[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2025D46950, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 17:06, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36850-XII-2).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36850 XII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota).

Onderdeel van zaak 2025Z19756:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025‒2026
36 850XII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)
Nr. 2

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII);
  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

R. Tieman

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De opzet en structuur van de onderliggende begroting voor Hoofdstuk XII is gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. In de Rijksbegrotingsvoorschriften 2025 zijn onderstaande uniforme ondergrenzen opgenomen, welke worden gehanteerd bij het toelichten van begrotingsmutaties op het niveau van financieel instrument.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 en < 1000 5 10
=> 1000 10 20

Opbouw

Dit wetsvoorstel kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatie vraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd:

  1. In de zijn de wijzigingen op de begrotingsstaat van het jaar 2025 voor de begroting van Infrastructuur en Waterstaat (XII) opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de mutaties die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld bij deze Tweede suppletoire begroting.
  2. In het overzicht in paragraaf zijn de belangrijkste mutaties opgenomen, die op hoofdlijnen inzicht verstrekt in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting 2026 (Kamerstukken II 2025-2026, 36 800-XII, nr 2). Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.
  3. In de artikelgewijze toelichting in paragraaf en paragraaf zijn in de tabellen de budgettaire gevolgen van beleid de mutaties in de Tweede suppletoire begroting 2025 opgenomen ten opzichte van de reeds in de aan uw Kamer voorgelegde Suppletoire Begroting September 2025 (Kamerstukken II 2025-2026, 36 820-XII, nr 2). De begrotingsmutaties van de najaarsnota worden toegelicht op basis van bovengenoemde staffel.
  4. In paragraaf staan de aanpassingen in de exploitatie- en kasstroomoverzichten van de agentschappen waarbij sprake is van cumulatieve mutaties (in totaal) groter dan 5% van de oorspronkelijk vastgestelde begroting of cumulatieve mutaties (in totaal) groter dan € 20 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting.

2 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties van de tweede suppletoire begroting 2025 weer. In paragraaf en paragraaf is een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel te vinden.

Vastgestelde begroting (incl. suppletoire begrotingen, NvW's en amendementen) 2025 14.182.158
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) BCF afdracht 14, 20, 26 ‒ 100.839
2) Decentrale uitkering decentraal Spoor 16 ‒ 20.900
3) Nationaal Groeifonds vertraging 11, 17, 18 ‒ 16.773
4) Klimaatfonds overschot 21 ‒ 11.396
5) Decentrale uitkering zeeland ERTMS 26 ‒ 4.993
6) Overige mutaties Divers ‒ 7.782
Stand 2e suppletoire begroting 2025 14.019.475

Toelichting

1 BTW-compensatiefonds ‒ € 100,8 miljoen:

Het betreft de overboeking naar het BTW-Compensatiefonds van het ministerie van Financiën voor verschillende regelingen. Voor € 96,4 miljoen heeft het betrekking op regelingen die op het Mobiliteitsfonds worden uitgevoerd.

2. Decentrale Uitkering decentraal spoor 2025 ‒ € 20,9 miljoen

Decentrale Uitkering (DU) Decentraal Spoor 2025. Dit betreft de jaarlijkse overboeking naar het Provinciefonds voor een bijdrage aan medeoverheden voor exploitatietekorten op gedecentraliseerde spoorlijnen. IenW levert voor de dekking van het exploitatie- of beheertekort van de betreffende decentrale spoor- en tramdiensten een bijdrage, die dit jaar € 20,9 miljoen bedraagt. Het betreft een DU voor vier provincies, namelijk Overijssel, Drenthe, Limburg en Utrecht.

3. Nationaal Groeifonds

IenW boekt voor ‒ € 16,8 miljoen terug naar het generale beeld vanwege vertragingen. De grootste vertraging is binnen het project luchtvaart in Transitie ‒ € 14,5 miljoen. Er is een vertraging opgelopen bij de toekenning van de subsidies voor de tweede fase van het Hydrogen Optimization and Testing (HOT) programma. Het deelproject HOT heeft als doel om gevalideerde kennis en data op te bouwen over waterstof brandstofsystemen. Dit heeft te maken met een subsidieontvanger die nog niet voldoet aan de voorwaarden waardoor de subsidie dit jaar niet meer kan worden verstrekt.

4. Klimaatfonds

IenW boekt € 11,4 miljoen terug naar het generale beeld. Op de subsidieregeling omschakeling plasticverwerkers zijn voor € 7,9 miljoen minder aanvragen binnengekomen. Dit hangt samen met onzekerheid door de discussie rond de plasticnorm. Verder zijn er vertagingen op de subisidieregeling circulaire plastics (€ 3,5 miljoen) vanwege onder andere vertraging binnen het vergunningtraject tot inhoudlijke aanpassingen van projecten.

5. Decentrale uitkering Zeeland ERTMS

Dit betreft een decentralisatie-uitkering ter hoogte van € 5,6 miljoen aan het ministerie van BZK, ten behoeve van het pakket voor Zeeland ter compensatie van het verplaatsen van het proefbaanvak voor ERTMS naar Zeeland.

6. Overige mutaties

Dit betreft diverse kleinere mutaties.

Vastgestelde begroting (incl. suppletoire begrotingen, NvW's en amendementen) 2025 177.122
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Ontvangsten RVO Divers 7.025
2) Overige mutaties Divers 1.928
Stand 2e suppletoire begroting 2025 186.075

Toelichting

1. Ontvangsten RVO

Voor verschillende subsidies die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd door RVO hebben we een eindafrekening ontvangen. De eindafrekeningen vallen € 7,0 miljoen lager dan aan RVO betaald is. Dit bedrag ontvangt IenW in 2025 weer terug.

2. Overige mutaties

Dit betreft diverse kleinere mutaties.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 11 Integraal Waterbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 52.311 ‒ 505 51.806
Uitgaven 81.620 ‒ 4.553 77.067
11.1 Algemeen waterbeleid 59.362 ‒ 3.412 55.950
Opdrachten 14.723 ‒ 2.210 12.513
Partners voor Water (HGIS) 8.825 549 9.374
Overige HGIS opdrachten 679 3 682
Regie Innovatie 911 ‒ 124 787
Overige opdrachten 4.308 ‒ 2.638 1.670
Subsidies (regelingen) 21.383 ‒ 847 20.536
Incidentele subsidie WKB 520 0 520
Overige HGIS subsidies 4.900 ‒ 603 4.297
Partners voor Water 5 (HGIS) 6.010 391 6.401
NGF NL2120 8.842 ‒ 275 8.567
Overige subsidies 1.111 ‒ 360 751
Bijdrage aan agentschappen 18.131 237 18.368
Bijdrage aan agentschap RWS 17.217 237 17.454
Bijdrage aan agentschap KNMI 914 0 914
Bijdrage aan medeoverheden 4.725 ‒ 742 3.983
NGF NL2120 4.687 ‒ 818 3.869
Overige bijdragen 38 76 114
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 400 150 550
Overige bijdragen 400 150 550
11.2 Waterveiligheid 1.638 ‒ 225 1.413
Opdrachten 1.638 ‒ 225 1.413
Waterveiligheid 1.548 ‒ 135 1.413
Overige opdrachten 90 ‒ 90 0
11.3 Grote oppervlaktewateren 1.228 78 1.306
Opdrachten 1.228 78 1.306
RWS Zuid-Westelijke Delta 762 0 762
Overige opdrachten 466 78 544
11.4 Waterkwaliteit 19.392 ‒ 994 18.398
Opdrachten 6.488 ‒ 1.071 5.417
Waarvan RWS (BOA) 0 31 31
Noordzee en oceanen 2.078 ‒ 503 1.575
Overige opdrachten 4.410 ‒ 599 3.811
Subsidies (regelingen) 11.048 127 11.175
NGF UPPWater 8.836 0 8.836
Overige subsidies 2.212 127 2.339
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.856 ‒ 50 1.806
Overige bijdragen 1.856 ‒ 50 1.806
Ontvangsten 196 281 477

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, deverplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 0,5 miljoen wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte kasuitgaven en de volgende mutatie:

  1. Een verplichtingenschuif (€ 3,0 miljoen) van het Deltafonds naar HXII voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Dit is voor de ondersteuning die het Kadaster de komende 3 jaar moet leveren voor DAW (kadastrale gegevens die nodig zijn bij het uitwerken van maatregelen voor schoner en voldoende water).

Uitgaven

1 Algemeen Waterbeleid

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 2,2 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Overige opdrachten: Dit betreft een overboeking van € 1,8 miljoen van opdrachtmiddelen Algemeen Waterbeleid naar het Meerjarenprogramma Bodem (artikel 13) ter compensatie van de eerder verwerkte SPUK- en subsidietaakstellingen op artikel 13.

2 Waterveiligheid

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3 Grote oppervlaktewateren

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

4 Waterkwaliteit

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.2 Artikel 13 Bodem en Ondergrond

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 81.054 ‒ 7.090 73.964
Uitgaven 135.999 ‒ 6.285 129.714
13.4 Ruimtegebruik bodem 135.999 ‒ 6.285 129.714
Opdrachten 25.176 ‒ 466 24.710
Bodem en STRONG 19.767 1.366 21.133
RWS Leefomgeving 1.835 ‒ 400 1.435
Fysieke Leefomgeving Omgevingswet (FLOW) 678 ‒ 600 78
Overige opdrachten 2.896 ‒ 832 2.064
Subsidies (regelingen) 20.936 ‒ 1.546 19.390
Bedrijvenregeling 10.330 ‒ 1.636 8.694
Subsidie Caribisch Nederland 10.213 0 10.213
Overige subsidies 393 90 483
Bijdrage aan agentschappen 11.766 ‒ 331 11.435
Bijdrage aan agentschap RWS 4.669 0 4.669
Bijdrage aan agentschap RIVM 7.097 ‒ 331 6.766
Bijdrage aan medeoverheden 78.121 ‒ 3.942 74.179
Meerjarenprogramma Bodem 78.121 ‒ 3.942 74.179
Ontvangsten 0 192 192

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 7,1 miljoen wordt met name verklaard door de hieronder toegelichte overboekingen naar BZK (- € 7,0 miljoen). Het verschil tussen kas en verplichtingen wordt met name verklaard door de hieronder toegelichte budgetoverheveling vanuit artikel 11, waarbij € 0,8 miljoen minder aan verplichtingen is overgeheveld dan kas.

Uitgaven

4 Ruimtegebruik bodem

Bijdrage aan medeoverheden

De verlaging van de bijdrage aan medeoverheden met € 3,9 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Meerjarenprogramma Bodem (MJP Bodem): dit budget is met € 3,9 miljoen verlaagd en dit wordt verklaard door:

  1. Een overboeking naar BZK van € 4,3 miljoen voor de Regionale kennisfunctie bodem en ondergrond. De middelen zijn bedoeld voor de inrichting van een regionale kennisfunctie (per provincie) op het gebied van bodem en ondergrond. Het doel van de kennisfunctie is het beter en efficiënter benutten van beschikbare kennis en nadere invulling te geven aan bestaande taken en rollen.
  2. Overboekingen naar BZK van in totaal € 2,7 miljoen voor de Maatwerkoplossing grootschalige bodemschade met aan drugsproductie gerelateerde stoffen 2025. Er wordt door IenW samen met JenV, IPO en VNG gewerkt aan een landelijke voorziening voor de problematiek rondom vervuiling van het milieu als gevolg van drugsproductie.
  3. De in artikel 11 genoemde overboeking van € 1,8 miljoen van opdrachtmiddelen Algemeen Waterbeleid naar MJP Bodem (artikel 13) ter compensatie van eerder verwerkte SPUK- en subsidietaakstellingen op dit instrument.
  4. Een budgetoverheveling binnen artikel 13 van € 1,1 miljoen naar Bijdrage aan medeoverheden voor het Meerjarenprogramma Bodem. Er was eerder dit jaar tijdelijk middelen vanuit het MJP Bodem overgeboekt naar de budgetten van RIVM, RWS BOA en Ruimte voor bodemgerelateerde opgaven en onderzoek.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.3 Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 540.424 ‒ 8.450 531.974
Uitgaven 413.537 ‒ 9.505 404.032
14.1 Netwerk 28.425 1.310 29.735
Opdrachten 10.069 1.625 11.694
Wegverkeersbeleid 4.119 1.402 5.521
Voertuigen en Digitale Infrastructuur 4.450 136 4.586
Overige opdrachten 1.500 87 1.587
Subsidies (regelingen) 420 ‒ 270 150
Overige subsidies 420 ‒ 270 150
Bijdrage aan agentschappen 11.117 ‒ 665 10.452
Bijdrage aan agentschap RWS 8.237 ‒ 665 7.572
Overige bijdragen 2.880 0 2.880
Bijdrage aan medeoverheden 6.014 223 6.237
Bijdrage aan Caribisch Nederland 6.000 223 6.223
Regionale bijdrage MIRT 14 0 14
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 805 397 1.202
Overige bijdragen 805 397 1.202
14.2 Verkeersveiligheid 18.730 303 19.033
Opdrachten 5.006 100 5.106
Opdrachten Verkeersveiligheid 3.606 600 4.206
Overige opdrachten 1.400 ‒ 500 900
Subsidies (regelingen) 10.565 ‒ 554 10.011
Veilig Verkeer Nederland (VVN) 3.984 0 3.984
Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) 4.437 0 4.437
Overige subsidies 2.144 ‒ 554 1.590
Bijdrage aan agentschappen 789 ‒ 35 754
Bijdrage aan agentschap RWS 789 ‒ 35 754
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 2.370 792 3.162
Bijdrage aan CBR 1.970 792 2.762
Overige bijdragen 400 0 400
14.3 Slimme en duurzame mobiliteit 366.382 ‒ 11.118 355.264
Opdrachten 59.542 ‒ 3.285 56.257
Innovatie en Intelligente Transportsystemen 9.553 ‒ 333 9.220
Klimaatakkoord 2.942 ‒ 2.682 260
Verkeersemissies 740 ‒ 250 490
KF: Laadinfra wegverkeer 30 0 30
Programma Vergroening Reisgedrag 2.172 ‒ 650 1.522
Verduurzaming logistiek 7.444 ‒ 1.122 6.322
NGF: Dutch Metropolitan Innovations (DMI) 23.744 0 23.744
KF: Zero-emissie zones 250 0 250
Overige opdrachten 12.667 1.752 14.419
Subsidies (regelingen) 236.429 ‒ 1.924 234.505
Duurzame Mobiliteit 18.091 0 18.091
Elektrisch Vervoer 58.444 0 58.444
Laad en AanZET 66.713 ‒ 1.515 65.198
Bronmaatregelen Stikstof 34.029 0 34.029
KF: Laadinfra wegvervoer 32.832 0 32.832
KF: Laadinfra Bouw 6.200 0 6.200
Vergroenen reisgedrag 1.450 0 1.450
KF: SWIM 14.486 0 14.486
Overige Subsidies 4.184 ‒ 409 3.775
Bijdrage aan agentschappen 31.151 ‒ 625 30.526
Bijdrage agentschap RWS 4.361 ‒ 55 4.306
Bijdrage agentschap NEA 6.052 ‒ 268 5.784
Bijdrage agentschap RVO 19.790 ‒ 400 19.390
Bijdrage aan agentschap RIVM 616 98 714
Overige bijdragen aan agentschappen 332 0 332
Bijdrage aan medeoverheden 36.050 ‒ 7.225 28.825
Duurzame Mobiliteit 25.050 ‒ 7.117 17.933
Mobiliteit en Gebieden 1.000 ‒ 108 892
KF - Laadinfra 10.000 0 10.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 710 50 760
Overige bijdragen 710 50 760
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 2.500 1.891 4.391
Overige bijdragen 2.500 1.891 4.391
Ontvangsten 9.622 4.924 14.546

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 8,5 miljoen wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgaven mutaties en:

  1. Een verplichtingenophoging van in totaal € 1,1 miljoen om opdrachten voor het programma van rijles naar rijonderwijs aan te kunnen gaan. De middelen komen uit 2026 en 2027.
  2. Een overboeking naar het IenW brede beeld vanwege lagere uitgevallen prognoses bij de Aanschafregeling Zero-Emissietrucks (AanZET) en de Subsidiereling Waterstof in Mobiliteit (SWiM) van € 2,1 miljoen.

1 Netwerk

De uitgavenmutaties zijn lager dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

2 Verkeersveiligheid

De uitgavenmutaties zijn lager dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3 Slimme en duurzame mobiliteit

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget bijdragen aan medeoverheden wordt met € 7,2 miljoen verlaagd. Dit komt met name door:

Duurzame mobiliteit: De BTW afdrachten van de specifieke uitkering Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2023-2030 worden voor 2024 en 2025 overgeboekt naar het BTW-compensatiefonds. Dit bedraagt € 3,9 miljoen. Verder wordt € 3,9 miljoen aan stikstofmiddelen teruggeboekt naar het MF. Dit zijn middelen van de specfieke uitkering Schoon en Emissieloos Bouwen, die in 2025 niet worden uitgeput op HXII. De middelen kunnen pas uitgekeerd worden, nadat is aangetoond hoeveel emissieloos bouwmaterieel er wordt ingezet bij een bouwproject.

Het restant van € 0,6 miljoen wordt verklaard door diverse kleine mutaties.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.4 Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 177.903 ‒ 19.596 158.307
Uitgaven 185.187 ‒ 28.991 156.196
16.1 OV en Spoor 166.425 ‒ 19.596 146.829
Opdrachten 6.261 1.498 7.759
OV & Stations 1.570 1.619 3.189
ACM 1.131 ‒ 719 412
Overige opdrachten 3.560 598 4.158
Subsidies (regelingen) 134.417 259 134.676
NS Sociale Veiligheid 2.300 0 2.300
NS-concessie 16.966 500 17.466
Overige subsidies 115.151 ‒ 241 114.910
Bijdrage aan agentschappen 1.171 ‒ 89 1.082
Bijdrage aan agentschap RWS 880 ‒ 112 768
Bijdrage aan agentschap KNMI 16 0 16
Bijdrage aan agentschap RVO 275 23 298
Bijdrage aan medeoverheden 24.474 ‒ 21.257 3.217
CLU Betuweroute en HSL 3.009 43 3.052
Overige bijdragen 21.465 ‒ 21.300 165
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 102 ‒ 7 95
Overige bijdragen 102 ‒ 7 95
16.2 Maatregelenpakket OVS 18.762 ‒ 9.395 9.367
Subsidies (regelingen) 18.762 ‒ 9.395 9.367
Beschikbaarheidsvergoeding OV-sector 3.204 0 3.204
Transitievangnet OV 15.558 ‒ 9.395 6.163
Ontvangsten 115.482 0 115.482

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 19,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties. Het verschil wordt verklaard door onderschrijdingen die alleen het kasbeeld beïnvloeden.

Uitgaven

1 OV en Spoor

Bijdrage aan medeoverheden

Het bijdrage aan medeoverhedenbudget wordt met € 21,3 miljoen verlaagd. Dit komt met name door:

Overige bijdragen: Decentrale Uitkering (DU) Decentraal Spoor 2025. Dit betreft de jaarlijkse overboeking naar het Provinciefonds voor een bijdrage aan medeoverheden voor exploitatietekorten op gedecentraliseerde spoorlijnen. Deze bijdrage werd voorheen verstrekt door middel van een SPUK, maar zal voortaan door middel van een DU worden verstrekt. IenW levert voor de dekking van het exploitatie- of beheertekort van de betreffende decentrale spoor- en tramdiensten een bijdrage, die dit jaar € 20,9 miljoen bedraagt. Het betreft een DU voor vier provincies, namelijk Overijssel, Drenthe, Limburg en Utrecht. Vastlegging van de beschikkingen Decentraal Spoor vindt plaats op de beleidsbegroting HXII, maar de bekostiging komt uit het Mobiliteitsfonds.

Het restant van € 0,4 miljoen wordt verklaard door diverse kleine mutaties.

2 Maatregelenpakket OVS

Subsidies

Het subsidiebudget wordt met € 9,4 miljoen verlaagd. Dit komt door:

Transitievangnet OV: Dit betreft een overschot van de TVOV middelen ter hoogte van € 9,4 miljoen. Deze middelen komen in 2025 niet meer tot betaling, omdat er minder aanspraak is gemaakt op de TVOV regeling dan eerder werd voorzien en doordat een afrekening voordelig uitvalt. Een deel ter hoogte van € 6 miljoen van de middelen wordt teruggestort naar het MF, omdat de TVOV-regeling oorspronkelijk ook vanuit het Mobiliteitsfonds is gefinancierd. Van de resterende middelen ter hoogte van € 3,4 miljoen is de verwachting dat ze in 2026 nodig zijn voor de afwikkeling van de TVOV regeling. Daarom worden die middelen conform de middelenafspraak doorgeschoven naar 2026.

Ontvangsten

Er hebben geen ontvangstenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

3.5 Artikel 17 Luchtvaart

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 226.766 ‒ 39.083 187.683
Uitgaven 83.116 ‒ 15.991 67.125
17.1 Luchtvaart 83.116 ‒ 15.991 67.125
Opdrachten 18.278 ‒ 1.061 17.217
Geluidsisolatie Schiphol 0 300 300
Caribisch Nederland 469 ‒ 339 130
NGF Project - Luchtvaart in Transitie 210 ‒ 100 110
GIS-4 regeling 4.500 ‒ 2.500 2.000
Programma Omgeving Luchthaven Schiphol 3.204 0 3.204
Luchtruim Regio Luchthaven 1.350 125 1.475
Luchtruimherziening 1.240 0 1.240
KF: Luchtvaartverkeer energie 767 95 862
Overige opdrachten 6.538 1358 7.896
Subsidies (regelingen) 58.643 ‒ 14.971 43.672
Tarieven Bonaire 860 ‒ 218 642
Omploegen graanresten 1.500 0 1.500
NGF-project Luchtvaart in transitie 54.100 ‒ 14.500 39.600
Subsidie Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS) 1.153 0 1.153
Overige subsidies 1.030 ‒ 253 777
Bijdrage aan agentschappen 2.249 672 2.921
Bijdrage aan agentschap RWS 334 0 334
Bijdrage aan agentschap KNMI 30 0 30
Bijdrage aan agentschap RVO 797 ‒ 68 729
Bijdrage aan agentschap RIVM 340 0 340
Bijdrage aan agentschap RWS (Caribisch Nederland) 10 740 750
Bijdrage aan agentschap RVO (NGF) 500 0 500
Overige bijdragen 238 0 238
Bijdrage aan medeoverheden 1.427 ‒ 489 938
Bijdrage Caribisch Nederland 1.427 ‒ 489 938
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.627 20 1.647
ICAO (HGIS) 1.455 0 1.455
Overige bijdragen 172 20 192
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 892 ‒ 162 730
Overige bijdragen 892 ‒ 162 730
Ontvangsten 16.639 200 16.839
Verplichtingen 226.766 ‒ 39.083 187.683
waarvan garantieverplichtingen 73.300 ‒ 8.500 64.800
waarvan overige verplichtingen 153.466 ‒ 30.583 122.883

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 39,1 miljoen wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en:

  1. Luchtvaart in Transitie (- € 26,5 miljoen): Zoals onder Subsidies toegelicht wordt, is er budget overgebleven voor het NGF-project luchtvaart in transitie. Voor dit project zijn er minder verplichtingen vastgelegd dan eerder verwacht. Dit heeft te maken met een subsidieontvanger die nog niet voldoet aan de voorwaarden waardoor de subsidie dit jaar niet meer kan worden verstrekt.
  2. Garantstelling Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) (- € 8,5 miljoen): LVNL beheert de vitale luchtvaartinfrastructuur voor de veilige afhandeling van het luchtverkeer in het Nederlandse luchtruim. Hiervoor moeten zij voortdurend investeren om de continuïtiteit van de dienstverlening te waarborgen en investeren zij in nieuwe en innovatieve technologie om dit ook in de toekomst te kunnen blijven doen. Daarvoor heeft LVNL een jaarlijks leningenplafond ingesteld waarvoor zij bij het ministerie van Financiën leningen aan kunnen gaan waar IenW zich garant voor stelt. Middels deze mutatie wordt het verplichtingenbudget voor de garantstelling van LVNL bijgesteld op basis van het jaarplan van LVNL waarin de investeringsbehoefte is opgenomen.
  3. Nadeelcompensatie (- € 4,1 miljoen): Op het verplichtingenbudget voor de nadeelcompensatie is budget overgebleven.

Uitgaven

1 Luchtvaart

Subsidies

Het subsidiebudget wordt met € 15,0 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutatie:

NGF project Luchtvaart in Transitie (LiT): Het subsidiebudget van het NGF-project LiT is in 2025 verlaagd met € 14,5 miljoen. Er is een vertraging opgelopen bij de toekenning van de subsidies voor de tweede fase van het Hydrogen Optimization and Testing (HOT) programma. Het deelproject HOT heeft als doel om gevalideerde kennis en data op te bouwen over waterstof brandstofsystemen. Dit heeft te maken met een subsidieontvanger die nog niet voldoet aan de voorwaarden waardoor de subsidie dit jaar niet meer kan worden verstrekt.

Het restant van € 0,5 miljoen wordt verklaard door diverse kleine mutaties.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties op dit artikelonderdeel zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.6 Artikel 18 Scheepvaart en Havens

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 103.571 ‒ 9.196 94.375
Uitgaven 179.028 ‒ 8.861 170.167
18.1 Scheepvaart en havens 179.028 ‒ 8.861 170.167
Opdrachten 35.085 ‒ 8.514 26.571
Topsector Logistiek 5.729 0 5.729
Caribisch Nederland 100 7 107
NGF Project - Digitale Infrastructuur Logistiek 12.193 ‒ 1.665 10.528
NGF Project - Maritiem Masterplan 2 0 2
Zeehavens/Zeevaart 4.141 ‒ 1.487 2.654
KF - Verduurzaming Zeevaart 105 6 111
KF: Verduurzaming Binnenvaart 65 10 75
Opdrachten PBNI 5.433 ‒ 3.776 1.657
CER/NIS2 649 ‒ 537 112
Overige opdrachten 6.668 ‒ 1.072 5.596
Subsidies (regelingen) 131.287 ‒ 448 130.839
Topsector Logistiek 3.500 ‒ 297 3.203
Walstroom 54.560 ‒ 197 54.363
Subsidie verduurzaming binnenvaartschepen 29.228 ‒ 113 29.115
NGF Project - Zero-emissie binnenvaart batterij-elektrisch 7.397 0 7.397
KF - Walstroom 10.471 0 10.471
NGF Project - Maritiem Masterplan 25.801 0 25.801
KF - Verduurzaming Binnenvaart 250 ‒ 16 234
Overige subsidies 80 175 255
Bijdrage aan agentschappen 7.631 66 7.697
Bijdrage aan agentschap RWS 3.866 100 3.966
NGF Project - Maritiem Masterplan RVO 600 0 600
Overige bijdragen 3.165 ‒ 34 3.131
Bijdrage aan medeoverheden 3.000 0 3.000
Caribisch Nederland 3.000 0 3.000
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 1.757 1 1.758
CCR/ IMO HGIS 1.252 0 1.252
Overige bijdragen 505 1 506
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 268 34 302
Overige 268 34 302
Ontvangsten 5.895 1.608 7.503

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 10,9 miljoen wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en:

  1. KF waterstof binnenvaart (- € 2,0 miljoen): de regeling voor innovatie van de waterstofmotor wordt niet in 2025 opengesteld, maar in 2026. Hierdoor schuift € 2,0 miljoen aan verplichtingenbudget naar 2026.

Uitgaven

1 Scheepvaart en havens

Opdrachten:

Per saldo wordt het kasbudget voor opdrachten in 2025 op artikel 18 met € 8,5 miljoen verlaagd. Dit wordt met name veroorzaakt door:

NGF digitale infrastructuur en logistiek (DIL) (- € 1,7 miljoen): Door vertraging in het programma is er minder besteed dan gepland. De vertraging heeft verschillende redenen zoals vertraging bij deelnemers en capaciteitsproblemen. Het budget wordt conform afspraken NGF doorgeschoven wordt naar 2026.

Opdrachten PBNI (- € 3,8 miljoen): Voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur worden diverse kleine overboekingen gedaan naar andere departementen. Zo doet IenW o.a. een bijdrage aan JenV voor de Sandbox Beeldopbouw Noordzee (- € 1,5 miljoen). Daarnaast wordt er geld overgeboekt naar BZK voor de aanschaf van sensoren (- € 0,8 miljoen) en krijgt Defensie geld voor de Seasec activiteiten en optische hydrofoons (- € 1,4 miljoen).

Zeehavens/Zeevaart (- € 1,1 miljoen): Er wordt een overboeking gedaan naar de ILT voor luchtvaarttaken (- € 0,9 miljoen). Daarnaast worden er een aantal kleine overboekingen gedaan naar verschillende departementen ten behoeve van Zeehavens. Het gaat o.a. Om Economische Zaken en Caribisch Nederland.

Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (- € 1,9 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.7 Artikel 19 Internationaal Beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 36.598 ‒ 2.103 34.495
Uitgaven 11.667 ‒ 1.147 10.520
19.2 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking 11.667 ‒ 1.147 10.520
Opdrachten 5.686 ‒ 1.258 4.428
Uitvoering internationaal HGIS 1.367 ‒ 200 1.167
Uitvoering niet-HGIS 2.693 ‒ 307 2.386
Overige opdrachten 1.626 ‒ 751 875
Subsidies (regelingen) 576 0 576
Interreg 236 0 236
Overige subsidies 340 0 340
Bijdrage aan agentschappen 2.936 ‒ 164 2.772
Bijdrage aan RWS 487 0 487
Bijdrage aan RVO 2.319 ‒ 164 2.155
Bijdrage aan RIVM 130 0 130
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 2.469 275 2.744
Bijdrage HGIS 2.144 200 2.344
Bijdrage niet-HGIS 325 75 400
Ontvangsten 1.256 375 1.631

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 2,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte mutatie:

  1. Er wordt € 0,9 miljoen aan verplichtingenbudget overgeheveld naar artikel 22 voor de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid (SVO). Er is onvoldoende verplichtingenbudget beschikbaar binnen artikel 22 voor de eindverantwoording voor in eerdere jaren verstrekte subsidies. Op artikel 19 is er ruimte ontstaan als gevolg van een lagere verplichting inzake het beheer en onderhoud van het Galileo Sensor Station. Voor de vastlegging van de meerjarige verplichting was een verplichtingenschuif van € 15,3 miljoen van de jaren 2026-2044 naar 2025 uitgevoerd. Dit bleek niet volledig nodig te zijn.

Uitgaven

2 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

Opdrachten

De verlaging van de opdrachten met € 1,3 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Overige opdrachten: een overboeking naar artikel 22 van € 0,8 miljoen. Op het programma Nationaal Milieu Programma (NMP) op artikel 19 zijn diverse activiteiten vertraagd als gevolg van de val van het kabinet en de fte's inzet van RVO (jaaropdracht 2025) die lager uitviel dan voorzien. Deze middelen worden op artikel 22 ingezet ter dekking van de hogere uitgaven voor de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose (TNS-regeling), de website van Atlas Leefomgeving (meer bezoekers dan voorzien) en de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid (SVO).

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.8 Artikel 20 Lucht en Geluid

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 79.384 ‒ 1.927 77.457
Uitgaven 71.812 ‒ 1.927 69.885
20.1 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 71.812 ‒ 1.927 69.885
Opdrachten 17.158 ‒ 1.454 15.704
Geluid- en luchtsanering 6.638 ‒ 764 5.874
Waarvan RWS 307 0 307
Waarvan RIVM 7.581 105 7.686
Overige opdrachten 2.632 ‒ 795 1.837
Bijdrage aan agentschappen 18.810 155 18.965
Bijdrage aan agentschap RWS 3.755 0 3.755
Bijdrage aan agentschap KNMI 25 10 35
Bijdrage aan agentschap RVO 1.157 0 1.157
Bijdrage aan agentschap RIVM 13.873 145 14.018
Bijdrage aan medeoverheden 35.788 ‒ 652 35.136
Uitvoering geluidsanering 30.613 0 30.613
Programma NSL en SLA 5.175 ‒ 652 4.523
Bekostiging 56 24 80
Overige bekostiging 56 24 80
Ontvangsten 1.000 553 1.553

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Uitgaven

1 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.9 Artikel 21 Circulaire economie

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 92.211 ‒ 9.110 83.101
Uitgaven 86.070 ‒ 10.269 75.801
21.5 Duurzame Productketens 86.070 ‒ 10.269 75.801
Opdrachten 15.669 2.156 17.825
Uitvoering Duurzame productketens 7.621 1.839 9.460
Caribisch nederland 0 40 40
KF - Circulair doen en gedrag 551 300 851
KF - Biobased bouwen 389 ‒ 161 228
Overige opdrachten 7.108 138 7.246
Subsidies (regelingen) 38.056 ‒ 13.127 24.929
Subsidies duurzame productketens 19.274 ‒ 1.331 17.943
KF - DEI + CE 2.845 ‒ 1.505 1.340
KF - circulair doen en gedrag 560 ‒ 550 10
KF - Plastics norm 15.297 ‒ 9.841 5.456
KF - Biobased Bouwen 80 100 180
Bijdrage aan agentschappen 30.193 714 30.907
Bijdrage aan RWS 13.452 ‒ 119 13.333
Bijdrage aan RVO 15.855 391 16.246
Bijdrage aan RIVM 886 204 1.090
Overige bijdragen 0 238 238
Bijdrage aan medeoverheden 1.546 ‒ 12 1.534
Caribisch Nederland afvalbeheer 645 ‒ 12 633
Overige bijdragen 901 0 901
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 51 0 51
Overige bijdragen 51 0 51
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 555 0 555
Overige bijdragen 555 0 555
Ontvangsten 1.632 225 1.857

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 9,1 miljoen wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte mutaties en:

  1. Een verplichtingenafboeking van € 2,4 miljoen vanwege vertraging in de vormgeving van de Decentralisatie Uitkering waardoor er nu voor gekozen wordt de decentrale uitkering van 2025 samen te voegen met die van 2026. Dit verplichtingenbudget is in 2026 weer nodig.
  2. De hieronder toegelichte uitgavenmutaties voor vertraging van DEI+CE (- € 1,5 miljoen) en EKOO (- € 2,0 miljoen) betreffen alleen uitgaven en geen verplichtingen.

Uitgaven

1 Duurzaam Productketens

Opdrachten

De verhoging van het opdrachtenbudget met € 2,2 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Uitvoering duurzame productketens: een herschikking binnen artikel 21 van € 1,8 miljoen vanuit het subsidiebudget naar het opdrachtenbudget. Op het opdrachtenbudget worden hogere uitgaven verwacht voor de pilot lachgascilinders, de vervolgstudies voor een ambitieus klimaatdoel, de jaaropdracht aan de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituur (NEN) en de opdracht aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland omtrent de grote keten doorbraakprojecten. Op het subsidiebudget wordt er juist minder uitgegeven op een aantal regelingen. Het budget komt met name vanuit circulair implementeren en opschalen en DEI+ CE, waar betalingen zijn vertraagd naar latere jaren.

Subsidies

De verlaging van het subsidiebudget met € 13,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

Subsidies duurzame productketens: een herschikking binnen artikel 21 van € 1,8 miljoen naar het opdrachtenbudget om de planning en budgetten in lijn te brengen. Op het opdrachtenbudget worden hogere uitgaven verwacht voor de pilot lachgascilinders, vervolgstudies voor een ambitieus klimaatdoel, de jaaropdracht aan de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituur (NEN) en de opdracht aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland omtrent de grote keten doorbraakprojecten. Het budget komt met name vanuit circulair implementeren en opschalen en DEI+ CE, waar betalingen zijn vertraagd naar latere jaren.

KF - DEI + CE: Er wordt € 1,5 miljoen minder uitgegeven voor de subsidieregeling circulaire plastics. Wegens vertraging op verschillende projecten zijn beoogde betalingen in 2025 vertraagd naar 2026. De vertraging van de projecten kent verschillende oorzaken van vertraging binnen het vergunningentraject tot inhoudelijke aanpassing van projecten.

KF - Plastics norm:

  1. Er wordt € 7,9 miljoen minder uitgegeven voor de subsidieregeling omschakeling plasticverwerkers. Op het subsidieplafond van € 13 miljoen zijn voor € 5,2 miljoen aan aanvragen binnengekomen. Dit hangt samen met onzekerheid door de discussie rond de plasticnorm.
  2. Er wordt € 2,0 miljoen minder uitgegeven voor de subsidieregeling circulaire plastics. Wegens vertraging op verschillende projecten zijn beoogde betalingen in 2025 vertraagd naar 2026. De vertraging van de projecten kent verschillende oorzaken van vertraging binnen het vergunningentraject tot inhoudelijke aanpassingen projecten.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3.10 Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 83.172 809 83.981
Uitgaven 80.137 ‒ 165 79.972
22.1 Veiligheid chemische stoffen 27.704 ‒ 176 27.528
Opdrachten 9.382 ‒ 176 9.206
KF: NVS 700 0 700
Waarvan RWS 1.536 ‒ 13 1.523
Waarvan RIVM 3.919 0 3.919
Uitvoering Veiligheid 1.181 ‒ 395 786
Uitvoering stoffen en Milieu & Gezondheid 1.629 167 1.796
Overige opdrachten 417 65 482
Bijdrage aan agentschappen 17.737 0 17.737
Bijdrage aan RWS 2.648 0 2.648
Bijdrage aan RIVM 14.869 0 14.869
Overige bijdragen 220 0 220
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 430 0 430
Overig 430 0 430
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 155 0 155
Overige Bijdragen 155 0 155
22.2 Veiligheid biotechnologie 6.968 0 6.968
Opdrachten 1.437 ‒ 20 1.417
Veiligheid Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO) 906 ‒ 20 886
Overige opdrachten 531 0 531
Bijdrage aan agentschappen 5.531 0 5.531
Bijdrage aan agentschap RIVM 3.550 0 3.550
Bijdrage aan COGEM 1.981 0 1.981
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 0 20 20
Overige bijdragen 0 20 20
22.3 Veiligheid bedrijven en transport 45.465 11 45.476
Opdrachten 12.700 ‒ 898 11.802
Omgevingsveiligheid 3.872 ‒ 345 3.527
Asbest 1.062 340 1.402
Waarvan RWS 2.855 298 3.153
VTH-stelsel 2.113 ‒ 1.163 950
Overige opdrachten 2.798 ‒ 28 2.770
Subsidies (regelingen) 15.195 378 15.573
inricht & transp 4.365 535 4.900
Vuurwerk 44 0 44
Overige subsidies 10.786 ‒ 157 10.629
Bijdrage aan agentschappen 13.777 0 13.777
Bijdrage aan RWS 7.248 0 7.248
Bijdrage aan RVO 416 0 416
Bijdrage aan RIVM 6.113 0 6.113
Inkomensoverdrachten 3.793 531 4.324
Inkomensoverdrachten mesothelioom 3.793 531 4.324
Ontvangsten 1.028 0 1.028

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Uitgaven

1 Veiligheid chemische stoffen

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

2 Veiligheid biotechnologie

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

3 Veiligheid bedrijven en transport

De uitgaven mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Ontvangsten

Er hebben geen ontvangstenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

3.11 Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 78.447 2.532 80.979
Uitgaven 77.507 2.532 80.039
23.1 Meteorologie en seismologie 57.523 2.318 59.841
Bijdrage aan agentschappen 52.803 2.532 55.335
Waarvan bijdragen aan agentschap KNMI 52.803 2.532 55.335
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties 4.720 ‒ 214 4.506
Contributie WMO (HGIS) 1.043 ‒ 74 969
Contributie ECMWF (HGIS) 3.633 ‒ 135 3.498
Overige bijdragen aan (inter-)nationale organisaties 44 ‒ 5 39
23.2 Aardobservatie 19.984 214 20.198
Bijdrage aan agentschappen 19.984 214 20.198
KNMI: Bijdrage voor Aardobservatie 19.984 214 20.198
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verhoging van het verplichtingenbudget met € 2,5 miljoen wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte mutaties.

Uitgaven

1 Meteorologie en seismologie

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdrage aan agentschappen wordt met € 2,5 miljoen verhoogd. Dit komt met name door:

Bijdragen aan agentschap KNMI: Als agentschap met baten-lastenstelsel, dient het KNMI een reservering te treffen voor de verlofuren van het personeel. Aangezien KNMI dit niet doorberekend in de tarieven, worden de kosten voor 2025 in één keer gedekt. Dit bedraagt € 1,8 miljoen. Daarnaast is de dienstverlening in Caribisch Nederland duurder uitgevallen dan verwacht, als gevolg van eerdere verslijting van apparatuur, bepalingen uit de nieuwe CAO en nieuwe internationale normen voor vulkaanmonitoring. De kosten hiervoor liggen op € 0,6 miljoen.

Het verschil van € 0,1 miljoen wordt verklaard door diverse kleine mutaties.

2 Aardobservatie

De uitgavenmutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Ontvangsten

Er hebben geen ontvangstenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

3.12 Artikel 24 Inspectie Leefomgeving en Transport

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 236.085 2.586 238.671
Uitgaven 238.390 2.586 240.976
24.1 Personele uitgaven 206.637 ‒ 1.314 205.323
Personele uitgaven 206.637 ‒ 1.314 205.323
Eigen personeel 187.571 686 188.257
Externe Inhuur 19.066 ‒ 2.000 17.066
24.2 Materiële uitgaven 31.753 3.900 35.653
Materiële uitgaven 31.753 3.900 35.653
ICT 4.042 592 4.634
Bijdragen aan SSOs 12.655 839 13.494
overige materiele uitgaven 15.056 2.469 17.525
Ontvangsten 15.864 0 15.864

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Uitgaven

1 Personele uitgaven

De uitgavenmutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

2 Materiële uitgaven

De uitgavenmutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

Ontvangsten

Er hebben geen ontvangstenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

3.13 Artikel 25 Brede Doeluitkering

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 1.095.657 109.988 1.205.645
Uitgaven 1.320.281 0 1.320.281
25.1 Brede doeluitkering 1.320.281 0 1.320.281
Bijdrage aan medeoverheden 1.320.281 0 1.320.281
Overige bijdragen 1.320.281 0 1.320.281
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

Omdat de Brede Doeluitkering (BDU) Verkeer en Vervoer formeel een Specifieke Uitkering (SPUK) is en in het Hoofdlijnenakkoord een korting op SPUK-middelen is opgenomen, was ook de BDU als maatregel gekort. Deze maatregel ging gepaard met een korting van 10%.

De voorgenomen korting voor 2026 uit het HLA is bij augustusbesluitvorming 2025 volledig teruggedraaid. Omdat volgens de BDU-systematiek de verplichtingen voorafgaand aan het jaar van betaling worden aangegaan, vindt nu een verplichtingenophoging van € 110,0 miljoen plaats om de beschikking over 2026 af te kunnen geven.

Het kabinet heeft besloten dat de BDU Verkeer en Vervoer als SPUK kan blijven bestaan. De Kamer is hier reeds eerder over geïnformeerd1.

Uitgaven

1 Brede doeluitkering

Er hebben geen uitgavenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

Ontvangsten

Er hebben geen ontvangstenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

3.14 Artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. Verplichtingen 10.589.431 ‒ 81.979 10.507.452
Uitgaven 10.589.431 ‒ 78.979 10.510.452
26.1 Bijdrage Mobiliteitsfonds 9.009.317 ‒ 79.037 8.930.280
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 9.009.317 ‒ 79.037 8.930.280
Overige bijdragen 9.009.317 ‒ 79.037 8.930.280
26.2 Bijdrage Deltafonds 1.580.114 58 1.580.172
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 1.580.114 58 1.580.172
Overige bijdragen 1.580.114 58 1.580.172
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm de leeswijzer.

Uitgaven

1. Bijdrage aan het Mobiliteitsfonds

De bijdrage vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII aan het Mobiliteitsfonds is met - € 79,0  miljoen afgenomen. Voor meer details wordt verwezen naar de tweede suppletoire begroting 2025 van het Mobiliteitsfonds.

2. Bijdrage aan het Deltafonds

De bijdrage vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII aan het aan het Deltafonds is met € 0,1 miljoen verhoogd. Voor meer details wordt verwezen naar de tweede suppletoire begroting 2025 van het Deltafonds.

Ontvangsten

Op dit artikel worden geen ontvangsten geboekt.

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 97 Algemeen Kerndepartement

Art. Verplichtingen 61.247 ‒ 6.378 54.869
Uitgaven 69.211 693 69.904
97.1 Algemeen departement 66.233 693 66.926
Opdrachten 50.901 448 51.349
van A naar Beter 1.799 ‒ 90 1.709
Externe juridische advisering 3.363 0 3.363
Onderzoeken PBL 4.641 ‒ 266 4.375
Onderzoeken ANVS 3.761 ‒ 1.022 2.739
DCC 9.229 ‒ 749 8.480
Regeringsvliegtuig 16.251 0 16.251
Overige opdrachten 11.857 2.575 14.432
Subsidies (regelingen) 29 0 29
Overige subsidies 29 0 29
Bijdrage aan agentschappen 15.303 245 15.548
Bijdrage aan agentschap RWS 3.480 53 3.533
Bijdrage aan agentschap KNMI 3.182 0 3.182
Overige bijdragen 8.641 192 8.833
97.3 Testen reizigers 2.978 0 2.978
Opdrachten 2.978 0 2.978
Testen COVID-19 2.978 0 2.978
Ontvangsten 3.116 0 3.116

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 7,6 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door de hieronder toegelichte mutaties en:

  1. de eenzijdige verplichtingenverlaging voor het regeringsvliegtuig, als correctie op de eerdere dit jaar eenzijdige verhoging (€ 5,6 miljoen) voor het exploitatiecontract met KLM. Inmiddels zijn van andere departementen bijdragen hiervoor ontvangen.
  2. Voor de extra uitgaven van de NAVO-top zijn de verplichtingen eerder aangegaan (€ 2,2 miljoen);
  3. Verplichting ophoging voor onderzoeksopdrachten van PBL (- € 0,5 miljoen).

Uitgaven

1 Algemeen departement

De uitgavenmutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

2 Testen reizigers

Er hebben geen uitgavenmutaties plaatsgevonden op dit artikelonderdeel.

Ontvangsten

Er hebben geen ontvangstenmutaties plaatsgevonden op dit artikel.

4.2 Artikel 98 Apparaat Kerndepartement

Art. Verplichtingen 545.112 53.983 599.095
Uitgaven 559.165 ‒ 1.821 557.344
98.1 Personele uitgaven 416.866 4.500 421.366
Personele uitgaven 416.866 4.500 421.366
Eigen personeel 365.248 9.214 374.462
Externe inhuur 50.743 ‒ 5.090 45.653
Overige personele uitgaven 875 376 1.251
98.2 Materiële uitgaven 142.299 ‒ 6.321 135.978
Materiële uitgaven 142.299 ‒ 6.321 135.978
ICT 50.594 ‒ 2.125 48.469
Bijdrage aan SSO's 65.082 2.441 67.523
Overige materiële uitgaven 26.623 ‒ 6.637 19.986
Ontvangsten 5.392 595 5.987

Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument, de verplichtingen en de ontvangsten een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van de september suppletoire begroting 2025. Zie voor de gehanteerde norm

Verplichtingen

De verhoging van het verplichtingenbudget met € 54 miljoen wordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte mutaties en:

  1. De vastlegging van de opdracht voor licenties voor het bedrijfsvoeringssysteem voor de periode van 2025 tot en met 2030, waarvoor een verplichtingenschuif noodzakelijk is (€ 17,5 miljoen);
  2. Voor het vastleggen van de dienstverleningsovereenkomst met SSC/ICT2026 is een verplichtingenschuif nodig van 2026 naar 2025 (€ 31 miljoen);
  3. Verplichtingenschuif in verband met het vastleggen contractuele verplichting PPP (Proces Primair Platform) die van tot 2030 doorloopt, waarvoor een verplichtingenschuif naar 2025 noodzakelijk is (€ 6,3 miljoen).

Uitgaven

1 Personele uitgaven

Eigen personeel: De uitgaven op eigen personeel is met € 9,2 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

  1. Ingevulde taakstelling uit het RegeerAkkoord en niet gedekte inzet voor Duurzame Mobiliteit (DUMO) (€ 3,8 miljoen);
  2. Extra detachering ter vervanging van externe inhuur en langdurig zieken o.a. t.b.v. Luchtvaartprogramma (€ 1,6 miljoen);
  3. Interdepartementale overboekingen o.a. een nabetaling van LPO 2024 aan PBL door EZ voor de Rekenmeesterfunctie (€ 0,2 miljoen);
  4. Toegenomen kosten corporate opleidingen die wordt gedekt uit het centrale prioriteitenbudget (€ 0,8 miljoen);
  5. Een naheffing van de belastingdienst m.b.t. een overschrijding in het kader van de Werkkostenrekening 2024 (€ 3 miljoen)
  6. Diverse mutaties (- € 0,2 miljoen).

Inhuur externen: De uitgaven op inhuur externen is met € 5,1 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

  1. Meevaller bij project Vernieuwing Generieke Processen (VGP) door meer inzet eigen personeel en het combineren met andere projecten (€ 1,4 miljoen);
  2. Minder inhuur bij project DUMO t.g.v. bijgestelde prognose (€ 1,7 miljoen);
  3. Keuze voor inzet d.m.v. detachering i.p.v. inhuur o.a. bij ten behoeve van het Nationaal Milieu Programma (NMP) (€ 0,7 miljoen)
  4. Bij project Horizon en de Vliegende Brigade wordt in plaats van inhuur een opdracht aan derden verstrekt (€ 0,7 miljoen);
  5. Inzet eigen personeel i.p.v. inhuur voor luchtvaart (€ 0,1 miljoen);
  6. Terughoudendheid met inhuur op vacatureruimte (€ 0,3 miljoen);
  7. Extra inzet voor het onderzoek naar fysieke leefomgeving door directie Participatie (- € 0,2 miljoen);
  8. Diverse bijgestelde prognoses (€ 0,4 miljoen).

2 Materiële uitgaven

ICT: De uitgaven op ICT is met € 2,1 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

  1. Meevaller Vernieuwing Generieke Processen vanwege inzet eigen capaciteit i.p.v. opdrachtverstrekking (€ 0,7 miljoen);
  2. Voor project Horizon wordt in plaats van inhuur een opdracht aan derden verstrekt (- € 0,6 miljoen);
  3. Vertraging bij de Europese aanbesteding van het project Informatie Gedreven Werken (€ 0,5 miljoen);
  4. Meer opdrachten/uitgaven t.b.v. o.a. Horizon, Open Overheid en het documentmanagementsysteem worden uitgevoerd door SSC ICT (€ 0,3 miljoen); 
  5. Interdepartementale overboeking naar BZK n.a.v. de nota Kostenverdeelnotitie Rijksbrede ICT-voorzieningen 2025 (€ 0,4 miljoen);
  6. Vertraging bij de uitrol van project Horizon doordat er geen tijdige testcapaciteit gemobiliseerd kon worden (€ 0,7 miljoen);
  7. Gestegen kosten kantoorautomatisering a.g.v. prijsstijgingen (- € 0,6 miljoen);
  8. Diverse kleine overschotten t.g.v. IenW brede beeld (€ 0,6 miljoen);
  9. Diverse mutaties (€ 0,1 miljoen).

Bijdrage aan SSO's: De bijdragen aan SSO's zijn met € 2,4 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

  1. Opgelegde prijsstijgingen van rijksbrede SSO’s (€ 2,8 miljoen);
  2. Opdrachten m.b.t. project Open Overheid en update van het document worden deels door SSC ICT uitgevoerd managementsysteem (€ 0,3 miljoen);
  3. De afname van diensten bij OenP rijk was lager dan begroot, bijdragen van diensten voor rijkstrainees en een aantal projecten op de Rijnstraat, door FM-Haaglanden, zijn niet doorgegaan/vertraagd dit jaar (- € 0,6 miljoen);
  4. Diverse mutaties (- € 0,1 miljoen).

Overige materiële uitgaven: De uitgaven op overige materiële uitgaven is met € 6,6 miljoen verlaagd. Dit wordt met name veroorzaakt door:

  1. Bijdragen aan ILT en RWS voor de invulling van de Banenafspraak (werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt € 3,6 miljoen);
  2. de toename van het aantal uit te voeren veiligheidsonderzoeken voor werknemers (- € 0,6 miljoen);
  3. Toegenomen corporate organisatieontwikkeling (- € 0,2 miljoen);
  4. Bijdrage kosten CO2 prestatieladder, in het kader van duurzaamheid (- € 0,4 miljoen);
  5. Door een terugval in het aantal vacatures kunnen diverse werkzaamheden, in het kader van werving en selectie, die aan RWS zijn uitbesteed afgeschaald worden. Dit budget wordt door RWS teruggegeven (- € 0,5 miljoen);
  6. Interdepartementale overboeking naar JenV van middelen ter uitvoering van Versterken SOC Stelsel Rijk (VSSR) door het Nationaal Cybersecurity Centrum (NCSC) (€ 0,3 miljoen);
  7. Afrekening aan BZK, Directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO) voor generieke dienstverlening i.h.k.v. sturing en ontwikkeling van digitalisering binnen de overheid (€ 0,7 miljoen);
  8. Herschikking uit het centrale prioriteitenbudget naar Eigen personeel t.b.v. toegenomen uitgaven voor corporate opleidingen (€ 0,8 miljoen);
  9. Diverse kleine overschotten t.g.v. het IenW brede beeld (€ 0,6 miljoen);
  10. Gereserveerde deel van ontvangen LPO t.g.v. het IenW brede beeld (€ 1,1 miljoen);
  11. Herschikking voor extra inhuur voor het onderzoek naar fysieke leefomgeving door directie Participatie (€ 0,2 miljoen);
  12. Herschikking uit het centrale prioriteitenbudget naar ICT t.b.v. de toegenomen kosten voor kantoorautomatisering a.g.v. prijsstijgingen (€ 0,6 miljoen);
  13. Diverse mutaties (€ 0,4 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht. Zie voor de gehanteerde norm

4.3 Artikel 99 Nog onverdeeld

Art. Verplichtingen 0 0 0
Uitgaven 0 0 0
99.1 Nog Onverdeeld 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
Nog te verdelen 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0

Toelichting

Er hebben geen mutaties op dit artikel bij de tweede suppletoire begroting plaatsgevonden.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Rijkswaterstaat

Baten
Omzet 4.641.471 59.318 4.700.789
waarvan omzet moederdepartement 3.892.265 50.590 3.942.855
waarvan omzet overige departementen 111.741 ‒ 9.660 102.081
waarvan omzet derden 254.706 31.453 286.159
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud 267.676 27.082 294.758
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten 115.083 ‒ 40.147 74.936
Rentebaten 32.867 ‒ 1.805 31.062
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 1.500 0 1.500
Totaal baten 4.675.838 57.513 4.733.351
Lasten
Apparaatskosten 1.714.380 33.972 1.748.352
- Personele kosten 1.369.632 6.650 1.376.282
waarvan eigen personeel 1.219.216 20.726 1.239.942
waarvan inhuur externen 94.206 ‒ 12.406 81.800
waarvan overige personele kosten 56.210 ‒ 1.670 54.540
- Materiele kosten 344.748 27.322 372.070
waarvan apparaat ICT 58.952 4.672 63.624
waarvan bijdrage aan SSO's 76.534 6.065 82.600
waarvan overige materiele kosten 209.262 16.584 225.846
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 2.987.963 13.188 3.001.151
Rentelasten 2.568 ‒ 178 2.390
Afschrijvingskosten 18.994 ‒ 378 18.616
- Materieel 18.962 ‒ 378 18.584
waarvan apparaat ICT 4.774 70 4.844
waarvan overige materiele afschrijvingskosten 14.188 ‒ 448 13.740
- Immaterieel 32 0 32
Overige lasten 8.000 2.935 10.935
waarvan dotaties voorzieningen 8.000 2.435 10.435
waarvan bijzondere lasten 0 500 500
Totaal lasten 4.731.905 49.539 4.781.444
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening ‒ 56.067 7.974 ‒ 48.093
Agentschapsdeel Vpb-lasten 1.300 ‒ 1.838 ‒ 538
Saldo van baten en lasten ‒ 57.367 9.812 ‒ 47.555
Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij 2.435 ‒ 2.435 0
Te verdelen resultaat ‒ 59.802 12.247 ‒ 47.555

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De hoger omzet moederdepartement ten opzichte van de suppletoire begroting september (SBS) 2025 ad. € 50,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  1. Bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 20 miljoen);
  2. middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor Exploitatie en Onderhoud van sensors voor Maritiem InformatieVoorzieningen Servicepunt I (MIVSP-1) (6,8 miljoen);
  3. compensatie voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen die nodig zijn door de ingestelde grenscontroles in Duitsland (€ 5 miljoen);
  4. middelen ter dekking van uitgaven op het Asfaltdossier in het kader van Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) (€ 4,3 miljoen);
  5. middelen in het kader van de Banenafspraak Arbeidsbeperkten (€ 3,1 miljoen);
  6. aanvullende programmamiddelen voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2025 voor de water en bodemopgaven. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling) (€ 2,4 miljoen);
  7. middelen voor Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) ten behoeve van het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) programmaplan (€ 2,4 miljoen);
  8. bijdrage voor Beheer en onderhoud van het modelinstrumentarium van Deltares (€ 2 miljoen);
  9. middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor MISVP-2, deelproject AI beeldherkenning vogels (€ 2 miljoen);
  10. het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 1,0 miljoen (€ 2,6 miljoen).

Omzet overige departementen

De lagere omzet overige departementen ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 ad. € -9,7 miljoen wordt met name veroorzaakt doordat de Rijksrederij lagere tarieven bij de opdrachtgevers in rekening brengt. De lagere tarieven zijn het gevolg van lagere brandstofprijzen dan begroot en het verschuiven van de inhuur van het extra handhavingsvaartuig naar 2026.

Omzet derden

Ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 neemt de omzet derden naar verwachting toe met € 31,5 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere verwachte energieopbrengst, omdat vanaf 2025 de opbrengsten voor het windmolenpark Maasvlakte II niet meer gesaldeerd worden (€ 27,5 miljoen). Daarnaast nemen naar verwachting de opbrengsten op Ingebruikgeving van vastgoed toe als gevolg van indexering van de tarieven (€ 5,1 miljoen). Het restant betreft mutaties kleiner van € 1 miljoen (€ -1,1 miljoen).

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

Onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven die samenhangen met afspraken over het Basis Kwaliteitsniveau (BKN). De huidige prognose geeft het beeld dat RWS meer opdrachten in de markt zal zetten dan het aan opbrengsten ontvangt. Op basis daarvan is het de verwachting dat het saldo met € 294,8 miljoen zal afnemen, waar dit bij suppletoire begroting september nog een verwachte afname van € 267,7 miljoen was.

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten

Onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven in het kader van planstudies, Caribisch Nederland, werken voor en met partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. De huidige prognose geeft het beeld dat RWS minder opdrachten kan uitvoeren dan werd verwacht bij het opstellen van de suppletoire begroting september 2025, waardoor de uitvoering in 2025 lager uitkomt dan verwacht bij suppletoire begroting september. Als gevolg hiervan is het de verwachting dat het saldo € 40,1 miljoen minder zal afnemen ten opzichte van de suppletoire begroting september. Over heel 2025 wordt per saldo wel een afname van het Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten verwacht van € 74,9 miljoen.

Rentebaten

Voor 2025 zijn de verwachte rentebaten lager dan waarvan bij suppletoire begroting september 2025 is uitgegaan (€ -1,8 miljoen). Dit is het gevolg van verdere daling van de rentepercentages in combinatie met een lagere rekening-courant stand bij het ministerie van Financiën.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. In verband met het overgangsjaar naar de nieuwe regeling is voor het uitvoeringsjaar 2025 het exploitatieoverzicht conform de begroting 2025 opgesteld. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht inzicht gegeven in de nieuwe categorieën van baten.

De bekostiging van RWS vindt plaats door middel van input-bekostiging. Dit houdt in dat er afspraken zijn gemaakt tussen de eindverantwoordelijke binnen een agentschap, de continuïteitsverantwoordelijke en tenminste één beleidsverantwoordelijke over een bijdrage voor de ingezette middelen of arbeidskrachten. Hierbij bestaat een relatie tussen de bekostiging en de ingezette middelen, in plaats van de uiteindelijke realisatie van de diensten of producten. Deze bekostigingsvorm is dus gebaseerd op het leveren van een inspanning.

Baten als tegenprestatie voor levering van input 4.258.712 72.383 4.331.095
waarvan bijdrage aan apparaat (interne kosten) 1.679.218 44.718 1.723.936
waarvan bijdrage aan exploitatie en onderhoud 2.462.876 19.497 2.482.373
waarvan bijdrage aan te verlenen diensten 116.618 8.168 124.786
Baten uit reeds ontvangen bijdragen voor levering van input 382.759 ‒ 13.065 369.694
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud 267.676 27.082 294.758
waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten 115.083 ‒ 40.147 74.936
Rentebaten 32.867 ‒ 1.805 31.062
Vrijval voorzieningen 0 0 0
Bijzondere baten 1.500 0 1.500
Totaal baten 4.675.838 57.513 4.733.351

Toelichting

Baten als tegenpresentatie voor levering van input

Bijdrage aan apparaat

De bijdrage aan apparaat dient ter dekking van de interne kosten van RWS (apparaatskosten inclusief rente- en afschrijvingskosten) die verband houden met exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en beleidsondersteuning en –advisering.

De hogere bijdrage aan apparaat ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 ad. € 44,7 miljoen is met name veroorzaakt door:

  1. Hogere energie opbrengsten, omdat vanaf 2025 de opbrengsten voor het windmolenpark Maasvlakte II niet meer gesaldeerd worden (€ 21,1 miljoen);
  2. bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 20 miljoen);
  3. een hogere verwachte opbrengt op Ingebruikgeving van gebouwen door indexatie van de tarieven (€ 5,2 miljoen);
  4. middelen in het kader van de Banenafspraak Arbeidsbeperkten (€ 3,1 miljoen);
  5. middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor Exploitatie en Onderhoud van sensors voor Maritiem Informatievoorzieningen Servicepunt I (MIVSP-1) (2,8 miljoen);
  6. middelen voor Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) programmaplan (€ 2,4 miljoen);
  7. lagere tarieven vanuit de Rijksrederij aan opdrachtgevers als gevolg van lagere brandstofprijzen dan begroot en het verschuiven van de inhuur van het extra handhavingsvaartuig naar 2026. (€ -8,7 miljoen);
  8. het saldo van mutaties < € 1 miljoen (€ -1,2 miljoen).

Bijdrage aan exploitatie en onderhoud

De bijdrage aan exploitatie en onderhoud dient ter dekking van de externe kosten die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) voor exploitatie en onderhoud.

De hogere bijdrage aan exploitatie en onderhoud ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 ad. € 19,5 miljoen is met name veroorzaakt door:

  1. Hogere verwachte energieopbrengst, omdat vanaf 2025 de opbrengsten voor het windmolenpark Maasvlakte II niet meer gesaldeerd worden (€ 6,4 miljoen);
  2. compensatie voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen die nodig zijn door de ingestelde grenscontroles in Duitsland (€ 5 miljoen);
  3. middelen ter dekking van uitgaven op het Asfaltdossier in het kader van Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) (€ 4,3 miljoen);
  4. bijdrage voor beheer en onderhoud van het modelinstrumentarium van Deltares (€ 2 miljoen);
  5. het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 1,0 miljoen (€ 1,8 miljoen).

Bijdrage aan te verlenen diensten

De bijdragen aan te verlenen diensten dient ter dekking van de externe kosten in het kader van planning en studies, Caribisch Nederland, Werken voor en met Partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. 

De hogere bijdrage aan te verlenen diensten ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 (€ 8,2 miljoen) is met name het gevolg van:

  1. Middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor Exploitatie en Onderhoud van sensors voor Maritiem Informatievoorzieningen Servicepunt I (MIVSP-1) (€ 4,0 miljoen);
  2. aanvullende programmamiddelen voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2025 voor de water en bodemopgaven. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling) (€ 2,4 miljoen);
  3. middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor MISVP-2, deelproject AI beeldherkenning vogels (€ 2 miljoen);
  4. het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 1,0 miljoen (€ -0,2 miljoen).

In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de huidige omzetcategorieen, stand Tweede suppletoire begroting 2025, uiteenvallen in de nieuwe specificatie van baten.

Omzet moederdepartement 1.538.316 2.304.264 100.275 3.942.855
Omzet overige departementen 83.923 18.158 102.081
Omzet derden 101.697 178.109 6.353 286.159
Totaal baten als tegenpresentatie voor levering van input 1.723.936 2.482.373 124.786 4.331.095

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de kosten van de ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken.

Eigen personeel

De verdere toename van de kosten eigen personeel ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 20,7 miljoen zijn met name het gevolg van Verambtelijking in het kader van de taakstelling Kabinet Schoof en de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Daarnaast leidt ook de toekenning van tijdelijke opdrachten vanuit IenW en overige departementen tot verwachte extra personeelskosten. Tot slot is uitstroom lager dan de afgelopen jaren. Eén van de HeRA maatregelen (Herstelplan RWS Agentschap) is het vertragen van vervanging bij uitstroom. Deze maatregel levert minder besparing op dan verwacht.

Inhuur externen

De lagere verwachte inhuur dan ingeschat bij suppletoire begroting september (€ -12,4 miljoen) zijn met name het gevolg van Verambtelijking in het kader van de taakstelling Kabinet Schoof en de wet DBA. Daarnaast is de lagere verwachte inhuur ook het gevolg van het beperken van inhuur vanuit HeRA.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit de kosten voor apparaat gebonden ICT-middelen, de bijdrage aan SSO’s die bedrijfsvoeringsdiensten leveren en overige materiële kosten.

De verwachte materiële kosten zijn hoger dan bij suppletoire begroting september (€ 27,3 miljoen), door verwachte toename van de apparaat gebonden ICT (€ 4,7 miljoen). In 2025 worden alle laptops overgezet naar Windows 11. Dit zorgt voor extra kosten bij de servicedesk. Daarnaast zijn de licentiekosten voor applicaties toegenomen door prijsstijgingen.

Daarnaast verwacht RWS een hogere bijdrage aan SSO’s, die voornamelijk wordt veroorzaakt door stijging van de huren (€ 6,1 miljoen).

Tenslotte verwacht RWS een verdere toename van de realisatie van overige materiële kosten ten opzichte van de suppletoire begroting september (€ 16,6 miljoen). De oorzaak hiervan is dat vanaf 2025 de kosten voor het windmolenpark Maasvlakte II nier meer gesaldeerd worden. Hierdoor stijgen zowel de opbrengsten als de kosten met € 21,1 miljoen. Zonder deze wijziging zouden de kosten dalen conform de verwachting van de HeRA maatregelen op materiële kosten en de lagere brandstofkosten bij de Rijksrederij.

Overige lasten

Dotaties voorzieningen

De toename van de dotaties is met name het gevolg van een dotatie aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen (€ 2,4 miljoen). De verwachte dotatie aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen stijgt hiermee van € 8,0 miljoen naar € 10,4 miljoen.

Agentschapsdeel Vpb lasten

In de suppletoire begroting september is rekening gehouden met een Vennootschapsbelasting last als gevolg van opbrengsten van het windmolenpark Maasvlakte II. Het grootste deel van deze opbrengsten komt ten gunste van Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten. Daar wordt nu ook de Vpb last voor dat deel van de opbrengst verantwoord.

Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij

Het verschil tussen de afschrijvingskosten en rentekosten op basis van historische kostprijs en de afschrijvingskosten en rentekosten op basis van vervangingswaarde bedraagt dit jaar naar verwachting € 10,4 miljoen. Dit bedrag wordt volledig gedoteerd aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen voor de investeringen die worden gevraagd om de bestaande vloot varende te houden. Dit heeft te maken met wijzigingen in de planning en omvang van het levensduur verlengend onderhoud.

Te verdelen resultaat

In vergelijking met de suppletoire begroting september valt het resultaat minder negatief uit (€ -12,2 miljoen). Dit is met name het gevolg van de ontvangen bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering en uitwerking van genomen HeRA maatregelen.

1. Rekening courant RHB 1 januari 2025 1.433.699 1.433.699
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 4.293.079 70.578 4.363.657
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 4.706.211 ‒ 45.644 ‒ 4.751.855
2. Totaal operationele kasstroom ‒ 413.132 24.934 ‒ 388.198
Totaal investeringen (-/-) ‒ 57.498 21.317 ‒ 36.181
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 57.498 21.317 ‒ 36.181
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0 0
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 15.887 359 ‒ 15.528
Beroep op leenfaciliteit (+) 54.623 ‒ 21.136 33.487
4. Totaal financieringskasstroom 38.736 ‒ 20.777 17.959
5. Rekening courant RHB 31 december 2025 (=1+2+3+4) 1.001.805 25.474 1.027.279

Toelichting

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering.

De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de suppletoire begroting september (€ 70,6 miljoen) worden met name veroorzaakt door hogere ontvangsten van het moederdepartement en derden. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Omzet moederdepartement» en «Omzet derden».

De hogere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 45,6 miljoen worden met name veroorzaakt door de hogere personele en materiële kosten en kosten uitbesteed werken andere externe kosten. Voor meer toelichting wordt verwezen naar hetgeen is opgenomen onder de posten personele en materiële kosten.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de investeringen in nieuwe en bestaande activa en de boekwaarden, boekwinsten en boekverliezen van de verschrootte en verkochte vaste activa.

De lagere investeringen ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 21,3 miljoen bestaat uit meerdere delen:

  1. Lagere investering voor in totaal € -22,2 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door de investeringsstop naar aanleiding van HeRA voor 2025;
  2. investeringen waarvoor geen aanvraag op de leenfaciliteit meer mogelijk is, omdat het investeringsplafond was bereikt (€ 0,9 miljoen). Dit betreft met name investeringen in kantoorautomatisering (€ 0,8 miljoen) en Strooiers (€ 0,1 miljoen).  De investeringen voor kantoorautomatisering betreft de investering in nieuwe laptops. Dit is in jaren naar voren gehaald, omdat Windows 11 niet werkt op de vorige laptops.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van RWS.

Het lagere beroep op de leenfaciliteit ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 21,1 miljoen is met name het gevolg van de hierboven genoemde lagere investeringen.

5.2 Agentschap Koninklijk Nederlands Metereologisch Instituut

Baten
- Omzet 121.875 ‒ 140 121.735
waarvan omzet moederdepartement 77.266 ‒ 69 77.197
waarvan omzet overige departementen 5.756 499 6.255
waarvan omzet derden 38.853 ‒ 570 38.283
Rentebaten 400 ‒ 50 350
Vrijval voorzieningen
Bijzondere baten
Totaal baten 122.275 ‒ 190 122.085
Lasten
Apparaatskosten 104.111 ‒ 2.236 101.875
- Personele kosten 64.626 ‒ 587 64.039
waarvan eigen personeel 59.882 ‒ 643 59.239
waarvan inhuur externen 4.744 56 4.800
waarvan overige personele kosten
- Materiële kosten 39.485 ‒ 1.649 37.836
waarvan apparaat ICT 17.050 ‒ 784 16.266
waarvan bijdrage aan SSO's 2.298 300 2.598
waarvan overige materiële kosten 20.137 ‒ 1.165 18.972
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 22.045 ‒ 1.182 20.863
waarvan Aardobservatie 22.045 ‒ 1.182 20.863
Rentelasten 150 0 150
Afschrijvingskosten 1.857 ‒ 400 1.457
- Materieel 1.739 ‒ 322 1.417
waarvan apparaat ICT 40 78 118
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 1.699 ‒ 400 1.299
- Immaterieel 118 ‒ 78 40
Overige lasten 0 37 37
waarvan dotaties voorzieningen
waarvan bijzondere lasten 0 37 37
Totaal lasten 128.163 ‒ 3.780 124.383
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening ‒ 5.888 3.590 ‒ 2.298
Agentschapsdeel Vpb-lasten 45 15 60
Saldo van baten en lasten ‒ 5.933 3.575 ‒ 2.358

Toelichting

Baten

Omzet moederdepartement

Er zijn minimale verschillen in vergelijking met de vastgestelde begroting. Onderliggend zijn er grotere verschillen. Zo zijn extra baten opgenomen als gevolg van de toegekende claims inzake de verlofreservering (€ 1,9 miljoen) en de BES-dienstverlening (€ 0,6 miljoen). Daarnaast zijn er lagere baten gerealiseerd op Aardobservatie (€ -1,2 miljoen), Masterplan (€ -0,7 miljoen), Faciliteiten Toegepast Onderzoek-Duurzaamheid(€ -0,3 miljoen) en overige posten (€ -0,4 miljoen), als gevolg van vertraging op deze projecten.

Omzet overige departementen

De geraamde omzet is € 0,5 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit betreffen baten vanuit LVVN inzake een nieuwe maatwerkopdracht voor natuurbrandbeheersing.

Omzet derden

De lagere omzet komt met name door lagere baten (- € 0,9 miljoen) uit hoofde van vertraging bij de uitbreiding van het seismisch netwerk. Daarnaast zijn er enkele eenmalige meevallers (€ 0,3) miljoen.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. In verband met het overgangsjaar naar de nieuwe regeling is voor het uitvoeringsjaar 2025 het exploitatieoverzicht conform de begroting 2025 opgesteld. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht inzicht gegeven in de nieuwe categorieën van baten.

Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
Baten als tegenprestatie voor levering van input 121.875 ‒ 140 121.735
waarvan basisfinanciering 72.274 ‒ 69 72.205
waarvan maatwerk 32.078 ‒ 301 31.777
waarvan subsidieprojecten 17.523 230 17.753
Rentebaten 400 ‒ 50 350
Vrijval voorzieningen
Bijzondere baten
Totaal baten 122.275 ‒ 190 122.085

Toelichting

Baten als tegenprestatie voor levering van input

Waarvan basisfinanciering

Hogere baten door toevoegen extra middelen voor de BES dienstverlening (€ 0,6 miljoen) en verlofreservering (€ 1,9 miljoen). Daartegenover staan lagere baten voor aardobservatie (-€ 1,2 miljoen) door teruggave overschotten EUMETSAT en lagere baten FTO (-€ 0,3 miljoen), OCW   (-€ 0,2 miljoen) en bijzondere projecten (met name Masterplan (-€ 0,7 miljoen)) door vertraging in de uitvoering.

Waarvan maatwerk

Er zijn voor € 0,3 miljoen extra/hogere baten binnengehaald (LVVN, luchtvaart, e.a.), maar de baten voor uitbreiding van het seismologisch netwerk zijn € 0,6 miljoen lager door vertraging in de uitvoering.

Waarvan subsidieprojecten

De baten voor (nieuwe) subsidieprojecten zijn € 0,5 miljoen hoger, de baten voor de projecten Sesar en Tropomi zijn € 0,3 miljoen lager.

Rentebaten

Iets lagere rentebaten vanwege een dalend rentepercentage.

In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de huidige omzetcategorieen, stand Tweede suppletoire begroting, uiteenvallen in de nieuwe specificatie van baten.

Omzet moederdepartement 72.160 5.037 77.197
Omzet overige departementen 6.014 241 6.255
Omzet derden 45 20.726 17.512 38.283
Totaal baten als tegenpresentatie voor levering van input 72.205 31.777 17.753 121.735

Lasten

Personele kosten

Daling van de personele kosten wordt voornamelijk veroorzaakt door de ingezette bezuinigingen op overige personele kosten (met name reiskosten en opleidingskosten) en lagere kosten voor inbesteding.

Materiele kosten

Onderschrijding overig materieel vooral door vertraging in de aanbesteding en daardoor lagere kosten op het Masterplan de Bilt (€ -1,2 miljoen). Bij de uitbreiding van het seismisch netwerk (- € 0,4 miljoen) en overige posten (€ -0,2 miljoen) is ook vertraging opgetreden.

Afschrijvingskosten

Kleine onderschrijding als gevolg van vertraging van investeringen voor met name modernisering waarneemapparatuur.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Onderschrijding komt door teruggave overschot EUMETSAT per 1 juli 2025 (€ 1,2 miljoen). Het overschot wordt door KNMI gesaldeerd met de te betalen contributie waardoor de realisatie op de contributies lager uitvalt.

Resultaat

Het begrote verlies is afgenomen van ‒ € 5,9 miljoen naar ‒ € 2,4 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de toegekende claims, ingezette bezuinigingen, lagere materiele kosten agv vertraging op projecten, extra baten LVVN en lagere afschrijvingen uit hoofde van achterblijvende investeringen. Het nog resterende verlies wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door een tweetal projecten waarvoor in 2025 een directe vermogensstorting heeft plaatsgevonden (Masterplan en WAU-3) en waarvoor nu dus geen baten genomen kunnen worden.

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2025 14.413 14.413
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 7.990 ‒ 400 7.590
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 7.994 5.157 ‒ 2.837
2. Totaal operationele kasstroom ‒ 4 4.757 4.753
Totaal investeringen (-/-) ‒ 6.632 4.899 ‒ 1.733
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)
3. Totaal investeringkasstroom ‒ 6.632 4.899 ‒ 1.733
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)
Eenmalige storting door het moederdepartement (+)
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 1.629 ‒ 1.629
Beroep op leenfaciliteit (+) 6.632 ‒ 4.899 1.733
4. Totaal financieringskasstroom 5.003 ‒ 4.899 104
5. Rekening-courant RHB 31 december 2025 (=1+2+3+4) 12.780 4.757 17.537

Toelichting

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom stijgt met € 4,8 miljoen. De verklaring hiervoor is een daling van ontvangsten met € 0,4 miljoen. Dit is het gevolg van lagere afschrijvingskosten. Daarnaast dalen de uitgaven met € 5,2 miljoen, als gevolg van een vermindering van het begrote verlies van € 4,0 miljoen en lagere uitgaven aan EUMETSAT van € 1,2 miljoen.

Investeringskasstroom

Een aantal investeringen loopt vertraging op door onder andere een lange doorlooptijd inkoopproces (aanbesteding) en capaciteitsproblemen om investeringen te kunnen doen. Dit betreft de aanschaf van apparatuur voor de modernisering van het waarneemnetwerk (€ ‑1,3 miljoen), Faciliteiten Toegepast Onderzoek-Duurzaamheid (€ ‑1,5 miljoen), Zicht sensoren (€ ‑1,0 miljoen), seismologisch meetnetwerk (€ -0,2 miljoen) en overige kleine projecten (€ ‑0,9 miljoen).

Financieringskasstroom

Omdat er alleen wordt geleend voor gerealiseerde uitgaven neemt het beroep op de leenfaciliteit net als de investeringen af met € 4,9 miljoen.


  1. __Kamerbrief uitkomst omzetting specifieke uitkeringen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎