Reactie op verzoek commissie over de correspondentie tussen het ministerie en de Europese Commissie inzake het LVB Schiphol openbaar aan de Kamer te doen toekomen
Evaluatie Schipholbeleid
Brief regering
Nummer: 2025D43623, datum: 2025-10-06, bijgewerkt: 2025-10-21 15:17, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-29665-578).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Reactie brief aan Eurocommissaris Tzitzikostas
- Beslisnota bij Kamerbrief Reactie op verzoek commissie over de correspondentie tussen het ministerie en de Europese Commissie inzake het LVB Schiphol openbaar aan de Kamer te doen toekomen
- Brief van Eurocommissaris Tzizikostas
Onderdeel van kamerstukdossier 29665 -578 Evaluatie Schipholbeleid.
Onderdeel van zaak 2025Z18757:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2025-12-17 10:15 ⇒ Niet controversieel verklaren. (Besluit)
- 2025-12-17 10:15 ⇒ Agenderen voor het nog te plannen commissiedebat Luchtvaart. (Besluit)
- 2025-12-03 10:00 ⇒ Aanhouden tot de volgende procedurevergadering in afwachting van een brief van de minister over de planning ten aanzien van Schiphol. (Besluit)
- 2025-10-16 14:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2025-10-16 14:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-12-03 10:00: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2025-12-17 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Geen datum: Schiphol (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
29 665 Evaluatie Schipholbeleid
Nr. 578 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 oktober 2025
In de procedurevergadering van de vaste Commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 24 september 2025 is gesproken over de beslissing van de geheimhoudingskamer van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 september jl.1 in de beroepsprocedure inzake het versneld LVB Schiphol. In het kader van die procedure is aan de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen zij van de vertrouwelijke briefwisseling met de Europese Commissie kennis zal nemen. De geheimhoudingskamer heeft het verzoek tot beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd geacht en verzocht de briefwisseling ongeschoond aan haar toe te zenden. Het gaat in de eerste plaats om een brief van 16 april 2025 van Commissaris Tzitzikostas voor Duurzaam Transport en Toerisme aan mijn ambtsvoorganger. In de tweede plaats gaat het om een brief van 22 mei 2025 van mijn ambtsvoorganger aan deze Commissaris. De Kamer heeft verzocht tot openbaarmaking van deze stukken2.
De brief van 16 april 2025 is met de Kamerbrief van 8 mei jl.3 vertrouwelijk ter inzage gelegd. Middels de Kamerbrief van 11 juli jl.4 is die vertrouwelijkheid, op verzoek van de Kamer, nader gemotiveerd. Onlangs is mij gebleken dat de brief van de Commissaris voor Duurzaam Transport en Toerisme van 16 april 2025 aan mijn ambtsvoorganger in het kader van een verzoek om documenten op grond van de Eurowob openbaar is gemaakt. Daarmee bestaat er wat mij betreft geen bezwaar meer bij openbaarmaking van deze brief.
Voor de reactiebrief van mijn ambtsvoorganger aan de Commissaris van 22 mei 2025 geldt dat deze brief, evenals de brief van 16 april 2025, onderdeel uitmaakt van het procesdossier in de beroepsprocedure tegen het versneld LVB Schiphol. Het is niet gebruikelijk om in een lopende beroepsprocedure het procesdossier met de Kamer te delen. Gelet op de verwevenheid van de brief van mijn ambtsvoorganger met de brief van de Commissaris, wordt in dit specifieke geval voor wat betreft voornoemde briefwisseling hierop een uitzondering gemaakt. Gelet hierop treft u beide brieven aan.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
R. Tieman
ECLI:NL:RVS:2025:4460.↩︎
Kamerstukken II, 2024–2025, 29 665, nr. 558.↩︎
Kamerstukken II, 2024–2025, 29 665, nr. 570.↩︎