[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Deelrapport 1 - Conclusies en aanbevelingen

Parlementaire enquĂȘte aardgaswinning Groningen

Rapport

Nummer: 2023D04546, datum: 2023-02-24, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-35561-6).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 35561 -6 Parlementaire enquĂȘte aardgaswinning Groningen.

Onderdeel van zaak 2023Z01935:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2022-2023

35 561 Parlementaire enquĂȘte aardgaswinning in Groningen

Nr. 6 DEELRAPPORT 1 – CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN1

Voorwoord

Groningen. Een provincie waar bijna overal de horizon nog te zien is. Groene wierden met daarop de torens van dorpskerken, buurtschappen met achttiende-eeuwse huizen tussen nieuwgebouwde rijtjeswoningen, grote boerderijen achter statige gevels; een uniek landschap boven op een van de grootste aardgasvelden ter wereld. Voor Nederlandse begrippen is het er dunbevolkt, maar de honderdduizenden Groningers bewonen een gaswinningsgebied dat internationaal gezien een van de meest dichtbevolkte winningsgebieden is. En lang, te lang zijn deze Groningers niet gezien.

Natuurlijk, en zoals ik bij de start van ieder verhoor herhaalde, 60 jaar aardgaswinning in Groningen heeft de Nederlandse samenleving veel gebracht. Het Groningenveld leverde ons land en onze staatskas ruim 363 miljard euro op. Daarmee zijn in de loop der jaren tal van belangrijke maatschappelijke wensen en behoeften gefinancierd. Echter, de winning liet steeds grotere schaduwkanten zien. Want vele bewoners boven het gasveld ondervinden nog dagelijks de schadelijke gevolgen van de inmiddels 1.594 aardbevingen die door gaswinning werden veroorzaakt. Ondanks het terechte besluit om de aardgaswinning volledig te beëindigen, zal er nog vele jaren sprake zijn van na-ijlende bevingen.

Tot nu toe zijn er een kleine kwart miljoen individuele schades afgehandeld, en daar zal het niet bij blijven. De noodzakelijke preventieve versterking van ruim 27.000 gebouwen, een versterking die mensen voldoende tijd biedt om bij een zeer zware beving tijdig het huis te verlaten, is pas voor dertig procent gerealiseerd. Voltooiing wordt niet verwacht voor 2028 en kan bij nieuwe tegenvallers nog langer duren. De enorme omvang van het aantal schades en te versterken huizen, in combinatie met het onvermogen van verantwoordelijke private én publieke partijen om dit tijdig en adequaat aan te pakken, heeft ook bij veel te veel gedupeerden tot leed en dikwijls ernstige gezondheidsklachten geleid. Daarbovenop veroorzaakte dit alles een forse breuk van het vertrouwen van mensen in de overheid, wat ook de jongere generaties in hun toekomstverwachtingen raakt.

Het feit dat dit zich afspeelde in een heel geleidelijk tempo en in een regio die niet gauw op de voorgrond treedt, heeft erkenning van dit leed te lang in de weg gestaan. Het unanieme besluit van de Tweede Kamer in maart 2019 om het zwaarste politieke instrument, dat van de parlementaire enquĂȘte, in te zetten, kan gezien worden als een betekenisvolle beginstap om dit recht te zetten.

In zijn aard behoort een parlementaire enquĂȘte altijd gericht te zijn op waarheidsvinding. Dat geldt uiteraard ook voor deze enquĂȘte, want om de vraag te kunnen beantwoorden hoe dit alles heeft kunnen gebeuren, is een gedegen feitelijke reconstructie onontbeerlijk. In negen tijdvakken die zes decennia beslaan, levert de enquĂȘtecommissie deze reconstructie op. Daarvoor waren diepgaand dossieronderzoek, vele besloten voorgesprekken en openbare verhoren onder ede nodig. De openbare verhoren boden tevens de ruimte om beslissers verantwoording te laten afleggen en om als commissie gevoed te worden bij het trekken van lessen voor de toekomst.

Groningen en zijn bewoners zijn bijzonder, het is er prachtig en men is terecht trots op de slogan «Er gaat niets boven Groningen». Tegelijkertijd is de pijnlijke hoofdconclusie van dit rapport dat de belangen van de Groningers structureel zijn genegeerd bij de gaswinning. In die zin ging de gaswinning dus boven de Groningers. De commissie vindt het echter de hoogste tijd dat hun belangen nu voorop worden gezet. Vandaar ook dat de commissie haar rapport de titel Groningers boven Gas heeft meegegeven.

Het leed van gedupeerde Groningers motiveerde mij destijds ook om de Kamerbreed ondertekende motie in te dienen die tot deze enquĂȘte opriep. Het is een groot voorrecht om vervolgens voorzitter te mogen zijn van een enquĂȘtecommissie met net zo sterk gemotiveerde, toegewijde en collegiale Kamerleden. Daarvoor ben ik ondervoorzitter Judith Tielen, de leden Stieneke van der Graaf, HĂŒlya Kat, Barbara Kathmann, Anne Kuik en Peter Kwint dan ook zeer erkentelijk. In ons werk werden wij op meer dan voortreffelijke wijze ondersteund door een heel deskundige groep medewerkers. Naast griffier Miguel Israel en onderzoekscoördinator Mirjan Bouwman waren dat: Martijn Barth, Cora Bruijniks, Sybren Deuzeman, Lianne van Duinen, Iris Glas, Timon de Groot, Raber Hakim, Marleen Huls, Ilsa de Jong, Niels Kruithof, Tijs Manten, Rolf Noordsij, Arno Segeren, Maaike van Slooten-Benders, Jeanine Verhoef, Manon Verhoeven en Ilse Zeemeijer. De commissie heeft samen met deze staf vele gesprekken gevoerd met Groningers.

Tevens is de commissie veel dank verschuldigd aan de zes leden van onze klankbordgroep. Carla van Baalen, Margriet Brandsma, Herman Bröring, Michel DĂŒckers, Rob Govers en David Smeulders hebben ons vele waardevolle adviezen gegeven. Door hun bereidheid om, ieder vanuit hun eigen unieke expertise, meermaals hun commentaar met de commissie te delen, is ons een heel nuttige spiegel voorgehouden. Ook dank ik namens de commissie de onderzoekers van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit, die in onze opdracht een onafhankelijke discoursanalyse van de gaswinning in Groningen hebben verricht. Erkentelijk zijn we ook de Algemene Rekenkamer, voor het feit dat men bereid was om de cijfers over de opbrengst van de gaswinning te actualiseren.

Veel waardering heeft de commissie ook voor alle medewerkers van de Tweede Kamer die het werk van de commissie ondanks de nodige coronarestricties mede mogelijk hebben gemaakt. In het bijzonder willen wij Kamerbodes Martin Jongejan, Marcel Twickler en Roberto Raymi Belleza bedanken voor hun geweldige diensten.

Tot slot dankt de commissie alle mensen, waaronder veel gedupeerde Groningers en hun kinderen, die ons gastvrij hebben ontvangen tijdens bijzonder nuttige werkbezoeken in Groningen en Drenthe. Het ter plekke uit eerste hand horen en zien wat zij als ervaringsdeskundigen hebben meegemaakt, heeft onze inzichten verrijkt.

Op basis van de omvangrijke feitelijke reconstructie is de commissie tot een flink aantal belangrijke bevindingen gekomen, die zowel inhoudelijke conclusies als oordelen bevatten. Hiermee denkt de commissie ook de opdracht te hebben vervuld die de Tweede Kamer haar heeft gegeven. In die opdracht was herstel van vertrouwen niet als expliciet doel van deze enquĂȘte opgenomen. Er was wel de wens dat het onderzoek hierbij zou helpen, maar ook een duidelijk besef dat vertrouwen moet worden verdiend. Daar is meer voor nodig dan alleen dit onderzoek. Wel is de commissie ervan overtuigd dat de aanbevelingen die zij doet, kunnen leiden tot noodzakelijke verbeteringen. De commissie hoopt dat dit rapport bijdraagt aan nieuw toekomstperspectief voor Groningers.


Tom van der Lee,
voorzitter parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen