[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Dassen over het terugdraaien van de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)

Amendement

Nummer: 2025D48173, datum: 2025-11-25, bijgewerkt: 2025-11-26 08:54, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36812 -64 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026).

Onderdeel van zaak 2025Z20443:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 64 AMENDEMENT VAN HET LID dassen
Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel I, onderdeel D, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

Het in artikel 5.13, eerste lid, als eerste genoemde bedrag wordt vervangen door “€ 71.251” en het in dat lid als tweede genoemde bedrag wordt vervangen door “€ 142.502”.

II

Voor artikel I, onderdeel I, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ha

In artikel 8.19, tweede lid, wordt “0,1%” vervangen door “0,7%”.

III

In artikel II vervallen de aanhef alsmede de aanduiding “B.” voor het tweede onderdeel en in dat onderdeel wordt “In” vervangen door “In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2027 in”. Voorts wordt “vijfde lid, wordt” vervangen door “vijfde lid,”.

IV

Artikel II, onderdeel A, vervalt.

V

Na artikel XXXIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXXIIIA

In de Wet op de accijns wordt in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, “€ 516,25” vervangen door “€ 541,36”.

VI

Artikel XXXVIII, onderdeel B vervalt.

VII

Artikel XXXVIII, onderdeel D, komt te luiden:

D

In artikel XLIII wordt “1 januari 2026” vervangen door “1 januari 2027” en wordt het bedrag ”€ 516,25” vervangen door “€ 541,36”. Voorts worden de bedragen “€ 973,84”, “€ 635,90” en “€ 425,43” vervangen door respectievelijk “€ 1002,07”, “€ 703,55” en “€ 437,77”.

VIII

In artikel L, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘onderdeel A, onder 1,’ vervangen door ‘onderdelen A, onder 1, en Da’.

Toelichting

Met dit amendement wordt de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen teruggedraaid. Dit wordt gedekt door het gedeeltelijk terugdraaien van de korting op de dieselaccijns in 2026 en het structureel verhogen van de dieselaccijns met circa 5 cent per liter (ten opzichte van het basispad) vanaf 1 januari 2027. Daarbij is rekening gehouden met de effecten van de grondslagerosie, wat ervoor zorgt dat de extra opbrengsten van de verhoging van de dieselaccijns per jaar afnemen. Bij het gekozen accijnstarief resulteert dit in een tijdelijke overdekking in de eerste periode, gevolgd door een structurele dekking van de maatregel.

Vanaf 2028 is een bedrag van € 159 miljoen taakstellend opgenomen om een vergelijkbare regeling voor groenprojecten in het nieuwe (op werkelijk rendement gebaseerde) box 3-stelsel te creëren. Als dit amendement wordt aangenomen, kan dit nog door middel van een nota van wijziging worden verwerkt in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3.

Groen beleggen is één van de weinige fiscale regelingen die doelmatig en doeltreffend zijn bevonden. Het heeft als doel om kapitaal van particuliere spaarders en beleggers aan te trekken voor innovatieve duurzame projecten. Vanwege het hoge risicokarakter van deze beleggingen en om deze innovatieve duurzame beleggingen te stimuleren is er een belastingvoordeel vanuit de overheid beschikbaar gesteld. Zo krijgen spaarders en investeerders een tegemoetkoming voor het vaak lagere rendement op groene beleggingen ten opzichte van “gewone” beleggingen.

Het onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) laat zien dat het versoberen van de fiscale regeling aanzienlijke negatieve effecten heeft. De halvering van de vrijstelling leidt volgens RVO tot een daling van het ingelegde vermogen met 30 tot 37 procent, van circa € 6,7 miljard naar € 4,2 miljard. Daarmee komt de financiering van tal van duurzame projecten zoals zonneparken, warmtenetten, innovatief agrarisch beheer en circulaire bouw, direct onder druk te staan.

Indiener acht het behoud en de versterking van deze regeling daarom noodzakelijk om de private investeringsstroom richting groene en innovatieve projecten op peil te houden. Dit is cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelen, het versterken van het Nederlandse verdienvermogen en het versnellen van de energietransitie.

Door de vrijstelling te behouden en te versterken wordt voorkomen dat particuliere investeerders zich terugtrekken uit duurzame projecten en dat de publieke financieringsdruk verder oploopt. De dekking door een lichte verhoging van de dieselaccijns sluit bovendien aan bij de klimaatdoelstelling om vervuiling zwaarder te belasten dan verduurzaming.

Budgettaire effecten (in miljoen euro, prijzen 2025, inclusief btw, + is saldoverbeterend)

2026 2027 2028 2029 2030 2031 struc Struc. in
Korting dieselaccijns gedeeltelijk terugdraaien 2026 111 0 0 0 0 0 0 2027
Dieselaccijns verhogen vanaf 2027 0 206 200 189 179 168 159 2032
Terugdraaien groen beleggen naar niveau 2024 - 111 -159 -159 -159 -159 -159 -159 2027

Dassen