[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2025D39547, datum: 2025-09-16, bijgewerkt: 2025-10-09 10:44, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36820-XII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36820 XII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota).

Onderdeel van zaak 2025Z16987:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

36 820 XII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Algemeen

De opzet en structuur van de onderliggende suppletoire begroting voor Hoofdstuk XII is gebaseerd op de Rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR) (Kamerstukken II, 2014–2015, 31 865, nr. 66) zijn in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2025 de onderstaande uniforme ondergrenzen opgenomen, die worden gehanteerd bij het toelichten van de budgettaire gevolgen van beleid. De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter dan of gelijk aan onderstaande tabel worden op het niveau van de totale verplichtingen en de financiële instrumenten toegelicht. Dit houdt in dat financiële instrumenten waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht, tenzij deze beleidsmatig toch relevant zijn.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1.000 5 10
=> 1.000 10 20

2. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties van de Suppletoire Begroting September 2025 weer. Een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel is te vinden bij de budgettaire gevolgen van beleid in en.

Vastgestelde begroting 2025 14.091.734
Stand 1e suppletoire begroting 2025 14.180.808
Belangrijkste suppletoire mutaties
1. Overboekingen Ministeries – 14.549
2. Kasschuiven – 51.633
– Regulier Diversen – 26.211
– Klimaatfonds Diversen – 15.131
– Nationaal Groeifonds Diversen – 10.291
3. Verrekening NS 16 50.000
4. Overboekingen HXII/Fondsen 167.086
– Mobiliteitsfonds 26 – 138.655
– Deltafonds 26 – 28.431
5. Overige mutaties Diversen – 13.519
Stand suppletoire begroting september 2025 14.182.158

Toelichting

1. Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken binnen de Rijksbegroting. De grootste zijn:

Een overboeking naar het Provinciefonds van € 1,9 miljoen voor de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) voor het uitvoeren van decentrale structurele en wettelijke taken en voor de financiering van innovatie en projecten voor besluit risico zware ongevallen (BRZO+) en publieksreeks gevaarlijke stoffen (PGS).

Een overboeking naar het Gemeentefonds van € 3,9 miljoen voor de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) voor het uitvoeren van decentrale structurele taken en voor de financiering van innovatie en projecten voor het Register Externe veiligheid.

Er wordt in totaal € 51,7 miljoen uit 2025 naar latere jaren geschoven waarvan de grootste kasschuiven zijn:

Op artikel 11 is voor het NGF project UPPwater € 9,9 miljoen vanuit 2025 naar 2026 geschoven. Drie subsidieregelingen worden pas medio Q4 opgesteld. Rekening houdende met de doorlooptijden worden de kasmiddelen in het juiste ritme geplaats.

Op artikel 14 is € 8,1 miljoen naar lateren jaren doorgeschoven. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ontvangt middelen in het kader van Schoon en Emissieloos Bouwen. In eerste instantie werd aangenomen dat het RVB deze middelen in één keer op zou vragen, maar ze vragen het verdeeld over de jaren op. De middelen worden in overeenstemming gebracht met de reeks waarin het RVB zal factureren.

Verrekening NS: Het hogere uitgavenbudget hangt samen met de afwikkeling van enkele openstaande financiële verplichtingen tussen IenW en NS uit de vorige concessieperiode. IenW en NS stellen de vergoeding voor de door IenW gestelde spoorstaafschade op de HSLinfrastructuur tot en met 2024 vast op een bedrag van € 50 miljoen. IenW en NS stellen de door NS aangevraagde vergoeding voor het op orde houden van de dienstregeling tijdens de coronapandemie vast op hetzelfde bedrag. Deze verrekening zal zonder betaling plaatsvinden vanwege de gelijke omvang van de verplichtingen. De vastlegging in de begroting vindt plaats via een desaldering.

Per saldo is € 167,1 miljoenover geboekt vanuit Hoofdstuk XII naar het Mobiliteitsfonds en Deltafonds. Voor beide fondsen gaat het met name om de toedeling van de loon- en prijsbijstelling. Dit geld was met de 1ste suppletoire begroting ontvangen op artikel 99 en wordt nu overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds.

Dit betreft diverse kleinere mutaties.

Vastgestelde begroting 2025 41.090
Stand 1e suppletoire begroting 2025 111.266
Belangrijkste suppletoire mutaties
1. Verrekening NS 16 50.000
2. Terugontvangsten subsidies Diversen 10.261
3. Overige mutaties Diversen 5.595
Stand suppletoire begroting September 2025 177.122

Toelichting

1. Verrekening NS: Het hogere uitgavenbudget hangt samen met de afwikkeling van enkele openstaande financiële verplichtingen tussen IenW en NS uit de vorige concessieperiode. IenW en NS stellen de vergoeding voor de door IenW gestelde spoorstaafschade op de HSLinfrastructuur tot en met 2024 vast op een bedrag van € 50 miljoen. IenW en NS stellen de door NS aangevraagde vergoeding voor het op orde houden van de dienstregeling tijdens de coronapandemie vast op hetzelfde bedrag. Deze verrekening zal zonder betaling plaatsvinden vanwege de gelijke omvang van de verplichtingen. De vastlegging in de begroting vindt plaats via een desaldering.

Voor verschillende subsidies die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd door RVO hebben we een eindafrekening ontvangen. De eindafrekeningen vallen € 10,3 miljoen lager dan aan RVO betaald is. Dit bedrag ontvangt IenW in 2025 weer terug.

Dit betreft diverse kleinere mutaties.

3. Beleidsartikelen

3.1. Artikel 11 Integraal Waterbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 67.703 – 15.392 52.311
Uitgaven 90.303 – 8.683 81.620
11.1 Algemeen waterbeleid 59.543 – 181 59.362
Opdrachten 18.941 – 4.218 14.723
Partners voor Water (HGIS) 11.835 – 3.010 8.825
Overige HGIS opdrachten 679 0 679
Regie Innovatie 911 0 911
Overige opdrachten 5.516 – 1.208 4.308
Subsidies (regelingen) 18.315 3.068 21.383
Incidentele subsidie WKB 100 420 520
Overige HGIS subsidies 4.700 200 4.900
Partners voor Water 5 (HGIS) 3.000 3.010 6.010
NGF NL2120 9.530 – 688 8.842
Overige subsidies 985 126 1.111
Bijdrage aan agentschappen 17.855 276 18.131
Bijdrage aan agentschap RWS 16.982 235 17.217
Bijdrage aan agentschap KNMI 873 41 914
Bijdrage aan medeoverheden 4.432 293 4.725
NGF NL2120 4.394 293 4.687
Overige bijdragen 38 0 38
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 0 400 400
Overige bijdragen 0 400 400
11.2 Waterveiligheid 1.683 – 45 1.638
Opdrachten 1.683 – 45 1.638
Waterveiligheid 1.583 – 35 1.548
Overige opdrachten 100 – 10 90
11.3 Grote oppervlaktewateren 1.135 93 1.228
Opdrachten 1.135 93 1.228
RWS Zuid-Westelijke Delta 762 0 762
Overige opdrachten 373 93 466
11.4 Waterkwaliteit 27.942 – 8.550 19.392
Opdrachten 5.442 1.046 6.488
Noordzee en oceanen 1.649 429 2.078
Overige opdrachten 3.793 617 4.410
Subsidies (regelingen) 20.644 – 9.596 11.048
NGF UPPWater 18.707 – 9.871 8.836
Overige subsidies 1.937 275 2.212
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.856 0 1.856
Overige bijdragen 1.856 0 1.856
Ontvangsten 0 196 196

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 15,4 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en de volgende verplichtingenmutaties:

– Opvragen verplichtingenruimte: Er wordt in 2025 voor € 4,0 miljoen aan verplichtingenruimte opgevraagd voor subsidies voor het Partners voor Water. Het aanvragen van additionele verplichtingenruimte is het gevolg van een herijking van activiteiten tussen Opdrachten en Subsidies binnen het PvW5-programma n.a.v. HGIS-taakstelling. Subsidies hebben veelal een langere doorlooptijd voordat beschikkingen kunnen worden geslagen vergeleken met betalingen voor opdrachten, waarbij de verplichtingenruimte gereserveerd blijft staan. De herijking van de uit te voeren activiteiten staat uitgewerkt in de opdrachtbrief aan het RVO.

Uitgaven

Artikel 11.01 Algemeen Waterbeleid

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 4,2 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Partners voor Water (HGIS): Het betreft het herschikken van € 3,0 miljoen aan verplichtingen- en kasbudget van het opdrachten- naar het subsidiebudget conform de aanvullende opdrachtbrief aan RVO. Als gevolg van de HGIS-taakstelling past DGWB het uit te voeren beleid aan binnen het beschikbare budget van het programma Partners voor Water 5, hetgeen o.a. leidt tot een nieuwe herverdeling tussen opdrachten en subsidies, waaruit dit programma bestaat.

Overige opdrachten: Het opdrachten budget wordt met € 1,2 miljoen verlaagd en komt met name door:

– Een overboeking van dit artikel naar het Deltafonds voor de bijdrage aan Deltares van € 1,0 miljoen. Er zijn meerkosten voor Digitalisering, Datamanagement en Beheer en Onderhoud van software, die anders ten koste gaat van de huidige programmabudgetten.

– Toekenning eindejaarsmarge DGWB: Het betreft het toekennen van de eindejaarsmarge aan DGWB voor openstaande verplichtingen die in 2024 zijn aangegaan (€ 1,0 miljoen).

Subsidies (regelingen)

De verhoging van het subsidiebudget met € 3,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Partners voor Water (HGIS): Dit betreft de hierboven genoemde budgetoverheveling van € 3,0 miljoen voor Partners voor Water van opdrachten naar subsidies.

Artikel 11.04 Waterkwaliteit

Subsidies (regelingen)

De verlaging van het subsidiebudget met € 9,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Nationaal Groeifonds UPPWater: Er wordt € 9,9 mln. vanuit 2025 naar 2026 geschoven. Drie subsidieregelingen worden medio Q4 opgesteld. Rekening houdende met de doorlooptijden worden de kasmiddelen in het juiste ritme geplaats. De verplichtingenreeks staat reeds in het juiste ritme.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in).

3.2. Artikel 13 Bodem en Ondergrond

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 58.619 22.435 81.054
Uitgaven 135.665 334 135.999
13.4 Ruimtegebruik bodem 135.665 334 135.999
Opdrachten 13.235 11.941 25.176
Bodem en STRONG 7.917 11.850 19.767
RWS Leefomgeving 1.835 0 1.835
Fysieke Leefomgeving Omgevingswet (FLOW) 792 – 114 678
Overige opdrachten 2.691 205 2.896
Subsidies (regelingen) 28.058 – 7.122 20.936
Bedrijvenregeling 17.380 – 7.050 10.330
Subsidie Caribisch Nederland 10.285 – 72 10.213
Overige subsidies 393 0 393
Bijdrage aan agentschappen 11.362 404 11.766
Bijdrage aan agentschap RWS 4.669 0 4.669
Bijdrage aan agentschap RIVM 6.693 404 7.097
Bijdrage aan medeoverheden 83.010 – 4.889 78.121
Meerjarenprogramma Bodem 83.010 – 4.889 78.121
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 22,4 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en de volgende verplichtingenmutaties:

– Ophoging verplichtingenbudget eindetermijnseffect Bedrijvenregeling: Het verplichtingenbudget wordt met € 22,4 miljoen opgehoogd, omdat er meer aanvragen zijn ontvangen vanwege het beëindigen van de Bedrijvenregeling. Bedrijven hadden de gelegenheid om een saneringsplan in te dienen tot en met 31 december 2024. In Q1-Q2 2025 worden de aanvragen beoordeeld en volgens de huidige prognoses is deze verplichtingenruimte nodig om de activiteiten in gang te kunnen zetten. De (betaling voor de) bodemsaneringen wordt meerjarig ingepland over de instrumenten opdrachten, bijdragen aan medeoverheden en subsidies.

– Verplichtingenmutaties Bedrijvenregeling: Bij de Voorjaarsnota 2025 is er binnen de bodembudgetten op dit artikel middelen vanuit opdrachten (Bodem en STRONG) en bijdragen aan medeoverheden (het Meerjarenprogramma Bodem) tijdelijk middelen naar de Bedrijvenregeling gealloceerd, zodat de beschikkingen in de eerste kwartalen van dit jaar vastgelegd (verplicht) konden worden. Dit wordt met deze Ontwerpbegroting teruggegeven (€ 9,9 miljoen). Binnen deze drie bodembudgetten wordt meerjarig de bodemsaneringen ingepland.

Uitgaven

Artikel 13.04 Ruimtegebruik bodem

Opdrachten

De verhoging van het opdrachtenbudget met € 11,9 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Bodem en STRONG: Het betreft een kasoverheveling binnen artikel vanuit de Bedrijvenregeling en het Meerjarenprogramma Bodem naar Bodem en Strong ten behoeve van de sanering van het EMK-terrein in Krimpen aan den IJssel van € 11,9 miljoen

Subsidies (regelingen)

De verlaging van het subsidiebudget met € 7,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Bedrijvenregeling: Het betreft met name de hierboven genoemde budgetoverheveling Bodem en STRONG waarbij het deel van het subsidiebudget van – € 7,0 miljoen aan kasbudget is overgeheveld.

Bijdrage aan medeoverheden

De verlaging van bijdragen aan medeoverheden met € 4,9 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Meerjarenprogramma Bodem: Het betreft met name de hierboven genoemde budgetoverheveling Bodem en STRONG waarbij het deel van de bijdragen aan medeoverheden van – € 4,8 miljoen aan kasbudget is overgeheveld.

Ontvangsten

Er zijn geen ontvangstenmutaties geweest op dit artikel.

3.3. Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 567.513 – 27.089 540.424
Uitgaven 451.626 – 38.089 413.537
14.1 Netwerk 39.570 – 11.145 28.425
Opdrachten 22.546 – 12.477 10.069
Wegverkeersbeleid 3.956 163 4.119
Voertuigen en Digitale Infrastructuur 7.103 – 2.653 4.450
Overige opdrachten 11.487 – 9.987 1.500
Subsidies (regelingen) 150 270 420
Overige subsidies 150 270 420
Bijdrage aan agentschappen 10.860 257 11.117
Bijdrage aan agentschap RWS 8.237 0 8.237
Overige bijdragen 2.623 257 2.880
Bijdrage aan medeoverheden 6.014 0 6.014
Bijdrage aan Caribisch Nederland 6.000 0 6.000
Regionale bijdrage MIRT 14 0 14
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 0 805 805
Overige bijdragen 0 805 805
14.2 Verkeersveiligheid 29.164 – 10.434 18.730
Opdrachten 3.983 1.023 5.006
Opdrachten Verkeersveiligheid 2.583 1.023 3.606
Overige opdrachten 1.400 0 1.400
Subsidies (regelingen) 10.941 – 376 10.565
Veilig Verkeer Nederland (VVN) 3.984 0 3.984
Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) 4.437 0 4.437
Overige subsidies 2.520 – 376 2.144
Bijdrage aan agentschappen 789 0 789
Bijdrage aan agentschap RWS 789 0 789
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 2.451 – 81 2.370
Bijdrage aan CBR 2.051 – 81 1.970
Overige bijdragen 400 0 400
(Schade)vergoeding 11.000 – 11.000 0
Stint 11.000 – 11.000 0
14.3 Slimme en duurzame mobiliteit 382.892 – 16.510 366.382
Opdrachten 67.229 – 7.687 59.542
Innovatie en Intelligente Transportsystemen 8.747 806 9.553
Klimaatakkoord 0 2.942 2.942
Verkeersemissies 236 504 740
KF: Laadinfra wegverkeer 30 0 30
Programma Vergroening Reisgedrag 1.560 612 2.172
Verduurzaming logistiek 5.111 2.333 7.444
NGF: Dutch Metropolitan Innovations (DMI) 23.744 0 23.744
KF: Laadinfra bouw 14.900 – 14.900 0
KF: Zero-emissie zones 250 0 250
Overige opdrachten 12.651 16 12.667
Subsidies (regelingen) 236.729 – 300 236.429
Duurzame Mobiliteit 18.291 – 200 18.091
Elektrisch Vervoer 58.444 0 58.444
Laad en AanZET 67.013 – 300 66.713
Bronmaatregelen Stikstof 34.029 0 34.029
KF: Laadinfra wegvervoer 32.832 0 32.832
KF: Laadinfra Bouw 6.200 0 6.200
Vergroenen reisgedrag 1.250 200 1.450
KF: SWIM 14.486 0 14.486
Overige Subsidies 4.184 0 4.184
Bijdrage aan agentschappen 39.674 – 8.523 31.151
Bijdrage agentschap RWS 4.505 – 144 4.361
Bijdrage agentschap NEA 6.052 0 6.052
Bijdrage agentschap RVO 19.750 40 19.790
Bijdrage aan agentschap RIVM 567 49 616
Overige bijdragen aan agentschappen 8.800 – 8.468 332
Bijdrage aan medeoverheden 36.050 0 36.050
Duurzame Mobiliteit 25.050 0 25.050
Mobiliteit en Gebieden 1.000 0 1.000
KF – Laadinfra 10.000 0 10.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 710 0 710
Overige bijdragen 710 0 710
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 2.500 0 2.500
Overige bijdragen 2.500 0 2.500
Ontvangsten 5.782 3.840 9.622

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 27,1 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 14.01 Netwerk

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met – € 12,5 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Voertuigen en Digitale Infrastructuur (VDI): Het opdrachtenbudget is met € 2,7 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Door de val van het Kabinet is het beleidsterrein van VDI vertraagd. Dit betekent dat de in 2025 gereserveerde middelen pas in 2026 worden verplicht en betaald. Gevolg hiervan is dat € 2,9 miljoen wordt doorgeschoven van 2025 naar 2026.

– In het kader van de CER- en NIS-2-richtlijn ontvangt VDI middelen om opdrachten uit te voeren. Het gaat om € 1,2 miljoen.

Overige opdrachten: Het opdrachtenbudget is met € 10,0 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– De ontvangen prijsbijstelling wordt deels ingezet voor de dekking van de HXII-opgave Voorjaar 2025 van IenW. € 4,1 miljoen wordt ingezet ten behoeve van IenW-brede problematiek.

– De ontvangen LPO was bij Voorjaarsnota verzameld op artikel 14. De € 1,6 miljoen die bestemd was voor Openbaar Vervoer en Spoor wordt nu overgeboekt naar artikel 16.

– Ten behoeve van de implementatie van CER/NIS2 wordt € 1,2 miljoen aan algemeen opdrachtenbudget van de afdeling Voertuigen en Digitale Infrastructuur herschikt.

– € 1,3 miljoen gaat naar het artikel van de Inspectie Leefomgeving en Transport ter dekking van het uitvoeren van nieuwe taken.

– KIWA voert taken op het gebied van vergunningsverlening uit voor DGMo, maar hanteerde tarieven die niet volledig kostendekkend waren. Ter compensatie hiervoor wordt € 0,9 miljoen overgeboekt naar artikel 24, omdat de vergoeding via de ILT loopt.

– IenW heeft voor de voorbereiding op en uitvoering van sectorale CSIRT-taken € 1,0 miljoen aan middelen gereserveerd die overgeheveld worden naar het Nationaal Cybersecurity Centrum (NCSC) van Justitie en Veiligheid. Het NCSC gebruikt deze middelen voor de daadwerkelijke uitvoering van de sectorale CSIRT-taken op basis van de NIS2-richtlijn.

– Vanwege terugontvangsten van subsidies en SPUKs is er een meevaller op het opdrachtenbudget van € € 2,7 miljoen. Dit wordt overgeboekt naar artikel 18 voor een knelpunt bij wettelijke verplichte eFTI- en EMSWe-verordeningen voor de Digitale Transport Strategie.

Artikel 14.02 Verkeersveiligheid

(Schade)vergoedingen

De verlaging van het budget voor (schade)vergoedingen met – € 11,0 miljoen wordt veroorzaakt door:

Stint: Het subsidiebudget is met € 11,0 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Vanwege het uitstellen van de rechtszaak wordt € 5,5 miljoen van de gereserveerde middelen voor de schadevergoedingen van de Stint onder andere ingzet om een tekort op het apparaatsbudget bij het Programma Omgeving Luchthaven Schiphol te dekken.

– Vanwege het uitstellen van de rechtszaak wordt € 5,5 miljoen van de gereserveerde middelen voor de schadevergoedingen van de Stint onder andere ingezet om de tekorten bij het Regeringsvliegtuig te dekken.

Artikel 14.03 Slimme en Duurzame Mobiliteit

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met – € 7,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

KF: Laadinfra Bouw: Het opdrachtenbudget is met € 14,9 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– € 13,6 miljoen wordt overgeboekt naar het MF, waar Rijkswaterstaat het inzet ten behoeve van laadinfrastructuur en baterijsystemen op de bouwplaats, onderzoekskosten en capaciteit bij RWS GPO.

– De overheveling van middelen naar RWS is over de jaren heen verdeeld. Er wordt € 1,3 miljoen van 2025 naar latere jaren verschoven, zodat na overheveling aansluit bij de verwachte uitgaven.

Klimaatakkoord: Het oprachtenbudget is met € 2,9 miljoen verhoogd. We hebben in 2024 teveel betaald aan RVO voor de uitvoeringskosten. Deze middelen ontvangen we in 2025 weer terug van RVO waardoor we meer uitgavenbudget hebben.

Bijdragen aan agentschappen

De verlaging van de bijdragen aan agentschappen met – € 8,5 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Overige bijdragen aan agentschappen: De overige bijdragen aan agentschappen zijn met € 8,5 miljoen verlaagd. Het betreft met name de € 8,1 miljoen die naar lateren jaren wordt doorgeschoven. Het Rijksvastgoedbedrijf ontvangt middelen in het kader van Schoon en Emissieloos Bouwen. In eerste instantie werd aangenomen dat het RVB deze middelen in één keer op zou vragen, maar ze vragen het verdeeld over de jaren op. De middelen worden in overeenstemming gebracht met de reeks waarin het RVB zal factureren.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

3.4. Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 76.368 101.535 177.903
Uitgaven 96.275 88.912 185.187
16.1 OV en Spoor 77.513 88.912 166.425
Opdrachten 3.543 2.718 6.261
OV & Stations 491 1.079 1.570
ACM 826 305 1.131
Overige opdrachten 2.226 1.334 3.560
Subsidies (regelingen) 69.805 64.612 134.417
NS Sociale Veiligheid 2.300 0 2.300
NS-concessie 0 16.966 16.966
Overige subsidies 67.505 47.646 115.151
Bijdrage aan agentschappen 1.059 112 1.171
Bijdrage aan agentschap RWS 768 112 880
Bijdrage aan agentschap KNMI 16 0 16
Bijdrage aan agentschap RVO 275 0 275
Bijdrage aan medeoverheden 3.004 21.470 24.474
CLU Betuweroute en HSL 2.439 570 3.009
Overige bijdragen 565 20.900 21.465
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 102 0 102
Overige bijdragen 102 0 102
16.2 Maatregelenpakket OVS 18.762 0 18.762
Subsidies (regelingen) 18.762 0 18.762
Beschikbaarheidsvergoeding OV-sector 3.204 0 3.204
Transitievangnet OV 15.558 0 15.558
Ontvangsten 65.370 50.112 115.482

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 16 is in 2025 met € 101,5 miljoen verhoogd. Dit wordt onder andere verklaard door een verplichtingenschuif met betrekking tot de maatregelen uit het regeerakkoord (€ 12 miljoen) en een verplichtingenschuif om de opdracht van nut en noodzaak Gnoe vast te leggen (€ 0,6 miljoen). Het resterende bedrag wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 16.01 OV en Spoor

Opdrachten

De verhoging van het opdrachtenbudget met € 2,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Algemene opdrachten mutaties:

– Het opdrachtenbudget is met € 1,6 miljoen verhoogd door de toedeling van de Loon- en Prijsbijstelling.

– Het opdrachtenbudget is met € 0,9 miljoen verhoogd door de correctie die is opgevoerd op de IenW-brede dekkingsopgave van het Voorjaar 2025. Middels deze mutatie wordt dit uit de prijsbijstelling gedekt.

OV & Stations: Het opdrachtenbudget is met € 1,1 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

– De prijsbijstelling gelden ter hoogte van € 0,6 miljoen worden overgeboekt naar het opdrachtenbudget waarvandaan het bij Najaarsnota naar artikel 24 wordt overgeboekt. De middelen zijn bestemd voor de taken die de ILT uitvoert in het kader van OV en Spoor.

– Een overboeking van € 0,3 miljoen naar HXII artikel 24 voor taken die de ILT uitvoert in het kader van ERTMS. De uitrol van ERTMS en de digitalisering van het spoor is een complexe veranderopgave die een impact heeft voor de volledige spoorbranche in Nederland. De ILT zal met die veranderingen moeten meebewegen en continue een passende organisatie in stand houden om haar rol als toezichthouder adequaat te blijven vervullen. Daarvoor is aanvullende capaciteit nodig en moeten ICT-kosten worden gemaakt.

– Diverse mutaties (€ 0,1 miljoen): Tot slot zijn er diverse kleine mutaties die het resterende verschil verklaren.

Subsidies (regelingen)

De verhoging van het subsidiebudget met € 64,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Overige subsidies: Het subsidiebudget is met € 64,6 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

– De verrekening NS met IenW van € 50 miljoen. Het hogere uitgavenbudget hangt samen met de afwikkeling van enkele openstaande financiële verplichtingen tussen IenW en NS uit de vorige concessieperiode. IenW en NS stellen de vergoeding voor de door IenW gestelde spoorstaafschade op de HSL-infrastructuur tot en met 2024 vast op een bedrag van € 50 miljoen. IenW en NS stellen de door NS aangevraagde vergoeding voor het op orde houden van de dienstregeling tijdens de coronapandemie vast op hetzelfde bedrag. Deze verrekening zal zonder betaling plaatsvinden vanwege de gelijke omvang van de verplichtingen. De vastlegging in de begroting vindt plaats via een desaldering.

– De correctie vergoeding OV-betalen NS van € 14,7 miljoen. NS heeft in de jaren 2015–2024 kosten gemaakt voor de invoering van OV-betalen, met als doel om betalen en reizen in het openbaar vervoer gemakkelijker te maken. NS ontvangt hiervoor in 2025 een eenmalige compensatie. De middelen ter dekking van die compensatie worden overgeboekt naar HXII artikel 16, omdat de compensatie vanuit daar als een subsidie aan NS kan worden verstrekt.

– Diverse mutaties (– € 0,1 miljoen): Tot slot zijn er diverse kleine mutaties die het resterende verschil verklaren.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld.

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is een bedrag van € 50 miljoen aan subsidieverplichtingen aan NS voor het jaar 2025 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de mogelijke verlening van een subsidie voor de afwikkeling van enkele openstaande financiële rekeningen tussen IenW en NS uit de vorige concessieperiode. IenW en NS stellen de vergoeding voor de door IenW gestelde spoorstaafschade op de HSL-infrastructuur tot en met 2024 vast op een bedrag van € 50 miljoen. IenW en NS stellen de door NS aangevraagde vergoeding voor het op orde houden van de dienstregeling tijdens de coronapandemie vast op hetzelfde bedrag. Deze verrekening zal zonder betaling plaatsvinden vanwege de gelijke omvang van de verplichtingen op grond van een vaststellingsovereenkomst tussen IenW en NS.

Deze begrotingsvermeldingen vormen de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening(en) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Bijdrage aan medeoverheden

De verhoging van de bijdragen aan medeoverheden met € 21,5 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Overige bijdragen: De overige bijdrage aan medeoverheden is met € 20,9 miljoen verhoogd en komt met name door een overboeking van het MF naar HXII Decentraal Spoor van € 20,9 miljoen voor de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2025. Dit bedrag zal in 2025 aan provincies worden beschikt via een SPUK. Het gaat om de provincies Overijssel (€ 11,9 miljoen), Drenthe (€ 2,4 miljoen), Limburg (€ 0,3 miljoen) en Utrecht (€ 6,3 miljoen).

Ontvangsten

De verhoging van de ontvangsten met € 50,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

– Verrekening NS met IenW (€ 50 miljoen): Het hogere uitgavenbudget hangt samen met de afwikkeling van enkele openstaande financiële verplichtingen tussen IenW en NS uit de vorige concessieperiode. IenW en NS stellen de vergoeding voor de door IenW gestelde spoorstaafschade op de HSL-infrastructuur tot en met 2024 vast op een bedrag van € 50 miljoen. IenW en NS stellen de door NS aangevraagde vergoeding voor het op orde houden van de dienstregeling tijdens de coronapandemie vast op hetzelfde bedrag. Deze verrekening zal zonder betaling plaatsvinden vanwege de gelijke omvang van de verplichtingen. De vastlegging in de begroting vindt plaats via een desaldering.

3.5 Artikel 17 Luchtvaart

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 213.027 13.739 226.766
Uitgaven 83.872 – 756 83.116
17.1 Luchtvaart 83.872 – 756 83.116
Opdrachten 20.771 – 2.493 18.278
Caribisch Nederland 395 74 469
NGF Project – Luchtvaart in Transitie 210 0 210
GIS-4 regeling 2.258 2.242 4.500
Programma Omgeving Luchthaven Schiphol 4.604 – 1.400 3.204
Luchtruim Regio Luchthaven 1.903 – 553 1.350
Luchtruimherziening 1.333 – 93 1.240
KF: Luchtvaartverkeer energie 417 350 767
Overige opdrachten 9.651 – 3.113 6.538
Subsidies (regelingen) 57.617 1.026 58.643
Tarieven Bonaire 860 0 860
Omploegen graanresten 1.500 0 1.500
NGF-project Luchtvaart in transitie 53.000 1.100 54.100
Subsidie Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS) 1.153 0 1.153
Overige subsidies 1.104 – 74 1.030
Bijdrage aan agentschappen 2.056 193 2.249
Bijdrage aan agentschap RWS 334 0 334
Bijdrage aan agentschap KNMI 30 0 30
Bijdrage aan agentschap RVO 852 – 55 797
Bijdrage aan agentschap RIVM 330 10 340
Bijdrage aan agentschap RWS (Caribisch Nederland) 10 0 10
Bijdrage aan agentschap RVO (NGF) 500 0 500
Overige bijdragen 0 238 238
Bijdrage aan medeoverheden 1.427 0 1.427
Bijdrage Caribisch Nederland 1.427 0 1.427
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.627 0 1.627
ICAO (HGIS) 1.455 0 1.455
Overige bijdragen 172 0 172
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 374 518 892
Overige bijdragen 374 518 892
Ontvangsten 14.452 2.187 16.639
Verplichtingen 213.027 11.767 224.794
waarvan garantieverplichtingen 73.300 0 73.300
waarvan overige verplichtingen 139.727 11.767 151.494

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget is in 2025 met 13,7 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de onder uitgaven toegelichte mutaties. Daarnaast, wordt het veroorzaakt door de volgende mutaties:

GIS-4 regeling

– In 2024 is een deel van de middelen voor de GIS-4 regeling niet voor de jaarwisseling besteed. Dit deel van het budget (€ 9,7 miljoen) van 2024 wordt toegevoegd aan het budget voor 2025 om verplichtingen hiervoor te kunnen betalen.

– Er wordt € 3,6 miljoen aan verplichtingen naar 2025 geschoven om het GIS-4 budget in het goede ritme te zetten. Er worden dit jaar meer bestekken op de markt gebracht dan verwacht bij vorig rapportagemoment.

Overige opdrachten

– Het verplichtingenbudget wordt opgehoogd met € 5,5 miljoen. Dit betreft verplichtingen voor te Rijdt en een aantal kleine opdrachten die in 2024 niet meer aangegaan zijn en nu in 2025 verplicht worden.

– Daarnaast zijn er een aantal verplichtingenschuiven doorgevoerd naar latere jaren zodat het beter aansluit op de programmering.

Uitgaven

Artikel 17.01 Luchtvaart

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is in 2025 met € 2,5 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

GIS-4 regeling: Het opdrachtenbudget is met € 2,2 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard doordat in 2024 een deel van de middelen voor de GIS-4 regeling niet voor de jaarwisseling besteed is. Dit deel van het budget (€ 2,2 miljoen) van 2024 wordt toegevoegd aan het budget voor 2025 om verplichtingen hiervoor te kunnen betalen.

Programma Omgeving Luchthaven Schiphol: Het opdrachtenbudget is met € 1,4 miljoen verlaagd. Dit komt omdat een aantal opdrachten voor het programma omgeving luchthaven Schiphol (POLS) vertraging op loopt. Dit wordt veroorzaakt door vertragingen in inhoudelijke en politieke besluitvorming, juridische procedures en zeer complexe samenhang van verschillende programma-onderdelen. Activiteiten schuiven door, waardoor er € 1,4 miljoen doorschuift naar 2027.

Overige opdrachten: Het overige opdrachtenbudget is met € 3,1 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– De herverdeling van de ontvangen prijsbijstelling van in totaal € 1,2 miljoen. Bij de voorjaarsnota is de prijsbijstelling voor de budgetten van DGLM tijdelijk gereserveerd op het opdrachtenbudget op artikel 17. Nu wordt een deel daarvan overgeboekt naar de budgetten voor subsidies, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan internationale organisaties en bijdrage aan ZBO’s en RWT. Daarnaast wordt een deel overgeboekt naar artikel 18, waar de prijsbijstelling ook voor is.

– Er wordt € 1,1 miljoen vanuit 2025 naar 2027 en 2028 geschoven zodat het budget beter aansluit op de programmering.

Subsidies

Het subsidiebudget is in 2025 met € 1,0 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutatie:

NGF-project Luchtvaart in Transitie: Het subsidiebudget is met € 1,1 miljoen verhoogd en betreft met name door de volgende mutaties:

– De afrekening van de subsidie van het NGF deelproject van HOT fase 1 leidt tot € 2,5 miljoen extra ontvangsten, aangezien de kosten lager zijn uitgevallen dan voorheen begroot. Deze ontvangsten worden ingezet voor het NGF deelproject HOT fase 2. De middelen die uit de afrekening van de NGF subsidie HOT fase 1 komen, zijn middels een kasschuif in het juiste ritme gezet voor de nieuwe subsidie.

– Daarnaast wordt er € 1,4 miljoen naar latere jaren geschoven. Een aantal vertrekkingen voldeed te laat aan de eisen waardoor er vertraging is opgelopen n de opdrachten pas in 2026 verplicht en betaald worden.

Ontvangsten

De verhoging van het ontvangstenbudget met € 2,2 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

NGF-project Luchtvaart in Transitie: Zoals hierboven beschreven leidt de afrekening van de NGF subsidie HOT fase 1 tot hogere ontvangsten van € 2,5 miljoen. De kosten zijn lager uitgevallen dan begroot, waardoor deze ontvangsten voor het NGF deelproject HOT fase 2 ingezet kunnen worden.

3.6. Artikel 18 Scheepvaart en Havens

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 107.788 – 4.217 103.571
Uitgaven 172.523 6.505 179.028
18.1 Scheepvaart en havens 172.523 6.505 179.028
Opdrachten 39.278 – 4.193 35.085
Topsector Logistiek 6.000 – 271 5.729
Caribisch Nederland 100 0 100
NGF Project – Digitale Infrastructuur Logistiek 12.193 0 12.193
NGF Project – Maritiem Masterplan 221 – 219 2
Zeehavens/Zeevaart 3.608 533 4.141
KF – Verduurzaming Zeevaart 300 – 195 105
KF: Verduurzaming Binnenvaart 480 – 415 65
Opdrachten PBNI 6.993 – 1.560 5.433
CER/NIS2 1.340 – 691 649
Overige opdrachten 8.043 – 1.375 6.668
Subsidies (regelingen) 120.531 10.756 131.287
Topsector Logistiek 3.500 0 3.500
Walstroom 46.621 7.939 54.560
Subsidie verduurzaming binnenvaartschepen 29.357 – 129 29.228
NGF Project – Zero-emissie binnenvaart batterij-elektrisch 7.397 0 7.397
KF – Walstroom 10.500 – 29 10.471
NGF Project – Maritiem Masterplan 21.826 3.975 25.801
KF – Verduurzaming Binnenvaart 1.250 – 1.000 250
Overige subsidies 80 0 80
Bijdrage aan agentschappen 7.683 – 52 7.631
Bijdrage aan agentschap RWS 4.006 – 140 3.866
NGF Project – Maritiem Masterplan RVO 600 0 600
Overige bijdragen 3.077 88 3.165
Bijdrage aan medeoverheden 3.000 0 3.000
Caribisch Nederland 3.000 0 3.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.757 0 1.757
CCR/ IMO HGIS 1.252 0 1.252
Overige bijdragen 505 0 505
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 274 – 6 268
Overige 274 – 6 268
Ontvangsten 1.663 4.232 5.895

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

Uitgaven

Artikel 18.1 Scheepvaart en havens

Subsidies

Het subsidiebudget is in 2025 met € 10,8 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutatie:

Walstroom: De subsidieregeling walstroom loopt beter dan verwacht, hierdoor is in 2025 meer budget nodig om de bevoorsschotting te kunnen betalen. Daarom schuift er € 7,9 miljoen naar 2025.

De overige uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

Ontvangsten

De verhoging van het ontvangstenbudget met € 4,2 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Buisleidingen: op meerdere subsidieregelingen is geld terugontvangen (€ 1 miljoen) voor buisleidingen. Dit budget wordt opnieuw ingezet voor buisleidingen.

Walstroom: Op de tijdelijke subsidieregeling walstroom is geld terugontvangen (€ 2 miljoen). Dit wordt opnieuw ingezet voor Walstroom Zeehavens.

3.7. Artikel 19 Internationaal Beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 36.339 259 36.598
Uitgaven 10.995 672 11.667
19.2 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking 10.995 672 11.667
Opdrachten 5.754 – 68 5.686
Uitvoering internationaal HGIS 1.667 – 300 1.367
Uitvoering niet-HGIS 2.666 27 2.693
Overige opdrachten 1.421 205 1.626
Subsidies (regelingen) 340 236 576
Interreg 0 236 236
Overige subsidies 340 0 340
Bijdrage aan agentschappen 3.056 – 120 2.936
Bijdrage aan RWS 487 0 487
Bijdrage aan RVO 2.319 0 2.319
Bijdrage aan RIVM 250 – 120 130
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.845 624 2.469
Bijdrage HGIS 1.844 300 2.144
Bijdrage niet-HGIS 1 324 325
Ontvangsten 802 454 1.256

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

Uitgaven

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

3.8. Artikel 20 Lucht en Geluid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 70.154 9.230 79.384
Uitgaven 72.526 – 714 71.812
20.1 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 72.526 – 714 71.812
Opdrachten 16.862 296 17.158
Geluid- en luchtsanering 6.531 107 6.638
Waarvan RWS 307 0 307
Waarvan RIVM 7.511 70 7.581
Overige opdrachten 2.513 119 2.632
Bijdrage aan agentschappen 18.820 – 10 18.810
Bijdrage aan agentschap RWS 3.318 437 3.755
Bijdrage aan agentschap KNMI 35 – 10 25
Bijdrage aan agentschap RVO 1.157 0 1.157
Bijdrage aan agentschap RIVM 14.310 – 437 13.873
Bijdrage aan medeoverheden 36.788 – 1.000 35.788
Uitvoering geluidsanering 30.613 0 30.613
Programma NSL en SLA 6.175 – 1.000 5.175
Bekostiging 56 0 56
Overige bekostiging 56 0 56
Ontvangsten 1.000 0 1.000

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

Uitgaven

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

3.9. Artikel 21 Circulaire Economie

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 101.465 – 9.254 92.211
Uitgaven 96.826 – 10.756 86.070
21.5 Duurzame Productketens 96.826 – 10.756 86.070
Opdrachten 18.503 – 2.834 15.669
Uitvoering Duurzame productketens 9.112 – 1.491 7.621
KF – Circulair doen en gedrag 1.172 – 621 551
KF – Biobased bouwen 1.118 – 729 389
Overige opdrachten 7.101 7 7.108
Subsidies (regelingen) 45.246 – 7.190 38.056
Subsidies duurzame productketens 19.349 – 75 19.274
KF – DEI + CE 6.527 – 3.682 2.845
KF – circulair doen en gedrag 1.380 – 820 560
KF – Plastics norm 17.990 – 2.693 15.297
KF – Biobased Bouwen 0 80 80
Bijdrage aan agentschappen 29.029 1.164 30.193
Bijdrage aan RWS 14.114 – 662 13.452
Bijdrage aan RVO 14.049 1.806 15.855
Bijdrage aan RIVM 866 20 886
Bijdrage aan medeoverheden 3.442 – 1.896 1.546
Caribisch Nederland afvalbeheer 2.442 – 1.797 645
Overige bijdragen 1.000 – 99 901
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 51 0 51
Overige bijdragen 51 0 51
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 555 0 555
Overige bijdragen 555 0 555
Ontvangsten 0 1.632 1.632

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 21 is in 2025 met € 9,3 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 21.05 Duurzame Productketens

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 2,8 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Uitvoering Duurzame productketens: Het opdrachtenbudget is met € 1,5 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Een overboeking naar het Mobiliteitsfonds artikel 12 van € 3,2 miljoen voor opdrachtverlening aan RWS ter uitvoering van de middelen uit het klimaatakkoord rond stimulering hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen in de Grond-. Weg- en Waterbouw (GWW).

– Door de financiering van het Onderzoeksprogramma Monitoring en sturing van Circulaire Economie door het PBL neemt dit budget met € 2,0 miljoen af.

– Door de correctie van de jaaropdracht RVO 2025 is dit opdrachtenbudget met € 2,0 miljoen verhoogd. De jaaropdracht aan RVO wordt jaarlijks voorgeschoten vanuit het reguliere budget en gedurende het jaar gecorrigeerd wanneer duidelijk is welke posten vanuit klimaatfondsmiddelen gedekt worden, zie ook bij de KF budgetten.

– Door de eindafrekening RVO 2024 is het uitgavenbudget verhoogd met € 1,6 miljoen vanwege lagere realisatie dan voorgeschoten. De middelen worden ingezet voor de financiering van een aantal subsidie toekenningen inzake de circulaire ketenprojecten en omschakeling en opschaling recycling.

– Een overboeking naar de ILT van € 1,1 miljoen in het kader van de herziene Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). De herziene verordening leidt tot veel wijzigingen die gefaseerd doorgevoerd moeten worden. De voorbereidingen voor de eerste wijzigingen zijn reeds gestart. Vanaf 2026 zullen voorbereidingen en uitvoering naast elkaar gaan lopen.

KF – Circulair doen en gedrag: Het opdrachtenbudget is met € 0,6 miljoen verlaagd en betreft met name de dekking uit het klimaatfondsbudget voor circulair doen en gedrag van € 0,5 miljoen voor de jaaropdracht aan RVO 2025.

KF – Biobased bouwen: Het opdrachtenbudget is met € 0,7 miljoen verlaagd en betreft met name een overboeking naar VRO van € 0,5 miljoen voor een subsidie aan de Stichting Building Balance in het kader van Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). De NABB is er op gericht om de volledige keten van productie tot en met toepassingvan biobased materialen in de bouw op te schalen.

Subsidies

De verlaging van het subsidiebudget met € 7,2 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Algemene subsidiemutaties:

– Jaaropdracht RVO (– € 3,2 miljoen): RVO voert verschillende subsidieregelingen uit voortkomend uit het Klimaatfonds zoals de regelingen voor omschakeling plasticverwerkers, demonstratie en innovatie projecten voor circulaire economie en circulaire plastics en de kennis en innovatie agende regeling voor circulaire economie en circulaire plastics.

KF – DEI + CE: Het subsidiebudget is met € 3,3 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door een kasschuif van € 3,0 miljoen van 2025 naar 2028, 2029 en 2030. De kasreeks wordt in lijn gebracht met de gewijzigde meerjarenprognos van RVO voor de subsidieregeling demonstratie en innovatietrajecten circulaire economie.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

3.10. Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 90.845 – 7.673 83.172
Uitgaven 87.550 – 7.413 80.137
22.1 Veiligheid chemische stoffen 27.487 217 27.704
Opdrachten 9.309 73 9.382
KF: NVS 700 0 700
Waarvan RWS 1.536 0 1.536
Waarvan RIVM 3.919 0 3.919
Uitvoering Veiligheid 919 262 1.181
Uitvoering stoffen en Milieu & Gezondheid 1.841 – 212 1.629
Overige opdrachten 394 23 417
Bijdrage aan agentschappen 17.778 – 41 17.737
Bijdrage aan RWS 2.648 0 2.648
Bijdrage aan RIVM 14.869 0 14.869
Overige bijdragen 261 – 41 220
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 300 130 430
Overig 300 130 430
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 100 55 155
Overige Bijdragen 100 55 155
22.2 Veiligheid biotechnologie 7.018 – 50 6.968
Opdrachten 1.487 – 50 1.437
Veiligheid Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO) 956 – 50 906
Overige opdrachten 531 0 531
Bijdrage aan agentschappen 5.531 0 5.531
Bijdrage aan agentschap RIVM 3.550 0 3.550
Bijdrage aan COGEM 1.981 0 1.981
22.3 Veiligheid bedrijven en transport 53.045 – 7.580 45.465
Opdrachten 16.796 – 4.096 12.700
Omgevingsveiligheid 7.822 – 3.950 3.872
Asbest 1.063 – 1 1.062
Waarvan RWS 2.855 0 2.855
VTH-stelsel 1.486 627 2.113
Overige opdrachten 3.570 – 772 2.798
Subsidies (regelingen) 18.720 – 3.525 15.195
inricht & transp 7.259 – 2.894 4.365
Vuurwerk 0 44 44
Overige subsidies 11.461 – 675 10.786
Bijdrage aan agentschappen 13.736 41 13.777
Bijdrage aan RWS 7.207 41 7.248
Bijdrage aan RVO 416 0 416
Bijdrage aan RIVM 6.113 0 6.113
Inkomensoverdrachten 3.793 0 3.793
Inkomensoverdrachten mesothelioom 3.793 0 3.793
Ontvangsten 250 778 1.028

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 22 is in 2025 met € 7,7 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 22.03 Veiligheid bedrijven en transport

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 4,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Omgevingsveiligheid: Het opdrachtenbudget is met € 4,0 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Een overboeking naar het Provinciefonds van € 1,9 miljoen voor de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) voor het uitvoeren van decentrale structurele en wettelijke taken en voor de financiering van innovatie en projecten voor besluit risico zware ongevallen (BRZO+) en publieksreeks gevaarlijke stoffen (PGS).

– Een overboeking naar het Gemeentefonds van € 3,9 miljoen voor de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) voor het uitvoeren van decentrale structurele taken en voor de financiering van innovatie en projecten voor het Register Externe veiligheid.

– Een overboeking naar JenV van € 1,3 miljoen voor NIS2. IenW heeft voor de voorbereiding op en uitvoering van sectorale Computer Security Incident Response Team(CSIRT)-taken middelen gereserveerd vanaf het begrotingsjaar 2025 dat overgeheveld wordt naar het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Het NCSC gebruikt deze middelen voor de daadwerkelijke uitvoering van de sectorale CSIRT-taken op basis van de NIS2.

– Een herschikking van € 2,0 miljoen vanuit het subsidiebudget van dit artikel voor de meerjarenagenda versterking omgevingsveiligheid (MVO). De middelen worden overgeheveld ten gunste van de voorgenomen overboeking aan het provinciefonds en gemeentefonds voor de MVO.

Subsidies

De verlaging van het subsidiebudget met € 3,5 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Inricht & transp: Het subsidiebudget is met € 2,9 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Een herschikking van € 2,0 miljoen naar het opdrachtenbudget van dit artikel voor de meerjarenagenda versterking omgevingsveiligheid (MVO). De middelen worden overgeheveld ten gunste van de voorgenomen overboeking aan het provinciefonds en gemeentefonds voorde MVO.

– Een overboeking naar het Gemeentefonds van € 0,9 miljoen. Dit is ter compensatie voor werkzaamheden voor het Register Externe Veiligheidsrisico's om data aan te leveren voor dit register.

– Een herschikking van € 0,7 miljoen naar het opdrachtenbudget voor de versterking van het VTH-stelsel. Eerder was voorzien om een hoger voorschot in 2025 te verlenen voor de subsidie aan Omgevingsdienst Nederland voor onder andere het starten van verbindingsteams en het fuseren van omgevingsdiensten. Er is later besloten om het voorschot te verlagen in 2025 en te verhogen in 2026.

– Diverse kleine mutaties die het resterende verschil verklaren.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie).

3.11. Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 78.187 260 78.447
Uitgaven 77.247 260 77.507
23.1 Meteorologie en seismologie 57.263 260 57.523
Bijdrage aan agentschappen 52.543 260 52.803
Waarvan bijdragen aan agentschap KNMI 52.543 260 52.803
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 4.720 0 4.720
Contributie WMO (HGIS) 1.043 0 1.043
Contributie ECMWF (HGIS) 3.633 0 3.633
Overige bijdragen aan (inter-)nationale organisaties 44 0 44
23.2 Aardobservatie 19.984 0 19.984
Bijdrage aan agentschappen 19.984 0 19.984
KNMI: Bijdrage voor Aardobservatie 19.984 0 19.984
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

Uitgaven

De uitgavenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

3.12 Artikel 24 Inspectie Leefomgeving en Transport

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 229.162 6.923 236.085
Uitgaven 231.467 6.923 238.390
24.1 Personele uitgaven 205.631 1.006 206.637
Personele uitgaven 205.631 1.006 206.637
Eigen personeel 181.879 5.692 187.571
Externe Inhuur 23.752 – 4.686 19.066
24.2 Materiële uitgaven 25.836 5.917 31.753
Materiële uitgaven 25.836 5.917 31.753
ICT 1.246 2.796 4.042
Bijdragen aan SSOs 9.847 2.808 12.655
overige materiele uitgaven 14.743 313 15.056
Ontvangsten 15.116 748 15.864

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 24 is in 2025 met € 6,9 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 24.01 Personele uitgaven

Personele uitgaven

Het budget voor personele uitgaven is in 2025 met € 1,0 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

Eigen personeel: Het uitgavenbudget op eigen personeel is met € 5,7 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door:

– De ILT had in 2024 het budget met 3,0 miljoen overschreden, hiervoor was er 3,0 miljoen budget ingehouden in 2025. Er is besloten dat de uitgaven rond de transitie KIWA-taken luchtvaart, bruine vloot en DICTU die in 2024 zorgden voor de overschrijding niet ten koste gaan van het ILT-budget in 2025. De helft van hiervan (€ 1,5 miljoen) wordt ingezet voor personele uitgaven.

– Een bijdrage van € 1,1 miljoen van artikel 21 (DGMI) in het kader van de herziene Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA). De herziene verordening leidt tot veel wijzigingen die gefaseerd doorgevoerd moeten worden. De voorbereidingen voor de eerste wijzigingen zijn reeds gestart.

– Het budget voor externe inhuur is met € 5,0 miljoen verlaagd deels ten behoeve van het budget voor eigen personeel. Door de beheersmaatregelen op externe inhuur is het mogelijk om de uitgaven op eigen personeel en materieel te dekken. Het personeelsbudget wordt daarom met € 1,5 miljoen opgehoogd. Dit past binnen de ambitie van minder externe inhuur.

Externe inhuur: Het uitgaven budget op externe inhuur is met € 4,7 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

– Het budget voor externe inhuur is met € 5,0 miljoen verlaagd ten behoeve van het budget voor eigen personeel (€ 1,5 miljoen), voor bijdragen aan SSOs (€ 3,0 miljoen) en overige materiële uitgaven (€ 0,5 miloen). Door de beheersmaatregelen op externe inhuur is het mogelijk om de uitgaven op eigen personeel en materieel te dekken. Dit past binnen de ambitie van minder externe inhuur.

– De ILT had in 2024 het budget met 3,0 miljoen overschreden, hiervoor was er 3 miljoen budget ingehouden in 2025. Er is besloten dat de uitgaven rond de transitie KIWA-taken luchtvaart, bruine vloot en DICTU die in 2024 zorgden voor de overschrijding niet ten koste gaan van het ILT-budget in 2025. De helft wordt ingezet voor externe inhuur.

Artikel 24.02 Materiële uitgaven

Materiële uitgaven

Het budget voor Materiële uitgaven is in 2025 met € 5,9 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

ICT: Het uitgavenbudget op ICT is met € 2,8 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de investering in de vernieuwde hoogbeveiligde ICT-omgeving voor IOD-ILT in 2025 valt in plaats van 2026. Hierom is er € 1,0 miljoen naar voren gehaald. Daarmee kan de laatste fase van het traject in 2025 afgerond worden.

Bijdragen aan SSOs: De bijdrage aan SSO's zijn met € 2,8 miljoen verhoogd. Dit komt voornamelijk omdat er, zoals hierboven bij Personele uitgaven beschreven wordt, materiële uitgaven gedekt worden met de herverdeelde middelen naar aanleiding van de beheersmaatregelen op externe inhuur.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

3.13. Artikel 25 Brede Doeluitkering

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 1.095.657 0 1.095.657
Uitgaven 1.320.281 0 1.320.281
25.1 Brede doeluitkering 1.320.281 0 1.320.281
Bijdrage aan medeoverheden 1.320.281 0 1.320.281
Overige bijdragen 1.320.281 0 1.320.281
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Er hebben geen mutaties plaatsgevonden op dit artikel.

3.14. Artikel 26 Bijdrage Investeringsfonds

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 10.208.481 380.950 10.589.431
Uitgaven 10.428.481 160.950 10.589.431
26.1 Bijdrage Mobiliteitsfonds 8.872.462 136.855 9.009.317
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 8.872.462 136.855 9.009.317
Overige bijdragen 8.872.462 136.855 9.009.317
26.2 Bijdrage Deltafonds 1.556.019 24.095 1.580.114
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 1.556.019 24.095 1.580.114
Overige bijdragen 1.556.019 24.095 1.580.114
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 381,0 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door hieronder toegelichte uitgavenmutaties en eenzijdige correctie op de verplichtingen van € 220,0 miljoen. De kaderaanpassing op het Mobiliteitsfonds bij de 1e suppletoire begroting abusievelijk zonder verplichtingen geboekt.

Uitgaven

Artikel 26.01 Bijdrage aan het Mobiliteitsfonds

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De bijdrage vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII aan het Mobiliteitsfonds is in 2025 met € 136,9 miljoen toegenomen. Voor meer details wordt verwezen naar de suppletoire begroting september van het Mobiliteitsfonds.

Artikel 26.02 Bijdrage aan het Deltafonds

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De bijdrage vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII aan het Deltafonds is in 2025 met € 24,1 miljoen verhoogd. Voor meer details wordt verwezen naar de suppletoire begroting september van het Deltafonds.

Ontvangsten

Op dit artikel worden geen ontvangsten geboekt.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1. Artikel 97 Algemeen Kerndepartement

Art. Verplichtingen 47.206 14.041 61.247
Uitgaven 63.873 5.338 69.211
97.1 Algemeen departement 60.895 5.338 66.233
Opdrachten 45.701 5.200 50.901
van A naar Beter 1.799 0 1.799
Externe juridische advisering 2.335 1.028 3.363
Onderzoeken PBL 4.695 – 54 4.641
Onderzoeken ANVS 3.761 0 3.761
DCC 9.109 120 9.229
Regeringsvliegtuig 11.125 5.126 16.251
Overige opdrachten 12.877 – 1.020 11.857
Subsidies (regelingen) 29 0 29
Overige subsidies 29 0 29
Bijdrage aan agentschappen 15.165 138 15.303
Bijdrage aan agentschap RWS 3.342 138 3.480
Bijdrage aan agentschap KNMI 3.182 0 3.182
Overige bijdragen 8.641 0 8.641
97.3 Testen reizigers 2.978 0 2.978
Opdrachten 2.978 0 2.978
Testen COVID-19 2.978 0 2.978
Ontvangsten 2.301 815 3.116

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget van het artikel Algemeen Kerndepartement voor 2025 wordt met € 14,0 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties. Het verschil met de verhoogde uitgaven betreft eenzijdige verplichtingenverhogingen t.b.v. de extra kosten voor de NAVO Top en kosten van het regeringsvliegtuig.

Uitgaven

Artikel 97.01 Algemeen departement

Opdrachten

De verhoging van het opdrachtenbudget met € 5,2 miljoen worden nagenoeg geheel veroorzaakt door:

Regeringsvliegtuig: Het opdrachtenbudget is met € 5,1 miljoen verhoogd. De extra kosten voor het regeringsvliegtuig worden enerzijds gedekt met extra bijdragen van andere departementen en anderzijds met een bijdrage vanuit het STINT-budget, omdat de daarvoor gereserveerde gelden niet worden uitgegeven in 2025 omdat de rechtszaak is uitgesteld;

Externe juridische advisering: Het opdrachtenbudget is met € 1,0 miljoen verhoogd. Dit is het gevolg van de toegenomen inzet van de Landsadvocaat, vooral voor omvangrijke civiele rechtszaken (bv Schiphol) waarbij de inzet van een advocaat verplicht is.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

4.2. Artikel 98 Apparaat Kerndepartement

Art. Verplichtingen 544.352 760 545.112
Uitgaven 559.847 – 682 559.165
98.1 Personele uitgaven 414.262 2.604 416.866
Personele uitgaven 414.262 2.604 416.866
Eigen personeel 367.145 – 1.897 365.248
Externe inhuur 46.217 4.526 50.743
Overige personele uitgaven 900 – 25 875
98.2 Materiële uitgaven 145.585 – 3.286 142.299
Materiële uitgaven 145.585 – 3.286 142.299
ICT 52.476 – 1.882 50.594
Bijdrage aan SSO's 65.137 – 55 65.082
Overige materiële uitgaven 27.972 – 1.349 26.623
Ontvangsten 4.530 862 5.392

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor 2025 wordt met € 0,8 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 98.01 Personele uitgaven

Eigen personeel

De verhoging van de personele uitgaven van € 2,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Eigen personeel: De uitgaven op eigen personeel is met € 1,9 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Bijdragen van LVVN en KGG voor respectievelijk de Basisfinanciering van het werkprogramma 2025 van PBL en voor adviesdiensten i.h.k.v. de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE+++);

– Een overboeking naar art 99, t.b.v. de terugboeking van ingehouden indexatie;

– Een overboeking vanuit het MF naar dit artiekel voor apparaatskosten t.b.v. het project Woningbouw Mobiliteitsprogramma (4% van het totaal beschikbaar budget)

– kasschuiven naar latere jaren voor o.a. het NGF-salarisbudget van Mobiliteit en Gebieden en van Klimaatfondsgelden, Programma omgeving luchthaven Schiphol (POLS), het mitigeren van het ritme van de taakstelling en het natuurlijk verloop, het waarborgen van de continuering van de inzet voor Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) en opzet trainee-programma a.g.v. het later invullen van vacatures.

Inhuur externen: De uitgaven op inhuur externen is met € 4,5 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

– De ontvangen gelden van het Ministerie van Defensie t.b.v. opdrachten Luchtruimherziening;

– De toedeling van Eindejaarsmarge voor diverse overlopende verplichtingen die niet meer in 2024 tot betaling zijn gekomen;

– Een kasschuif voor apparaat Programma Omgeving Luchthaven Schiphol (POLS) om de middelen voor de jaren 2025 tm 2028 in het juiste ritme te zetten;

– Een herschikkingen vanuit ICT met name voor de inzet van externe inhuur t.b.v. het project Horizon.

– Diverse kleine mutaties die het resterende verschil verklaren.

Artikel 98.02 Materiële uitgaven

Materiële uitgaven

De verlaging van de materiële uitgaven met € 3,3 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

ICT: De uitgaven op ICT is met € 1,9 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

– Diverse interdepartementale overboekingen naar PBL, voornamelijk van LVVN en EZ t.b.v. de basisfinanciering van het werkprogramma 2025, de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE+++), alternatieve invulling Lerende Evaluatie Transitie Landelijk Gebied LETLG-projecten de Ondersteuning internationaal biodiversiteitsbeleid. Daarnaast betreft het een overboeking naar BZK voor Rijksbrede ICT-voorzieningen 2025;

– Een herschikking naar externe inhuur met name voor de inzet t.b.v. het project Horizon;

– Een overboeking vanuit art 21 t.b.v. de financiering van het onderzoeksprogramma Monitoring & sturing CE dat door PBL wordt uitgevoerd;

– De ontvangen gelden van BZ voor de ontvlechting van de dienstverlening SAP (desaldering);

– Toevoeging van Eindejaarsmarge voor overlopende werkzaamheden uit 2024;

– Een kasschuif van 2025 naar 2030 t.b.v. Staatsgeheim (STG)-budget voor bouwkundige aanpassingen. Dit vanwege het later starten met de aanpassingen op Koningskade 4 of mogelijke verhuizing in 2030 naar zone 3 Rijksverzamelkantoor. Daarnaast is er sprake van vertraging van Werk aan Uitvoering middelen t.b.v. de aanbesteding BOSON (Bouwen Samenwerken en Ontwikkelen).

Bijdrage aan SSO's: De bijdragen aan SSO's zijn met € 0,055 miljoen verlaagd. De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

Overige materiële uitgaven: De uitgaven op overige materiële uitgaven is met € 1,3 miljoen verlaagd. Dit wordt met name veroorzaakt door de verrekening van een interdepartementale overboeking naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de bijdrage in het geleden besparingsverlies op de Banenafspraak.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de).

4.3. Artikel 99 Nog onverdeeld

Art. Verplichtingen 201.451 – 201.451 0
Uitgaven 201.451 – 201.451 0
99.1 Nog Onverdeeld 201.451 – 201.451 0
Nog te verdelen 201.451 – 201.451 0
Nog te verdelen 201.451 – 201.451 0
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 201,5 miljoen verlaagd. Dit wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties. De resterende € 5,1 miljoen wordt met name verklaard door een ophoging van de verplichtingen voor de uitvoering van de NAVO Top op artikel 97, door hogere verwachte kosten voor de verkeersmaatregelen van € 2,8 miljoen.

Uitgaven

Nog Onverdeeld

Nog te verdelen

Per saldo is het budget met € 201,5 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de overboeking de overboeking van de loon- en prijsbijstelling van de fondsen van – € 192,4 miljoen en de verdeling van de eindejaarsmarge van € 11,4 miljoen.

Loon- en Prijsbijstelling

26 Overboeking naar het Mobiliteitsfonds – 38.838 – 123.787
26 Overboeking naar het Deltafonds – 11.346 – 19.244
Totaal van de verdeling – 50.184 – 143.031
Nog onverdeeld 0 0

Het totaal van de loon- en prijsbijstelling in 2025 van € 308,4 miljoen is bij de Voorjaarsnota aan de begroting van HXII toegewezen. Een deel van de prijsbijstelling is ingezet voor de dekking van het aangenomen amendement van het lid Bontenbal C.S. Voor de terugdraaiing van de onderwijsbezuinigingen (Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600-VIII, nr. 141). De resterende toegevoegde loon- en prijsbijstelling van HXII zijn reeds bij de 1e suppletoire begroting over de diverse artikelen heen verdeeld. De resterende toegevoegde loon- en prijsbijstelling van de fondsen van € 193,2 miljoen zijn bij de ontwerpbegroting en de suppletoire begroting september toebedeeld aan de artikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Verdeling Eindejaarsmarge

Het totaal van de eindejaarsmarge 2024 van € 46,0 miljoen is bij de Voorjaarsnota aan de begroting van HXII toegewezen. De eindejaarsmarge op de middelen uit het Nationaal Groeifonds van € 34,5 miljoen zijn reeds bij de 1e suppletoire begroting over de diverse artikelen heen verdeeld. De resterende eindejaarsmarge op de zogenaamde reguliere middelen van € 11,4 miljoen zijn bij de ontwerpbegroting en de suppletoire begroting september toebedeeld aan de diverse artikelen op HXII.

Ontvangsten

Op dit artikel worden geen ontvangsten geboekt.

5. Agentschappen

5.1. Agentschap Rijkswaterstaat

Baten
Omzet 4.375.913 265.558 4.641.471
waarvan omzet moederdepartement 3.752.495 139.770 3.892.265
waarvan omzet overige departementen 112.191 – 450 111.741
waarvan omzet derden 256.010 – 1.304 254.706
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud 129.824 137.852 267.676
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten 125.393 – 10.310 115.083
Rentebaten 42.658 – 9.791 32.867
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 1.500 0 1.500
Totaal baten 4.420.071 255.767 4.675.838
Lasten
Apparaatskosten 1.664.342 50.038 1.714.380
– Personele kosten 1.364.987 4.645 1.369.632
waarvan eigen personeel 1.214.781 4.435 1.219.216
waarvan inhuur externen 94.206 0 94.206
waarvan overige personele kosten 56.000 210 56.210
– Materiele kosten 299.355 45.393 344.748
waarvan apparaat ICT 51.250 7.702 58.952
waarvan bijdrage aan SSO's 72.384 4.150 76.534
waarvan overige materiele kosten 175.721 33.541 209.262
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 2.792.589 195.374 2.987.963
Rentelasten 2.549 19 2.568
Afschrijvingskosten 18.994 0 18.994
– Materieel 18.962 0 18.962
waarvan apparaat ICT 4.774 0 4.774
waarvan overige materiele afschrijvingskosten 14.188 0 14.188
– Immaterieel 32 0 32
Overige lasten 8.000 0 8.000
waarvan dotaties voorzieningen 8.000 0 8.000
waarvan bijzondere lasten 0 0 0
Totaal lasten 4.486.474 245.431 4.731.905
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening – 66.403 10.336 – 56.067
Agentschapsdeel Vpb-lasten 1.300 0 1.300
Saldo van baten en lasten – 67.703 10.336 – 57.367
Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij 2.435 0 2.435
Te verdelen resultaat – 70.138 10.336 – 59.802

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De hogere omzet moederdepartement ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 ad. € 139,8 miljoen is met name veroorzaakt door:

– Ontvangen Loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 103,0 miljoen);

– middelen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ten behoeve van laadinfra en batterijsystemen op de bouwplaats (€ 13,6 miljoen);

– middelen voor het Draaiend houden ringen fase 1 (€ 11,7 miljoen)

– middelen voor verkeersveiligheid N18, voortvloeiend uit het amendement Koerthuis en van der Graaf (€ 5,8 miljoen)

– het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 5,0 miljoen (€ 5,7 miljoen).

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

Onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven die samenhangen met afspraken over het Basis Kwaliteitsniveau (BKN). De huidige prognose geeft het beeld dat RWS meer opdrachten in de markt kan zetten dan het aan opbrengsten ontvangt. De geraamde afname bedraagt € 267,7 miljoen. Dit is een verdere afname van € 137,9 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025. Bij begroting 2025 was het de verwachting dat het Saldo Op Ontvangen Bijdragen met € 155 miljoen zou toenemen.

Rentebaten

Voor 2025 zijn de verwachte rentebaten lager dan waarvan bij 1e suppletoire begroting 2025 is uitgegaan (– € 9,8 miljoen). Dit is het gevolg van daling van de rentepercentages in combinatie met een lagere rekening-courant stand bij het Ministerie van Financiën.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. In verband met het overgangsjaar naar de nieuwe regeling is voor het uitvoeringsjaar 2025 het exploitatieoverzicht conform de begroting 2025 opgesteld. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht inzicht gegeven in de nieuwe categorieën van baten.

De bekostiging van RWS vindt plaats door middel van input-bekostiging. Dit houdt in dat er afspraken zijn gemaakt tussen de eindverantwoordelijke binnen een agentschap, de continuïteitsverantwoordelijke en tenminste één beleidsverantwoordelijke over een bijdrage voor de ingezette middelen of arbeidskrachten. Hierbij bestaat een relatie tussen de bekostiging en de ingezette middelen, in plaats van de uiteindelijke realisatie van de diensten of producten. Deze bekostigingsvorm is dus gebaseerd op het leveren van een inspanning.

Baten als tegenprestatie voor levering van input 4.120.696 138.016 4.258.712
waarvan bijdrage aan apparaat (interne kosten) 1.616.693 62.525 1.679.218
waarvan bijdrage aan exploitatie en onderhoud 2.396.691 66.185 2.462.876
waarvan bijdrage aan te verlenen diensten 107.312 9.306 116.618
Baten uit reeds ontvangen bijdragen voor levering van input 255.217 127.542 382.759
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud 129.824 137.852 267.676
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten 125.393 – 10.310 115.083
Rentebaten 42.658 – 9.791 32.867
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 1.500 0 1.500
Totaal baten 4.420.071 255.767 4.675.838

Toelichting

Baten als tegenprestatie voor levering van input

Bijdrage aan apparaat

De bijdrage aan apparaat dient ter dekking van de interne kosten van RWS (apparaatskosten inclusief rente- en afschrijvingskosten) die verband houden met exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en beleidsondersteuning en -advisering.

De hogere bijdrage aan apparaat ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 ad. € 62,5 miljoen is met name veroorzaakt door:

– Ontvangen Loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 56,2 miljoen);

– terugbetaling van middelen voor Net op Zee aan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, door vertraging in de uitvoering (– € 2,8 miljoen);

– capaciteit door verambtelijking (het omzetten van inhuur op programma (niet-kerntaken) in eigen personeel) als uitvoering van de apparaatstaakstelling uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof. Deze omzetting realiseert een besparing, doordat eigen personeel goedkoper is dan inhuur (€ 2,6 miljoen);

– middelen voor capaciteit voor het programma Vrachtwagenheffing 2025 (€ 1,5 miljoen)

– het saldo van mutaties < € 2 miljoen (€ 5,0 miljoen).

Bijdrage aan exploitatie en onderhoud

De bijdragen aan exploitatie en onderhoud dient ter dekking van de externe kosten die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) voor exploitatie en onderhoud.

De hogere bijdrage aan exploitatie en onderhoud ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 ad. € 66,2 miljoen is met name veroorzaakt door prijsbijstelling 2025 (€ 45,6 miljoen), middelen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ten behoeve van laadinfra en batterijsystemen op de bouwplaats (€ 13,4 miljoen), middelen voor Draaiend houden ringen fase 1 (€ 7,3 miljoen) en verambtelijking (het omzetten van inhuur op programma (niet-kerntaken) in eigen personeel) als uitvoering van de apparaatstaakstelling uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof. Deze omzetting realiseert een besparing, doordat eigen personeel goedkoper is dan inhuur (– € 2,6 miljoen). Het restant bestaat uit het saldo van mutaties < € 2 miljoen (€ 2,5 miljoen).

Bijdrage aan te verlenen diensten

De bijdragen aan te verlenen diensten dient ter dekking van de externe kosten in het kader van planning en studies, Caribisch Nederland, Werken voor en met Partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten.

De hogere bijdrage aan te verlenen diensten ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 (€ 9,3 miljoen) is met name het gevolg van het ontvangen van middelen voor verkeersveiligheid N18, voortvloeiend uit het amendement Koerthuis en van der Graaf (€ 5,8 miljoen), middelen voor Draaiend houden ringen fase 1 als onderdeel van File Aanpak (€ 3,2 miljoen)en het saldo van mutaties < € 2 miljoen (€ 0,3 miljoen).

In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de huidige omzetcategorieën, stand Suppletoire begroting september, uiteenvallen in de nieuwe specificatie van baten.

Omzet moederdepartement 1.509.968 2.291.176 91.121 3.892.265
Omzet overige departementen 92.597 19.144 111.741
Omzet derden 76.653 171.700 6.353 254.706
Totaal baten als tegenpresentatie voor levering van input 1.679.218 2.462.876 116.618 4.258.712

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de kosten van ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken. Ten opzichte van de 1e suppletoire begroting zijn de personele kosten inclusief overige personele kosten toegenomen (€ 4,6 miljoen). Deze toename komt met name door verambtelijking (12 FTE), Vrachtwagen- en tijdelijke tolheffing 2025 (10,4 FTE), Programma Draaiend houden Ringen fase 1 (9,6 FTE), Power2Tow (9 FTE), Beoordelings- en Ontwerp Instrumentarium (6,6 FTE), stimulering hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen in de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) (4 FTE), diverse kleine mutaties (7,7 FTE) en het terugbetalen van middelen voor Net op Zee aan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, door vertraging in de uitvoering (-20 FTE).

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit de kosten voor apparaat gebonden ICT-middelen, de bijdrage aan SSO’s die bedrijfvoeringsdiensten leveren en overige materiële kosten.

De verwachte materiële kosten voor 2025 zijn hoger dan ingeschat bij 1e suppletoire begroting 2025 (€ 45,4 miljoen), door verwachte toename van kosten voor apparaat gebonden ICT door gestegen kosten van licenties, uitbestede ICT dienstverlening en beheerkosten van de technische infrastructuur (€ 7,7 miljoen).

Daarnaast verwacht RWS een hogere realisatie van bijdrage aan SSO’s dan geprognosticeerd bij de 1e suppletoire begroting (€ 4,1 miljoen). Deze kosten worden vanuit Shared Service Organisaties aan RWS doorbelast.

Tenslotte verwacht RWS een hogere realisatie van overige materiële kosten ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 (€ 33,5 miljoen). Dit wordt met name veroorzaakt door een verwacht hogere realisatie op uitbesteding advieskosten, bureau, voorlichting en huisvesting, onderhoudskosten en huur/lease van inventaris, vaar- en voertuigen.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Voor 2025 verwacht RWS een verdere toename van de realisatie ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 (€ 195,4 miljoen). Deze hogere verwachting is het gevolg van het op stoom komen van de productie opgave die RWS heeft. In 2025 gaat het voor het Hoofdwegennet voornamelijk om hogere verwachte productie op verhardingen (asfalt onderhoud) en kunstwerken. Voor het Hoofdvaarwegennet om de aanpak van kunstwerken, bodems en oevers en op het Hoofdwatersysteem om onderhoud aan de stormvloedkeringen, dijken, dammen en duinen en kunstwerken.

Te verdelen resultaat

In vergelijking met de 1e suppletoire begroting 2025 valt het resultaat minder negatief uit (€ 10,8 miljoen). Dit is het gevolg van exogene tegenvallers zoals een lagere loon- en prijsbijstelling (– € 7,5 miljoen) en lagere rentebaten (– € 2,1 miljoen). Daarnaast heeft RWS maatregelen genomen om het negatieve resultaat te beperken. Met deze maatregelen verwacht RWS € 20,4 miljoen te besparen.

1. Rekening courant RHB 1 januari 2025 1.433.699 0 1.433.699
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 4.165.954 127.125 4.293.079
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 4.461.880 – 244.331 – 4.706.211
2. Totaal operationele kasstroom – 295.926 – 117.206 – 413.132
Totaal investeringen (-/-) – 57.498 0 – 57.498
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 57.498 0 – 57.498
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0 0
Aflossingen op leningen (-/-) – 15.887 0 – 15.887
Beroep op leenfaciliteit (+) 54.623 0 54.623
4. Totaal financieringskasstroom 38.736 0 38.736
5. Rekening courant RHB 31 december 2025 (=1+2+3+4) 1.119.011 – 117.206 1.001.805

Toelichting

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering.

De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 (€ 127,1 miljoen) worden met name veroorzaakt door de hogere ontvangsten van het moederdepartement. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Omzet moederdepartement».

De hogere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 (€ 244,3 miljoen) worden met name veroorzaakt door de hogere Apparaatskosten en Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Apparaatskosten» en «Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten».

5.2 Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

Baten
Omzet 121.583 292 121.875
waarvan omzet moederdepartement 76.974 292 77.266
waarvan omzet overige departementen 5.756 0 5.756
waarvan omzet derden 38.853 0 38.853
Rentebaten 400 0 400
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 0 0 0
Totaal baten 121.983 292 122.275
0
Lasten 0
Apparaatskosten 102989 1.122 104.111
– Personele kosten 63.796 830 64.626
waarvan eigen personeel 58.998 884 59.882
waarvan inhuur externen 4.744 0 4.744
waarvan overige personele kosten 54 – 54 0
– Materiele kosten 39.193 292 39.485
waarvan apparaat ICT 17.050 0 17.050
waarvan bijdrage aan SSO's 2.298 0 2.298
waarvan overige materiele kosten 19.845 292 20.137
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 22.045 0 22.045
Rentelasten 150 0 150
Afschrijvingskosten 1.858 0 1.858
– Materieel 1.740 0 1.740
waarvan apparaat ICT 40 0 40
waarvan overige materiele afschrijvingskosten 1.699 0 1.699
– Immaterieel 118 0 118
Overige lasten 0 0 0
waarvan dotaties voorzieningen 0 0 0
waarvan bijzondere lasten 0 0 0
Totaal lasten 127.042 1.122 128.164
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening – 5.059 – 830 – 5.889
Agentschapsdeel Vpb-lasten 45 0 45
Saldo van baten en lasten – 5.104 – 830 – 5.934

Toelichting

Baten

Omzet moederdepartement

Geen bijzonderheden

Omzet overige departementen

Geen bijzonderheden

Omzet derden

Geen bijzonderheden

Rentebaten

Geen bijzonderheden.

Lasten

Personele kosten

Stijging door gestegen loonkosten als gevolg van de aanpassing verlofsaldo (€ 0,9 miljoen) in 2025.

Materiële kosten

Geen bijzonderheden.

Afschrijvingskosten

Geen bijzonderheden.

Overige lasten

Geen bijzonderheden.

Resultaat

Het begrote negatieve resultaat is gedaald van € 5,1 miljoen naar € 5,9 miljoen in 2025.

Baten als tegenprestatie voor levering van input 121.583 292 121.875
waarvan bijdrage aan basisfinanciering 72.274
waarvan bijdrage aan maatwerk 32.078
waarvan bijdrage aan subsidieprojecten 17.523
Rentebaten 400 400
Vrijval voorzieningen
Bijzondere baten
Totaal baten 121.983 292 122.275

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. In verband met het overgangsjaar naar de nieuwe regeling is voor het uitvoeringsjaar 2025 het exploitatieoverzicht conform de begroting 2025 opgesteld. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht inzicht gegeven in de nieuwe categorieën van baten.

Omzet moederdepartement 77.266 77.266
Omzet overige departementen 5.756 5.756
Omzet derden 38.853 38.853
Totaal baten als tegenpresentatie voor levering van input 122.275
1. Rekening courant RHB 1 januari 2025 14.413 0 14.413
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 5.023 2.967 7.990
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 7.386 – 608 – 7.994
2. Totaal operationele kasstroom – 2.363 2.359 – 4
Totaal investeringen (-/-) – 6.600 – 32 – 6.632
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 6.600 – 32 – 6.632
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0 0
Aflossingen op leningen (-/-) – 1.611 18 – 1.629
Beroep op leenfaciliteit (+) 4.250 2.382 6.632
4. Totaal financieringskasstroom 2.639 2.364 5.003
5. Rekening courant RHB 31 december 2025 (=1+2+3+4) 8.089 4.691 12.780

Toelichting

Rekening-courant RHB 1 januari 2025

Geen bijzonderheden.

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering.

De ontvangsten operationele kasstroom stijgen vooral vanwege het opnemen van een verlofreservering (€ 1,9 miljoen) en mutaties in de vooruitontvangen bedragen van diverse projecten (per saldo € 1,1 miljoen).

De uitgaven operationele kasstoom dalen vanwege het hogere negatieve resultaat (– € 0,8 miljoen) en mutaties in de vooruitontvangen bedragen van diverse projecten (per saldo € 0,2 miljoen).

Investeringskasstroom

Door minimale versnelling bij de uitvoering van projecten zijn de verwachten investeringsuitgaven hoger dan begroot.

Financieringskasstroom

Door de versnelling bij de uitvoering van projecten zijn de verwachten investeringsuitgaven en daardoor ook het beroep op de leenfaciliteit hoger dan begroot.