[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Vaststelling Programma IRM - start Programma Ruimte voor de Rivier 2.0

Deltaprogramma

Brief regering

Nummer: 2025D14586, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-03 13:43, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31710 -86 Deltaprogramma.

Onderdeel van zaak 2025Z06321:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Hierbij ontvangt de Kamer, mede namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het definitieve Programma Integraal Riviermanagement (IRM): ‘Naar een toekomstbestendig rivierengebied’.1

Dit is de afronding van het Programma Integraal Riviermanagement (IRM). Dit vormt de basis en is de start voor het Programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Het kabinet zet hiermee in op een rivierengebied dat klaar is voor de toekomst, zoals in het regeerprogramma is aangekondigd.

Aan het rivierengebied van de Maas en de Rijntakken wordt al eeuwen gesleuteld. De aanleg van dijken, kribben, stuwen, sluizen en kanalen heeft ervoor gezorgd dat we in het Nederlands rivierengebied veilig kunnen wonen, ondernemen en recreëren en dat de rivieren bevaarbaar blijven. Daar zijn we trots op.

Soms leiden ingrepen uit het verleden ook tot nieuwe uitdagingen. Zo heeft het aanleggen van kribben in de Waal tot versnelde daling van de rivierbodem geleid.

De huidige inrichting van het riviersysteem, het dalen van de rivierbodem en de vaker voorkomende extreem hoge en lage afvoeren, zorgen ervoor dat de gebruiksfuncties van de rivier onder druk staan. De maatschappij ondervindt hier hinder van: in droge perioden heeft de scheepvaart in toenemende mate last van beperkingen en tegelijkertijd is er te weinig aanvoer van water via de IJssel naar het IJsselmeergebied, onze 'nationale regenton'. Ook verdrogen de uiterwaarden en het achterland wat zorgt voor schade aan landbouw en natuur. Daarnaast moet het rivierengebied bij hogere afvoeren veilig blijven.

Voor de bescherming tegen overstromingen in combinatie met natuurontwikkeling en regionale economische ontwikkeling is ruimte nodig. Niet alles past en niets doen is daarom geen optie: keuzes én veranderingen zijn nodig. Van de partijen die verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer van het rivierengebied vragen de opgaven om keuzes en een integrale aanpak met maatregelen, die niet op zichzelf staan, maar onderdeel zijn van een logisch en samenhangend geheel.

Het kabinet zet in op een rivierengebied dat klaar is voor de toekomst en start daarom het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 (RvdR 2.0). Dit programma richt zich zoals het eerdere programma Ruimte voor de Rivier niet alleen op hoogwater maar ook op laagwater. Hierbij gaat het om vijf rivierfuncties:

(1) waterafvoer,

(2) bevaarbaarheid,

(3) zoetwaterbeschikbaarheid en drinkwatervoorziening,

(4) natuur en ecologische waterkwaliteit en

(5) ruimtelijke economische ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit.

Met RvdR 2.0 wordt daarmee bijgedragen aan de zoetwatervoorziening van grote delen van Nederland. Door bij laagwater het beschikbare water passend over Nederland te verdelen, wordt voorkomen dat teveel water te snel afstroomt naar zee. Dit is van cruciaal belang voor de landbouw in diverse regio’s in verband met de toenemende uitdagingen rondom verdroging, verzilting en de zoetwaterbehoefte voor gewassen. Hiermee wordt de voedselzekerheid ondersteund. Voldoende behoud van waardevolle, hoogproductieve landbouwgrond is van dit kabinet ook van belang, gelet op de geopolitieke ontwikkelingen en groeiende wereldbevolking.

De afgelopen jaren hebben Rijk en regionale partijen in het Programma Integraal Riviermanagement (IRM) een start gemaakt richting een toekomstbestendig riviersysteem. Dit heeft geleid tot een Programma onder de Omgevingswet IRM dat met deze brief wordt aangeboden aan de Kamer.

Het Ontwerp Programma IRM is in december 2023 aan de Kamer toegestuurd en heeft vervolgens ter inzage gelegen. Daarnaast is het voor advies voorgelegd aan de Commissie voor de Milieueffectrapportage (Commissie MER)2. De Commissie MER was positief over het uitgevoerde MER-onderzoek en heeft aanbevelingen gedaan voor het vervolg. De inspraakreacties zijn beantwoord en waar mogelijk verwerkt. De reactienota wordt binnenkort gepubliceerd via de website van het Platform Participatie3. Het Programma IRM is hiermee vastgesteld door de verantwoordelijk bewindspersonen van VRO, LVVN en IenW en daarmee definitief geworden. Het Programma IRM vormt de start van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0.

Ruimte voor de verschillende rivierfuncties

In het rivierengebied liggen verschillende opgaven die Ruimte voor de Rivier 2.0 in samenhang oppakt. Ruimte in het rivierengebied is schaars en tegelijkertijd nodig voor zaken zoals:

  • veilige afvoer van hoogwater;

  • de bevaarbaarheid van de rivieren voor goederenvervoer;

  • bestrijding van verdroging in de uiterwaarden en het achterland t.b.v. landbouw en natuur, en om funderingsschade te beperken;

  • een zo goed mogelijke verdeling van zoetwater over Nederland in droge tijden zodat het Noorden en het Westen van water worden voorzien;

  • Verbeteren van de ecologische waterkwaliteit in combinatie met een recreatieve ontwikkeling, passend bij het gebied. Hiermee kan het rivierengebied ook voorzien in de behoefte aan recreatie van bewoners van omliggende steden.

Integraal Riviermanagement

De afgelopen jaren is door Rijks- en regionale partijen gewerkt aan het Programma IRM met als doel de inrichting van de rivieren zó aan te passen dat deze op lange termijn in staat blijven om zoveel mogelijk het maatschappelijk gebruik te faciliteren.

Met het Programma IRM besluit het Rijk – met een positief advies van provincies en waterschappen – om voor het rivierengebied de volgende nieuwe beleidsdoelen na te streven:

  1. Voor rivierbodemligging en sedimenthuishouding: een voldoende stabiele en beheerbare bodemligging van het zomerbed die bijdraagt aan herstel van de natuurlijke rivierdynamiek en zorgt voor een goede bevaarbaarheid en waterverdeling over Nederland bij lage rivierafvoeren.

  2. Voor afvoer- en bergingscapaciteit: voldoende capaciteit om de hogere rivierafvoeren die in de loop van deze eeuw verwacht worden op te vangen en om ruimtelijke ontwikkelingen, landbouw en natuur, bodemligging en overige opgaven te faciliteren.

  3. Inzicht in de ruimtelijke consequenties van de beleidskeuzes, want het benodigde ruimtebeslag is groter dan de huidige beschikbare buitendijkse ruimte.4

Het Programma IRM bevat daarnaast beleidskeuzes die duidelijk maken op welke manier deze doelen worden gerealiseerd, een adaptieve aanpak tot 2050 die op basis van voortschrijdende inzichten over maatregelen en ontwikkelingen periodiek wordt bijgesteld en een routekaart waarin het vervolg wordt geschetst en wanneer welke besluiten moeten worden genomen. De uitgangspunten van het programma IRM worden ook opgenomen in de Nota Ruimte. Uiteindelijke besluitvorming vindt plaats op basis van de meest actuele inzichten en KNMI-scenario’s.

Programma Ruimte voor de Rivier 2.0

Met de vaststelling van het Programma IRM start tegelijk het hernieuwde Programma RvdR 2.0. Om te zorgen dat de nodige maatregelen op tijd worden uitgevoerd, zijn binnen afzienbare tijd keuzes nodig. Dat geldt voor het herstel van de rivierbodem voor het verbeteren van de bevaarbaarheid en de zoetwaterverdeling en ook voor de ruimte die de rivier nodig heeft voor waterafvoer en natuur. Dit zou ook, in beperkte mate en op specifieke locaties, gebieden kunnen betreffen die nu binnendijks liggen. Het maken van deze keuzes geeft duidelijkheid over waar ruimtelijke ontwikkeling plaats kan vinden en waar nu of in de toekomst ruimte nodig is om het risico op overstromingen voor (toekomstige) inwoners te verkleinen. Zo krijgen we in de toekomst geen spijt van keuzes die nu in de ruimtelijke ordening worden gemaakt. Daar waar binnendijks ontwikkeld wordt, houdt het kabinet rekening met water en bodem om toekomstige schade of overlast te voorkomen. 

Bij alle benodigde maatregelen zal dit kabinet nadrukkelijk kijken naar wat er wél mogelijk is en blijft. Onderdeel hiervan is dat gekeken wordt naar de mogelijkheden van meervoudig of tijdelijk ruimtegebruik voor zover dit niet ten koste gaat van de waterveiligheid. Dit biedt naar verwachting in ieder geval kansen voor uitloopgebieden nabij (nieuwe) woongebieden. Ook worden afspraken voorbereid over gebiedsgericht samenwerken. In 2025 worden besluiten voorbereid die in 2026 moeten worden genomen, met naast beleidskeuzes het type benodigde maatregelen voor de korte en waar mogelijk lange termijn gericht op herstel van rivierbodems en ruimte voor hoge rivierafvoeren. Tegelijkertijd blijven we werken aan lopende rivierverruimingsprojecten en starten we pilots op voor sedimentsuppletie.

De nationale beleidskeuzes worden vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2028 - 2033. De uitwerking van de beleidsbeslissing over voldoende ruimte in het rivierbed die in het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 wordt gedaan, zal worden ingebracht in de Deltabeslissing Rijn-Maas Delta en de voorkeursstrategieën Rijn en Maas. Daarnaast vormt dit mede input voor de nieuwe Nota Ruimte. Het kabinet beoogt de ontwerp Nota Ruimte voor de zomer van 2025 aan de Kamer toe te sturen. Daarbij zal de dan beschikbare informatie worden betrokken. Uitgangspunt is dat in de Nota Ruimte rekening wordt gehouden met te maken keuzes in het rivierengebied. De Nota Ruimte kent een cyclisch karakter en wordt regelmatig geactualiseerd. De definitieve beleidskeuzes over de rivieren vormen daarom, na verankering in het NWP, input voor een volgende Nota Ruimte.

Via de halfjaarlijkse zogenaamde waterbrieven wordt de Kamer op de hoogte gehouden van de voortgang van het programma RvdR 2.0. Daarnaast informeer ik u voor de zomer over de tijdlijn van het programma Ruimte voor de rivier 2.0, zoals toegezegd in het WGO Water van 18 november 2024.5

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Barry Madlener


  1. De juridische status hiervan is ‘programma onder de Omgevingswet’, zoals bedoeld in Afdeling 3.2 van die wet.↩︎

  2. https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p34/p3449/a3449_ts.pdf↩︎

  3. https://www.platformparticipatie.nl/irm↩︎

  4. Er is in het Programma IRM voor de indicatieve kaart met ruimtebeslag uitgegaan van het KMNI’06 scenario W+, omdat de KNMI’23 scenario’s nog niet zijn omgezet naar afvoerscenario’s voor de rivier. Voor het zichtjaar 2050 lopen de scenario’s echter niet ver uiteen. De kaart in het Programma IRM is indicatief en heeft geen ruimtelijke doorwerking. In het programma RvdR2.0 worden nadere keuzes en maatregelen voor het rivierengebied uitgewerkt.↩︎

  5. Toezegging TZ202411-059↩︎