Brief van het Presidium inzake het jaarverslag 2024 van het College van onderzoek integriteit van de Tweede Kamer
Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Brief Presidium
Nummer: 2025D13111, datum: 2025-03-26, bijgewerkt: 2025-03-27 14:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. (Martin) Bosma, voorzitter van het Presidium (PVV)
Onderdeel van kamerstukdossier 35351 -30 Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Onderdeel van zaak 2025Z05692:
- Indiener: M. (Martin) Bosma, voorzitter van het Presidium
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-04-01 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
35 351 Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Nr. 30 BRIEF VAN HET PRESIDIUM
Aan de Leden
Den Haag, 26 maart 2025
Het Presidium legt, op grond van artikel 4 van de Regeling toezicht en handhaving Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal (hierna: Regeling), ter kennisgeving aan u voor het jaarverslag 2024 van het College van onderzoek integriteit van de Tweede Kamer. Het College heeft tot taak om klachten aangaande schending van de Gedragscode door Kamerleden te behandelen.
Het Presidium heeft in zijn vergadering van 26 maart 2025 gesproken over het jaarverslag 2024. Het College beveelt aan om bij het sanctioneren van een Kamerlid voortaan te vermelden dat het handelen in strijd met het sanctiebesluit van de Kamer ook weer gezien wordt als een schending van de Gedragscode en dus, op eigen initiatief van het College, onderzocht kan worden en door de Kamer gesanctioneerd kan worden (conform artikel 13a van de Regeling).
Het College doet tevens de aanbeveling om, als een Kamerlid een aanwijzing krijgt opgelegd, in het sanctiebesluit een termijn op te nemen waarbinnen de aanwijzing moet zijn opgevolgd. Het College zal per geval een passende termijn voorstellen.
Het Presidium stelt de Kamer voor de aanbevelingen van het College over te nemen.
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
Martin Bosma