Antwoord op vragen van het lid Bruyning over structureel falen van GI Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE), rechterlijke ongehoorzaamheid en schending van Europees recht
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2025D36098, datum: 2025-08-29, bijgewerkt: 2025-08-29 17:06, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2025Z09092:
- Gericht aan: T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Indiener: F.H. Bruyning, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
AH 2936
2025Z09092
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 29 augustus 2025)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 2356
Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van het gerechtshof van 27 maart 2025, onder nummer ECLI:NL:GHARL:2025:1818, waarin wordt vastgesteld dat Gecertificeerde Instelling (GI) SAVE in strijd met Europese regelgeving een minderjarige in Spanje heeft geplaatst zonder toestemming van de Spaanse autoriteiten?[1]
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat SAVE verklaarde āniet op de hoogteā te zijn van de goedkeuringsprocedure onder artikel 82 van de Brussel II-ter Verordening? Kunt u uitleggen wat voor impact dat heeft op kinderen die geplaatst zijn buiten de lidstaat zonder deze goedkeuringsprocedure?
Antwoord op vraag 2
In de Verordening Brussel II-ter zijn afspraken opgenomen over het plaatsen van kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel buiten de eigen lidstaat. Met deze afspraken wordt de rechtsbescherming van kinderen geborgd. Met de goedkeuringsprocedure uit de verordening wordt een lidstaat vóór de plaatsing van een kind niet alleen geĆÆnformeerd, maar ook officieel verzocht in te stemmen met de plaatsing. Wanneer deze procedure niet wordt gevolgd, zijn de nationale autoriteiten niet op de hoogte van kinderen die op hun grondgebied verblijven en ontbreekt het toezicht op deze kinderen. Bovendien kan de erkenning van de plaatsingsbeschikking van de Nederlandse rechter worden geweigerd in het ontvangende land waardoor het kind zonder een geldige rechterlijke beslissing in het land verblijft. Het is daarom belangrijk dat deze procedure wordt gevolgd door alle jeugdbeschermingsorganisaties. De gecertificeerde instellingen (GIās), het Platform Buitenlands Zorgaanbod en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zijn de afgelopen jaren door de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van mijn ministerie gewezen op het belang van het volgen van de goedkeuringsprocedure. Jeugdzorg Nederland heeft laten weten dat deze uitspraak onder de aandacht is gebracht bij de juristen van de GIās.
Vraag 3
Kunt u uitleggen hoe het komt dat de rechters blijkbaar in zaken van deze GI niet eerder gewezen hebben op de goedkeuringsprocedure? Begrijpt u dat wij hieruit de conclusie trekken dat (ook) rechters onvoldoende op de hoogte zijn omtrent de regels in dergelijke goedkeuringsprocedures? Hoe kijkt u tegen deze kwestie aan? Welke conclusie kan er getrokken worden als de GI aangeeft niet op de hoogte te zijn dat deze goedkeuringsprocedure gevolgd dient te worden?
Antwoord op vraag 3
De verordening bepaalt dat de plaatsende instantie via de Centrale Autoriteit (CA) toestemming regelt. In algemene zin is het niet altijd zo dat bij een zitting al duidelijk is dat plaatsing in het buitenland aan de orde is. Het is belangrijk om regelmatig aandacht te vragen voor deze procedures en de Rechtspraak heeft laten weten dit onderwerp wederom onder de aandacht brengen van de jeugdrechters te brengen.
Vraag 4
Kan het dus zo zijn dat minderjarigen zonder deze goedkeuringsprocedure naar Spanje of in een ander land zijn geplaatst zonder dat deze procedure is gevolgd? Zo ja, hoe vaak is dit gebeurd en is de IGJ hiervan op de hoogte gesteld?
Vraag 5
Kunt u aangeven of deze situatie ook voorkomt bij andere GIās? Hoe vaak komt het voor dat een kinderbeschermingsmaatregel in het buitenland ten uitvoer wordt gebracht?
Antwoord op vraag 4 en 5
Er is geen separate registratie van zaken waarin minderjarigen zonder deze goedkeuringsprocedure in een ander land zijn geplaatst. Dus in theorie is het mogelijk dat er ook andere vergelijkbare zaken zijn. Ik ga er echter van uit dat normaliter deze procedures wél gevolgd worden. De IGJ wordt hier niet actief over geïnformeerd, dit valt niet onder de meldplicht voor aanbieders.
Vraag 6
Bent u bekend met de uitspraak van 31 oktober 2023, onder nummer ECLI:NL:GHARL:2023:9166 waarin het hof constateert dat SAVE bewust geen uitvoering gaf aan een door het hof opgelegde omgangsregeling?[2]
Antwoord op vraag 6
Ja.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u deze opstelling van SAVE, die neerkomt op openlijke rechterlijke ongehoorzaamheid?
Antwoord op vraag 7
Het hof zegt daarover in de genoemde uitspraak: āHet hof begrijpt dat het niet in alle gevallen mogelijk blijkt te zijn om uitvoering te geven aan een opdracht van het hof, bijvoorbeeld wanneer nieuwe ontwikkelingen daartoe aanleiding geven of een ouder weigert zijn medewerking te verlenen. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in dit geval echter geen sprake. De GI heeft, omdat zij het niet eens is met de beslissing van het hof, welbewust geen uitvoering willen geven aan de opdracht van het hof. Dat is in strijd met het wettelijke systeem zoals we dat in ons land kennen: de ouder die rechtsbescherming zoekt moet erop kunnen vertrouwen dat een - nota bene door de rechterlijke macht benoemde - gecertificeerde instelling zich houdt aan rechterlijke uitspraken, ook als die instelling het met die uitspraken niet eens is. De GI heeft door de tussenbeschikking van het hof naast zich te leggen de vader feitelijk rechtsbescherming onthoudenā. Ik heb aan deze uitspraak niets toe te voegen.
Vraag 8
Komt het vaker voor dat deze gecertificeerde instelling gerechtelijke uitspraken naast zich neerlegt? En hoe zit dit bij andere gecertificeerde instellingen? Wat vindt u van de opstelling van jeugdbeschermers en gebiedsmanagers van GIās die in gesprekken stellen dat zij niet gehouden zijn aan uitvoering te geven aan de uitspraken van rechters? Bent u het ermee eens dat jeugdbeschermers die uitspraken van rechters niet uitvoeren tuchtrechtelijk moeten worden aangesproken met minimaal een formele berisping?
Antwoord op vraag 8
GIās moeten altijd uitvoering geven aan rechterlijke uitspraken, ook als de instelling het niet eens is met de uitspraak. Er is geen registratie van hoe vaak het voorkomt dat GIās geen uitvoering geven aan rechterlijke uitspraken. Het is verder niet aan mij om een oordeel te geven over het al dan niet toepassen van het tuchtrecht en de op te leggen sancties. Als er een tuchtklacht bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) wordt ingediend, is het aan het College van Toezicht van SKJ om te oordelen over de klacht en te beslissen over de eventueel op te leggen maatregel. Het betreft een vorm van verenigingstuchtrecht waarop wij als Rijk geen invloed kunnen en mogen uitoefenen. Een jeugdprofessional dient te handelen volgens de professionele standaard en de gedrags- en beroepsregels die door de beroepsgroep zelf zijn opgesteld.Ā
Vraag 9
Bent u het met het hof eens dat het niet uitvoeren van rechterlijke beslissingen door een GI rechtsbescherming van ouders en kinderen ondermijnt?
Antwoord op vraag 9
Het hof gebruikt in deze uitspraak niet het woord āondermijnenā maar stelt: āDe GI heeft door de tussenbeschikking van het hof naast zich te leggen de vader feitelijk rechtsbescherming onthoudenā. Ik heb daar niets aan toe te voegen.
Vraag 10
Welke signalen over SAVE heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in de afgelopen jaren ontvangen als het gaat over het niet naleven van de wet en uitvoeren van gerechtelijke uitspraken? En hoe zit dit met de andere GIās?
Antwoord op vraag 10
De IGJ toetst of de aanbieders zich houden aan wet- en regelgeving. Het niet volgen van een rechtelijke uitspraak valtĀ niet onder de meldplicht van aanbieders. Wel hebben de inspecties in de afgelopen jaren in verschillende rapporten er op gewezen dat vanwege het gebrek aan personeel of het ontbreken van passende hulp er niet altijd uitvoering kan worden gegeven aan de hulp en ondersteuning zoals opgelegd in de rechterlijke uitspraak.
Vraag 11
Is de IGJ naar aanleiding van deze uitspraken een onderzoek gestart of bent u voornemens dit alsnog te doen? Bent u bereid om de IGJ opdracht te geven om het naleven van beschikkingen een vast onderdeel te laten zijn van het toezicht en hier actief op te controleren?
Antwoord op vraag 11
De IGJ en IJenV voeren reeds toezicht uit bij vijf GIās. Toezichtrapporten over de William Schrikker Jeugdbescherming en -reclassering en Jeugdbescherming Noord zijn inmiddels gepubliceerd. Dit toezicht van de inspecties is gericht op de kwaliteit van de uitvoering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. Centrale themaās zijn de cliĆ«ntgerichtheid, integraliteit en tijdigheid van de analyse en het plan voor de jeugdige en het gezin, de tijdige inzet van passende hulp en de regievoering en het zicht op de veiligheid en de ontwikkeling van de jeugdigen. Bij het houden van toezicht baseert de IGJ zich op toetsingskaders. Deze kaders bestaan uit normen en daarbij behorende toetsingscriteria, die zijn gebaseerd op wetten en regels, veldnormen en richtlijnen die beroepsorganisaties van zorgverleners hebben opgesteld. De IGJ werkt risicogestuurd en is altijd gericht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg die wordt geleverd. Binnen de toetsingskaders kan de IGJ daartoe beoordelen of de beschikking van een rechtbank ook wordt nageleefd. De IGJ kan in het kader van risicogestuurd toezicht keuzes maken op welke normen of onderwerpen het de nadruk legt, afhankelijk van de situatie.
Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā
Vraag 12
Acht u het passend dat bestuurders van een GI hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld bij stelselmatig rechtsstatelijk falen?
Antwoord op vraag 12
Ik verwijs u naar de antwoorden van 10 juli 2025 op schriftelijke vragen van het lid Bruyning inzake het rapport āZorgen over kinderen die wachten op jeugdbescherming en jeugdreclasseringā. In deze antwoorden (op de vragen 20 t/m 23) is uiteengezet hoe bestuurders van een GI kunnen worden aangesproken op onbehoorlijk bestuur als daar sprake van zou zijn.
Vraag 13
Welke structurele verbetermaatregelen acht u, naast verbeterd toezicht, verder nodig om te voorkomen dat GIās zich onttrekken aan rechterlijke toetsing en Europese regelgeving?
Ā
Antwoord op vraag 13
GIās moeten altijd uitvoering geven aan rechterlijke uitspraken, ook als de instelling het niet eens is met de uitspraak. In het antwoord op vraag 10 is al aangegeven dat vanwege het gebrek aan personeel of het ontbreken van passende hulp er niet altijd uitvoering kan worden gegeven aan de hulp en ondersteuning zoals opgelegd in de rechterlijke uitspraak. Met de Hervormingsagenda Jeugd werken we hard aan de beschikbaarheid van (specialistische) jeugdzorg, met het landelijk tarief jeugdbescherming en de zij-instromersregeling wordt ingezet op het verminderen van het tekort aan personeel bij de GIā s. Via de voortgangsbrieven jeugd en jeugdbescherming wordt uw Kamer over de voortgang geĆÆnformeerd.1
Kamerstukken II, vergaderjaar 2024-2025, 31839, nr. 1087 en nr. 1089ā©ļø