Ontwikkelingen diergeneeskundige zorg
Dierenwelzijn
Brief regering
Nummer: 2025D14685, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-03 14:08, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Beslisnota bij Kamerbrief over ontwikkelingen in de diergeneeskundige zorg
- Onderzoek naar de prijsontwikkelingen in de diergeneeskundige zorg
- Regulering van diergeneeskundige zorg in Europa
Onderdeel van kamerstukdossier 28286 -1388 Dierenwelzijn.
Onderdeel van zaak 2025Z06387:
- Indiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2025-04-09 11:15: Procedurevergadering LVVN (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (š origineel)
Geachte Voorzitter,
Gezelschapsdieren zijn voor veel mensen een belangrijk onderdeel van hun leven. Wie een dier heeft, draagt de verantwoordelijkheid daar goed voor te zorgen. Dit betekent goede dagelijkse verzorging zoals voeding, gezonde leefomstandigheden en waar nodig medische behandeling ter preventie of behandeling van ziekten. Hiervoor is het belangrijk dat er kwalitatief goede diergeneeskundige zorg beschikbaar is, in reguliere tijden en in de spoed. Veel mensen hebben zorgen over het stijgen van de prijzen van de diergeneeskundige zorg voor gezelschapsdieren en vragen zich af of zij de zorg voor hun dier kunnen blijven betalen. Er zijn zorgen over de gevolgen die dit kan hebben voor diergezondheid en dierenwelzijn. Ook zijn er vragen over de mogelijke invloed van ketenvorming in de diergeneeskundige zorg op de hoogte van deze prijzen. Deze signalen en zorgen over prijsstijgingen, de mogelijke rol van ketenvorming daarbij en de mogelijke gevolgen voor dieren deel ik en neem ik zeer serieus. Uw Kamer heeft hier meermaals aandacht voor gevraagd en heeft hierover verschillende moties aangenomen die de regering vragen om hier actie op te ondernemen.
In deze brief ga ik, mede namens de minister van Economische Zaken, in op de resultaten van het onderzoek dat ik heb laten uitvoeren door Ecorys (bijlage 1). Met de uitvoering van dit onderzoek geef ik invulling aan de motie Beckerman (Kamerstuk 36200-XIV, nr. 28). Dit onderzoek was nodig om een objectief beeld te krijgen van de prijsontwikkeling in de diergeneeskundige zorg in de periode 1991-2024, de oorzaken voor deze prijsontwikkeling en de rol van ketenvorming daarbij. Op basis daarvan heb ik samen met de minister van EZ en in overleg met de veterinaire beroepsgroep bepaald welke acties vanuit de beroepsgroep, de overheid en de ACM nodig zijn om concreet invulling te geven aan de aanpak van dit vraagstuk. Centrale doelen in de aanpak zijn:
Een goed functionerende markt voor diergeneeskundige zorg, met voldoende effectieve concurrentie op dienstverlening, zorgaanbod en prijs.
Versterking van de informatiepositie van de consument, zodat hij een goed geĆÆnformeerde vrije keuze kan maken voor de zorg voor zijn dier.
Maatregelen om kosten te kunnen te besparen, zowel aan de aanbodkant (door de beroepsgroep) als aan de vraagkant (door de consument).
Resultaten onderzoek prijsontwikkelingen diergeneeskundige zorg
Reguliere zorg
Uit het Ecorys-rapport komt naar voren dat de tarieven voor alle typen consulten (reguliere zorg en spoedzorg samen) in de periode 1991-2024 2 tot 2,5 keer sneller zijn gestegen dan de inflatie. De grootste prijsstijging vond plaats in de periode 1991-2015, voordat de ketens hun intrede hadden gedaan. In de periode 2015-2024 zijn deze tarieven ook gestegen, maar in deze periode benaderde de stijging meer de inflatie dan in de periode 1991-2015 (met name bij reguliere zorg). Het rapport beschrijft diverse uiteenlopende oorzaken voor deze stijging, zoals grote veranderingen in vraag en aanbod, professionalisering van de diergeneeskundige zorg (zowel qua techniek als organisatie), een veranderende arbeidsmarkt, toename van kosten en een meer marktconforme prijsstelling. In de jaren ā90 hanteerden de meeste praktijken volgens Ecorys relatief bescheiden tarieven die dicht tegen de kostprijs aanlagen. Ook vond kruissubsidie plaats tussen diensten voor verschillende diersoorten (er werd verdiend aan de zorg voor landbouwhuisdieren). Er is nu meer differentiatie in behandelingen en prijsstellingen, waarbij meer marktconforme tarieven worden gerekend.
Spoedzorg
In de periode 1991-2024 zijn de tarieven voor spoedzorg 3 tot 3,5 keer sneller gestegen dan de inflatie. Dat betekent dat de tarieven in de spoedzorg harder zijn gestegen dan de tarieven voor reguliere zorg. Daarvan is de grootste stijging in de periode 1991ā2015, voordat de ketens hun intrede hadden gedaan. In de periode 2015-2024 zijn de tarieven sneller gestegen dan de inflatie en is de tariefstijging voor spoedzorg hoger dan de tariefstijging voor de reguliere zorg. Oorzaken voor deze prijsstijging zijn volgens Ecorys verminderde bereidheid onder veterinaire professionals om onregelmatig te werken, veranderingen in de beschikbaarheid van spoedzorg (24/7) en aanpassing van de arbeidsrechtelijke wetgeving. Ook beschrijft Ecorys dat het aanbod van spoedzorg de afgelopen decennia sterk is veranderd. Ketenpartijen nemen een steeds grotere rol in de organisatie van de spoedzorg.
Ketenontwikkeling
Naast de prijsontwikkelingen heeft Ecorys ook gekeken naar ketenontwikkeling in de diergeneeskundige zorg in Nederland. Naar schatting zijn er 1.200 praktijken voor gezelschapsdieren in Nederland. Van deze praktijken zijn circa 490 praktijken in handen van ketens. Het marktaandeel van ketens is dus circa 40%. Er zijn twee grote internationale ketens met honderden aangesloten praktijken en daarnaast zijn er drie middelgrote ketens, met enkele tientallen praktijken.
De opkomst van ketens heeft volgens Ecorys mede geleid tot verdere ontwikkeling van de diergeneeskundige zorg, door onder meer het aanbieden van een breed scala aan diensten en specialisaties in diagnostiek en behandeling. Doordat ketens vaak meer gespecialiseerde dierenartsen en meer parttimers in dienst hebben, hebben zij relatief hogere personeelskosten. Naast salariskosten zijn andere kosten ook vaak hoger, in vergelijking met reguliere praktijken, zoals de huur van grote(re) locaties en kostbaar(der) aanbod aan diagnostische- en medische apparatuur en de mate waarin deze worden gebruikt. De tarieven van ketens ten opzichte van zelfstandige praktijken zijn circa 6% tot 10% hoger voor reguliere zorg, en circa 40% hoger voor spoedzorg. Bij deze 40% is sprake van een bandbreedte (lagere en hogere prijzen) en zijn sommige zelfstandige dierenklinieken bij bepaalde handelingen duurder dan ketens.
Ecorys benoemt dat de spoedzorg in de periode tot circa 2015 vaak werd geleverd als een service boven op de basiszorg van de praktijk. Regelmatig gebeurde dit in samenwerking met andere dierenartsen in de regio. De vraag naar spoedzorg buiten standaard werktijden nam echter toe en de bereidheid van dierenartsen in loondienst om deze dienst te leveren verminderde. Door het afnemende aanbod van spoeddienst door reguliere praktijken en de overname of oprichting van spoedzorgklinieken, wordt spoedzorg in toenemende mate door ketens gefaciliteerd. Kleinere en/of zelfstandige praktijken sluiten vaak in de avonduren en weekenden en maken, bijvoorbeeld door middel van doorverwijzing, gebruik van de centrale spoedlocaties.
Ecorys beschrijft in het rapport een aantal algemene risicoās van ketenvorming op het functioneren van markten, zoals minder keuzevrijheid voor de consument. Daarnaast geeft Ecorys aan dat een aandachtspunt naar de toekomst is of verdere concentratie op de markt tot minder concurrentie gaat leiden. Om het effect van ketenvorming op de marktwerking te kunnen beoordelen, moet gekeken worden of er voldoende concurrrentie (op lokale en regionale schaal) tussen de aanbieders is, zo stelt Ecorys.
Kostenbesparende maatregelen
Naast de prijs- en ketenontwikkeling heeft Ecorys ook gekeken naar mogelijke kostenbesparende maatregelen vanuit de sector. Daaruit komen een aantal mogelijkheden, zoals het verbreden van het takenpakket van de paraveterinair waardoor het takenpakket van de dierenarts deels wordt ontlast en kosten kunnen worden bespaard. Daarnaast noemt Ecorys het creƫren van een functie op hbo-niveau en het verbeteren van de voorlichting richting de consument over (zorg)kosten, diagnostiek- en behandelmogelijkheden zodat de consument een goed geinformeerde keuze kan maken en waar mogelijk zijn kosten besparen. Ook het opstellen van en behandelen conform richtlijnen voor veterinair handelen kan tot kostenbesparing leiden in diagnose en behandeling, en het bundelen van krachten in de vorm van samenwerkingsverbanden om bijvoorbeeld de kosten voor spoedzorg naar beneden te brengen.
Externe analyse diergeneeskundige zorg in Europa
Naast het Ecorys onderzoek heb ik een externe analyse laten uitvoeren naar de regulering van diergeneeskunde in andere landen in het licht van de motie van het lid Beckerman c.s. (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 63), die verzocht om met maatregelen en/of wetgeving te komen die effectief is gebleken hier en in het buitenland om prijsstijgingen en de invloed van private investeerders in de dierenzorg te beperken. Om uitvoering te geven aan deze motie en mijn toezegging van mijn voorganger uit het LNV-begrotingsdebat van januari 2025, heb ik Wageningen University & Research (WUR) gevraagd onderzoek te doen naar wet- en regelgeving omtrent prijs- en ketenvorming in enkele relevante lidstaten en in de Verenigde Staten. In bijlage 2 treft u dit rapport aan. In de analyse van WUR is door middel van kwalitatief onderzoek (bureauonderzoek, het afnemen van een vragenlijst met Landbouwraden en interviews met dierenartsen) gekeken naar zeven relevante Europese landen met verschillende mate van regulering van de diergeneeskundige zorg. Ook is, ter vergelijking, een korte omschrijving van de situatie in de Verenigde Staten gegeven. Het Verenigd Koninkrijk is niet betrokken bij deze analyse, omdat de CMA (Competition and Market Authority) eerder al een onderzoek is gestart naar o.a. de rol van ketens en prijzen voor diergeneeskundige dienstverlening. De eerste resultaten van het onderzoek van de CMA worden eind 2025 verwacht.
Het rapport van WUR geeft aan dat in alle onderzochte landen sprake is van (een toename van) ketenvorming, hoewel het marktaandeel van de ketens sterk varieert. In de onderzochte landen is een grote variatie in de mate van regulering van de diergeneeskundige zorg. Het rapport geeft aan dat ondanks de grote variatie in wet- en regelgeving, het erop lijkt dat dit niet leidt tot veel effect op de prijsvorming. In alle onderzochte landen is een sterke prijsstijging voor diergeneeskundige zorg zichtbaar, aldus de kwalitatieve analyse van WUR. Het beeld uit het rapport sluit nauw aan op de ontwikkelingen in Nederland.
Duiding onderzoeksresultaten
Ontwikkelingen reguliere zorg
Het Ecorys-rapport laat zien dat de tarieven voor reguliere diergeneeskundige zorg in de afgelopen decennia (ruim 30 jaar) aanzienlijk zijn gestegen als gevolg van diverse uiteenlopende oorzaken. Ik constateer dat er in deze periode grote veranderingen hebben plaatsgevonden in de diergeneeskundige zorg die hebben geleid tot een sterke professionaliseringsslag en een hoger niveau van zorg. Daar hebben zowel het dier, de eigenaar, de praktijk en de veterinaire professional baat bij gehad. Bij deze professionele dienstverlening horen marktconforme tarieven, die de onderliggende kosten inclusief een redelijk rendement reflecteren en waar de veterinair professional ook een redelijk inkomen mee kan verdienen. De stijging van de tarieven voor reguliere zorg zijn door deze professionaliseringsslag ā zowel veterinair als economisch ā goed te verklaren.
Ontwikkelingen spoedzorg
Uit het Ecorys-rapport blijkt dat tarieven voor spoedzorg twee- tot driemaal hoger zijn dan tarieven voor reguliere zorg en dat deze de afgelopen decennia nog harder zijn gestegen dan de tarieven voor de reguliere zorg. Deze forse prijsstijging vind ik zorgelijk. Ik constateer dat in het aanbod en de organisatie van spoedzorg de afgelopen decennia grote veranderingen hebben plaatsgevonden, die hebben geleid tot een sterke professionaliseringsslag en een hogere niveau van acute zorg. Hier hebben zowel het dier, de eigenaar, de praktijk en de veterinaire professional baat bij gehad. Het feit echter dat de tariefstijging in de spoedzorg nog hoger is dan de tariefstijging in de reguliere zorg en dat de tarieven na 2015 nog verder zijn gestegen dan de inflatie, in combinatie met de toenemende rol van ketens in de organisatie en het aanbod van spoedzorg, met mogelijke gevolgen voor de keuzevrijheid van de consument, vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Ook in het buitenland leven deze zorgen. Uit de externe analyse van de diergeneeskundige zorg blijkt dat in alle onderzochte landen de kosten en beschikbaarheid van spoedzorg als een probleem worden ervaren.
Ontwikkelingen ketenvorming
Ketenpartijen hebben bijgedragen aan de professionaliseringsslag van de diergeneeskundige zorg en hebben, zoals Ecorys aangeeft, een steeds grotere rol in het aanbod van de 24/7 spoedzorg. Daarmee dragen de ketenpartijen bij aan het oplossen van een deel van het vraagstuk in het aanbod van spoedzorg. Tegelijkertijd constateer ik dat ketenpartijen hogere tarieven hanteren dan zelfstandige praktijken: zoān 6% tot 10% bij reguliere zorg, zoān 40% bij spoedzorg. Dat roept vragen op over of er sprake is van voldoende marktwerking en keuzevrijheid. Ecorys geeft aan dat een risico van ketenvorming is dat een verdere concentratie op de markt tot minder concurrentie kan leiden en daarmee tot een minder goed functionerende markt.
Een goede informatiepositie van de consument is een belangrijk element in, en randvoorwaarde voor, een goed functionerende markt. Ik constateer op basis van het Ecorys-rapport dat er zorgpunten zijn over de keuzemogelijkheden voor consumenten, met name in de spoedzorg. Enerzijds ziet dit op (beperkte) keuzemogelijkheden voor een praktijk. Anderzijds ziet dit op de keuze als consument voor diagnostiek en behandelmethoden. Vaak geldt dat er verschillende diagnostiek en behandelmogelijkheden zijn, met verschillende prijskaartjes en mogelijk verschillen in resultaat. Als voor een consument inzichtelijk is welke diagnostiek en behandelmogelijkheden er zijn, inclusief kostenplaatje en verwachte resultaat, kan deze een vrije en goed geĆÆnformeerde keuze maken. Dit verlaagt het risico op overdiagnostiek en overbehandeling en draagt bij aan de mogelijkheid voor consumenten om kosten te besparen.
Een tweede belangrijk element in, en randvoorwaarde voor, een goed functionerende markt is dat sprake is van voldoende effectieve concurrentie, zodat dierenartsenpraktijken zich in hun prijsstelling niet onafhankelijk kunnen gedragen ten opzichte van andere aanbieders. Ik constateer op basis van het Ecorys-rapport dat er risicoās zijn voor de concurrentie op deze markt, met name in de spoedzorg.
Aanpak en vervolgacties
De prijsontwikkelingen in de spoedzorg, in combinatie met de toenemende rol van ketens in de organisatie en het aanbod van spoedzorg en de mogelijke gevolgen van ketenvorming voor concurrentie en keuzevrijheid, vind ik zorgelijk, en tonen voor mij de noodzaak voor een stevige aanpak. In deze aanpak richt ik mij op drie centrale doelen:
Een goed functionerende markt voor diergeneeskundige zorg, met voldoende effectieve concurrentie op dienstverlening, zorgaanbod en prijs.
Versterking van de informatiepositie van de consument, zodat hij een goed geĆÆnformeerde vrije keuze kan maken voor de zorg voor zijn dier.
Maatregelen om kosten te kunnen te besparen, zowel aan de aanbodkant door de beroepsgroep als aan de vraagkant door de consument.
Er is niet Ć©Ć©n actie die dit vraagstuk volledig kan oplossen, het gaat om een integrale aanpak waarin zowel acties van de overheid als de veterinaire beroepsgroep nodig zijn. Over de onderzoeksresultaten en de zorgen over de markt voor diergeneeskundige zorg, heb ik met het ministerie van Economische Zaken, de ACM en diverse partijen in de beroepsgroep gesprekken gevoerd, waarbij we gezamenlijk hebben bezien welke acties nodig zijn en wat ieders rol daarin is. Dit heeft geleid tot een aanpak met drie concrete actielijnen:
Vervolgonderzoek functioneren markt dierenartsenpraktijken door ACM
Acties veterinaire beroepsgroep
Acties overheid
Onderzoek ACM naar dierenartsenpraktijken
Het onderzoek naar de prijsontwikkeling en de rol van ketenvorming was een belangrijke eerste stap om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingen in de markt voor diergeneeskundige zorg. Zoals hierboven benoemd, geven de resultaten aanleiding tot aanvullende vragen over het functioneren van deze markt. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is als onafhankelijk toezichthouder als enige in staat om antwoord te geven op de vraag of de markt voor diergeneeskundige (spoed)zorg goed functioneert. Op 5 februari jl. heeft de ACM aangekondigd in 2025 nader onderzoek te doen naar dierenartsenpraktijken. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan het deel van de motie Graus c.s., dat verzocht om bezien hoe bestaande monopolies kunnen worden aangepakt, en bijvoorbeeld te beginnen met een onderzoek naar - dierenartspraktijken (Kamerstuk 36.000 XIV, nr. 48). Ik ben blij met dit aangekondigde marktonderzoek en heb uw Kamer hier op 5 februari jl. over geĆÆnformeerd (Kamerstuk 28286, nr. 1378). Ik heb de ACM verzocht of zij in hun onderzoek de keuzevrijheid van de consument in de reguliere zorg en, met name, in de spoedzorg willen meenemen en of zij aanbevelingen willen formuleren om de positie van de consument effectief te versterken en de consument beter in staat te stellen om een goed geĆÆnformeerde keuze te maken. Daarnaast heb ik ACM gevraagd aanbevelingen te doen over eventuele marktmacht in de diergeneeskundige zorg, in het bijzonder de positie van ketens in de spoedzorg.
Acties veterinaire beroepsgroep
De veterinaire beroepsgroep heeft een belangrijke rol in het verbeteren van de informatiepositie van de consument en het bijdragen aan kostenbesparingen in de diergeneeskundige zorg. Daarom heb ik intensief overleg gevoerd met de beroepsorganisaties KNMvD (Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde), CPD (Collectief Praktiserende Dierenartsen) en Vedias (Vereniging voor paraveterinairen).
De beroepsgroep zet diverse acties in gang om de positie van de consument te versterken, zodat deze vrije en goed geĆÆnformeerde keuzes kan maken en zo mogelijk kosten kan beperken. Deze acties voeren zij uit binnen het kader van de vorming van Ć©Ć©n sterke beroepsorganisatie voor veterinaire professionals.
Zij hebben aangekondigd concrete afspraken te gaan maken met praktijken en werkgevers over een betere organisatie van spoedzorg. Dit komt de beschikbaarheid en de toegankelijkheid ten goede in het belang van het dier en de consument.
Daarnaast is hun inzet om de transparantie over tarieven van diagnostiek en behandelmogelijkheden te bevorderen, door praktijken te ondersteunen bij eenduidige communicatie. Zo kan een eigenaar een beter afgewogen keuze maken voor een dierenartsenpraktijk.
Tevens maken zij dit jaar een plan van aanpak voor de ontwikkeling van professionele standaarden die de veterinaire professional ondersteunt bij het onafhankelijk veterinair handelen.
Zij geven daarbij de hoogste prioriteit aan normering van transparantie en van de beschikbaarheid van (spoed)zorg buiten reguliere werktijden en starten met de ontwikkeling van een professionele standaard voor transparantie en een standaard voor beschikbaarheid van (spoed) zorg.
Ik waardeer deze inzet en ondersteun de beroepsgroep voor de ontwikkeling van de standaarden dit jaar met een bedrag van ā¬ 250.000 gereserveerd op de begroting van het ministerie van LVVN.
Deze maatschappelijke themaās vragen om een sterke en goed georganiseerde beroepsgroep. Sinds 2022 zet ik mij hiervoor actief in zoals eerder aan de Kamer bericht (Kamerstuk 29683, nr. 263 en nr. 301). De beroepsgroep heeft zelf een belangrijke taak om de kwaliteitsborging van veterinair handelen te versterken. IkĀ faciliteer daarom de ontwikkeling van een nieuwe beroepsorganisatie om de positie van de veterinaire professional en de kwaliteitsborging van de diergeneeskundige dienstverlening te versterken. De heer Hans Schirmbeck is eind vorig jaar als kwartiermaker gestart om samen met het veterinaire veld de visie verder uit te werken tot een ontwerp voor een beroepsorganisatie voor veterinaire professionals. In dit proces neem ik de motie van de leden VanĀ Campen en Holman (Kamerstuk 28286, nr. 1364) mee, die de regering verzoekt om met de beroepsgroep te komen tot een stelsel waarmee de dierenartsenbranche komt te beschikken over een instrumentarium voor zelfregulering op het gebied van dierenwelzijnscriteria, kwaliteitsborging en tarievenopbouw. Het ontwerp voor de nieuwe beroepsorganisatie verwacht ik in de zomer van 2025. Ik zal uw Kamer dit najaar over de voortgang informeren.
Acties van de overheid
Ik ben eind 2024 gestart met inventariseren welke mogelijkheden er zijn om paraveterinairen meer bevoegdheden te geven binnen het wettelijke stelsel van veterinaire bevoegdheden om mogelijk de kosten en werkdruk voor dierenartsen te verlichten en paraveterinaire bevoegdheden beter te benutten. Ook verwacht ik dat dit positief zal kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de zorg. Deze verkenning bestaat uit 3 elementen. Allereerst kijk ik binnen het huidige wettelijke kader naar maximale benutting en inzet van paraveterinairen in de praktijk. Deze inzet vergt geen aanpassing van de wet, en kan op korte termijn al effect in de praktijk hebben. Daarnaast kijk ik ook naar mogelijke verruiming en aanpassing van de wettelijke bevoegdheden. En als derde wil ik nut en noodzaak van een hbo-opleiding en een hbo-functie in het veld verkennen. Ik doe dit zorgvuldig om te zien welke praktijkbehoefte er is na de aanpassingen zoals hierboven beschreven, wat de impact is van een hbo-functie op het stelsel van diergeneeskundige bevoegdheden en op de werkdruk. Met deze verkenning wordt uitvoering gegeven aan de motie van de leden Holman en Van Campen (Kamerstuk 28286, nr. 1372).
Daarnaast geef ik financiƫle ondersteuning aan de maatregelen waar de beroepsgroep komend jaar concreet mee aan de slag gaat. Ik ondersteun dit jaar het ontwikkelen van twee professionele standaarden voor transparantie en de organisatie van spoedzorg. Tevens ondersteun ik het opstellen van een plan voor de ontwikkeling van professionele standaarden voor diagnostiek en behandeling. Zoals eerder in de brief beschreven zet ik mij sinds 2022 actief in voor de ontwikkeling van een nieuwe beroepsorganisatie om de positie van de veterinaire professional en de kwaliteitsborging van de diergeneeskundige dienstverlening te versterken.
In het kader van betere informatie en voorlichting voor de consument heeft de Kamer mij per motie verzocht om met dierenartsen in overleg te gaan om de voorlichting te verbeteren voor aanschaf van een gezelschapsdier, bijvoorbeeld door het aanbieden van een gratis preconsult (motie Holman en Bromet, Kamerstuk 28286, nr. 1365). Als een consument kiest voor een huisdier, gaat hij een langjarige verbintenis aan, waarbij hij rekening moet houden met reguliere kosten, maar ook met onverwachte kosten voor diergeneeskundige zorg. De consument kan bij de keuze voor een huisdier ondersteund worden door de veterinaire professional. Ik ga in overleg met de beroepsgroep hoe hun rol versterkt kan worden bij de aanschaf van een huisdier.
De minister van Economische Zaken heeft afgelopen oktober 2024 (Kamerstuk 24036, nr. 436) de Kamer geĆÆnformeerd over zijn inzet op de actualisering van het mededingingsinstrumentarium. Onderdeel daarvan is een verdieping naar de mogelijke problemen rond onderdrempelige fusies en ook specifiek kralenrijgpraktijken. Dit is een strategie waarbij een reeks aan onderdrempelige fusies op lokaal en regionaal niveau kan leiden tot marktmacht. Momenteel onderzoekt de minister of ākralen rijgenā kan leiden tot minder concurrentie op lokaal of regionaal niveau en hoe groot dit probleem is. En of ingrijpen door de overheid echt nodig is.
De minister van Economische Zaken en ikzelf achten het van belang dat er met zorgvuldigheid wordt bekeken of de situatie in de markt aanleiding geeft tot het treffen van eventuele regulerende maatregelen door de overheid. Maatregelen die er op gericht zijn om bijvoorbeeld te interveniƫren in de prijsvorming en ketenvorming in een vrije markt zijn vergaande maatregelen, waar een stevige onderbouwing voor nodig is. Deze maatregelen grijpen immers direct in op het vrije handelen van dierenartsenpraktijken.
Het is voor deze onderbouwing noodzakelijk een goed beeld te krijgen van de werking van de markt voor diergeneeskundige zorg. Ik heb het vervolgonderzoek van ACM nodig om tot een zorgvuldige afweging te komen over eventuele prijsregulerende maatregelen. Zodra dit ACM onderzoek is afgerond, zal ik aangeven hoe ik omga met de moties die verzoeken om het introduceren van prijsregulerende maatregelen door de overheid, zoals de motie van het lid GrausĀ c.s. (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 40) en de motie van het lid Beckerman c.s. (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 63) vragen.
De Kamer heeft mij per motie verzocht te verkennen welke mogelijkheden de overheid heeft om prijzen en ketenvorming te reguleren (Kamerstuk 28 286, nr.Ā 1350). Met de bovenstaande actielijnen geef ik invulling aan de verkenning naar maatregelen die de overheid kan nemen, conform ook de toezegging van mijn voorganger tijdens het begrotingsdebat van LNV van januari 2024.
Afsluiting
Ik constateer dat in de afgelopen decennia enorme veranderingen hebben plaatsgevonden in de diergeneeskundige zorg. De professionalisering heeft geleid tot een hoger niveau van zorg. Daar hebben zowel het dier, de eigenaar, de praktijk en de veterinaire professional baat bij gehad. Tegelijkertijd heeft dit geleid tot zorgen over de aanzienlijke prijsstijgingen in met name de spoedzorg, en vragen over voldoende keuzevrijheid voor de consument en concurrentie in de markt voor diergeneeskundige zorg. Daarom zet ik mij, samen met de beroepsgroep en de minister van EZ, maximaal in op verschillende sporen zoals beschreven in deze brief. Ik verwacht dat met deze acties de positie van de consument beter wordt geborgd en de markt voor diergeneeskundige zorg wordt versterkt, wat zal leiden tot kostenbesparingen voor de consument. Wanneer het ACM-onderzoek gereed is, zal ik uw Kamer over de uitkomsten informeren.
Jean Rummenie
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur