Reactie op verzoek commissie over de nadere reactie op beëindiging permanente bewoning van recreatiewoningen
Brief regering
Nummer: 2023D05677, datum: 2023-02-13, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2023D05677).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.M. de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Onderdeel van zaak 2023Z02456:
- Indiener: H.M. de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-02-16 13:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2023-03-09 11:30: Procedurevergadering commissie Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-05-23 16:30: Staat van de volkshuisvesting (Commissiedebat), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2023-05-25 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2023D05677 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2023
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een brief ontvangen van R. P. d.d. 16 december 2022 over «Nadere reactie m.b.t. beëindiging permanente bewoning van recreatiewoningen». In de procedurevergadering van 22 december 2022 heeft de commissie besloten een reactie op deze brief van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te vragen. Ik heb het verzoek van de commissie op 27 december 2022 ontvangen.
De briefschrijver woont permanent in een recreatiewoning en vermeldt een omgevingsvergunning te hebben aangevraagd om diens situatie te legaliseren. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen en ook op andere verzoeken van de briefschrijver om permanente bewoning toe te staan op het betreffende park, afwijzend gereageerd. De briefschrijver is van mening dat het park geen recreatief toekomstperspectief kent; de gemeente is volgens de briefschrijver een andere mening aangedaan. De briefschrijver geeft voorts aan geen antwoord te hebben gehad van de gemeente op de vraag of diens park is meegenomen in de inventarisatie naar het potentieel aan te transformeren vakantieparken, die plaatsvindt naar aanleiding van de motie van Kamerlid Peter de Groot1.
Bij de afweging om een park al dan niet te transformeren naar een woonbestemming, is de (potentiële) economische vitaliteit van een park een belangrijke factor. Wanneer er geen recreatief toekomstperspectief meer is, pleit dit voor het veranderen van functie. Daarbij zijn er overigens nog tal van andere factoren die een rol spelen in de afweging van gemeenten. Dit is beschreven in het kwaliteits- en afwegingskader «wonen in recreatiewoningen», dat vanuit het Ministerie van BZK is ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen in een afweging rondom transformatievraagstukken.2 Vanuit de landelijke overheid is er nog onvoldoende zicht op alle relevante factoren, die ter plekke een rol kunnen spelen. Het is daarom aan de gemeente om een afweging te maken hoe om te gaan met de wens van de eigenaar-bewoners van het betreffende park.
In verband met de woningbouwopgave is het wel belangrijk om beeld te krijgen van de transformatiemogelijkheden die provincies en gemeenten zien op recreatieparken. Ik heb daarom gevraagd aan provincies om een inventarisatie uit te voeren.
Daarnaast vinden er regelmatig gesprekken plaats met gemeenten en provincies over transformatie van recreatieparken. Ook ondersteun ik gemeenten in het transformeren van vakantieparken door de inzet van het expert- en aanjaagteam «transformatie van vakantieparken».
Zoals toegezegd in het WGO van 14 november 2022 (Kamerstuk 36 200 VII, nr. 117), kom ik eind Q1 2023 bij terug op de inventarisatie. Dit doe ik in samenhang met de toezegging aan uw Kamer om een vervolg op de actie-agenda vakantieparken vorm te geven.
De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
H.M. de Jonge