[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Van Eijk over de pseudo-eindheffing laten aansluiten op de periode van daadwerkelijke ter beschikkingstelling

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)

Amendement

Nummer: 2025D48005, datum: 2025-11-24, bijgewerkt: 2025-11-24 18:29, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36812 -54 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026).

Onderdeel van zaak 2025Z20369:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 54 AMENDEMENT VAN HET LID Van Eijk
Ontvangen 24 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Het in artikel IV, onderdeel B, voorgestelde vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot vierde en vijfde lid.

Toelichting

De pseudo-eindheffing is niet over het volledige kalenderjaar verschuldigd als de fossiele personenauto slechts een deel van het kalenderjaar ter beschikking wordt gesteld. Als de personenauto in een deel van de kalendermaand ter beschikking is gesteld voor privédoeleinden, wordt deze geacht de gehele kalendermaand ter beschikking te zijn gesteld. Indiener is echter van mening dat de pseudo-eindheffing verschuldigd zou moeten zijn vanaf de eerste terbeschikkingstelling van de fossiele personenauto. Als bijvoorbeeld de werkgever een fossiele personenauto ter beschikking stelt vanaf 15 juli 2027 dan ligt het voor de hand dat de pseudo-eindheffing over de maand juli vanaf die datum verschuldigd is en niet voor de gehele maand juli 2027. Dat wordt met dit amendement geregeld.

Toelichting technisch

In het wetsvoorstel wordt momenteel via het in artikel IV, onderdeel B, voorgestelde artikel 32bc, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 geregeld dat de pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s steeds voor een gehele kalendermaand wordt toegepast, ook als de fossiele auto maar een deel van de maand ter beschikking is gesteld. Via dit amendement wordt geregeld dat die bepaling vervalt. Dat heeft als gevolg dat de periode waarover de pseudo-eindheffing moet worden berekend, aansluit bij de periode waarin de fossiele personenauto daadwerkelijk ter beschikking is gesteld. Dat kan ook betekenen dat de pseudo-eindheffing pro rata moet worden berekend als over slechts een deel van de maand of een ander tijdvak een fossiele personenauto aan een of meer werknemers ter beschikking is gesteld.

Met dit amendement sluit de periode waarover pseudo-eindheffing verschuldigd is aan bij de periode waarover een eventuele bijtelling van toepassing is. Het kan echter ook voorkomen dat er geen bijtelling van toepassing is, maar wel een pseudo-eindheffing. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat woon-werkverkeer kan leiden tot pseudo-eindheffing, terwijl dan mogelijk geen bijtelling van toepassing is. Het kan ook voorkomen dat een bijtelling van toepassing is over een nulemissieauto, terwijl dan de pseudo-eindheffing (per definitie) niet van toepassing is. De budgettaire gevolgen van dit amendement zijn nihil.

Van Eijk