Motie van het lid Ergin over onderzoek naar het juridisch bindend maken van oordelen van het College voor de Rechten van de Mens
Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten)
Motie
Nummer: 2025D14340, datum: 2025-04-01, bijgewerkt: 2025-04-02 12:02, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36446-74).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.A. Ergin, Tweede Kamerlid (DENK)
Onderdeel van kamerstukdossier 36446 -74 Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten).
Onderdeel van zaak 2025Z06210:
- Indiener: D.A. Ergin, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-04-01 17:40: Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) (36446) voortzetting antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2025-04-08 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
Vergaderjaar 2024-2025 |
36 446 Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten)
Nr. 74 MOTIE VAN HET LID ERGIN
Voorgesteld 1 april 2025
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het College voor de Rechten van de Mens oordelen uitspreekt over discriminatie, waaronder arbeidsmarktdiscriminatie, maar dat deze oordelen momenteel niet juridisch bindend zijn;
overwegende dat de huidige niet-bindende status de naleving van discriminatieverboden ondermijnt en slachtoffers zelden daadwerkelijk rechtsherstel zien;
verzoekt de regering om te onderzoeken op welke wijze en onder welke voorwaarden oordelen van het College voor de Rechten van de Mens juridisch bindend gemaakt kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ergin