[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgang beleidsinitiatieven regeerprogramma CJIB

Brief regering

Nummer: 2025D15108, datum: 2025-04-04, bijgewerkt: 2025-04-04 17:19, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2025Z06577:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Op 18 november 2024 hebben wij uw Kamer per brief geïnformeerd over de planning voor de invoering van de gratis betalingsherinnering (hierna: ‘betalingsherinnering’) bij het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: ‘CJIB’).1 In deze brief hebben wij toegezegd uw Kamer uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 te informeren over (i) de nadere uitwerking van de betalingsherinnering, (ii) de uitwerking van de mogelijkheid voor het CJIB om ophogingen bij boetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: ‘Wahv’) kwijt te kunnen schelden; en (iii) de uitwerking van de motie Palmen over verlaging van de ophogingenpercentages en de daarmee gemoeide kosten.

Met deze brief informeren wij uw Kamer over deze onderwerpen. Daarnaast staan we in deze brief stil bij een tweetal toezeggingen die tijdens het commissiedebat Strafrechtelijke Onderwerpen op 4 september 2024 zijn gedaan over (iv) de suggestie voor invoering van een digitaal portaal voor de verzending van Wahv-boetes en (v) de vraag of de gijzelingsmaatregel bij de executie van de schadevergoedingsmaatregel mogelijk moet blijven zonder tussenkomst van de rechter.

(i) De betalingsherinnering

In de brief van 18 november 2024 hebben we aangegeven dat de invoering van een betalingsherinnering nadere uitwerking vereist. De afgelopen tijd is samen met het CJIB aan deze uitwerking gewerkt en zijn belangrijke stappen gezet. Zo is besloten de betalingsherinnering na afloop van de initiële betaaltermijn te sturen. Voor Wahv-boetes gaat het daarbij om de betaaltermijn van acht weken en voor strafrechtelijke geldelijke sancties doorgaans om een betaaltermijn van dertig dagen.2

Uit gegevens van het CJIB blijkt dat veel mensen hun Wahv-boete(s) betalen in de laatste twee weken van de oorspronkelijke betaaltermijn van acht weken. Om te voorkomen dat de betalingsherinnering onnodig wordt verstuurd, is besloten deze pas na afloop van de oorspronkelijke betaaltermijn te sturen. Zo wordt de doelgroep van mensen die vergeten tijdig te betalen het beste bereikt.

Het na afloop van de betaaltermijn versturen van een herinnering voor Wahv-boetes vereist wijziging van de Wahv. In deze wet is namelijk bepaald dat van rechtswege ophogingen intreden als niet tijdig is betaald. Omdat wetswijziging de nodige tijd kost, hebben we besloten om, zodra de middelen beschikbaar zijn, vooruitlopend op de wetswijziging alvast te starten met het versturen van een betalingsherinnering voor Wahv-sancties na afloop van de betaaltermijn. Het CJIB start hier 1 juli 2026 mee. Het CJIB benut het komende jaar voor de voorbereiding van de nodige aanpassingen in ICT en bedrijfsvoering. Samen met het CJIB is gekeken of het mogelijk is om eerder dan 1 juli 2026 te starten met het versturen van de betalingsherinnering. Hiervoor is echter 19 miljoen nodig om de verminderde ontvangsten en de ontwikkel- en exploitatiekosten op te vangen. Dekking hiervoor ontbreekt. Voor 2026 is 10 miljoen euro beschikbaar.3 Dit is nodig voor de ICT-ontwikkelkosten (3 miljoen euro) van de toekomstbestendige ICT- voorziening, exploitatiekosten (4 miljoen euro) en de verminderde ontvangsten voor een half jaar (3 miljoen euro). Eerder starten zou betekenen dat in de loop van het jaar weer moet worden gestopt met het versturen van een betalingsherinnering, omdat er geen beschikbare middelen meer zijn. Dit is onwenselijk en onzorgvuldig. Daarnaast zou om deze versnelling mogelijk te maken een tijdelijke ICT-voorziening moeten worden gebouwd vooruitlopend op de toekomstbestendige ICT-voorziening die in juli 2026 gereed zal zijn. Deze extra kosten voor de tijdelijke voorziening (ca. 0,5 miljoen euro) kunnen niet gedekt worden uit de beschikbare 10 miljoen. Het bouwen van twee systemen is inefficiënt. Eerdere invoering is dus helaas niet mogelijk.

Ook bij de strafrechtelijke geldelijke sancties wordt het mogelijk gemaakt dat een betalingsherinnering wordt verstuurd voordat ophogingen intreden. Hiermee starten we zo spoedig mogelijk na 1 juli 2026. Tot slot is besloten dat de (aanvullende) betaaltermijn die bij de betalingsherinnering zal worden gegeven twee weken zal bedragen.

(ii) Kwijtschelding ophogingen Wahv-boetes

Het CJIB heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet richting een meer persoonsgerichte inning. Er zijn steeds meer mogelijkheden tot het leveren van dienstverlening op maat ontwikkeld. Soms komt het CJIB echter in contact met mensen voor wie de huidige mogelijkheden tot het leveren van maatwerk niet passend zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen voor wie het door een samenloop van uitzonderlijke omstandigheden onmogelijk was de Wahv-boete(s) tijdig te betalen en zo de ophogingen te voorkomen. Het CJIB zal daarom beter in staat worden gesteld deze mensen te helpen door de ophogingen op grond van de artikelen 23 en 25 van de Wahv kwijt te kunnen schelden.

Het gaat daarbij om twee typen van elkaar te onderscheiden situaties: overmacht en onevenredig hardvochtige effecten van de ophogingen. Bij overmacht is de betrokkene aantoonbaar niet verwijtbaar in verzuim geweest bij het niet tijdig betalen van de Wahv-boete(s). De onmogelijkheid van betaling (of het aanvragen van een betalingsregeling) was niet de eigen schuld van de betrokkene, maar werd veroorzaakt door een onvoorziene, van buiten komende omstandigheid. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan iemand die langere tijd opgenomen is geweest en niemand had om de post waar te nemen. Bij hardvochtige effecten pakken de ophogingen onevenredig onredelijk uit voor de betrokkene in het concrete geval door de uitzonderlijke omstandigheden waarin iemand verkeert. Het zal dan vaak gaan om een samenloop van verschillende problematische omstandigheden, zoals ernstige lichamelijke en/of psychische problematiek, het ontbreken van hulp of sociaal netwerk, dakloosheid en/of gezinsproblematiek. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan iemand die na meerdere jaren geworsteld te hebben met psychische stoornissen zijn leven weer op de rit heeft met hulp en zijn Wahv-boetes wil betalen. Het moet dus gaan om uitzonderlijke situaties waar het CJIB een bijzondere interventie mag toepassen, in uitzondering op de bestaande mogelijkheden. Alleen dan mag het CJIB de ophogingen kwijtschelden.

Het uitgangspunt bij het voorgaande is dat de initiële boete (en de administratiekosten) altijd betaald moeten worden, al dan niet met behulp van een betalingsregeling. De boete zelf staat immers niet (meer) ter discussie. Problematische schulden kunnen een rol spelen bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar alleen het hebben van schulden is – gelet op de mogelijkheden die het huidige instrumentarium van het CJIB voor deze groep mensen biedt – niet voldoende voor kwijtschelding. In het geval dat sprake is van schulden zijn immers andere instrumenten aangewezen, zoals het treffen van een draagkrachtregeling of een verwijzing naar schuldhulpverlening. Gelet op de hierboven beschreven voorwaarden komt maar een kleine groep in aanmerking voor kwijtschelding van de ophogingen. De verwachting is dat het om ongeveer 500 tot 1.500 personen op jaarbasis zal gaan.

In onze vorige Kamerbrief hebben we aangegeven ernaar te streven in juni van dit jaar te starten met kwijtschelding. De middelen die nodig zijn voor 2025 worden gedekt binnen de JenV-begroting. Vanaf juni kunnen mensen dan ook een verzoek om kwijtschelding voor de ophogingen bij nog niet volledig betaalde Wahv-boetes indienen bij het CJIB. Het CJIB kan straks op basis van door de betrokkene verstrekte informatie ook ambtshalve beslissen de ophogingen kwijt te schelden indien daar gegronde redenen voor zijn. Voor Wahv-boetes en ophogingen die reeds volledig zijn betaald, kan geen kwijtschelding worden gevraagd.

Om de minister en daarmee het CJIB de bevoegdheid te geven de ophogingen bij Wahv-boetes kwijt te kunnen schelden is een wetswijziging nodig. Omdat de wijziging van de Wahv in juni nog niet gereed zal zijn, zal het CJIB een beoordelingskader gebruiken bij de beoordeling tot kwijtschelding. Gelet op artikel 22 eerste en vierde lid van de Wahv hanteert het CJIB in afstemming met het openbaar ministerie dit kader. Het CJIB kan het kader gebruiken bij de beoordeling van het beëindigen van de inning van de ophogingen. Met deze interim-maatregel kan vooruitlopend op wetswijziging ervaring worden opgedaan met de regeling. Zo kan zo snel mogelijk kwijtschelding worden verleend aan mensen die te maken hebben met een samenloop van verschillende problematische omstandigheden of overmacht bij het betalen van ophogingen bij Wahv-boetes. Op de website van het CJIB zal straks informatie te vinden zijn over de mogelijkheden voor kwijtschelding van de ophogingen en hoe een verzoek hiertoe kan worden ingediend.

(iii) Uitwerking motie Palmen

Op 8 oktober jl. heeft uw Kamer de motie van het lid Palmen (NSC) aangenomen waarin de regering wordt verzocht in kaart te brengen hoe een verlaging van de ophogingenpercentages bij Wahv-boetes vorm kan krijgen en welke kosten hiermee gepaard gaan. Ook het CJIB heeft in zijn Stand van de Uitvoering 2023 aandacht gevraagd voor de ophogingenpercentages bij Wahv-boetes.

Bij een verlaging van de ophogingenpercentages zijn verschillende opties denkbaar. Zo kan de eerste ophoging worden verlaagd, de tweede ophoging of beide. Ook kunnen de ophogingenpercentages op verschillende wijze aangepast worden, bijvoorbeeld naar de percentages zoals deze tot 2011 golden, te weten een eerste ophoging van 25% en een tweede ophoging van 50%. Een andere mogelijkheid is aansluiting bij de verhogingssystematiek voor strafrechtelijke geldelijke sancties. Het CJIB heeft op ons verzoek verschillende opties doorgerekend.

In de tabel hieronder zijn de verschillende opties schematisch weergegeven, inclusief de verminderde ontvangsten die daarmee gepaard gaan. De weergegeven bedragen zijn exclusief de structurele en incidentele implementatiekosten.

Scenario’s verlaging ophogingenpercentages Schatting verminderde ontvangsten (in miljoenen euro’s per jaar)
50% - 100% (huidige percentages) -
50% - 75% 12
35% - 100% 16
40% - 80% 19
30%- 100% 22
25% -100% 27
25% - 50% (ophogingenpercentages tot 2011) 46
€ 20 – 20% van het openstaande bedrag (conform stelsel Wetboek van Strafvordering) 64

In de brief van 18 november jl. hebben wij al aangegeven dat bij het regeerprogramma evenwel geen geld hiervoor beschikbaar is gesteld.

(iv) Digitaal portaal Wahv-boetes

Tijdens het commissiedebat Strafrechtelijke Onderwerpen op 4 september jl. heeft het Kamerlid Palmen (NSC) gevraagd naar de mogelijkheden voor digitale verzending van Wahv-boetes. De staatssecretaris Rechtsbescherming heeft toen namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid toegezegd dat dit onderwerp zou worden meegenomen in de lopende gesprekken met het CJIB. Dit is gebeurd. We kunnen daarover het volgende meedelen. Het CJIB is aangesloten op Mijnoverheid en maakt voor bepaalde berichten gebruik van de Berichtenbox. Op dit moment kijkt het CJIB wat er voor nodig is om Wahv-boetes via de Berichtenbox te versturen.

Daarnaast gebruikt het CJIB het Digitaal Loket. Elke maand bezoeken meer dan 600.000 mensen het loket. In het Digitaal Loket is het mogelijk om openstaande vorderingen te bekijken, te betalen, de foto van een overtreding te bekijken of een betalingsregeling af te spreken. Verder wordt binnen de Clustering Rijksincasso gewerkt aan het Vorderingenoverzicht Rijk. Hiermee krijgen mensen een overzicht van hun actuele betalingsverplichtingen aan overheidsorganisaties. De ambitie is dat alle partijen van de Clustering Rijksincasso eind 2025 bij het Vorderingenoverzicht Rijk zijn aangesloten.

(v) Inning schadevergoedingsmaatregel

Het CJIB heeft verschillende instrumenten tot zijn beschikking om de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer bij de dader te innen. Het CJIB levert hierbij maatwerk. Wanneer het CJIB van oordeel is dat de veroordeelde wel kan, maar niet wil betalen benadert het CJIB het openbaar ministerie met een onderbouwd verzoek tot gijzeling. Het openbaar ministerie beoordeelt het gijzelingsverzoek. Indien de dader aantoonbaar niet in staat is om het verschuldigde bedrag in één keer of in termijnen te betalen, vindt gijzeling niet plaats. Gijzeling vindt alleen plaats bij een dader die niet aan de betalingsverplichting wil voldoen. De strafrechter heeft in de uitspraak reeds het aantal dagen gijzeling opgenomen voor het geval de dader niet aan de betalingsverplichting wil voldoen.

De Nationale ombudsman heeft na onderzoek naar de inning van de schadevergoedingsmaatregel door het CJIB geoordeeld erop te vertrouwen dat de gijzelingsprocedure ook zonder toetsing door de rechter zorgvuldig genoeg is om te voorkomen dat gijzeling wordt toegepast in situaties waarin dat niet behoorlijk zou zijn. Naar onze mening is de bestaande procedure met voldoende waarborgen voor de dader ingericht. Wij zien dan ook geen aanleiding dit te wijzigen.

Tot slot

Met de invoering van de betalingsherinnering en de mogelijkheid voor het CJIB om de ophogingen bij Wahv-boetes in uitzonderlijke gevallen kwijt te kunnen schelden geven we uitvoering aan het regeerprogramma en wordt de dienstverlening van het CJIB verder verbeterd. Wij vinden dit van belang om een bijdrage te leveren aan het voorkomen van schuldenoploop, zodat zo veel mogelijk wordt voorkomen dat mensen (verder) in de problemen komen.

Omdat op dit moment nog niet alle stappen zijn gezet, zullen we uw Kamer begin 2026 informeren over de aanstaande start van het versturen van betalingsherinneringen en de eerste ervaringen van het CJIB met het kwijtschelden van ophogingen Wahv-boetes.

De Staatssecretaris Rechtsbescherming,

T.H.D. Struycken

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

I. Coenradie


  1. Kamerstukken II 2024-25 29 279, nr. 915.↩︎

  2. Onder strafrechtelijke geldelijke sancties wordt verstaan: geldboetes opgelegd bij strafbeschikking of vonnis, inkomende Europese geldelijke sancties en schadevergoedingsmaatregelen.↩︎

  3. In 2026 is 10 miljoen euro beschikbaar voor de betalingsherinnering en de mogelijkheid om ophogingen bij Wahv-boetes in gevallen van aantoonbare overmacht kwijt te kunnen schelden. Vanaf 2027 is dat structureel 19 miljoen euro per jaar. Zie ook Kamerstukken II 2024-25 29279, nr. 915.↩︎