departementen, de VNG en de uitvoeringsorganisaties aan werk. Op basis hiervan kunnen we komend voorjaar een voorstel indienen.

Vraag:
Hoe gaat de minister actief een vervolg geven aan beleid voor krimp?

Antwoord:
Zie ook het antwoord op de vraag van het lid Van der Molen.

Vraag:
Zijn er voldoende wetgevingsjuristen om het werk te kunnen doen?

Antwoord:

Zie ook het antwoord op de vraag van het lid Sneller over het aantal wetgevingsjuristen.

Vraag:
Vergaderingen van gemeenten en provincies kunnen digitaal of fysiek plaatsvinden, maar niet hybride. Zouden we, in het licht van de coronacrisis en de laatste ontwikkelingen, niet moeten kijken of we hier maatwerk voor kunnen bieden en ruimte voor kunnen geven?

Antwoord:
Ik begrijp de vraag van mevrouw Van der Graaf. Digitaal vergaderen is niet ideaal. Maar het voorziet wel in een functie. De besluitvorming is doorgegaan bij gemeenten, provincies en waterschappen vanwege de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming. Inmiddels hebben we ruim een half jaar ervaring met deze wet en ontvangen we bijna de laatste rapportage van de evaluatiecommissie. Dat betekent dat vragen rijzen hoe de praktijk rond de Tijdelijke wet te verbeteren. Het meest in het ook springt dan het hybride vergaderen. Alleen, dit is in de context van de Tijdelijke wet niet te regelen. De wet is tijdelijk, we verlengen de looptijd telkens bij Koninklijk besluit met 2 maanden als dat nodig is. Om hybride vergaderingen mogelijk te maken, is wetswijzing nodig en dat kan niet bij KB. Een wet met een looptijd van 2 maanden wijzig je niet. Daarom zeg ik toe de vraag naar hybride vergaderen mee te nemen in een verkenning die ik wil starten naar het draagvlak voor een meer permanente regeling voor digitaal vergaderen voor situaties als deze in de organieke wetgeving. Dan kunnen we ook verkennen of er steun en draagvlak voor hybride vormen van vergaderen is.

Vraag:
Het compensatiepakket Zeeland moet worden waargemaakt en uitgevoerd. Dit is essentieel voor de mensen in Zeeland. Ik vraag de staatssecretaris om toelichting hoe het op dit moment staat met de uitvoering van het compensatiepakket Zeeland.

Antwoord:
De snelheid waarmee het compensatiepakket (pakket Wind in de zeilen) is opgesteld houden we vast bij de uitvoering. Op 10 september was een eerste bestuurlijke stuurgroep over de uitvoering van het pakket Wind in de zeilen, waarin nadere afspraken zijn gemaakt over de uitvoeringsgovernance en waar ook al de eerste voortgang is gemeld. Zo zijn bijvoorbeeld alle gemaakte kosten al voor 1 september vergoed aan de Zeeuwse partijen, is het onderzoek naar de ontvlechting van drinkwaterbedrijf Evides al ver gevorderd en worden gezamenlijk eerste stappen gezet bij de verdere uitwerking van Law Delta. De Tweede Kamer zal - conform de afspraken uit de bestuursovereenkomst - twee keer per jaar door middel van een voortgangsrapportage geĆÆnformeerd worden over de uitvoering van het pakket Wind in de zeilen. De eerste voortgangsrapportage wordt naar alle waarschijnlijkheid begin december aan de Tweede Kamer gestuurd.

Vraag:
Ik heb een motie ingediend om bij beleid en wetgeving een toets te doen welke consequenties beleid/wetgeving heeft voor grensregio’s, krimpregio’s en gebieden met bevolkingsdaling. Ik vraag aan de staatssecretaris en de minister hoe deze toets in de praktijk vorm krijgt. Kunnen zij morgen voorbeelden geven waar expliciet deze afwegingen zichtbaar zijn geworden?

Antwoord:
Wet- en regelgeving kan verschillend uitpakken voor gebieden, waaronder voor gebieden met bevolkingsdaling. Dit vloeit voort uit de (toenemende) verschillen tussen gebieden.

Het integraal afwegingskader (IAK) verplicht bij de ontwikkeling van nieuwe wet- en regelgeving alle gevolgen in kaart te brengen en deze op te nemen in de memorie van toelichting. Bij alle nieuwe wet- of regelgeving dienen met andere woorden, mits opportuun, ook nu al de uiteenlopende effecten hiervan voor uiteenlopende regio’s, waaronder krimpregio’s, te worden geĆ«xpliciteerd.

Voor de grensregio’s - goeddeels dezelfde gebieden als de regio’s met bevolkingsdaling - is bovendien de ā€˜leidraad grenseffecten’ relevant. Deze leidraad is erop gericht dat bij nieuw beleid en wet- en regelgeving de effecten hiervan voor grensregio’s worden geĆ«xpliciteerd. Hierbij komt
dat het ministerie van BZK voorstellen voor nieuw beleid en wet- en regelgeving toetst op de gevolgen voor interbestuurlijke verhoudingen. Daarbij wordt ook gekeken of er voldoende aandacht is voor grenseffecten. Zo nodig attendeert het ministerie van BZK het verantwoordelijke departement op de mogelijke grenseffecten. Ook in de interdepartementale overleggen vraagt het ministerie van BZK aandacht voor grenseffecten. De werking van de leidraad wordt in de tweede helft van 2021 extern geƫvalueerd. Bij de evaluatie van de werking van de leidraad zal deze bredere werkwijze, die als doel heeft de toepassing van de leidraad te bevorderen, worden betrokken.

Een recent voorbeeld waarbij specifiek is gekeken naar (grens)regio’s, is de vrachtwagenheffing. De gevolgen voor bedrijven, milieu, vervoer en verkeersveiligheid blijken in grensregio’s niet anders dan in de rest van de Nederland. In veel grensregio’s zijn relatief weinig wegen waarop de vrachtwagenheffing geldt. Hetzelfde geldt voor sommige andere delen van Nederland, zoals Friesland en het noordelijk deel van Noord-Holland. Die regio’s hebben een licht concurrentievoordeel ten opzichte van regio’s met veel wegen waarop de heffing geldt.
Voor de keuze van het wegennet waarop de heffing geldt, het gemiddelde tarief en het heffingssysteem is zo veel mogelijk aangesloten bij de situatie in Duitsland en Belgiƫ. Dit minimaliseert de (administratieve) lasten en onduidelijkheid voor grensoverschrijdende vervoerders.

Andere actuele voorbeelden zijn met name terug te zien bij de aanpak van de huidige pandemie. Het openhouden van de grens stond daarbij voorop. Zoals aangegeven in de antwoorden op vragen van kamerlid Paternotte, zijn grenseffecten naar aanleiding van andere nationale maatregelen niet altijd te voorkomen. Toen Belgiƫ de grens sloot, hebben de staatssecretaris van BZK en de minister van J&V echter wel op zeer korte termijn afspraken gemaakt over een vignet voor grensarbeiders in cruciale sectoren, zodat zij ongehinderd de grens over konden. Ook op andere punten is de staatssecretaris in overleg getreden met de buurlanden om grenseffecten te voorkomen (bijvoorbeeld ontmoedigingsbeleid voor toerisme, dagrecreatie en horeca) of te verzachten (toestaan van familiebezoek over de grens met Belgiƫ). De staatssecretaris heeft een taskforce met de buurlanden waarin informatie over maatregelen en (mogelijke) grenseffecten wordt uitgewisseld, zodat waar nodig en mogelijk afstemming kan plaatsvinden. Daarnaast is ook in de Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19 aandacht voor regionale differentiatie.

Vragen van het lid Otterloo, G.J.P. (50PLUS)

Vraag:
Wordt een structureel overleg tussen toezichthouders meegenomen in de voorbereiding voor de volgende coƶrdinerende bewindspersonen op het gebied van digitalisering?

Antwoord:
De heer Otterloo vroeg of en hoe toezichthouders samenwerken in relatie tot digitalisering. Hij geeft hiermee een belangrijk signaal af. Tegelijkertijd hebben de toezichthouders waar de heer Otterloo naar verwijst, in het rondetafelgesprek met de Tijdelijke Commissie Digitalisering aangegeven zich bewust te zijn van de effecten van digitalisering. De Commissie constateert ook in haar rapport dat het belangrijk is om in de komende jaren te bezien of bevoegdheden van toezichthouders zo gebruikt worden dat er geen aandachtsgebieden tussen wal en schip raken. Het is in eerste instantie aan de toezichthouders om hierover met elkaar in gesprek te blijven.

Aanvullend daarop wordt er in het rapport van uw Tijdelijke Commissie Digitalisering gesteld dat toezichthouders het wettelijk kader waarbinnen zij moeten opereren over het algemeen als voldoende ervaren voor het toezicht op de gevolgen van digitalisering. Dit volgt ook uit recent onderzoek naar toezicht op het gebruik van algoritmen binnen de overheid.
Ter verbetering van het toezicht werkt het kabinet aan aanscherping van ontwikkelde normen voor het gebruik van algoritmen door de overheid en stelt de Algemene Rekenkamer een toetsingskader op voor voorspellende en voorschrijvende algoritmen van de overheid.

Tegelijkertijd benoemen toezichthouders in hetzelfde rapport (Eindrapport TCDT) de zorg over voldoende gekwalificeerd personeel met verstand van nieuwe technologieƫn. Die zorg onderschrijf ik en daar werk ik ook hard aan door in te zetten op de werving van I-trainees en het vergroten van I-vakmanschap van de Rijksdienst via de Rijksacademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid.

Vraag:
Het is van belang dat iedereen toegang heeft tot stemmen bij de verkiezingen, dat is een grondrecht. Wil de minister nadenken over spreiding over dagen of spreiding over de tijd?

Antwoord:
Zoals ik ook heb aangegeven in het WGO tijdelijke wet verkiezingen, heb ik in antwoord op vragen van uw Kamer aangegeven dat ik ga kijken naar opties voor vervroegd stemmen. Ik zal de Tweede Kamer daarover begin november uitsluitsel over geven. Het is niet mijn voornemen om bepaalde uren te laten reserveren voor bepaalde kiezers. Ik ga in de voorlichtingscampagne wel oproepen dat kiezers zo gespreid mogelijk over de dag komen en met name op de tijdstippen waar normaal gesproken het stil is bij de stembureaus.

Vragen van het lid Bisschop, R. (SGP)

Vraag:
Na eerdere vertraging in de planning van de renovatie van het Binnenhof is nu de vraag of in het vervangende gebouw voldoende rekening gehouden kan worden met coronamaatregelen. Kan de staatssecretaris aangeven dat er na alles wat er gepasseerd is er voldoende vertrouwen is dat de aansturing van dit project door de Rijksgebouwendienst tijdig en binnen termijn tot afgesproken resultaat gaat leiden?

Antwoord:
Zoals de staatssecretaris in de 4e voortgangrapportage ook heeft aangegeven, is en blijft het uitgangspunt om het project Renovatie Binnenhof binnen de kaders te realiseren zoals die zijn vastgesteld door uw Kamer. Dat neemt niet weg dat een dergelijk groot project niet vrij is van risico’s. Zo waren de uitspraak rond stikstof en de COVID-19-situatie niet te voorzien. Heel Nederland moet zich daaraan aanpassen. Zoals ik in mijn brief van 13 oktober jl. heb aangegeven, doen wij er samen met de Tweede Kamer alles aan om op deze situatie met een passende oplossing te komen. In de volgende voortgangsrapportage komt de staatssecretaris hierop terug.

Vraag:
Klopt het dat niet alleen monumentale waarde Tweede Kamer beoogd is, maar ook voorzien wordt in meer oorspronkelijke inrichting die naar functie van Oude Zaal verwijst?

Antwoord:
Zoals is aangegeven in het VAO Renovatie Binnenhof van 21 november 2019 is de motie van het lid Bisschop betreffende de Oude Zaal een "spreekt uit" motie. Daarom is de gebruikelijke weg dat de Tweede Kamer als gebruiker een verzoek tot wijziging van het ontwerp indient, waarin de consequenties voor de planning en het budget zijn verwerkt. In mijn brief van 3 juli 2020 heb ik aangegeven dat ik in dit bijzondere geval zelf het initiatief zal nemen tot het opstellen van het verzoek tot wijziging van het ontwerp. Dat doe ik uiteraard samen met de gebruiker, waarin uw wens wordt ingebracht. Nog steeds geldt daarbij dat het verzoek tot wijziging van het ontwerp binnen de scope van het project moet passen of dat aanvullend budget beschikbaar gesteld moet worden. Er wordt ook een commissie met de gebruiker Tweede Kamer ingesteld in de fase van het definitief ontwerp om de precieze inrichting van de commissiezalen en vergaderkamers te bespreken.

Vraag:
De SGP vraagt zich af of het niet wenselijk zou zijn dat er een duidelijkere maatstaf voor de verdeling van rijkswerkgelegenheid tussen provincies zou zijn. Hoe is het bijvoorbeeld te billijken dat de provincie Zeeland evenveel inwoners heeft als provincie Flevoland maar dat er in Flevoland twee keer zoveel rijksbanen zijn?

Antwoord:
Naar aanleiding van de moties rondom de spreiding van de rijkswerkgelegenheid, ingediend tijdens het VAO Functioneren Rijksdienst op 3 dec 2019 en door uw Kamer aangenomen bij de stemmingen, heeft de staatssecretaris uw Kamer op 9 oktober 2020 geĆÆnformeerd. Met deze brief is voldaan aan de toezegging om met ingang van dit jaar uw Kamer jaarlijks bij de begrotingsbehandeling uitgebreider te informeren over de spreiding van de rijkswerkgelegenheid over het land. Onderdeel hiervan is dat de staatssecretaris de provinciegrensoverschrijdende verplaatsingen van rijksdiensten en zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) monitort en de Kamer daarover informeert.

De huidige verschillen in de verdeling van rijkswerkgelegenheid over de provincies vloeien voort uit in het verleden gemaakte keuzes. Als coƶrdinerend bewindspersoon hecht de staatssecretaris aan spreiding van de rijkswerkgelegenheid en wil hij niet alles in de Randstadprovincies concentreren. Bij eventuele nieuwe rijksdiensten of uitbreiding van bestaande rijksdiensten die in de toekomst huisvesting zoeken, kijkt de staatssecretaris van BZK als coƶrdinerend bewindspersoon voor de spreiding van de rijkswerkgelegenheid naar het benutten van de mogelijkheden in de niet-Randstadprovincies en spreekt hij de collega-bewindspersonen in het kabinet hier ook op aan. Het hanteren van een vaste maatstaf gaat hem daarbij te ver, aangezien bij huisvestingsbesluiten eerst en vooral rekening moet worden gehouden met het primair proces van de betreffende rijksdiensten. Daarnaast spelen ook andere overwegingen met betrekking tot huisvestingskeuzes mee, zoals vastgoedstrategisch belang, efficiency en politiek-bestuurlijke afstemming met provincies en grote gemeenten.

Vraag:
Is de minister bereid om met de VNG en het onderzoekscollectief Pointer in gesprek te gaan over de vraag hoe het onderzoek naar geroofd joods vastgoed verder kan worden gefaciliteerd door de overheid?

Antwoord:
De onteigening van Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog is een bijzonder tragische gebeurtenis is in onze geschiedenis. Het Nederlandse kabinet heeft de afgelopen decennia haar verantwoordelijkheid genomen voor het rechtsherstel voor de vervolgingsslachtoffers. De commissie Kordes heeft het naoorlogs rechtsherstel van geroofde onroerende goederen onderzocht (Kamerstukken II, 1999/2000, 25839, nr. 13).

Ik stel met waardering vast dat twintig gemeenten zich bereid hebben verklaard hun archieven te openen. Het is aan andere gemeenten om dat desgewenst ook te doen. Mocht er aanleiding toe zijn dan ben ik samen met MOCW en VNG bereid om te bespreken of gemeenten hierin ondersteuning behoeven.

Vraag:
Hoe zorgt de regering ervoor dat bij verdeling van de middelen voor de aanpak ondermijning voldoende rekening wordt gehouden met het buitengebied?

Antwoord:
Het kabinet heeft bij de aanpak van ondermijning niet alleen aandacht voor de stedelijke gebieden, maar ook voor het buitengebied. Dat de georganiseerde criminaliteit daar actief is zien we aan de voorbeelden van opgerolde drugslabs en hennepkwekerijen in leegstaande agrarische gebouwen. Voor de versterking van de aanpak van ondermijning is eerder vanuit het regeerakkoord € 100 mln. beschikbaar gesteld met name ten behoeve van de aanpak in de regio’s aan de hand van concrete plannen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft de Kamer hierover in zijn brieven van 16 november 2018 en 11 november 2019 geĆÆnformeerd (Kamerstukken II 2018/19, 29911, nr. 212/ Kamerstukken II 2019/20, 29911, nr.259). Een van de thema’s die in meerdere plannen terugkwamen betreft de versterking van de aanpak in kwetsbare gebieden, waaronder de drugsproductie in het agrarisch buitengebied.

Vragen van het lid Azarkan, F. (DENK)

Vraag:
Waarom is er bij het kabinet niet dezelfde daadkracht en urgentie als op gebied van antisemitisme en discriminatie voor de bijna ƩƩn miljoen moslims die dag in dag uit met discriminatie te maken hebben?

Antwoord:
Het kabinet staat voor een sterke en verbonden samenleving met gelijke kansen voor iedereen. Een samenleving waarin niemand wordt veroordeeld of wordt achtergesteld op afkomst, religie of huidskleur. Het kabinet hanteert dan ook een brede aanpak van discriminatie die verschillende gronden en terreinen beziet. Als coƶrdinerend minister voor antidiscriminatie zet ik in op maatregelen tegen bestrijding van alle vormen van uitsluiting en discriminatie.

De brede aanpak van discriminatie van het kabinet ziet ook op de aanpak van moslimdiscriminatie. Bijvoorbeeld als onderdeel van de aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, stagediscriminatie of de strafrechtelijke aanpak van discriminatie. Bij dit beleid worden ook mensen uit de moslimgemeenschap betrokken. Zo vinden er gesprekken plaats met vertegenwoordigers van moslimgemeenschappen. Ook worden onder andere focusgroepen georganiseerd met burgers met een diverse achtergrond om meer inzicht te krijgen in wat zij zien als mogelijkheden in de aanpak van moslimdiscriminatie.
In de aanpak van discriminatie zet het kabinet in op brede maatregelen waar dat kan, en specifieke maatregelen waar dat nodig is.

Vragen van het lid Ɩztürk, S. (DENK)

Vraag:
Waarom lopen wij op het gebied van de direct gekozen burgemeester zo hopeloos achter? Waarom kunnen wij onze burgemeester niet zelf kiezen? Is dit gebrek aan vertrouwen in de burger?

Antwoord:
Dit kabinet heeft het initiatiefvoorstel van D66 tot deconstitutionalisering van de aanstellingswijze van de burgemeester bekrachtigd. Dat betekent dat de gewone wetgever desgewenst voor een andere aanstellingswijze kan kiezen.
Mocht het in de toekomst tot een andere aanstellingswijze komen, dan is het wel van groot belang dat we eerst de positie van de burgemeester in het gemeentebestuur bepalen. Bij de grondwetswijziging heeft de Eerste Kamer hier met de breed aanvaarde motie-Rombouts ook een richtinggevende uitspraak over gedaan, die voor het kabinet leidend is bij een toekomstige discussie (Kamerstukken I 2018/19, 34716, K). In dat kader geef ik uitwerking aan mijn Agenda Burgemeester (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VII, nr. 108). Met deze Agenda Burgemeester is er aandacht voor de vraag of de burgemeester voldoende is toegerust om zijn rollen en taken waar te maken, met oog voor maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. De uitwerking van de agenda richt zich op het instrumentarium en bevoegdheden, samenwerking en ketenaanpak en kwaliteit en ondersteuning. De agenda heeft tot doel concrete acties te formuleren ten behoeve van een toekomstbestendig en duurzaam burgemeestersambt.

Vraag:
Waarom zijn er nog steeds zo weinig mensen met een migratie-achtergrond die bestuurder zijn? Waarom is de charter inclusiviteit niet van toepassing op bestuurders? Kan minister de charter van toepassing verklaren? Zo nee, kan zij oproepen om voor diversiteit en inclusiviteit te gaan? De charter is door bijna iedereen getekend, waarom wordt er niet doorgezet?

Antwoord:
De politiek is van ons allemaal en raakt ons allemaal. Ook ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om diversiteit te bevorderen. Ik doe dat door te voorzien in randvoorwaarden die politieke participatie zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk maken voor iedereen. Ik heb op verschillende fronten maatregelen in uitvoering om te sturen op een inclusief en divers bestuur. Ik ondersteun bijvoorbeeld gemeenten om de cursus ā€˜Politiek Actief’ aan te bieden. Ik bied daarnaast al meerdere jaren een oriĆ«ntatieprogramma voor zij-instromers voor het burgemeestersambt aan. Daarbij is zowel oog voor de instroom van mensen zonder traditionele politiek-bestuurlijke loopbaan, als voor een betere afspiegeling op geslacht, opleiding of migratie achtergrond. We zien in diverse vertegenwoordigende en bestuurlijke functies ambtsdragers met een migratieachtergrond. Hun aandeel blijft inderdaad in het algemeen nog achter. Om zicht te krijgen op de redenen en concrete interventiemogelijkheden, laat ik de UvA dit najaar een verkenning uitvoeren wat bijdraagt aan de politieke integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond. Het internationale charter Diversiteit in bedrijf is primair gericht op het inclusiever maken van organisaties, een groot aantal gemeenten en ook alle ministeries hebben deze ondertekend. Ik onderschrijf de uitgangspunten van het charter. De samenstelling van onze politieke vertegenwoordiging en bestuur is echter een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is aan politieke partijen om te beslissen wie zij op hun kandidatenlijst plaatsen. Het is aan kiezers om te beslissen op wie zij hun stem uitbrengen. Het is aan raadsleden wethouders te benoemen en een burgemeesterskandidaat aan te bevelen.

Vraag:
Een Constitutioneel Hof mist in Nederland. Een Hof dat wetten en regelgeving kan toetsen aan de Grondwet. Dit zou ook een afdeling van de Hoge Raad kunnen zijn. Graag een reactie van de minister.

Antwoord:
De heer Ɩztürk pleit voor toetsing van wetten en regelgeving door de rechter aan de Grondwet. Eerder adviseerde de staatscommissie parlementair stelsel ook de invoering van een dergelijke toetsing. In de reactie naar aanleiding van het advies van de staatscommissie heeft het kabinet aangegeven geen voorstel te doen voor een vorm van constitutionele toetsing door de rechter. Dat heb ik 1 juli jl. in een brief uw Kamer en de Eerste Kamer ook bericht.
De heer Ɩztürk merkt terecht op dat Raad van State en Kamers – net als de regering – een verantwoordelijkheid hebben de grondwettigheid van voorstellen in ogenschouw te nemen. Naar aanleiding van het advies van de staatscommissie krijgt de grondwettigheid van voorstellen in de aanloop ook meer aandacht, met name in de consultatiefase. Bovendien heb ik in de brief van 1 juli ook een nader rechtsvergelijkend onderzoek aangekondigd, waarin varianten van constitutionele toetsing gedetailleerder worden onderzocht en onderling vergeleken. Dit onderzoek zal uiterlijk komende 1 mei aan mij worden aangeboden. Met dit onderzoek zal het debat over dit onderwerp kunnen worden voortgezet.

Vraag:
Het kost soms moeite om de eigen gegevens bij de gemeente boven water te krijgen. Je moet er zelfs voor betalen. Hoe reageert de minister daarop? Wil zij inzetten op een gemoderniseerd inzagerecht, dat kosteloos moet zijn? Wij zien graag een overzicht van alle gemeenten, de provincies en de Rijksoverheid.

Antwoord:
Het lid Oztürk heeft een vraag gesteld over het recht van burgers om hun eigen gegevens in te zien bij overheidsorganisaties. Dit recht is geregeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Op basis hiervan hebben burgers namelijk recht op inzage van hun persoonsgegevens bij alle organisaties, dus ook bij overheidsorganisaties. Een organisatie mag geen geld in rekening brengen op het moment dat burgers hun gegevens willen inzien. Alleen voor uittreksels/ kopieën mag een kostprijs worden berekend. De AVG is hier heel helder in. Een modernisering van het inzagerecht, waar het lid Oztürk voor pleit, lijkt mij niet nodig. Als er in sommige gevallen problemen zijn met het verkrijgen van gegevens, of er ten onrechte betaald moet worden, dan kunnen burgers hier melding van maken bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Vraag:
Twee jaar geleden heeft de minister een oproep gedaan aan de gemeentes om meer staanplaatsen voor woonwagenbewoners te realiseren. Daar is weinig van terecht gekomen. Is de minister bereid om de gemeenten hierop nogmaals aan te spreken?

Antwoord:
Twee jaar geleden heb ik een nulmeting gedaan. En momenteel voer ik de monitor standplaatsenbeleid over de voortgang van gemeenten in de realisatie van standplaatsen voor woonwagenbewoners uit. Hierdoor krijgen wij een zicht op de ontwikkeling van het aantal standplaatsen en de wijze waarop gemeenten hun beleid uitvoeren. Ik wacht de uitkomsten van de nieuwe monitor af. Dan zal ik bekijken of en wat nodig is om dit beter onder de aandacht te brengen bij gemeenten. Ik verwacht dat de monitor begin volgend jaar gereed is.

Vraag:
Waarom krijgen Roma na jarenlang legaal verblijf in Nederland geen Nederlandse nationaliteit? Wat kan de minister met de minister van Justitie doen om de Roma meer rechtszekerheid te geven? Is de minister bereid om antiziganisme te zien als een ernstige misstand en een vorm van institutioneel racisme?

Antwoord:
Uitsluiting en discriminatie van Roma is een vorm van racisme en dient bestreden te worden. Maatregelen voor de inclusie van Roma en Sinti worden getroffen door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die aanpak heeft ook belangrijke Europese aspecten. Het nationaliteitsrecht ligt inderdaad bij de minister van Justitie en Veiligheid. In algemene zin kan ik zeggen dat bij regelgeving ongerechtvaardigd onderscheid op grond van ras, op grond van artikel 1 van de Grondwet verboden is.

Vragen van het lid Krol, H. (Krol)

Vraag:
Het is belangrijk dat de verkiezingen ook echt doorgaan. In de Memorie van toelichting bij de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 staat: het is niet uit te sluiten dat door de maatregelen met betrekking tot corona niet meer op een goede manier invulling kan worden gegeven aan het waarborgen van het verkiezingsproces. In die situatie, net als aantal andere landen, is uitstel van verkiezingen noodzakelijk. Krol geeft aan dat het zover niet mag komen. Mocht de minister de verkiezingen willen uitstellen, dan zal hij zich daar krachtig tegen verzetten.

Antwoord:
In het wetgevingsoverleg van gisteren is uitgebreid gesproken over de voorbereiding van de verkiezingen. Ik heb al meerdere malen richting de Kamer uitgesproken dat ik alles zal doen om de verkiezingen te laten doorgaan. Voorwaardelijk hiervoor is dat het stemmen op een veilige manier kan plaatsvinden en dat kiezers in staat en bereid zijn om de gang naar het stemlokaal te maken. Hoewel ik dat nu niet voorzie, is het niet uit te sluiten dat de omstandigheden met betrekking tot het coronavirus zo verslechteren dat dit niet mogelijk is. In dergelijke omstandigheden zal uitstel moeten worden overwogen. Al mijn inzet is er op gericht om de verkiezingen door te laten gaan.