[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Pijpelink over één- of tweevakkigheid van de tweedegraads lerarenopleidingen

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2025D14771, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-03 15:35, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z03259:

Preview document (🔗 origineel)


AH 1830

2025Z03259

Antwoord van minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 3 april 2025)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 1626

Vraag 1

Wat waren in 1968 bij de invoering van de Mammoetwet de overwegingen op grond waarvan de geprofessionaliseerde nieuwe lerarenopleidingen (nlo’s) voor het voortgezet onderwijs in vierenhalf jaar voor twee vakken voor het tweedegraadsgebied opleidden en wat waren in 1989 de overwegingen op grond waarvan deze zogenoemde tweevakkigheid werd opgeheven en de tweedegraads lerarenopleidingen voortaan nog maar opleidden voor onderwijsbevoegdheid voor één vak?

Antwoord 1

De Mammoetwet ambieerde betere doorstroommogelijkheden in het onderwijs, talentontwikkeling en gelijke kansen; onderwijs met een emancipatoire functie. Deze onderwijsvernieuwing leidde tot andere lesinhouden en werkwijzen, die de leerling centraler beoogden te zetten. Onderwijsvernieuwers waren er destijds van overtuigd dat dit nieuwe onderwijs niet waargemaakt kon worden door leraren die voornamelijk vakinhoudelijk gericht waren.

Daarom werd in 1970 gestart met de invoering van de Nieuwe Leraren Opleiding (NLO). De NLO had een vernieuwend en experimenteel karakter en moest meer ruimte bieden aan pedagogische en didactische ontwikkeling en minder aan vakinhoud. Doordat de structuur van de opleiding werd aangepast ontstond binnen de NLO ruimte om op te leiden tot een tweedegraads bevoegdheid in één vak (het hoofdvak) en een derdegraads bevoegdheid in een tweede vak (het bijvak). Overigens bleven tegelijkertijd ook de zogenoemde MO-akten1 bestaan en groeiden zelfs. Er bleven dus twee systemen naast elkaar bestaan. 2

In 1988 kwam de ‘Commissie Structuur van de NLO-opleidingen’ met het advies terug te keren naar de ‘eenvakkigheid’. De commissie noemde hiervoor meerdere redenen:

  • de opzet van ‘tweevakkigheid’ bood te weinig ruimte om op het juiste bekwaamheidsniveau te komen, wat vervolgens met nascholing of in de beroepspraktijk alsnog opgedaan moest worden;

  • de opzet had te weinig oog voor het tweede en derde leerjaar van het vwo, en;

  • het bood te weinig ruimte voor het onderwijskundige aspect én de eisen die vanuit het MBO werden gesteld.

Het systeem voldeed daarmee niet aan de eigen vernieuwende doelstelling. In 1989 leidde dit tot het tweebevoegdhedenstelsel.3

Vraag 2

Klopt het beeld dat in sommige andere Europese landen, zoals Duitsland, leraren nog altijd worden opgeleid voor het onderwijzen van twee vakken?

Antwoord 2

Het klopt dat er landen in Europa zijn die studenten opleiden voor een bevoegdheid in twee vakken, bijvoorbeeld in Duitsland, Denemarken en in België. De verschillen tussen de inrichting van de onderwijsstelsels in de landen in Europa zijn echter groot en dit geldt tevens voor de inrichting van de lerarenopleidingen in die landen.

Vraag 3

Hoe beoordeelt u in het licht van de aanhoudende kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekorten voor het schoolvak Duits de oplossing die de Hogeschool Utrecht heeft bedacht: een dubbele bevoegdheid voor studenten geschiedenis en Duits?4

Antwoord 3

Ik sta positief tegenover initiatieven die – binnen de wettelijke kaders en met inachtneming van het waarborgen van de kwaliteit – bijdragen aan het terugdringen van het lerarentekort. Het huidige tweebevoegdhedenstelsel biedt mogelijkheden voor het opleiden tot een dubbele bevoegdheid. Zoals de ‘Commissie Structuur van de NLO-opleidingen’ al constateerde, past dit alleen niet in een vierjarig programma. Dit betekent in de praktijk dat opleidingen en studenten geconfronteerd worden met extra kosten, omdat opleiden voor een dubbele bevoegdheid voor beide partijen een aanvullende inspanning vereist. Studenten staan langer ingeschreven om een tweede bevoegdheid te kunnen halen en betalen langer collegegeld. Onderwijsinstellingen krijgen in veel gevallen geen extra bekostiging voor de langere inschrijvingsduur, maar vangen de extra kosten op in hun begroting.

Het vormgeven van opleidingstrajecten die voldoen aan de bekwaamheidseisen en de kennisbasis én opleiden tot een dubbele bevoegdheid kan een bijdrage leveren aan terugdringen van tekorten, met name voor de tekortvakken.

Daarom waardeer ik het feit dat de Hogeschool Utrecht anderhalf jaar lang heeft gewerkt aan het vormgeven van deze opleiding, die leidt tot een dubbele bevoegdheid. Er zijn overigens ook andere instellingen die opleidingen verzorgen tot een dubbele bevoegdheid, met name voor de tekortvakken (wiskunde en Nederlands).

Vraag 4

Bent u bereid om de mogelijkheid van tweevakkigheid van tweedegraads lerarenopleidingen te betrekken bij de uitvoering van de motie van het lid Pijpelink, waarmee de Kamer de regering verzocht om het voortdurend nijpende lerarentekort het hoofd te bieden met een noodplan voor de duur van minstens vijftien jaren?5 Zo ja, op welke termijn gaat u hieraan gestalte geven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Dit kabinet zet alles op alles om de tekorten in het onderwijs aan te pakken. Samen met het onderwijsveld komen de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en ik daarom tot een ‘Herstelplan Kwaliteit Onderwijs’, waarmee we inzetten op:

  1. het borgen van voldoende en kwalitatief goed onderwijspersoneel;

  2. het verbeteren van de onderwijsresultaten op lezen, schrijven en rekenen, en;

  3. het zorgen voor de randvoorwaarden voor de basis van goed onderwijs in de klas, via structurele bekostiging voor structurele taken en een veilige leeromgeving.

Zoals ik bij het antwoord op vraag 3 aangaf is tweevakkig opleiden al mogelijk. Het is aan de instellingen om te beslissen of ze deze opleidingsmogelijkheid willen bieden en er instellingsbudget voor vrijgemaakt wordt. Ik ben mij er daarbij van bewust dat opleidingen en studenten dan geconfronteerd kunnen worden met hogere kosten. In het algemeen is het voor hogescholen en universiteiten financieel ingewikkeld om dit type vaak kleinschalige opleidingsroutes te ontwikkelen en te behouden.


  1. Een staatsexamen dat leidde tot een akte (onderwijsbevoegdheid). Er konden verschillende akten worden gehaald: ‘de akte lager onderwijs’ (LO-akte, vergelijkbaar met derdegraads), de ‘akte middelbaar onderwijs-A’ (MO-akte, vergelijkbaar met huidige tweedegraads) en de MO-B akte (vergelijkbaar met huidige eerstegraads).↩︎

  2. Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht (2019), Bevoegdheids- en bekwaamheidseisen in het onderwijs, mede in het licht van het lerarentekort.↩︎

  3. Kamerstuk II 1988/89, 20852, nr. 2, p.2, 9-11.↩︎

  4. Trouw, d.d. 12 februari 2025, “Deze hogeschool heeft een oplossing voor het lerarentekort Duits”, https://www.trouw.nl/onderwijs/deze-hogeschool-heeft-een-oplossing-voor-het-lerarentekort-duits~bc5c63f9/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F↩︎

  5. Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 60↩︎