[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Rectificatie Offensief gelijke kansen

Arbeidsmarktbeleid

Brief regering

Nummer: 2025D11948, datum: 2025-03-20, bijgewerkt: 2025-03-24 14:13, versie: 3 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-29544-1275).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29544 -1275 Arbeidsmarktbeleid.

Onderdeel van zaak 2025Z05197:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2024-2025

29 544 Arbeidsmarktbeleid

30 950 Racisme en Discriminatie

Nr. 1275 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart 2025

Op 12 maart heb ik uw Kamer geïnformeerd over het Offensief Gelijke kansen1. Per abuis staat er een fout in de Kamerbrief ten aanzien van de bevoegdheden van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Op pagina vijf staat dat de Arbeidsinspectie boetes kan opleggen in het kader van de Wet Gelijke Behandeling man vrouw en de Wet arbeid vreemdelingen. Dit is niet juist. De Arbeidsinspectie is toezichthouder op de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen maar enkel in onderzoekende zin.

De Arbeidsinspectie kan voor overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen boetes opleggen, maar niet voor arbeidsmarktdiscriminatie. Boetes kunnen bijvoorbeeld gegeven worden voor illegale tewerkstelling, schending van de meldplicht bij UWV, of als de administratie niet op orde is (vaststellingsplicht en bewaarplicht).

Verder kan de Arbeidsinspectie een boete opleggen als een RI&E (Risico-Inventarisatie & Evaluatie) geen beleid bevat dat gericht is op het bestrijden van discriminatie op de werkvloer. Dit vloeit voort uit de verplichting van een werkgever om beleid te voeren ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting. Deze verplichting betreft beleid op onderwerpen als werkdruk en ongewenste omgangsvormen op het werk, maar ziet niet op arbeidsmarktdiscriminatie.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Y.J. van Hijum


  1. Kamerstukken II, 2024–25, 29 544, nr. 1272↩︎