[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Dassen over het laten vervallen van de eenmalige vrijstelling voor de schenkbelasting voor kinderen

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)

Amendement

Nummer: 2025D48184, datum: 2025-11-25, bijgewerkt: 2025-11-25 14:59, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36812 -66 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026).

Onderdeel van zaak 2025Z20446:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 66 AMENDEMENT VAN HET LID dassen
Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Na artikel X wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XA

In de Successiewet 1956 wordt met ingang van 1 januari 2027 artikel 33, onderdeel 5o, als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van de aanhef vervalt de dubbele punt.

2. Subonderdeel a vervalt.

3. Voor subonderdeel b vervalt de aanduiding “b.”, onder verplaatsing van de tekst en de puntkomma aan het slot daarvan naar het slot van de aanhef.

Toelichting

Voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting van € 32.195 (bedrag 2025) waaraan geen bestedingsdoel is verbonden. Met het amendement wordt voorgesteld deze eenmalige vrijstelling voor kinderen voor de schenkbelasting met ingang van 1 januari 2027 af te schaffen. De structurele budgettaire opbrengst bedraagt € 33 miljoen. De budgettaire opbrengst in 2026 en de ingroei van de budgettaire opbrengst in latere jaren is het gevolg van schenkingen die in anticipatie op de maatregel naar voren worden gehaald.

2026 2027 2028 2029 2030 2031 Struc.
Afschaffen eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling 6 25 28 31 33 33 33

Indiener acht het wenselijk om werken meer te laten lonen dan erven. De schenk- en erfbelasting is één van de rechtvaardigste vormen van belasting, omdat het geheven wordt over onverdiend inkomen waar geen tegenprestatie aan wordt geleverd. De huidige vrijstelling in de schenk- en erfbelasting creëert hogere ongelijkheid, aangezien vooral hogere inkomens- en vermogensgroepen over de ruimte beschikken om dergelijke schenkingen te doen. Het afschaffen van deze vrijstelling leidt daarom tot een meer gelijke behandeling van alle jongeren, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond.

Indiener beoogt de opbrengsten van het afschaffen van de vrijstelling in te zetten voor het verhogen van het minimumjeugdloon. Werkende jongeren hebben vaak te maken hebben met hoge kosten (zoals studie, vervoer en wonen), maar verdienen een loon dat ver achterblijft op de kosten van hun bestaanszekerheid. Door de staffels te verhogen naar 90% voor 20-jarigen, 80% voor 19-jarigen, 70% voor 18-jarigen, 60% voor 17-jarigen, 50% voor 16-jarigen en 40% voor 15-jarigen, beoogt indiener te zorgen dat jongeren eerlijker worden beloond voor hun werk.

Deze verhoging van het minimumjeugdloon dient te worden geregeld bij algemene maatregel van bestuur, namelijk het Besluit minimumjeugdloon. Een verhoging van het minimumjeugdloon leidt tot hogere uitgaven op de SZW-begroting aan de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en loonkostensubsidie (LKS). De structurele kosten van deze verhoging zijn € 25 miljoen. Dit zijn de extra kosten bovenop de kosten van de verhoging van het minimumjeugdloon waartoe is besloten in de Voorjaarsnota 2025.

Raming verhoging minimumjeugdloon 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Struc.
Wajong 0 9 9 9 9 9 9
LKS 0 7 7 8 8 9 16
Totaal 0 15 16 17 17 18 25

Dassen