Uitvoering motie van het lid Daniëlle Jansen c.s. over de verkoop van nicotineproducten vanaf 2028 voorbehouden aan enkel tabaksspeciaalzaken (Kamerstuk 36541-8)
Brief regering
Nummer: 2025D15087, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Onderdeel van zaak 2025Z06570:
- Indiener: V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 4 april 2025
Betreft motie inzake het jaartal waarin de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten voorbehouden wordt aan speciaalzaken naar voren te halen van 2032 naar 2028
Geachte voorzitter,
In de motie Daniëlle Jansen c.s.1 wordt de regering verzocht het jaartal waarin de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten2 voorbehouden wordt aan speciaalzaken naar voren te halen van 2032 naar 2028. Net als de indieners acht ik het beperken van het aantal verkooppunten van groot belang om de toegang tot deze producten te verminderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een rookvrije generatie. Het wetsvoorstel waarmee de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten tot speciaalzaken wordt beperkt is op dit moment in voorbereiding.
Bij brief van 20 november 20203 aan uw Kamer is bekendgemaakt dat de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten na 2030 gefaseerd wordt afgebouwd achtereenvolgens bij tankstations en gemakszaken, waarna de verkoop van de betreffende producten voorbehouden is aan speciaalzaken. Bij brief van 2 december 20224 is vervolgens gespecificeerd dat vanaf 2030 de verkoop voorbehouden zal zijn aan gemakszaken en speciaalzaken en dat met ingang van 2032 alleen nog tabaksproducten en aanverwante producten verkocht mogen worden in speciaalzaken. De verkoop van elektronische rookwaar waaronder vapes zal al eerder voorbehouden zijn aan speciaalzaken. Ondernemers zullen hun bedrijfsvoering hierop moeten aanpassen. Vanuit het oogpunt van een betrouwbare overheid heb ik hierom besloten de motie te ontraden en aangegeven aan het tijdspad te willen vasthouden.5
Door het invoeren van het verbod op de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen6, het verbod op de online verkoop7 en het verbod op de productie en verkoop van e-sigaretten met een smaakbepalend additief8 (het zogenoemde smaakjesverbod) is de markt voor tabaksproducten en aanverwante producten sterk in beweging. Het beperken van de verkoop tot gemakszaken en speciaalzaken en uiteindelijk tot enkel speciaalzaken is een ingrijpende wijziging van de marktsituatie. In voormelde brief van 2 december 2022 is daarom opgenomen dat voor een gefaseerde afbouw van het soort verkooppunten is gekozen.
Nu de motie is aangenomen, verken ik de mogelijkheden om het moment waarop de verkoop voorbehouden zal zijn aan speciaalzaken te vervroegen naar 2028. Ik laat daarbij twee onderzoeken verrichten, gericht op de implicaties van het vervroegen.
Het eerste onderzoek dat ik zal laten uitvoeren richt zich specifiek op de gevolgen voor de grensoverschrijdende aankopen, illegale handel en de gevolgen voor het verkooppuntenlandschap. Daarbij zullen deze effecten zowel worden onderzocht voor de situatie waarbij aan het tijdspad van 2032 wordt vastgehouden als de versnelling waarbij de verkoop vanaf 2028 is voorbehouden aan speciaalzaken. Voorts zal ik de Landsadvocaat vragen te adviseren over de gevolgen van de versnelling naar 2028 in verhouding tot de beperking op het eigendomsrecht. Beperking van het eigendomsrecht is juridisch alleen toelaatbaar als er voldoende rekening gehouden wordt met belang van de ondernemers van wie het eigendom (bedrijfsmiddelen voor de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten) gereguleerd wordt. De vraag die speelt is of er bij een versnelling naar 2028 voldoende rekening gehouden wordt met de belangen van de ondernemers, die zich sneller dan voorheen voorzien moeten aanpassen aan nieuwe regelgeving.
Ik zal uw Kamer over de uitkomsten van de onderzoeken informeren. Om de voortgang van het wetsvoorstel te bewaken, zal ik het wetsvoorstel waarin het tijdpad tot 2032 is opgenomen, verder in procedure brengen. Dit is noodzakelijk om te blijven streven naar inwerkingtreding van de maatregel dat de verkoop van elektronische rookwaar per 2026 voorbehouden is aan speciaalzaken.
Hoogachtend,
de staatssecretaris Jeugd,
Preventie en Sport,
Vincent Karremans
Kamerstukken II 2024/25, 36541, nr. 8.↩︎
In de motie wordt gesproken over nicotineproducten en uit de context wordt duidelijk dat dit ook tabaksproducten omvat. In deze brief wordt daarom gesproken over tabaksproducten en aanverwante producten waartoe eveneens e-sigaretten zonder nicotine behoren.↩︎
Kamerstukken II 2020/21, 32011, nr. 79.↩︎
Kamerstukken II 2022/23, 32011, nr. 97.↩︎
Uw Kamer heeft verzocht bij moties die de appreciatie ‘ontraden’ hebben gekregen, maar toch door een meerderheid van de Kamer worden gesteund en daarmee worden aangenomen, zo snel mogelijk een brief te ontvangen over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze motie (brief van de Voorzitter der Tweede kamer der Staten-Generaal van 7 november 2024 over het beoordelingskader voor moties). Met deze brief voldoe ik daaraan.↩︎
Stb. 2024, 89.↩︎
Stb. 2023, 141 en Stb. 2024, 416.↩︎
Stb. 2022, 463 en Stcrt. 2022, 32367.↩︎