Motie van het lid Bruyning over een vuurwerkontheffing ook mogelijk maken voor informeel georganiseerde commissies
Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling)
Motie
Nummer: 2025D14865, datum: 2025-04-03, bijgewerkt: 2025-04-04 14:37, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-35386-30).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.H. Bruyning, Tweede Kamerlid (Nieuw Sociaal Contract)
Onderdeel van kamerstukdossier 35386 -30 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling).
Onderdeel van zaak 2025Z06477:
- Indiener: F.H. Bruyning, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-04-03 18:30: Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling) (35386) re- en dupliek (Plenair debat (initiatiefwetgeving)), TK
- 2025-04-08 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
Vergaderjaar 2024-2025 |
35 386 Voorstel van wet van de leden Klaver en Ouwehand tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de invoering van een vuurwerkverbod voor consumenten (Wet veilige jaarwisseling)
Nr. 30 MOTIE VAN HET LID BRUYNING
Voorgesteld 3 april 2025
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de traditie om samen de jaarwisseling te vieren in een buurt of dorp gekoesterd moet kunnen worden;
overwegende dat bij een mogelijke uitzondering op het vuurwerkverbod zo veel mogelijk tegemoet moet worden gekomen aan het in stand houden van de sociale cohesie;
constaterende dat in sommige dorpen of buurten geen verenigingen zijn die zijn georganiseerd als rechtspersoon;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van de algemene maatregel van bestuur geen rechtspersoonlijkheidsvereiste op te nemen, waardoor het ook voor informeel georganiseerde buurt-, dorps- of straatcommissies mogelijk wordt om een ontheffing te krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Bruyning.