Amendement van het lid Piri over overgangsrecht voor lopende aanvragen
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel)
Amendement
Nummer: 2025D14793, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-03 16:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.P. Piri, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36703 -15 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel).
Onderdeel van zaak 2025Z06436:
- Indiener: K.P. Piri, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (๐ origineel)
TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
Vergaderjaar 2024-2025 | ||
36 703 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel) | |
Nr. 15 | AMENDEMENT VAN HET LID PIRI | |
Ontvangen 3 april 2025 | ||
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: |
Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIA
Op lopende aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of voor aanvragen voor verlenging van de geldigheidsduur ervan als bedoeld in artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, door de vreemdeling of diens gezinsleden gedaan voor de inwerkingtreding van deze wet blijft het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Toelichting
Dit amendement regelt dat aanvragen op grond van inreis of nareis worden behandeld op basis van het recht dat gold ten tijde van de aanvraag. Het onderhavig wetsvoorstel bevat op dit moment geen overgangsregeling. De keuze voor onmiddellijke werking betekent dat de vraag of het nieuwe recht van toepassing zal zijn, afhankelijk wordt van het moment waarop de IND op een aanvraag beslist. Dat kan willekeur uitwerken, met grote gevolgen voor individuele aanvragen, zeker gelet op grote zaakvoorraden bij de IND in nareiszaken.
In de praktijk kan dit tot resultaten leiden die op gespannen voet staan met de beginselen van rechtszekerheid en gelijke behandeling. Zo kunnen vreemdelingen die bijvoorbeeld een nareisaanvraag hebben ingediend in de wetenschap dat zij daar recht op hadden, als gevolg van het wetsvoorstel met een afwijzing worden geconfronteerd, terwijl andere, gelijktijdig ingediende aanvragen kunnen worden ingewilligd in geval de minister daar vรณรณr de inwerkingtreding van het wetsvoorstel op beslist. Dat klemt in het bijzonder in zaken die onder het oude recht vielen, maar waarin de wettelijke beslistermijn is verstreken, en die als gevolg van die late beslissing inmiddels onder de werking van het nieuwe recht komen te vallen.
Piri