Reactie op brief (oud-)student met betrekking tot herziening van de Wet Studiefinanciering 2000
Brief regering
Nummer: 2023D28752, datum: 2023-06-27, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 3
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2023D28752).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.H. Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2023Z12082:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2023-07-06 15:44 ⇒ Doorgezonden aan de betrokken commissie(s). (Besluit)
- 2023-07-06 15:44 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2023-07-06 10:15 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen; adressant informeren. (Besluit)
- 2023-07-06 10:15: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2023-07-06 15:44: Aansluitend: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
2023D28752 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 juni 2023
Hierbij stuur ik u de reactie op de door de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen brief van een oud-student met betrekking tot de herziening van de Wet Studiefinanciering 2000 (hierna: WSF 2000).
De oud-student beschrijft dat hij op 3 april jl. een brief van DUO ontving naar aanleiding van de controle op bijverdiensten over het jaar 2019. De bijverdiengrens voor het (kalender)jaar 2019 is vastgesteld op € 14.682,96. Als gevolg van het overschrijden van de bijverdiengrens verzoekt DUO de oud-student om een bedrag van € 2.451,94 terug te betalen. De oud-student schrijft dat hij het onterecht vindt dat (oud-)studenten het te veel verdiende bedrag dienen terug te betalen, in plaats van het ten onrechte ontvangen bedrag aan studiefinanciering.
Het is goed om te benoemen dat de bijverdiengrens met de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs vanaf 1 januari 2024 zal vervallen. De controles over de jaren 2022 en 2023 worden niet meer opgestart.1
De oud-student stelt dat er sprake is van «ten onrechte» ontvangen studiefinanciering. Dit is niet juist. Het recht op studiefinanciering bestaat indien voldaan wordt aan de voorwaarden van nationaliteit, leeftijd en type onderwijs.2 Als de student niet aan die voorwaarden had voldaan, dan had DUO de ontvangen studiefinanciering al in een eerder stadium teruggevorderd.
Daarbij stelt de oud-student dat het eerlijker zou zijn om het teveel ontvangen bedrag – in plaats van het teveel verdiende bedrag – terug te betalen, waarbij de oud-student stelt dat dat in zijn situatie een lager bedrag zou zijn. Het geldend principe is dat het inkomen boven de bijverdiengrens financiële middelen zijn die de student zelf aan onderwijs en levenshouderhoud kan besteden, en waarvoor hij of zij dus geen studiefinanciering hoeft te ontvangen. De bijverdiengrens is gebaseerd op het verdiende inkomen per kalenderjaar, dat wordt afgezet tegen de ontvangen studiefinanciering in datzelfde kalenderjaar.3 Het bedrag dat boven de bijverdiengrens wordt verdiend – het meerinkomen per kalenderjaar – wordt verrekend met de studiefinanciering of teruggevorderd.4Dit bedrag kan nooit meer zijn dan het totaal aan ontvangen studiefinanciering5 in dat jaar: het meerinkomen is in die zin gelijk aan het bedrag aan studiefinanciering dat «teveel» is ontvangen.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat DUO in dergelijke gevallen altijd eerst kijkt of de vordering met lopende studiefinanciering verrekend kan worden. Als dat niet mogelijk is ontvangt de (oud-)student een betalingsverzoek voor het volledige bedrag. Indien de (oud-)student niet voldoet aan de betalingsverplichting, wordt deze omgezet in een rentedragende lening. Hiervoor gelden dan dezelfde voorwaarden als bij reguliere studieschulden, waaronder toepassing van draagkracht.6
Tot slot is de oud-student van mening dat de termijn waarover de controle op de bijverdiengrens plaats vindt te lang is, aangezien hij een correctie over het jaar 2019 pas in 2023 ontvangt. De controles op de bijverdiengrens kennen inderdaad een lange doorlooptijd – gemiddeld zo’n twee tot drie jaar en soms iets meer dan drie jaar. Dit komt omdat DUO de controles uitvoert op basis van definitief vastgestelde inkomensgegevens van de Belastingdienst.
Ik begrijp dat een dergelijke correctie voor (oud-)studenten als vervelende verrassing komt, zeker als daar een aantal jaren overheen is gegaan. Maar uitgaan van het definitieve inkomen zorgt juist voor zekerheid. Het alternatief was immers dat controles worden gedaan op inkomensdata die nog kunnen veranderen, waardoor DUO soms terugvorderingen zou doen die achteraf niet nodig blijken.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.H. Dijkgraaf
Over 2020 en 2021 vinden geen controles plaats vanwege COVID-19.↩︎
Zie artikel 2.2, artikel 2.3 of 2.3a en paragrafen 2.2 tot en met 2.4 WSF 2000.↩︎
Tenzij er aan het begin of aan het eind van het kalenderjaar een periode geen studiefinanciering door de student is ontvangen. De bijverdiensten in die maanden tellen niet mee.↩︎
Zie artikel 3.17 WSF 2000.↩︎
Bestaande uit basisbeurs, aanvullende beurs, eenoudertoeslag of bedrag gelijk aan ontvangen reisvoorziening.↩︎
Zie artikel 6.10 vierde lid, WSF 2000. Zie voor meer informatie over de bijverdiengrens de brochure: bijverdienen-2019.pdf (duo.nl)↩︎