Wetgevingsoverleg inzake het begrotingsonderdeel wonen en ruimte (hoofdstuk VII) (ongecorrigeerd stenogram)
Stenogram
Nummer: 2020D45798, datum: 2020-11-09, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2020-11-09 16:00: Wetgevingsoverleg inzake het begrotingsonderdeel wonen en ruimte (hoofdstuk VII) (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Begrotingsonderdeel wonen en ruimte (hoofdstuk VII)
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 9 november 2020 overleg gevoerd met mevrouw Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over:
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 9 november 2020 inzake reactie verzoek commissie over uitzending de Monitor over het funderingslabel (30136, nr. 53);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 6 november 2020 inzake excessen op de huurwoningmarkt (27926, nr. 331);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 6 november 2020 inzake stand van zaken monitor ouderenhuisvesting (32847, nr. 692);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 6 november 2020 inzake maatregelen woningmarkt voor betaalbaarheid huurders en investeren in leefbaarheid (32847, nr. 695);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 5 november 2020 inzake landelijke monitor studentenhuisvesting 2020 (33104, nr. 26);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 2 november 2020 inzake actieplan Huurcommissie (27926, nr. 328);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 2 november 2020 inzake beantwoording vragen commissie over de stand van zaken bij de Huurcommissie (Kamerstuk 27926-326) (27926, nr. 329);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 30 oktober 2020 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van de gemeente Lelystad m.b.t. de wijziging van de Huisvestingswet voor huisvesting van vergunninghouders (2020Z20174);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 29 oktober 2020 inzake Hypotheeknormen 2021 (32847, nr. 689);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 9 november 2020 inzake vervolg wooncoöperaties (29453, nr. 523);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 26 oktober 2020 inzake selectie tweede ronde proeftuinen aardgasvrije wijken (32847, nr. 687);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 20 oktober 2020 inzake overzicht toezeggingen algemeen overleg Klimaatakkoord gebouwde omgeving (32847, nr. 686);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 16 oktober 2020 inzake huisuitzettingen in de tweede coronagolf (2020Z19172);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2021 (35570-VII);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 29 september 2020 inzake antwoorden op vragen commissie inzake voortgang Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting (33104, nr. 25);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 september 2020 inzake NHG borgtochtprovisie en kostengrens per 2021 (32847, nr. 682);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 september 2020 inzake verdere maatregelen om door te bouwen tijdens de coronacrisis (32847, nr. 681);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 september 2020 inzake gerichte huurmaatregelen om de betaalbaarheid voor huurders te verbeteren (27926, nr. 327);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 10 september 2020 inzake uitkomsten eerste tranche woningbouwimpuls (32847, nr. 680);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 3 juli 2020 inzake antwoorden op vragen commissie over bevolkingsdaling en krimp (31757, nr. 102);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 3 juli 2020 inzake bestedingsruimte en opgaven voor woningcorporaties (29453, nr. 520);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 29 mei 2020 inzake rapportage verhuurderheffing 2020 en evaluatie heffingsverminderingen (27926, nr. 321).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,
Ziengs
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,
Roovers
Voorzitter: Ziengs
Griffier: Roovers
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Baudet, Beckerman, Dik-Faber, Van Eijs, Koerhuis, Kops, Nijboer, Van Otterloo, Smeulders, Terpstra en Ziengs,
en mevrouw Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aanvang 16.00 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag. Hartelijk welkom bij het wetgevingsoverleg van de vaste
commissie voor Binnenlandse Zaken. Het onderwerp is een
wetgevingsoverleg inzake het begrotingsonderdeel wonen en ruimte.
Een hartelijk welkom aan de minister en haar gevolg, dat hier op de
achtergrond zit. Normaal zeg ik ook altijd "hartelijk welkom aan de
mensen op de publieke tribune", maar er zijn ongetwijfeld veel mensen
die dit online volgen. Een welkom aan de heer Koerhuis namens de VVD, de
heer Smeulders namens GroenLinks, de heer Kops namens de PVV, de heer
Terpstra namens het CDA, mevrouw Van Eijs namens D66, de heer Van
Otterloo namens 50PLUS, de heer Nijboer namens de PvdA en mevrouw
Beckerman namens de SP. De spreektijden zijn aan u allemaal doorgegeven:
VVD zestien minuten; PVV, CDA en D66 tien minuten; GroenLinks en SP acht
minuten; PvdA zes minuten; de overige fracties vier minuten. Als u wat
minder tijd nodig heeft, is dat niet erg, omdat u ook gevraagd heeft of
wij wat meer interrupties zouden kunnen doen dan normaal. Dus ik wou
eigenlijk beginnen met drie interruptie in tweeën, dus zes vragen, en
dan kijken we of dat een beetje gelijk oploopt. We gaan dus gewoon
kijken hoe dat uitkomt, ook qua tijd.
Ik geef het woord aan de eerste partij, de grootste partij in de
oppositie. De heer Kops begint.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is de laatste woonbegroting van dit kabinet,
dus laten we de balans gaan opmaken. Hoe is het nu met de woningmarkt?
Nou, het korte antwoord is: het is één grote puinhoop. En die puinhoop
is eigenlijk de afgelopen jaren alleen maar groter geworden.
Dan komt nu het wat langere antwoord. We kennen deze minister al
jarenlang als iemand die veel praat, veel overlegt, veel vergadert, veel
koffiedrinkt, maar concreet voor de woningmarkt heel weinig doet. En
laten we er geen doekjes om winden: voor deze minister is de
portefeuille Wonen er een beetje bij gedaan de afgelopen jaren. Het
hangt er een beetje bij. Wat is er zoal gepresteerd? Nou, de minister
heeft een Nationale woonagenda gemaakt. Hier en daar zijn er wat
woondeals gesloten. En voor de mensen die zich afvragen wat dat concreet
allemaal inhoudt: het zijn wat stapeltjes A4'tjes met wat ambtelijke
afspraken, met heel veel wollige taal zoals "we moeten de woningbouw
versnellen". Ja, "voldoende woningen", "voldoende plancapaciteit",
"voldoende investeringsruimte". Het zijn allemaal open deuren en holle
frasen. Of wat te denken van deze zin: "Rijk en gemeenten willen de
groei van de regio accommoderen op basis van gezond, stedelijk leven".
Ik heb echt geen idee wat dat inhoudt, maar feit is wel dat niemand
hierin kan wonen. En voor deze minister is de woningmarkt nooit echt
prioriteit geweest. De gevolgen zien we, want de woningmarkt is een
wooncrisis geworden. En over "crisis" gesproken ... Alsof de ellende op
de woningmarkt nog niet groot genoeg was, kwam daar ook nog eens de
stikstofcrisis bij — laten we die niet vergeten — die eigenlijk geen
stikstofcrisis was en is, maar de wooncrisis wel dramatisch verergerd
heeft. De vergunningverlening is gigantisch teruggelopen en de gevolgen
daarvan zullen we de komende jaren nog blijven merken. En dat terwijl,
om de woorden van de minister te gebruiken, de woningbouw juist versneld
moet worden. Conclusie: het zijn keer op keer allemaal hele mooie
woorden waar concreet weinig van terechtkomt.
Dat geldt overigens ook voor de pfas-crisis. Die hebben we ook nog, weet
u nog? Uit het niets werden er hele strenge pfas-regels in het leven
geroepen. Niemand had daarom gevraagd, niemand vond het ook echt nodig.
Toch kwamen die er, met als gevolg dat het verplaatsen van grond
praktisch onmogelijk werd en hele bouwprojecten stil kwamen te liggen.
En paar weken geleden is er een — zo kun je wel zeggen — vernietigend
rapport daarover verschenen. Daaruit blijkt dat er bij het bedenken van
die strenge pfas-regels helemaal nooit overleg is geweest met het
bedrijfsleven. Ik citeer: "Bij het opstellen van de gemaakte keuzes zijn
de gevolgen voor de uitvoering niet onderzocht". Gemeenten en provincies
hebben nog gevraagd om uitstel van die regels, maar daar is helemaal
niets mee gedaan. Wat een onvermogen. Wat een onvermogen en, zou ik
zeggen, wat een amateurisme. Stikstof, pfas, dit kabinet heeft de
wooncrisis alleen maar verergerd. Wil je een woning kopen of huren, met
andere woorden, zoek je heel vanzelfsprekend eigenlijk een fatsoenlijk
betaalbaar dak boven je hoofd, nou vergeet het maar, want er is een
tekort van meer dan 330.000 woningen. En de woningen die wel beschikbaar
zijn, zijn voor de gewone man en vrouw vaak onbetaalbaar. Koopmarkt,
huurmarkt, overal is het een zootje. De koopmarkt: de huizenprijzen
stijgen en stijgen, en volgens het CBS kostte een gemiddelde koopwoning
in september van dit jaar €345.000. Dat is een stijging van meer dan 8%
ten opzichte van vorig jaar. De huizenprijzen stegen in twintig jaar
tijd nog nooit zo hard als in het afgelopen kwartaal, aldus de NVM. En
dat dus in crisistijd. Het tekort aan woningen is dus zodanig ver
opgelopen dat zelfs de huidige crisis, de huidige economische malaise,
de huizenprijzen niet meer weet te drukken. Zo erg is het.
En op de huurmarkt is het niet veel beter. De Woonbond heeft het
huurbeleid van Rutte van de afgelopen jaren geanalyseerd, met daarbij de
conclusie: de huurder is onder Rutte slecht af. En zo is het. De
wachttijd voor een sociale huurwoning is niet afgenomen, maar
toegenomen. Het totale aantal sociale huurwoningen is niet toegenomen,
maar met 100.000 afgenomen. En in de afgelopen tien jaar zijn de
huurprijzen in de sociale sector met 26% gestegen. Dan durft de Woonbond
het nog niet eens te hebben over de 110.000 sociale huurwoningen die de
afgelopen tien jaar met voorrang zijn weggegeven aan statushouders,
terwijl de Nederlanders jarenlang op de wachtlijst moeten staan.
110.000, daar hadden ook 110.000 Nederlandse gezinnen gehuisvest kunnen
worden, maar dat is niet gebeurd. Kwestie van prioriteiten, want komend
jaar moeten in één jaar tijd 27.000 statushouders gehuisvest worden. In
één jaar tijd. Het zijn bizarre aantallen. Daar valt simpelweg, al zou
je het willen, niet eens tegenop te bouwen.
En de Nederlanders dan? Die worden in hun eigen land gewoon keihard
gediscrimineerd. Die kunnen nog langer wachten op een woning. Beter
gezegd: die kunnen fluiten naar een woning, omdat het kabinet nu eenmaal
liever gelukzoekers huisvest dan onze eigen mensen. Dat is echt zo
verschrikkelijk schandalig voor al die mensen die op een woning moeten
wachten. En ja, dan zegt de Woonbond dus dat de huurder slecht af is
onder Rutte. Nou, dat is nogal een understatement, want de huurder is al
jarenlang zwaar de klos. De Nederlandse huurder, welteverstaan. Kan de
minister nu en hier de keiharde toezegging doen dat er komend jaar geen
enkele woning aan statushouders wordt toegewezen? Met minder nemen we
echt geen genoegen.
Ja, voorzitter, heb je dan als Nederlander eenmaal een huurwoning
bemachtigd, dan moet je daar sowieso heel blij mee zijn en dan krijg je
huurverhoging na huurverhoging voor je kiezen. Ieder jaar opnieuw. En
alsof de coronacrisis nog niet genoeg financiële ellende in het land
heeft veroorzaakt, mochten van deze minister ook dit jaar de huren
gewoon verder stijgen. Nou, dat is gebeurd, en niet zo'n beetje ook.
Want het is zelfs de hoogste huurstijging in zes jaar tijd. Een record
midden in crisistijd. Ik blijf het maar herhalen: en dat terwijl er dus
in de Eerste Kamer meerdere moties over een huurstop zijn aangenomen,
moties die zeggen: bevries de huren. En gezien het feit dat er al voor
de coronacrisis maar liefst 800.000 huurders financieel klem zaten, is
dat echt niet te veel gevraagd. Maar nee, de minister weigert keer op
keer die moties uit te voeren, ondemocratisch als zij is. En zelfs met
een motie van afkeuring werd gewoon helemaal niets gedaan.
Voorzitter. Wat dan nu? Nou, afgelopen vrijdag ontvingen we een brief
van de minister, met daarin de resultaten van de onderhandelingen,
blijkbaar, met GroenLinks en de PvdA. Aanleiding voor die
onderhandelingen? Het feit dat de coalitie geen meerderheid in de Eerste
Kamer heeft, en die meerderheid heeft deze minister natuurlijk wel nodig
voor haar begroting. Onderwerp van de onderhandelingen? De huurders. En
het resultaat? Ja, de huren mogen zowel in de sociale als in de vrije
sector maximaal inflatie plus 1% stijgen. Nu is dat nog inflatie plus
2,5% of 4%. Natuurlijk, vooropgesteld, iedere euro die elke huurder er
hierdoor op vooruitgaat, is natuurlijk mooi meegenomen. Maar toch heb ik
de volgende vragen.
De voorzitter:
Ik waarschuw u even voor de tijd. U heeft straks nog twee minuten. Het
gaat nu nog goed, maar u zit nu bijna op zevenenhalve minuut.
De heer Kops (PVV):
Ja, dank u wel. Komt goed, voorzitter, dank u.
Waarom maximaal inflatie plus 1%? Waarom? Het is namelijk nog steeds een
huurstijging, ondanks dat er moties zijn aangenomen die vragen om een
huurstop. Het is weliswaar een beperkte stijging, maar het is nog altijd
een stijging. Door hiermee akkoord te gaan, hebben GroenLinks en de PvdA
de uitvoering van die aangenomen moties, waar ook zij voor hebben
gestemd, definitief overboord gegooid. Dit jaar zijn de huren gemiddeld
2,9% gestegen; dat was die recordhuurstijging. Wat voor verschil gaat
die nieuwe maximale huurstijging met inflatie — die is nu 2,6% plus 1%,
dus 3,6% — in de praktijk maken? Graag een reactie.
Tot slot, voorzitter, want ik moet helaas afronden. Dat de minister met
GroenLinks en de PvdA heeft zitten onderhandelen, is wel veelzeggend.
Het gaat de minister in werkelijkheid helemaal niet om de huurders, maar
puur om een meerderheid voor haar eigen begroting. Laat dat heel goed
tot u doordringen. Zo is de cirkel weer rond. Zo kennen we de minister:
als iemand die helemaal niets om de huurders geeft en ze het liefste
helemaal uitknijpt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik hield even de tijd bij omdat u voor de tweede termijn ook wat tijd
nodig heeft. Vandaar dat ik even een reactie gaf. Vaak houdt men er geen
rekening mee en dan wordt de tijd opgesoupeerd. Dan heeft u straks geen
ruimte meer voor wat dan ook. Maar u heeft straks nog anderhalve minuut,
dus dat is geen probleem. Ik geef het ook even mee aan de heer Koerhuis.
Ik zeg het overigens ook voor de overige leden. Houd er dus even
rekening mee dat de spreektijd die ik genoemd heb, voor de eerste en de
tweede termijn is. Als u nog moties voorhanden heeft, heeft u die
spreektijd toch wel een beetje nodig.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter, ik heb vier minuten spreektijd meegekregen. Is dat nou voor
mijn eerste én tweede termijn? Dat kan toch niet waar zijn?
De voorzitter:
Dat is toch echt waar. Ik kan daar weinig aan doen. Dat zijn de tijden
die zijn vastgesteld.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dan kan ik bij wijze van spreken alleen maar moties voorlezen.
De voorzitter:
Ik kan daar weinig aan doen. Overigens hartelijk welkom, mevrouw
Dik-Faber van de ChristenUnie en de heer Baudet van Forum. Dan zijn we
goed compleet. Ik stel voor dat we nu het woord geven aan de heer
Koerhuis, voor zijn inbreng. Gaat uw gang.
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. We zitten in een grote en ongekende crisis: een
gezondheidscrisis en een economische crisis. Het is ook een crisis
waarbij veel mensen veel thuis zijn. Denk aan studenten die thuis online
les krijgen, werkenden die thuis moeten werken en kwetsbare groepen die
binnen moeten blijven. We zijn meer thuis dan ooit. Terwijl we meer
thuis zijn, dringt nog meer door hoe belangrijk het is om een goed en
betaalbaar huis te hebben. Dat is ook te zien aan de vele mensen die hun
huis verbouwen. Maar niet iedereen heeft de luxe om een huis te
verbouwen. Er zijn ook veel mensen die nog op zoek zijn naar een huis.
Daarvoor moeten we bouwen, bouwen, bouwen. Het doel om 75.000 woningen
per jaar te bouwen, wordt dit jaar en volgend jaar waarschijnlijk niet
gehaald, terwijl de vraag alleen maar stijgt en terwijl het doel al te
laag is. We hebben een groot woningtekort. Gelukkig zien wij steeds meer
partijen die in hun verkiezingsprogramma opnemen dat er veel gebouwd
moet worden. Hopelijk gaan zij ook over tot actie. Actie is nu
nodig.
Als provincies en gemeenten maar blijven doorpraten, moet het Rijk
ingrijpen. Voor de coronacrisis hebben provincies en gemeenten veel te
weinig bouwlocaties aangewezen. Dat komt doordat ze vaak alleen
binnenstedelijk willen bouwen, terwijl buitenstedelijk bouwen sneller en
goedkoper is. In deze crisis moeten we doorgaan met bouwen en niet,
zoals in de vorige crisis, stoppen met bouwen. We moeten grote
buitenstedelijke bouwlocaties aanwijzen en regionale
investeringsagenda's opzetten. Een van de bouwlocaties die we nu echt
moeten gaan aanwijzen, is Rijnenburg. Daar kunnen 25.000 woningen worden
gebouwd, in het midden van het land. Daarmee is woningbouw daar van
nationaal belang. Naast Rijnenburg ben ik ook benieuwd naar bouwlocatie
Valkenburg, waar op ons initiatief ook is ingegrepen. Hoe staat het
daarmee? Hoe staat het met de polders Zuidplas en Purmer? Is de minister
met gemeenten in gesprek om daar woningbouw te realiseren?
Tot slot op dit punt. Hoe staat het met woningbouw in Flevoland? De
brief naar aanleiding van de motie-Koerhuis is binnen. Dat is goed
nieuws. De teller van 100.000 extra woningen kan omhoog. De brief
kondigt aan dat er begin 2021 een uitgewerkt plan komt, onder andere
voor infrastructuur en ov. Kan de minister aangeven of in dat plan wordt
ingegaan op de IJmeerverbinding, waarover we het eerder hebben
gehad?
Voorzitter. Zoals ik al zei, hebben we een groot woningtekort. De vraag
stijgt alleen maar en het doel is te laag. Uit de inventarisatie van de
plancapaciteit volgt dat er tot 2030 ruim 1 miljoen extra woningen nodig
zijn. Om dat te halen moeten we van 75.000 naar 100.000 woningen per
jaar. Daarbij moeten we op de lange termijn meer vaste woningen bouwen
en op de korte termijn meer flexwoningen plaatsen. Het doel is om 15.000
flexwoningen per jaar te plaatsen. We zagen dat er vorig jaar rond de
3.000 zijn geplaatst. De laatste prognose van maart laat zien dat er dit
jaar rond de 7.000 worden geplaatst. Wat is nú de prognose voor dit jaar
en volgend jaar, zo vraag ik de minister. Helaas zien we dat het lang
duurt om flexwoningen te plaatsen. Vaak duurt het wel twee jaar door
lange procedures. Is de minister bereid om voor het einde van het jaar
met spoedwetgeving te komen, bijvoorbeeld onder de Crisis- en
herstelwet, om flexwoningen bijvoorbeeld binnen zes maanden te kunnen
plaatsen?
Gelukkig zijn we ook bezig met woondeals om de regionale woningbouw te
stimuleren. Provincies en gemeentes pakken dat erg enthousiast op. Ik
heb eerder opgeroepen tot een Woonakkoord Oost. Ik ben blij dat er nu
een woondeal Arnhem-Nijmegen is. Maar ik heb een vraag over Amersfoort.
Ik begrijp dat een aparte woondeal voor die regio lastig is. Kan de
regio Amersfoort zich aansluiten bij de woondeal Utrecht, zo vraag ik de
minister.
Dan de woningbouwimpuls. Er is een woningbouwimpuls van 1 miljard voor
de bouw van betaalbare huur- en koopwoningen, waarbij per project
minimaal 500 woningen moeten worden gebouwd. In een aantal provincies
zien we dat dat aantal per project niet haalbaar is. Ook in deze
provincies ligt een woonopgave. Is de minister bereid om een regiotoets
op te nemen in de woningbouwimpuls, zodat we ook in deze provincies de
woningbouw stimuleren die regionaal nodig is?
Dan de heffingskorting. Er is ook een heffingskorting voor de bouw van
betaalbare sociale huurwoningen. Corporaties hebben toegezegd daarvoor
115.000 woningen te gaan bouwen. Dat is goed. Corporaties hebben ook
toegezegd om in de komende twee jaar 5.000 flexwoningen per jaar te gaan
plaatsen. Ook dat is goed. Naast bouwen moet er soms ook gesloopt worden
om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren in onder andere de
zestien stedelijke herstructureringsgebieden en de krimpgebieden. Daarom
ben ik blij met de 450 miljoen uit het volkshuisvestingsfonds. In de
brief van het kabinet wordt ook gesproken over verduurzaming. Daar ben
ik niet op tegen, maar wat betreft de VVD zijn leefbaarheid en
veiligheid toch echt de eerste prioriteiten. We zien graag dat het wordt
gerund door een nationale programmacoördinator, zoals in Rotterdam-Zuid.
Graag een reactie van de minister.
Ik heb ook nog een andere vraag. Stedelijke herstructurering is
uitgezonderd van de overdrachtsbelasting als er een stedelijke
ontwikkelingsmaatschappij wordt opgericht. Blijft deze uitzondering
bestaan voor de gebieden die deelnemen aan het volkshuisvestingsfonds en
hoe gaat dit werken?
Voorzitter. Dan het pakket voor huurders. Corporaties zijn
verantwoordelijk voor sociale huurwoningen, voor goedkope woningen. Maar
sommige mensen betalen meer dan €700 aan huur. Dat is niet goedkoop en
dat is niet sociaal. Als het aan sommige partijen hier ligt, de SP en de
Partij van de Arbeid, gaat die grens zelfs nog meer omhoog. Dat is geen
goed idee. Het kabinet kiest gelukkig voor een hele andere route. Met de
Wet eenmalige huurverlaging voor huurders met een laag inkomen gaan we,
zoals de titel zegt, de huren verlagen voor huurders met een laag
inkomen, zodat de huren weer sociaal worden. Dat is een goed plan.
Corporaties moeten namelijk doen waarvoor zij bedoeld zijn: het verhuren
van goedkope woningen. Daarnaast komt het kabinet ook met de Wet
tijdelijke huurkorting. Die geeft corporaties de mogelijkheid om
maatwerk toe te passen en de huren tijdelijk te verlagen bij
inkomensverlies. Dat is ook een goed plan.
Voorzitter. Ik noem de corporaties en maatwerk. Sommige corporaties doen
dat, maar dat niet alle corporaties dat altijd doen, is deze zomer wel
gebleken. Dat heeft Sammy-Jo helaas moeten ervaren. Sammy-Jo heeft in
februari haar vader verloren. Hij is aan kanker overleden. Voordat hij
overleed, vroeg zij of zij in het huis kon blijven wonen waar zij samen
met haar vader woonde. De corporatie vroeg haar om haar vader een
filmpje te laten maken waarin hij toestemming gaf om in het huis te
blijven. Hij was namelijk niet meer in staat om een handtekening te
zetten. Dit filmpje heeft hij gemaakt en Sammy-Jo heeft dit naar de
corporatie gestuurd. Na weken niks te horen kreeg zij ineens van de
corporatie te horen dat ze het huis uit moest. Het filmpje bleek in de
spambox te zijn beland en omdat de corporatie de spambox niet checkte,
wilde zij Sammy-Jo, een weeskind, op straat zetten. Ze hebben niet eens
naar een passende oplossing gezocht. Sterker nog, na vragen van de media
lieten zij weten: we zetten niemand uit huis, want juridisch gezien is
het haar huis niet. Wat een reactie. Wat een kilheid. Wat een gebrek aan
menselijke maat. En dat terwijl je die menselijke maat juist van
corporaties mag verwachten. Uiteindelijk heeft de corporatie, na veel
druk vanuit de media en Kamervragen, een passende oplossing gevonden,
maar Sammy-Jo is niet het enige weeskind dat te maken heeft met een
corporatie die de menselijke maat niet gebruikt. We krijgen dit soort
signalen heel vaak. We zien dat mensen in zo'n moeilijke situatie
afhankelijk zijn van de willekeur van de corporatie. Daarom wil ik de
minister vragen om een commissie op te richten die deze problematiek,
waarbij duidelijk wordt welke corporaties wel en welke corporaties niet
de menselijke maat toepassen en waarom niet, in kaart brengt en met
oplossingen komt, zodat kinderen worden ondersteund om hun leven weer op
te pakken.
De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken voor twee interrupties? U bent redelijk met
rust gelaten, maar ik zie er nu in ieder geval twee. Het begint bij de
heer Nijboer en daarna volgt de heer Smeulders.
De heer Nijboer (PvdA):
Het is natuurlijk terecht dat de heer Koerhuis hier een punt maakt van
een schrijnende situatie. Ik kan mij alleen niet aan de indruk
onttrekken dat de VVD haar sociale gezicht met een schrijnend voorbeeld
probeert te redden. Ik vind het heel erg schrijnend of — in de woorden
van de heer Koerhuis — van kilheid en een gebrek aan menselijke maat
getuigen als je zegt tegen iedereen die nu in een beschermde huurwoning
zit die niet bij een corporatie hoort, dat zij nu marktconforme huren
moeten betalen. Dat zijn huren die honderden euro's in de maand hoger
kunnen liggen, voor iedereen die niet een corporatiewoning huurt en nu
€300, €400, €500, €600, €700 betaalt. Dat staat in het
verkiezingsprogramma van de VVD. Dat is verkocht als sociaal voor de
huurders, maar het is ronduit asociaal en grijpt heel hard in bij die
mensen. Wat zegt de heer Koerhuis daarover? Is hij daar ook menselijk en
mild?
De heer Koerhuis (VVD):
Ik heb ook nooit daarvoor geweken, want ook ik vind de huren te hoog.
Die moeten omlaag. Het grootste probleem van te hoge huren is een tekort
aan woningen. Niet alleen huurprijzen zijn te hoog, maar ook koopprijzen
zijn te hoog. Dat komt door een tekort aan huur- en koopwoningen. Daar
is maar één oplossing voor: bouwen, bouwen en nog eens bouwen.
De heer Nijboer (PvdA):
Op zichzelf zijn we het erover eens: er moet meer gebouwd worden en de
huren zijn te hoog. Daar kunnen elkaar een hand bij geven. Maar ik vraag
de heer Koerhuis wat het betekent voor mensen die nu een huis huren in
de beschermde sector, dus niet van een corporatie, die €500 huur
betalen. Dat zijn een paar honderdduizend mensen. De VVD zegt: nee, daar
moeten we van af! Het staat in het verkiezingsprogramma: van die
huurbescherming moeten we af. Die huur kan gewoon omhooggaan met €200,
€300, €400. Als je in het centrum van een stad woont, gaat de huur zo
naar €1.000 als je een fatsoenlijke huurwoning hebt. Dat lijkt toch
helemaal nergens op? Dat is toch niet iets wat je mensen kunt
aandoen?
De heer Koerhuis (VVD):
Allereerst: we hebben hier een debat over de Woonbegroting, en niet over
het VVD-verkiezingsprogramma. Om dat spookbeeld van de heer Nijboer toch
weg te halen merk ik op dat het verkiezingsprogramma helder is. Voor
mensen die nu in een woning zitten, verandert niks. Er worden dus
spookbeelden opgeroepen door de heer Nijboer die gewoon niet waar zijn.
Als je nu huurt in de stad voor €500, je geen scheefwoner bent en je
daar terecht zit, dan hoef je nergens bang voor te zijn. En zeker niet
voor de spookbeelden van de heer Nijboer.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Volgens mij gaat dit inderdaad over de Woonbegroting, maar het zou een
beetje raar zijn als we het vandaag niet kunnen hebben over het
verkiezingsprogramma van de VVD, terwijl zij dat net heeft
gepresenteerd. Daar staan nogal heftige plannen in voor huurders. Een
van de essenties van het Nederlandse woonbeleid is dat we
huurbescherming hebben. Als je eenmaal woont in een bepaalde huurwoning,
mag je daar blijven wonen zolang je de huur maar betaalt. Wat de VVD
gewoon keihard in haar verkiezingsprogramma zegt, is: als jij in een
sociale huurwoning woont en je drie jaar op rij net iets te veel
verdient, moet je binnen twee jaar dat huis uit. Het maakt daarbij niet
uit dat er geen ander huis beschikbaar is, het maakt niet uit dat je dan
misschien op straat moet gaan slapen. Nee, jij moet eruit. Dat is toch
niet te verklaren? Dat is toch een ongelofelijke inbreuk op het
huurrecht?
De heer Koerhuis (VVD):
Ik heb voor de heer Smeulders eigenlijk hetzelfde antwoord als op de
vraag van de heer Nijboer. Nogmaals, voor mensen die in een stad huren
voor €500 die geen scheefwoner zijn, verandert er niks. Die mensen
hebben huurbescherming en blijven die houden.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik vind het trucje van de heer Koerhuis wel bijzonder. Hij zegt: als je
geen scheefwoner bent. Daar gaat het precies om. Er zijn mensen die in
een sociale huurwoning wonen die misschien een paar duizend euro binnen
de inkomensgrens voor die sociale huurwoning verdienden toen ze de
huurwoning toegewezen kregen. Dat zijn mensen die er nu dus geen recht
meer op hebben, maar die die woning wel toegewezen hebben gekregen. Dan
zegt de VVD: wij gaan er voortaan zijn, niet alleen voor heel rijke
mensen, maar ook voor middeninkomens. En juist al die middeninkomens
moeten uit hun huis, uit hun sociale huurwoning. Daarmee maak je niet
alleen wijken nog veel kwetsbaarder omdat je daar nog meer kwetsbare
mensen met lage inkomens bij elkaar gaat zetten, maar je drijft ook
middeninkomens de markt op, waar helemaal geen plek is voor hen. Ik snap
werkelijk waar niet hoe u dit kan verdedigen!
De heer Koerhuis (VVD):
Kijk, nu zijn we er, maar het is toch wel een beetje de omgekeerde
wereld. Ik heb het vaker gezegd in deze commissie: de VVD komt op voor
lage inkomens en GroenLinks voor hoge inkomens. Maar het zij dan maar zo
op dit punt. Inderdaad, scheefwoners horen niet in een sociale
huurwoning. Een sociale huurwoning wordt gesubsidieerd en is bedoeld
voor mensen die die echt nodig hebben, voor mensen met een laag inkomen.
En dan roept de heer Smeulders spookbeelden op. Als hij de Wet huur en
inkomensgrenzen leest, ziet hij dat de inkomensafhankelijke
huurverhoging niet gaat gelden vanaf een paar duizend euro. We gaan dat
juist verbeteren. Dat worden echt ruime marges ten opzichte van de
toewijzingsgrens voor sociale huurwoningen. Je wordt niet zomaar als
scheefwoner bestempeld. Als je zo bestempeld wordt en je bent inderdaad
een scheefwoner met een hoog inkomen, is een sociale huurwoning niet
voor jou bedoeld.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Koerhuis (VVD):
Nou, mag ik nog afronden, voorzitter? Het woord "middeninkomens" viel.
Ja, ons verkiezingsprogramma is er juist voor middeninkomens; dat heeft
GroenLinks goed gelezen. Daarvoor hebben we ook middenhuurwoningen
nodig, heel veel meer middenhuurwoningen. Want waar we in dit land echt
een tekort aan hebben, zijn middenhuurwoningen. Dat heb ik al vaker
gezegd. We hebben bijvoorbeeld meer scheefwoners in sociale huurwoningen
zitten dan dat we actief woningzoekenden hebben. Het échte tekort is
doorstroming, het échte tekort is er aan middenhuurwoningen en
koopwoningen.
De voorzitter:
Dank u wel. In het licht van die zes vragen die ik toegekend heb,
probeer ik toch even de oproep te plaatsen om die kort en bondig te
doen. Anders lopen we straks volledig vast in de tijd.
De heer Baudet (FvD):
Ik hoor de heer Koerhuis van de VVD zeggen: bouwen, bouwen, bouwen om
het schrijnende woningtekort, dat in de afgelopen tien jaar onder Rutte
enorm is toegenomen, in te perken en aan te pakken. Dat is op zichzelf
goed. Nu moet er gebouwd worden. Maar waar ik hem niet over hoor, is
over de achterliggende reden waarom dat woningtekort zo hoog is
geworden. Daarvoor is maar één oorzaak: de bevolkingsgroei. Waar komt de
bevolkingsgroei vandaan? Die komt door de massale immigratie, die onder
tien jaar Rutte enorm is opgelopen en toegenomen en die elk record heeft
doorbroken. Ik zou zo graag een uitspraak van hem daarover willen. Wil
de heer Koerhuis dat nu ook eindelijk eens gaan aanpakken, die
onbeperkte immigratie, jaar in, jaar uit?
De heer Koerhuis (VVD):
Allereerst wat betreft het woningtekort, dat de afgelopen tien jaar is
opgelopen. Inderdaad, de woningbouw is helaas ingezakt tijdens de
grootste financiële crisis sinds de jaren dertig. Dat is inderdaad
helaas gebeurd. Met man en macht proberen we die woningbouwproductie
omhoog te krijgen. Op korte termijn doen we dat met transformaties en
flexwoningen. Dat enerzijds. Anderzijds zie je dat er veel vraag is naar
woningen. Het grootste deel van die vraag komt van
huishoudensverdunning. Maar heel eerlijk: we hebben hier een debat over
de Woonbegroting. Ik wil hier geen debat over het immigratiebeleid van
maken. Dat zou ik doen …
De heer Baudet (FvD):
Dat is dus precies het probleem!
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter …
De voorzitter:
Moment, meneer Baudet. De heer Koerhuis is aan het woord.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik stel voor dat de heer Baudet dat doet bij het wetgevingsoverleg over
immigratie, waar de immigratiewoordvoerder van de VVD hier met alle
liefde op ingaat.
De voorzitter:
Maar het staat de heer Baudet vrij om de vragen te stellen.
De heer Baudet (FvD):
Met alle respect: dit is nou precies de kern van het probleem, hè.
Waarom lukt het nou niet om zaken op te lossen in dit land? Die
verkokering. We hebben het alleen maar over woningen. Ik ben hier ook om
te praten over concrete plannen om de woningnood aan te pakken. Dat moet
ook gebeuren, maar je moet ook wel even kijken waar dit allemaal vandaan
komt. Dat komt ten eerste door massale immigratie. Onder Rutte gaat het
maar door. Elk jaar weer tienduizenden mensen erbij. Dát is de reden dat
er zo'n druk is op de woningmarkt. Ten tweede komt het door al die
absurde klimaat-, milieu- en stikstofregels. De woningcorporaties moeten
eerst verduurzamen voordat ze mogen bijbouwen enzovoorts. Dat is
allemaal beleid geweest van de VVD van de afgelopen jaren. Het zou u
toch sieren …
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Baudet (FvD):
Ik begrijp dat de heer Koerhuis zegt dat hij geen woordvoerder is op al
die zaken. Dat is een beetje een kartelreden, maar goed. Het zou hem
toch sieren als hij de eerlijkheid zou hebben om daar in ieder geval
iets over te zeggen. Immigratie en klimaatbeleid, allebei was het niet
nodig geweest, maar het gaat maar door. Daarom zitten we nu in deze
problemen.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik kan het antwoord herhalen. We hebben vandaag een discussie over de
Woonbegroting. Ik ben de wonenwoordvoerder. Onze immigratiewoordvoerder
beantwoordt met alle liefde de vragen van de heer Baudet bij de
immigratiebegroting.
De heer Baudet (FvD):
Het gaat niet om vragen, het gaat om beleid!
De heer Koerhuis (VVD):
Ik denk heel eerlijk — het is de eerste keer dat de heer Baudet hier bij
de commissie Wonen en Bouwen zit — dat de rest van deze commissie mij
wel kent als iemand die kritisch is op verduurzamingsmaatregelen en die
aangeeft hoe die de bouw remmen.
De heer Baudet (FvD):
Erkent de heer Koerhaus dat door de massale immigratie die Rutte de
afgelopen tien jaar heeft toegelaten, er toegenomen druk is op de
woningmarkt in Nederland en dat er daarom woningnood is? Erkent hij
dat?
De heer Koerhuis (VVD):
Ik ga dat niet herhalen. Laat ik dit zeggen …
De heer Baudet (FvD):
Ja of nee?
De heer Koerhuis (VVD):
Ik noemde de heer Baudet netjes "Baudè", en geen "Baudett". Dan moet de
heer Baudet mij ook geen "Koerhaus" noemen, maar "Koerhuis".
De heer Baudet (FvD):
Maar erkent hij, de heer Koerhúís, …
De voorzitter:
Nogmaals meneer Baudet. U mag hem stellen hoor, want u zit op uw vierde
vraag.
De heer Baudet (FvD):
We hebben het over de woningen en zijn naam is Koerhúís; ik zal dat nog
een keer herhalen. Heel goed. Nog één keer dan, ook al mag de heer
Koerhuis er misschien niks over zeggen van de afdeling woordvoering,
Kees Berghuis enzovoorts. Erkent de heer Koerhuis dan op zijn minst dat
doordat er elk jaar tienduizenden mensen uit Afrika en het Midden-Oosten
in Nederland zijn toegelaten door het kabinet van zijn premier, van de
VVD, er veel meer mensen in Nederland wonen, de bevolking is gegroeid en
er woningnood is in Nederland? Erkent hij dat, ja of nee?
De voorzitter:
De heer Koerhaus... De heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Het is heel makkelijk: het is Koerhuis, van huizen bouwen. Nogmaals, ik
kan het antwoord herhalen. Ik ben de woordvoerder voor wonen en bouwen
van de VVD. De heer Baudet stelt vragen over de immigratiebegroting. Ik
stel voor dat de heer Baudet die vragen nog een keer stelt bij de
behandeling van de immigratiebegroting aan onze woordvoerder immigratie.
Ongetwijfeld zal ze met alle liefde de vragen van de heer Baudet
beantwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij is de vraag nu ongeveer vier keer op dezelfde
wijze beantwoord.
De heer Baudet (FvD):
Ik heb geen antwoord gehoord.
De voorzitter:
Er is in ieder geval een antwoord gegeven. Het antwoord is aan de heer
Koerhuis. Mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De VVD probeert zich hier van haar sociale kant te laten zien en ook aan
te geven dat de woningbouwcorporaties moeten bouwen voor doelgroepen.
Net kwamen de statushouders voorbij, maar ik noem ook de mensen met
lagere inkomens, de ouderen, mensen uit de maatschappelijke opvang. Die
moeten allemaal een plek hebben in een huurwoning. Wat gaat de VVD doen
om woningcorporaties in staat te stellen om al die woningen nu met
voorrang te gaan bouwen?
De heer Koerhuis (VVD):
Ik hoop dat we dat als coalitiepartijen samen doen. Wat wij in ieder
geval hebben gedaan, en dat zat ook al in de spreektekst, is de
heffingskorting voor corporaties. Ik meen dat we 1,8 miljard aan
heffingskorting geven, maar de minister weet dat beter. Daarmee kunnen
ze 115.000 sociale huurwoningen bouwen. De afspraken zijn 150.000, maar
met die heffingskorting kunnen ze 115.000 sociale huurwoningen bouwen.
Dat is wat we eraan gaan doen. En we hebben flexwoningen
verhuurderheffingvrij gemaakt. Onder andere daardoor hebben corporaties
aangegeven dat zij 10.000 flexwoningen gaan plaatsen. De groep
spoedzoekers waar mevrouw Dik-Faber het over heeft, is uitermate
geschikt voor flexwoningen, maar er kan altijd een tandje bij, daar kent
mevrouw Dik-Faber mij van.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dat is goed om te horen, dat de VVD ook nog een tandje erbij wil. Ik zie
inderdaad ook dat we als coalitie een aantal stappen hebben gezet, maar
er zijn nog steeds wel belemmeringen voor woningcorporaties om meer
woningen te kunnen bouwen. Gelukkig gaat de markttoets er na 1 januari
vanaf. Daar hebben we hard voor gestreden. Het zou ook heel mooi zijn
als de verhuurderheffing helemaal geschrapt gaat worden. Dat zijn wel de
plannen die de ChristenUnie heeft voor de komende jaren. Krijgen we dan
de steun van de VVD?
De voorzitter:
Nou, ik denk dat ik het weet.
De heer Koerhuis (VVD):
Mevrouw Dik-Faber pakt snel door. We begonnen over het huisvesten van
daklozen en ineens gaan we naar de markttoets en dat corporaties toch
weer hun taken moeten gaan uitbreiden. Dat gaat wel heel snel. Ik zeg
dat we flexwoningen misschien meer moeten stimuleren. De minister heeft
ze vrijgesteld van verhuurderheffing. Dat is al een goede stap. Een
goede tweede stap is dat ze 50 miljoen beschikbaar heeft gesteld vanuit
de woningbouwimpuls. Misschien moeten we allebei aan de minister vragen
of er misschien nog wat extra geld uit de woningimpuls kan; misschien
een tweede 50 miljoen, voor het plaatsen van flexwoningen volgend
jaar.
De heer Kops (PVV):
Ik zou de heer Koerhuis een vraag willen stellen. Ik heb in mijn termijn
aangegeven dat in de afgelopen tien jaar Rutte maar liefst 110.000
sociale huurwoningen zijn weggegeven aan statushouders, met voorrang. En
Nederlanders maar wachten. Die konden fluiten naar een woning. Dat is
VVD-beleid. Dat heeft de VVD de afgelopen tien jaar zo gewild: 110.000
woningen, met voorrang. En dan lees ik in het nieuwe
verkiezingsprogramma van de VVD, ik citeer: "Er komt een verbod voor
gemeenten om statushouders voorrang te geven." Dat spreekt aan.
Hartstikke goed.
Vraag 1: waarom heeft de VVD dat dan de afgelopen tien jaar niet al
geregeld en ervoor gezorgd dat die Nederlanders gehuisvest werden in
plaats van al die statushouders? Is dit echt pure verkiezingsretoriek?
En vraag 2: of komt er nu in dit debat een concreet voorstel van de heer
Koerhuis, via een motie of een amendement, weet ik veel wat, om dat
verbod nu, vandaag te regelen, zoals de VVD wil, zoals in het
verkiezingsprogramma staat?
De heer Koerhuis (VVD):
Zoals de heer Baudet misschien gemist heeft dat ik hier toch echt
kritisch ben geweest op verduurzamingsmaatregelen die de bouw remmen, zo
heeft de heer Kops misschien gemist …
De heer Baudet (FvD):
Een persoonlijk feit.
De voorzitter:
Zover is het nog niet. De heer Koerhuis, gaat u door met de
beantwoording.
De heer Baudet (FvD):
Dat is mij niet ontgaan, maar het gaat mij niet om woorden, maar om
daden. De heer Koerhuis heeft continu voor al die absurde maatregelen
gestemd. Hij kan wel met woorden, met de mond, belijden dat hij er
sceptisch over is, maar het gaat om het stemgedrag. Hij heeft voor de
Klimaatwet gestemd en voor alle stikstofmaatregelen.
De voorzitter:
Meneer Baudet, …
De heer Baudet (FvD):
Hij heeft voor de EU gestemd en voor de immigratie gestemd.
De voorzitter:
Ik heb u niet het woord gegeven. De heer Koerhuis was bezig met een
beantwoording. U zei dat het om een persoonlijk feit ging. Ik kan dat
niet vaststellen. De heer Koerhuis was nog bezig met zijn beantwoording
en ik wou het daarbij laten. Hoe je het ook wendt of keert, zeg ik
altijd, de commissie heeft mij aangewezen als voorzitter. Ik moet mij
dan ook als voorzitter opstellen. Ik verzoek u om dan eerst om het woord
te vragen. Dank u wel.
De heer Baudet (FvD):
Uitmuntend.
De voorzitter:
Ja, ik doe mijn best.
De heer Koerhuis (VVD):
Over die verduurzamingsmaatregelen, de commissie weet ook dat het
gasverbod in Utrecht is gestopt door de motie-Koerhuis. Dat geef ik even
kort terug aan de heer Baudet en dan kom ik bij de heer Kops.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, dat gaan we niet doen, dat is uitlokking.
De heer Baudet (FvD):
Ik ga er graag op in.
De voorzitter:
Dat weet ik, maar dat gaan we niet doen, heel simpel. De heer Kops heeft
een interruptie gepleegd en de heer Koerhuis gaat daar nu op antwoorden,
dus de juiste richting op kijken, dan komt het helemaal goed.
De heer Koerhuis (VVD):
Zoals ik al zei, als ik de beantwoording af mag maken, de heer Kops
heeft misschien gemist dat ik behoorlijk kritisch ben geweest op de
voorrang voor statushouders. Heel eerlijk, als de heer Kops terugdenkt
in de tijd: we hebben in 2015 een grote instroom gehad die de
woningmarkt dreigde op te gaan in 2016. Meteen heeft de VVD toen
maatregelen genomen. Vergeet niet, het was landelijk verplicht om
statushouders te huisvesten in sociale huurwoningen, maar op initiatief
van de VVD is die verplichting eraf gegaan. De heer Kops weet ook dat ik
langs ben gegaan bij gemeentes. Het was de VVD-wethouder in Castricum
die als eerste de voorrang voor statushouders ook lokaal heeft
afgeschaft. Maar ik geef ook toe dat het niet snel genoeg gaat en dat
het alternatief, de sobere, tijdelijke huisvesting, niet snel genoeg
gaat. Dat heb ik ook al aangegeven. Het duurt vaak te lang om dat soort
huisvesting te plaatsen. Ik heb net een voorstel gedaan om flexwoningen
binnen zes maanden te kunnen plaatsen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik denk dat we dat nodig hebben om te voorkomen dat statushouders in
sociale huurwoningen gaan en de wachtlijsten voorbijspringen waar
Nederlanders jarenlang op staan.
De voorzitter:
De heer Kops nog?
De heer Kops (PVV):
Ja, wat moet ik hier nou op zeggen? De heer Koerhuis is kritisch geweest
op voorrang voor statushouders. Dat heeft niet echt geholpen, meneer
Koerhuis. De afgelopen tien jaar zijn er dus met voorrang 110.000
sociale huurwoningen weggegeven aan statushouders. Dan kunt u wel één
gemeente erbij halen die die voorrang heeft afgeschaft. Voorzitter, waar
slaat dit op? In het verkiezingsprogramma van de VVD staat nu heel
concreet dat er een verbod komt op voorrang voor statushouders. Waarom
heeft de VVD dat dan niet allang geregeld, voor die Nederlanders die
jarenlang op de wachtlijst staan? Ik vraag de heer Koerhuis of er nu
concreet een voorstel van hem komt om dat hier vandaag alsnog te
regelen.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik neem de heer Kops mee door de tijd. De grote asielinstroom hebben we
gehad in 2015. Die dreigde de woningmarkt op te gaan in 2016. Toen
hebben we meteen gezegd, als VVD, dat die voorrang niet verplichtend
moest zijn. We riepen gemeentes op om die voorrang lokaal helemaal af te
schaffen. Om nou voor alle gemeentes in Nederland aan te geven dat het
niet meer mocht, ging wat ver, dat heb ik toen ook aangegeven. Schaf dat
nou ook af! Ik geef eerlijk toe dat het in te weinig gemeentes gebeurt.
Dat moet in meer. Dat gebeurt in meer dan één, dat weet de heer Kops
ook. Ik noemde als voorbeeld dat één gemeente de eerste was, de gemeente
Castricum, op initiatief van een VVD-wethouder. Er zijn veel meer
gemeentes geweest, maar ik geef toe dat het er te weinig zijn geweest.
We moeten iets doen aan die automatische voorrang voor statushouders bij
sociale huurwoningen waar Nederlanders jarenlang op wachten. Daarom zeg
ik dat we daar werk van moeten maken en dan kijk ik ook naar de
minister. Er ligt een enorme opgave voor statushouders voor volgend
jaar: 27.000. Ik heb daar ook Kamervragen over gesteld. Ik denk dat dat
heel moeilijk wordt in sociale huurwoningen, dus ik roep de minister ook
op: kom met spoedwetgeving om gemeenten binnen zes maanden die
flexwoningen te kunnen laten plaatsen, zodat gemeenten die voorrang voor
sociale huurwoningen niet nodig hebben en lokaal allemaal kunnen
afschaffen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Kops nog aanvullend? Nee?
De heer Kops (PVV):
De VVD zit al tien jaar aan de knoppen in dit land. Tien jaar lang
hebben we al Rutte in dit land. De VVD heeft tien jaar de tijd gehad om
dit te regelen. Het staat nu in het verkiezingsprogramma: er komt een
verbod op voorrang. Ik wil nu concreet antwoord van meneer Koerhuis
hebben op de vraag wanneer dat verbod er gaat komen. We kunnen dat
vandaag hier gaan regelen. Of, meneer Koerhuis, is het werkelijk
allemaal verkiezingsretoriek? Geef dat dan ook gewoon toe.
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter.
De voorzitter:
De heer Kops.
De heer Kops (PVV):
Als ik het nog eventjes mag afmaken.
De voorzitter:
Maar natuurlijk.
De heer Kops (PVV):
Allemaal verkiezingsretoriek, maar feit is: 110.000 sociale huurwoningen
zijn er door de VVD van de heer Koerhuis weggegeven, en niet aan
Nederlanders, aan statushouders. Daar moet de heer Koerhuis zich echt
diep voor schamen.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik neem de heer Kops van de PVV toch graag mee terug in de tijd. Want we
zaten samen met de PVV in het eerste kabinet van de heer Rutte. In die
twee jaar waren gemeenten verplicht om voorrang te geven op sociale
huurwoningen. Daar heeft de PVV voor getekend. Toen het kabinet doorging
met nota bene de Partij van de Arbeid hebben we die verplichting eraf
gehaald. Dat was niet onder u, dat was met de heer Nijboer en niet onder
u. Dat kunt u ons dus niet in de schoenen schuiven, daar bent u net zo
goed verantwoordelijk voor.
De voorzitter:
Even via de voorzitter, meneer Koerhuis. Ik stel voor dat de heer
Koerhuis doorgaat met zijn betoog.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik wil de beantwoording nog even afronden. Ik had de heer Kops
teruggenomen in de tijd. Dat was het begin. Maar de grote asielinstroom
dateert van 2015 en dreigt de woningmarkt op te komen sinds 2016. Daar
moeten we voor aan het werk. Ik hoop daar zo breed mogelijke steun voor
te krijgen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan stel ik nú voor dat u doorgaat met uw inbreng. Ik dacht
dat u de interruptie al had beantwoord.
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. We komen op voor sociale huurders, maar natuurlijk kent u de
VVD ook als partij die opkomt voor kopers. Wij vinden het goed dat
mensen huizen kopen en wij willen hen daar ook in stimuleren. De
grootste stimulans is natuurlijk een groter aanbod van koopwoningen.
Maar we zien ook dat veel starters er niet tussen komen. Om een eigen
woning te kopen, is eigen geld nodig om de kosten koper te betalen. Veel
starters hebben dit geld nog niet kunnen sparen. Daarom schaffen wij de
overdrachtsbelasting af voor starters tot en met 35 jaar. Dit scheelt
flink in de kosten koper. Daarom stellen de heer Terpstra en ik een
starterslening voor. Dit maakt het voor meer starters mogelijk een huis
te kopen. Kunnen corporaties ook huizen verkopen aan starters? Specifiek
starters, en misschien zelfs opknaphuizen.
Voorzitter. Zoals ik al zei: we komen op voor kopers. Dat doen we niet
door de prijs van een energielabel met 2.000% te verhogen. Helaas is dat
wel wat nu dreigt te gebeuren. Doordat bij het nieuwe energielabel
verplicht een dure expert langs moet komen. Het resultaat: de prijs
schiet van onder de €10 naar gemiddeld €190. Dat vinden wij en een
meerderheid van de Kamer onacceptabel. Ook de minister vindt het nieuwe
label te duur, maar zegt dat er geen oplossing is. Wat blijkt? De
oplossing is er wel. Er zijn bedrijven die zeggen: we kunnen op basis
van data een digitaal label uitgeven, bijvoorbeeld de data van
satellietbeelden. De heer Terpstra en ik hebben daarover een amendement
ingediend om het mogelijk te maken dat mensen ook het nieuwe label via
een digitaal loket kunnen aanvragen. Ik vraag de minister of ze snel met
RVO en bedrijven uit het veld aan de slag gaat om dit mogelijk te
maken.
Voorzitter.
De voorzitter:
Ik heb nog een interruptie voor u van mevrouw Van Eijs. Mevrouw Van
Eijs.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik ga niet over het energielabel beginnen, hoewel ik u kan vertellen dat
die bedrijven denk ik een beetje opscheppen. Ik heb een vraag over de
starterslening. De VVD haalt 50 miljoen uit de woningbouwimpuls en stopt
dat in het stimuleren van de vraagkant van de markt. Kunnen we niet
beter met die 50 miljoen zorgen voor meer goedkope en betaalbare
woningen, in plaats van mensen meer schulden aan te laten gaan?
De heer Koerhuis (VVD):
Ook samen met D66 stellen we voor om de overdrachtsbelasting voor
starters af te schaffen om ze zo een financieel zetje in de rug te
geven. Dat doen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie samen. Samen met het CDA
stelt de VVD voor om een extra financieel zetje in de rug te geven en
ook een starterslening te introduceren.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Dat is natuurlijk geen antwoord op mijn vraag. Trouwens, ik heb uw
amendement wel degelijk gelezen. Interessant dat u het nog eens
voorleest, maar daar heb ik natuurlijk niet heel veel aan. Mijn vraag
ging over de 50 miljoen die u bij de woningbouwimpuls weghaalt. Dat
betekent bijna 9.000 woningen minder. Wat wilt u tegen die 9.000
huishoudens zeggen die nu geen woning hebben, dankzij dit voorstel van
de VVD en het CDA?
De heer Koerhuis (VVD):
Ik kan de vraag ook terugstellen: wat gaat D66 zeggen tegen die starters
als u niet ons amendement steunt?
De voorzitter:
Dat is een tegenvraag. Meneer Koerhuis: mevrouw Van Eijs stelt een vraag
en de bedoeling is dan dat u een antwoord geeft en geen interruptie
pleegt op mevrouw Van Eijs. Dat mag u straks doen, als zij haar inbreng
doet.
De heer Koerhuis (VVD):
Het is kiezen in schaarste. Ik hoop dat D66 samen met VVD en CDA
starters een extra financieel zetje in de rug wil geven.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik zou graag antwoorden, als het mag, voorzitter. Ik zal geen vraag
stellen.
De voorzitter:
De heer Koerhuis gaat natuurlijk over zijn eigen antwoord, maar ik kan
hem natuurlijk niet pressen tot het geven van een antwoord zoals mevrouw
Van Eijs wellicht verwacht. Ik wil mevrouw Van Eijs niet pressen tot een
nadere interruptie, want anders lopen de streepjes wel snel weg. Ik stel
voor dat we het hier even bij laten. Maar goed, ik denk dat de heer
Koerhuis …
Mevrouw Van Eijs (D66):
Het is wel interessant om te zien hoe de heer Baudet wel daarmee
wegkomt, en ik niet.
De voorzitter:
Daar zit inderdaad wel een heel groot verschil in. Misschien was ik wel
wat verrast door zijn plotselinge reactie en moet ik u daardoor nu toch
wat meer ruimte geven. Ik vind uw argument wel heel overtuigend op dit
moment.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Ik merk onmiddellijk dat mevrouw Van Eijs het weer voor elkaar heeft
gekregen! Helder.
De heer Terpstra (CDA):
Lerend vermogen van de voorzitter!
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijs, zegt u het nog maar een keer.
Mevrouw Van Eijs (D66):
U kunt de heer Koerhuis niet tot een goed antwoord dwingen, want hij
heeft geen goed antwoord. D66 zou tegen de mensen zeggen: wij bouwen
nieuwe huizen voor u. In plaats van dat u dieper in de schulden komt,
bouwen we 9.000 extra woningen, met die 50 miljoen.
De heer Koerhuis (VVD):
Maar sorry, een starter kan een starterslening gebruik voor de aankoop
van een nieuwbouwwoning. Dit slaat dus nergens op. Dat maakt natuurlijk
niet uit. Het gaat om de vraag wie je stimuleert: de starter die een
nieuwbouwwoning koopt of de gemeente die iets meer geld om
gebiedsontwikkeling kan doen. Het gaat om de balans. Ik denk echt dat de
starter dat extra financiële zetje in de rug wel kan gebruiken. En met
mij het CDA.
De heer Terpstra (CDA):
Zo is dat.
De voorzitter:
Allereerst zag ik mevrouw Dik-Faber en daarna de heer Smeulders. Mevrouw
Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik probeer het tot één vraag te beperken. Het klinkt natuurlijk heel
sympathiek, zo'n starterslening. Van de VVD kennen we ook de
schenkingsvrijstelling en de hypotheekrenteaftrek. Maar dat zijn toch
allemaal maatregelen die in the end een prijsopdrijvend effect hebben.
We helpen hier een kleine groep mee, waarbij een veel grotere groep op
achterstand komt te staan, omdat ze een hogere prijs voor hun woning
moeten gaan betalen. Heel mooi dat de overdrachtsbelasting naar nul gaat
— daar heeft de ChristenUnie zelf een motie over ingediend — maar zouden
we met elkaar niet die prijsopdrijvende effecten in het hele
woningmarktsysteem moeten aanpakken? Is zo'n starterslening misschien
voor het oor sympathiek, maar in the end voor de meeste starters gewoon
goedkoop duurkoop?
De heer Koerhuis (VVD):
Een starterslening klinkt niet alleen sympathiek, ze is ook sympathiek.
We helpen daar heel veel starters mee. Prijsopdrijvend effect? Dan wil
ik u toch graag de spiegel voorhouden. Ik noem het voorbeeld van
Utrecht: wat echt een prijsopdrijvend effect heeft, zijn gemeentes die
niet willen bouwen. Ook daar roepen VVD en CDA op tot actie. Als die
gemeentes niet willen bouwen, gaan ze een aanwijzing krijgen, zodat ze
gaan bouwen. Dat is mijn antwoord op de ChristenUnie. Ik snap wel: het
is lastig, de ChristenUnie zit in Utrecht in het college, en het wil
niet bouwen in Rijnenburg. Maar als je echt wat wilt doen aan het
prijsopdrijvend effect, moet je gaan bouwen, bouwen …
De voorzitter:
En bouwen, dacht ik.
De heer Koerhuis (VVD):
… en bouwen.
De heer Smeulders (GroenLinks):
De heer Koerhuis daagt mij en volgens mij veel anderen uit om alle
interrupties maar op te souperen. Ik vind dat mevrouw Van Eijs wel een
terecht punt had. Eerlijk gezegd dacht ik ook: wie kan er tegen extra
geld voor startersleningen zijn, ik ga gewoon voorstemmen. Maar ik vind
het wel heel merkwaardig dat de heer Koerhuis, die inderdaad drie jaar
lang "bouwen, bouwen, bouwen" roept, er nu voor gaat zorgen dat er 9.000
woningen minder gebouwd worden, door uit het miljard voor de
woningbouwimpuls 50 miljoen te halen. Dat doet hij niet om ervoor te
zorgen dat er meer woningen gebouwd worden, maar zodat mensen meer geld
kunnen lenen om uiteindelijk een woning te kunnen kopen; nieuwbouw of
bestaande woningen. Is de heer Koerhuis dan eigenlijk van "minder
bouwen, minder bouwen, minder bouwen"?
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter, voorzitter, voorzitter. Dat is drie keer voorzitter.
Nogmaals, de woningbouwimpuls gaat naar gemeenten. De starterslening
gaat naar starters. Het Economisch Instituut voor de Bouw geeft aan dat
de starterslening effectief en goed is voor het stimuleren van de bouw.
Ook starters kopen nieuwbouwwoningen. Misschien zijn die voor starters
juist vaak net iets duurder en juist vaak net iets onbereikbaarder. De
starterslening is hartstikke goed voor de bouwagenda.
Dan begint de heer Smeulders over de woningbouwimpuls en dan wordt hij
vervelend. Ik weet ook wat er in Utrecht gebeurt. Binnenstedelijk bouwen
kan in Utrecht eigenlijk niet uit. VVD en CDA zijn ook echt kritisch
geweest op het geld dat vanuit de woningbouwimpuls naar een heel duur
binnenstedelijk bouwproject in Utrecht is gegaan dat anders niet uit
kon. Daardoor zegt Utrecht nu: kijk eens, we kunnen hier bouwen; veel
minder, veel langzamer en veel duurder dan op Rijnenburg. Als GroenLinks
echt voor bouwen is, moeten we buitenstedelijk gaan bouwen. Dat kan
sneller, dat kan meer en dat kan goedkoper. Ik snap dat dit voor
GroenLinks lastig is, want dat zit in het college van Utrecht, dat
uiteindelijk niet wil bouwen. Het staat jaar op jaar op jaar onderaan in
de lijstjes van de Inventarisatie Plancapaciteit van de minister. Ik
snap dat dit een lastige boodschap is, maar willen we echt iets doen aan
prijsopdrijvende effecten, dan moeten we goedkoper, veel en sneller gaan
bouwen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Smeulders, aanvullend.
De heer Smeulders (GroenLinks):
De heer Koerhuis gooit nou heel veel op één grote hoop. Volgens mij is
Utrecht de gemeente waarin in de afgelopen jaren de meeste
bouwvergunningen zijn verstrekt van heel Nederland. Dat Utrecht niet
bouwt, klopt volgens mij feitelijk niet. Het tweede punt is dat de heer
Koerhuis doet alsof ik tegen startersleningen ben. Ik ben helemaal niet
tegen startersleningen. Ik ben hartstikke voor startersleningen. Het
enige waar ik op basis van de opmerkingen van uw coalitiegenoot, mevrouw
Van Eijs, nu wel vragen bij heb, is de dekking die u daarvoor gebruikt.
Door de dekking die u gebruikt, kunnen er gewoon minder woningen gebouwd
worden. Ik zou u het voorstel willen doen om te kijken of we elkaar in
dit eerste "verkiezingsdebat" over wonen kunnen vinden. Zou het niet
slimmer zijn om geld in de woningbouwimpuls te labelen voor
starterswoningen? Gemeenten krijgen dat geld dan alleen als ze
starterswoningen bouwen. Dat hebben wij vorig jaar voorgesteld: 250
miljoen uit de woningbouwimpuls labelen voor studenten- en
starterswoningen. Toen was de VVD tegen. Nu geld uit datzelfde budget
halen om ervoor te zorgen dat er minder woningen gebouwd kunnen worden,
is toch hypocriet?
De heer Koerhuis (VVD):
Allereerst zegt de heer Smeulders dat mijn uitspraken over Utrecht niet
kloppen. Ik stel toch voor dat de heer Smeulders de Inventarisatie
Plancapaciteit van de minister een keer bekijkt. Die krijgen we jaar in,
jaar uit. Dan zal de heer Smeulders zien dat Utrecht gewoon jaar op jaar
op jaar stijf onderaan staat, en ook dat de provincie en de gemeente het
hoogste percentage voor binnenstedelijk bouwen hebben. Dat heeft met
elkaar te maken. Daarom is het tijd om daar te gaan ingrijpen. Nogmaals,
ik snap dat dat lastig is voor GroenLinks. We moeten daar ingrijpen en
echt iets gaan doen aan het woningtekort en de prijsopdrijvende effecten
in Nederland.
Nogmaals, de starterslening die CDA en VVD voorstellen, kost 50 miljoen.
De heer Smeulders begint meteen over 250 miljoen. Ik kan het niet
helemaal overzien. Ik weet niet of dat nog in de derde tranche van de
woningbouwimpuls zit. Dat is gelijk wel heel veel meer. Maar nogmaals,
dat geld gaat naar gemeenten. CDA en VVD willen juist zo graag de
starter dat financiële zetje in de rug geven. Als het naar gemeentes
gaat, zien we wat er gebeurt. Dan gaat het naar dure binnenstedelijke
bouwprojecten in gemeentes zoals Utrecht.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Koerhuis (VVD):
Die moeten autoluw worden opgeleverd. Dat is allemaal heel duur.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik kan het niet laten om vast te stellen dat de heer Koerhuis hier
totaal voor joker staat. Hij heeft jarenlang alleen maar gepleit voor
meer huizenbouw. Hij gaat dan iets nuttigs doen. Ik ben ook voor
startersleningen, maar hij haalt het geld dan uit budget dat voor meer
huizen bedoeld is. Daardoor komen er duizenden woningen minder. Als de
heer Koerhuis meent wat hij zegt en als de VVD "bouwen, bouwen, bouwen"
nog enigszins geloofwaardig voor de bühne wil brengen, waarom heeft hij
dat geld dan niet elders vandaan gehaald? Het kan uit de BIK, om maar
iets te noemen. Ik kan nog wel vijf andere dekkingsmogelijkheden
verzinnen die niet raken aan de woningbouw. Hij staat nu toch totaal in
zijn hemd met dit voorstel?
De heer Koerhuis (VVD):
Heel eerlijk: de heer Nijboer is financieel woordvoerder. Ik ben
bouwwoordvoerder. Dat is een verschil. Schuiven in een begroting is
lastig voor een bouwwoordvoerder. De heer Nijboer stelt de BIK voor. Ik
kan me andere posten voorstellen die bij de heer Nijboer wat gevoeliger
liggen. Laat ik ze hier maar niet noemen. Ik heb ze eerder genoemd. Je
moet er met elkaar uitkomen. Ik denk heel eerlijk dat de starterslening
goed is als stimulans voor de bouw. Dat is ook wat het Economisch
Instituut voor de Bouw aangeeft. Zeker, dat moeten we vergelijken met de
woningbouwimpuls. Daar zijn links en rechts ook wel kritische
kanttekeningen bij te maken. De starterslening is een goede impuls voor
de bouw. Die geeft starters een financieel zetje in de rug. Ik kan de
vraag terugketsen die ik ook al heb teruggeketst naar D66.
De voorzitter:
Maar dat gaan wij niet doen.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik ga dat niet doen. Ik denk dat al die duizenden starters die gebruik
gaan maken van de starterslening, heel blij zullen zijn met het
financiële zetje in de rug.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Ik stel voor dat de heer Koerhuis
zijn betoog nu afmaakt. Is drie à vier minuten genoeg? Dan houdt u wat
over voor de tweede termijn. Gaat uw gang.
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. Dan de Omgevingswet. De inwerkingtreding is vaker
uitgesteld. Wat de VVD betreft kan er geen sprake zijn van verder
uitstel. Wat ons betreft is de datum van 1 januari 2022 de uiterste
datum. Vorig jaar tijdens het rondetafelgesprek hebben gemeenten,
provincies en waterschappen aangegeven dat het er nu maar eens van moet
komen. Hoe staat het ermee? Kan de minister hier misschien al uitspraken
over doen? We wachten op de laatste rapporten over de voortgang van de
inwerkingtreding en het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Kan de minister
een tipje van de sluier oplichten en aangeven hoe het ervoor staat met
het Digitaal Stelsel Omgevingswet?
Vervolgens ook de vraag aan de minister over de voorhang van het
slot-koninklijk besluit, het slot-KB. Gaat dat nog dit jaar
gebeuren?
Tot slot, voorzitter. De minister heeft de motie-Koerhuis met betrekking
tot de tweede tranche van de proeftuinen aardgasvrije wijken
overgenomen. Daarin werd gevraagd om de aanvragen, projectplannen en de
businesscases van de toegekende projecten en het advies van de
Adviescommissie Aardgasvrije Wijken vóór vandaag naar de Kamer te
sturen. Ik heb het niet gezien. Volgens mij is dat niet gebeurd. Mijn
vraag aan de minister is wanneer dit wel gaat gebeuren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Smeulders.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. De wooncrisis is een van de allergrootste
opgaven voor de politiek op dit moment. We zien dat het heel veel mensen
niet lukt om een betaalbaar huis te zoeken. Daar moeten we echt iets aan
doen.
Voorzitter. Wij zijn als GroenLinks in de afgelopen jaren totaal niet
blij geweest met het kabinetsbeleid. Wij vinden dat het kabinet veel te
veel ruimte laat voor de markt en veel te weinig voor de maatschappij,
en het ook vertikt om als overheid in te grijpen. We hebben hier in de
afgelopen jaren heel vaak over gedebatteerd en als GroenLinks ook heel
veel voorstellen gedaan. Steeds stond het kabinet daar niet voor open.
Afgelopen week is er eigenlijk wel iets bijzonders gebeurd: het kabinet
is naar de PvdA en ons toe gekomen en heeft gezegd: wij twijfelen eraan
of we in de Eerste Kamer voldoende steun hebben voor de begroting van
wonen; wat zijn jullie wensen, en kunnen we kijken of we daarover
overeenstemming kunnen bereiken voor deze begroting?
Voorzitter. Wij zijn heel blij dat dat gelukt is. Is dit een perfect
pakket? Nee, dat is het natuurlijk niet. Wij hebben een
verkiezingsprogramma geschreven dat op het gebied van wonen veel verder
gaat. Maar ik ben best trots op wat gelukt is en wat de PvdA en
GroenLinks nou toch hebben kunnen regelen bij deze begroting.
Er gaan drie dingen concreet veranderen. Het eerste is dat de huren
minder hard gaan stijgen. Natuurlijk wil ik eigenlijk dat de huren niet
stijgen. Het liefst wil ik dat de huren gaan dalen, door het
woonwaarderingsstelsel door te trekken. Maar de huren minder hard laten
stijgen, daar hebben heel veel mensen echt iets aan.
We zijn ook blij dat het plan om singles minder makkelijk toegang te
geven tot een sociale huurwoning van tafel gaat. Dat betekent dat
140.000 alleenstaanden gewoon aanspraak kunnen maken op een sociale
huurwoning. Dat zijn juist de politieagenten, verpleegkundigen en
onderwijzers die anders niet meer kunnen wonen in de stad waar ze
werken. Dat zien wij als een heel belangrijk punt.
Het laatste punt waar ik ontzettend trots op ben, is dat er voor het
eerst in jaren weer rijksgeld beschikbaar komt om te investeren in
kwetsbare wijken, in leefbaarheid en in verduurzaming. Zoals de NRC ook
al schreef: dat is echt een enorme trendbreuk. Dat is jaren niet
gebeurd. Dat geld komt voor komend jaar beschikbaar; 450 miljoen. Ik heb
er heel veel vertrouwen in dat daar in heel veel wijken in Nederland
heel mooie dingen mee gedaan kunnen worden. Ik hoop dan ook van harte
dat de minister dat geld snel op de juiste plek weet te krijgen.
Voorzitter. Bij de Algemene Beschouwingen hebben GroenLinks en de
ChristenUnie een motie ingediend om veel meer in te zetten op de
isolatie van woningen. Er moet een nationaal isolatieprogramma komen.
Afgelopen week is een rapport verschenen van Natuur & Milieu dat
duidelijk aantoont hoeveel potentieel er voor isolatie is, en dat
isolatie hét laaghangende fruit in de verduurzaming is. Daarin wordt ook
opgeroepen om werk te maken van een isolatietegoed. Ik vind dat heel erg
interessant. Mijn collega Dik-Faber zal daar dadelijk op verdergaan en
daar mogelijk een motie over indienen.
De voorzitter:
Inmiddels heb ik voor u een interruptie van de heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Gratis geld bestaat niet, dus ook GroenLinks zal met een dekking moeten
komen. We hebben het er in deze commissie al jaren over dat isolatie het
laaghangende fruit is. GroenLinks was daar moeilijk van te overtuigen.
Fijn dat het overtuigd is. GroenLinks heeft ongetwijfeld ook de
kritische rapporten over de proeftuinen aardgasvrije wijken gezien. Ik
heb al eerder voorgesteld om die tweede tranche meer te richten op
isolatie. Helaas is de tweede tranche toch doorgegaan, onder andere met
steun van een aantal partijen hier. Is het misschien een idee om de
derde tranche in te zetten voor isolatie, en om dat een nationaal
isolatieprogramma te laten zijn?
De heer Smeulders (GroenLinks):
Twee opmerkingen. Eén opmerking gaat over de dekking voor het
isolatietegoed. Wij vragen het kabinet om dat uit te werken. We vragen
het kabinet niet om dit nu te voeren. Daar is volgens mij nog geen
dekking voor. In ons verkiezingsprogramma hebben wij heel veel extra
geld voor klimaat opgenomen dat we hiervoor kunnen inzetten. Dat zult u
ook zien in onze doorrekening.
Het tweede punt gaat over de aardgasvrije wijken. Daar zou ik niks over
willen zeggen, omdat mijn partner werkt bij het Programma Aardgasvrije
Wijken. Ik vind het zuiver om dat te scheiden. Ik voer daarover namens
GroenLinks dus niet het woord.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan stel ik voor dat u doorgaat. Ik heb nog een interruptie.
Ik zit even te kijken wie er eerst was. Volgens mij gaf mevrouw
Beckerman het eerst een signaal voor een interruptie.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoor de heer Smeulders spreken over trots, trendbreuk en een akkoord
dat is gesloten. Met drie linkse partijen, GroenLinks, de PvdA en de SP,
hebben we uitgesproken dat het absurd was om middenin de coronacrisis de
hoogste huurverhoging in zes jaar tijd door te voeren. Met z'n drieën
kregen we bij de Algemene Beschouwingen een motie aangenomen die stelde
dat "aanvullende maatregelen nodig zijn om wonen weer betaalbaar te
maken". Die maatregelen komen er nu voor de sociale huursector dankzij
uw akkoord niet, terwijl daar nou juist de meeste mensen zitten die de
huur niet of nauwelijks kunnen betalen. Waar bent u nu precies zo trots
op? Die trendbreuk zie ik niet. De sociale sector wordt weer
vergeten.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik gebruikte de term "trendbreuk" om te zeggen dat het volgens mij voor
het eerst in tien jaar is dat de rijksoverheid weer geld beschikbaar
stelt voor kwetsbare wijken. Waar de SP, de PvdA en GroenLinks het
volgens mij heel erg over eens zijn, is dat dat een heel goed punt is.
Er komt nu een volkshuisvestingsfonds beschikbaar. De heer Koerhuis had
het net over "het volkshuisvestingsfonds". Dat was een momentje waarop
ik een beetje zat te genieten. Ik dacht: dat hebben we nu toch maar voor
elkaar gekregen. Na al die jaren waarin de heer Koerhuis eigenlijk
alleen maar maatregelen heeft verdedigd waarmee het in kwetsbare wijken
vaak nog slechter werd en woningbouwcorporaties nog minder ruimte
kregen, zit hij door de deal die wij met het kabinet en de coalitie
hebben gesloten nu toch te pleiten voor een
volkshuisvestingsfonds.
Daarnaast maakt u een opmerking over de huren. Ik heb net aangegeven dat
wij vinden dat er veel meer moet gebeuren op het gebied van de huren.
Dat schrijven wij ook in ons verkiezingsprogramma. Ik maak me eigenlijk
het meest zorgen over de particuliere huursector. Dat heb ik heel vaak
aangegeven. Mensen die daarin wonen, krijgen vaak enorme
huurverhogingen. We zien dat dat met corporatiewoningen vaak minder hard
gaat. De deal die we hebben gesloten, gaat gelden voor heel veel
woningen. Daar zijn we heel blij mee, als eerste stap voor deze
begroting.
De voorzitter:
Dank u wel. Nog aanvullend, mevrouw Beckerman?
Mevrouw Beckerman (SP):
Op zich goed om te horen dat de heer Smeulders een momentje zit te
genieten. Maar het is niet zo heel erg genieten voor de sociale
huurders. We hebben het hier heel vaak over gehad. Vóór de coronacrisis
zat al de helft van de huurders financieel klem; een kwart van de
huurders zelfs zo erg dat ze niet rond kunnen komen aan het eind van de
maand. En waar komt u nu mee? Met niks voor de sociale huursector, qua
huren, en alsnog een huurverhoging voor de vrije sector. Ik gun u een
momentje genieten, maar de vraag is wat we nu gaan doen. Ik bedoel dan
niet ons verkiezingsprogramma. Daar heeft u net ook de heer Koerhuis op
aangevallen. Wat gaan we nú doen?
De heer Smeulders (GroenLinks):
Wat wij nu gaan doen, zijn de maatregelen die ik net heb genoemd en die
ik heb verdedigd. Dat betekent dat huurders maximaal een huurstijging
van de inflatie plus 1% krijgen. Het kabinet stelde de inflatie plus
2,5% voor. Daar zit een heel groot verschil tussen. Mevrouw Beckerman,
ik ben het heel erg met u eens dat er meer moet gebeuren. Op dat vlak
zou het fijn zijn geweest als we met nog meer partijen het kabinet
...
Mevrouw Beckerman (SP):
Nou ja!
De heer Smeulders (GroenLinks):
Het zou fijn zijn geweest als we misschien met nog meer partijen het
kabinet hadden kunnen overtuigen om nog verder te gaan. Het kabinet
heeft de PvdA en GroenLinks uitgenodigd om te komen praten over de
woonbegroting. U mag oprecht van mij weten dat we hebben gedacht: we
maken een deal die we ...
De voorzitter:
Via de voorzitter, alstublieft.
De heer Smeulders (GroenLinks):
U heeft helemaal gelijk, voorzitter.
Mevrouw Beckerman mag oprecht van mij weten dat wij hebben gezegd: we
maken een deal die we echt kunnen verdedigen en die het verschil maakt,
of we maken geen deal. Ik denk dat wat wij voor elkaar hebben gekregen
een heel belangrijke stap is. Ik hoop, en daarbij doe ik nog openlijker
een uitnodiging, dat wij na de verkiezingen met z'n drieën in het
kabinet nog veel verdergaande maatregelen kunnen nemen om wonen voor
iedereen betaalbaar te maken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zou dan ook graag een persoonlijk feit willen noemen. Dat schijnt
gebruikelijk te zijn in dit debat.
De voorzitter:
Nou, nee.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat heeft u nu twee keer toegestaan.
De voorzitter:
Volgens mij heb ik zostraks gezegd dat dat niet het geval was.
De heer Baudet (FvD):
Er is een trend gezet.
De voorzitter:
Een trendbreuk hier in deze commissie. Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het persoonlijke feit was dat de heer Smeulders zei: ik had zo graag met
veel meer partijen om tafel willen zitten. De motie is door onze drie
partijen ingediend. Wij hebben geen uitnodiging gehad om aan tafel te
komen zitten. Als u dat had gewild: u heeft mijn nummer. Ik vind het
pijnlijk dat nu wordt gezegd: laten we daar na de verkiezingen maar eens
naar kijken. Ik had dat graag nu geregeld.
De voorzitter:
Helder. Het punt is in ieder geval gemaakt. Ik heb er geen streepje voor
gezet. Ik stel voor dat de heer Smeulders doorgaat met zijn
inbreng.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoop echt dat we in de toekomst vaak kunnen
samenwerken als linkse partijen, maar ik ben ook trots op wat we nu
bereikt hebben met de PvdA en GroenLinks.
Voorzitter. Ik ga dan verder met mijn volgende punt. Dat gaat over de
borg. Het is logisch dat een borg betaald moet worden als je huurt. We
zien vaak dat daar door verhuurders op een verkeerde manier mee wordt
omgegaan, bijvoorbeeld doordat ze de borg niet terugbetalen of dat ze
zeggen dat er heel veel schade is, die er eigenlijk niet is, waardoor je
maar een deel van de borg terugkrijgt. Wij krijgen daar veel signalen
over. Wij weten ook dat bijvoorbeeld bij Wonen in Amsterdam heel veel
geluiden binnenkomen van mensen die problemen hebben bij het
terugkrijgen van de borg. Dat zijn er echt honderden per jaar.
In Engeland is het systeem dat de borg niet naar de verhuurder wordt
overgemaakt, maar naar een onafhankelijke instantie die de borg bewaart
en uiteindelijk wel of niet terugbetaalt. Wij zouden het heel
interessant vinden om zo'n systeem ook in Nederland in te voeren. Ik zou
de minister willen vragen om daarop te reageren.
Tot slot nog drie korte punten. Het eerste gaat over de Huurcommissie.
Daar heeft het kabinet net een brief over gestuurd. Wij denken echt dat
de oplossing van het kabinet leidt tot een verslechtering van de
huurbescherming. We zien ook dat de PvdA een amendement heeft ingediend
om dat anders te houden. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de
minister daarop.
Het tweede punt is de huisvesting van studenten. We zien dat er veel te
weinig studentenhuisvesting is. Vandaag hebben we daar ook een
brandbrief over ontvangen. Wij zouden het interessant vinden, en daarbij
hoef ik geen bedrag van 250 miljoen te noemen, als we een deel van de
woningbouwimpuls kunnen reserveren voor huisvesting voor bijvoorbeeld
studenten, zodat we daar sterker op kunnen gaan sturen.
Het laatste punt gaat over huisuitzettingen. Ik heb daar ook vragen over
gesteld, samen met de PvdA en de SP. We zien dat in deze coronatijden en
in deze gedeeltelijke, tijdelijke lockdown waar we volgens mij op dit
moment in zitten, nog steeds mensen uit hun huis gezet worden. Daar
maken wij ons zorgen over. We zouden het kabinet niet alleen willen
vragen om te kijken naar maatwerk, maar er gewoon voor te zorgen dat dat
niet meer kan.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Terpstra.
De heer Terpstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben nou ongeveer een halfjaar Kamerlid. Ik
ben een aantal keer met deze minister in debat geweest. Ik heb naar haar
gekeken en van haar geleerd. Ik heb mijn bijdrage dus ingedeeld in zes
blokjes. Die zou ik dan ook maar even systematisch willen afwerken. Het
eerste blokje is bouwopgave, het tweede blokje is garantiefonds, het
derde blokje is starters, het vierde blokje is corporaties, het vijfde
blokje is misbruik en dan sluit ik af met het blokje overig.
(Hilariteit)
De heer Terpstra (CDA):
Zo zou ik het willen doen, voorzitter.
De voorzitter:
Ik begrijp dat ik nu in ieder geval de blokjes in beeld heb.
De heer Terpstra (CDA):
Als u ook nog de interrupties per blokje zou willen doen, dan zou u mij
enorm helpen.
Maar zonder gekheid, laat ik beginnen met dit debat. Dan begin ik met
het maken van een compliment richting het kabinet. Het afgelopen jaar
zijn er 86.000 nieuwe woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Dat is
goed. Tegelijkertijd hebben we te maken met een grote wooncrisis. Dat
maakt ook dat de wachtlijsten in de sociale huursector lang zijn. Ik had
van het weekend nog iemand op Twitter die aangaf al twaalf jaar te
wachten op een woning. Tegelijkertijd rijzen de prijzen van koopwoningen
de pan uit en is het tekort tot 2030 bijna een miljoen woningen. Als je
dan ziet dat het aantal bouwvergunningen in de afgelopen kwartalen
achter is gebleven, en ook ziet voor welke opgaven we staan, dan kun je
met recht spreken van een wooncrisis, zeker ook als je ziet dat de
gemiddelde waarde van een koopwoning al meer dan €331.000 is en de
waarde van een gemiddelde nieuwbouwwoning boven €400.000 ligt. Dan staan
wij voor een gigantische opgave.
Als CDA vinden wij het dan ook belangrijk dat wij hard gaan werken en
snel meer gaan bouwen. Een fatsoenlijk dak boven je hoofd is tenslotte
een sociaal grondrecht. En als christendemocraat geloof ik ook nog eens
dat het hebben van een eigen woning meer is dan alleen een stapel
stenen. Het is het vertrekpunt, het vormt wie je bent en het is de plek
waar je relaties met anderen aangaat. Dus het is ontzettend belangrijk
dat we de woningnood gaan aanpakken en dat wij ook gaan bouwen. Met de
bouwopgave, zo hebben wij vorig week in een brief van de minister
gelezen, gaat het kabinet voortvarend aan de slag. Maar "voortvarend" is
niet genoeg. De woningnood is daar een te grote opgave voor. Wij moeten
dus meer doen.
Wat het CDA betreft twee suggesties daarvoor. De eerste suggestie is dat
wij woningbouw moeten koppelen aan infrastructurele projecten.
Bijvoorbeeld worden er nu volop onderzoeken gedaan naar de aanleg van de
Lelylijn, om het noorden te ontsluiten. Dat is goed. Wij willen daar
significante woningbouw aan koppelen. Wij vragen dan ook aan het kabinet
of het bereid is om dat te onderzoeken en te betrekken bij de
onderzoeken die lopen.
De tweede suggestie is dat wij grote locaties, waar veel en snel gebouwd
kan worden, snel moeten gaan ontwikkelen. De locatie die het meeste in
het oog springt, is natuurlijk de locatie Rijnenburg bij Utrecht. Daar
wordt al sinds de jaren negentig over gesproken. Wij zitten nu in 2020
en afgelopen weekend lazen wij dat het college van de stad Utrecht
aangaf dat er de aankomende vijftien jaar niets gebouwd zal worden. Dat
is onbestaanbaar als je kijkt naar de woningnood in Nederland. Wij
vinden dan ook dat de minister moet doorpakken, zeker nu wij al zo lang
praten. De minister heeft die bevoegdheid. Zij heeft daar ook mee
gedreigd bij Katwijk. Wij vinden dat wij, gelet op de woningnood en de
grote vraag naar woningen, moeten doorpakken. Daarom graag een reactie
van de minister op de vraag hoe het daarmee staat en op de vraag of zij
bereid is tot aanwijzen.
De voorzitter:
Ik weet niet of we al aan het eind van het blokje waren gekomen …
De heer Terpstra (CDA):
Jawel, jawel.
De voorzitter:
… maar in ieder geval heb ik een interruptie van mevrouw Dik-Faber en
daarna een interruptie van mevrouw Van Eijs.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Daar is-ie weer, Rijnenburg. We konden erop wachten. De heer Koerhuis
heeft die naam ook al even in de mond genomen. Mijn vraag aan het CDA
is: als er zo'n belang wordt gehecht aan snel bouwen, waarom dan
Rijnenburg, waar het vijftien tot twintig jaar duurt voor de eerste
woningen gebouwd zijn? Als wij hechten aan infrastructuur en kansen
pakken, waarom dan Rijnenburg, waar eerst voor 1 miljard tot 2,5 miljard
aan infrastructuur gerealiseerd zal moeten worden, exclusief de lus
A2-A12, wil je daar woningen neerzetten? Waarom Rijnenburg, een polder
waar je ten minste €80.000 per woning moet bijleggen om überhaupt de
polder bouwrijp te maken? Ik begrijp daar helemaal niets van. De stad
Utrecht en de provincie voldoen met 104.000 woningen aan 130% van de
plancapaciteit. De minister heeft het gesprek gevoerd. Waarom nu als de
Tweede Kamerlid voor raadslid gaan spelen en de plannen van de provincie
Utrecht en de stad Utrecht dwarsbomen?
De heer Terpstra (CDA):
Waarom? Volgens mij zit het waarom in de gigantische woningnood die we
kennen in Nederland. Wij hebben een tekort van 331.000 woningen. Als wij
niets doen, loopt dat tekort op richting een miljoen in 2030. Dus de
vraag naar het waarom is vrij simpel te beantwoorden. Het aantal
daklozen is verdubbeld. Jongeren moeten langer bij hun ouders thuis
wonen. Wij hebben die woningen gewoon keihard nodig. Mevrouw Dik-Faber
zegt dat de provincie Utrecht de plancapaciteit op orde heeft. De heer
Koerhuis gaf net al aan dat ze steevast onderaan staat. Binnenstedelijk
bouwen duurt lang en is duur. Als je volume wil maken, dan kan
dat.
Ik ben het met mevrouw Dik-Faber eens dat we verder moeten kijken dan
alleen naar Rijnenburg. Natuurlijk wij moeten ook kijken naar Flevoland.
Ik heb net de Lelylijn genoemd. Wat mij betreft kijken wij waar het kan.
Haarlemmermeer, Alphen aan den Rijn: allemaal locaties waarover wij veel
korter praten. Over de polder Rijnenburg praten wij al 25 jaar. Dat kan
gewoon niet. Daarvoor is de nood te groot. Wij moeten doorpakken. Juist
nu, gelet op het nationaal belang, is het gerechtvaardigd dat de
minister, net zoals toen bij Katwijk is gebeurd, een aanwijzing van stal
haalt, omdat het gewoon nodig is.
De voorzitter:
Aanvullend nog, mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Binnenstedelijk bouwen kan inderdaad duurder zijn, maar het gaat hier om
een locatie waar de infrastructuur nog moet worden aangelegd. Dus ik
hoor graag van het CDA uit welke pot die 1 à 2,5 miljard gehaald wordt.
Ik hoor graag van het CDA hoe al die voorzieningen die binnenstedelijk
al aanwezig zijn — denk aan de huisarts en de winkels — allemaal
gerealiseerd gaan worden. En ik vraag aan het CDA om er zich rekenschap
van te geven dat de situatie in Katwijk echt honderd procent anders was
dan in Rijnenburg. In Katwijk wilde men zeker bouwen, alleen waren daar
de gesprekken met de provincie en het Rijksvastgoedbedrijf vastgelopen.
Daarom was er een fysieke betrokkenheid van de rijksoverheid nodig. Dat
is hier niet het geval. Ik zie een provincie en een gemeente die
verantwoordelijkheid nemen. Om die reden is het voor de minister
juridisch onmogelijk om een aanwijzing te geven. Dus graag de zak met
geld. En het CDA kan toch ook niet om onze eigen juridische regels
heen.
De heer Terpstra (CDA):
De noodzaak van bouwen, gelet op de woningnood, lijkt bij mevrouw
Dik-Faber maar niet door te dringen. Ik ben niet tegen binnenstedelijk
bouwen. Dat moet ook gebeuren. Ik zeg alleen dat als wij de aantallen
willen halen en willen zorgen dat mensen een fatsoenlijk dak boven hun
hoofd hebben, wij en-en moeten doen. Dan moeten wij én binnenstedelijk
én buitenstedelijk ontwikkelen. En ja, er zal infrastructuur nodig zijn.
Overigens zijn in deze polder alle gronden eigendom van
projectontwikkelaars en corporaties, die graag bereid zijn om snel te
beginnen. De eerste aantallen woningen kunnen daar volgens mij ook prima
op aangesloten worden. En net zoals je binnenstedelijk geld zult moeten
investeren om infrastructuur te realiseren, zul je ook in deze polder
een weg moeten aanleggen. Natuurlijk, dat moet. Maar dat neemt niet weg
dat wij ook onze verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten aanwijzen
om te gaan bouwen, om er zo voor te zorgen dat de woningnood wordt
opgelost. Het een sluit het ander echt niet uit.
Ik zou tegen mevrouw Dik-Faber willen zeggen: u verwijt mij een bord
voor mijn hoofd te hebben op dit onderdeel, maar ik zou u een iets
bredere visie willen toewensen, opdat u niet alleen maar kijkt naar die
binnenstedelijke opgave. U zult zich ook moeten realiseren dat wij meer
moeten doen …
De voorzitter:
U spreekt via de …
De heer Terpstra (CDA):
… dan alleen binnen de stad bouwen.
De voorzitter:
U spreekt via de voorzitter. De laatste interruptie voor mevrouw
Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Het is altijd heel verwonderlijk om het CDA als boerenpartij een
pleidooi te horen houden voor nog meer woningen in ons landelijk gebied.
Maar even los daarvan onderschrijven wij dat er meer huizen nodig zijn.
Ik zie hier een minister die een gesprek heeft gevoerd met alle
provincies in dit land. Bijna alle gesprekken zijn afgerond. In een
aantal provincies worden de gesprekken in de komende weken afgerond. De
provincies hebben allemaal 130% plancapaciteit neergezet. Daar gaan wij
de huizen bouwen in de komende periode. Er wordt voldoende gebouwd. Ook
de CDA-gedeputeerde van de provincie Utrecht heeft het gesprek met de
minister gevoerd. Rijnenburg is niet nodig. Er zijn voldoende locaties
zonder Rijnenburg. Dus dat mij nu wordt verweten dat ik de woningnood
niet zie, is echt onzin. Ik zie een minister die haar
verantwoordelijkheid neemt en de gesprekken voert met de provincie, en
die ervoor zorgt dat er genoeg woningbouwlocaties zijn aangewezen. En
als wij toch even voor lokale politiek willen spelen: misschien moet de
heer Terpstra zijn oor te luisteren leggen bij zijn collega in
Gedeputeerde Staten van Utrecht.
De heer Terpstra (CDA):
En toch twijfel ik dan aan de urgentie van de woningnood bij de
ChristenUnie. Deze locatie is in de jaren negentig overgedragen door
Nieuwegein aan Utrecht, met als doel: woningbouw. Dat was het
oorspronkelijke doel. En nu kiest dit college voor windmolens en
zonnepanelen, terwijl ik denk dat de combinatie gezocht moet worden. In
de jaren negentig zijn er al projectontwikkelaars en corporaties geweest
die gronden hebben gekocht, juist met het doel om daar woningbouw te
realiseren. Dus wat ons betreft kan het echt en-en.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zag mevrouw Van Eijs nog.
Mevrouw Van Eijs (D66):
De heer Terpstra geeft aan dat de urgentie zo groot is dat daar nu
gebouwd moet worden. Maar de heer Terpstra weet ook dat nu op papier
iets wijzigen helemaal niet betekent dat daar daadwerkelijk sneller
gebouwd zal worden. Er zijn wel degelijk echt fysieke beperkingen, en
dus geen papieren beperkingen, om daar te gaan bouwen. De heer Terpstra
spreekt over het aanleggen van een weg, maar het gaat niet over een
weggetje. Het gaat over een aansluiting op de snelweg die nu al
overbelast is, waarvan Rijkswaterstaat heeft gezegd dat je daar niet
opeens duizenden auto's extra over kan laten rijden. En ov ligt daar
gewoonweg niet. De heer Terpstra weet ook dat ov in Nederland niet
binnen vijf jaar wordt gerealiseerd. Oftewel, hoe gaat de heer Terpstra
er binnen vijf jaar voor zorgen dat er een ov-aansluiting ligt, dat er
een totaal andere snelweg wordt gerealiseerd en dat het waterpeil
magischerwijs is gezakt? Hoe gaat het CDA boter bij de vis doen?
De heer Terpstra (CDA):
Het is mooi om te zien dat mijn collega van D66 zich ook in de materie
heeft verdiept. Dat doet mij altijd deugd. Maar wat u doet, is allemaal
argumenten opwerpen …
De voorzitter:
Via de voorzitter.
De heer Terpstra (CDA):
Excuus, meneer de voorzitter.
Wat mevrouw Van Eijs doet, is allemaal argumenten opwerpen waarom iets
niet zou kunnen. Ik zit wat positiever in de wedstrijd. Ik zou mevrouw
Van Eijs willen uitdagen om te kijken wat er wél kan, in plaats van op
voorhand al aan te geven dat er niks kan, dat het infrastructureel
moeilijk is en dat de bodem daalt. Ja, de bodem was in ook in Leidsche
Rijn laag, maar daar is toch een enorme wijk gebouwd in de jaren
negentig. Dus het kan heus wel, als je de wil maar hebt. Maar de wil
ontbreekt totaal. De deur wordt volledig op slot gegooid voor de
aankomende vijftien jaar. Zo zit ik niet in de wedstrijd. Je moet
positief beginnen. Je moet aangeven: dit is onze wens voor
eengezinswoningen, en we kunnen niet allemaal binnenstedelijk in
appartementen wonen, dus we gaan ook buiten de stad bouwen. Dat is een
grondhouding. Daar zou ik mevrouw Van Eijs toe willen uitdagen.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Als de heer Terpstra zich dan had verdiept in wat D66 tot nu toe heeft
gezegd over Rijnenburg, zou hij weten dat wij woningbouw op langere
termijn helemaal niet uitsluiten. Maar Leidsche Rijn is ook niet in vijf
jaar gebouwd. Dus het kan simpelweg nu eenmaal niet. Ik vraag mij echt
af waarom het CDA opkomt voor grondeigenaars, in plaats van voor de
mensen die nu een woning zoeken en die tussen nu en vijf jaar graag een
woning zouden willen betrekken. Er zijn heel veel andere locaties binnen
Utrecht, binnen de gemeente en binnen de provincie, waar zij binnen een
korte termijn zouden kunnen wonen. Maar dan gaat het CDA een soort fata
morgana creëren, alsof daar binnen nu en vijf jaar daadwerkelijk
woningen staan. Ik zou het echt wel willen zien.
De heer Terpstra (CDA):
Mevrouw Van Eijs was afgelopen week ook bij de hoorzitting Binnen- en
buitenstedelijk bouwen, waar heel veel verschillende experts aangaven
dat binnenstedelijk bouwen nog langer duurt. Het binnenstedelijk bouwen
is duur en het duurt lang. Dus ik vind het prima als mensen een woning
kunnen vinden elders in de provincie Utrecht — ik weet dat daar heel
veel wethouders mee bezig zijn — maar ik zou mevrouw Van Eijs toch
willen wijzen op het grote woningtekort, dat oploopt tot meer dan een
half miljoen woningen. Dus wij hebben helemaal niet de luxe om te
zeggen: nou ja, als u een woning zoekt, moet u maar elders gaan kijken.
Nee, wij hebben gewoon zo'n groot woningtekort dat wij alles moeten
aangrijpen, zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk. Ik sta open voor
beide en ik bemerk dat mevrouw Van Eijs de deur voor buitenstedelijk
dichtgooit. Dat vind ik jammer en een gemiste kans.
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijs nog, aanvullend?
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ja, ik heb er nog twee, voorzitter. Dat is echt onzin. D66 heeft
helemaal de deur niet dichtgegooid. Onze lokale fractie heeft aangegeven
dat er een onderzoek moet komen naar woningbouw en dat er nu, tijdelijk,
een energielandschap kan worden geplaatst dat op lange termijn kan
worden getransformeerd naar woningen. Er is helemaal geen deur
dichtgedaan. Er is juist een deur opengedaan om een onderzoek te gaan
plegen. Maar buiten dat weet de heer Terpstra heel goed dat dit gewoon
symboolpolitiek is. Het CDA pakt de polder Rijnenburg eruit en gaat die
gebruiken als een soort vlag om mee te zwaaien. Maar er verandert
natuurlijk helemaal niets tussen nu en vijf jaar in deze polder.
De voorzitter:
Uw punt is helder. De heer Terpstra.
De heer Terpstra (CDA):
Het is juist de bedoeling dat er wél wat verandert in de aankomende
tijd. Het doel van deze hele exercitie is dat wij juist wél wat gaan
veranderen, dat wij wél gaan bouwen en dat die minimaal 22.000 woningen
er wél gaan komen. Dan kan mevrouw Van Eijs wel zeggen dat wij het
moeten gaan onderzoeken, maar wij onderzoeken het al twintig jaar. En in
onderzoeken kun je niet wonen, zeg ik tegen haar. Dus dat vind ik echt
te gemakkelijk, gezien het grote tekort aan woningen. Nogmaals, we
hebben niet de luxe om te kiezen voor alleen binnenstedelijk bouwen of
alleen buitenstedelijk bouwen.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik heb soms het idee dat ik in de gemeenteraad van Utrecht zit, of
misschien in de Provinciale Staten van Utrecht. Als je de uren optelt
die wij als Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken, die over wonen gaat,
hebben gesproken over één polder in Utrecht, dan zijn dat er echt
ongelofelijk veel. Ik vind dat eigenlijk een beetje jammer, want ik heb
het idee dat de VVD en het CDA die in Utrecht hun zin niet krijgen de
polder Rijnenburg gebruiken als een soort afleidingsmanoeuvre, om het
bijvoorbeeld niet te hoeven hebben over de verhuurderheffing, die het
CDA wil afschaffen, wat ze in de afgelopen jaren ook niet voor elkaar
heeft gekregen. Het lijkt een soort afleidingsmanoeuvre om het niet te
hoeven hebben over maatregelen die ervoor zorgen dat er écht meer
gebouwd wordt.
Maar ik wil toch de hand uitsteken naar de heer Terpstra. Volgens mij
zijn wij allebei voor meer rijksregie op ruimtelijke ordening. Zou het
dan niet logischer zijn om harde aantallen met gemeenten en provincies
af te spreken? Dan zeggen we: jullie moeten zoveel woningen bouwen in de
komende jaren en als dat niet lukt, gaan we als rijksoverheid misschien
wel ingrijpen, maar het is aan jullie om te kijken wat de beste locatie
is. Voor deze locatie in Utrecht is er lokaal gewoon geen draagvlak. Het
draagvlak is nul. Misschien wel bij de heer Terpstra, maar niet bij de
partijen die daar besturen. Die besturen trouwens ook in de provincie en
die zijn ook tegen. Is het dan niet gewoon beter om harde aantallen af
te spreken en de lokale democratie te laten bepalen waar er gebouwd
wordt?
De heer Terpstra (CDA):
De heer Smeulders verwijt mij dat ik over de polder Rijnenburg spreek.
Een paar minuten hiervoor heb ik ook gesproken over de Lelylijn, over
Flevoland en over tig andere locaties. Ik ben het met de heer Smeulders
eens dat meer rijksregie gewenst is. Maar nogmaals, afspraken maken met
regio's en met provincies doet de minister ook volop. Prima, heel goed.
Daarnaast hebben wij niet de luxe, gezien het grote tekort, dat wij
locaties naast ons neer kunnen leggen. Dus het is wederom een
en-enverhaal. Het tekort is zo groot. Natuurlijk, 130% plancapaciteit.
Prima. Maar in plannen kunnen we niet wonen. Dus wij zullen moeten
doorpakken.
Ik vind het ook een beetje flauw als de heer Smeulders zegt dat ik het
alleen maar over Rijnenburg heb. Nee, ik heb het over veel meer. Ik heb
het inderdaad ook over Rijnenburg, maar dat heeft alleen maar tot doel
om te komen tot meer woningen. Op dat punt zou ik de heer Smeulders toch
aan mijn zijde moeten kunnen vinden.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Daar vindt het CDA GroenLinks zeker aan zijn zijde. Het was ook niet
alleen een verwijt aan de heer Terpstra. Ik zeg gewoon dat wij als
Kamercommissie belachelijk vaak over één polder in Utrecht spreken en
dat dit een soort symbool geworden is. Dat vind ik jammer.
Dan nog één opmerking in de richting van de heer Terpstra. Wij kennen
het CDA als een partij dat het lokaal bestuur heel belangrijk vindt. Ik
heb ook met het CDA bestuurd en zo ken ik het CDA. Het CDA heeft volgens
mij ook een verkiezingsprogramma gepresenteerd waarin het regio voor en
regio na is. Nu is er een regio die heel veel woningen wil gaan bouwen —
misschien wel de meeste van heel Nederland — en die tegen de
rijksoverheid zegt: kom ons alsjeblieft helpen op dit en dit punt, maar
op die plek gaat het niet opschieten en willen wij het ook niet. Hoe kun
je nu zeggen dat je een partij voor de regio bent, als je de wens van
een regio zo nadrukkelijk naast je neerlegt en als rijksoverheid gewoon
rücksichtslos daar doorheen gaat fietsen?
De heer Terpstra (CDA):
Het is altijd mooi als de heer Smeulders van GroenLinks de
partijideologie van het CDA, van de christendemocratie, gaat uitleggen.
Dat vind ik altijd mooi.
Overigens hebben zich uit die regio ook gemeenten bij mij gemeld die
hebben gezegd: als wij van tevoren hadden geweten hoe het zou gaan met
dit stuk grond dat wij in de jaren negentig hebben overgedragen aan de
stad Utrecht voor woningbouw ... Geef het dan maar aan ons terug, want
dan realiseren wij die woningbouw wel.
Dat gezegde hebbende, een laatste opmerking in de richting van de heer
Smeulders: het subsidiariteitsbeginsel geeft aan dat
verantwoordelijkheden moeten liggen waar dat op dat moment geëigend is.
Als je al meer dan 25 jaar praat over een woningbouwlocatie, met de
huidige woningnood in het achterhoofd, dan vind ik het prima te
verantwoorden dat er een keer een moment komt dat de minister
ingrijpt.
De voorzitter:
Ik stel voor dat de heer Terpstra doorgaat met zijn inbreng. Blokje vier
inmiddels.
De heer Terpstra (CDA):
Nee, blokje twee, voorzitter. Ik ga dus proberen er een beetje tempo in
te brengen.
Afgelopen zomer kregen wij van de woningbouwalliantie, van Bouwend
Nederland tot de Woonbond tot Aedes, een brief, gericht aan de minister,
met de vraag om een nationaal garantiefonds. Door de coronacrisis lijkt
het economisch slechter te gaan. We hebben van de vorige economische
crisis geleerd dat vraaguitval funest is voor de bouw. Dat moeten we te
allen tijde zien te voorkomen. Het kabinet kondigde dan ook aan te gaan
kijken naar het in het leven roepen van een nationaal garantiefonds,
juist om bij vraaguitval de bouw aan de gang te kunnen houden. Het CDA
steunt die gedachte van harte. Hartstikke goed. Maar we vragen toch aan
de minister hoe dat ontwikkelen eruitziet. Wanneer komt die reactie? De
bouw is anticyclisch, laat-cyclisch. Als we te laat ingrijpen, dan zijn
we gewoon te laat. We hebben de vorige keer gezien dat er veel mensen
vertrokken uit de bouw. Dat moeten we zien te voorkomen. Graag een
reactie van de minister.
Voorzitter. Dan kom ik bij starters. Starters hebben binnen de huidige
woningmarkt geen schijn van kans. Het is dan ook goed dat de
overdrachtsbelasting voor starters wordt verlaagd. Prima. Maar daarmee
zijn we er nog niet. Ik heb net al gewezen op de wachtlijsten voor
sociale huurwoningen en de prijzen voor koopwoningen. We moeten dus meer
doen voor starters. Afgelopen zomer heb ik een motie over duurhuurders
ingediend die door de hele Kamer werd gesteund. Dat zijn starters die
van hun opleiding komen, net te weinig inkomen hebben voor een hypotheek
of een ander soort arbeidscontract hebben en net te veel verdienen om in
aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Deze groep van
duurhuurders zou wat ons betreft geholpen moeten worden. De minister
heeft toen toegezegd om in gesprek te gaan met kredietverleners om te
kijken of maatwerk of hulp voor deze groep geboden kon worden. Ik ben
benieuwd hoe het daarmee staat. Graag een reactie.
Voorzitter. Dan de premie A-woningen. We doen er alles aan om mensen aan
een koopwoning te helpen. Dat is in dit land gebruikelijk geweest, ook
in de decennia hiervoor. Premie A was een manier om starters dat kontje
naar een eigen koopwoning te geven. De Partij van de Arbeid heeft het in
het verkiezingsprogramma staan. Het CDA heeft het ook in het
verkiezingsprogramma staan. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar
kijkt. Graag een reactie.
Voorzitter. Tot slot voor de starters stellen wij samen met de VVD
startersleningen voor. De woningbouwimpuls is bedoeld voor betaalbare
woningen voor gezinnen en voor starters. We hebben van de week een
hoorzitting gehad waarin allerlei geleerden aangaven dat de
staterslening juist een economische spin-off heeft, dat het meer
woningen oplevert. Hij sluit naadloos aan bij het doel van de
woningbouwimpuls. Hij zorgt voor banen in de bouw. Hij zorgt voor
doorstroming en hij zorgt voor meer woningen voor starters. Win-win-win.
Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Dan de corporaties. We zijn als CDA blij dat de markttoets
voor corporaties eraf gaat. We zijn ook blij dat voor het derde jaar op
rij de verhuurdersheffing voor corporaties naar beneden wordt
bijgesteld. We verwachten dan ook dat de corporaties gaan bouwen. Daar
zijn we dus over te spreken. Waar we minder over te spreken zijn, is de
overdrachtsbelasting. De overdrachtsbelasting gaat voor starters naar 0%
maar voor corporaties naar 8%. Corporaties worden aangeduid als
beleggers. Daar is over gesproken tijdens de behandeling van het
Belastingplan, maar ik wil het ook hier onder de aandacht brengen. Ik
vind het belangrijk, want iedereen weet dat corporaties geen beleggers
zijn. Ik ben dus benieuwd naar de stand van zaken. Volgens mij voelt
iedereen mee en wil niemand corporaties aanmerken als beleggers,
misschien op de heer Koerhuis na. Ik denk dat het belangrijk is dat we
corporaties in staat stellen om betaalbare woningen te realiseren vanuit
een maatschappelijke doelstelling.
De voorzitter:
Dat leidt onmiddellijk tot een interruptie, maar dat had u wel
verwacht.
De heer Terpstra (CDA):
Ja, zeker.
De voorzitter:
Van de heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Ja, het CDA en corporaties. Ik dacht: we slaan hem een keer over. Maar
daar is hij toch. Ik heb een vraag voor het CDA, een gezinspartij.
Natuurlijk is het nooit leuk om de lasten te verzwaren voor een groep.
Dat is nooit leuk. Maar ik wil vragen waar het CDA voor kiest als het
dan moet kiezen. Ouders die een huis kopen voor een studerend kind, gaan
ook 8% betalen. Dat zijn ook geen beleggers, maar die gaan ook 8%
betalen. Hoe kijkt het CDA daartegenaan? Iemand die een vakantiehuis
koopt, gaat ook 8% betalen. Dat is ook geen belegger. Als het CDA voor
een groep moet gaan knokken, knokt het dan voor de corporaties of gaat
het knokken voor ouders met kinderen die 8% gaan betalen?
De heer Terpstra (CDA):
Wat de heer Koerhuis doet, is een beetje een schijntegenstelling
neerzetten. Alsof er geen gezinnen met kinderen in corporatiewoningen
zouden wonen en er alleen maar ouders zijn die een recreatiewoning of
een tweede woning voor hun kinderen kopen. Zo zit het natuurlijk niet.
Natuurlijk gaat het om verdeling van schaarste. Dat ben ik met de heer
Koerhuis eens. Maar de corporaties zijn instellingen die mensen met een
kleine beurs moeten huisvesten. Wat ons betreft heeft die
verhuurderheffing z'n langste tijd sowieso gehad, maar het is
onbegrijpelijk om hen dan ook nog extra en onevenredig hard te straffen.
Dat moeten we volgens mij niet willen. Tot slot wil ik nog iets zeggen
over de groep waar de heer Koerhuis het over heeft. Voor die groep zijn
er allerlei andere voordelen. Denk aan de bedragen die je belastingvrij
kunt schenken. We moeten wat het CDA betreft de corporaties dus ontzien
in dezen.
De heer Koerhuis (VVD):
"Schijntegenstelling" is het woord dat het CDA gebruikt. Helaas kunnen
we geld maar één keer uitgeven. Het is kiezen in schaarste. Ik hoor hier
vandaag dat het CDA kiest voor corporaties en bijvoorbeeld niet voor
ouders die een studentenwoning kopen voor hun kind dat gaat
studeren.
De voorzitter:
De heer Terpstra nog.
De heer Terpstra (CDA):
Die conclusie laat ik aan de heer Koerhuis. Ik heb net volop gepleit
voor meer koopwoningen bouwen en meer betaalbare woningen. Daar horen
ook betaalbare huurwoningen bij. Het CDA is inderdaad een partij die ook
corporaties in staat wil stellen om betaalbare huurwoningen te
bouwen.
De voorzitter:
Dan de heer Nijboer nog, daarna mevrouw Beckerman en daarna mevrouw Van
Esch.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik wil de heer Terpstra graag een gewetensvraag stellen. Ik ben een
liefhebber van het parlementaire debat. Ik zie hier ook de
coalitiepartijen al anderhalf uur knetterend overal over van mening
verschillen. Als liefhebber vind ik dat mooi.
De heer Terpstra (CDA):
Ja, dat is mooi.
De heer Nijboer (PvdA):
Maar was het uiteindelijk, zo aan het einde van deze kabinetsperiode,
niet veel beter geweest als de coalitiepartijen op dit grote punt, de
woningnood, de verschillen niet hadden uitvergroot maar hadden bijgelegd
en ervoor hadden gezorgd dat er veel meer woningen gebouwd waren, dat de
heer Koerhuis een beetje had ingeschikt en de andere partijen wat hadden
ingeschikt, en dat er daardoor veel meer betaalbare woningen waren
gekomen? We hebben elkaar nu vier jaar elk debat de koppen ingeslagen.
Vervolgens hebben we eigenlijk de woningnood groter zien worden.
De heer Terpstra (CDA):
Ik deel de analyse van de heer Nijboer niet in dezen. Er is ontzettend
veel gebeurd de afgelopen vier jaar. Is het genoeg? Zijn we er al? Nee.
Vier jaar geleden was er een minister die aangaf dat de woningmarkt af
was. Dat viel even vies tegen. We zitten met vier partijen in een
coalitie. Daarnaast reiken we ook de hand. Dat hebben we de afgelopen
weken gezien. De heer Nijboer heeft hem aangepakt. Heel mooi. Natuurlijk
zul je compromissen moeten sluiten. Dat is in dezen ook gebeurd. Is het
voldoende? Nee. Ik heb net een heel betoog gehouden met wat er nog moet
gebeuren, maar dat er niks is gebeurd is natuurlijk niet het beeld dat
ik heb.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dan ga ik gewoon op dat laatste aansluiten. De heer Terpstra zegt dat er
veel is gebeurd in vier jaar. Ja, het afgelopen jaar ook. Toen hadden we
de hoogste huurstijging in zes jaar tijd. Ik vind het mooi dat de heer
Terpstra zegt dat hij corporaties wil ontzien. De SP heeft al een
amendement ingediend om corporaties te ontzien van die
overdrachtsbelasting. Ik hoop op steun. Ik hoop ook op steun voor die
huurders in de corporatiesector. Er is veel gebeurd voor die huurders,
namelijk huurverhoging op huurverhoging op huurverhoging. Een
meerderheid van uw achterban steunt dat ook niet en is daar ook
ongelukkig mee. Nu is de vraag: wat gaat u doen?
De heer Terpstra (CDA):
We hebben de afgelopen periode afgesproken dat er maatwerk nodig is voor
huurders die echt in knellende problemen komen. Maar ik zou ook tegen
mevrouw Beckerman willen zeggen: kijk op de langere termijn. We willen
dat corporaties in staat blijven om te bouwen, om te zorgen dat er
voldoende betaalbare woningen zijn. Mensen die direct in de problemen
komen wil het CDA natuurlijk ook direct helpen, maar wat de SP doet is
te makkelijk. Die zegt: de huren moeten per direct omlaag. Dat heeft
nogal consequenties, bijvoorbeeld voor het aantal woningen op de langere
termijn. Dat betekent dat de huurder op de langere termijn het bokje is.
Dat moeten we niet willen.
Mevrouw Beckerman (SP):
"Kijk op de langere termijn." Is dat nou echt de boodschap van het CDA
aan die huurders die knel zitten? Voor de coronacrisis had de helft van
de huurders al moeite met de huurbetaling. Een kwart zat zo erg knel dat
ze niet hun eerste levensbehoeften konden betalen. U doet nu maatwerk
voor 8% en dan zegt u: kijk maar lekker op de langere termijn. Dat kan
toch niet uw boodschap zijn aan huurders? U kwam ook nog met bangmakerij
dat er anders minder zou worden gebouwd. Er wordt minder gebouwd omdat
het kabinet huurders al jarenlang uitknijpt met de verhuurderheffing. Ik
probeerde net toenadering te zoeken tot de heer Terpstra. We hebben al
een mooi voorstel ingediend om precies te doen wat hij wil: corporaties
uitzonderen van die hoge overdrachtsbelasting. Is nu echt de boodschap
aan uw achterban: kijk maar op de lange termijn? Zo veel huurders kunnen
de huur echt niet meer betalen. Ze krijgen het nog veel moeilijker in de
coronacrisis. Die hebben niks aan de langere termijn. Die hebben nu uw
hulp nodig.
De heer Terpstra (CDA):
Ik bewonder de passie waarmee mevrouw Beckerman opkomt voor de huurder.
Dat is ontzettend mooi. Maar mevrouw Beckerman moet dan wel m'n hele
antwoord citeren. Ik begon namelijk met het punt dat we maatwerk bieden
voor huurders die echt in de knel komen. Daar bieden we oplossingen
voor. De corporaties zijn van harte bereid om deze groep te hulp te
komen. Maar we hebben in deze zaal ook de verantwoordelijkheid om voor
de langere termijn voldoende betaalbare huurwoningen te realiseren.
Daarom moeten we corporaties ook in staat stellen om te bouwen. Ja, dat
betekent dat er voor het derde jaar op rij een korting wordt gegeven op
die verhuurderheffing. Moet hij eraf? Ja, wat het CDA betreft wel, maar
wij staan ook voor onze handtekening. Zo moeten we — dat zeg ik ook in
reactie op wat de heer Nijboer net zei — met elkaar proberen stapjes
voorwaarts te zetten. Dat is precies wat het CDA doet.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik was nog niet helemaal aan de blokjesstijl van de heer Terpstra
gewend. Hij was al door het startersdeel heen voor ik me daar bewust van
was. Ik had nog een vraag over zijn poging om de starters te helpen.
Eigenlijk is de vraag hetzelfde als de vraag die ik aan de VVD heb
gesteld. Hoe kan de heer Terpstra verdedigen dat hij 50 miljoen aan
projecten voor nieuwe woningen eruit trekt en daar vraagstimulans voor
in de plaats brengt? Hoe legt hij uit dat hij 9.000 woningen minder gaat
bouwen en dan tegen die mensen die met elkaar moeten strijden om 9.000
woningen minder zegt: hier kunt u extra lenen en daardoor zit u zo veel
langer aan een extra lening vast?
De heer Terpstra (CDA):
Mevrouw Van Eijs gaat er maar van uit dat die startersleningen geen
extra woningen opleveren en alleen maar stimuleren aan de vraagkant. Ik
zou mevrouw Van Eijs de hoorzitting van afgelopen week in herinnering
willen roepen. Het Economisch Instituut voor de Bouw, maar ook het
Kadaster, gaven in hun onderzoek aan dat dat helemaal niet zo is. De
startersleningen bevorderen juist het aanbod. Er zit een economische
spin-off bij deze startersleningen. Ze leveren banen op. Ze stimuleren
de doorstroming. Deze leningen hebben juist hun nut bewezen in de vorige
economische crisis. Ze gaven starters net dat kontje richting een eigen
woning. Daarom vind ik ook dat dit zo naadloos aansluit bij de gelden
vanuit de woningbouwimpuls. Die gaat voor meer betaalbare woningen voor
starters en middeninkomens. Daar sluit dit naadloos bij aan.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik heb een kleine opmerking en een vraag. Misschien kunnen we ophouden
met die maatregelen "startersmaatregelen" noemen. Zeker wat betreft de
overdrachtsbelasting heeft het niet zoveel met starters maar alleen met
leeftijd te maken. Er wordt namelijk geen onderscheid gemaakt tussen
starters en niet-starters. Zo zit het in het Belastingplan. Het is ook
duidelijk dat het technisch onmogelijk bleek te zijn om dat te regelen.
Ik heb een vraag. Ik breek mijn hoofd over die starterslening. Ik kon
helaas niet bij dat rondetafelgesprek zijn, omdat ik wat in de plenaire
zaal had. Waren degenen die gepleit hebben voor de starterslening op de
hoogte van waar de financiering vandaan kwam? Ik kan me voorstellen dat
startersleningen leiden tot een mogelijke verhoging van de vraag, naast
vooral een verhoging van de prijs. Is dat in een model gepresenteerd
waarbij ook deze financiering aan de orde was?
De heer Terpstra (CDA):
Ik zou de heer Van Otterloo van harte willen uitnodigen om het toch nog
even terug te kijken, misschien straks in de schorsing. Startersleningen
zijn juist goed voor de doorstroming. Voor de doorstroming hebben ze
nut. Ze hebben ook nut voor de economische spin-off. Ze leveren banen op
en ze zorgen voor een stimulans in de bouw. De coronacrisis gaat ook
economische gevolgen hebben. Dus moeten we ook dit soort
aanbodstimulerende maatregelen nemen. Daar kunnen startersleningen bij
uitstek bij helpen.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Mijn vraag was of de partijen die de starterslening een goede zaak
vinden — dat kan ik me voorstellen vanuit het ondersteunen van de vraag
— ook wisten waar het geld van de starterslening vandaan kwam. Dat was
mijn vraag. Ik kan het nog wel terugkijken, maar dit was de essentie van
mijn vraag. Het maakt nogal wat verschil. Mevrouw Van Eijs zegt dat het
minder zou zijn. Voor een goede afweging wil ik dat gewoon weten.
De heer Terpstra (CDA):
Ik kan natuurlijk niet in de hoofden van het EIB of het Kadaster kijken.
Ik zou willen dat ik het kon, maar ik kan het niet. Ik weet dus niet of
zij weten waar deze dekking vandaan komt. Ik zou wel het beeld weg
willen nemen dat startersleningen woningen kosten of dat het aantal
woningen daardoor afneemt. Dat is echt niet het geval. Het werkt juist
stimulerend en het zorgt voor meer woningen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor dat u uw betoog afmaakt. Ik geef even een
tijdsindicatie. Als u nog ongeveer een minuut gebruikt, houdt u ook nog
wat tijd over voor een tweede termijn.
De heer Terpstra (CDA):
Dan zal ik een beetje tempo maken.
Ik ben bij het kopje misbruik gekomen. Dat is het een na laatste kopje,
dus dat is heel goed. Ik zou de minister willen vragen hoe het staat met
de opkoopbescherming en de zelfbewoningsplicht. Ik denk dat gemeentes
daarom schreeuwen. De minister heeft aangekondigd hiermee te komen. Ik
ben benieuwd hoe het daarmee staat. Graag een reactie.
Dan nog het punt over de makelaars. Ik heb een aantal makelaars in
Amsterdam, Utrecht en Leiden gebeld afgelopen week. Die geven aan dat op
dit moment al hun woningen per inschrijving worden verkocht.
Inschrijving betekent dat alle gegadigden, soms 30, 40 kijkers, eenmalig
een ultiem bod moeten doen en er vervolgens door makelaars onderling
wordt gebeld. Dat heeft tot gevolg dat er excessieve biedingen bij
zitten en de koper vaak in het duister tast. Ik zou de minister willen
vragen hoe zij aankijkt tegen het idee om dit systeem van inschrijving,
dat op zich wel een eerlijke kans biedt voor iedereen, toch opener en
transparanter te maken. Er zijn voorbeelden waarin er met openbare
veilingen gewerkt wordt. Ik denk dat dat excessen wegneemt. Graag een
reactie. Ik hoor graag hoe de minister daartegenaan kijkt.
Om snel af te ronden zou ik tot slot nog een opmerking willen maken over
zorgen en wonen. In de brief die vorige week is gepresenteerd geeft de
minister aan dat ze voorrang wil geven aan initiatieven als Knarrenhof
en uitwerkingen van de motie-Marijnissen/Heerma. Ik vond dat wat kort
door de bocht en zou graag aan de minister willen vragen om daar iets
meer toelichting op te geven. Naast startersleningen denk ik dat dit
soort coöperatieve, gezamenlijke, gemeenschappelijke woonvormen ook de
toekomst heeft. Ik hoor daar dus graag een reactie op van de
minister.
Dat was hem, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Ik wilde beginnen op maandag 20 oktober 1980.
Staatssecretaris Brokx leidt een zeer gevoelige nederlaag in de Tweede
Kamer. Hij had voorgesteld om de huren voor minima het komende jaar met
0,25% te verhogen. De Tweede Kamer was echt furieus, want wonen moest
voor iedereen betaalbaar blijven. Huurders met een minimaal inkomen
hoefden in 1980 maar 11% van hun inkomen aan huur te betalen. Brokx had,
tot woede van de Tweede Kamer, bedacht om dat in vier jaar tijd te
verhogen naar 12%.
Voorzitter. Vandaag is het maandag 9 november 2020. Midden in de
coronacrisis heeft het kabinet zojuist de hoogste huurverhoging in zes
jaar tijd doorgevoerd. We zitten in een gigantische wooncrisis. Voor
steeds meer mensen is een betaalbare woning niet te vinden. Het aantal
daklozen is in tien jaar tijd verdubbeld. Een op de drie kinderen groeit
op in een ongezond huis. Het contrast tussen 1980 en 2020 is zo
gigantisch. In 1980 werd je bijkans voor gek verklaard als je van minima
verwachtte dat ze 11,25% van hun inkomen besteedden aan huur. In 2020
besteedt meer dan 80% van de huurders meer dan 25% van het inkomen aan
huur. Steeds meer huurders zijn de helft van hun inkomen kwijt aan huur.
Maar zelfs een voorstel voor huurbevriezing wordt nu nog als te radicaal
gezien.
Wat is er dan in die 40 jaar gebeurd? Is Nederland dramatisch verarmd?
Natuurlijk niet. We zijn als land rijker geworden. Het bbp is in 40 jaar
gestegen. Zijn de inkomens dan enorm gestegen? Nee, helemaal niet. Het
was een bewuste politieke keuze. 40 jaar van opeenvolgende neoliberale
kabinetten hebben heel bewust gekozen om van wonen een markt te maken.
De huidige wooncrisis, waar we nu in zitten, met een groot gebrek aan
goede en betaalbare woningen, is daarvan het resultaat. Heel langzaam
komen de partijen die dit veroorzaakt hebben er nu onder druk achter dat
dat niet zo'n goed idee was. Goed nieuws, zou je zeggen. Maar wat hebben
de huurders die hun huur nauwelijks kunnen betalen daaraan? Eigenlijk
bitter weinig. Wat hebben de huurders die nu in een ziekmakende
schimmelwoning zitten daaraan? Bitter weinig. Wat hebben woningzoekenden
daaraan, die geen goed en betaalbaar huis kunnen vinden, omdat er een
tekort is van 331.000 woningen, een aantal dat verder zal oplopen naar
419.000? Bitter weinig.
Voorzitter. Ik heb het al vaak gezegd. Voor de coronacrisis had al de
helft van de huurders moeite de huur te betalen. Een kwart zat zo knel
dat ze te weinig geld overhield om in noodzakelijk levensonderhoud te
voorzien. Toch kwam het kabinet met de hoogste huurverhoging in zes jaar
tijd. In tien jaar Rutte zijn de huren in de sociale sector met 26%
gestegen. Onacceptabel, oordeelde de Tweede Kamer. Alle 150 Kamerleden
steunden de motie van de heer Klaver, de heer Asscher en mevrouw
Marijnissen. Daarin spraken we allemaal uit "dat aanvullende maatregelen
nodig zijn om wonen weer betaalbaar te maken, bijvoorbeeld wetgeving
voor lagere, betaalbare huren". Voor deze begroting moesten maatregelen
worden gepresenteerd. Maar wat ligt er nu? Geen enkele aanvullende
maatregel voor sociale huurders. Ik vind het echt ongelofelijk dat
sociale huurders weer worden vergeten. Dezelfde huurverhoging die dit
jaar is doorgevoerd kan volgend jaar namelijk weer worden doorgevoerd.
Deze huurders hebben de vorige crisis betaald. 10 miljard van sociale
huurders is als verhuurderheffing de staatskas ingegaan. Betalen ze deze
crisis opnieuw? Dat kan toch niet waar zijn? Dat vraag ik uiteraard ook
aan het kabinet en degenen die het akkoord hebben gesloten. Als het
mogelijk is om een 1,5% lagere huurverhoging te regelen voor de vrije
sector, dan moet dat toch ook mogelijk zijn om minimaal hetzelfde te
regelen voor de mensen in de sociale sector? Trek er in de sociale
sector ook 1,5% vanaf. Met de huidige inflatie kom je dan op een
bevriezing uit.
Voorzitter. De helft van de huurders zit knel. Uit de cijfers van het
Nibud blijkt dat die mensen voornamelijk in de sociale sector wonen. Het
is ongelofelijk dat we daar niets aan doen. Zeker, ik zie dat er nu
stapjes worden gezet voor huurders in de vrije sector. Een huurverhoging
van inflatie plus 1% is beter dan een huurverhoging van inflatie plus
2,5%. Prima. Maar het blijft een huurverhoging. De gemiddelde huur in de
vrije sector is €1.000. Met de huidige inflatie gaan huurders dus ook
volgend jaar weer €20 per maand meer betalen. Ik ben heel graag
positief, maar ik denk echt dat ik wat hulp nodig heb om te kunnen zien
dat weer een huurverhoging een grote stap is om wonen betaalbaar te
maken. Hoe zit het, vraag ik aan de minister, met de regio's waarmee zij
afspraken heeft gemaakt om de huren in de vrije sector niet verder te
verhogen, maar te bevriezen en zelfs te verlagen? Hoe zit het met de
noodknop?
Voorzitter. Ik ben absoluut opgetogen dat er extra geld komt voor
kwetsbare wijken en gebieden. Juist in zwakkere of zwakker gemaakte
wijken slaat het coronavirus harder toe. Die inwoners zijn minder
beschermd. Thuisblijven in de woningen waar wij hier in wonen is niet zo
moeilijk. Maar het zijn inwoners van kwetsbare of kwetsbaar gemaakte
wijken die vaak door moeten werken. Schoonmaken, een bus besturen, in
een slachterij of een fabriek werken en vakkenvullen, doe je niet
vanachter je laptop. In kwetsbare wijken heb je door ongunstige
leefomstandigheden een grotere kans om ziek te worden, ook om besmet te
raken met corona. Het is goed dat daar geld bij komt, ook al is het
natuurlijk beperkt. Mijn partij heeft heel vaak aandacht gevraagd voor
ziekmakende schimmelwoningen en ziekmakende woningen in het algemeen.
Meerdere moties werden aangenomen. De vraag is: wat heeft het kabinet
hiermee gedaan? Hoeveel woningen zijn er aangepakt? Nu thuis moeten
blijven in een ongezonde slechte woning is ellendig. Het zou goed zijn
als dit uiteindelijk echt wordt aangepakt. Maar wat lezen we? Als deze
woningen worden aangepakt, dan vallen ze niet onder de afspraken die nu
zijn gemaakt om de huurprijsstijging te beperken. Die huren mogen dus
nog harder stijgen. Dat kan toch niet waar zijn? Eerst word je ziek van
je eigen huis. Als dat dan eindelijk wordt aangepakt, dan krijg je ook
nog een huurverhoging.
Voorzitter, tot slot.
De voorzitter:
Houd u er rekening mee dat u op dit moment net iets meer dan anderhalve
minuut over heeft voor de tweede termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dan ga ik afronden. De coronacrisis laat eigenlijk alleen maar zien hoe
diep de wooncrisis is waarin we zitten. Laat ik het daar maar bij laten.
Het is hoog tijd om echt te gaan strijden tegen die wooncrisis.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Eijs.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Dank u wel, voorzitter. De bouw en de woningbouw hebben het moeilijk:
stikstof, pfas en nu ook corona. Het zijn heel moeilijke omstandigheden
om tien jaar achterstand weg te werken met een in de vorige crisis sterk
gekrompen bouwcapaciteit. Maar ik zie toch lichtpunten en stappen
vooruit. Op Prinsjesdag werd een huurverlaging voor sociale huurders met
een kleine portemonnee aangekondigd. Dat is een heel mooie stap. Al
eerder hadden we het met elkaar over de maximering van de huurprijzen in
de vrije sector. Die wordt nu 1% plus inflatie. We zijn ook blij dat de
eerste projecten van de woningmarktimpulsen uiteindelijk voor 51.000
nieuwe woningen zorgen.
Voorzitter. In ieders gedachten staat corona nu op nummer een. We vragen
aan iedereen om thuis te blijven. Uithuiszettingen zijn dan uitermate
onlogisch. In het voorjaar zijn er afspraken gemaakt. We zien ook dat er
ruim 50% minder huisuitzettingen zijn dan vorig jaar. Ook is er een
tijdelijke huurverlenging langer mogelijk gemaakt. Ik lees ook mooie
verhalen van daklozen die dankzij de maatregelen van gemeentes hun leven
weer op de rails krijgen. Maar ik hoor ook signalen dat er nog steeds
mensen na bijvoorbeeld maar één melding van drugs worden uitgezet. Ik
vraag de minister dus of zij kan toezeggen dat er net als in de eerste
golf afspraken worden gemaakt met verhuurders en hypotheek- en
kredietverstrekkers om uithuiszettingen tijdens de hele coronaperiode zo
veel mogelijk te voorkomen. En kan de minister de tijdelijke
verlengingen de gehele duur van corona laten voortduren?
Ik ben ook blij met de verlaging van de huren voor de mensen in de
sociale sector met een te hoge huur.
De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken? Ik heb een interruptie voor u van de heer
Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik hoorde D66 terecht een punt maken van uithuiszettingen van huurders
waar die niks aan kunnen doen. Ik heb het ook al gehad over
weeskinderen. VVD en D66 trekken samen op voor recreatiewoningbewoners.
Ik miste die toch in het lijstje van mevrouw Van Eijs. Het kabinet heeft
daar in de eerste golf ook toe opgeroepen. Is D66 het met de VVD eens
dat ook deze tweede golf gemeentes moeten worden opgeroepen om geen
recreatiewoningbewoners uit te zetten?
Mevrouw Van Eijs (D66):
Dat is een terechte aanvulling van de heer Koerhuis. Dat is zeker ook
een categorie mensen die vaak geen kant op kunnen. Nu we toch niet op
vakantie mogen, is het absoluut absurd om die mensen uit
vakantiewoningen te zetten.
De voorzitter:
Volgens mij is daarmee de vraag van de heer Koerhuis beantwoord. Ik stel
voor dat u doorgaat met uw inbreng.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik ben blij met de verlaging van de huren in de sociale sector voor de
mensen met een te hoge huur. Ik ben ook blij met de aangekondigde
maximering van de huurstijging voor de vrije huursector. Dit betekent
ook dat er meer werk is voor de Huurcommissie. Er is nu al een
achterstand van 10.000 zaken. D66 zou het liefst zijn dat elke huurder
voor alle onderwerpen snel advies kan krijgen van de Huurcommissie, ook
in de vrije sector. We hebben nu een actieplan ontvangen. Dat is mooi,
maar ik vraag de minister of er naast zo'n actieplan niet ook meer
middelen nodig zijn.
Voorzitter. Corona zorgt ook voor nog meer leegstand. 3,3 miljoen
vierkante meter aan kantoren en winkels staat leeg. Het Kences-rapport
gaf aan dat we 22.000 studentenwoningen tekort komen. We kennen allemaal
mooie voorbeelden van de inzet van leegstand voor studentenhuisvesting.
D66 wil daarom dat het Rijk met decentrale overheden en
vastgoedeigenaren actief de ombouwmogelijkheden in kaart gaat brengen.
Langdurige leegstand en verloedering moeten worden voorkomen. We moeten
ook belemmeringen wegnemen. Dubbele bestemmingen in gebieden met een
krappe woningmarkt zou veel meer de standaard moeten worden. Ik heb nog
een voorbeeld. Bij Uilenstede ligt een kantorenlocatie klaar voor 2.500
studentenwoningen. Ik vroeg er al eerder naar. De GGD is positief, maar
de minister van Infrastructuur en Waterstaat is minder positief. Ik wil
graag refereren aan de brandbrief van studentenkamerverhuurders die net
al werd genoemd. Mijn vraag is dan ook of de minister bereid is om een
reactie te geven op die brief. Die zouden wij graag krijgen. Is de
minister ook bereid om belemmeringen en kansen van leegstand actief in
beeld te brengen en daar dus zelf een rol in te pakken door gemeentes te
stimuleren en waar nodig te ondersteunen? Kan zij toezeggen zich in te
zetten om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, bijvoorbeeld in een
casus als Uilenstede?
Voorzitter. Nederland kent een rijke traditie van ruimtelijke ordening.
We hebben het laatst over de NOVI gehad, dus ik zal er niet heel veel
over zeggen. Binnenkort hebben we ook nog een AO. Maar de woningbouw
wordt nu nog te weinig in samenhang met mobiliteit bekeken. Het CDA
refereerde er ook al aan. Vorig jaar hadden we een plan om Almere Pampus
sneller te gaan bouwen, met infrastructuur, 25.000 woningen. Zulke
projecten, met oog voor wonen, leefomgeving en ov-verbinding is wat D66
betreft de toekomst. De druk is het hoogst in bijvoorbeeld de regio Den
Haag-Rotterdam. In het Westland zien we een indrukwekkende
aaneenschakeling van kassen. Ik wil de minister vragen om in het
onderzoek dat al loopt naar mogelijke grote bouwlocaties ook te kijken
naar woningbouw in plaats van glastuinbouw in het Westland. Is de
minister hiertoe bereid?
Voorzitter. Naast grote en kleine bouwlocaties moet de bouw wat D66
betreft slimmer, sneller, schoner en dus goedkoper. Nu is de gemiddelde
woningprijs van nieuwe woningen €400.000. Van het toewijzen van de
bouwgrond tot het leggen van de laatste steen kan meer dan tien jaar
duren. Ook de FNV geeft aan dat het moeilijk is om voldoende mensen te
krijgen, mensen geïnteresseerd te maken en te houden, om ze perspectief
te laten zien in de bouw en ervoor te zorgen dat ze lang inzetbaar
blijven. Het kan al, want de techniek is er: woningen die binnen een dag
van de fabrieksband rollen. Er zijn modulaire concepten waarbij je de
babykamer er zo bij plaatst en prachtige duurzame houtbouwconcepten die
helemaal uit elkaar te halen zijn zonder breekwerk.
De heer Terpstra (CDA):
Dat was een strak betoog van mevrouw Van Eijs. Ze pleit voor
transformatie en meer woningbouw. Dat is allemaal hartstikke mooi. Daar
kan ze het CDA aan haar zijde vinden. Maar in een bijzin zei ze snel
iets over woningbouw in plaats van glastuinbouw. Ik zou willen vragen
hoe ik dat moet zien. Worden bedrijven dan gewoon door D66 gesommeerd om
te stoppen om daar maar woningbouw te realiseren? Moet ik dat zo
zien?
Mevrouw Van Eijs (D66):
Nee, hoor. Tien jaar geleden is hier een onderzoek naar gedaan. D66 wil
gewoon weten of daar kansen liggen, want, zoals de heer Terpstra zei, de
opgave is zo groot dat we geen taboes moeten kennen. Het lijkt me dus
goed om in een gebied als Den Haag-Rotterdam, waar de druk heel hoog is
en aan de andere kant het Groene Hart ligt, te kijken naar een gebied
dat al bebouwd is. Misschien zijn er wel kaseigenaren die hun locatie
bijvoorbeeld wat dichter bij Polen willen plaatsen en toch willen
innoveren. De kassen en de glastuinbouw staan namelijk niet stil. Daar
wordt heel erg geïnnoveerd. Daar hebben we tegenwoordig prachtige
circulaire voorbeelden van. Daar zal ik niet over uitweiden. Wij willen
bijvoorbeeld graag weten of dat onderzoek van tien jaar geleden er nu
anders voor ligt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor dat mevrouw Van Eijs doorgaat met haar
inbreng.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ja, voorzitter, ik had nog een staartje. Ik had het over slimmer,
sneller, en schoner bouwen. We willen graag een nieuwe manier en
innovatiever bouwen om het woningtekort terug te dringen en wonen
betaalbaar te houden. D66 wil dat hier maximaal op wordt ingezet. Ik heb
er in verschillende moties natuurlijk al eerder toe opgeroepen. Wij
denken dat het goed is om een team vanuit het Rijk te formeren, waarin
bouwers, provincies en gemeentes samen gaan kijken naar hoe dit bouwen
de nieuwe standaard kan worden. We hebben het bijvoorbeeld gehad over
flexwoningen. We zien ook dat nieuwe innovatieve bedrijven — daar heb ik
al eerder om gevraagd — de bouwcapaciteit kunnen vergroten. Dat zijn dus
niet de traditionele grote bouwers, maar nieuwe spelers op de markt. Die
worden nu nog onnodig belemmerd, doordat men geen toegang heeft tot een
garantiefonds. Ziet de minister ook de voordelen van die innovatieve
bouw? Is zij bereid om net als bij de flexwoningen met een actieteam
innovatieve bouw de hoogste prioriteit te geven? Is de minister ook
bereid om echt nog een keer te kijken of nieuwe innovatieve bouwers ook
toegang kunnen krijgen tot een garantiefonds of iets dergelijks?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Terpstra.
De heer Terpstra (CDA):
Omdat ik dit niet in het betoog van mevrouw Van Eijs heb gehoord, heb ik
toch nog een vraag over de starterslening. Ik heb wat onderzoek gedaan.
Ik heb gezien dat D66-afdelingen in den lande — ik noem Zoetermeer,
Delft, Tilburg, Hoorn — allemaal erg staan te trappelen en positief
staan tegenover startersleningen. Ik hoor u net in mijn inbreng een
aantal keer kritisch interrumperen. Mijn vraag is: ziet u dan helemaal
niet het nut van startersleningen? Zo nee, waarom eigenlijk niet?
Mevrouw Van Eijs (D66):
Punt één is de dekking. U haalt het uit de woningbouwimpuls en de
woningbouwimpuls is heel hard nodig voor veel bouwprojecten die net dat
extra stukje van de puzzel missen en net een beetje geld nodig hebben om
de mobiliteitsvraagstukken op te lossen. Zoals ik ook al zei, wordt dat
nog niet vaak genoeg in samenhang bekeken. Punt één is dus de dekking.
Punt twee is dat je, als je het heel grootschalig gaat uitrollen, echt
wel moet kijken naar een prijsopdrijvend effect. Daar zijn verschillende
discussies over. Ik vond een studie van het EIB, maar die is uit 2014.
In 2013-2014 zaten we in een tijd waarin de vraag enorm wegviel. Daarom
waren die prijzen zo laag. Dat was een heel andere woningmarkt dan die
we op dit moment hebben. De woningmarkt is al overgekookt. In de serie
Kansrijk wonen, maar ook in de brede maatschappelijke heroverwegingen op
het gebied van wonen wordt er veel meer gepleit om te stimuleren aan de
aanbodkant en niet aan de vraagkant. Dat hebben we de afgelopen decennia
namelijk de hele tijd gedaan. Dat zorgt er vooral voor dat de woningen
in Nederland bizar duur zijn als je die bijvoorbeeld vergelijkt met het
buitenland.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Nijboer. U heeft zes
minuten in totaal, dus ik geef u richting vier minuten een
seintje.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik heb voor het eerst in mijn hele Kamerperiode een stopwatch meelopen,
want ik heb zo weinig tijd voor zo'n belangrijk onderwerp. Maar ja, dan
moet je maar meer zetels halen, dus dat gaan we maar doen.
De voorzitter:
U heeft hier een voorzitter zitten die de klok echt goed in de gaten
houdt. Gaat uw gang.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik zet hem nu pas aan, als u het goed vindt.
Voorzitter. Er is een enorme woningnood. Daar hebben wij vaak over
gesproken. Die is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden.
Beleggers maken daar misbruik van. Starters komen er niet tussen.
Huurders betalen de hoofdprijs. De PvdA heeft elk jaar gepleit voor
ingrijpen, want wonen is een grondrecht. Dat moet de overheid
garanderen.
Er moet dus een heleboel gebeuren. Ik zal de opsomming vandaag niet
noemen. We hebben samen met GroenLinks gesproken met de minister en we
hebben in ieder geval drie fundamentele dingen kunnen veranderen. Ik
vind de meest fundamentele — dat kun je niet geringschattend over doen
en daar kun je niet serieus genoeg over zijn — het reguleren van de
huren in de vrije sector. Dat is echt immens. Maar dat dat gebeurt, waar
huurders nu vogelvrij zijn, is echt een immense stap. Ik heb vorig jaar
een motie voor een onderzoek ingediend en nu wordt het in wetgeving
geregeld. Dat betekent heel veel. Er zijn huurders die in oktober, ook
nu nog, een brief krijgen met de mededeling dat per 1 januari de huur
met €100 omhoog gaat. Dat gaat gebeuren. De singlestraf gaat van tafel.
Dat heeft een enorme impact voor middeninkomens die wel in een
betaalbare huurwoning kunnen komen. Dan is er ook nog 450 miljoen voor
kwetsbare gebieden. Hebben wij niet meer gevraagd? Natuurlijk hebben wij
meer gevraagd. We hebben ook gevraagd om de verhuurderheffing af te
schaffen. Natuurlijk hebben we dat gedaan. Maar bij elkaar vind ik dat
wel echt een fundamentele aanpassing van de begroting waar dit kabinet
toe bereid is en waardoor de PvdA, samen met GroenLinks, de begroting
ook zal steunen. Dat verandert echt wat in het leven van mensen in
kwetsbare gebieden, maar ook in krimpgebieden. Daar staat de
leefbaarheid onder druk en de PvdA vindt dat belangrijk.
Voorzitter. Dan kom ik op mijn waslijst aan andere punten. De
Huurcommissie heeft meer dan 10.000 mensen op de wachtlijst. Dat gaat
echt niet goed. Die Huurcommissie krijgt nog meer bevoegdheden als die
andere wet wordt aangenomen die we morgen en overmorgen bespreken. Wat
gaat de minister daaraan doen?
Funderingen zijn een groot probleem. Dat label zorgt voor veel onrust.
Dat snap ik wel. Maar label of niet, dat probleem gaat niet weg door het
wel of niet in te voeren. Dat lijkt een beetje op een kind dat de handen
voor de ogen doet en zegt: als je het niet ziet, dan is het er niet.
Maar het is er wel en er moet wel wat aan gebeuren. Er moet een
rijksaanvalsplan voor komen.
Alle oud-ministers van VROM en zo'n beetje heel
ruimtelijke-ordening-Nederland heeft een brief gestuurd over hoe
belangrijk architectuur op lokaal niveau is. Wat gaat de minister
daarmee doen?
Loden leidingen in Amsterdam, Utrecht, maar ook in andere steden, zijn
een groot probleem. Kinderen worden daar ziek van. Ik heb er vaak naar
gevraagd en er gebeurt te weinig aan. Wanneer worden die dingen
verboden?
Het CDA vroeg ook al naar premie A-woningen. Met het CDA hebben we een
motie in voorbereiding. Die gaat het CDA straks indienen. Ik denk dat
het heel mooi is om dat onderzoek te doen, zoals het ook met die huren
van de vrije sector ging. Het ministerie van VROM is bij de vorige
begroting gegaan. Wat zou het mooi zijn om dat klaar te zetten voor het
volgende kabinet.
Nog een groot probleem zijn tijdelijke huurcontracten. Dat is nog niet
opgelost. Dat is echt een groot probleem. De heer Koerhuis lacht, maar
bij invoering zei zelfs minister Blok: dit wordt niet de standaard. Dat
is het wel geworden. Dat moet niet. Hoe kijkt de minister
daartegenaan?
Tot slot, Vestia. Dat is een groot probleem. Daar lopen we elke keer
weer over te praten, maar er gebeurt steeds verder niks en de woningnood
neemt steeds verder toe. Wat gaat de minister daaraan doen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Net als de heer Henk Nijboer ga ik, gezien de beperkte tijd, maar snel
van start. Wie weet wat de verkiezingen gaan brengen, qua uitslag.
Voorzitter. Er zijn in de afgelopen jaren echt goede dingen gebeurd,
zelfs tot afgelopen week aan toe: de verhuurderheffing wordt steeds meer
afgebouwd, de markttoets wordt vanaf januari buiten werking gesteld en
de particuliere huurmarkt is niet langer onaantastbaar met de
zelfbewoningsplicht, de differentiatie van de overdrachtsbelasting en de
maximering van huurprijzen in de vrije sector. Ik memoreer ook even de
steun van de Partij van de Arbeid en GroenLinks. De mooie maatregelen
die daaruit zijn voortgekomen, omarmen wij.
Maar we zijn er nog niet. We staan voor een enorme opgave om meer en
meer betaalbare woningen te bouwen. Wat de ChristenUnie betreft dient
dit vooral binnenstedelijk te gebeuren. Het is goed dat de minister het
gesprek is aangegaan met alle provincies. Waarom heeft de minister nog
geen concrete afspraken gemaakt met de regio Amersfoort? Daar is de druk
erg hoog en daar is grootschalige woningbouw niet mogelijk zonder steun
van het Rijk.
Dan sla ik even heel veel over.
Voorzitter. Ik kom bij verduurzaming. Er ligt een grote opgave om onze
huizen te verduurzamen. Dat is niet makkelijk en kan ook niet zonder
draagvlak. Samen met Arjen Lubach, zeg ik dat we moeten beginnen met
isoleren. Als je het goed doet, is dit een spijtvrije maatregel, die CO₂
vermindert, wooncomfort en draagvlak vergroot en ook heel veel banen
oplevert. Natuur & Milieu heeft een onderzoek laten doen naar een
isolatietegoed. Dat lijkt mijn fractie kansrijk. Samen met GroenLinks
vraag ik aan de minister om dit financieel en organisatorisch verder uit
te werken. Waarom is de minister zo terughoudend om de Europese Recovery
and Resilience Facility te gebruiken voor een isolatieprogramma? Ik
refereer aan de aangehouden motie van mij en de heer Moorlag.
Voorzitter, dan mijn allerlaatste punt, maar zeker niet onbelangrijk. In
een tijd waarin eenzaamheid een groeiend probleem is, is het goed om te
zien dat initiatieven voor co-living en gemeenschappelijke woonvormen
steeds talrijker worden. Het gaat om generatieoverstijgende
initiatieven, die gericht zijn op het wonen en leven van studenten,
gezinnen en ouderen. Deze initiatieven dragen bij aan het versterken van
sociale verbanden in de wijk en aan de ontwikkeling richting een
deeleconomie. Maar deze mensen lopen zo vaak tegen muren aan. Ze worden
over het hoofd gezien bij de verkoop van maatschappelijk vastgoed,
passen niet in de hypotheekregels van de bank of er wordt simpelweg niet
voor hun vraag gebouwd. In een tijd waarin we zien hoe belangrijk het is
om naar elkaar om te kijken en samen te zijn, wil de ChristenUnie aan de
minister vragen wat zij kan doen om meer ruimte te creëren voor deze
nieuwe woonvormen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb drie interrupties. Ik begin eerst met mevrouw
Beckerman, daarna de heer Koerhuis en dan de heer Terpstra.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vind het wel een beetje sneu dat er zo weinig spreektijd is voor de
kleine partijen, dus we helpen hen aan nog wat extra tijd. In april
diende de ChristenUnie een motie in, die wij van harte hebben gesteund.
Het was een moreel appel op alle verhuurders om de huren niet te
verhogen. Kunnen we daaruit opmaken dat u het onwenselijk vond dat de
huren zouden stijgen? U heeft die motie ingediend, maar daarna was er
sprake van de grootste huurstijging in zes jaar tijd. Via de voorzitter
vraag ik of u nog steeds van mening bent dat de huren eigenlijk niet
hadden mogen stijgen.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De SP-fractie heeft mij in de afgelopen weken blij verrast met een
mailbom. Ik heb duizenden mails gekregen, waardoor ik amper toekwam aan
het lezen van al die andere mails. Maar goed, dat terzijde.
Ik wil ontzettend graag in deze Kamer voorstellen doen om de huur
betaalbaar te houden en de woningen toekomstbestendig te maken.
Woningcorporaties hebben een aantal maatschappelijke opgaven gekregen.
Het betaalbaar houden van de woningen is daar een van. Om nu per motie
te zeggen dat alle woningcorporaties voor alle huurwoningen geen
huurverhoging zouden mogen doorvoeren, zou op gespannen voet staan met
een aantal andere maatschappelijke opgaven die woningcorporaties ook
hebben.
Ik ga even in op de inhoud, want ik vind het belangrijk om hier niet
iets goedkoops te zeggen. Ik zeg niet dat anderen dit doen, maar ik wil
iets heel precies aangeven naar al die duizenden mensen die mij gemaild
hebben. Dat is niet onbelangrijk.
Er zijn mensen met een huurwoning die de huurverhoging wel degelijk
kunnen betalen. Er zijn ook mensen met een royaal inkomen, die toch in
een huurwoning wonen. Dat geld kunnen we ontzettend goed gebruiken voor
de verduurzaming van woningen. Er zijn echter ook mensen die in een
huurwoning wonen en die de huur niet meer kunnen betalen. Ik ken ze ook
uit mijn persoonlijke omgeving. Ik vind dat ontzettend triest. Voor die
mensen heeft de minister het volgende aangegeven: "Ik wil dat een
eenmalige korting en een structurele huurverlaging mogelijk worden. Dat
doen we niet generiek, maar op basis van maatwerk. Daarbij wordt het
gesprek aangegaan met de mensen die op dit moment een te hoge huur
betalen". Zo ben ik dat debat ingegaan en zo hebben we het met elkaar
besloten. Ik hoor het graag als het ergens vastloopt. Ik denk dat een
generieke huurverlaging of huurstop … Ik bedoel, dan moeten we ook aan
de andere kant dingen gaan doen. Dat hoor ik mevrouw Beckerman niet
zeggen.
De voorzitter:
Aanvullend, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is mijn allerlaatste vraag. Ik denk dat die duizenden mensen u
mailen, omdat vele, vele, vele duizenden mensen klem zitten. Het kabinet
komt nu met maatwerk voor 8% van de huurders. U heeft zelf mede
uitgesproken dat dit niet goed genoeg is. Bij de algemene beschouwingen
is de motie-Klaver c.s. met 150 stemmen aangenomen. Daarin werd
uitgesproken dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Dus ook toen vond u
hetgeen het kabinet deed niet goed genoeg. Die situatie is niet
veranderd. Voor de coronacrisis had de helft van de huurders moeite met
het betalen van de huur. Een kwart van de huurders zat zo krap, dat ze
niet in noodzakelijke levensbehoeften konden voorzien. Ik vind het heel
treurig dat we meerdere voorstellen van de ChristenUnie hebben gezien —
eerst een moreel appel en vervolgens steun aan een motie die zegt dat
dit niet genoeg is — en dat nu die steun wordt teruggetrokken. Die huren
zijn toch nog steeds veel te hoog? Dit vraag ik via de voorzitter.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Een aantal punten waar wij een motie over hebben ingediend, is wel
degelijk gerealiseerd. Er is een motie om meer woningen te bouwen met
een huur tot €400. Ik kijk ook even naar de minister. Die motie is
ingediend, aangenomen, maar nog niet uitgevoerd. Ik wil ontzettend graag
dat deze motie wordt uitgevoerd. De ChristenUnie heeft een voorstel
gedaan over een beperking op de cap in de WOZ. We waren graag nog een
stap verder gegaan, maar die cap is beperkt en leidt tot een
huurverlaging. We hebben voorgesteld om, indien nodig, een incidentele
huurverlaging mogelijk te maken als levensomstandigheden veranderen.
Daarover komt een wetsvoorstel. Deze coalitie heeft met
woningcorporaties afspraken gemaakt over het structureel verlagen van de
huur, waarbij ook is gekeken naar de mogelijkheid om de huurverlaging
weg te strepen tegen de verhuurderheffing. Dat is wat we voor ontzettend
veel huurders met elkaar willen realiseren. Ook is een beperking van de
huurstijging afgesproken. Als ik naar dit hele pakket kijk, dan ben ik
ervan overtuigd dat hier aanzienlijk grote stappen worden gezet voor al
die huurders in ons land en ook voor die duizenden mensen die mij hebben
gemaild.
De heer Koerhuis (VVD):
GroenLinks zei ook dat de ChristenUnie onder dat nationaal
isolatieprogramma staat. Voor de ChristenUnie geldt hetzelfde als voor
GroenLinks: gratis geld bestaat niet. Ik ben blij dat de ChristenUnie nu
ook zo focust op isolatie. In de afgelopen jaren hebben we veel debatten
gevoerd over dat we daar meer op moeten focussen. De ChristenUnie sloot
zich daar niet altijd bij aan. Het is fijn dat dit nu wel gebeurt. De
ChristenUnie heeft ongetwijfeld ook de kritiek van de Algemene
Rekenkamer gezien op de proeftuinen voor aardgasvrije wijken. Helaas is
daar te weinig mee gebeurd voor de tweede tranche. Er is een kans om dit
voor de derde tranche extra goed te maken. Ik stel dezelfde vraag als
aan GroenLinks: is de ChristenUnie bereid om voor de dekking te kijken
naar de derde tranche van het Programma Aardgasvrije Wijken en dit het
startpunt te maken van het nationaal isolatieprogramma?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voor de toekomst van Nederland en Groningen is het nodig dat we onze
huizen niet langer verwarmen op aardgas. Daar hebben we proeftuinwijken
voor aangewezen. Dat is niet allemaal vlekkeloos gegaan, maar die
proeftuinwijken waren er ook om van te leren. Ik ben ervan overtuigd —
daar hebben we ook het debat over gevoerd — dat in de nieuwe
proeftuinwijken is geleerd van de eerste ronde. Bij de tweede ronde
zullen er vast ook wel dingen misgaan, maar dat nemen we dan weer mee
naar de volgende tranche.
Er is gewoon een prachtige pot met geld voor de dekking van het
nationaal isolatieprogramma, namelijk de RRF, de Europese Recovery and
Resilience Facility. Er komen gewoon miljarden naar Nederland toe. Daar
heb ik samen met de heer Moorlag een motie over ingediend. Ik nodig de
heer Koerhuis uit om die motie te steunen. Dan kunnen we het Europese
geld daarvoor gebruiken.
De voorzitter:
Aanvullend, de heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Dat is allemaal veel te makkelijk. Het zal misgaan in de tweede tranche
en daar moeten we dan van leren. Ik vind het nogal wat voor al die
duizenden mensen die in die woonwijken wonen, zo van: ach, het zal wel
misgaan bij jullie, maar we moeten er maar van leren. Ik vind het toch
jammer dat dit standpunt niet is gewijzigd. En ik vind het ook veel te
makkelijk om geld bij de begroting van Financiën weg te halen. Gratis
geld bestaat niet. We hebben gewoon die derde tranche voor het Programma
Aardgasvrije Wijken. Laten we dat inzetten voor isolatie.
De voorzitter:
Daar zit niet echt een vraag in, maar wellicht wil mevrouw Dik-Faber er
nog iets op zeggen.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ja, ik wil hier wel wat op zeggen. Ook in een dorp als Garijp —
misschien kent de heer Koerhuis dit dorp niet — zijn inmiddels alle
woningen aardgasvrij. Mensen hebben daar comfortabele woningen voor
teruggekregen. Dat is een echt succesverhaal, dat ook uitwerking kan
hebben op de rest van Nederland. Nogmaals, in Europa ligt gewoon geld op
de plank. Het is niet goedkoop, maar er ligt gewoon geld. Ik zou zeggen:
laten we dit geld naar binnen hengelen. Ik heb aan de minister gevraagd
wat Nederland nog tegenhoudt om dit geld hiernaartoe te halen voor dat
mooie isolatieprogramma. Daar krijgen we ook weer ontzettend veel mensen
mee aan het werk. Dat zou toch heel mooi zijn?
De heer Terpstra (CDA):
In mijn bijdrage was ik net misschien iets te boud richting mevrouw
Dik-Faber over het gebrek aan urgentie voor de woningnood. Gezien haar
betoog neem ik dit graag terug. Ik heb toch nog een vraag. Vanmorgen
stelde de ChristenUnie voor om de toeslagen te vereenvoudigen en extra
oog te hebben voor eenverdieners. Ik ken de ChristenUnie ook als een
partij met oog voor gezinnen. Dan maak ik toch de vertaling naar de
woningbouw. Ik hoor mevrouw Dik-Faber zeggen dat zo veel mogelijk
binnenstedelijk moet worden gebouwd. Als we kijken naar de woonbehoefte
van veel mensen, ook van gezinnen, dan is er nog steeds behoefte aan
eengezinswoningen met een tuin. Bij binnenstedelijk hebben we het vooral
over dure appartementen. Hoe rijmt mevrouw Dik-Faber het uitgangspunt
van de CU om op te komen voor gezinnen met het uitgangspunt om alleen
maar binnenstedelijk te willen bouwen?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Mijn fractie vindt het belangrijk om vooral binnenstedelijk te bouwen,
niet alleen maar. Dat heeft een aantal redenen: de grond is schaars en
je wil de voorzieningen in de steden op peil houden. Ik noem hier het
woord steden, maar binnenstedelijk betekent ook dat we bouwen binnen de
contouren van de dorpen. Wellicht heeft de heer Terpstra ook de inbreng
gelezen van de VNG bij de rondetafel over binnenstedelijk bouwen. Een
aantal misverstanden worden onder elkaar gezet, alsof binnenstedelijk
duurder is, langer duurt en alsof je daar geen woningen met tuin kunt
realiseren. Wie kan deze misverstanden beter ontkrachten dan de VNG
zelf, die namens al die gemeenten weet wat er gebeurt als het gaat om
binnenstedelijk bouwen en die ook de misverstanden op dit punt kan
rechtzetten? Ik wil heel graag daarnaar verwijzen. Voorts waardeer ik
dat de heer Terpstra zijn woorden omtrent de urgentie heeft
teruggenomen, want die urgentie voor het bouwen van meer woningen delen
we zeker.
De voorzitter:
Daarmee komen we aan bij 50PLUS, de heer Van O… Neem me niet kwalijk. U
gaf inderdaad een seintje. Ik was hem even kwijt. De heer Kops heeft nog
een interruptie.
De heer Kops (PVV):
Ten aanzien van de stijgende huren valt het mij heel erg op dat
coalitiepartijen en de minister het altijd hebben over maatwerk. Dat
doet me een beetje denken aan het moreel appel van de minister op de
verhuurders. In de praktijk komt daar gewoon heel weinig van terecht.
Het maatwerk dat nu wordt geboden, geldt maar voor 8% van de huurders —
dat zijn 260.000 huurders — terwijl voor de coronacrisis al 800.000
huurders financieel klem zaten. En dan zegt mevrouw Dik-Faber dat
generieke huurverlaging of bevriezing niet kan, omdat er ook huurders
zijn die die huurverhoging wel kunnen betalen. Daar krijg ik een beetje
een nare smaak van in mijn mond, want dan lijkt het alsof die huurders
een betaalbaardere huur wordt misgunt. Feit is wel dat in de afgelopen
tien jaar de huren in de corporatiesector met 26% zijn gestegen en in de
vrije sector met 44%. Als er huurders zijn die de huurstijging wel
kunnen betalen, dan neemt dit toch niet weg dat die almaar stijgende
huren correct en goed zijn? Dat neemt toch niet weg dat steeds meer
huurders een groter gedeelte van hun inkomen kwijt zijn aan huur en dat
dit niet goed is?
Mevrouw Dik-Faber zegt dat we met die stijgende huren verduurzaming
kunnen betalen. Ik houd mijn hart vast, want het is nu al een ellende.
Dat gaat in de komende jaren zo ontzettend veel geld kosten. Mijn vraag
aan mevrouw Dik-Faber is: hoeveel mogen de huren nog verder stijgen?
Wanneer zegt de ChristenUnie simpelweg: het is genoeg; tot hier en niet
verder?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik maak me ook zorgen over de stijgende huren. Naar aanleiding van een
interruptie van mevrouw Beckerman, heb ik net opgesomd wat we allemaal
hebben kunnen realiseren als het gaat om het beperken en op sommige
momenten laten dalen van de huur. De ChristenUnie zou er graag verdere
stappen in willen zetten. We hebben daar vandaag voorstellen voor gedaan
in ons belastingplan. We willen de verhuurderheffing helemaal schrappen.
De huurtoeslag willen we verder schrappen in combinatie met min of meer
een tegemoetkoming in … Noem het maar een basisinkomen. Excuses voor het
woord, maar de documentatie is nog erg vers, dus ik moet er nog even
goed naar kijken. Ik wijs de heer Kops daar heel graag op.
Als het gaat om het verduurzamen van woningen, ken ik zijn agenda. Daar
is hij geen voorstander van. Ik zie ontzettend veel huurwoningen die te
maken hebben met achterstallig onderhoud: er moet een nieuwe ketel in of
mensen zitten nog met enkel glas. Ik vind dat gewoon echt niet kunnen.
Laten we het dan hebben over het comfortabel maken van de woningen. De
heer Kops zal het toch wel met mij eens zijn dat we woningcorporaties
daartoe in staat moeten stellen? Laten we dan ook samen optrekken om die
ruimte te creëren. Ik hoop echt dat we daarin zijn steun krijgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo. Ik zal u een seintje
geven richting de twee minuten. In totaal heeft u vier minuten. We
kunnen het uitrekenen. Bij twee minuten houdt u nog twee minuten over
voor de tweede termijn. Brand los, zou ik zeggen.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ondanks deze domper wil ik even positief beginnen op dit dossier.
Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen heb ik een motie ingediend
over het stimuleren van geclusterde woonvormen voor ouderen. In de brief
die we hebben gekregen, staat dat daar 20 miljoen voor wordt
uitgetrokken. Dat levert 5.700 woningen op. Dit kan op 170 verschillende
plekken, omdat het gaat om kleinschalige voorzieningen. Daar zijn wij
heel blij mee. Dat het niet uit de verlaging van de verhuurderheffing
gaat, is volgend jaar niet het grote probleem. Gezien de
verkiezingsprogramma's denk ik immers dat de verhuurderheffing volgend
jaar toch wordt aangepakt.
Het tweede punt. Bij het Klimaatakkoord heeft het kabinet opmerkingen
gemaakt over het eventueel aanpassen van het woningwaarderingssysteem,
het puntenstelsel voor de huren. Ik wil graag weten hoever het hiermee
staat. Ik heb toen mijn motie niet ingediend, omdat het ook in de
kabinetsreactie stond. Dit zou kunnen betekenen dat de maximale huur
wordt verlaagd als je in een slecht geïsoleerde woning zit, zodat je
wordt gecompenseerd voor hogere energielasten. Wat dat betreft zouden we
ook graag van de minister willen horen wat haar reactie is op een
woning-APK, zoals de Woonbond heeft voorgesteld.
Wat ons ook zorgen baart, is de achteruitgang van het totaal aantal
sociale huurwoningen. Ik begrijp de fixatie op de verdeling, maar het
probleem is vooral dat we veel minder sociale huurwoningen hebben. Dit
komt ook door de verkoop van de corporatiewoningen aan particulieren en
doordat corporaties prioriteit geven aan duurdere huurwoningen. Kan de
staatssecretaris in haar reactie aangeven hoe daar verstandig mee kan
worden omgegaan?
Ik kom al gelijk tot het einde van mijn inbreng. Met betrekking tot de
verdeling van de woningen, willen we ook graag een reactie hebben op het
voorstel van de G4, namelijk het afschaffen van de kostendelersnorm. Dit
betekent dat er meer mensen per woning kunnen komen en er op die manier
ook meer woningen vrijkomen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Baudet. Ook u hebt in totaal vier minuten. Dus twee
minuten voor de eerste termijn en twee minuten voor de volgende
termijn.
De heer Baudet (FvD):
Dan heb ik geen tijd te verliezen.
Voorzitter. Toen Rutte tien jaar geleden aantrad als premier — dat was
in 2010 — was er een woningtekort van ongeveer 100.000 woningen. Dat
probleem is in tien jaar tijd niet opgelost. Het is gierend verergerd.
Het huidig woningtekort bedraagt maar liefst 131.000 woningen. Dat
tekort zal bij ongewijzigd beleid over vijf jaar oplopen tot 420.000
woningen. Meer dan 40.000 mensen in Nederland zijn inmiddels dakloos. De
huurprijzen zijn gestegen met 26,5%. De wachttijd voor een sociale
huurwoning is in talloze regio's vijf tot tien jaar. De gemiddelde prijs
voor een starterswoning is €400.000 en starters kunnen gemiddeld maar
voor €250.000 aan hypotheek krijgen. Forum voor Democratie wil
voortvarend gaan bouwen. We willen volop steun voor bouwprojecten, met
oog voor de esthetiek van onze in schoonheid onovertroffen oude
steden.
Maar we willen ook aandacht voor de achterliggende oorzaken van de
huidige crisis. Niemand durft erover te spreken. Ik begrijp wel waarom,
want VVD, CDA en de andere kartelpartijen hebben kilo's boter op hun
hoofd. De woningnood komt enerzijds door de alsmaar voortgaande massale
immigratie. Honderdduizenden immigranten mochten onder Rutte naar
Nederland komen. Ze kregen dikwijls voorrang bij een woning. Het kabinet
weigerde ernst te maken met terugkeer- en uitzetbeleid. Het tekende het
Marrakesh immigratiepact. De nieuwe leider van het CDA, Hugo de Jonge,
vertelde deze zomer aan de regio dat daar in de komende jaren nog 1
miljoen mensen bij moeten komen.
Anderzijds komt de woningnood door de absurde en zinloze klimaat- en
milieuplannen. Door tal van klimaatmaatregelen, zoals warmtepompen, het
aardgasverbod en andere zaken, is de prijs van woningen enorm gestegen.
Corporaties moeten op dit moment bovendien eerst verduurzamen, voordat
ze mogen bijbouwen, terwijl nu nieuwe woningen nodig zijn. Doe dat dan
eerst, zegt Forum voor Democratie. En leg die absurde door de
EU-gedicteerde stikstofregels die de bouw blokkeren, naast je
neer.
Voorzitter. Simpelweg pleiten voor bouwen, bouwen, bouwen, zoals de VVD
nu ineens doet, klinkt leuk, maar gaat voorbij aan de realiteit van het
eigen door henzelf gevoerde beleid. Natuurlijk moet er op korte termijn
als de wiedeweerga worden bijgebouwd. De druk moet van de ketel. Maar
zolang de grenzen van ons land wagenwijd open blijven staan, staat
bijbouwen gelijk aan dweilen met de kraan open. Zolang het kabinet
bouwers blijft dwingen tot peperdure klimaatfratsen, blijven de
woningprijzen keihard stijgen. Ook al lezen we maand na maand dat het
project van het aardgas af de flop van de eeuw is, wordt er niets van
geleerd.
Wij willen het woningtekort dus bij de wortel aanpakken, door paal en
perk te stellen aan de massa-immigratie en te stoppen met het
wanstaltige klimaatbeleid. Verder pleiten wij voor simpele, snelle
maatregelen, zoals het afschaffen van het eigenwoningforfait, geen boete
bij het aflossen van de hypotheek, afschaling van de villataks — die
werd tijdelijk ingevoerd, maar blijkbaar is geen maatregel zo
eeuwigdurend als een tijdelijke — en een verruiming van de kansen voor
starters, door makkelijker hypotheek en een starterslening te
verstrekken. Al deze maatregelen moeten nu worden genomen. Als dat niet
gebeurt, dan kan de kiezer op 17 maart helpen om dat alsnog te
realiseren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb een interruptie voor u van de heer Terpstra.
De heer Terpstra (CDA):
Ik heb toch wel bewondering voor de heer Baudet. Ik denk dat we in deze
zaal gemiddeld 150 woorden per minuut spreken, maar ik denk dat de heer
Baudet op het dubbele zit, gezien zijn snelle bijdrage.
De heer Baudet (FvD):
Als wij gaan regeren, dan zullen we ook veel meer beleid in korte tijd
realiseren.
De heer Terpstra (CDA):
We zullen zien.
De voorzitter:
Meneer Baudet, ik gaf u echt niet het woord. Het is altijd zo'n …
De heer Terpstra (CDA):
Ik lok het ook uit.
Forum voor Democratie raaskalt hier over de migratie. Het is natuurlijk
zo dat de oplopende migratie een van de oorzaken is, waardoor meer
woningen nodig zijn. Dat ontkent ook helemaal niemand.
De heer Baudet (FvD):
Nou, Koerhuis wilde...
De heer Terpstra (CDA):
Wil de heer Baudet mij even laten uitpraten?
De voorzitter:
Meneer Baudet, ik weet dat u hier zo'n beetje voor het eerst komt. Dat
is ook helemaal niet erg, maar we hebben hier wel bepaalde volgordes
bedacht als het gaat om interrupties et cetera. De heer Terpstra heeft
nu een interruptie gepleegd. Vervolgens krijgt u de gelegenheid om te
antwoorden. Die gelegenheid geef ik u. Wil de heer Terpstra even zijn
microfoon uitzetten? We weten dat de camera anders bij de heer Terpstra
terechtkomt. Dat was volgens mij niet de bedoeling. Meneer Baudet, ga uw
gang. Neem me niet kwalijk. De heer Terpstra is nog bezig met zijn
interruptie.
De heer Baudet (FvD):
Ik ben hier weliswaar niet zo vaak, maar ik heb wel de ervaring dat je
eerst een vraag moet horen.
De voorzitter:
Jammer is dat. De heer Terpstra, ga uw gang.
De heer Terpstra (CDA):
Voorzitter, het is ook ingewikkeld. Dat geeft helemaal niets. Ik heb de
volgende vraag: erkent de heer Baudet dat het woningtekort ook door
andere oorzaken is ontstaan, bijvoorbeeld door individualisering,
scheidingen en dat soort zaken, waardoor er ook een ander soort
woonbehoefte en een ander soort vraag is naar woningen? Of zegt hij: nee
hoor, het is volledig te danken aan de migratie?
De heer Baudet (FvD):
Het is niet alleen te danken aan de massale immigratie, maar ook aan de
absurde klimaatplannen van dit kabinet. Er zijn dus twee hoofdoorzaken.
Als die twee zaken niet waren gebeurd, dan was er nu totaal geen
woningnood in Nederland. Er zijn in de afgelopen tien jaar netto
honderdduizenden mensen naar Nederland gekomen. Die mochten zich hier
vestigen. Het kabinet heeft geen ernst gemaakt van uitzetbeleid en heeft
niets gedaan aan de instroom van illegalen, kansarme mensen uit Afrika
en het Midden-Oosten. Dat is dus echt gewoon de hoofdoorzaak.
Natuurlijk is er individualisering. Vermoedelijk is het waar dat er nu
meer kleinere gezinnen zijn of dat er meer mensen zijn die als
alleenstaande willen wonen, dan tien jaar geleden. Ik ken overigens niet
de exacte cijfers, maar het zal waarschijnlijk wel zo zijn. Er is geen
reden om daar een probleem mee te hebben in ons kleine, drukke land, als
we niet tien jaar lang de grenzen hadden laten openstaan. Als er
inderdaad een toegenomen autochtone woonbehoefte is, dan denk ik dat die
vrij beperkt is, want je ziet een nieuw conservatisme terugkomen. Je
ziet dat mensen het juist weer belangrijk vinden om te trouwen en samen
te wonen. Bij mijn weten neemt het aantal echtscheidingen relatief
gezien af. Ik wil best aannemen dat daar enige stijging in zit, maar dat
staat niet in verhouding tot de honderdduizenden kansarmen die
hiernaartoe zijn gekomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik tot 19.30 uur voor de dinerpauze. Ook kan de
minister zich dan voorbereiden op de beantwoording. Daarna beginnen we
weer om 19.30 uur.
De vergadering wordt van 18.34 uur tot 19.34 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met dit wetgevingsoverleg inzake het begrotingsonderdeel
wonen en ruimte van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken. We
hebben even geschorst voor de voorbereiding van de beantwoording in
eerste termijn. De minister heeft zich daarop voorbereid en heeft mij
aangegeven dat ze haar beantwoording in drie blokken heeft
onderverdeeld. De heer Terpstra had net volgens mij wel zes blokken, of
iets dergelijks, maar de minister heeft goed geluisterd en dacht: ik ga
dat overtreffen, zij het niet qua aantal blokken. Zij heeft een blokje
bouw. Ik heb gevraagd "is dat dan bouwen, bouwen en bouwen, zodat het er
drie zijn?" Nee, het is gewoon één blokje bouw. Het tweede blok is
wonen. Het derde heeft te maken met de Omgevingswet, ruimtelijke
ordening, de energietransitie, et cetera. Het is eigenlijk een blok met
overige thema's, zoals de heer Terpstra net ook aangaf.
Ik wil het als volgt doen: twee interrupties in tweeën. Ik wil er in
eerste instantie ook niet meer toestaan, omdat we straks ook nog een
tweede termijn hebben. Ik koers erop aan dat we het einde van de
beantwoording zo'n beetje kunnen klokken op 21.00 uur. Dan hebben we nog
voldoende tijd voor de tweede termijn, voor de indiening van moties en
voor wat er verder nog ingebracht moet worden. Zo stel ik het me voor.
Dat tijdschema kunnen we dan een beetje hanteren.
Dan geef ik het woord aan de minister voor de beantwoording.
Minister Ollongren:
Dank, voorzitter. Ook dank aan alle fracties voor hun bijdragen en
gestelde vragen in dit belangrijke debat over een belangrijk onderwerp.
Het is een onderwerp waar we het, denk ik, vaak grotendeels over eens
zijn, namelijk dat we voor een hele grote opgave staan. We willen
allemaal dat iedereen in Nederland prettig en betaalbaar kan wonen, in
een fijne omgeving. Dat is het doel. Vanuit mijn positie kan ik zeggen
dat daar echt teamwork voor nodig is. Het is niet alleen het Rijk, het
zijn ook de provincies, de gemeenten, de corporaties, de ontwikkelaars,
de bouwers. De taak van de minister van BZK, verantwoordelijk voor
wonen, is niet om zelf die woningen te bouwen, al zouden we dat soms met
z'n allen wel graag willen, maar wel — daar ben ik ook echt dag en nacht
mee bezig — om het aan te jagen, om de plannen te versnellen, om
investeringen mogelijk te maken, om belemmeringen weg te nemen. En dat
is hard nodig.
Er zijn hier ook belemmeringen genoemd. Pfas is aan de orde geweest,
evenals stikstof. Het coronavirus heeft natuurlijk ook z'n impact op de
bouw. Maar wat mij betreft is één ding duidelijk, ook met het oog op de
kabinetsplannen van dit jaar: in lastige tijden zetten we juist een
tandje bij. In dit werk, in de woningbouw, is het nou eenmaal zo dat het
even duurt voordat de resultaten zichtbaar zijn. Dat is inherent aan
woningbouw en inherent aan het hele dossier. Dat betekent dat we met z'n
allen soms onrust voelen — die voel ik ook, omdat we zouden willen dat
het sneller kan — maar ik probeer dat ongeduld om te zetten in
doelgericht werken en doorgaan, ondanks de beperkingen die ik net
noemde, ondanks de onzekere economische tijden. Het oog op de bal
houden: dat is wat ik graag samen met de Kamer en de sector wil
doen.
Het wetgevingsoverleg van vandaag gaat over wonen en ruimte. Er waren
twee thema's echt dominant. Het eerste is de woningbouw. Daarbij ging
het over het versnellen van de bouw en over randvoorwaarden bij de bouw,
bijvoorbeeld de locaties. Daar wil ik eerst antwoord op geven. Het
tweede deel is wonen, betaalbaar wonen, de leefbaarheid van kwetsbare
gebieden, de positie van kwetsbare groepen. Zoals de voorzitter al zei,
is er dan nog de ruimte. Dat blok gaat vooral over de NOVI, de
Omgevingswet, de energietransitie en dat soort zaken.
Ik begin dus met de bouw. Velen hebben het vandaag gezegd: de komende
tien jaar komen er minstens 845.000 extra nieuwe woningen. We hebben al
bouwrecords gebroken. We hadden vorig jaar 84.000 nieuw gebouwde
woningen en het jaar daarvoor 75.000 nieuwe woningen. De doelstelling
was ook om de 75.000 per jaar te halen, dus dat is mooi. Maar
tegelijkertijd zien we dat de planvorming bij gemeentes en provincies
gewoon sneller moet. Vertragingen die er zijn, die zijn opgetreden naar
aanleiding van stikstof en pfas, moeten worden weggewerkt en nieuwe
vertragingen moeten worden voorkomen. We moeten dus op veel fronten
versnellen: de plancapaciteit, de programmering, de investeringen van
corporaties en ontwikkelaars. Ook als Rijk moeten wij doen wat we kunnen
om de snelheid op te voeren en drempels weg te nemen.
Met de plancapaciteit liggen acht van de twaalf provincies op schema. De
hele bouw is daardoor op orde, althans, niet op orde, want er moet meer,
maar het loopt in ieder geval zoals gepland en zoals we het hebben
gestructureerd. Er zijn vier provincies die nu nog aanvullende plannen
aan het maken zijn: Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. Dat
zijn natuurlijk niet de minste als we het hebben over de woningbouw. Zij
maken aanvullende plannen. In iedere provincie streven we gewoon naar
die 130% plancapaciteit. Ze hebben natuurlijk ook een stevige extra
opgave gekregen.
De woondeals en de woningbouwimpuls leiden tot versnelling. De 51.000
extra woningen als gevolg van de eerste tranche in de woningbouwimpuls
zijn al genoemd. De tweede tranche staat nu open voor nieuwe aanvragen.
Dat kan nog eens 32.000 extra woningen opleveren. We hebben veertien
grootschalige bouwlocaties waar we de besluitvorming versnellen. Dat
levert ook weer 60.000 extra woningen op. De woningbouwcorporaties gaan
150.000 betaalbare woningen sneller bouwen dankzij de korting op de
verhuurderheffing, tijdelijk ook zonder marktverkenning; ook dat is hier
vandaag genoemd. Er is extra geld voor snellere transformatie van
winkels en kantoren. Er is extra geld voor gemeenten om flexpools in te
zetten als ze capaciteitsproblemen hebben. We hebben 100 miljoen euro
per jaar om knelpunten rond stikstof en dat soort zaken op te lossen. En
— daar kom ik later nog nader over te spreken — we werken een
garantieregeling uit, zodat de bouwsector met meer zekerheid kan
doorbouwen in deze coronatijd.
Over een aantal specifieke locaties heeft de heer Koerhuis vragen
gesteld. Anderen hebben die aangevuld. Ik begin maar meteen met de
eerste vraag van de heer Koerhuis: Rijnenburg in Utrecht. Ik zei net al:
we hebben eigenlijk met alle provincies afspraken over de plancapaciteit
en over aantallen. Ook in de regio Utrecht. We hebben de
woningbouwambitie daar, dankzij dat bestuurlijk overleg, sterk verhoogd,
van de huidige 7.000 naar 10.000 woningen per jaar. We werken intensief
en voor lange tijd samen met de regio aan een verstedelijkingsstrategie.
Daarin komen grote ontwikkellocaties, ook Rijnenburg en de A12-zone, aan
de orde. De gemeente Utrecht zelf werkt aan de quickscan Rijnenburg.
Daarin proberen ze een inschatting te maken van de mogelijkheden van de
ontwikkeling van Rijnenburg en de kosten die dat met zich meebrengt. Ik
wil u hierover en over de verstedelijkingsstrategie nog nader
informeren.
Er werd gezegd: we moeten niet meer wachten, dit speelt al zo lang;
moeten we niet overgaan tot een aanwijzing? In de bestuurlijke
verhoudingen die we hebben, is dat een heel zwaar instrument. Dat haal
je niet iedere dag uit de kast. Er werd bij interruptie ook gevraagd
naar Katwijk. Ik vind dit wel een andere situatie dan die we bij Katwijk
hebben gezien, bij het vliegveld Valkenburg. Daar was sprake van
concrete afspraken die niet lukten. Men was het niet met elkaar eens.
Ook de provincie wilde dat er werd gebouwd. Er waren geen andere
locaties beschikbaar waar hetzelfde soort bouw kon worden gerealiseerd.
Het zijn dus echt verschillende situaties. Ik denk dat het in dit geval,
nu de stad en de regio Utrecht het met elkaar eens zijn over dit moment
en over de wat verder weg gelegen toekomst, niet op mijn weg ligt om
daar een aanwijzing te gaan geven. Ik zie een interruptie, voorzitter,
dus ik wacht even.
De voorzitter:
Ja, de heer Terpstra heeft een vraag.
De heer Terpstra (CDA):
De minister geeft eigenlijk een dubbel beeld. Enerzijds zegt ze: ik wil
graag met de provincies in gesprek om de plancapaciteit te vergroten;
veel provincies doen dat ook, maar de provincies Zuid- en Noord-Holland
en Utrecht blijven nog achter. Anderzijds geeft de minister aan: ja,
maar het contact met die provincies en die steden is zo goed, dat de
locatie Rijnenburg niet bebouwd hoeft te worden. Ik vind dat een
tamelijk tegenstrijdige boodschap, dus ik zou de minister willen vragen:
wat is het nou? Zijn er nou voldoende plannen? Is het niet gewoon
broodnodig dat we in die polder gaan bouwen, waar al sinds 1995 over
gesproken wordt?
Minister Ollongren:
Nou, nee, misschien moet ik het dan iets duidelijker zeggen, als de heer
Terpstra mij niet goed heeft begrepen. Er zijn inderdaad vier provincies
waar de plancapaciteit nog niet op die 130% is, maar alle vier, ook
Utrecht, streven ze er wel naar. Ze zijn daaraan invulling aan het
geven. Bovendien moesten ze ook een inhaalslag maken, ook naar
aanleiding van de bijstelling van de cijfers van het CBS. Die 130% staat
dus, voor het hele land, en er zijn vier provincies die nog bezig zijn
om het in te vullen. Maar ze gaan het wel doen.
Hoeft Rijnenburg dan niet? Wat ik gezegd heb, is dat het niet per se nu
hoeft, omdat de regio Utrecht de aantallen woningen kan halen zonder nu
al Rijnenburg te gaan ontwikkelen als woningbouwlocatie. Overigens, ik
heb niemand horen zeggen dat dat voor eeuwig uitgesloten is. Nee, voor
de toekomst hebben ze het wel degelijk in beeld. We kennen Rijnenburg
natuurlijk al langer. Het is eigenlijk een polder in de oksel van de A12
en de A2, waar grootschalige infrastructurele ontsluiting nodig is. Die
gebiedsontwikkeling kan dus ook alleen maar als het Rijk en de regio
heel intensief samen optrekken. Dit overleg moet dus ook worden gevoerd
met mijn collega's van IenW, want het gaat ook over wegen en
ov-ontsluiting. Dat zijn forse investeringen, die volgens mij voor de
toekomst heel interessant kunnen zijn. Ik heb Utrecht dat ook niet horen
uitsluiten. De vraag is: kun je dat versnellen door nu een aanwijzing te
geven? En dan zeg ik: dat vind ik geen logische stap, gegeven het feit
dat de aantallen woningen wel degelijk kunnen worden gehaald.
De heer Terpstra (CDA):
Als ik de minister goed begrijp, geeft zij dus het volgende aan. De
provincie heeft wel de intentie, maar het aantal plannen blijft achter.
We hebben het dan nog niet eens over harde of zachte plannen. Daarnaast
bestaat wel de wil om te gaan bouwen. Ik denk dan: als het tekort nu
meer is dan 300.000 woningen, waarom sluit de minister deze locatie dan
uit? Er kan dan gezegd worden dat die locatie niet definitief
uitgesloten wordt, maar we hebben afgelopen weekend ook gelezen dat tot
2035 de deur dichtgegooid wordt. Dat is toch bijna niet uit te leggen
aan de woningzoekers, zo vraag ik via de voorzitter aan de
minister.
Minister Ollongren:
Er zijn verschillende punten. Er is de plancapaciteit. Er wordt daarbij
in de regio Utrecht toegewerkt naar de 130%, die we gewoon willen
hebben. Het gaat daarbij over het aantal woningen dat in de regio
gerealiseerd en gebouwd wordt. Ook daar levert Utrecht. Ik wil dus
helemaal niet bestrijden dat dat een mooie plek zou zijn voor
woningbouw. Dat wil ik helemaal niet. Ik constateer alleen dat de stad
en de regio op andere plekken de aantallen kunnen halen en de
plancapaciteit aan het invullen zijn. Bovendien sluiten ze het niet uit
voor de wat langere termijn. De argumentatie daarbij is voor een deel
gelegen in de investeringen die nodig zijn voor de ontsluiting van zo'n
nieuw woongebied. Dat alles leidt mij tot de conclusie dat ik daar nu
niet moet handelen of een aanwijzing moet geven, wat een heel vergaande
maatregel is. Dat doe je eigenlijk alleen maar als bestuurslagen er niet
uitkomen. Dat constateer ik hier helemaal niet. De provincie en de stad
zijn het eens en mijn doelen, namelijk het opleveren van woningen,
worden gehaald.
De heer Koerhuis (VVD):
De minister eindigt met "ons doel wordt gehaald". De laatste indicatie
is echter dat we dat dit jaar en volgend jaar niet gaan halen. Eigenlijk
is dat doel ook te laag. Op termijn moet dat echt naar 100.000. De
minister heeft het er steeds over dat de plancapaciteit op orde wordt
gebracht in Utrecht. Ten eerste voldoen ze niet aan de 130%. Punt twee,
wat eigenlijk nog veel belangrijker is, is dat Utrecht de meest zachte
plannen van heel Nederland heeft. Die plannen zijn niet hard. Dat is dus
juist het hele probleem. Utrecht staat daar gewoon steeds onderaan, jaar
op jaar op jaar, sinds ik hier in de Kamer zit. Hoe komt dat? Je ziet
ook dat Utrecht de provincie is met de meeste binnenstedelijke plannen.
Ik meen dat dat 97% is. Het wordt hoog tijd dat er buitenstedelijk
gebouwd gaat worden. Er ligt daar een gebied voor het oprapen. D66 lijkt
dat in het landelijke verkiezingsprogramma te hebben gezet. Ik zou
zeggen: laten we doorpakken.
Minister Ollongren:
Nou ja, ik kom dan bijna in de verleiding om de heer Koerhuis ook een
vraag te stellen. Als hij zo graag wil doorpakken, waar is dan de
dekking voor de infrastructurele ontwikkeling die daarbij nodig is? Ik
heb die dekking niet.
De voorzitter:
De minister heeft volgens mij wel een antwoord gegeven. Vervolgens
stelde ze zichzelf eigenlijk de vraag: waar ligt dan die dekking? Het is
voor de heer Koerhuis wellicht een uitdaging om daar iets over te
zeggen. Of misschien geeft hij de minister de opdracht om daar iets mee
te doen.
De heer Koerhuis (VVD):
Volgens mij ...
De voorzitter:
Ik ben op zich heel coulant richting de heer Koerhuis. Gaat uw
gang.
De heer Koerhuis (VVD):
Het gaat ook om een aanwijzing. Er komt geen inpassingsplan. Nu wordt de
deur voor vijftien jaar dichtgegooid, zoals de heer Terpstra zegt. Dat
kunnen we niet gebruiken in een provincie die jaar op jaar op jaar
onderaan staat en een oplopend woningtekort heeft. Daar gaat het om en
om de aanwijzing: jongens, richt je nou op het oplossen van het
woningtekort daar en neem dat nou serieus. Dat is het enige waarover we
het hebben.
De voorzitter:
Ik heb het nu genoteerd als één interruptie in totaal. De minister kan
hier nog op antwoorden.
Minister Ollongren:
Nee, maar we zijn het eens dat Utrecht zich moet richten op de
woningbouwproductie. Dat doet Utrecht ook. Dat doet de stad Utrecht en
dat doet de regio Utrecht. Utrecht doet ook onderzoek naar wat nodig is
om te bouwen, ook in Rijnenburg. Volgens mij gooit dus helemaal niemand
een deur dicht. Ik doe dat ook niet. Misschien kunnen we het daar dan
over eens worden. Ik wil als minister van BZK ook staan voor de lokale
autonomie en de bevoegdheden van andere overheden. Zoals ik al zei,
kunnen we het alleen samen oplossen: het Rijk, de provincie en de
gemeente. Er ligt hier geen conflict of iets dergelijks. Er is niet
ergens een partij die iets blokkeert wat alle andere partijen willen. Er
is niet een probleem specifiek door het niet halen van de aantallen bij
dit project. Kortom, een aanwijzing zie ik niet zo zitten.
Mevrouw Van Eijs (D66):
We focussen nu heel erg op één plek, waar volgens mij niet snel gebouwd
kan worden. Er is een aangenomen motie om te kijken naar eventuele
andere grote locaties. De minister had het over vier provincies die nog
moeten werken, dus niet alleen over Utrecht, omdat de vraag natuurlijk
enorm is toegenomen. Mijn vraag aan de minister is: hoe staat het met de
inventarisatie van andere grote ontwikkelingen, ook in andere
provincies?
Minister Ollongren:
Volgens mij is de Kamer door mij geïnformeerd over de volgende zaken.
Eén: de woondeals die we natuurlijk hebben gesloten. Twee: de veertien
grootschalige woningbouwlocaties in Nederland, zal ik maar zeggen. Dat
zijn natuurlijk de plekken waar de vraag het grootst is en waar ook de
grootste aantallen kunnen worden gerealiseerd. Ik ga daar natuurlijk
heel graag mee door. Inderdaad, mevrouw Van Eijs heeft helemaal gelijk
dat er natuurlijk andere plekken in Nederland zijn waar op grote schaal
gebouwd kan worden en gelukkig ook gaat worden. Die zijn er in Utrecht
en ook in de rest van die vier provincies.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor dat de minister doorgaat met de
beantwoording.
Minister Ollongren:
Ja, want er waren nog meer locaties waarover de heer Koerhuis vragen
had. Dat was onder andere Valkenburg. Hij vroeg wat daar de stand van
zaken was. Er zijn tussen de gemeente Katwijk, het Rijksvastgoedbedrijf
en de provincie Zuid-Holland verschillende mijlpalen afgesproken. Alle
mijlpalen die gehaald hadden moeten worden, zijn ook gehaald. Er is een
samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen het Rijksvastgoedbedrijf en de
gemeente Katwijk. Het bestemmingsplan is in de afrondende fase en de
gemeente Katwijk brengt het binnen afzienbare tijd in procedure. Dat is
mooi, toch? Het gaat eigenlijk voortvarend, kan ik de heer Koerhuis
zeggen.
De voorzitter:
Ik zie hier ter linkerzijde in ieder geval twee duimen opgestoken
worden. De heren zegenvieren dus inmiddels. De minister gaat verder met
de beantwoording.
Minister Ollongren:
Ja, heel graag. Dan kom ik nu bij de Purmer. Bij de inventarisatie van
de op dit moment bekende plancapaciteit in de provincies Noord-Holland
en Flevoland is naar voren gekomen dat de plancapaciteit meer dan
voldoende is om te voldoen aan de woningbouwopgave. Deze provincies
hebben dus een programma opgesteld voor locaties die tot 2030 kunnen
worden ontwikkeld, in samenhang met de bereikbaarheid en de economische
ontwikkeling. Ik heb in een brief de Kamer geïnformeerd welke aanpak ik
heb om tot realisatie te komen. De focus ligt in eerste instantie op
binnenstedelijke locaties. Voor de Purmer is, net als voor andere
locaties, de bereikbaarheid een belangrijk aspect, dat nog om nadere
uitwerking vraagt.
Ik dacht dat het de heer Terpstra was die suggereerde dat we nog extra
woningen zouden kunnen realiseren rond een aan te leggen Lelylijn. Ik
zit hier deels op het terrein van mijn collega's, maar we werken heel
goed samen, zo kan ik de heer Terpstra geruststellen. De gedachte dat we
woningbouw en infrastructuur moesten combineren, hebben we eigenlijk
sinds het begin van deze kabinetsperiode consequent gebruikt. Op 1 juli
is het potentieonderzoek verbeterde ov-verbinding
Noord-Nederland-Randstad naar de Kamer gestuurd. In het onderzoek is de
centrale aanbeveling om het vervolg op de studie te starten bij de
verkenning van de mogelijkheden en de wenselijkheid van strategische
verstedelijking in Noord-Holland. In het Bestuurlijk Overleg
Leefomgeving is onder andere besproken dat in Noord-Nederland goede en
snelle landsdelige ov-verbindingen essentieel zijn in het benutten van
het noordelijk potentieel voor het stedelijk netwerk Nederland. Je kunt
dus eigenlijk zeggen: woningbouw buiten de stedelijke kernen heeft
effect op de infrastructuur en op de voorzieningen die daar nodig zijn.
Daarom kijken we eerst naar de optimalisatie van wat er kan. In verband
met de samenhang die ik ook steeds schets, tussen de woningbehoefte en
economische ontwikkeling, denk ik dat het eerst nodig is om de
verkenning naar de effecten van de aanleg van de Lelylijn af te wachten
voordat je dat goed kunt beoordelen.
Dan kom ik op de IJmeerverbinding.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij een interruptie van de heer Terpstra. Of is dat niet
het geval? Ik hoor dat u één verduidelijkende vraag wil stellen.
De heer Terpstra (CDA):
Dank voor het antwoord. Begrijp ik goed dat de minister in gewoon
Nederlands zegt dat ze het betrekken van woningbouw bij de Lelylijn niet
wil onderzoeken?
Minister Ollongren:
Ik zei al: omdat ik een beetje op het terrein van de collega's zit, wil
ik precies zijn. Eigenlijk zeg ik: laten we eerst de nadere verkenning
naar de Lelylijn afwachten, om daarna de vraag die de heer Terpstra
stelt te kunnen beoordelen. Het ging mij eigenlijk om de
volgordelijkheid.
De IJmeerverbinding. Ik heb aan de Kamer een brief gestuurd over de
woningbouw in Almere en Flevoland. Daarin staat dat Rijk, provincies,
regio en gemeenten komen met een uitgebreid voorstel op welke wijze de
woningbouw op grootschalige locaties naar voren gehaald zou kunnen
worden. Almere-Pampus wordt daarbij vaak genoemd. Dat is dus in
aanvulling op de eerdere doelstellingen die we hadden en zonder deze
doelstellingen te frustreren. Daarbij wordt rekening gehouden met de
MIRT-onderzoeken die voor deze locaties al lopen in het kader van "samen
bouwen en bereikbaarheid". Dat is eigenlijk wat ik aan de Kamer had
geantwoord. Er is goed overleg tussen alle betrokkenen. Onderdeel van
het voorstel is dat we kijken of er locaties te realiseren zijn of naar
voren te halen zijn. Ook hier is er de samenhang tussen woningbouw en
bereikbaarheid. Dat betekent dat het onderzoek naar de infrastructuur en
de IJmeerverbinding nodig is om dat vervolgens te kunnen beoordelen. Ik
sta op zich positief tegenover deze toekomstbeelden, omdat daar wel
kansen lijken te liggen. Ook daarvoor geldt dat we eerst precies moeten
weten hoe het zit met de infrastructuur en de bijbehorende opties.
Dan ben ik bijna door de locaties heen. Kronenburg ligt in de gemeente
Amstelveen. Mevrouw Van Eijs vroeg daarnaar. Het is een ingewikkelde
locatie. Je zou kunnen zeggen dat ik er eigenlijk al jaren mee bezig
ben. Ik ken het zelfs al uit mijn Amsterdamse tijd. Het ligt dus onder
de aanvliegroute van de Buitenveldertbaan. Er is veel geluidsoverlast en
er is vanuit veiligheidsperspectief een probleem. We hebben dus gewoon
een beperking door het Luchthavenindelingbesluit. De toevoeging van
grote aantallen woningen is niet toegestaan volgens het
Luchthavenindelingbesluit. Ik kijk wel samen met de collega van IenW hoe
we het ruimtelijk beleid rondom Schiphol kunnen vernieuwen, maar op dit
moment mag de gemeente Amstelveen op deze locaties binnen de geldende
regels maar maximaal 25 woningen plaatsen. De locatie vraagt eigenlijk
om plannen voor veel meer woningen, maar dat is dus niet toegestaan
volgens het LIB. Voor meer dan 25 woningen moet er namelijk een
verklaring van geen bezwaar worden afgegeven door de ILT. Dat is
vooralsnog gewoon niet mogelijk gebleken. Dat is dus de stand van zaken
rondom Kronenburg.
Tot slot het Westland. Mevrouw Van Eijs vroeg daar ook naar. Dat betreft
ook de glastuinbouw. De provincie Zuid-Holland werkt intensief met ons
samen in de verstedelijkingsstrategie die ik eerder noemde. In de
verstedelijkingsstrategie wordt bekeken wanneer en op welke locaties
woningbouw kan worden toegevoegd in relatie tot wat daar verder allemaal
speelt. Het Westland is natuurlijk ook niet heel goed ontsloten. Daar
speelt dus een beetje een vergelijkbaar probleem als bij de locaties die
ik net noemde. Er moet daar dus eigenlijk geïnvesteerd worden in de
bereikbaarheid om grootschalige woningbouw mogelijk te maken. De
grootschalige investeringen in bereikbaarheid staan eigenlijk pas op de
rol voor na 2040. De bollenstreek beschikt wel over voldoende planaanbod
in relatie tot de woningbehoefte. Het is dus eigenlijk een deel van het
land waar pas over twintig jaar nieuwe locaties in de rede zouden
liggen.
Voorzitter. Ik ga rustig verder met ...
De voorzitter:
Ik kijk even of er nog interrupties zijn op het blokje bouwen. O, zijn
we nog niet klaar? Ik dacht dat we er al doorheen waren.
Minister Ollongren:
Nee, ik heb de locaties behandeld bij "binnen bouwen", maar dat was maar
een heel klein stukje.
De voorzitter:
Ik was te enthousiast. De minister gaat verder met de
beantwoording.
Minister Ollongren:
Wij waarderen uw enthousiasme, allemaal. Ik kom op de vraag hoe het gaat
met de flexwoningen. In het verleden, bijvoorbeeld in de periode
2016-2018, werden er gemiddeld zo'n 2.000 flexwoningen per jaar
opgeleverd. Om precies te zijn, waren dat er 2.100. In 2019, vorig jaar,
nam de productie al toe tot 3.600 flexwoningen. Wij weten dat wij dit
jaar tot begin oktober — recentere cijfers hebben we niet — op 5.000
opgeleverde flexwoningen staan. De prognose van het Expertisecentrum
Flexwoningen is dat het over het hele jaar 7.100 flexwoningen zullen
zijn. Met andere woorden, de productie is de afgelopen jaren dus echt
flink toegenomen. Die is meer dan verdriedubbeld. Ik ben daar op zich
tevreden mee. We hebben geen prognoses voor volgend jaar, maar de
verwachting is natuurlijk dat de productie verder zal toenemen, ook
vanwege de afspraken die ik in de Woondealregio's met Aedes, de VNG en
de betrokken gemeentes heb gemaakt. Dat betrof de productie van meer
flexwoningen en we hebben ook middelen vrijgemaakt voor de
stimuleringsregeling voor kwetsbare groepen. Wat dat betreft verwacht ik
een verdere stijging. Ik weet dat de heer Koerhuis dat ook wil. Daaraan
werk ik dus ook.
De heer Koerhuis wil weten of we misschien via spoedwetgeving procedures
zouden kunnen verkorten. Ik dacht dat hij daarbij specifiek doelde op
het gebruikmaken van de Crisis- en herstelwet. Hij heeft daar natuurlijk
al vaker naar gevraagd. Ik heb toch gekeken of er iets mogelijk zou
zijn. Ik zou via de Crisis- en herstelwet een experiment mogelijk kunnen
maken waarbij de reguliere procedure wordt toegepast in plaats van de
uitgebreide procedure. Dat betekent dat we van zes maanden naar acht
weken gaan. Ik denk dan aan de situatie waarbij een vergunning nodig is
voor de afwijking van het bestemmingsplan. Dat kan bijvoorbeeld zijn
voor de opvang van statushouders. Dat kan gaan over studentenhuisvesting
of andere vormen van spoedzoekers en flexwoningen daarvoor. Er zijn
daarbij twee waarborgen. De eerste is dat altijd de uitgebreide
procedure geldt als er een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Dan
kan het dus niet. Ook is er een verklaring van geen bedenkingen van de
gemeenteraad nodig om dat mogelijk te maken. Als we dat zouden doen, dan
is er een wijziging van de twintigste tranche van de Crisis- en
herstelwet nodig. Ik kan dat nog wel meenemen. Dat zou dan voor 1
januari al kunnen worden gepubliceerd en via een ministeriële regeling
aan de concrete projecten worden toegevoegd. Dat is dus de toezegging
die ik aan de heer Koerhuis zou kunnen doen, als hij daar prijs op
stelt.
De voorzitter:
Ik had eigenlijk bedacht dat we per blokje de interrupties zouden doen,
na afloop van de blokjes. Ik merk echter dat er bij de heer Koerhuis een
dringende behoefte bestaat om een interruptie te doen. Gaat uw
gang.
De heer Koerhuis (VVD):
Ja, ik heb daarover ook Kamervragen gesteld. In de kabinetsbrief staat
namelijk dat er volgend jaar 27.000 statushouders moeten worden
gehuisvest. Nu duurt het vaak twee jaar voordat die huisvesting staat.
Een rekensommetje is daarbij natuurlijk niet heel moeilijk. Als er iets
minder dan een halfjaar afgaat, dan gaat het nog steeds anderhalf jaar
duren. Deelt de minister niet de mening dat de urgentie toch iets omhoog
moet, willen we volgend jaar die statushouders kunnen huisvesten? Ziet
ze echt geen andere mogelijkheden om die duur verder terug te brengen,
zodat we, heel eerlijk, volgend jaar gewoon die huisvesting kunnen
plaatsen?
Minister Ollongren:
De heer Koerhuis koppelt nu de opgave die mevrouw Broekers-Knol en ik
inderdaad in een brief aan de gemeenten hebben gesteld, van die 27.000,
een-op-een aan de tijdelijke woningen. Dat hoeft natuurlijk niet.
Sterker nog, gemeenten hebben tal van mogelijkheden om dit op te lossen,
en een daarvan is natuurlijk om versneld aan het werk te gaan met
tijdelijke woningen. Dat geef ik meteen toe aan de heer Koerhuis. Het is
ook niet zo de gemeenten nog helemaal niet werken met tijdelijke
woningen. Dat zie je ook aan de aantallen tot nu toe. Het is dus meer
dan drie keer zo veel in vergelijking met twee jaar geleden. Dat gaat op
zich pijlsnel omhoog en die stijging zal aanhouden. Het is één van de
opties die gemeenten kunnen gebruiken om te voldoen aan hun taakstelling
om de 27.000 statushouders over het hele land te verdelen. Het verschilt
heel erg per gemeente wat er kan en wat er nodig is. Nogmaals, die
tijdelijke woningen zijn dus niet de enige oplossing. De statushouders
stromen nu versneld door, doordat de IND zijn achterstanden aan het
wegwerken is.
De voorzitter:
Is er geen aanvullende vraag? De minister gaat door met de
beantwoording.
Minister Ollongren:
Mevrouw Dik-Faber vroeg aandacht voor nieuwe woonvormen. Ik heb haar
daar vaker over gehoord. Ik vind dat ook echt belangrijk. Via de
Stimuleringsaanpak Flexwonen en bijvoorbeeld het bevorderen van meer
ouderenhuisvesting kijken we echt naar nieuwe, andere woonvormen. De
heer Van Otterloo heeft daar natuurlijk ook naar gevraagd en ik zal daar
zo op terugkomen. Die nieuwe woonvormen kunnen collectieve voorzieningen
hebben of gecombineerd worden met andere functies. Daar is in het land
nu vraag naar en behoefte aan.
Ik denk vooral dat het realiseren van passende woningen voor ouderen
echt een grote maatschappelijke opgave is. Daarom wil ik onderstrepen
wat de heer Van Otterloo zei. Met het beschikbaar stellen van de 20
miljoen voor de geclusterde woningen voor ouderen is echt een
belangrijke stap te zetten. Die middelen zijn bedoeld om reeds geplande
projecten versneld te kunnen realiseren, om net dat laatste duwtje te
geven aan goede plannen die er zijn, maar die net een soort onrendabele
top hebben, om een beetje in economisch jargon te praten. Die plannen
hebben gewoon nog een zetje nodig. Daarnaast voer ik met de
Rijksbouwmeester een onderzoek uit naar het transformeren en verdichten
van bestaande wijken met flexibele woningbouw. Ook daar zien we wel
hoopvolle resultaten. In de tot nu toe opgeleverde ontwerpen wordt
eigenlijk verbeeld hoe extra flexibele huisvesting kan worden gecreëerd
waarbij tegelijkertijd de wijk qua leefbaarheid en leefomgeving wordt
verbeterd. Ik denk dus dat dat allemaal voorbeelden zijn van hoe er
inderdaad gewerkt wordt om meer ruimte te creëren voor de nieuwe
woonvormen waaraan behoefte is.
Over Amersfoort ...
De voorzitter:
Ik heb vooralsnog een interruptie van mevrouw Dik-Faber.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik waardeer de inspanningen van de minister als het gaat om bouwen voor
specifieke groepen zoals ouderen. Zij noemde zojuist flexibele
woonvormen. Ik begrijp niet zo goed wat zij daaronder verstaat en ik
weet ook niet helemaal zeker of wij hetzelfde bedoelen. Ik bedoel
bijvoorbeeld het volgende. Als ik mijn ouders in huis zou willen nemen,
dan past dat niet, terwijl ik een twee-onder-een-kapwoning heb. Dat past
gewoon niet, want mijn huis is gebouwd voor één gezin. Zo zijn er veel
voorbeelden. Er zijn mensen die zeggen: wij hebben een woning op het
platteland en we willen onze kinderen in de verbouwde garage laten
wonen, maar dat kan niet. Ze lopen tegen regels aan. Als twee jonge
mensen samen een huis willen kopen zonder dat ze een stel zijn, dan
lopen ze aan tegen allerlei regels. Ze lopen aan tegen
hypotheekconstructies die hier niet op zijn ingesteld. Ik vraag dus
eigenlijk van de minister om buiten de standaard
huishoudingssamenstelling te kijken. Nu vraagt de ChristenUnie aan een
minister van D66-huize om woonvormen voor alternatieve huishoudens
mogelijk te gaan maken. Mensen uit verschillende groepen zouden dan toch
op de even manier met elkaar kunnen samenwonen. Ik heb het idee dat dat
meer voorkomt dan de minister zojuist onder woorden bracht.
Minister Ollongren:
Nou, dat denk ik niet. Ik heb misschien wat gefocust op de ouderen.
Daarbij zien we ook vaak dat er behoefte is aan wat 50PLUS de
geclusterde woonvormen noemt. Dat kan inderdaad ook andere
verschijningen aannemen. Er was een voorbeeld van drie echtparen die
hadden besloten om met elkaar te gaan samenwonen. Dat stond vandaag of
gisteren in een krant. Daar focuste ik wat op. Ik vind het mooi om te
horen dat mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie die alternatieve
woonvormen zo ondersteunt. Ik denk dat deze voorbeelden goed zijn, omdat
het aangeeft dat de huishoudens in Nederland niet altijd de klassieke
vorm van het huishouden van vroeger hebben. Ik probeerde net te zeggen
dat het wel degelijk gaat over hoe je niet alleen in de bouw, waarop ik
net wat focuste, maar ook in de wet- en regelgeving daarmee omgaat. Er
is vermoedelijk een vergunning via de gemeente nodig om de garage die
mevrouw Dik-Faber net noemde, om te zetten in een plek waar bijvoorbeeld
je ouders zouden kunnen wonen. Ik bedoelde het dus ruimer dan hoe
mevrouw Dik-Faber mij net heeft geïnterpreteerd. Het gaat zowel over
bouwen als over mogelijkheden die de gemeenten natuurlijk kunnen
toepassen in hun vergunningverlening.
Dan kom ik op Amersfoort. Dat was ook een vraag van mevrouw Dik-Faber.
Er is hier natuurlijk vaak naar gevraagd. Er zijn hier ook moties over
aangenomen. Ik ben met Amersfoort in gesprek gegaan en daaruit is
eigenlijk een goede samenwerking ontstaan. Ik kan daarbij vanuit het
ministerie Amersfoort op verschillende manieren ondersteunen. Ik heb dat
trouwens ook opgeschreven in een brief aan de Kamer. Dat gaat over
ondersteuning bij een Woningbouwimpulsaanvraag, de inzet van de
faciliteiten voor binnenstedelijke transformatie, managing van het
flexpoolbudget en het programma wonen en werken van de provincie en de
gemeente. De eerste resultaten zijn ook bereikt met een bijdrage vanuit
het budget voor kwetsbare doelgroepen die naar Amersfoort is gegaan. Ik
zet die samenwerking dus graag voort.
De heer Koerhuis stelde hierover ook een vraag. Ik heb de optie wel
besproken dat Amersfoort zou aansluiten bij de Woondeal Utrecht, maar
dat heeft niet tot die aansluiting geleid. Daarom hebben we dat gesprek
voortgezet en dat hebben we vormgegeven in de vorm zoals ik die net
schetste in antwoord op de vraag van mevrouw Dik-Faber. Ik praat
natuurlijk ook met hen in het kader van het MIRT en de woningbouw.
De heer Koerhuis vroeg ook of ik een regiotoets zou willen doen in de
Woningbouwimpuls. Dat dacht ik hem te horen zeggen. Als ik hem goed
begreep, vroeg hij dat omdat hij de indruk had dat die grens van 500
woningen voor sommige regio's belemmerend zou kunnen werken. Om te
beginnen kunnen alle gemeenten in Nederland een beroep doen op de
Woningbouwimpuls. Die grens van 500 woningen is gekozen omdat we de
beschikbare middelen willen inzetten waar ze het hardste nodig zijn.
Natuurlijk kost het indienen van een aanvraag tijd. Die grens is er ook
om te voorkomen dat gemeenten heel veel tijd en moeite stoppen in een
aanvraag die niet zo veel kans maakt. De middelen zijn uiteindelijk
beperkt. De grotere projecten zijn meestal wat complexer. Die kennen
vaak ook een groter publiek tekort, omdat er meerdere
randvoorwaardelijke publieke investeringen nodig zijn om die woningbouw
mogelijk te maken. De spreiding door het land is nu natuurlijk niet
perfect, maar het is niet zo dat niet het hele land meedoet met
aanvragen. Voor sommige regio's waar in de eerste tranche misschien nog
geen of te weinig goedkeuringen waren, verwacht ik eerlijk gezegd dat
het in de tweede tranche eigenlijk wel lukt. Dat komt ook doordat wij
gemeenten daarmee helpen. Ik denk dus dat de regiotoets als zodanig niet
nodig is om te zorgen dat er toch gewoon een goede regionale spreiding
is.
Mevrouw Van Eijs vroeg of we voordeel zien in sneller en schoner bouwen
en of we een actieteam innovatie bouw willen. Ze vroeg ook of nieuwe,
innovatieve bedrijven toegang hebben tot het garantiefonds. Natuurlijk
zie ik grote voordelen in sneller, schoner en betaalbaarder bouwen,
zeker. We hebben de afgelopen jaren innovatie in ontwerp in de bouw- en
technieksector ook ondersteund. We hebben een intensieve samenwerking
met alle partijen uit de sector en de Bouwagenda. Ik faciliteer ook
onderzoeks- en innovatieprojecten met subsidies. Dat doen we dus zeker.
Formeel loopt de Bouwagenda dit jaar af. Ik zou dat echter heel graag
willen voortzetten, juist om die innovaties die er zijn, de
digitalisering, het conceptueel bouwen en dat soort zaken, zo veel
mogelijk te benutten. Dat helpt allemaal om het woningtekort sneller in
te lopen. Daarvoor is ook opschaling nodig, maar je moet wel beginnen
met innoveren voordat je kunt opschalen. Dat vergt dus afspraken met de
bouwsector, gemeenten en corporaties. Ik zal de komende maanden in ieder
geval met deze verschillende partijen in gesprek gaan en ik wou de Kamer
daarover begin volgend jaar weer informeren. Dan kan ik ook wat nader
ingaan op de vragen over de toegang tot het garantiefonds.
Over de woningbouw en de bereikbaarheid heeft mevrouw Van Esch een vraag
gesteld. Ik heb daar net al iets over gezegd. Wij hebben daarbinnen
flinke stappen gezet. Wij hebben jaarlijks het bestuurlijk overleg
leefomgeving, waarin ik samen met de collega's van IenW met zeven
regio's spreek. Wij hebben de verstedelijkingsstrategieën, waarin ik dat
ook met elkaar verbind. En ik heb de veertien grootschalige
woningbouwlocaties net ook genoemd. Als je dit alles bij elkaar optelt,
hebben wij in principe in de combinatie bereikbaarheid en woningbouw een
potentieel van zo'n 500.000 woningen. Dat is echt fors.
Nog een paar vragen op het gebied van bouwen. Mevrouw Van Esch had een
vraag over het garantiefonds, maar ook de heer Terpstra had er een vraag
over en de vraag hoe het eigenlijk gaat. Ik heb met de hulp van allerlei
experts in de sector een uitgebreide verkenning gedaan van de
doorbouwgarantie voor nieuwbouwwoningen. Daarmee moeten we de komende
maanden verder werken. Het is een instrument, zo hebben we het ook
aangekondigd op Prinsjesdag, dat we gereedmaken voor besluitvorming en
dus voor eventuele invoering, als de noodzaak daartoe ontstaat. Het is
dus eigenlijk iets om achter de hand te hebben. Gelukkig is er nu nog
geen aanleiding om een garantie voor nieuwbouwwoningen in te voeren,
want de nieuwbouwproductie en de vraag naar nieuwbouwwoningen is
onverminderd hoog. Maar ik ben het wel met de heer Terpstra eens dat als
de situatie op de woningmarkt zou verslechteren, het heel belangrijk is
om het instrument gereed te hebben. Het is dus een kwestie van timing.
Ik zal in ieder geval ook alle financiële risico's, budgettaire
inperking en dat soort zaken in kaart brengen.
De heer Van Otterloo — en het is dacht ik ook een pleidooi van de
Woonbond — vroeg naar een periodieke keuring van woningen, een apk voor
woningen. Ik heb wel eerder in een debat hier gezegd dat ik een
verplichte algemene periodieke keuring van woningen niet zo zie zitten.
Dat zou echt een enorme operatie zijn en ook een heel zware last voor
woningeigenaren, voor woningen waar voor een groot deel helemaal geen
problemen mee zijn. Als er wel bepaalde problemen zijn,
veiligheidsproblemen of anderszins, dan moet er natuurlijk wat gebeuren.
Wij hebben bijvoorbeeld — ik ga straks nog de vraag van de heer Nijboer
over loden leidingen beantwoorden — over risicovolle
gasverbrandingstoestellen afgesproken, ook op aandringen van 50PLUS, dat
alleen maar gecertificeerde installateurs werkzaamheden mogen uitvoeren.
Het zijn dus allemaal specifieke veiligheidsrisico's waarop je heel
gericht een onderzoeksplicht kan instellen. Dat vind ik wel belangrijk,
ook bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van galerijvloeren van oude
galerijflats en dat soort zaken. Dat vind ik belangrijk om te
doen.
Dan de loden leidingen. Ik heb de Kamer vlak voor het zomerreces
geïnformeerd over wat wij allemaal gedaan hebben om de problemen die
daaruit voortvloeien zo klein mogelijk te maken. Ik heb de Kamer ook
toegezegd om daar jaarlijks over te rapporteren. De acties lopen
eigenlijk via de gemeenten. Ik heb ook gezegd dat we de vinger aan de
pols houden. Als er onvoldoende voortgang zou zijn of dreigen, kun je
altijd nog bezien of het zinvol is om een verbod voor loden leidingen
voor alle woningen in te stellen. Maar vooralsnog is daar niet voor
gekozen. Er is wel voor gekozen om stelselmatig te werken aan het
weghalen van die loden leidingen.
De heer Van Otterloo vroeg naar het aantal corporatiewoningen. Hij
stelde dat het aantal door verkoop kan afnemen. Het is altijd zo dat
huurders, gemeenten en corporaties afspraken maken over de lokale
voorraad. Ik vind dat er de afgelopen jaren inderdaad in te beperkte
mate, dus op te beperkte schaal, is bijgebouwd. Ik heb er dus alles aan
gedaan om te zorgen dat er meer sociale huurwoningen worden gebouwd.
Daarom ben ik blij met de bestuurlijke afspraken die ik nu heb met Aedes
en VNG heb gemaakt. Dan hebben we het over 150.000 betaalbare sociale
huurwoningen in de komende twee jaar. Dat is echt heel erg veel en dat
zal dus ook het beeld dat de heer Van Otterloo schetst, doen
kantelen.
De heer Terpstra vroeg naar de uitzondering van corporaties bij de
overdrachtsbelasting. Ik denk dat we daar de komende twee dagen, als het
Belastingplan verder wordt behandeld, nog uitvoerig op terug zullen
komen. Misschien mag ik omwille van de tijd — mevrouw Beckerman vindt
dat in ieder geval een goed idee, zie ik — naar dat debat
verwijzen.
Er is ook een vraag gesteld over de bouw van meer woningen met een huur
tot €400. Ik dacht dat dat een vraag van mevrouw Dik-Faber was; klopt
dat? Ja, zie ik. Met die motie ben ik bezig. De motie roept mij ertoe op
om in kaart te brengen wat er nog meer nodig is om meer goedkope sociale
huurwoningen te bouwen, wat de knelpunten zijn en hoe we dat aanbod
kunnen stimuleren. Er zijn verschillende manieren om de bouw van
woningen tot die kwaliteitskortingsgrens te bouwen. Ik heb dit jaar 50
miljoen euro beschikbaar gesteld voor het versneld realiseren van
huisvesting voor kwetsbare groepen. Dat zijn natuurlijk vaak de mensen
met de kleinste beurs. Juist voor hen wordt er via deze stimulans
gebouwd, in totaal bijna 12.500 woningen. Daar zitten ook veel woningen
bij met een huur tot €400. Ik heb de Kamer er afgelopen vrijdag over
geïnformeerd dat daar nog eens 50 miljoen extra voor beschikbaar wordt
gesteld. Er is ook een vrijstelling van de verhuurderheffing voor de
bouw van tijdelijke en flexibele woningen, waar ik net met de heer
Koerhuis over sprak. Ik wil dit eigenlijk allemaal bij elkaar nemen,
daar lessen uit trekken en die betrekken bij de uitvoering van de motie.
Dan kan ik de Kamer daar begin volgend jaar nader over informeren.
Voorzitter. Dan wil ik overgaan naar het deel wonen.
De voorzitter:
Dat gaan we zo doen. Ik kijk even of er nog interrupties zijn over dit
blokje. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken omdat de
voorzitter eventjes de deur uit moet. Ik ben zo weer terug.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met het blokje wonen. Ik geef het woord aan de
minister.
Minister Ollongren:
Dank, voorzitter. Inderdaad, we gaan verder met wonen, betaalbaar wonen
dan vooral. Bouwen is natuurlijk ongelofelijk belangrijk om te zorgen
dat er voor iedereen een woning binnen handbereik is, maar we moeten ook
fors aan de slag met de bestaande voorraad woningen. Dat gebeurt ook. Ik
vind het zelf erg belangrijk dat ik voor de hele woonbegroting, maar
zeker ook voor de betaalbaarheid, een zo breed mogelijk draagvlak heb in
de Kamer. Want we moeten echt stappen zetten in dit beleid voor mensen
die anders in de knel komen of die al in de knel zitten. Veel van de
maatregelen die hier liggen, zijn dan ook het resultaat van nauw overleg
met de Kamer. Ik ben heel blij met de uitkomst daarvan.
Laat ik beginnen met de leefbaarheid en de verduurzaming van kwetsbare
gebieden. We weten allemaal dat er verschillende gemeenten zijn die
wijken hebben waar de kwaliteit van het bestaande woningaanbod echt
onder de maat is en onder druk staat. Er zijn grote zorgen bij die
gemeenten over de leefbaarheid van die gebieden. We kennen allemaal de
brief van de burgemeesters over de zestien stedelijke
vernieuwingsgebieden. Dat vond ik een krachtig signaal. De problematiek
die zij in die wijken zien, is vaak complex. Het zijn wijken met een
verouderde huizenvoorraad, kwetsbare bewoners, sociaal-economische
problemen en veiligheidsproblemen. We zien — dat was ook het signaal van
de zestien burgemeesters, denk ik — dat deze mensen extra getroffen
worden door de gevolgen van de coronacrisis. Hun situatie verdient dus
echt een flinke inspanning, zodat ook zij vooruitzichten hebben die
andere mensen in Nederland ook hebben, zodat ook zij weten dat ze in een
veilige omgeving en zo prettig mogelijk kunnen wonen.
Ik ben heel blij dat we nu 450 miljoen euro beschikbaar kunnen stellen
voor het volkshuisvestingsfonds. PvdA en GroenLinks hebben er heel vaak
aandacht voor gevraagd, maar ik weet dat ook andere partijen in de Kamer
precies dit punt heel belangrijk vinden. Ik denk dus dat daar hele brede
politieke steun voor is. De een zal wat meer nadruk leggen op de kansen
die het biedt voor de mensen die daar wonen en de verbetering van de
veiligheid, en de ander zal wat meer nadruk leggen op de
herstructurering en verduurzaming van de woningvoorraad, maar volgens
mij gaat het over al die dingen. Het is mooi als zo veel partijen zich
daarachter kunnen scharen. Leefbaarheid, duurzaamheid, veiligheid: het
betekent gewoon het vervangen en opknappen van verouderde, echt slechte
woningen. We zullen dus een forse slag kunnen maken in het
herstructureren en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Daarmee
kunnen we zorgen dat het aanbod van goede, betaalbare woningen in die
wijken in Nederland echt verbetert.
Er zitten natuurlijk ook maatregelen in voor mensen die moeilijk aan een
woning kunnen komen, zoals starters, mensen met een kleine portemonnee
en huurders die de eindjes aan elkaar moeten knopen. Het is een reeks
aan maatregelen. De overdrachtsbelasting wordt afgeschaft voor starters
onder de 35, met een cap op €400.000. Wie een laag inkomen heeft en een
hoge huur bij een woningbouwcorporatie, kan rekenen op een
huurverlaging. Dat zal gelden voor ongeveer 260.000 huurders, die per
maand dan gemiddeld €40 minder zullen betalen. De WOZ gaat minder zwaar
meetellen in het woningwaarderingsstelsel. We beperken de stijging van
de huurprijzen in de gereguleerde en de vrije sector tot maximaal 1%
boven op de inflatie. De inkomensgrenzen voor eenpersoonshuishoudens die
in aanmerking komen voor een sociale huurwoning blijven gelijk.
Daarnaast gaat de inkomensgrens voor meerpersoonshuishoudens tijdelijk
omhoog, waardoor meer gezinnen in aanmerking komen voor een sociale
huurwoning. Zoals ik al heb gezegd, is er 20 miljoen beschikbaar voor de
huisvesting van ouderen. Ook is er 50 miljoen extra, waarmee gemeenten
kunnen voorzien in flexibele huisvesting voor kwetsbare groepen, zoals
dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, statushouders en andere
spoedzoekers.
Voorzitter. Ik wil hier ook benadrukken, als een soort inleiding bij
alle vragen die hierover zijn gesteld, dat de maatschappelijke rol van
de woningbouwcorporaties hierin echt ontzettend belangrijk is. Met de
huidige maatregelen, zoals die 200 miljoen die ik beschikbaar stel voor
de korting op de verhuurderheffing en de tijdelijke vrijstelling van de
marktverkenning, hebben corporaties ruimte om op korte termijn te
investeren in betaalbare woningen. Tegelijkertijd zien we dat ze op de
lange termijn ruim 30 miljard tekortkomen om hun maatschappelijke taak
te kunnen invullen. Dat is nu nog niet het geval, gelukkig. We kunnen nu
dus echt inzetten op investeren en bouwen. Maar richting 2035 zijn er
echt structurele maatregelen nodig. Het is goed dat we die al in beeld
hebben; dat is ruim op tijd. Maar het is aan een volgend kabinet om
daarin keuzes te gaan maken.
Voorzitter. Een aantal vragen gingen vooral over de doelgroepen. Laat ik
beginnen met de heer Kops. Hij vroeg mij om de keiharde toezegging dat
er komend jaar geen enkele woning aan een statushouder wordt toegewezen.
Dat kan ik niet toezeggen en dat wil ik ook niet. Het huisvesten van
statushouders is iets waar we samen aan moeten werken, en ik denk dat
dat ook in het belang is van ons allemaal. Het kabinet heeft ingezet op
snelle integratie, participatie en het leveren van een bijdrage aan de
Nederlandse samenleving. Huisvesting hoort daar gewoon bij.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Kops of dat een reden was voor een
interruptie.
De heer Kops (PVV):
Als dat mag, heel graag.
27.000 statushouders moeten er gehuisvest worden in één jaar. Dat zijn
echt bizarre aantallen. Daar valt letterlijk niet tegenop te bouwen.
Zoveel sociale huurwoningen worden er niet eens gebouwd in één jaar, nog
afgezien van het feit dat er ook woningen uit de sociale voorraad
verdwijnen. Waar moeten die statushouders in hemelsnaam dan terecht, als
je dat überhaupt zou willen? En welke gevolgen heeft dat dan voor de
Nederlanders? Want uit onderzoek van de Woonbond blijkt dat de wachttijd
voor een sociale huurwoning de afgelopen jaren verder is opgelopen en
dat het aantal sociale huurwoningen is afgenomen. En dan moeten er ook
nog 27.000 statushouders in één jaar worden gehuisvest. Dat is toch
onmogelijk. Dat kan toch niet. Wat voor gevolgen heeft dat dan voor die
Nederlanders?
Minister Ollongren:
Ik ben op zich al blij, want de heer Kops zei eerst: er moet geen enkele
statushouder worden gehuisvest. En nu praten we samen al over de
huisvesting van 27.000 statushouders. Dat is al een hele vooruitgang.
Ja, dat is veel. Dat geef ik ook toe. Mevrouw Broekers-Knol en ik hebben
dat ook overlegd met de gemeenten en de provincies, die daarin ook een
rol spelen. We realiseren ons allemaal dat het veel is, ook omdat het in
een keer komt. We hadden ook liever gezien dat het wat geleidelijker was
gegaan, maar het heeft ook te maken met een opschoning aan de kant van
de IND. Ook willen we heel graag dat mensen die hier een status krijgen
en dus recht hebben op verblijf in Nederland, niet lang in een azc
verblijven als dat helemaal niet meer nodig is, maar zo snel mogelijk
kunnen werken of hun opleiding kunnen vervolgen en gewoon onderdeel
kunnen worden van die samenleving. Daar hoort bij dat die mensen ook
ergens moeten kunnen wonen, het liefst daar waar er ook werk is. Dat
maakt het nog iets complexer. Het gaat niet alleen maar om huisvesting.
Nee, het gaat ook om huisvesting op plekken waar er economisch
perspectief is. De gemeenten zijn zich daarvan zeer bewust en hebben
natuurlijk ook opgaven voor andere mensen. Dat doet daar ook helemaal
niks aan af. Gelukkig is er wel wat mobiliteit op de woningmarkt, maar
het betekent ook een forse opgave in het bijbouwen en het optimaal
benutten van alle beschikbare ruimte via transformatie en via tijdelijke
woningbouw. Maar het is wel een opgave waar we samen voor staan.
De heer Kops (PVV):
Nou ja, het is natuurlijk treurig, heel treurig, naar al die
Nederlanders toe. Dagelijks krijgen we mails van mensen die op zoek zijn
naar een woning, die jarenlang op de wachtlijst moeten staan en die die
woning gewoon niet krijgen. En dan wordt er nu doodleuk gezegd: in één
jaar tijd moeten er 27.000 statushouders worden gehuisvest. Dat gaat dus
gewoon gebeuren in één jaar tijd. Dat kun je toch niet uitleggen aan al
die Nederlanders die wel netjes op een woning moeten wachten? En dan
vergeet de minister een oplossing te noemen: verblijfsvergunningen
intrekken en die statushouders terugsturen. Dát is de oplossing. Die
woningen zijn voor de Nederlanders, niet voor statushouders. Dat hebben
de kabinetten-Rutte al genoeg gedaan. 110.000 sociale huurwoningen in de
afgelopen tien jaar zijn al toegewezen aan statushouders. Het is een
keer genoeg. Woningen voor de Nederlanders!
Minister Ollongren:
Nou ja, de heer Kops en ik kijken hier verschillend tegenaan. Feit is
gewoon dat als iemand een statushouder is, hij recht heeft op het
verblijf in Nederland. Ik vind dat iedere Nederlander en iedere
statushouder die geen woning heeft, zo snel mogelijk een woning moet
krijgen. Het is ook een kerntaak van gemeenten om voor woonruimte te
zorgen. Daarvoor maken ze ook afspraken. Dat doen ze met de corporaties
die actief zijn in hun gemeente. Daar maken ze politieke afspraken over.
En als de voorraad zelf onvoldoende is, dan moeten ze manieren vinden om
die voorraad uit te breiden. Dat is natuurlijk overal verschillend.
Nogmaals, het is niet makkelijk maar we staan samen voor die opgave.
Mevrouw Broekers-Knol en ik hebben daar afspraken over gemaakt met de
VNG, met de provincies en met de gemeenten zelf.
De voorzitter:
Ik stel voor dat de minister doorgaat met de beantwoording.
Minister Ollongren:
De heer Koerhuis vroeg of woningbouwcorporaties woningen mogen verkopen
aan starters. Ja, dat mogen ze. Ze kunnen zelfs kortingen geven bij die
verkoop als het om huishoudens met een laag inkomen gaat. Dat kan dus
als het een koper met een laag inkomen betreft die er zelf gaat wonen.
Dat zijn soms zelfs forse kortingen, die kunnen oplopen tot 50%. Dat is
dus inderdaad een instrument dat corporaties hebben.
De heer Terpstra, en ik meen ook nog iemand anders, vroeg naar de
premiekoopwoningen, het oude concept van de premie A-woningen. Het
klinkt op zich natuurlijk sympathiek, maar je moet er bij dit soort
dingen natuurlijk wel altijd een beetje op letten dat het niet per saldo
tot hogere prijzen leidt. Dat is hier toch het geval. Als leningen
worden verstrekt door de overheid zou dat invloed kunnen hebben op de
huizenprijzen. De vraag is dus of dat een duurzame oplossing is. Ik ben
het met iedereen eens die zegt dat de meest effectieve manier om de
starters een betere positie te geven, "meer bouwen" is. Dat doen we met
de woningbouwimpuls. De partij van de heer Terpstra heeft ook aan de
wieg gestaan van de extra middelen voor de woningbouwimpuls. Het tweede
is het vrijstellen van starters van de overdrachtsbelasting en het derde
is gemeenten de mogelijkheid geven om opkoopbescherming in te voeren. Ik
denk dus dat we heel veel doen. De herintroductie van de premie
A-woningen was niet iets wat op dit moment op mijn agenda stond.
Een andere suggestie van de heer Terpstra, en ik meen ook de heer
Koerhuis, waren de startersleningen. Ik kan geld ook maar één keer
uitgeven. Ik zou het dus niet verstandig vinden om nu middelen uit de
woningbouwimpuls te halen om die in te zetten voor startersleningen. Dat
leidt niet direct tot extra woningen. Bovendien is het risicovol, want
je laat starters extra lenen. Ik weet niet of dat nou zo verstandig is.
Dus ook hiervoor geldt: het bouwen van extra woningen is de meest
effectieve manier om de positie van starters op de woningmarkt
structureel te verbeteren. Dat doen we. Dat doen we vanuit de
woningbouwimpuls, dat doen we via de 0%-tarieven in de
overdrachtsbelasting, dat doen we via de opkoopbescherming.
Startersleningen als zodanig zouden misschien een effectief instrument
zijn op het moment dat er vraaguitval is op de woningmarkt, maar dat is
nog niet zo. Overigens, het EIB-rapport dat werd aangehaald, gaat ook
uit van die vraaguitval. Dus zoals ik net al zei: die doorbouwgarantie
moeten we onderzoeken en klaar hebben staan "voor het geval dat". Dat
zullen we ook doen. Dat is dus ook als er zich vraaguitval zou voordoen.
Maar gegeven de huidige omstandigheden zou ik zeggen: laten we die
middelen nou inzetten om te bouwen en niet voor startersleningen.
Onder anderen de heer Smeulders vroeg naar de studentenhuisvesting. Er
loopt een landelijk actieplan studentenhuisvesting. Er wordt heel hard
aan gewerkt om voor meer studentenhuisvesting te zorgen. We hebben ook
actuele cijfers en we houden dat heel goed in de gaten. Vorig jaar zijn
er bijna 8.000 nieuwe studentenwoningen gerealiseerd en er liggen
plannen voor 26.000 nieuwe studentenwoningen, waarvan 14.000 door de
gemeenten ook echt als hard worden bestempeld. Bij de woningbouwimpuls
hebben we ook de aanvraagdocumentatie van de tweede tranche wat
aangescherpt, zodat we daar beter zicht op hebben en beter op kunnen
sturen. Maar ook de eerste tranche laat zien dat het geld ook ten goede
komt aan studentenhuisvesting, want 8 van de 27 projecten hebben in
ieder geval deels studentenhuisvesting in het plan zitten.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Het is hoopvol dat er nu een aantal projecten voor studentenhuisvesting
is. Maar we weten ook dat er een enorm tekort is, zoals bleek uit de
brandbrief die vandaag kwam. Ik werd een beetje getriggerd door het
voorstel van de heer Koerhuis en Terpstra, om dan maar geld uit die
woningbouwimpuls te halen en in startersleningen te stoppen. Is het dan
niet interessanter om in de voorwaarden van die woningbouwimpuls
nadrukkelijker op te nemen dat die extra woningen die gebouwd worden,
ook voor studenten en starters zijn? Zou het kabinet daarnaar willen
kijken?
Minister Ollongren:
Ik zei al dat we natuurlijk hebben geleerd van de eerste tranche. Want
in de tweede tranche hebben we de aanvraagdocumentatie in die zin verder
aangescherpt om ook te kunnen beoordelen welke doelgroepen er eigenlijk
in zo'n project zitten. Dan vind ik starters en studenten inderdaad
belangrijke doelgroepen, want daar zijn grote tekorten. Dat is dus
logisch. Maar als je het helemaal gaat afschermen, dus echt hekken gaat
zetten om budgetten voor doelgroepen — het maakt niet uit welke
doelgroepen — dan ben je misschien minder effectief bezig met de inzet
van die middelen voor de woningbouwimpuls. Tegelijkertijd zie je nu al
dat het in een aantal projecten zit. Ongeveer een kwart van het geheel
had studentenhuisvesting in z'n voorstellen zitten. Hetzelfde geldt voor
starters. Ik denk dat het verstandig is om daar in die tweede tranche op
te wijzen, en ook in het overleg met gemeenten dat we nu voeren. In de
woondeals kijken we natuurlijk ook naar specifieke groepen. Een beetje
afhankelijk van de regio probeer je dat natuurlijk ook te finetunen. Dus
ik vind wel dat het daar onderdeel van zou moeten zijn, maar ik zou het
niet helemaal willen afschermen om het alleen nog maar voor doelgroepen
te besteden.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik voel me dan natuurlijk ook geroepen om voor de senioren op te komen,
want juist vanwege het rapport van de commissie-Bos blijkt dat er heel
weinig vooruitgang zit in het creëren van de seniorenwoningen die het
gat moeten opvullen tussen verpleeghuis en het thuis wonen, om ervoor te
zorgen dat mensen langer thuis kunnen wonen en dat de wooncarrousel op
gang gebracht wordt met doorstroming. Ik zou die zeker niet willen
opofferen voor alleen de instroom. Er zal ook doorstroom moeten
zijn.
Minister Ollongren:
Dat kan ik alleen maar onderstrepen. Dit is een terechte opmerking. We
hadden het nu toevallig over studenten en starters, maar dit is ook een
doelgroep en een belangrijke groep op de woningmarkt. Ik ben het dus
eens met de heer Van Otterloo.
De voorzitter:
De minister gaat door met haar beantwoording.
Minister Ollongren:
Ja, en dan wil ik toch nog iets zeggen over studentenhuisvesting, omdat
mevrouw Van Eijs daar ook naar vroeg. Zij vroeg naar de brief van Kences
over studentenhuisvesting. We hebben de landelijke monitor
studentenhuisvesting. Die heeft de Kamer ook gekregen. Dat is eigenlijk
een monitor waarmee we vraag en aanbod beter in kaart brengen op lokaal
niveau. De vraag blijft stijgen; de heer Smeulders zei het ook al. We
zijn door de samenwerking die er nu is toch aan het werken aan een
voorzichtige daling van het tekort. Ik heb de aantallen net genoemd. Dat
is echt een goede ontwikkeling. Het verschilt natuurlijk ook wel weer
per studentenstad. Daarom vind ik die monitor zo belangrijk. Daardoor
houden we zicht op de cijfers en kunnen we ook op lokaal niveau het
specifieke gesprek met elkaar voeren en bekijken wat er extra nodig is.
Dat is de werkwijze: er is een landelijk actieplan, er is een monitor en
we bekijken lokaal wat er nodig is, wat we moeten doen en hoe we het
kunnen oplossen.
De voorzitter:
Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Van Eijs.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Misschien had ik in mijn vraagstelling iets duidelijker moeten zijn,
maar de brandbrief was niet afkomstig van Kences maar juist van de
particuliere verhuurders, die bijvoorbeeld ooit een keer een pand voor
hun kinderen hebben gekocht en nu drie kamers in dat huis verhuren. Zij
merken dat gemeenten heel erg beperkende maatregelen opleggen. Nu
spreken we graag met elkaar over huisjesmelkers en vinden we daar
allemaal het een en ander van, maar er zijn ook gewoon prima huisbazen
waardoor studenten soms ook wel genieten van vrijheden die een
corporatiewoning niet altijd biedt. Ik ken het verschil en ik denk dat
iedereen die gestudeerd heeft dat wel kent. Zij hebben dus een
brandbrief gestuurd. Ik snap dat de minister daar nu niet meteen op kan
antwoorden, maar ik zou het fijn vinden als zij daar wel naar zou willen
kijken en misschien iets van een reactie kan geven daarop.
Minister Ollongren:
Ja, dat zeg ik mevrouw Van Eijs toe. Ik ga even na welke brief dat was.
Dat zal ik doen.
Voorzitter. Er waren ook een aantal vragen over de kwetsbare gebieden en
de plannen die we daarvoor hebben; ik noemde het in mijn inleiding al
kort. Er komt een volkshuisvestingsfonds van 450 miljoen. Ik dacht dat
de heer Koerhuis vroeg hoe we dat eigenlijk gaan vormgeven en of daar
ook een nationaal coördinator bij in beeld zou kunnen zijn. Allereerst
vind ik het fijn om te horen dat leefbaarheid en veiligheid ook
prioriteit zijn voor de VVD. Ik denk dat de heer Koerhuis doelde op hoe
het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is ingericht. Daar wordt op die
manier gewerkt. De voorzitter van het programma is overigens gewoon de
burgemeester van Rotterdam. Met de governance en het werken met een
dedicated programmacoördinator, die er echt voor zorgt dat het doorgaat,
zijn wel goede ervaringen opgedaan. Daar moeten we ons zeker door laten
inspireren, maar hoe we dit precies gaan vormgeven, ga ik gewoon nog
heel goed bekijken. Het moet in ieder geval tegemoetkomen aan wat
gemeenten zelf nodig hebben voor de herstructurering van juist die oude
wijken. De gemeenten moeten daar zelf een rol in kunnen spelen. Ik denk
toch aan een publiek-privaat iets. Maar de uitwerking moet nog vorm
krijgen.
De heer Koerhuis zei ook dat stedelijke herstructurering is uitgezonderd
van overdrachtsbelasting als een stedelijke ontwikkelingsmaatschappij
wordt opgericht. Hij vroeg of deze uitzondering blijft bestaan voor
gebieden in het woon- en volkshuisvestingsfonds. Daar geldt eigenlijk
hetzelfde voor. Dit is een vraag naar de uitwerking, terwijl de
uitwerking nog moet geschieden. Maar ik wil wel proberen de Kamer voor
het eind van het jaar over die vormgeving te informeren. Ik zal zorgen
dat daar hard aan wordt doorgewerkt.
De heer Terpstra vroeg naar de opkoopbescherming. Dat is een
wetswijziging. Die heeft natuurlijk prioriteit. Er is hard aan gewerkt
en die is nu zo ver dat ik denk dat het conceptwetsvoorstel binnen twee
weken in consultatie kan komen.
Nu Vestia, waar de heer Nijboer aandacht voor vroeg. Ik ben het met hem
eens. Hij vraagt daar vaker aandacht voor. Ik ben me ervan bewust dat
dit belangrijk is, natuurlijk ook voor de regio waar Vestia actief is.
Ik heb de Kamer erover geïnformeerd dat ik een bestuurlijk regisseur heb
aangesteld, Hamit Karakus, die bezig is met de overdracht van het bezit
van Vestia naar andere corporaties. Al het instrumentarium dat we
inzetten, de korting op de verhuurderheffing, de woningbouwimpuls, het
fonds dat eraan komt, kunnen natuurlijk ook een bijdrage leveren aan die
regio. Maar feit is gewoon dat Vestia nog steeds een grote en
langlopende leningenportefeuille heeft, en dat maakt het extra
ingewikkeld voor Vestia om bijvoorbeeld zijn volkshuisvestelijke taken
in te vullen. Maar ik vind het wel heel belangrijk om daaraan verder te
werken, om te zorgen dat er een structurele oplossing is. Voor het eind
van het jaar zal ik de Kamer informeren over de stappen die ik kan nemen
om te zorgen dat er een oplossing op tafel komt. Maar de sector zelf
speelt daarin natuurlijk een heel belangrijke rol. En Aedes heeft ook
een adviescommissie ingesteld, en die komt begin volgend jaar met een
advies.
Een aantal overige vragen over betaalbaarheid. Mevrouw Beckerman vroeg
naar de noodknop. Ik heb de Kamer in mei geïnformeerd over hoe ik
daaraan invulling geef: dat is dus door die jaarlijkse huurprijsstijging
in de vrije sector te maximeren. Daarvan hebben we gezegd — dat is net
ook door de heer Smeulders en de heer Nijboer onder de aandacht gebracht
— dat we die huurprijsstijging maximeren op de inflatie plus 1%, in
plaats van inflatie plus 2,5%. Ik vind dat belangrijk. Huurders worden
hiermee beschermd tegen echt ongebreidelde huurverhogingen, en het is
een belangrijke bijdrage om te zorgen dat de huren betaalbaar
blijven.
De voorzitter:
Ik heb dan nog een interruptie voor u van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja. In tien jaar Rutte zijn de huren natuurlijk flink gestegen: 26% in
de sociale sector, 44% erbij in de vrije sector. Dat zijn echt
ongelofelijke aantallen. En nu zegt de minister: we doen nu voor de
vrije sector inflatie plus 1%. Tja, een gemiddelde huur is €1.000, dus
dat is er gewoon weer €20 bij per maand. Denkt de minister dat dat echt
genoeg zal zijn, weer een huurverhoging om het betaalbaar te
maken?
Minister Ollongren:
Nou ja, mevrouw Beckerman noemt tien jaar Rutte. Ik denk wel dat het
voor het eerst in tien jaar Rutte is dat er een maximum wordt gezet op
de huurprijsstijgingen in de vrije sector. Dat is nogal een unicum. Ik
sta daar volledig achter. Sterker nog, ik ben heel blij dat ik als
minister nu deze stap mag zetten. Want we stellen gewoon een grens in
die vrijehuursector, en dat is nog niet eerder vertoond in die tien jaar
Rutte. En tegelijkertijd wil ik ook wel onderstrepen — mevrouw Dik-Faber
zei dit zonet ook — dat alle verhuurders ook andere taken hebben. Dus we
willen ook graag dat er wordt gebouwd en verduurzaamd, dus bijvoorbeeld
ook dat de kosten voor de verhuurders stijgen voor het onderhoud dat ze
moeten plegen. Om daar nog net voldoende ruimte voor te hebben, is die
kleine ruimte die nog wordt geboden, denk ik, noodzakelijk.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is toch lastig om een unicum te zien in die hogere huren, want
eigenlijk vanaf het begin van dit kabinet heeft de minister beloofd:
nee, ik kom echt met een rem. En dan komt er pas na drie jaar een heel
klein beetje, en dan wordt er gezegd dat dat wel een trendbreuk is. Tja,
dat is dan wel een trendbreuk, maar nog steeds een huurverhoging. Mijn
vraag was dit. U heeft met heel veel regio's afspraken gemaakt, en in
die afspraken zat die noodknop. Dat was huurverlaging, huurbevriezing.
Zijn die regio's hier wel zo blij mee, zo vraag ik aan de
minister.
Minister Ollongren:
Nou, ik denk dat mevrouw Beckerman hier nu wel een eigen invulling aan
geeft. We hebben steeds gekeken naar wat we kunnen doen, hoe we een
noodknop kunnen bouwen die ook werkt, en wel op zo'n manier dat het fijn
is voor de huurders, die zich verzekerd weten van niet enorme
huursprongen, en die dit tegelijkertijd voor de verhuurders mogelijk
maakt. Ik weet dat mevrouw Beckerman het woord niet zo graag hoort, maar
— zeg maar — het investeringsklimaat moet wel aantrekkelijk genoeg zijn
om ervoor te zorgen dat er ook gewoon gebouwd blijft worden. Dus ik denk
dat we daarin iets gaan doen wat eigenlijk vrij uniek is en wat
tegelijkertijd niet een enorme inbreuk doet op het eigendomsrecht,
waardoor het het straks niet eens zou gaan halen bij de rechter. Tja,
dat vergt wel zorgvuldigheid. Maar nogmaals: ik ben echt heel blij. Ik
had het zelf iets ruimer voorgesteld, maar ik ben blij met de steun nu
van PvdA en GroenLinks voor inflatie plus 1%. Ik vind dat een
verstandige stap. Ik denk dat als we helemaal niks hadden gedaan, dat
ook voor mevrouw Beckerman veel erger was geweest. En dit is toch een
mooie stap: de beheersing, ook in de vrije sector, van de huren in
Nederland.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de klok. Ik weet niet hoeveel antwoorden
er nog liggen. Gezien de stapel, dacht ik niet zo heel veel meer, maar
ik probeer toch eigenlijk wel tegen 21.00 uur tot een afronding van deze
termijn te komen.
Minister Ollongren:
Ik zal mijn best doen, voorzitter.
De waarborgsom, een vraag van de heer Smeulders. In Nederland kennen we
inderdaad het systeem zoals de heer Smeulders het zei. We kennen niet
een systeem met betalingen aan een derde instantie; het gaat gewoon naar
de verhuurder. Ik vind dit toch wel een interessant punt. Ik zou wel
willen onderzoeken wat de ervaringen in Engeland zijn met het systeem
dat ze daar hebben. Ik neem dus aan dat het daar zo is als de heer
Smeulders zei. Dat zou in beeld kunnen brengen wat de voor- en nadelen
daarvan zijn. Ik weet het niet precies, maar als hij daar prijs op
stelt, dan wil ik het onderzoeken en daar nog op terugkomen.
De Huurcommissie. Dat is wel een belangrijk punt. De heer Smeulders,
maar ook anderen als mevrouw Van Eijs, dacht ik, hebben daarnaar
gevraagd. Ja, er zijn achterstanden bij de Huurcommissie. Dat is een
feit. De Huurcommissie heeft in samenwerking met deze Kamer een
actieplan opgesteld. Dat is natuurlijk heel belangrijk. Huurbescherming
en laagdrempeligheid staan daarbij echt voorop. De Huurcommissie gaat
kennelijk vaker voorzittersuitspraken toepassen bij zaken waarin
eigenlijk geen twijfel is over de uitkomst. Dat zorgt ervoor dat
huurders en verhuurders sneller worden geholpen. Belangrijk voor mij is
dat tegen zo'n voorzittersuitspraak altijd verzet blijft openstaan,
waardoor zo'n zaak dus alsnog op een zitting kan worden behandeld.
Daarmee is hoor en wederhoor geborgd, wat cruciaal is. In andere
situaties kunnen huurder en verhuurder kiezen hoe hun verzoek wordt
afgehandeld en versneld: een schriftelijke uitspraak, het indienen van
een schriftelijke reactie, of een behandeling op een videozitting in
verband met corona. Dat zorgt ervoor dat huurders sneller worden
geholpen. Dus de Huurcommissie zorgt voor de communicatie en is
bereikbaar voor vragen. De Huurcommissie verwacht dat met deze
maatregelen rond eind volgend jaar de werkvoorraad, of eigenlijk de
achterstand, is weggewerkt tot wat een reguliere werkvoorraad is, en dat
ze daarmee weer voldoet aan de wettelijke termijnen, dus dat er geen
achterstanden meer zijn. Mevrouw Van Eijs vroeg daarop: hebben ze dan
ook meer middelen nodig? Nou, er zijn extra kosten verbonden aan de
uitvoering van het actieplan. Daar heb ik ook uitvoerig overleg over
gehad met de Huurcommissie. Ik zorg er gewoon voor dat ze voldoende
middelen hebben om hun werk naar behoren uit te voeren. Daarnaast zet de
Huurcommissie door maatregelen natuurlijk ook in op het vergroten van de
efficiëntie van haar werkwijze, dus die maatregelen leiden niet altijd
tot meer werk, maar soms ook gewoon tot een snellere behandeling. Maar
dat moet dus niet het knelpunt zijn, zo zeg ik tegen mevrouw Van
Eijs.
Voorzitter. Dan vroeg de heer Terpstra naar de ingediende motie.
De voorzitter:
Alvorens de minister verdergaat nog een interruptie van mevrouw Van
Eijs.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ja. Heel goed om te horen dat u in ieder geval zorgt dat er genoeg geld
is om die werkwijze te verbeteren, maar er komen natuurlijk nieuwe taken
op ze af. Dus ik vroeg me af of er wel is gezorgd dat, nu we ook die
huurverhogingen in de vrije sector aan banden gaan leggen, mensen als ze
er niet uit komen met hun verhuurder, ook daadwerkelijk bij de
Huurcommissie terechtkunnen. En voor de verlaging voor de mensen met een
kleine portemonnee en de sociale huurwoningen komt er natuurlijk ook
werk bij; dat staat zo in het wetsvoorstel en dat is ook ingeschat. Is
dat ook gedekt?
Minister Ollongren:
In financiële zin: ja. Dat moet dan nog gebeuren natuurlijk, maar als de
Huurcommissie extra taken krijgt, dan moet ze ook extra middelen voor
die taken krijgen. Maar ik had het eigenlijk vooral over die
achterstanden, die inmiddels gewoon zijn opgelopen. We hadden natuurlijk
liever gezien dat die al eerder en sneller hadden kunnen worden
weggewerkt, maar daarbij heeft corona echt niet meegeholpen. Maar ik ben
het eens met mevrouw Van Eijs: extra taken betekenen extra
middelen.
De voorzitter:
De heer Nijboer heeft ook een interruptie.
De heer Nijboer (PvdA):
Ja, omdat dit toch wel belangrijk is. Als je in een huis zit ... Je hebt
natuurlijk huisjesmelkers die veel te veel huur vragen. Nu duurt het
soms wel een jaar of anderhalf jaar voordat mensen een keer hun recht
kunnen halen. En sommigen verliezen natuurlijk gewoon hun inkomen, zoals
zzp'ers of mensen die in het theater of de horeca werken. De minister
zegt dat het de komende maanden wordt opgelost, maar eigenlijk had het
zover niet moeten komen. Dus hoe weten wij nou zeker dat dat komende
maanden ook echt wordt opgelost? Het is namelijk niet de eerste keer dat
we hier over de Huurcommissie en de problemen van die wachtlijsten
praten.
Minister Ollongren:
Nee, dat klopt. Daarom zei ik dat ook aan het begin. Het is natuurlijk
vervelend dat die achterstand er is. Ik vind wel dat de Huurcommissie
met dit actieplan ... Als je ernaar kijkt, dan denk je: dit is een goede
manier om dit aan te pakken en die achterstanden weg te werken. Het is
natuurlijk ook zo dat het een beetje van de zaak afhangt hoelang het
duurt. Bijvoorbeeld, de hoogte van de huur kan in principe sneller dan
als het gaat om iets wat met de kwaliteit van de woning te maken heeft,
waarbij de Huurcommissie ook echt bij de huurder thuis in het huurhuis
moet komen. Daar zit nu vaak een knelpunt. Dus het is niet zo dat alle
zaken per definitie zo lang duren. Maar ik ben het gewoon met de heer
Nijboer eens dat dit een heel onwenselijke situatie is en ik help de
Huurcommissie zo goed mogelijk om te zorgen dat het belangrijke werk
voor de huurders en de verhuurders gewoon gebeurt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door met de beantwoording.
Minister Ollongren:
Dank. Nu de motie waar de heer Terpstra naar vroeg. Dat is een motie die
ertoe oproept om "in overleg te treden met het Platform hypotheken over
de ervaringen die zijn opgedaan met hypotheekverstrekking op basis van
huurlasten". Ik dacht dat daarbij zowel "maatwerkhypotheken" als
"duurhuurders" de termen waren. We hebben de pilot huurverklaring van
BLG Wonen, die waardevolle inzichten geeft in die maatwerkmogelijkheden
voor duurhuurders. Uit die pilot blijkt dat er binnen de leennormen meer
mogelijkheden zijn voor huurders om een hypotheek af te sluiten dan soms
wordt gedacht. BLG adviseert om de informatievoorziening voor huurders
die willen kopen, te verbeteren, en doet ook aanbevelingen voor
adviseurs en hypotheekverstrekkers om beter gebruik te maken van
maatwerk in de praktijk. Ik wil deze aanbeveling met de sector gaan
bespreken. Dat doen we in het Platform hypotheken, waar ik goede
ervaringen mee heb. Dan kan ik uw Kamer begin volgend jaar informeren
over de uitkomsten die ik in dat platform met de verschillende actoren
heb behaald.
Tot slot nog een aantal vragen over wonen. Maar het laatste is echt niet
zo veel meer, voorzitter. Er zijn wat minder vragen gesteld over het
onderdeel ruimte. De heer Koerhuis heeft aandacht gevraagd voor een
individuele casus van een woningbouwcorporatie. Dat begrijp ik. In
algemene zin zou ik willen zeggen dat alle partijen hun
verantwoordelijkheid moeten nemen als mensen op straat dreigen te komen,
zeker in de huidige crisissituatie. Corporaties mogen woningen niet
zomaar overdragen aan gezinsleden; dat is natuurlijk wel een punt. Dus
huurwoningen zijn op grond van het Burgerlijk Wetboek niet overerfbaar,
maar dat is wat anders. Natuurlijk moeten corporaties proberen in dit
soort situaties, ook het voorbeeld dat de heer Koerhuis noemde, een
oplossing te vinden die past bij het specifieke geval, bij die
individuele casus. Het beeld dat ik heb gekregen, is dat dat ook is
gebeurd in het voorbeeld dat de heer Koerhuis noemde.
Nu vroeg hij: zou het ook nuttig zijn om een commissie in het leven te
roepen? In principe denk ik dat huurders en gemeenten in hun lokale
samenwerking echt wel in staat zijn om dit soort dingen gewoon op te
lossen. Ik zou wel met Aedes kunnen gaan praten over wat voor ervaringen
corporaties hebben en hoe corporaties er beter voor kunnen zorgen om die
menselijke maat een beetje in de gaten te houden, zodat we niet met dit
soort gevallen worden geconfronteerd in de media, maar dat dit gewoon
netjes wordt opgelost.
Het biedingsproces van koopwoningen. De heer Terpstra wilde dat graag
transparanter en opener. Sowieso zou het onwenselijk zijn als
consumenten onder druk van de markt akkoord gaan met voorwaarden waar ze
niet achter staan. Dat is een. Consumenten- en brancheorganisaties
hebben hier een eigen verantwoordelijkheid. Die moeten natuurlijk zorgen
voor een transparant en helder proces. Maar transparantie van het
biedingsproces ... Nou, ik vind het op zich sympathiek dat het wordt
opgebracht door de heer Terpstra, omdat ik denk dat transparantie
eigenlijk altijd helpt bij dit soort dingen. Ik kan de cijfers die hij
noemde niet staven. Hij zei dat hij makelaars had gesproken die zeiden
dat het honderd procent is via dit soort inschrijvingen. Dat neem ik van
hem aan. Ik kan dat niet staven met eigen gegevens, maar ik zal wel naar
aanleiding van dit signaal met de branche- en consumentenorganisaties
dat gesprek aangaan en kijken wat voor mogelijkheden er zouden zijn om
dat te verbeteren en ook meer transparantie in het biedingsproces te
creëren. En daar zal ik de Kamer dan begin volgend jaar over
informeren.
De huisuitzettingen zijn een ander belangrijk punt waar de heer
Smeulders, mevrouw Van Eijs en de heer Koerhuis vragen over hadden. Over
huisuitzettingen hebben we tijdens de eerste coronagolf natuurlijk
gewoon afspraken gemaakt. En ook afgelopen maand heb ik met die
verhuurdersorganisaties en de branchevereniging afspraken gemaakt om
huisuitzettingen te voorkomen, en eigenlijk de afspraak van maart 2020
voor deze periode hernieuwd. Ook de leegstandbeheerders hebben een eigen
statement uitgegeven dat daarbij aansluit. En de hypotheekverstrekkers
hebben aan het begin van de coronacrisis gezegd dat zij een passende
oplossing zouden vinden voor huiseigenaren die financieel in de knel
zouden raken. Dus eigenlijk moet de hele branche gewoon actief zijn en,
juist als het moeilijk is qua corona en mensen eigenlijk geen kant op
kunnen omdat ze gewoon over hun huis moeten kunnen beschikken, met
maatwerk oplossingen bieden.
De heer Smeulders ging eigenlijk een stap verder. Die zei: zou je die
huisuitzettingen niet gewoon moeten verbieden? Ik denk dat het nadeel
van een echt algemeen verbod voor alles en iedereen is, dat dat ook een
impact heeft op verhuurders die — zo zal ik maar zeggen — te goeder
trouw zijn. Dus in zekere zin opent dat een luikje naar misbruik van die
regeling. Extreme woonoverlast en criminele activiteiten zijn zaken die
wel moeten kunnen worden blijven aangepakt door verhuurders, denk ik.
Dat zijn natuurlijk de uitzonderingen. We gaan ervan uit dat dat in de
meeste gevallen helemaal niet aan de orde is, maar ze zijn er natuurlijk
wel. Dus die ruimte wil ik wel laten, en daarom zou ik niet een volledig
verbod willen hebben.
De voorzitter:
Ik heb twee interrupties: een van de heer Smeulders en daarna van
mevrouw Beckerman.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Ja. We hebben het hier natuurlijk in het voorjaar uitgebreid over gehad,
en toen hadden wij, maar volgens mij ook heel veel andere partijen in de
Kamer, hetzelfde punt. We zitten in een coronalockdown, gedeeltelijk of
tijdelijk, hoe je het ook noemt. Het is ongelofelijk belangrijk om een
huis te kunnen hebben, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de
samenleving. Dan vind ik het nog steeds logischer om te zeggen: nee, we
doen gewoon geen huisuitzettingen. En als iemand zich echt ongelofelijk
asociaal gedraagt, dan is er volgens mij altijd wel een mogelijkheid dat
in dat geval, met tussenkomst van die of die, daartoe alsnog besloten
kan worden. Volgens mij is niemand daartegen. Alleen nu hebben we nog
steeds het beleid dat de eigenaar of verhuurder dat zelf mag beslissen,
en uiteindelijk heeft zo'n huurder dan niks om op te staan. Ik zou dat
zo graag omdraaien: in principe doen we het gewoon echt niet — vanuit de
wet zeggen we dan ook: we doen het gewoon niet — tenzij er echt
superzware redenen zijn. Is dat toch geen optie voor het kabinet?
Minister Ollongren:
Mevrouw Beckerman en de heer Smeulders hebben daar ook weleens naar
gevraagd. Mijn beeld is niet dat die huisuitzettingen van — zeg maar —
die groepen waarvoor we nu allemaal zeggen dat dat niet moet gebeuren,
nog steeds gebeuren. Bij de huisuitzettingen die wel gebeuren, zijn er
ook redenen, en die zitten in de voorbeelden die ik net noemde. Dus we
zien eigenlijk ook dat het aantal voltrokken precoronahuisuitzettingen
afneemt. Dus die afspraken die ik net noemde, die hernieuwd zijn met
alle belangrijke organisaties van verhuurders en branches, werken
gewoon. Ik vind het dan toch lastig om te zeggen dat we het nog verder
moeten aanscherpen door middel van een verbod, terwijl we juist — dat
mag je ook vragen van partijen in deze moeilijke tijd — bij die partijen
de bereidheid zien om zich in te spannen om bij huurachterstanden,
betalingsproblemen et cetera gewoon maatwerkoplossingen te leveren. Dat
zie ik dus gebeuren in de praktijk.
De heer Smeulders (GroenLinks):
De minister zegt: de afspraken die we hebben, die werken. Helaas krijgen
wij nog steeds best veel berichten dat ze toch niet goed werken, omdat
mensen toch uit hun huis gezet worden, omdat er een nieuwe ontwikkeling
gaat plaatsvinden of omdat de huurbaas die huurder eigenlijk toch een
beetje vervelend vindt terwijl dat op basis van de informatie die wij
krijgen wel meevalt. Dat is dan bijvoorbeeld iemand die naar de
Huurcommissie is gestapt om te zeggen: ik moet eigenlijk een te hoge
huur betalen en dat klopt niet. Dan merk je toch dat de contracten van
dat soort mensen niet worden verlengd en dat ze uit hun huis worden
gezet. Dat vinden wij echt onwenselijk. Ik kan me echt voorstellen dat
er voor iemand die echt asociaal is, iets wordt geregeld. Maar het is
eigenlijk toch jammer dat het eerst mis moet gaan met mensen bij wie het
eigenlijk niet mis moet gaan, voordat het kabinet ingrijpt. Is daar toch
geen andere optie mogelijk, juist in deze tijden, waarin we echt
solidair met elkaar moeten zijn?
Minister Ollongren:
Nou, die solidariteit, daar ben ik het gewoon mee eens. En ik ben echt
ook blij om te horen dat de woningbouwcorporaties, de verhuurders et
cetera dat ook zo zien. Nou zegt de heer Smeulders: ja, maar toch zien
we dit in de praktijk iets te veel gebeuren. Ik denk dat ook corona iets
is wat we op enig moment achter ons kunnen laten, maar in algemene zin
gaat het natuurlijk vaak over betalingsachterstanden en
schuldenproblematiek, waarbij er ook een rol is voor gemeenten om
daarmee iets te doen, om daar schuldhulpverlening of een traject voor
aan te bieden. Daarvoor moet een gemeente de inwoners of de mensen om
wie het gaat ook in beeld hebben, zodat zij hen kan helpen. Ik zou me
kunnen voorstellen dat je in die context iets met gemeenten afspreekt,
en dat je daarbij kijkt naar een vorm van structurele oplossing. Ik ben
dus wel bereid om daarnaar te kijken en erop terug te komen.
De voorzitter:
Nu mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja. 1.200 huisuitzettingen, alsnog, in de coronacrisis. Ik sluit me aan
bij de woorden van de heer Smeulders. Ik blijf daar ernstige moeite mee
houden, ook omdat het heel vaak mensen zijn bij wie het contract gewoon
afliep. Nou ja, de SP heeft natuurlijk altijd al moeite gehad met die
flexcontracten. Maar nu een hele specifieke vraag. Ik kreeg vandaag
bijvoorbeeld mail van een groep studenten die zeggen: ons huurcontract
loopt af, onze verhuurder wil het verlengen, er is een toezegging van de
minister dat dat straks mag, maar het mag op dit moment wettelijk niet.
Dus die studenten zeggen: we hebben al een akkoord met onze verhuurder,
maar het mag wettelijk gewoon niet. Hoe snel zou de minister dat weer
kunnen regelen? Want het was er tijdens de eerste golf wel, en nu is het
wettelijk nog niet geregeld.
Minister Ollongren:
Als mevrouw Beckerman het goed vindt, kom ik daar zo in mijn tweede
termijn even op terug, want dan kan ik haar een preciezer antwoord
geven. Ik heb dat nu niet helemaal paraat.
De voorzitter:
Is dat akkoord, in de tweede termijn?
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, en ik geef anders gewoon even de mail door, dat is misschien
makkelijker.
De voorzitter:
Akkoord. Ik kijk even naar de minister: ligt er op dit moment nog heel
veel qua antwoorden?
Minister Ollongren:
Ja, voorzitter. Ik voel uw ongeduld. Ik ga eens even kijken of ik er
sneller, nog sneller, doorheen kan gaan. Maar ik wil ook weer niet dat
er vragen blijven liggen, anders krijg ik straks weer ...
De voorzitter:
Nee, helder. Maar misschien dat we dit blokje nu dan in zijn totaliteit
af kunnen maken, tot het eind, en dat we dan even de laatste
interrupties doen. Yes?
Minister Ollongren:
Prima, oké.
De recreatiewoningen, ook in dit verband. Dit hield ook verband met
corona. Er zijn wel verschillen tussen de eerste coronagolf en de tweede
coronagolf. In de eerste coronagolf hadden de veiligheidsregio's de
mogelijkheid om vakantieparken te sluiten. Dat is nu niet aan de orde,
in deze nieuwe afspraak die we hebben gemaakt in deze fase. Dus ik zie
ook helemaal geen reden om permanente bewoners wegens corona de toegang
te verbieden als zij daar gewoon verblijven. Dat moeten we niet doen. Ik
heb gemeenten en veiligheidsregio's opgeroepen terughoudend te zijn met
die handhaving op permanente bewoning, wat ze soms wel doen, maar wat
mij betreft niet tijdens deze tweede coronagolf. Als ze dan toch zouden
handhaven, omdat daar misschien lokaal redenen voor zijn, moet er wel
zicht zijn op vervolghuisvesting. Zeker als het gaat om kwetsbare
bewoners is dat natuurlijk essentieel. In noodsituaties moeten mensen
overigens altijd terechtkunnen bij hun gemeente. Maar het antwoord is
dus eigenlijk: als het enigszins kan, doe het niet.
Dan vroeg mevrouw Beckerman naar de vocht- en schimmelaanpak. Ik ben het
volledig met haar eens. Ik heb hierover afspraken gemaakt met de VNG. Ik
heb TNO gevraagd om samen met de GGD handreikingen op te stellen voor de
aanpak van vocht en schimmel voor de huiseigenaren, huurders en
verhuurders. De resultaten daarvan zullen deze maand verschijnen. Aedes
neemt de handreikingen uit het TNO onderzoek mee in een nieuw programma
van eisen voor ventilatie en bij de renovatie van woningen. Ik meet via
WoON hoeveel huishoudens last hebben van vocht en schimmel. Dat is in
2018 voor het eerst gedaan en wordt volgend jaar opnieuw uitgevraagd.
Huurders die vocht en schimmel hebben, kunnen door gebreken aan de
woning aanspraak maken op huurverlaging, totdat de gebreken zijn
verholpen. Als ze zijn verholpen, kan de normale huur weer worden
gevraagd. Voor de rest gelden daar de reguliere regels.
De heer Van Otterloo stelde een vraag over de kostendelersnorm. Dat is
een voorstel van de G4 wat zich eigenlijk helemaal afspeelt in het
domein van SZW, maar ik snap op zich best dat hij dat hier aan de orde
stelt. Ik heb begrepen dat mijn collega, de staatssecretaris van SZW,
een onderzoek naar de Kamer heeft gestuurd naar de belemmeringen die
bijstandsgerechtigden ervaren om woonruimte te delen. Toen deelde hij
ook een handreiking "maatwerk Participatiewet". Hij heeft in de
kabinetsreactie — overigens mede namens mij — de bevoegdheid van
gemeenten om de kostendelersnorm tijdelijk op te schorten beschreven. De
Participatiewet biedt hiervoor ruimte. Het kabinet stimuleert dat
gemeenten van die ruimte gebruik maken voor inwoners in kwetsbare
posities. En de staatssecretaris geeft aan te verkennen of het mogelijk
is de kostendelersnorm anders vorm te geven, met inachtneming van de
huidige financiële kaders. De verkenning daarnaar die hij heeft
aangekondigd, wordt zo snel mogelijk uitgevoerd. De staatssecretaris
heeft gezegd uw Kamer begin volgend jaar over de uitkomsten te
informeren.
Ik kom toe aan het laatste onderdeel, ruimte; dat is een stuk minder. Ik
was even vergeten te zeggen dat ik ook nog eventjes terug moet komen op
de vijf amendementen.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik had ook nog een ander punt, dat hoort volgens mij bij de huren en
niet bij de ruimte. Dat was die aanpassing van het
woningwaarderingssysteem voor slecht geïsoleerde woningen.
Minister Ollongren:
Ik had de vraag gehoord. Ik weet het antwoord niet uit mijn hoofd, dus
ik kom daar, net als op die vraag van mevrouw Beckerman, zo nog even op
terug. Want ik had die vraag zeker genoteerd.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Oké.
Minister Ollongren:
Ik kom toe aan de NOVI, de Omgevingswet en andere ruimtelijke zaken. We
hebben op 25 november een notaoverleg over de Omgevingswet en het
digitaal stelsel. Maar de heer Koerhuis vroeg om hier alvast een tipje
van de sluier op te lichten. Omwille van de tijd zou ik kunnen verwijzen
naar 25 november. Als de heer Koerhuis een uitgebreid antwoord op prijs
stelt, kan dat natuurlijk ook. Maar er komen nog stukken naar u toe voor
25 november.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Het ging om een tipje, dus het hoeft geen uitgebreid antwoord te
zijn.
Minister Ollongren:
Nou, het is best wel moeilijk om over het Digitaal Stelsel Omgevingswet
in minder dan een minuut te spreken. Er komt echt nog uitvoerige
informatie naar de Kamer, opdat het notaoverleg op basis van alle
beschikbare informatie kan worden gevoerd.
De voorzitter:
Dan stel ik voor dat we het op die manier gaan doen, anders komen we in
een tijdsklem terecht.
Minister Ollongren:
En dat is dan trouwens ook het moment om met de Kamer te constateren of
we verder kunnen gaan met een volgende stap, waarna snel daarna het
inwerkingtreding-KB volgt. Maar ik wil die balans pas opmaken als ik
uitvoerig met de Kamer heb kunnen spreken over waar we staan.
Dan was er een vraag van de Nijboer over een brief van Architectuur
Lokaal. Ik heb de brief nog niet zelf gezien, maar hij was wel bekend op
het ministerie. Het gaat om een verzoek om de Stichting Architectuur
Lokaal structureel te financieren. Tot acht jaar geleden verschenen er
regelmatig nota's voor architectuurbeleid. Sinds 2012 ligt de focus
eigenlijk meer op het stimuleren van ruimtelijk ontwerp op verschillende
schaalniveaus, waaronder ook lokaal. Maar ik zal binnenkort samen met de
minister van OCW een nieuw actieprogramma ruimtelijk ontwerp naar uw
Kamer sturen. Daarin zit ook het stimuleren van de inzet van ruimtelijke
ontwerpen op lokaal niveau en de professionalisering daarvan. Overigens
werken we daar eigenlijk niet met structurele subsidies. Maar ik ben wel
met mijn collega van OCW in gesprek over de mogelijkheid die daar
bestaat om culturele organisaties van subsidies te voorzien. Daar moeten
we nog even naar kijken, maar het heeft dus de aandacht.
Er waren nog enkele vragen over de energietransitie, onder anderen van
mevrouw Dik-Faber die over isolatie sprak. Ik ben inderdaad bezig met de
uitwerking van de motie-Segers/Klaver die vraagt om een
isolatieprogramma. Isoleren is natuurlijk een heel belangrijk onderdeel
van de aanpak van de gebouwde omgeving. Dat onderzoek van Natuur &
Milieu kan ik daarin meenemen en dan zouden we op basis daarvan ook
scenario's kunnen schetsen. Je hebt het dan natuurlijk wel over iets
anders dan het efficiënt inzetten van bestaande middelen. Dat gaat over
veel meer, maar dat weet mevrouw Dik-Faber nog veel beter dan ik. Ik kan
me voorstellen dat we dat wel bij elkaar brengen, maar dan zouden we het
geheel naar het voorjaar moeten tillen. We moeten even kijken wat nou
verstandig is. Het Europees fonds, het recovery fund, heb ik natuurlijk
in beeld. Mevrouw Dik-Faber vraagt daar terecht naar. We moeten over de
inzet, de weging daarvan en de timing nog in het kabinet spreken. Ik
verwacht wel dat het kabinet nog dit jaar met duidelijkheid daarover
komt, maar ik kan daar nu helaas nog niet op vooruitlopen.
Dan heb ik nog een tweetal vragen van de heer Koerhuis. De heer Koerhuis
stelt dat er bedrijven zijn die digitaal een energielabel kunnen
opstellen. Hij wil dat ik met de RVO en de bedrijven aan de slag ga om
dit mogelijk te maken. De heer Koerhuis weet dat het nieuwe energielabel
per 1 januari in moet gaan. Hij weet ook dat ik er alles aan wil doen om
de kosten te drukken. Als hij denkt dat het nuttig is om samen met de
RVO en bedrijven te kijken naar de onderzoeken die er liggen, hoe je de
kosten verder kunt drukken en hoe je de betrouwbaarheid et cetera op
peil kunt houden, dan kan dat natuurlijk altijd. We kunnen altijd naar
plannen kijken. Ik heb steeds gezegd dat ik er alles aan wil doen om te
zorgen dat die kosten worden gedrukt. Maar tegelijkertijd wil ik wel
gewoon netjes en zoals dat is afgesproken en conform de eisen die er
zijn voor het nieuwe energielabel per 1 januari daarmee aan de slag
kunnen gaan. Als dat elkaar niet in de weg zit, zou ik dat onderzoek wel
willen doen.
De heer Koerhuis heeft een informatievraag gesteld over de tweede
tranche proeftuinen aardgasvrije wijken. Het was uiteindelijk een motie.
Ik heb toen gezegd dat ik die kan overnemen, want als de Kamer mij om
informatie vraagt, krijgt de Kamer die informatie ook. Maar het is
helaas niet gelukt om deze informatie voor dit wetgevingsoverleg
beschikbaar te stellen. Dat heeft te maken met de hoeveelheid materiaal,
want het moet allemaal heel zorgvuldig worden bekeken. De heer Koerhuis
krijgt het en ik hoop heel erg dat dat volgende week zal lukken.
Dan heb ik nog de amendementen, voorzitter.
De voorzitter:
De amendementen. Het zijn er inmiddels vijf stuks, begrijp ik van de
griffier.
De heer Terpstra (CDA):
Voorzitter, even een punt van de orde. Ik heb drie amendementen in het
bundeltje, dus dan missen er twee. Hebben jullie er vijf?
De voorzitter:
Ik check het even. We praten over vijf amendementen. Het amendement op
respectievelijk stuk nr. 34 gaat over de starterslening, op stuk nr. 35
over de stedelijke vernieuwing, op stuk nr. 37 over de kosten van het
energielabel, op stuk nr. 38 over de loden leidingen en op stuk nr. 39
over de Huurcommissie. Dat zijn de vijf stuks.
Minister Ollongren:
Ja, voorzitter. Ik had ze in de verkeerde volgorde liggen. Ik begin met
amendement-Terpstra/Koerhuis op stuk nr. 34 over de starterslening. Ik
heb in mijn termijn al betoogd waarom ik dat niet verstandig vind. Je
kunt geld maar een keer uitgeven. Het voordeel voor starters in
vergelijking met andere kopers leidt in dit geval niet direct tot extra
woningen. De woningbouwimpuls doet dat wel. Ik wil starters ook niet
extra laten lenen, want dat is risicovol. Daar wordt ook door diverse
autoriteiten voor gewaarschuwd. Ik ontraad dit amendement.
De voorzitter:
Amendement op stuk nr. 34 over de starterslening wordt ontraden.
Minister Ollongren:
Dan amendement op stuk nr. 35 van de leden Smeulders en Nijboer. Dat
ziet op dat de middelen, 450 miljoen, die nodig zijn voor het nieuwe
volkshuisvestingfonds naar de BZK-begroting toevloeien. Daarmee kan dat
fonds worden opgetuigd en kunnen die middelen worden uitgekeerd aan
gemeenten zodat die kwetsbare gebieden kunnen verbeteren op de vlakken
leefbaarheid en duurzaamheid. Dat is wat er nodig is. Ik laat hierover
het oordeel aan de Kamer.
De voorzitter:
Amendement op stuk nr. 35: oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
Amendement op stuk nr. 36. O, is dat vervangen? Ik heb stuk 36 voor me.
Ik weet natuurlijk niet wat er gewijzigd is. Of is alleen het nummer
gewijzigd? Het is het amendement dat gaat over het energielabel. Het
doet verder niet af aan mijn oordeel.
De voorzitter:
Het gaat om amendement op stuk nr. 37 en dat gaat over het energielabel.
Ik heb al een beetje van de minister begrepen dat haar oordeel …
Ik geef alleen door wat de minister zegt, meneer Koerhuis, maar de
minister zal het zelf ook nog wel even gaan zeggen, denk ik. De
minister.
Minister Ollongren:
Je moet toch altijd de meest recente stukken voor je hebben liggen. Maar
inderdaad, dit wijzigt niets aan mijn oordeel. Ik wil het hier toch even
gezegd hebben. We spreken nu al twee jaar over dat energielabel. Ik heb
ook al heel vaak de Kamer meegenomen in de redenen waarom het
vereenvoudigde label niet kan worden gehandhaafd. Ik heb er een aantal
brieven over gestuurd en we hebben er een aantal keren over
gedebatteerd. Twee moties van de heer Koerhuis hierover zijn
verworpen.
Ik ben in de tussentijd doorgegaan met de uitwerking van de regelgeving.
Nadat ik in mei het ontwerpbesluit over het nieuwe label naar de Kamer
heb gestuurd, is in juni de motie van het lid Koerhuis over een
vereenvoudigd label verworpen, dus ik mag er toch van uitgaan dat dat er
allemaal op wees dat mijn beleid op steun kon rekenen. Maar goed, ik heb
inmiddels ook per brief van 12 oktober laten weten hoe ik omga met de
meest recente moties van het lid Koerhuis en ook die van het lid
Terpstra. Ik voer zo veel mogelijk uit, maar voor wat betreft het label
streef ik vooral naar kostenreductie. Ik zal wel, zoals de heer Terpstra
vroeg, het Europees vergelijkend onderzoek uitvoeren. De
wijzigingsregeling inijking energielabels is vorige week gepubliceerd.
Ik moet dit amendement ontraden. Met het vereenvoudigde label wordt niet
voldaan aan de Europese richtlijnen. Ik wijs de heer Koerhuis erop dat
dit ertoe leidt dat Nederland hoogoplopende boetes van de Europese
Commissie boven het hoofd kunnen hangen. Ik vind het zelf ook belangrijk
dat we een betrouwbaar en voldoende nauwkeurig energielabel introduceren
dat voldoet aan de nieuwste eisen. Kortom, ik herhaal mijn argumenten
die ik steeds heb genoemd en de heer Koerhuis kent die. Ik ontraad het
amendement.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 37 wordt ontraden. De heer Koerhuis wil er
nog iets op zeggen.
De heer Koerhuis (VVD):
Laat ik beginnen om te zeggen dat mijn fractie aardig verrast was vorig
jaar zomer toen de minister ineens aankondigde dat het energielabel
duurder gaat worden. De minister zegt dat de huidige berekeningswijze
niet gehandhaafd kan worden. Daarover gingen de vorige moties. Deze
waren overigens bij de regeling zelf netjes ingediend. We waren prima op
tijd. De minister legt een regeling voor aan de Kamer en bij die
regeling dienen wij een motie in. Die motie haalt het, dus dan verwacht
ik dat het goedkope energielabel gehandhaafd kan worden. Dat kan niet
verrassen.
De voorzitter:
We gaan het debat niet nog een keer over doen.
De heer Koerhuis (VVD):
Nee, nee, het is om aan te geven hoe het gaat. Overigens gaat het
amendement wel uit van de nieuwe berekeningswijze. De minister zegt dat
de huidige berekeningswijze niet gehandhaafd kan worden. Het amendement
gaat wel uit van de nieuwe berekeningswijze, alleen stelt het amendement
dat er geen fysieke expert langs hoeft te komen. Nou vraag ik de
minister, want zij zegt dat dat vanwege Europese richtlijnen wel moet,
waar dat in de richtlijnen staat. Ik heb dat niet kunnen vinden. En dat
maakt vooral het label heel duur.
Minister Ollongren:
Omdat de heer Koerhuis erop terugkomt, verleidt hij mij ook om wat extra
argumenten te geven. Ik zal zo iets zeggen over de expert en het
label.
Heel eerlijk gezegd heb ik ook wel moeite met de wijze waarop dit nu
gaat. Er wordt een amendement op de begroting voorgesteld die over iets
heel anders gaat, namelijk een wijziging van de Woningwet, waarbij er
helemaal geen materiële link is tussen wat hier voorligt, de begroting
Wonen, en het amendement. Eigenlijk mag je dit soort majeure wijzigingen
zonder enige materiële link met de aanhangige begrotingswet niet
aanbrengen. Dit zou een precedent creëren dat we met elkaar helemaal
niet zouden moeten willen. De Kamer mag altijd amenderen, maar doe het
dan bij de juiste wet, een die raakvlak heeft met het onderwerp. Verder
moeten amendementen zijn voorzien van een adequate financiële dekking;
dat is hier ook niet het geval. Bovendien, vanuit de systematiek van de
Woningwet wordt een dergelijke bepaling niet op het niveau van de wet
geregeld, maar op het niveau van een algemene maatregel van bestuur. Ik
heb grote bedenkingen bij deze gang van zaken, ook vanuit mijn andere
portefeuille.
Om even terug te komen op de kosten en de expert, het gaat er nou
eenmaal om dat je er ook echt wat voor krijgt, namelijk voor de eigenaar
of de verkoper inzicht in hoe het echt met het huis gesteld is. Dat is
het grote verschil ten opzichte van het inderdaad heel goedkope label
dat buitengewoon weinig waard is als je vervolgens iets wilt doen aan je
huis. Je krijgt waarde voor je geld, wat mij betreft. Wel voor wat
minder geld, maar daar ga ik op drukken en dat heb ik tegen de heer
Koerhuis gezegd. Maar dit kan niet zonder dat er een expert aan te pas
komt.
De voorzitter:
We gaan het debat niet overdoen. De argumenten zijn over en weer
gewisseld. De minister geeft een appreciatie van het amendement. Ze
zegt: ontraden. Als ik hiermee doorga, gaan we straks bij elk amendement
en elke motie opnieuw discussie voeren. Alles is gedeeld.
Kort en krachtig dan nog even, meneer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Nogmaals, de nieuwe berekeningswijze nemen wij over. Het enige wat het
amendement voorstelt, is dat het ook digitaal moet kunnen. De minister
zei net dat dit niet kan vanwege Europese richtlijnen. Ik ben heel
benieuwd waar dat dan staat in die Europese richtlijnen.
Minister Ollongren:
Ik heb dat net uitgelegd. Ik heb gezegd dat het niet gaat over de
Europese richtlijn en over wat er wel of niet kan, maar dat er echt een
expert aan te pas moet komen om dat oordeel te vellen, omdat de
richtlijn voorschrijft hoe precies dat label moet zijn. Dat is wat ik
steeds heb gezegd en dat weet de heer Koerhuis heel erg goed. In eerste
termijn was ik op zich nog enigszins toegeeflijk, omdat ik dacht de heer
Koerhuis een klein beetje te kunnen helpen door te zeggen dat ik best
bereid ben, als we dat label eenmaal hebben, om ook met de RVO te kijken
naar de mogelijkheid van een digitale route. Ik vind dat als het
enigszins kan en als het goedkoper kan via schaalvoordelen, je dat ook
moet doen. Zo langzamerhand wordt mij de lust ook ontnomen om op dat
punt toegeeflijk te zijn. Ik blijf bij het ontraden van dat
amendement.
De voorzitter:
Ik heb nog even een interruptie, want die zijn er nog steeds. Mevrouw
Van Eijs.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik erger me aan het gebrek aan inhoud. Ik heb dit jarenlang gedaan, dus
ik vind dat ik er iets over mag zeggen. Het is gewoon zo dat als je een
goed energielabel moet maken, je moet weten of er dubbel glas in het
raam zit of niet. Dat kan je niet zien vanaf Google Maps. En dat kun je
ook niet zien op de originele bouwtekening. Je moet van dichtbij een
foto maken om de code in het raam te zien. Het zou goed zijn als de heer
Koerhuis zich zou laten informeren door een werkelijk deskundige om
erachter te komen wat het inhoudt om dit te doen. Misschien kan ik de
minister vragen of zij het met mij eens is dat als het een werkelijk
waardevol energielabel is, het uiteindelijk veel goedkoper zal zijn om
een expert in een kwartier de woning door te sturen dan een of andere
jacht via Google Maps of met behulp van drones of iets dergelijks.
Minister Ollongren:
Mevrouw Van Eijs is zeer deskundig op dit terrein. Ik onderschrijf wat
zij zegt. Ik weet natuurlijk niet of haar laatste stelling klopt, want
drones mogen volgens mij helemaal niet gebruikt worden. Maar Google Maps
heeft zeker beperkingen op dit gebied, daarvan ben ik overtuigd.
De voorzitter:
Ik heb er ook nog eentje van de heer Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik steun de minister in haar betoog dat dit een slecht voorstel is. Ik
heb bij het consumentenprogramma Radar gezeten — ik meen zelfs met de
heer Smeulders — om met mensen te praten die op de mouw was gespeld dat
ze label A of B hadden maar wat D bleek te zijn. Daar ben je dan
behoorlijk mee klaar. Je helpt de consumentenoplichting hiermee. Ik wil
de minister toch voorhouden dat haar redenering ten aanzien van de
zuivere totstandkoming van wetten wel ver strekt. De Kamer heeft een
amenderingsrecht op wetten. Ik zou dan tegen het kabinet willen zeggen:
kijkt u eens naar de BIK, waar u werkelijk met alle voeten treedt wat
zo'n beetje gebruikelijk is in ordentelijke wetgeving. U laat een nota
naar aanleiding van het verslag achterwege, u maakt geen aparte wet en u
douwt alles met snelkokend water door de Kamers. Dat is het enige
onderdeeltje waarin ik de heer Koerhuis wil bijvallen.
De voorzitter:
Helder. We hebben zo dadelijk nog een tweede termijn, dus dan kunnen we
nog even vol op het orgel. Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ben niet de persoon die meestal de nuance in het debat brengt, maar
ik zit gewoon te twijfelen. Serieus. Wij hebben eerder moties gesteund
waarin we kritisch waren over het energielabel, juist om een van de
redenen die de heer Nijboer aandraagt, namelijk dat het ook met die
experts nog steeds fout kan gaan. Een van de dingen die bijvoorbeeld
fout is gegaan, heeft in Groningen plaatsgevonden, waar gesjoemeld werd
met energielabels, terwijl daar experts bij betrokken waren, en huurders
ineens honderden euro's meer huur moesten betalen. Wij hebben een aantal
keren een voorstel ingediend om dat te corrigeren. Dit is ook met het
nieuwe label nog steeds niet gecorrigeerd. Als wij nu rekenen, is het
wel lastig omdat wij nu bijna de doorslaggevende stem kunnen worden. Wij
zitten echt met dat probleem te worstelen. Als je huurder bent en er
wordt een verkeerd label afgegeven, zelfs door een expert, moet je als
huurder alsnog weer honderden euro's betalen, naar de Huurcommissie gaan
en mogelijk een jaar op de wachtlijst staan. En dan? Wij willen dat dat
gewoon makkelijker wordt. Het gaat er voor ons niet simpelweg om of het
label te duur of te goedkoop is. Nee, wij willen dat er een label is dat
werkt. Het huidige label werkt niet en met het nieuwe label is dat
probleem nog niet opgelost. Daar ben ik toch echt wel benieuwd
naar.
Minister Ollongren:
Nou ja, wij willen in ieder geval hetzelfde: een label dat werkt en
betrouwbaar is. Dat begint aan de voorkant. Ik hoor mevrouw Beckerman
zeggen "gesjoemel met het label" en dat is natuurlijk het laatste wat we
willen. Het systeem moet zo ingericht zijn dat dat eigenlijk niet kan en
als het zich toch voordoet, moet dit worden geconstateerd en
gecorrigeerd zonder dat een huurder daar de dupe van is. Ik zie
mogelijkheden om mevrouw Beckerman te overtuigen van het nut van dit
label, ook voor huurders. Ik kom hier graag op terug.
De voorzitter:
Daarmee komen we aan bij het amendement op stuk nr. 38.
Minister Ollongren:
Ja, precies. Dat is een amendement van de heer Nijboer over de loden
leidingen. Dit is een amendement dat vraagt om een aanvalsplan. Naar
aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad begin juli heb ik een
brief gestuurd met een groot aantal acties. Ik heb er net iets over
gezegd. Die acties worden uitgevoerd. Er is eigenlijk al een plan van
aanpak, want dat draait al. In het overgrote deel van de panden — dit
gaat over de panden van voor 1960 — zijn de leidingen al verwijderd,
maar op sommige plekken niet. Ik denk niet dat het doenlijk is om vanuit
de overheid centraal al die panden te controleren, maar we kunnen er wel
op sturen dat die vervangingsopgave door de eigenaren van die woningen
en panden zelf wordt uitgevoerd, ook in publieke gebouwen overigens.
Verhuurders zijn verantwoordelijk als er huurders in hun pand wonen.
Eerlijk gezegd vind ik dat we een boel in gang hebben gezet met dit plan
van aanpak. We monitoren het, houden het in de gaten en sturen erop. Ik
vind het amendement niet echt heel veel toevoegen. Ik ontraad het
amendement.
De voorzitter:
Amendement op stuk nr. 38 wordt ontraden. Heel kort, meneer
Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Het oordeel is wel helder, maar ik deel niet helemaal met de minister
dat het vreselijk veel opschiet. Ik zie in heel veel huizen mensen nog
met water naar zieke mensen lopen en ik hoor dat ze bang zijn, omdat die
loden leidingen er nog in zitten. Het is inderdaad een
verantwoordelijkheid van de verhuurders. Maar ja, als die niks doen,
verandert er niks. Als er is gemeten en er blijken tien loodwaardes — ik
weet niet precies wat ze meten — in het water te zitten, dan word je
hartstikke ziek. Ik vind dat dit in een welvarend land niet kan. Dat is
nog wel elke dag aan de gang. Dus ik vraag de minister: wanneer is dat
nou een keer afgelopen? Het maakt mij eerlijk gezegd niet zo vreselijk
veel uit of dat nou met een amendement zal gaan. Ik vind wel dat het een
keer afgelopen moet zijn. Eerlijk gezegd denk ik dat we er over twee,
drie jaar wel veel over hebben gesproken, maar dat nog steeds veel
mensen lood uit de kraan krijgen.
Minister Ollongren:
De heer Nijboer en ik zijn elkaar veel dichter genaderd, nu hij zegt:
het hoeft niet per se via een amendement, want het gaat ons om het doel
en het gaat erom of we dat dichterbij brengen. En ik heb gezegd, ook in
het plan van aanpak, dat ik, mochten we in de monitoring van hoe het
gaat constateren dat het niet goed genoeg gaat, zwaardere middelen
helemaal niet wil uitsluiten. Alleen denk ik dat het ook voor de
gemeenten prioritair moet zijn en dat zij erop moeten sturen dat het ook
gebeurt. Natuurlijk is het niet van de ene op de andere dag gebeurd —
dat ben ik ook weer met de heer Nijboer eens — na het moment dat het
opkwam als aandachtspunt. Mensen waren zich er eerder misschien niet van
bewust. Daarmee wil ik niet zeggen dat het eerder geen probleem was,
maar mensen worden natuurlijk ook ongeruster als ze horen dat het
mogelijkerwijs schadelijk zou kunnen zijn. Dat leidt ook weer tot actie.
Ik ben het dus gewoon met de heer Nijboer eens dat we in ieder geval de
vinger nauw aan de pols moeten houden. Ik wil de Kamer ook wel over de
voortgang informeren en nogmaals, ik heb ook niet uitgesloten dat we
misschien, als het niet goed genoeg gaat, andere middelen zouden
inzetten.
De voorzitter:
Maar het advies blijft ontraden?
Minister Ollongren:
Ja, het advies blijft om het amendement op stuk 38 te ontraden.
Het amendement op stuk nummer 39 was ook van de heer Nijboer. Ik vind
het natuurlijk sympathiek dat hij dat amendement indient. Hij verhoogt
de bijdrage aan de Huurcommissie met 6 miljoen. Dat doet hij ten koste
van het Woonbudget, wat dan wel weer jammer is. Maar ik was het
eigenlijk wel eens — dat heb ik met mevrouw Van Eijs ook al besproken —
met het amendement: zorg dat huurders geholpen worden door de
Huurcommissie. Dat is een helder signaal wat de heer Nijboer hiermee
afgeeft. Ik ben het ook eens dat de Huurcommissie moet kunnen beschikken
over voldoende middelen, maar daarover ben ik natuurlijk ook met ze in
gesprek. Dat zijn dus de middelen voor het plan van aanpak en dat zijn
de middelen voor de extra taken waar mevrouw Van Eijs op wees. Ik zal
zorgen voor voldoende financiering en dat beschouw ik dan als mijn
verantwoordelijkheid. Dat amendement ontraad ik dus, maar met het doel
ervan ben ik het eens.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 39 wordt ontraden.
Daarmee gaan wij naar de tweede termijn. Ik begin met de heer Kops. Nog
1,5 minuut. Gaat uw gang.
De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Ik ga het kort houden. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de huurverhoging van 2020 terug te draaien,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 40 (35570-VII).
De heer Kops (PVV):
Ik ben ook heel erg benieuwd of GroenLinks en de PvdA hier nu nog
voorstander van zijn.
Mijn tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat statushouders nog altijd massaal — met voorrang —
sociale huurwoningen toegewezen krijgen;
constaterende dat volgend jaar 27.000 statushouders gehuisvest zullen
worden;
verzoekt de regering de verblijfsvergunningen van de statushouders in te
trekken en ervoor te zorgen dat de daardoor vrijkomende sociale
huurwoningen, evenals alle andere sociale huurwoningen, uitsluitend aan
de Nederlanders worden toegewezen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de
indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 41 (35570-VII).
De heer Kops (PVV):
Dank u.
De voorzitter:
Als u de moties omgekeerd wilt neerleggen — dat was het verzoek geloof
ik ongeveer? — dan gaat het helemaal goed. Dank u wel. Daarmee geef ik
het woord aan de heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. Een aantal moties. Een motie over de problematiek van
weeskinderen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Nederland weeskinderen door corporaties hun huis
uit worden gezet;
overwegende dat weeskinderen extra kwetsbaar zijn;
overwegende dat corporaties niet altijd de menselijke maat
toepassen;
verzoekt de regering een commissie op te starten die deze problematiek
in kaart brengt, waarbij duidelijk wordt welke corporaties wel en welke
corporaties niet de menselijke maat toepassen (en waarom niet), en die
met oplossingen komt, waarbij het uitgangspunt is dat kinderen worden
ondersteund om hun leven weer op te pakken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 42 (35570-VII).
De heer Koerhuis (VVD):
Een motie over flexwoningen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er op korte termijn een enorme woonopgave ligt voor
statushouders en andere spoedzoekers zoals arbeidsmigranten en
studenten;
constaterende dat flexwoningen een van de oplossingen zijn om op korte
termijn het woningtekort op te lossen;
overwegende dat het vaak twee jaar duurt tot flexwoningen worden
geplaatst;
verzoekt de regering voor het einde van het jaar met spoedwetgeving te
komen, bijvoorbeeld onder de Crisis- en herstelwet, om flexwoningen
bijvoorbeeld binnen zes maanden te kunnen plaatsen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Terpstra. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 43 (35570-VII).
De heer Koerhuis (VVD):
Een motie over de woningbouwimpuls.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Woningbouwimpuls een ondergrens heeft van 500
woningen per project;
constaterende dat bij de toekenning in de eerste tranche van de
Woningbouwimpuls geen projecten in die regio's zijn toegekend;
overwegende dat het in regio's met veel kleine woonplaatsen onmogelijk
is om het aantal van 500 woningen voor één project te halen, maar dat
ook in die gebieden een woningbehoefte ligt;
verzoekt de regering door middel van een regiotoets de ondergrens van
500 woningen te verlagen tot 200 woningen voor regio's met veel kleine
woonplaatsen, zolang deze projecten bijdragen aan de regionale
woningbehoefte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis, Regterschot en
Terpstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 44 (35570-VII).
De heer Koerhuis (VVD):
Een motie over een woondeal Amersfoort.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de regio Amersfoort veel gebouwd moet
worden;
constaterende dat het kabinet veel woondeals sluit;
overwegende dat er al een bestaande woondeal voor de regio Utrecht
is;
verzoekt de regering om de regio Amersfoort aan te laten sluiten bij de
woondeal Utrecht, waarbij bestaande afspraken voor de regio Utrecht
blijven staan en nieuwe afspraken voor de regio Amersfoort worden
gemaakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 45 (35570-VII).
De heer Koerhuis (VVD):
De laatste motie gaat over de proeftuinen aardgasvrije wijken.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Klimaatakkoord is afgesproken dat het
verduurzamen van woningen woonlastenneutraal moet zijn en dat het PBL in
een rapport heeft gesteld dat dit lastig is;
constaterende dat de Rekenkamer erg kritisch was op de proeftuinen
aardgasvrije wijken;
overwegende dat de Kamer maximaal geïnformeerd wil zijn over de gang van
zaken bij de proeftuinen aardgasvrije wijken en dit verplicht is aan de
bewoners van proeftuinen aardgasvrije wijken;
verzoekt de regering de inschatting van het ministerie op de volgende
punten te sturen met betrekking tot de toegekende projecten:
verwachte kosten voor het Rijk, de gemeente, inwoners, en hoeveel de verwachte CO2-besparing,
haalbaarheid (financieel sluitend, einddatum),
betaalbaarheid (verwachte eenmalige/structurele eigen bijdrage inwoners en verwachte besparing energierekening),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 46 (35570-VII).
De heer Koerhuis (VVD):
Tot slot, voorzitter. De minister ging wel in op de huisuitzettingen van
bewoners van recreatiewoningen. Ik hoorde iets te weinig dat ze nog een
nieuwe oproep wil doen aan gemeenten. Ik zou toch graag een nieuwe
oproep zien, want die mensen wonen in hun eigen woning. In de eerste
coronagolf zeiden wij zo min mogelijk huisuitzettingen te willen; ik
hoop ook in de tweede golf. Helemaal als mensen in hun eigen woning
zitten, vind ik het heel gek dat gemeentes hen uitzetten.
Mevrouw Beckerman begon over tijdelijke huurcontracten. Ze verwees naar
de wet over de verplichting van tijdelijke huurcontracten, maar
ondertussen heeft de minister een nieuwe wet aangekondigd om de
mogelijkheden voor tijdelijke contracten te verruimen. Die gaan van twee
naar drie jaar en in plaats van nul keer kan er twee keer verlengd
worden. Wanneer kunnen we die wet in de Kamer zien?
Dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij naar de heer Smeulders. Maximaal drie
minuten.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter, en dank aan de minister voor de beantwoording.
Het ging best snel als je de hoeveelheid vragen ziet die allemaal
gesteld waren. We zijn als GroenLinks tevreden met de afspraken die we
met het kabinet hebben kunnen maken. Zojuist heeft de minister het
amendement van de heer Nijboer en mij om 450 miljoen toe te voegen aan
deze begroting voor een volkshuisvestingsfonds oordeel Kamer gegeven.
Volgens mij is het deze periode een unicum dat er via een amendement zo
veel geld naar een bepaald onderwerp gaat. Dat is hartstikke mooi.
Ik heb drie moties. Mevrouw Dik-Faber gaat dadelijk nog mede namens mij
een motie indienen over isolatie. Zeker na Zondag met Lubach moeten we
daar met nog meer haast, gezwinde spoed, mee aan de slag. En ik heb drie
moties over andere dingen.
De eerste gaat over de borgsom. Ik ben blij met wat de minister daar net
over heeft toegezegd, namelijk dat zij dat wil gaan onderzoeken, maar ik
wil toch kijken of we nu een slagje verder kunnen komen door de Kamer
daarover te laten stemmen. De motie luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verhuurders borg aan hun huurders mogen vragen en dat
deze borg ingehouden kan worden als de huurder de woning met gebreken
achterlaat;
overwegende dat het regelmatig voorkomt dat huurders hun borg niet
terugkrijgen, ook als er geen gebreken aan de woning zijn, en dat zij
dan vaak moeite hebben om de borg alsnog van de verhuurder terug te
krijgen;
van mening dat het onacceptabel is dat huurders hun borg niet
terugkrijgen als er geen aantoonbare gebreken aan de woning zijn
geconstateerd;
verzoekt de regering huurders beter te beschermen tegen malafide
verhuurders door de borgstelling zo in te richten dat de borg op een
onafhankelijke derdenrekening wordt gestort en de bewijslast bij
gebreken aan de woning — waarna er borg ingehouden mag worden — bij
verhuurder te leggen, en de Kamer hierover voor 1 maart 2021 te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Smeulders. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 47 (35570-VII).
De heer Smeulders (GroenLinks):
Voorzitter. Mijn tweede motie is een beetje geïnspireerd op het
amendement van de heren Terpstra en Koerhuis om geld uit de
woningbouwimpuls te halen om daar startersleningen van te gaan betalen.
Volgens mij is het veel efficiënter om het geld in die woningbouwimpuls
in te zetten, zodat er meer woningen voor studenten en starters gebouwd
worden. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nog steeds een groot tekort is aan woningen voor
studenten en starters;
verzoekt de regering om de woningbouwimpuls meer te focussen op de
versnelde realisatie van extra woningen voor studenten en
starters,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Smeulders. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 48 (35570-VII).
De heer Smeulders (GroenLinks):
Voorzitter. Mijn laatste motie gaat over het niet-verslechteren van de
huurbescherming. We hebben allemaal gelezen wat in het programma van de
VVD staat. We hebben ook gehoord wat de heer Koerhuis daar net over zei.
Ik wil daar graag een Kameruitspraak over waaruit blijkt dat hier echt
geen steun voor is.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een groot tekort is aan betaalbare
huurwoningen;
overwegende dat alle huurders recht hebben op huurbescherming, ook
degenen die in een sociale huurwoning wonen en een iets hoger inkomen
hebben;
spreekt uit dat de huurbescherming niet wordt verslechterd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Smeulders. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 49 (35570-VII).
Het woord is aan de heer Terpstra. Anderhalve minuut.
De heer Terpstra (CDA):
Voorzitter, ik heb vier moties; gun me wat.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er sprake is van een woningtekort in Nederland van
331.000 woningen en met recht gesproken kan worden van woningnood;
overwegende dat bij een grenscorrectie in 2001 het gebied Rijnenburg en
Reijerscop door herindeling aan de stad Utrecht is toegevoegd;
overwegende dat uit een eerste verkenning van de provincie Utrecht en de
U10-gemeenten blijkt dat er minimaal 22.000 woningen in Rijnenburg en
Reijerscop gebouwd kunnen worden;
overwegende dat invulling geven aan woningbouw in het gebied een extra
bijdrage kan leveren aan het wegnemen van de druk op de
woningmarkt;
overwegende dat het stadsbestuur van Utrecht pas na 2035 eventueel wil
overgaan tot ontwikkeling van het gebied;
overwegende dat overleg tussen het Rijk en het stadsbestuur niet heeft
geleid tot snelle inzet van woningbouw;
spreekt uit dat aanmerkelijke nationale belangen met het oog op een
goede ruimtelijke ordening en voldoende woningbouw het noodzakelijk
maken dat de voorkeur wordt uitgesproken voor substantiële
woningbouw;
verzoekt de regering de stad Utrecht voor de locaties Rijnenburg en
Reijerscop een proactieve aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 4.4
van de Wet ruimtelijke ordening om te komen tot de spoedige realisatie
van woningbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Terpstra en Koerhuis. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 50 (35570-VII).
U heeft nog 30 seconden.
De heer Terpstra (CDA):
Jahaa.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aandeel koopstarters bij woningaankopen steeds
verder terugloopt;
constaterende dat door de sterke stijging van de huizenprijzen toetreden
voor starters op de woningmarkt nagenoeg onmogelijk is geworden;
verzoekt de regering de mogelijkheden om te komen tot een vernieuwde
vorm van premie-A-woningen, zoals een kooppremie bij nieuwbouw die
(deels) terugbetaald moet worden, te onderzoeken om de positie van
starters te verbeteren binnen de volkshuisvesting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Terpstra en Nijboer. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 51 (35570-VII).
De voorzitter:
Er is even een vraag van de heer Smeulders aan de heer Terpstra.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Die gaat over de vorige motie. Ik was heel benieuwd naar het precieze
dictum. Eerlijk gezegd schrik ik daar best wel van, want u wilt dus de
lokale democratie in zowel de gemeente Utrecht als de provincie Utrecht
terzijde schuiven omdat u daar niet uw zin krijgt. Komt het daarop neer?
En als het antwoord daarop ja is en deze motie wordt aangenomen, ben ik
heel benieuwd wat de minister van Binnenlandse Zaken gaat doen, want de
minister van Binnenlandse Zaken staat ook voor de samenwerking met
lokale en provinciale overheden. Als je dan nu met zo'n paardenmiddel
komt, lijkt me dat die samenwerking niet ten goede te komen.
De voorzitter:
De interruptie is gericht op de heer Terpstra.
De heer Terpstra (CDA):
Zonder alle argumenten opnieuw boven tafel te halen; wanneer er sprake
is van nationaal belang, is dit een mogelijkheid binnen de Wet
ruimtelijke ordening. Het woningtekort en de woningnood zijn in mijn
ogen zo groot dat een aanwijzing gerechtvaardigd is. Daarom deze
motie.
De voorzitter:
Volgens mij had u er nog een.
De heer Terpstra (CDA):
Nog een, ja.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er sprake is van een woningtekort en woningnood in
Nederland;
overwegende dat de regering woningbouw langs bestaande en nieuw te
bouwen infrastructurele projecten aanmoedigt;
overwegende dat de roep om de komst van de Lelylijn, om de
bereikbaarheid van Noord-Nederland te verbeteren, steeds groter
wordt;
verzoekt de regering bij deze scenario's en andere onderzoeken naar de
Lelylijn substantiële woningbouw langs het tracé toe te voegen en over
de mogelijkheden hiertoe de Kamer zo spoedig mogelijk te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Terpstra en Amhaouch. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 52 (35570-VII).
Dank u wel.
De heer Terpstra (CDA):
Ik …
De voorzitter:
Ik kan het niet meer doen. Zullen we het wel doen?
De heer Terpstra (CDA):
Doen?
De voorzitter:
Ik merk nu volledige steun voor die laatste motie, maar heel snel.
De heer Terpstra (CDA):
Het is een vrij lange, maar goed.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er landelijk bij meer dan de helft van de verkochte
woningen meer dan de vraagprijs wordt betaald;
constaterende de verkoopmethode van inschrijving, waarbij potentiële
kopers binnen een bepaalde termijn eenmalig een eindbod op de woning
kunnen doen;
overwegende dat een inschrijfprocedure tot doel heeft alle potentiële
kopers een gelijke kans te geven om mee te bieden, maar dat de praktijk
laat zien dat een geheime inschrijving toch leidt tot excessieve
verkoopprijzen;
spreekt uit dat in een krappe woningmarkt het gewenst is dat potentiële
kopers bij aankoop middels een inschrijving beter beschermd dienen te
worden middels een meer open en transparante biedingsprocedure;
verzoekt de regering met maatregelen te komen om de biedingsprocedures
voor het kopen van huizen zo open en transparant mogelijk te maken, dit
door brede beschikbaarheid van online biedingsprocedures, en de Kamer zo
spoedig mogelijk over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Terpstra en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 53 (35570-VII).
De heer Terpstra (CDA):
Nou is het echt klaar. Mijn dank is groot, voorzitter.
De voorzitter:
Ik denk: er komt geen eind aan die motie.
De heer Terpstra (CDA):
Ik ook niet. Laat dit een les zijn.
De voorzitter:
Maar ik heb me laten overhalen door de rest van de commissie. Mevrouw
Van Eijs. U heeft vier minuten.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Dat moet wel lukken, want ik heb drie moties en ik kan sneller lezen dan
de heer Terpstra, denk ik.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nog steeds een tekort aan studentenwoningen is van
22.000 woningen en een nog groter tekort aan starterswoningen;
overwegende dat door de coronacrisis het aantal leegstaande vierkante
meters in kantoor- en winkelpanden nog verder zal toenemen;
overwegende dat leegstand een verspilling is van ruimte en zorgt voor
verloedering en een gevoel van onveiligheid;
overwegende dat we in het verleden heel goede en succesvolle
transformaties hebben gezien van kantoor- en winkelvastgoed tot
studenten- en starterswoningen;
verzoekt de regering een transformatiebrigade in te stellen die actief
met gemeentes de kansen in kaart brengt voor transformatie van
leegstaand vastgoed tot woningen en gemeentes daarbij waar nodig
ondersteunt, en de Kamer over de resultaten uiterlijk in het voorjaar
van 2021 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 54 (35570-VII).
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik zal iets langzamer lezen, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een tekort aan woningen is;
constaterende dat met prefab-, modulaire bouw en andere innovatieve
bouwmethodes met een veel grotere snelheid woningen worden gebouwd dan
met traditionele methoden;
overwegende dat er alles op alles gezet moet worden door het Rijk en
decentrale overheden om de woningtekorten terug te dringen;
verzoekt de regering in samenwerking met decentrale overheden en
betrokken partijen een concreet plan uit te werken waarin staat hoe het
aandeel innovatief gebouwde woningen de komende jaren aanzienlijk kan
worden vergroot, en de Kamer hierover uiterlijk in het voorjaar van 2021
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Dik-Faber. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 55 (35570-VII).
Mevrouw Van Eijs (D66):
Dan mijn laatste motie, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat innovatieve bouwbedrijven een belangrijke bijdrage
kunnen leveren aan het terugdringen van het woningtekort;
constaterende dat innovatieve bouwbedrijven vaak geen toegang hebben tot
garantie-instituten, zoals Woonborg en BouwGarant;
overwegende dat bij nieuwbouw vaak deelname aan garantie-instituten
vereist wordt door hypotheekverstrekkers;
verzoekt de regering om in samenwerking met de betreffende
garantiefondsen ervoor te zorgen dat ook innovatieve bouwbedrijven
toegang krijgen tot garantiefondsen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 56 (35570-VII).
Mevrouw Van Eijs (D66):
Voorzitter. Ik had eigenlijk nog een vierde motie over het Westland,
maar die laat ik achterwege. Ik zou het wel mooi vinden om daar een open
vizier op te houden in de verkenning, maar de minister geeft terecht aan
dat pas in 2040 aan de infrastructuur daar wordt gewerkt, dus dat het
waarschijnlijk op korte termijn geen goede oplossing is. We denken wel
dat daar kansen liggen, dus het zou fijn zijn als dit in de
inventarisatie wordt meegenomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik sloeg net per abuis mevrouw Beckerman over. Ik was al zo
druk namen aan het wegstrepen. Een schande natuurlijk. Mevrouw
Beckerman, twee minuten. Alstublieft.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een groot deel van de sociale huurders moeite heeft de
huur te betalen;
constaterende dat er aanvullende maatregelen zijn gekomen voor de vrije
sector, waar de huren 1,5% minder hard zullen stijgen dan eerder
afgesproken;
constaterende dat er nu geen aanvullende maatregelen worden genomen om
wonen in de sociale sector betaalbaar te maken;
verzoekt de regering de vermindering van 1,5% van de huurprijsstijging
ook toe te passen op het Sociaal Huurakkoord,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 57 (35570-VII).
De voorzitter:
De heer Nijboer heeft daar nog een vraag over.
De heer Nijboer (PvdA):
Dit misverstand lijkt telkens bewust te worden opgeworpen. De minister
heeft in haar brief aangegeven dat het voor de gehele huursector zou
gelden, dus ook voor de sociale huursector. Kijk, ik snap best dat je
een akkoord hebt gesloten of niet, daaraan meedoet of niet, en het in
een ander licht bekijkt, maar het is echt een enorm fundamentele stap om
huurstijgingen überhaupt helemaal nationaal te reguleren. Dus de SP
zoekt hier iets wat er gewoon niet is. Laat de minister dat ook nog maar
bevestigen, maar het staat gewoon in de brief: ook in de sociale
huursector gaat dit gelden.
De voorzitter:
Laat eerst mevrouw Beckerman daarop reageren. Straks zal de minister nog
gaan reageren. Mevrouw Beckerman, even kort.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het Sociaal Huurakkoord is inmiddels drie jaar oud. Daarin is
afgesproken dat de huurverhoging inflatievolgend is. Er is nu 1,5% eraf
afgesproken voor de vrije sector. We weten dat de meeste
betalingsproblemen in de sociale huursector zitten. U heeft dat zelf ook
vaak aangehaald. De helft van de huurders heeft moeite de huur te
betalen volgens het Nibud. Het Nibud zegt zelfs dat die problemen vooral
spelen in de sociale sector. U heeft zelf gezegd dat het kabinet niet
genoeg doet. Daar hebben we gezamenlijk een motie op ingediend. Tja, er
zit nu niks nieuws in die stukken.
De voorzitter:
Dank u wel. Helder. U kunt doorgaan met de overige moties.
De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter …
De voorzitter:
U heeft inmiddels vier interrupties gehad. Daar houden we het bij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Van mij mocht het. Ik vond het wel leuk.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huren in de vrije sector voor veel mensen onbetaalbaar
zijn;
constaterende dat er een voorzichtige stap in de goede richting wordt
gezet, maar de wooncrisis vraagt om een radicale omslag;
verzoekt de regering om met een aanvullende maatregel te komen waarin
ten minste bevriezing van de huurprijzen in de vrije sector wordt
geregeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 58 (35570-VII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer eerder de regering heeft verzocht om een
integrale, landelijke aanpak om schimmel- en vochtproblemen te voorkomen
en te verhelpen;
constaterende dat een gebiedsfonds wordt ingesteld met een budget van
450 miljoen euro voor verduurzaming van leefbare wijken;
verzoekt de regering bij het instellen van het gebiedsfonds het
voorkomen en verhelpen van vocht- en schimmelproblematiek van woningen
als prioriteit aan te merken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 59 (35570-VII).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 28% van de huurwoningen kampt met schimmel, er
onveilige installaties als cv's zijn en er problemen bestaan met loden
leidingen;
overwegende dat mensen veilig moeten kunnen wonen;
verzoekt de regering een algemene periodieke keuring naar de kwaliteit
van woningen in te stellen van ten minste één keer in de vier
jaar,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 60 (35570-VII).
U heeft nog een aantal seconden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het tekort op dit moment circa 331.000 woningen
bedraagt en tot 2025 zal oplopen tot 419.000;
verzoekt de regering om een plan van aanpak naar de Kamer te zenden voor
het bouwen van 100.000 sociale huurwoningen in de komende vier
jaar,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 61 (35570-VII).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar De heer Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Tegen een coalitie die zo veel moties indient en elkaar zo
bestrijdt, is bijna geen oppositie te voeren, maar gelukkig hebben we de
oppositie nog! Richting mevrouw Beckerman zou ik toch nog even het
volgende willen zeggen. Er zijn grote afspraken gemaakt die op alle drie
de terreinen verbeteringen zijn voor huurders: de singlesstraf van
tafel, waar we samen voor hebben gestreden, regulering van de huren in
de vrije sector, die ook voor de sociale sector geldt — die 2,5% is er
helemaal niet; dat was gewoon een voornemen, er was verder nog helemaal
niks — én 450 miljoen voor betaalbare huurhuizen. Dat is echt
substantieel. Ik wil ook wel meer en ga ook voor moties stemmen die nog
meer willen, maar dan is er niet niks bereikt.
Voorzitter. Ik dien mijn moties in, al vind ik de begroting er een stuk
beter voor staan dan op Prinsjesdag aangekondigd.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Vestia financiële problemen heeft en huurders en
woningzoekenden hiervan de dupe zijn;
verzoekt de regering aanvullende voorstellen te doen zodat Vestia zijn
volkshuisvestelijke taak kan waarmaken, en de Kamer daar dit najaar over
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nijboer. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 62 (35570-VII).
De heer Nijboer (PvdA):
Ik moet een beetje vaart maken, want we zitten daar veel te lang
mee.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een miljoen huizen dreigen te verzakken;
verzoekt de regering een aanvalsplan op te stellen om de verzakking van
deze huizen te voorkomen en schade en funderingen te herstellen, en de
Kamer daarover in het voorjaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nijboer. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 63 (35570-VII).
De heer Nijboer (PvdA):
De laatste motie, voorzitter. Ik vind de flexibilisering van de
huursector echt een enorm probleem. Die leidt tot heel veel
bestaansonzekerheid voor mensen en tot torenhoge huren.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat tijdelijke huurcontracten de norm dreigen te
worden;
overwegende dat mensen steeds meer onzekerheid ervaren over essentiële
zaken als hun baan en hun woning;
overwegende dat steeds breder wordt gedeeld dat de flexibilisering van
de arbeidsmarkt is doorgeslagen;
verzoekt de regering tijdelijke huurcontracten alleen toe te staan bij
groepen waarvoor dat gepast is, zoals (internationale) studenten en
tijdelijke arbeidsmigranten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nijboer. Naar mij blijkt, wordt
de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 64 (35570-VII).
Eén korte vraag van de heer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Die gaat over de motie over Rijnenburg van de heer Terpstra en mijzelf.
U heeft ongetwijfeld gezien dat de Partij van de Arbeid in de lokale
gemeenteraad ontzettend fel voorstander is van bouwen in Rijnenburg.
Neemt u dat nog mee in uw overwegingen voor onze motie en, zo ja, gaat u
daar dan voor stemmen?
De heer Nijboer (PvdA):
Ja, maar ik neem ook mee in mijn overwegingen dat het Rijk niet overal
maar moet opleggen waar van alles en nog wat moet gebeuren, zeker als de
provincie daar ook een opvatting over heeft. Eerlijk gezegd vind ik dat
VVD en CDA Rijnenburg kiezen als een soort schaamlap voor het falend
woonbeleid. Ze zeggen eigenlijk: "We geven een links college de schuld.
Wij hebben aldoor ruzie gemaakt en niks gepresteerd de afgelopen jaren,
maar die gemeentebestuurders zijn links; die geven we de schuld." De ene
keer noemen ze Amsterdam, de andere keer Utrecht. Dat vind ik niet zo
sterk. Ik ben helemaal niet per se tegen wonen, maar ik ga geen motie
steunen die dan alle aandacht krijgt terwijl zij de woningnood in de
rest van Nederland niet oplost. Dat ga ik niet doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was helder. Het woord is aan mevrouw Dik-Faber, voor
twee minuten.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een tijdje geleden met de minister door
Rijsenhout gefietst en ik vroeg me af hoe het staat met de
woningbouwproductie op die locatie. De gemeente wil namelijk ontzettend
graag, maar wacht op contact met het ministerie om samen tot een
oplossing te komen.
Dank voor de beantwoording van alle vragen. Ik wil twee moties
indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer de motie-Segers/Klaver (35570, nr. 26) heeft
aangenomen over een nationaal isolatieprogramma;
constaterende dat driekwart van de Nederlandse woningen niet goed
geïsoleerd is en dat het isoleren van woningen een spijtvrije maatregel
is die leidt tot minder CO2, een lagere energierekening, meer
wooncomfort en groene banen;
overwegende dat uit het rapport "lsolatietegoed" van CE Delft in
opdracht van Natuur & Milieu blijkt dat met spouwmuur- en
vloerisolatie van respectievelijk 1,9 en 0,6 miljoen woningen 2 megaton
CO2 per jaar bespaard kan worden;
overwegende het belang dat mensen ontzorgd worden bij het isoleren van
hun woning, bijvoorbeeld via de energieloketten;
verzoekt de regering op basis van genoemd onderzoeksrapport de
verschillende scenario's in kaart te brengen, zowel financieel als
organisatorisch, om met een isolatietegoed mensen actief te helpen met
het isoleren van hun woning, en de Kamer hierover uiterlijk maart 2021
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Smeulders. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 65 (35570-VII).
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenschappelijke woonvormen aan een flinke opmars
bezig zijn, met generatieoverstijgende initiatieven gericht op zowel
jongeren en alleenstaanden als vitale en kwetsbare ouderen;
overwegende dat door een veranderende samenstelling van huishoudens
gemeenschappelijke woonvormen een belangrijke bijdrage kunnen vervullen
aan de bestrijding van eenzaamheid, het versterken van samenhang in de
wijk en andere sociaal-maatschappelijke uitdagingen;
overwegende dat de woningbouw en regelgeving van Rijk en gemeenten en
hypotheekverstrekkers nog te veel gericht zijn op de situatie waarin één
huishouden in één woning woont en nieuwe wet- en regelgeving vaak niet
goed op nieuwe gemeenschappelijke woonvormen van toepassing is;
verzoekt de regering tot een verbeteragenda voor meer ruimte voor
gemeenschappelijke woonvormen te komen en daarbij gemeenten,
bouwpartijen, woningcorporaties en banken te betrekken;
verzoekt de regering tevens om bij nieuwe woonwet- en regelgeving de
gevolgen voor gemeenschappelijke woonvormen nadrukkelijk mee te
wegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Terpstra en Van Eijs.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 66 (35570-VII).
Het woord is aan de heer Van Otterloo, die ook twee minuten heeft. O,
sorry, neem me niet kwalijk. Mevrouw Beckerman heeft nog een korte
interruptie.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, heel kort. Ik vind die motie over isolatie een hele mooie, maar ik
vraag me even iets af. Vorige week zijn er moties van de heer Terpstra
en van mijzelf aangenomen die eigenlijk precies hetzelfde vroegen. Wij
hebben daarin verwezen naar een Engels systeem waarin met dezelfde
vouchers wordt gewerkt. Daar is eigenlijk ook het onderzoek van CE Delft
op gebaseerd. Die moties zijn toch al aangenomen? Dit is precies waar
wij vorige week al over gestemd hebben.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dat zou heel erg wonderlijk zijn, want dat rapport van CE Delft is
afgelopen vrijdag naar buiten gekomen en omarmd door Natuur &
Milieu. Ik vind het ontzettend belangrijk dat dit onderzoek niet in een
lade verdwijnt en dat wij dus nu gaan kijken wat er organisatorisch en
financieel allemaal mogelijk is. Dat zal wellicht niet meer door dit
kabinet gebeuren, maar het moet wel klaarliggen bij een volgende
formatie. Samen sterk, zou ik dus willen zeggen. Ik heb niet de indruk
dat ik nu een motie heb ingediend die al eerder op de Kameragenda heeft
gestaan.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, heel kort dan. Wellicht kunt u dit misverstand
oplossen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nou ja, ik stem graag voor die motie hoor, maar het onderzoek van CE
Delft is gebaseerd op een Brits systeem dat Green Homes Grant scheme
heet. De heer Terpstra en ik hebben een motie ingediend om dat voor
Nederland ook uit te zoeken. In dit voorstel van CE Delft gaat het om
een bescheiden bedrag. In Engeland gaat het over grotere bedragen. Het
is dus eigenlijk al aangenomen, maar ik zal graag voor deze motie
stemmen.
De voorzitter:
We gaan allereerst horen wat de minister ervan vindt, want als de motie
overbodig is, zal ze wellicht een ander advies geven.
Het woord is aan de heer Van Otterloo, die ook twee minuten heeft.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel voorzitter, en ook dank aan de minister voor de antwoorden.
Ik begrijp dat er al een onderzoek plaatsvindt naar de kostendelersnorm.
Ik zie er maar van af om daar een motie over in te dienen, maar ik
verzoek de minister wel om zeker te stellen dat ook de woningmarkt
nadrukkelijk onderdeel wordt van de uitkomsten van dat onderzoek naar
het kunnen versoepelen van de kostendelersnorm.
En dan dien ik toch maar een motie in over iets waar ik geen antwoord op
heb gekregen in de eerste termijn.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in het hoofdlijnenakkoord voorafgaand aan
deze verkenning in zijn eigen toelichting aangeeft naar de hantering van
het woningwaarderingssysteem en de inzet van het compensatie-instrument
te willen kijken;
constaterende dat slecht geïsoleerde woningen in aanmerking dienen te
komen voor huurcompensatie;
constaterende dat het woningwaarderingssysteem op basis van een
puntentelling de maximaal te berekenen huur voor sociale woningbouw
aangeeft;
overwegende dat door een forse verlaging van het aantal punten door een
korting toe te passen voor slecht geïsoleerde woningen een verlaging van
de huur en een compensatie voor de stijgende energielasten gerealiseerd
wordt;
van oordeel dat deze compensatie van de stijgende energielasten wel
zodanig ingepast moet worden dat het voordeel van de lagere huur niet
wordt tenietgedaan door een gelijke verlaging van de huurtoeslag;
verzoekt de regering een huurverlaging voor slecht geïsoleerde woningen
op basis van het woningwaarderingssysteem door te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Otterloo. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 67 (35570-VII).
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik even voor een kort moment, want er moet nog
het een en ander gekopieerd en verdeeld worden, en de minister moet er
ook even naar kunnen kijken. Ik schors dus voor enkele
ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We zijn aangekomen bij de appreciatie van de moties. Ik geef het woord
aan de minister.
Minister Ollongren:
Ja, en nog een enkele vraag vooraf, die ik nog moest beantwoorden
Eerst de vraag van mevrouw Beckerman, die zei dat de huurder niet de
dupe mag worden van fouten van een expert. Ik wil graag toezeggen dat ik
samen met de Huurcommissie en RVO zal onderzoeken hoe we de huurder
beter kunnen ondersteunen en sneller duidelijkheid kunnen geven bij een
klacht of een vraag over het label. Ik zal ook zorgen dat huurders zelf
beter kunnen checken of er wellicht een fout is gemaakt. Ik zal tot een
uitwerking hiervan komen in het eerste kwartaal.
Ik had ook nog een vraag van de heer Nijboer niet beantwoord. Die vraag
ging over tijdelijke huurcontracten. Hij zei dat die nu standaard lijken
te worden. Uit de Monitor Tijdelijke Verhuur van het CBS blijkt dat
verhuur voor onbepaalde tijd de norm is; gelukkig, zo zeg ik tegen de
heer Nijboer. Verhuurders die voor langere tijd willen verhuren hebben
baat bij een bestendige huurrelatie. Tijdelijke huurcontracten bieden de
mogelijkheid om tijdelijk te verhuren in situaties waarin dat weer
gewenst is, bijvoorbeeld als je tijdelijk op zoek bent naar huurruimte
als overbrugging naar meer permanente huisvesting. Maar de evaluatie van
de Wet doorstroming huurmarkt loopt natuurlijk, en ik onderzoek dan ook
de effecten van de tijdelijke huurcontracten. Dan weet de heer Nijboer
dat ik dat in het vizier heb.
De voorzitter:
Maar de heer Nijboer heeft het niet helemaal zo bedoeld, denk ik.
Althans, hij zwaait naar mij.
De heer Nijboer (PvdA):
Natuurlijk, als je nu gemiddeld naar de voorraad kijkt, zie je dat heel
veel mensen heel lang in een huis zitten. Dan zie je dus heel weinig
tijdelijke huurcontracten. Maar je moet kijken naar mensen die beginnen
te huren. Krijgen die na een halfjaar, na een jaar of na twee jaar een
huurcontract? En dat explodeert helemaal. Dat kan elke makelaar je ook
vertellen. Tijdelijk is nu de norm, en dat is natuurlijk het
probleem.
Minister Ollongren:
Nee, oké, prima, dat is de stelling van de heer Nijboer. Ik wijs erop
dat de norm op zichzelf in aantallen een contract voor onbepaalde tijd
is, maar dat begrijpt hij ook en daar is hij het ook mee eens. Maar ik
zal bij de evaluatie van de doorstroming op de huurmarkt de analyse van
de heer Nijboer zeker betrekken, want dat zou dan het ongewenste effect
zijn. Het is belangrijk dat we dat in de gaten houden.
Ik had ook nog een vraag van de heer Van Otterloo, maar hij heeft daar
inmiddels een motie over ingediend, dus die vraag bespreek ik bij de
behandeling van de motie, als hij dat goedvindt.
De vraag van mevrouw Beckerman over de studenten heb ik zo begrepen dat
ik gewoon even zou kijken naar datgene wat ze mij heeft overhandigd. Dat
beloof ik haar gewoon te doen.
De voorzitter:
Akkoord, fijn.
Minister Ollongren:
Dan had ik nog een vraag van mevrouw Dik-Faber over Rijsenhout. Dat is
dus een ingewikkelde locatie, zoals zij en ik weten, vanwege het LIB 4,
het luchthavenindelingbesluit 4. Het is vanuit veiligheid een
ingewikkelde locatie. Ik ben wel met de collega van IenW, Cora van
Nieuwenhuizen, aan het kijken naar het ruimtelijke beleid. Dat zei ik
zonet ook al in reactie op de vragen over Kronenburg. Er zijn door de
gemeente Haarlemmermeer voor drie verschillende locaties vvgb's
aangevraagd, en voor één locatie is die ook verkregen. Dat overleg
tussen BZK, IenW en Haarlemmermeer is dus gaande. Ik zal het signaal dat
ik nu heb gekregen van mevrouw Dik-Faber natuurlijk meenemen, en kijken
of er specifieke vragen zijn of misschien contacten die niet makkelijk
gelegd worden. Dank dus voor het signaal.
Voorzitter. Dan de moties. De eerste motie, op stuk nr. 40, is van de
heer Kops, die de huurverhoging van 2020 terug wil draaien. Dat is een
ongerichte wens. Ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 41 van de heer Kops ziet op de 27.000
statushouders. We hebben daarover gedebatteerd. Ik vind dat je deze
mensen zo snel mogelijk moet huisvesten, ook in verband met de
inburgering. Ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 41 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 42 is van de heer Koerhuis. De motie gaat over
corporaties en specifieke situaties. Ik heb gezegd dat ik vind dat
corporaties zorgvuldig en goed moeten omgaan met die individuele
casussen. Ik vind niet dat een commissie daar de oplossing voor is. Ik
denk dat dat ook niet in proportie zou zijn met het probleem. Ik denk
dat het ook vaak veel sneller gaat als gemeenten en corporaties gewoon
zelf tot een oplossing komen. Ik ben dus geen voorstander van zo'n
commissie. Ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 42 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 43 ziet op de spoedwetgeving rond flexwoningen. Ik
heb in mijn eerste termijn gezegd dat ik echt bereid ben — ik dacht dat
ik daarmee de heer Koerhuis een handreiking deed — om in sommige
gevallen die procedure zo veel mogelijk te verkorten. Dat wil ik ook
graag, want ik zie ook het nut en de noodzaak van flexwoningen. Ik wil
een experiment doen onder de Crisis- en herstelwet. Dat heb ik
toegezegd. Maar dat bedoelt de heer Koerhuis dus duidelijk niet. Ik kan
echter niet de hele periode van planvorming tot een halfjaar
terugbrengen. Dat is niet realistisch. Als de heer Koerhuis dat van mij
vraagt, moet ik de motie helaas ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 43 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
Ik kom bij de motie op stuk nr. 44. Ik vond dat de heer Koerhuis in zijn
termijn niet helemaal duidelijk was dat hij de ondergrens van 500 naar
200 woningen wil verlagen. Dat is wel wat de motie nu vraagt. Ik zou hem
en ook zijn mede-indieners willen suggereren om de motie aan te houden,
omdat ik heb toegezegd dat ik bij de tussentijdse evaluatie kijk naar de
grens van 500 woningen en of die inderdaad knellend is. Ik heb
argumenten gegeven waarom ik denk dat het verstandig is om die grenzen
te hebben. Ik heb ook gezegd dat ik voor regionale spreiding ben en ik
wil niet dat ik gemeenten teleur moet stellen omdat ze gewoon helemaal
niet dit soort plannen hebben. Maar om op voorhand te zeggen dat we de
grens verlagen, dat zou ik niet willen. Ik zou de indieners willen
suggereren om de motie aan te houden voor dit moment, in afwachting van
de evaluatie.
De voorzitter:
De heer Koerhuis is niet voornemens de motie aan te houden. Dan neem ik
aan dat het advies "ontraden" is?
Minister Ollongren:
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 44 ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 45 gaat over Amersfoort. Ik ben een klein beetje
verrast door de motie, omdat ik in goed overleg ben met Amersfoort. De
motie suggereert de aansluiting bij de Woondeal, maar de partijen zelf
hebben de conclusie getrokken om dat niet te doen. Ik vind het wel
belangrijk dat er lokaal ook steun is voor de ene of de andere route.
Naar aanleiding van die gesprekken met Amersfoort ga ik ze niet opleggen
dat het moet. Dus dan zou ik de motie moeten ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 45 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 46 gaat over informatie die de heer Koerhuis …
Excuus, voorzitter, ik dacht dat de heer Koerhuis iets wilde zeggen,
maar ik praat maar gewoon door.
De voorzitter:
Mevrouw Dik-Faber wil nog iets zeggen, volgens mij.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik was even in verwarring of ik wel of niet nog een vraag aan de
minister mocht stellen. Het gaat over de motie op stuk nr. 45. Ik heb
tijdens deze vergadering contact gehad met het bestuur van Amersfoort.
Zij zijn blij met deze motie. De heer Koerhuis knikt ook. We hebben echt
andere signalen dan de minister ontvangen heeft. Ik hoop echt dat met
deze motie in de hand hier een stap naar voren gezet kan worden.
De voorzitter:
Maar volgens mij had de minister daar als advies op gegeven
"ontraden".
Minister Ollongren:
Jawel, maar dat was in de veronderstelling dat de lokale partijen waar
het hier over gaat — Utrecht, Amersfoort en ook andere gemeenten in de
regio — zelf de keuze hadden gemaakt om het niet te doen. Het is niet de
informatie die ik heb, maar als dat anders zou zijn, als partijen daar
zelf van zeggen dat ze het willen onderzoeken, dan is dat voor mij heel
relevant. Maar dat is dus niet de informatie die ik heb.
De voorzitter:
Betekent dat dat het oordeel wijzigt?
Minister Ollongren:
De motie zou dan natuurlijk overbodig zijn, want dan kunnen ze gewoon
zelf aan de slag, en daar ga ik dan graag aan meewerken. Maar ik wil dat
wel echt even bevestigd zien. Daar moet ik dan wel even mee aan de slag.
Wellicht willen de indieners de motie even aanhouden?
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Dik-Faber. O, ze is van de heer Koerhuis. Neem
me niet kwalijk. Meneer Koerhuis.
De heer Koerhuis (VVD):
Ja, de suggestie is een bekende. Als de minister een kort briefje wil
sturen voor de stemming over hoe het bestuur van Amersfoort erin zit,
dan kunnen we altijd nog even ernaar kijken.
De voorzitter:
Dat betekent dus dat de motie voorlopig wordt aangehouden tot aan de
stemming?
De heer Koerhuis (VVD):
Dat is heel gek, aanhouden tot de stemming. Zo werkt dat niet. Dus
vooralsnog wil ik de motie in stemming brengen. Als de minister echt
zegt dat het bestuur van Amersfoort er niet op zit te wachten, dan
brengen we haar natuurlijk niet in stemming. Maar dat wachten we
af.
De voorzitter:
Dat betekent dus dat de motie voorlopig ontraden wordt? Prima, dan is de
motie op stuk nr. 45 ontraden.
Minister Ollongren:
Dan ga ik weer verder met de motie op stuk nr. 46. De heer Koerhuis
vraagt daarin om nog een aantal punten te betrekken bij de informatie
die ik al had toegezegd aan de Kamer. Ik moet daar wel één opmerking bij
maken. Ik heb de indruk dat de heer Koerhuis vraagt om hier per project
de CO2-besparing te monitoren. Daar heb ik al eerder van
gezegd dat dat niet kan. De monitoring is voor de gehele gebouwde
omgeving, niet per project. De Kamer ontvangt die informatie ook gewoon
jaarlijks. Dus dat kan ik niet doen. Verder ga ik de informatie die ik
al eerder heb beloofd, natuurlijk gewoon sturen. Die probeer ik volgende
week te sturen. Maar de heer Koerhuis vraagt hier nog veel meer en dat
kan ik niet beloven.
De heer Koerhuis (VVD):
Als ik er nou uit schrap "en hoeveel de verwachte
CO2-besparing is", kan de minister de motie dan ook overnemen
net als die andere moties?
De voorzitter:
We gaan hier nu niet ter plekke moties veranderen.
De heer Koerhuis (VVD):
Ik vraag wel heel andere dingen. Als het echt onmogelijk is, één ding.
Ik vind het wel relevant, maar ja, de rest is ook belangrijk.
De voorzitter:
Ja, maar kijk, dan zou het zo moeten zijn dat er een gewijzigde motie
ingediend gaat worden. Dan kan de minister alsnog weer een appreciatie
geven. We kunnen hier niet per motie nog eens keer weer allerlei
wijzigingen gaan invoeren. Dat werkt echt niet in de praktijk. Ik kijk
even naar de minister.
Minister Ollongren:
De voorzitter is streng. De motie ongewijzigd. Ik ontraad de
motie.
De voorzitter:
Als de motie zo ingediend wordt, is ze ontraden. Als de heer Koerhuis
daar een wijziging op aanbrengt, gaat de minister er nog even naar
kijken en dan komt er een andere appreciatie. Zoals de motie er nu ligt,
wordt ze ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 47 is van de heer Smeulders. Ik had daar al een
toezegging over gedaan. De motie gaat wat verder. Ik had gezegd te gaan
onderzoeken hoe het dan werkt daar in het VK, om de voor- en de nadelen
op een rijtje te zetten, en dan te kijken of we er iets mee kunnen doen.
Maar ik lees de motie zo dat u eigenlijk al zegt dat we het moeten gaan
uitwerken en toepassen in Nederland. Ik zou de heer Smeulders willen
voorstellen mij eerst het onderzoek te laten doen, en op basis van het
onderzoek te concluderen of dit een begaanbaar pad is voor de
Nederlandse situatie. Anders gaat het mij iets te snel en kan ik de
consequenties niet goed overzien. Dus wellicht wil de heer Smeulders de
motie nog aanhouden?
De voorzitter:
Een verzoek aan de heer Smeulders om de motie aan te houden.
De heer Smeulders (GroenLinks):
Zoals ik net heb aangegeven, ben ik blij dat de minister het onderzoek
gaat doen, maar het lijkt me ook gewoon goed om dit in te voeren. Dus
laat de Kamer er gewoon over stemmen. Als de motie wordt verworpen, dan
praten we verder na het onderzoek.
De voorzitter:
Dat betekent dat het advies nu "ontraden" is, mag ik aannemen.
Minister Ollongren:
Ja, precies, want ik wil eerst graag dat onderzoek doen. Dat ga ik
gewoon doen, ook al wordt de motie verworpen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 47 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 48 is geïnspireerd door een ander voorstel rond de
starters. Ik heb toen ook eigenlijk gezegd dat ik niet zoveel zie in het
zetten van allerlei hekken rond doelgroepen. Ik heb liever projecten
waar ook die doelgroepen gewoon onderdeel van uitmaken. Ik ben niet
tegen de starters of tegen de studenten, maar wel tegen het afbakenen
van specifieke budgetten binnen de woningbouwimpuls. Ik geloof meer in
projecten waar het allemaal onderdeel van uitmaakt. Deze motie moet ik
ontraden.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 48 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
Motie op stuk nr. 49 is een "spreekt uit"-motie. Die is niet aan mij
gericht.
De motie op stuk nr. 50 vraagt om Rijnenburg een proactieve aanwijzing
te geven. Dit is een ongedekte motie. Dit is een motie die bestuurlijk,
in de goede verhoudingen die ik heb met de medeoverheden, ook in deze
regio, heel veel spanning gaat opleveren. Ik zie bovendien ook niet hoe
dat wat de motie vraagt, op deze manier haalbaar is. Ik geloof dat we
daar uitvoerig over hebben gedebatteerd zonet. Ik heb ook verwezen naar
de quickscan die loopt naar de verstedelijkingsstrategie en naar de
plancapaciteit. Voorzitter, u zult begrijpen dat ik deze motie
ontraad.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 50 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
Motie op stuk nr. 51 verzoekt om de Kamer te informeren over de
mogelijkheden om te komen tot een vernieuwde vorm van premie A-woningen.
Ik heb gezegd dat ik op zich niet voorstander ben van het meer aangaan
van risicovolle leningen voor kopers. We doen daar andere zaken voor.
Uiteindelijk vragen de heren Terpstra en Nijboer eigenlijk om een
onderzoek. Het staat er niet letterlijk zo, maar … Het staat er wel.
Sorry, ik lees gewoon niet goed. Dit is een onderzoeksmotie. Ik geef
haar oordeel Kamer.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 51: oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
Dan kom ik bij de Lelylijn, de motie op stuk nr. 52. Ik kom hier een
beetje in de knoop met de verantwoordelijkheid van de collega van IenW.
Ik denk dat op zichzelf het bij dit soort grote infrastructurele
projecten heel nuttig is om ook woningbouw in kaart te brengen. Maar de
motie zou ook uitgelegd kunnen worden als het voorsorteren op de
besluiten rondom de Lelylijn. Dat kan ik hier niet toezeggen. Ik kan wel
zeggen dat als we naar dit soort grote infrastructurele voorstellen
kijken het relevant is om te weten of woningbouw dan inderdaad tot de
mogelijkheden behoort. Ik kan op geen enkele manier vooruitlopen op
besluiten over welke investering dan ook in de infrastructuur. Als de
heer Terpstra dat bedoelt, altijd woningbouw betrekken langs alles wat
je bekijkt zonder dat je er op enige manier op vooruitloopt, wil ik dat
wel toezeggen. Ik heb het idee dat de motie net wat sneller gaat. Ik
vind dat riskant en wil dat ook eigenlijk niet doen zonder overleg met
de collega van IenW.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 52 ontraden?
Minister Ollongren:
Ja. Ik weet alleen niet of de heer Terpstra er nog aan denkt om 'm even
aan te houden zodat we dat goed met elkaar kunnen uitzoeken en het in
verband kunnen brengen met het MIRT en andere zaken.
De voorzitter:
Het voorstel aan de heer Terpstra is om de motie eerst aan te houden
totdat er helderheid is over de vraag in hoeverre het botst met het
andere ministerie.
De heer Terpstra (CDA):
Ja, laat ik dat maar doen, voorzitter.
Op verzoek van de heer Terpstra stel ik voor zijn motie (35570-VII, nr.
52) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Ollongren:
Dat wordt zeer gewaardeerd. Dank.
De motie op stuk nr. 53 gaat over het zo transparant mogelijk maken van
de biedingsprocedure. Ik heb al gewezen op de eigen verantwoordelijkheid
van de branche- en consumentenorganisaties. Als ik de motie zo mag
interpreteren dat ik het gesprek met hen aanga over die transparantie
van het biedingsproces en de Kamer daarover zal informeren, wat ik in
het eerste kwartaal van volgend jaar kan doen, kan ik het oordeel over
de motie aan de Kamer laten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 53 met de toevoeging van de minister krijgt daarbij
oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
De motie-Van Eijs op stuk nr. 54 over de transformatiebrigade. We hebben
het Expertteam Woningbouw met veel expertise over dit onderwerp. Ik ben
voornemens dat expertteam uit te breiden en ik kan dit voorstel daarin
meenemen. Ik laat het oordeel hierover dus graag aan de Kamer.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 54: oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 55 gaat over innovatief gebouwde woningen. Ik heb
dat al ondersteund via de bouwagenda die afloopt — ik zei dit al in mijn
eerste termijn — maar wil daar graag mee doorgaan. Ik laat het oordeel
graag aan de Kamer.
De voorzitter:
Motie op stuk nr. 55: oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 56 vraagt om samenwerking met betreffende
garantiefondsen en toegang tot de garantiefondsen voor de innovatieve
bouwbedrijven. Het is de verantwoordelijkheid van de waarborginstelling
om aannemers te toetsen op hun financiële gezondheid en de geleverde
bouwtechnische kwaliteit. Ik heb de Kamer eind september geïnformeerd
over de toegankelijkheid van de waarborgregeling voor innovatieve
bouwbedrijven en ik heb aangegeven dat het volgens de waarborginstelling
niet voorkomt dat een aannemer wordt geweigerd vanwege de toepassing van
innovatieve technieken. Ik heb ook navraag laten doen en geen andere
signalen gekregen. Wat mij betreft is een aanvullende actie niet nodig.
Er is een AO Bouwen gepland op 9 december en dan kunnen we er nog verder
over spreken. Misschien wil mevrouw Van Eijs de motie aanhouden tot dat
moment, want anders moet ik haar ontraden omdat ik niet denk dat dit
nodig is.
De voorzitter:
Het verzoek aan mevrouw Van Eijs is om de motie eerst aan te houden tot
het AO Bouwen.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ja, ik wil haar aanhouden. Ik ga de mensen die mij dit hebben
aangereikt, er nog een keer over spreken. Mag ik ondertussen ook een
vraag stellen over de motie op stuk nr. 50?
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Eijs stel ik voor haar motie (35570-VII, nr.
56) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Was de motie op stuk nr. 50, even uit mijn blote hoofd, een
spreekt-uitmotie? O nee, nee. Die is ontraden.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Maar mag ik daar een vraag over stellen aan de minister?
De voorzitter:
Ja, kort dan.
Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik vroeg me af of deze überhaupt uitvoerbaar is.
De voorzitter:
Minister, de vraag is of de motie uitvoerbaar is.
Minister Ollongren:
Ik heb in mijn appreciatie ook twijfels uitgesproken over de
uitvoerbaarheid vanwege het feit dat er met een aanwijzing binnen een
jaar een bestemmingsplan klaar zou moeten zijn en dat is helemaal niet
haalbaar, gegeven de complexiteit en grootte van dit geheel.
Ik kom op de motie op stuk nr. 57 van mevrouw Beckerman. Dat is precies
de motie waarover zij een debat had met de heer Nijboer. Voor de hele
motie gaat inflatie plus 1% gelden.
De voorzitter:
Is daarmee de motie op stuk nr. 57 …
Minister Ollongren:
Mevrouw Beckerman kan haar intrekken, maar als ze dat niet doet, ontraad
ik haar om die reden.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman doet dat niet, waarmee de motie is ontraden.
Minister Ollongren:
In de motie op stuk nr. 58 borduurt mevrouw Beckerman nog even door op
de huurprijzen in de vrije sector. Ze vraagt om een aanvullende
maatregel, ten minste om bevriezing van de hele vrije sector. Ik heb al
bij de heer Kops gezegd dat dat ongericht en wat mij betreft ook
ongewenst is. Dus ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 58 is ontraden.
Minister Ollongren:
In de motie op stuk nr. 59 wordt gevraagd om de instelling van een
Gebiedsfonds bij het verhelpen van vocht- en schimmelproblematiek. Ik
heb zonet wel aangegeven dat wij hard moeten werken aan verbetering van
de woningvoorraad, en dan vooral de slechtste onderdelen waar het hier
over gaat. De woningbouwcorporaties zijn daar natuurlijk volop mee
bezig. Maar ik heb geen voornemens om daar weer een afkadering te maken
van het bedrag. Maar ik ben er wel van overtuigd dat het hiervoor heel
veel gaat werken. Want als we praten over de slechtste wijken, dan zijn
dat de herstructureringen waarvan je verwacht dat daarmee dit soort
dingen wordt aangepakt. Maar ik wil het alleen niet daarbinnen nu al
afkaderen. Om die reden ontraad ik de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 59 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 60 gaat over de periodieke keuring voor woningen,
de apk waar ook de heer Van Otterloo het over had. Ik heb toen uitgelegd
dat het toch wel een enorme administratieve last zou zijn om dit te
doen, terwijl het voor de meeste woningen niet nodig is. Ik acteer
liever op de specifieke problemen. Ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 60 wordt ontraden.
Minister Ollongren:
Ik kom toe aan de motie op stuk nr. 61, waarin om een plan van aanpak
wordt gevraagd voor het bouwen van 100.000 sociale huurwoningen in de
komende vier jaar. Ik heb de Kamer geïnformeerd over het plan om 150.000
sociale huurwoningen te bouwen, en dat wordt uitgewerkt. De Kamer is
daar al over geïnformeerd. Dan kan ik deze motie moeilijk steunen. Dus
ik ontraad haar.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman heeft een korte vraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Deze houden we aan.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Beckerman stel ik voor haar motie (35570-VII, nr.
61) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Ollongren:
Ik kom toe aan de motie op stuk nr. 62, waarin wordt gevraagd om
aanvullende voorstellen, zodat Vestia haar volkshuisvestelijke taak kan
waarmaken. Ik heb net gezegd dat ik het belangrijk vind dat er een
structurele oplossing voor Vestia komt, omdat ook na afloop van de
sanering Vestia nog steeds een moeilijke situatie heeft. En die
oplossing moet er ook komen. De sector speelt daar zelf natuurlijk een
belangrijke rol in. Ik heb de adviescommissie van Aedes genoemd. Voor
het eind van het jaar informeer ik de Kamer over de stappen die ik zal
nemen om te zorgen dat er volgend jaar een oplossing komt. Met deze
invulling kreeg ik de indruk, toen ik de motie zag, dat ik haar zelfs
kon overnemen, als de heer Nijboer dat ook goedvindt.
De voorzitter:
Maar volgens mij doen we dat bij een wetgevingsoverleg niet.
De heer Nijboer (PvdA):
Ik wilde net een keer ja zeggen.
De voorzitter:
Het schoot me ineens te binnen dat dat niet kan. Maar dan zal het gewoon
oordeel Kamer worden.
Minister Ollongren:
Excuus, voorzitter. Dat had ik trouwens inmiddels ook kunnen weten.
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 62 krijgt oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
In de motie op stuk nr. 63 wordt gevraagd, de verzakking van huizen te
voorkomen en de schade te herstellen. Het probleem van die funderingen
is er. Dat heeft allerlei oorzaken: klimaatverandering, droogte, zakkend
grondwaterpeil et cetera, et cetera. We weten helemaal niet precies voor
welke woning dat tot wat voor herstel en kosten leidt. We zijn bezig met
de bodemdaling en met droogte. De collega's van IenW werken daaraan,
Landbouw werkt daaraan, omdat daar ook een deel van de oorzaak zit,
medeoverheden hebben allerlei verantwoordelijkheden op deze terreinen,
zoals een zorgplicht ten aanzien van het grondwater en het beheren van
het oppervlaktepeil. De collega's van IenW, LNV, medeoverheden en ik
zullen in het voorjaar van 2021 komen met een nadere toelichting en een
aanpak van de problematiek. Maar er zijn zoveel betrokkenen en zoveel
belangrijke dingen die eerst goed moeten worden gedaan, dat ik het te
gemakkelijk vind om dan nu te zeggen: er moet een aanvalsplan komen. We
zijn daar heel serieus mee bezig, we zullen daarop terugkomen, maar nu
deze motie met een zin oordeel Kamer geven kan ik niet doen. Daarvoor
vind ik het iets te complex. Dus ik moet haar ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 63 wordt ontraden.
De heer Nijboer (PvdA):
Je zou de redenering ook heel goed andersom kunnen houden. We weten niet
precies wat er aan de hand is, het kan grote impact hebben op mensen, er
zijn heel veel betrokkenen dus we gaan daar als Rijk eens stevig
achterheen zitten, juist omdat er zoveel mensen vast kunnen zitten. Als
het in het woord "aanvalsplan" zit, wil ik ook wel een ander woord
kiezen, want daar gaat het me helemaal niet om. Het gaat mij er wel om
dat het Rijk de verantwoordelijkheid neemt voor een beetje duidelijkheid
voor de mensen die hun huis zien verzakken, wat de heel verschillende
oorzaken daar ook van zijn.
Minister Ollongren:
Dat is een beetje mijn punt: ik voel me als minister van Wonen
verantwoordelijk voor de huizen, en het zo goed mogelijk helpen van de
mensen die daar wonen, zoals eigenaren en huurders. Maar ik heb de
collega's daarbij heel hard nodig, omdat het gaat over grondwater, over
de wijze van omgang met landbouwgronden, over verhoging of verlaging van
het grondwaterpeil, of zakken de koeien anders weg? Vandaar dat ik zeg:
we moeten er echt wel een co-product van maken, ook om het op te lossen.
Ik ben voor een deel daarvoor verantwoordelijk. Ik blijf toch bij mijn
oordeel.
De voorzitter:
De minister blijft bij haar oordeel: ontraden.
Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 64 van de heer Nijboer wil het terugdraaien van
flexhuren. Ik heb net al bij mijn inleiding iets gezegd over tijdelijke
contracten. De heer Nijboer wil die eigenlijk beperken. Misschien kan ik
met de heer Nijboer overeenkomen dat we dan die evaluatie maar eens even
afwachten. Daarna kan ik een wat definitiever oordeel vellen over de
ontwikkeling van die tijdelijke huurcontracten en of het nodig zou zijn
om die in te perken, op wat voor manier dan ook. Ik kan dat nu gewoon
niet goed beoordelen, want die evaluatie is er nog niet.
De voorzitter:
Betekent dat dat het oordeel op de motie op stuk nr. 64 daarmee
"ontraden" wordt?
Minister Ollongren:
Nou, eerst dacht ik: even kijken of de heer Nijboer haar zou willen
aanhouden.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Nee, voorzitter. Ik heb namelijk … Mevrouw Schouten heeft destijds met
de beste bedoelingen die flexibilisering doorgevoerd. Als je gewoon
kijkt naar de cijfers die er nu al zijn, dan is het echt anders geworden
dan wat minister Blok destijds in de Kamer heeft verdedigd. Het is echt
totaal anders geworden dan wat ermee was bedoeld. Dus ik vind het goed
als de Kamer dat een keer uitspreekt. Ik heb daar geen onderzoek meer
voor nodig, want het is echt zo. Daar bestaat helemaal geen twijfel meer
over en daar is ook echt veel aandacht voor in de media, en terecht. Dat
wil ik een keer een halt toeroepen, want anders gaat dat mis. Het is
eigenlijk al misgegaan. Dus ik heb een dringende reden voor mijn motie
en breng haar ook in stemming.
De voorzitter:
Helder. Maar volgens mij zegt de minister dan dat het oordeel is:
ontraden.
Minister Ollongren:
Ja, maar omdat ik dus vind dat ik iets meer moet weten en dus wel die
evaluatie moet hebben. Als er uit die evaluatie blijkt dat het is zoals
de heer Nijboer stelt, dan zullen we ook nog moeten kijken wat je dan
zou willen aanpassen. Dus de heer Nijboer zet nu al twee stappen. Ik
sluit niet uit dat het uiteindelijk ook zo zal blijken te moeten, maar
ik ben nog niet zover dat ik die conclusie nu kan trekken.
De voorzitter:
De heer Nijboer kennende, vermoed ik dat hij standvastig is. We gaan het
zien en weten in ieder geval dat het oordeel ontraden is.
We gaan naar de motie op stuk nr. 65.
Minister Ollongren:
Daar kan ik heel lang over zijn, maar ook heel kort. Ik laat het oordeel
over die motie graag aan de Kamer. Dit is eigenlijk weer een volgende
stap in wat we, denk ik, allemaal belangrijk vinden, namelijk
isolatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 65 krijgt oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
Ja. We hadden al een motie. Daar komt nu een motie bij. We gaan dingen
in kaart brengen en de Kamer daarover informeren en dat is dan weer de
basis voor verdere besluitvorming. Dus hiermee wordt nog niets gezegd
over middelen, maar wel over het in kaart brengen van wat er zou
kunnen.
De voorzitter:
Dat was de motie op stuk nr. 66?
Minister Ollongren:
Dat was de motie op stuk nr. 65.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 65 krijgt nog steeds oordeel Kamer.
Minister Ollongren:
Dan de motie op stuk nr. 66 van mevrouw Dik-Faber, dat is de motie die
ziet op het nadrukkelijk meenemen van gemeenschappelijke woonvormen. Als
ik de motie zo mag lezen dat het vooral een wens is om een verbeterplan
op tafel te leggen voor de verschillende mogelijkheden die bijvoorbeeld
wooncoöperaties hebben om geclusterde ouderenhuisvesting of andere
gemeenschappelijke woonvormen te stimuleren, dan ben ik daar heel graag
toe bereid. Ik vond de motie een tikje ongericht geformuleerd, zeg ik er
eerlijk bij. Maar tegelijkertijd heb ik natuurlijk sympathie voor de
gedachte zoals mevrouw Dik-Faber die net heeft uitgelegd. Ik worstel dus
nog een heel klein beetje met de uitleg van de motie, maar nogmaals, ik
sta er sympathiek tegenover. Ik ga proberen daar op een goede manier
uitvoering aan te geven, langs de lijnen die ik net heb geschetst. Ik
geef de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Met deze toelichting van de minister: oordeel Kamer voor de motie op
stuk nr. 66. Mevrouw Dik-Faber?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De minister vindt de motie wat ongericht. Ik zou willen voorkomen dat de
uitvoering van de motie niet conform de verwachtingen van de indieners
is. Ik denk dat ik de komende dagen nog even in gesprek ga met de
mede-indieners over een eventuele nadere duiding van de motie, zodat wel
helder wordt wat wij bedoelen. Want als het alleen gaat over
wooncoöperaties of over ouderenhuisvesting, dan zou dat te mager zijn.
Ik heb de minister ook niet horen zeggen dat ze het daartoe wil
beperken. Laten we de komende dagen nog even naar de motie kijken en dan
wordt die eventueel nog gewijzigd, voordat die in stemming komt.
De voorzitter:
Begrijp ik dat die eerst aangehouden wordt?
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Nee, voorzitter. Ik houd haar niet aan, maar ik ben bereid haar te
wijzingen alvorens ik haar in stemming breng. Maar dat wil ik niet nu
even doen. Dat doe ik in overleg met de mede-indieners.
De voorzitter:
Uitstekend. Dan is het gewoon oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 66
en zien we wel of er een wijziging komt.
Minister Ollongren:
Desalniettemin: zeer gewaardeerd en als mevrouw Dik-Faber wil dat ik nog
even meedenk met haar, dan doe ik dat ook heel graag.
De motie op stuk nr. 67, de laatste, van de heer Van Otterloo, over het
woningwaarderingsstelsel en de huurverlaging. Ik had willen zeggen, maar
ik heb dat geloof ik in het begin helemaal niet gedaan, dat ik dit
najaar nog een brief ga sturen aan de Kamer over dit onderwerp.
Misschien dat de heer Van Otterloo zijn motie zou willen aanhouden
totdat hij die brief van mij heeft ontvangen.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Van Otterloo.
De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dat is dan nog een week of vijf, dus dat moet kunnen.
De voorzitter:
Ik begrijp van de heer Van Otterloo dat zijn motie wordt
aangehouden.
Op verzoek van de heer Van Otterloo stel ik voor zijn motie (35570-VII,
nr. 67) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
We zijn bijna aan het eind gekomen van deze bijeenkomst. De stemmingen
over de ingediende moties zijn volgende week dinsdag. Over de
amendementen wordt pas later bij de begroting gestemd. Ik wens u allen
verder nog een zeer plezierige avond, al duurt die niet meer lang. We
hebben nog geen avondklok, dus we kunnen nog even over straat.
Sluiting 22.49 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 33 (2020-2021) van 9 november 2020 |
---|
Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |