Lijst van vragen over het Fiche: Voorstel Omnibus I (CSRD & CSDDD) (Kamerstuk 22112-4012)
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Lijst van vragen
Nummer: 2025D15010, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 14:31, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. (Aukje) de Vries, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (VVD)
- Mede ondertekenaar: E.A.M. Meijers, griffier
Onderdeel van zaak 2025Z05514:
- Indiener: C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Volgcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2025-03-26 12:44: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-04-03 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- 2025-04-03 10:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2025-04-04 12:00: Fiche: Voorstel Omnibus I (CSDDD) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- 2025-04-08 14:00: Fiche: Voorstel Omnibus I (voor zover betrekking hebbend op CSRD) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Financiën
- 2025-04-10 13:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Preview document (🔗 origineel)
22112-4012 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
nr. Lijst van vragen
Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn)
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp over het Fiche: Voorstel Omnibus I (voor wat betreft CSDDD) (Kamerstuk 22112, nr. 4012).
De daarop door de minister gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
Voorzitter van de commissie,
Aukje de Vries
Griffier van de commissie,
Meijers
Nr | Vraag | Bijlage | Blz. (van) | t/m |
1 | Welke Amerikaanse bedrijven vallen onder de reikwijdte van de CSDDD? | |||
2 | Waarom beschouwen Amerikaanse politici de CSDDD als strijdig met Amerikaanse rechtsprincipes? | |||
3 | Welke elementen van CSDDD worden genoemd als strijdig met de fiduciary duty van bestuurders? | |||
4 | Wat is de kritiek van de Verenigde Staten op de verplichting tot klimaattransitieplannen? | |||
5 | Welke juridische risico’s voorzien Amerikaanse bedrijven als gevolg van CSDDD? | |||
6 | Zijn er mogelijkheden opgenomen om de richtlijnen buitenwerking te stellen of bedrijven uit te zonderen als er de nationale veiligheid of de economische veiligheid in het geding is? | |||
7 | Klopt het dat Nederland de positie van Frankrijk deelt en zich verzet tegen het schrappen van geharmoniseerde bepalingen over civiele aansprakelijkheid? | |||
8 | Over de beslisnota (p.6-7): Klopt het dat Nederland de Franse positie deelt? | |||
9 | Hoe gaat u ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven die een Amerikaanse moeder hebben en mogelijk conflicterende verplichtingen hebben door de Protect USA Act toch aan de CSDDD-wetgeving voldoen? Is dit betrokken bij het onderdeel ‘Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten’? Zo ja, op welke wijze en zo nee, waarom niet? | |||
10 | Het doel van het voorstel is om het midden- en kleinbedrijf (MKB) te ontzien, hoe wordt dat vormgegeven? Hoe moet het feit dat ondernemingen contractuele garanties moeten vragen van zakenpartners verderop in de keten in dat kader gezien worden? Hoe raakt dit het MKB uiteindelijk toch nog? | |||
11 | Hoe breed is de toegankelijkheid tot het klachtenmechanisme van het Duitse Lieferkettengesetz? Lijkt dat meer op de bredere of de nauwere/simpele versie van de stakeholders die misstanden kunnen melden? | |||
12 | Is de evaluatie van de werking van het Duitse Lieferkettengesetz en andere nationale wetgeving op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMV) meegenomen bij het maken van de CSDDD en/of bij het maken van de Omnibus? | |||
13 | Hoe lang duurt het uitvoeren van een impact assessment op een voorstel als de Omnibus doorgaans? | |||
14 | Heeft de Europese Commissie de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) of het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten (OHCHR) geconsulteerd over hun wijzigingsvoorstellen? | |||
15 | Wat is de impact van het beperken van gepaste zorgvuldigheid tot directe zakenrelaties (tier-1) op de effectiviteit van de richtlijn - dat wil zeggen, de mate waarin de wet zijn doel nog kan bereiken? | |||
16 | Uit de beslisnota blijkt dat de inbreng van VNO NCW een centrale rol speelde bij het bepalen van het kabinetsstandpunt - is bij de besluitvorming ook rekening gehouden met de standpunten van andere bedrijvenorganisaties, bedrijven, vakbonden en maatschappelijke organisaties? Zo ja, welke, en op welke manier? | |||
17 | Klopt het dat in de beluitvorming alleen de input van VNO NCW is meegenomen en niet de andere input vanuit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties? | |||
18 | Hoe vaak is er met VNO NCW overlegd over de CSDDD, graag te splitsen in de tijd vooraf aan het besluiten over de CSDDD en sindsdien? | |||
19 | Is het kabinet bekend met het standpunt van VNO NCW over de aangenomen CSDDD? Zo ja, kan zij dat noemen? Is dit verschillend van het standpunt dat VNO NCW heeft ingenomen in de onderhandelingen voor het Omnibuspakket? | |||
20 | Kunnen wij het paper van VNO NCW, waarop u een groot gedeelte van uw overweging baseert, ontvangen? | |||
21 | Hoeveel EU landen hebben hun eigen nationale IMVO-wet? | |||
22 | Wat zijn de gevolgen van het schrappen van de uitvoeringsplicht van het klimaattransitieplan voor het behalen van de beleidsdoelen van dit kabinet op het gebied van klimaat en groene groei? | |||
23 | Klopt het dat het beperken van de zorgplicht tot directe zakenrelaties ertoe kan leiden dat bedrijven vaak zullen handelen bij risico's verderop in de keten pas als gevolg van berichten in de media en informatie die is verzameld via klachten? Hoe helpt dit bedrijven om te komen tot een gestructureerde risicoanalyse, preventie van risico's, en een goed risicobeheer? | |||
24 | Klopt het dat de jaarlijkse kostenbesparing voor de grootste 300 EU-ondernemingen die onder het toepassingsgebied vallen, geraamd worden op 480 000 euro per onderneming? Hoe verhoudt dit zich tot de winst van deze 300 grootste bedrijven? | |||
25 | Zijn er berekeningen gemaakt van de financiele schade van het niet doen van gepaste zorgvuldigheid in de gehele keten? Klopt het dat het niet doen van gepaste zorgvuldigheid in de gehele keten ertoe kan leiden dat risico's - zoals onvoorziene juridische problemen of aansprakelijkheid, logistieke en operationele problemen, en reputatieschade - niet goed worden voozien? Zijn dit risico's die hoge kosten met zich kunnen meebrengen? Zou het wel doen van gepaste zorgvuldigheid in de gehele keten ertoe leiden dat deze kosten voorkomen worden? | |||
26 | Voorziet het kabinet mogelijke negatieve gevolgen voor het MKB van de Tier 1-benadering? | |||
27 | Kunt u aangeven of er in de aanloop naar dit nieuwe Commissievoorstel sprake is geweest van lobby vanuit het bedrijfsleven richting de Europese Commissie? Kan de Kamer een overzicht ontvangen van contacten die er, zowel fysiek als schriftelijk, tussen de Commissie en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zijn geweest over dit voorstel? Kan de Kamer ook stukken ontvangen over de inhoud van deze contacten? | |||
28 | Kunt u aangeven of er in de aanloop naar dit BNC-Fiche sprake is geweest van lobby vanuit het bedrijfsleven richting de Nederlandse regering? Kan de Kamer een overzicht ontvangen van contacten die er, zowel fysiek als schriftelijk, tussen de regering en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zijn geweest over dit voorstel? Kan de Kamer ook stukken ontvangen over de inhoud van deze contacten? | |||
29 | Over de beslisnota (p.1): Wat is handelingsoptie 1? | |||
30 | Over de beslisnota (p.5-6): Kunnen wij de input vanuit bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, waar in de nota naar wordt verwezen, ontvangen? | |||
31 | Zijn de risico's die ACM signaleert ten aanzien van de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de voorgestelde beperking tot tier-1 meegenomen bij de standpuntbepaling? Zo ja, op welke manier? | |||
32 | Sluit de voorgestelde beperking tot tier-1 aan op internationale standaarden zoals de OESO-richtlijnen en UNGP's? | |||
33 | Op welke rechtsgrondslagen zijn de wijzigingen in CSRD en CSDDD gebaseerd? | 2 | ||
34 | De Europese Commissie bundelt in het voorstel Omnibus I aanpassingen van meerdere richtlijnen en verordeningen in één wetgevingsinitiatief. Hoe wordt in deze aanpak de parlementaire controle – zowel nationaal als Europees – op afzonderlijke onderdelen geborgd? | 2 | ||
35 | Klopt het dat het ‘stop the clock’-voorstel reeds is geagendeerd voor onderhandeling met het Europees Parlement en dus feitelijk onomkeerbaar is? Kan het kabinet ruimte creëren voor een paar weken uitstel zodat de Tweede Kamer nog een behandelvoorbehoud kan maken, zoals eerder verzocht door de Commissie Financiën? | 2 | ||
36 | Wat is de nieuwe toepassingstermijn van CSDDD voor bedrijven? | 3 | ||
37 | Hoe wordt het MKB meegenomen met deze veranderingen? | 3 | ||
38 | Hoeveel capaciteit in FTE verwachten bedrijven boven de 1000 mensen gemiddeld voor onderzoek en rapportageverplichting nodig te hebben? | 3 | ||
39 | Kan een overzicht worden gegeven van de verschillen tussen het nieuwe CSDDD voorstel, het oude CSDDD voorstel en de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake IMVO? | 3 | 6 | |
40 | Wanneer moeten bedrijven verder dan tier-1 kijken? | 4 | ||
41 | Welke definitie voor tier-1 wordt gehanteerd? | 4 | ||
42 | Kunt u het juridische criterium “plausibele informatie” nader toelichten en daarbij meenemen wie het hoe moet toetsen? | 4 | ||
43 | Bij het niet verder mogen vragen dan de vrijwillige standaarden, maakt men dan niet van een voormalig minimum nu een maximum? | 4 | ||
44 | Welke voorwaarden zijn verbonden aan het hervatten van een opgeschorte zakenrelatie nu het beëindigen voor opschorten is vervangen? | 4 | ||
45 | Klopt het dat bedrijven nog steeds een klimaattransitieplan moeten opstellen, maar in de gewijzigde wet niet langer een inspanningsverplichting hebben om te proberen dit plan uit te voeren? Hoe draagt het maken van een plan, dat zij niet verplicht worden uit te voeren, bij aan effectiviteit voor bedrijven? | 4 | ||
46 | Wanneer is er sprake van dat verderop in de keten negatieve gevolgen plaatsvinden en een onderneming dus verder dan tier-1 moet kijken? Kunt u een concreet voorbeeld geven? | 4 | ||
47 | Op wat voor manier komt het regeldruk voor bedrijven ten goede om de ketenzorgplicht te beperken tot tier-1? Vraagt het voorstel bedrijven op deze manier om allerlei werk te verzetten, juist daar waar helemaal geen risico’s zitten? | 4 | ||
48 | Wat betekent het als de wet zich alleen richt op directe leveranciers (tier-1) voor ambitieuze bedrijven die directe zakelijke relaties hebben dieper in de toeleveringsketen? Bijvoorbeeld bedrijven die werken met leveranciers van halffabricaten of grondstoffen? Zullen zij benadeeld worden vergeleken met bedrijven die alleen werken met leveranciers van eersterangs- of eindproducten? | 4 | ||
49 | Hoeveel gevallen van misstanden rapporteren rond IMVO komen vanuit de bredere groep stakeholders die nu buiten de versimpeling vallen? | 4 | ||
50 | Tot welk niveau in de keten is gepaste zorgvuldigheid nog verplicht? | 4 | 5 | |
51 | Hoe wordt het MKB meegenomen met deze veranderingen? | 4 | 5 | |
52 | Wat is de nieuwe monitoringfrequentie van gepaste zorgvuldigheid? | 5 | ||
53 | Wanneer moeten bedrijven alsnog tussentijds monitoren? | 5 | ||
54 | Welke wijzigingen worden voorgesteld voor het klimaattransitieplan? | 5 | ||
55 | Wat vervalt in de uitvoering van het klimaattransitieplan? | 5 | ||
56 | Wat verandert er aan de boeteregeling in de CSDDD? | 5 | ||
57 | Wat is de status van de verplichting tot collectieve vertegenwoordiging van benadeelden? | 5 | ||
58 | Wat is de nieuwe deadline voor richtsnoeren gepaste zorgvuldigheid? | 5 | ||
59 | Wat gebeurt er met het rapport over aanvullende regels voor de financiële sector? | 5 | ||
60 | Wat is de herzieningsfrequentie van risicoanalyses in waardeketens? | 5 | ||
61 | Wat is de verwachte administratieve lastendaling in euro’s en FTE’s voor de overheid en toezichthouders als gevolg van de voorgestelde wijzigingen in de CSDDD? | 5 | ||
62 | Verschuift met het voorstel om alleen na plausibele informatie verder in de keten te kijken, de wet naar een reactieve aanpak, waarbij grondige evaluaties pas plaatsvinden nadat potentiële schade is gesignaleerd? Kan dit leiden tot hogere herstelkosten in vergelijking met een proactieve, op preventie gerichte, risicogebaseerde aanpak, gebaseerd op de UNGP's en de OESO-richtlijnen? | 5 | ||
63 | Hoe ziet het kabinet de voorgestelde wijziging over het verwijderen van de regels voor civiele aansprakelijkheid die toegang tot het recht voor benadeelden in productielanden kan verslechteren t.o.v. de verplichting in VN-richtlijnen voor bedrijfsleven en mensenrechten (UNGPs) waarin staat dat staten, dus ook Nederland en de EU27, belemmeringen voor toegang tot recht moeten verminderen? | 5 | ||
64 | Op grond van welke redenen wordt de urgentie voor deze voorstellen door de Commissie zo hoog geacht dat er geen ruimte is voor een impact assessment? | 5 | ||
65 | Op grond van welke redenen wordt de urgentie voor deze voorstellen door de Commissie zo hoog geacht dat er geen ruimte is voor een gedegen beraadslaging door de Europese lidstaten in de Raad, waar door het Poolse voorzitterschap wordt gestuurd om al in mei tot een positie te komen? | 5 | ||
66 | Hoeveel tijd kost het de Commissie om een impact assessment uit te voeren? | 5 | ||
67 | Kan het kabinet voorbeelden geven van economische, sociale en ecologische gevolgen, en gevolgen voor het klimaat van het Omnibusvoorstel die door het ontbreken van een impact assessment niet in kaart zijn gebracht? | 5 | ||
68 | Zijn er andere impact assessments voorhanden, zoals van organisaties als de OESO of de OHCHR? Kunt u een overzicht van de bestaande impact assessments geven van de wijzigingsvoorstellen? | 5 | ||
69 | Wat zijn de uitgangspunten van de betere regelgeving-agenda van de Commissie? | 5 | ||
70 | Op welke wijze zijn de uitgangspunten van de betere regelgeving-agenda van de Commissie wel en/of niet gevolgd in de totstandkoming van de CSDDD? | 5 | ||
71 | Op welke wijze zijn de uitgangspunten van de betere regelgeving-agenda van de Commissie wel en/of niet gevolgd in de totstandkoming van de voorstellen voor Omnibus I? | 5 | ||
72 | Kunt u het genoemde werkdocument dat de besparingskosten van de Omnibus uitrekent met de Kamer delen of naar het document verwijzen? | 5 | ||
73 | Is er een kosten-batenanalyse gemaakt van de veranderingen in de CSDDD? | 5 | 6 | |
74 | Kunt een overzicht geven van de uitkomsten van de kosten-batenanalyse? | 5 | 6 | |
75 | Wat is de verwachte kostenbesparing per bedrijf van de wijzigingen aan de CSDDD in het Omnibusvoorstel? Hoe verhoudt die zich tot de omzet van deze bedrijven? | 6 | ||
76 | Hoe heeft de Commissie de 320 miljoen euro (totaal, voor alle ondernemingen die onder de CSDDD vallen gecombineerd) aan jaarlijkse kostenbesparingen en de 60 miljoen euro eenmalige kostenbesparing die door de wijzigingen aan de CSDDD in het Omnibusvoorstel volgen berekend? | 6 | ||
77 | Hoe is de berekening gemaakt om te komen tot de schatting van een jaarlijkse kostenbesparing van 320 miljoen euro voor alle ondernemingen die onder de CSDDD vallen? Hoeveel ondernemingen vallen onder de CSDDD? Hoe staat deze kostenbesparing in verhouding tot hun totale jaarlijkse winst? | 6 | ||
78 | Wat is u bekend over de ervaringen van bedrijven met de Noorse IMVO-wet, die een risicogebaseerde benadering kent en positief wordt geëvalueerd? | 6 | ||
79 | Zijn de ervaringen van bedrijven met de vergelijkbare constructie omtrent de tier-1-beperking in de Duitse IMVO-wet meegenomen bij de standpuntbepaling rondom de wijzigingsvoorstellen? Zo ja, op welke manier? Bent u op de hoogte van het feit dat deze beperking in de praktijk vaak leidt tot onnodige vragenlijsten voor directe zakenrelaties? | 6 | ||
80 | De Europese Commissie stelt een vrijwillige standaard voor om rapportage over keteninformatie door kleinere bedrijven te verlichten. Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat deze vrijwillige standaard in de praktijk alsnog leidt tot informele verplichtingen, bijvoorbeeld via eisen van grote afnemers in de keten? | 7 | ||
81 | Hoe hoog is volgens de OESO de regeldruk voor bedrijven in de EU, afgezet tegenover de regeldruk in de Verenigde Staten, en is deze regeldruk voor bedrijven in de EU in de afgelopen jaren afgenomen? | 7 | ||
82 | Kan regelgeving, ondanks de bijbehorende regeldruk, ook een positieve uitwerking hebben op de economie? | 7 | ||
83 | Wat zegt de Europese Investeringsbank over de belemmeringen van regeldruk om investeringen te doen in de EU, afgezet tegenover de Verenigde Staten? | 7 | ||
84 | Wat vraagt het kabinet aan de Commissie over de gekozen drempelwaarden? | 10 | ||
85 | Wat zijn de risico’s voor duurzame investeringen volgens het kabinet? | 10 | ||
86 | Wat houdt de uitbreiding van maximumharmonisatie in? | 11 | ||
87 | Welke beperkingen gelden voor informatie-uitvragen aan bedrijven met <500 werknemers? | 11 | ||
88 | Hoeveel bedrijven in Nederland passen al vrijwillig gepaste zorgvuldigheid toe voorbij tier-1 en welke impact heeft het voorstel op deze koplopers? | 11 | ||
89 | Wordt momenteel van bedrijven verwacht dat ze mensenrechten respecteren in hun waardeketens en daarom op risico gebaseerde gepaste zorgvuldigheid uitvoeren zoals uiteengezet in de VN-richtlijnen voor bedrijfsleven en mensenrechten (UNGPs) en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen? Klopt het dat de wijziging in de Omnibus 1 waarbij gepaste zorgvuldigheid wordt beperkt tot alleen directe zakenrelaties (tier- 1) deze verwachting feitelijk verlaagd? | 11 | ||
90 | Welke vragen en aandachtspunten heeft het kabinet met betrekking tot de beperking van gepaste zorgvuldigheid tot tier-1? Kan zij die uitvoeriger met ons delen? | 11 | 12 | |
91 | Wat verandert er aan de rol van stakeholders in het gepaste zorgvuldigheidsproces? | 12 | ||
92 | Wat is de nieuwe definitie van relevante stakeholders? | 12 | ||
93 | Hoe waarborgt het kabinet dat de duurzaamheidsdoelen van de CSDDD – waaronder het doel van klimaatneutraliteit – in Nederland alsnog worden bereikt, nu het voorstel onder meer de uitvoeringsplicht van het klimaattransitieplan laat vervallen? | 12 | ||
94 | Hoe is de steun van het kabinet aan de voorgestelde versoepelingen in het klimaattransitieplan binnen de CSDDD verenigbaar met het wettelijk vastgelegde klimaatdoel voor 2030 uit de Nederlandse Klimaatwet? | 12 | ||
95 | Hoe gaat het kabinet meer duidelijkheid scheppen voor ondernemingen en het risico op afwenteling van risico’s op (kleinere) ondernemingen verkleinen? | 12 | ||
96 | Hoe bent u voornemens om te voorkomen dat MKB'ers te veel verantwoordelijkheid dragen voor de achterliggende waardeketen? | 12 | ||
97 | Kunt u nader toelichten welke criteria worden gehanteerd bij het bepalen wanneer zij “reden hebben” en wiens verantwoordelijkheid dat is? | 12 | ||
98 | Kan het kabinet verduidelijken hoe het voorstel om slechts één keer in de vijf jaar activiteiten en effectiviteit van genomen maatregelen te monitoren voorkomt dat ondernemingen risico’s in hun productieketens en activiteiten over het hoofd zien? Wat zijn ‘genoeg redenen' voor een onderneming om vast te stellen dat hun maatregelen niet langer effectief zijn? | 12 | ||
99 | Kan het kabinet verduidelijken waarom, gezien de vele misstanden die dieper in waardeketens plaatsvinden, slechts in sommige gevallen het (lokaal) maatschappelijk middenveld moet worden betrokken bij de gepaste zorgvuldigheid? | 12 | ||
100 | Welk effect heeft het Omnibusvoorstel op de controle over datastromen van bedrijven over de risico’s in hun keten als gepaste zorgvuldigheid in beginsel wordt beperkt tot directe zakenrelaties? | 12 | ||
101 | Bij de monitoring van actieplannen wordt de stakeholderconsultatie geschrapt. Hoe verhoudt zich dit tot de OESO-richtlijnen, waarin is afgesproken dat stakeholers bij alle zes de stappen betrokken moeten worden? | 12 | ||
102 | Hoe zijn belanghebbenden zoals maatschappelijke organisaties, vakbonden en bedrijven uit productielanden geconsulteerd over het voorstel? | 12 | ||
103 | Hoe definieert de CSDDD en de Omnibus de reden om aan te nemen dat getroffen maatregelen niet langer effectief zijn? Kan het kabinet toelichten hoe dat onder andere blijkt? | 12 | ||
104 | Waarom is gekozen voor artikel 50 en 114 VWEU als rechtsgrondslag? | 13 | ||
105 | Wat gebeurt er met de verplichting tot beëindiging van zakenrelaties? | 13 | ||
106 | Hoe draagt dit voorstel bij aan goed risicomanagement van bedrijven en financiele instellingen zoals banken, verzekeraars en pensioenfondsen? | 13 | ||
107 | Wat is het effect van het schrappen van het klimaatplan op de emissiereductie die bedrijven (moeten) gaan realiseren? | 13 | ||
108 | Welke effecten heeft het inperken van de harmonisatie op het gebied van civiele aansprakelijkheid op het Nederlandse vestigingsklimaat? | 13 | ||
109 | Voorziet het kabinet het ontbreken van een gelijk speelveld door EU-aansprakelijkheidsregime als nadelig voor het Nederlandse bedrijfsleven en een stabiel ondernemingsklimaat? | 13 | ||
110 | Wat is de positie van het kabinet over de subsidiariteit van de voorstellen? | 13 | 14 | |
111 | Wat is het oordeel van het kabinet over de proportionaliteit van de voorstellen? | 14 | 15 | |
112 | Wat is de inschatting van het kabinet over het effect van het voorstel op het daadwerkelijke aantal tonnen CO₂ dat wordt bespaard, het aantal geplaatste zonnepanelen of windmolens, en investeringen in netverzwaring? | 15 | ||
113 | Waarom is de vraag of het Voorstel Aanpassingen CSDDD verder gaat dan noodzakelijk, minder passend, bij een voorstel dat de lasten verlicht? | 15 | ||
114 | Kan een overzicht worden gegeven van de te verwachten budgettaire gevolgen voor Nederland van de aanpassingen door de Omnibus in nationale implementatiebesluiten? | 15 | ||
115 | Is er een milieueffectrapportage uitgevoerd over de impact van deze deregulering op klimaatdoelen en milieueffecten, en zo ja, wat waren de uitkomsten? Zo nee, waarom is daarvan afgezien? | 16 | ||
116 | Zouden regeldruk en/of mogelijke financiële lasten voor burgers, indien zij benadeelde zijn, kunnen toenemen, nu lidstaten niet meer hoeven te regelen dat benadeelden vertegenwoordigd kunnen worden door vakbonden of NGO’s (p5)? | 16 | ||
117 | De financiële consequenties van het vervallen van de verplichting tot uitvoering van het klimaattransitieplan zijn niet in beeld gebracht. Kan wel een appreciatie of inschatting worden gegeven van de financiele consequenties hiervan (denk bijvoorbeeld aan de constatering van De Nederlandsche Bank dat klimaatverandering zich kan vertalen naar risico’s voor de langetermijnrendementen en de reputatie van pensioenfondsen en verzekeraars)? | 16 | ||
118 | Op pagina 16 schrijft u dat de voorgestelde aanpassingen aan de CSDDD ertoe zullen leiden dat “ondernemingen die zich aan de OESO-richtlijnen houden… een concurrentienadeel ervaren” – krijgen bedrijven door de wijzigingsvoorstellen nu te maken met verschillende benaderingen tussen de CSDDD, CSRD, OESO-richtlijnen, UNGPs en de Nederlandse sectorconvenanten? Hoe is dit in het voordeel van duidelijkheid en zekerheid voor bedrijven? | 16 | ||
119 | Op pagina 16 schrijft u dat de voorgestelde aanpassingen aan de CSDDD ertoe zullen leiden dat “ondernemingen die zich aan de OESO-richtlijnen houden… een concurrentienadeel ervaren?” Kunt u dit nader toelichten? Kan hier uit opgemaakt worden dat de CSDDD niet in lijn is met OESO-richtlijnen? | 16 | ||
120 | Op pagina 16 schrijft u dat de voorgestelde wijzigingen kunnen leiden tot financiele en reputatierisico’s voor ondernemingen – kunt u dit nader toelichten? | 16 | ||
121 | U schrijft dat de verwachte totale besparing van administratieve lasten als gevolg van de wijzigingen van de CSDDD “beperkt” zijn. Kunt u dit nader toelichten? Hoe verhoudt dit zich tot de belofte dat de wijzigingsvoorstellen regeldruk tegengaan? | 16 | ||
122 | Zouden regeldruk en/of mogelijke financiële lasten voor burgers, indien zij benadeelde zijn, kunnen toenemen, nu lidstaten niet meer hoeven te regelen dat benadeelden vertegenwoordigd kunnen worden door vakbonden of NGO’s? | 16 | ||
123 | Wat is de nieuwe omzettingstermijn voor de CSDDD voor lidstaten? | 17 | ||
124 | Hoe voorkomt u dat de implementatie van de CSDDD het onderhandelen van EU-handelsakkoorden met derde landen bemoeilijkt? | 17 | ||
125 | Op welke wijze is de onduidelijkheid die kan ontstaan over de vraag wanneer ondernemingen wel of niet beschikken over ‘plausibele informatie’ over misstanden in hun productieketen meegewogen in de door de Commissie geschatte jaarlijkse kostenbesparing van 320 miljoen euro en eenmalige kostenbesparing van 60 miljoen euro? | 17 | ||
126 | Het voorstel bevat diverse bevoegdheden voor de Commissie om via gedelegeerde handelingen uitvoeringsdetails vast te stellen. Welke specifieke bevoegdheden worden gedelegeerd, voor welke termijn en op welke wijze is democratische controle op deze bevoegdheden voorzien? | 18 | ||
127 | Welke wijziging wordt doorgevoerd aan de civiele aansprakelijkheidsregels in de CSDDD? | 20 | ||
128 | Uit de beslisnota (p. 5) blijkt dat er informeel contact is geweest met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), omdat de NVB nog geen finale positie had. Kan het kabinet aangeven of de NVB, formeel of informeel, kenbaar heeft gemaakt wat het standpunt is op deze wijziging in de evaluatiebepaling? Zo ja, welk standpunt is dit? | 20 | ||
129 | Hoe gaat u ervoor zorgen dat de Europese Commissie zo snel mogelijk een duidelijke en werkbare definitie voor ‘plausibele informatie’ voorlegt, en zo niet welke consequentie wordt hier dan aan verbonden? | 21 | ||
130 | Hoe wil het kabinet voorlichting aan ondernemers gaan bieden over deze vrijwillige rapportagestandaard? | 21 | ||
131 | Ziet het kabinet, door afschaffing van minimumboetes, het riscio op een gevaarlijke race naar de bodem tussen lidstaten, waarbij sancties tegen bedrijven die de wet overtreden zeer minimaal of louter symbolisch worden? | 21 | ||
132 | Hoe draagt het bij aan duidelijkheid voor bedrijven als 27 lidstaten hun eigen sancties kunnen bepalen met het verdwijnen van de minimumboete uit de Europese wet? | 21 | ||
133 | Kan worden verduidelijkt hoe de toezichthouder toetst wanneer een onderneming over ‘plausibele informatie’ beschikt en beoordeelt of deze informatie plausibel is? Acht het kabinet de capaciteit van de ACM als beoogd toezichthouder toereikend om deze beoordelingen te kunnen handhaven? Zorgt het gewijzigde voorstel voor meer of minder lasten voor de ACM dan het oorspronkelijke voorstel? | 21 | ||
134 | Zijn de zorgen dat de beperkingen aangaande het betrekken van stakeholders in het omnibusvoorstel er mogelijk toe leidt dat signalen vanuit het maatschappelijk middenveld in productielanden ondernemingen niet meer bereiken, meegenomen bij de standpuntbepaling? Zo ja, op welke manier? | 22 | ||
135 | Kan het kabinet verduidelijken in hoeverre gezien de wijzigingen in het Omnibusvoorstel de CSDDD effectief blijft in het voorkomen van mensenrechtenschendingen, klimaat- en milieuschade, zowel in Europa als in productielanden? | 22 | ||
136 | Klopt het dat het minder regulier monitoren van de effectiviteit van de gepaste zorgvuldigheidsprocessen en -maatregelen ertoe kan leiden dat risico’s en misstanden in ontwikkelingslanden (langer) onbekend blijven en niet worden aangepakt? Zou dit probleem worden verholpen door vaker dan vijfjaarlijks te monitoren? | 22 |