Evaluatie covidcrisisregelingen (Bonus-, COZO en IC-regeling)
Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
Brief regering
Nummer: 2025D17817, datum: 2025-04-18, bijgewerkt: 2025-04-18 14:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Beslisnota bij Kamerbrief Evaluatie covidcrisisregelingen (Bonus-, COZO en IC-regeling)
- Balanceren in tijden van crisis
Onderdeel van kamerstukdossier 29282 -604 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector.
Onderdeel van zaak 2025Z07868:
- Indiener: V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- : Ontwikkelingen rondom het coronavirus / Pandemische paraatheid (Commissiedebat), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2025-04-22 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-04-23 10:45: Procedurevergadering VWS (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector
25 295 Infectieziektenbestrijding
Nr. 604 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 april 2025
Hierbij bied ik u de evaluaties van de zogenaamde
covidcrisisregelingen aan (Bonusregeling, Coronabanen in de Zorg (COZO)
en de opschalingsregeling Intensive care capaciteit (IC)). Deze
evaluaties zijn uitgevoerd conform de bepalingen uit de
Comptabiliteitswet en de Regeling periodiek evaluatieonderzoek. Voor de
Bonus- en COZO-regeling is dit tevens nog expliciet toegezegd naar
aanleiding van vragen in het kader van de Najaarsnota 20231.
Toelichting evaluatie covidcrisisregelingen
De eerste golf van de covidpandemie leidde tot een zeer hoge werkdruk bij zorgpersoneel, extra taken voor zorgaanbieders door covidmaatregelen en een tekort aan IC-capaciteit. In dit kader zijn drie crisisregelingen opgezet:
Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 (Bonusregeling) om zorgmedewerkers te bedanken voor hun uitzonderlijke prestatie tijdens covid.
Subsidieregeling opschaling curatieve zorg COVID-19 (IC-regeling) om IC-capaciteit op te kunnen schalen en (acute) reguliere zorg daarmee zoveel mogelijk te kunnen continueren.
Subsidieregeling coronabanen in de zorg (COZO-regeling) om onbenut arbeidspotentieel in te zetten voor tijdelijke functies om zorgprofessionals te ontlasten.
In de eindevaluatie wordt geconstateerd dat deze regelingen grotendeels doeltreffend waren. Verder wordt geconstateerd dat de keuze voor subsidie als instrument logisch was. Het subsidie instrument maakte tijdens covid snelle financiering mogelijk van tijdelijke activiteiten in meerdere domeinen. VWS bleek in staat om, ook onder hoge tijdsdruk, de regelingen redelijk goed op te zetten.
Wel wordt een aantal kanttekeningen geplaatst. De voornaamste kanttekening betreft de doelmatigheid van de regelingen. Zo ervoeren zorgverleners de Bonusregeling grotendeels als blijk van waardering, maar mede door een gebrek aan afbakening voor de eerste bonus werd het budget van €1,4 miljard met €800 miljoen overschreden door het grotere aantal aanvragen.
De IC-regeling stelde ziekenhuizen in staat op te schalen conform het opschalingsplan Landelijk Netwerk Acute Zorg. De oorspronkelijke verantwoordingseisen sloten echter niet aan bij de registratiewijze van ziekenhuizen, wat financiële onzekerheid veroorzaakte. De COZO-regeling bereikte minder zorgaanbieders dan verwacht, maar gebruikers vonden de regeling effectief. Tegelijkertijd is een kwart van de subsidiegelden aangemerkt als mogelijk misbruik en oneigenlijk gebruik.
De evaluatie geeft ook verschillende aanbevelingen. Allereerst wordt aanbevolen om bij het opstellen van crisisregelingen rekening te houden met ontbrekende kennis en informatie, vooral wanneer VWS een grotere rol vervult dan gebruikelijk. Tijdens crisissituaties dient te worden gezorgd voor het benodigde inzicht in de werkwijze en bedrijfsvoering van zorgaanbieders, bijvoorbeeld door een klankbordgroep met accountants van zorgaanbieders te betrekken bij de totstandkoming van regelingen. De tweede aanbeveling is om bij toekomstige (crisis)regelingen op voorhand duidelijke en meetbare doelstellingen te formuleren. Indien dit niet lukt, moet publiekelijk uit worden gelegd wat de nadelige gevolgen zijn voor de doel- en rechtmatigheid als deze doelstellingen niet worden opgesteld. Verder moeten deze nadelige gevolgen af worden gewogen tegen de mogelijke voordelen, zoals het kunnen realiseren van de gewenste snelheid. De laatste aanbeveling is om, in situaties zonder directe relatie met de begunstigden en zonder sturingsmogelijkheden, een expliciete keuze te maken voor het (al dan niet) afbakenen van de doelgroep.
Door VWS zijn reeds aanpassingen doorgevoerd naar aanleiding van eerder gesignaleerde knelpunten bij de geëvalueerde regelingen. Zo worden nu standaard accountantsprotocollen opgesteld voorafgaand aan de publicatie van een nieuwe regeling. Wanneer er bij een subsidieregeling bewust wordt afgeweken van het beoogde controlebeleid voor rechtmatige verstrekking van middelen moet hier toestemming voor worden gegeven door de secretaris-generaal. Daarnaast heeft DUS-I, op basis van lessen uit de covidcrisisregelingen, vastgelegd dat de voorschriften voor de verantwoording volledig op orde moeten zijn voordat een positieve uitvoeringstoets kan worden afgegeven.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
V.P.G. Karremans
Kamerstuk 36 470 XVI, nr. 4, Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2023 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota), d.d. 11 december 2023↩︎