Amendement van de leden Grinwis en Oosterhuis over het niet doorvoeren van technische wijzigingen die zien op het afschaffen van de korting op de bijtelling
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2026)
Amendement
Nummer: 2025D47881, datum: 2025-11-24, bijgewerkt: 2025-11-24 13:30, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: H. Oosterhuis, Tweede Kamerlid (D66)
Onderdeel van kamerstukdossier 36813 -9 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2026).
Onderdeel van zaak 2025Z20343:
- Indiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H. Oosterhuis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-11-27 12:00: STEMMINGEN (over alle amendementen ingediend bij het Pakket Belastingplan 2026 en over de ingediende moties) (Stemmingen), TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 813 | Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2026) | |
| Nr. 9 | AMENDEMENT VAN de leden grinwis en oosterhuis | |
| Ontvangen 24 november 2025 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
I
Artikel I, onderdeel A, vervalt.
II
Artikel I, onderdeel F, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1 vervalt âen 1 januari 2026â.
2. In subonderdeel 2 wordt âderdeâ vervangen door âtweedeâ.
3. Subonderdeel 3 vervalt.
III
Artikel III vervalt.
IV
Artikel IV, onderdeel B, vervalt.
V
Artikel IV, onderdeel D, wordt als volgt gewijzigd:
1. âArtikel 36c wordt als volgt gewijzigdâ wordt vervangen door âArtikel 36c, tweede tot en met vierde lid, vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot tweede lid.â
2. Subonderdeel 1 vervalt.
3. Subonderdeel 2 vervalt.
VI
Artikel VI vervalt.
VII
Artikel XXIII, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt âonderdelen A enâ vervangen door âonderdeelâ.
2. In onderdeel e wordt âonderdelen B enâ vervangen door âonderdeelâ.
Toelichting
NB: Dit amendement moet in samenhang worden bezien met het corresponderende amendement op het Belastingplan 2026. Om wetstechnische redenen is voor het beoogde doel zowel een amendement op het BP26 als op OFM26.
Dit amendement voorkomt dat elektrische autoâs (EVâs) in één klap de facto zwaarder worden belast in 2026 in de bijtelling dan benzineautoâs. Vooral kleinere EVâs hebben namelijk nog een hogere aanschafprijs dan hun fossiele evenknie. De huidige bijtelling voor EVâs is 17% voor de eerste âŹ30.000 aan cataloguswaarde en daarboven 22%. In het Belastingplan 2026 dreigt dat over de hele linie in één keer 22% te worden. Indieners stellen voor dit meer geleidelijk te doen: 18% in 2026 voor de eerste âŹ30.000 euro, 20% in 2027 en pas vanaf 2028 22%. Als een EV in 2026 wordt aangeschaft, geldt de voorgestelde bijtelling van 18% gedurende 60 maanden; dat is kortom gelijk aan de huidige gang van zaken. Dit amendement vult daarmee ook het broodnodige flankerende beleid in dat nu ontbreekt bij de door het kabinet voorgestelde pseudo-eindheffing.
Dekking wordt gevonden in een geleidelijke versobering van de youngtimerregeling. Indieners stellen voor de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 met één jaar te verhogen van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens negen jaar naar 25 jaar. Deze geleidelijke versobering biedt eigenaren van youngtimers het komende jaar de ruimte om hierop desgewenst te anticiperen. Beide maatregelen - de lagere bijtelling voor EVâs en de versobering van de youngtimerregeling - dragen bij aan de gewenste vergroening van het wagenpark in Nederland.
Toelichting technisch
Dit amendement hangt samen met het amendement op het wetsvoorstel Belastingplan 2026 dat regelt dat de looptijd van de voor het gebruik van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot geldende korting op het bijtellingspercentage tot 1 januari 2028 wordt verlengd, zij het in gewijzigde vorm. In het onderhavige wetsvoorstel worden momenteel enkele technische wijzigingen voorgesteld die samenhangen met de omstandigheid dat de korting op de bijtelling per 2026 helemaal zou worden afgeschaft (behoudens overgangstermijnen). Als echter de looptijd van de korting op de bijtelling wordt verlengd, is het ook nodig dat een aantal van de in dit wetsvoorstel opgenomen technische wijzigingen niet worden doorgevoerd. Dat wordt geregeld via dit amendement.
Volledigheidshalve wordt opgenomen dat de wijzigingen die samenhangen met het einde van de looptijd van de korting op de bijtelling per 1 januari 2028 niet in dit amendement zijn opgenomen, omdat deze nog in een volgend wetsvoorstel kunnen worden opgenomen en het relatief veel wijzigingen zijn.
Grinwis
Oosterhuis