Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Verslag van de OVSE Ministeriële Raad op 5 en 6 december 2024 (Kamerstuk 36600-V-58)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2025D48210, datum: 2025-11-25, bijgewerkt: 2025-11-25 15:24, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: S.L. Dekker, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2024Z21160:
- Indiener: C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- : OVSE (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2024-12-17 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2024-12-19 12:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2025-06-19 17:15: Extra procedurevergadering commissie BuZa (groslijst controversieel verklaren) (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2025-11-25 14:00: NAVO en OVSE (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2025-11-27 15:30: NAVO en OVSE (wordt omgezet naar een schriftelijk overleg) (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld, .. xxxx 2025
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor de NAVO Foreign Ministers Meeting van 3 december 2025 (Kamerstuk 28676, nr. 555), de Geannoteerde agenda voor de OVSE Ministeriële Raad van 4 en 5 december 2025 (Kamerstuk 36800-V, nr. 21), het Verslag van de NAVO-top van 24-25 juni 2025 (Kamerstuk 28676, nr. 550) en het Verslag van de OVSE Ministeriële Raad op 5 en 6 december 2024 (Kamerstuk 36600-V, nr. 58)
De op 25 november 2025 aan de minister toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van … toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Klaver
De adjunct-griffier van de commissie,
Dekker
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
II Antwoord / Reactie van de minister
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
5% NAVO Norm
De leden van de D66-fractie constateren dat tijdens de NAVO-top in Den Haag afspraken zijn gemaakt over het The Hague Defence Investment Plan, waaronder de verplichting voor bondgenoten om uiterlijk in 2035 jaarlijks 5% van het bbp te investeren in defensie en bredere veiligheid, waarvan 1,5% vrij te besteden is aan onder meer civiele paraatheid, kritieke infrastructuur, innovatie en de defensie-industrie (Kamerstuk 28 676, nr. 550). Deze leden wijzen erop dat het grootste deel van de huidige defensie-investeringen nu al grotendeels terechtkomt bij Amerikaanse leveranciers. Dit leidt tot een groeiende strategische afhankelijkheid.
De leden van de D66-fractie vragen de minister daarom op welke wijze Nederland, en Europa als geheel, gaat borgen dat de forse verhoging van de defensie-uitgaven daadwerkelijk ten goede komt aan de Europese strategische autonomie en aan de versterking van de Europese defensie-industrie, in plaats van te resulteren in een verdere kapitaaluitstroom naar de Verenigde Staten.
Daarnaast vragen deze leden hoe de minister gaat voorkomen dat de uitgaven binnen de 1,5%-categorie slechts administratief worden ingezet ter dekking van reeds voorziene civiele infrastructuurprojecten. Zij verzoeken de minister te waarborgen dat deze middelen bovenal een concrete impuls vormen voor projecten die de militaire doorvoercapaciteit van het Nederlandse netwerk aantoonbaar versterken.
Caribisch Gebied
De leden van de D66-fractie constateren dat de in Den Haag gemaakte afspraken ten goede moeten komen aan de versterking van de geloofwaardigheid van het bondgenootschap en aan het onderhoud van het wederzijdse vertrouwen met de Verenigde Staten. In dat licht maken deze leden zich zorgen over recente berichten over Amerikaanse operaties in Caribische wateren, waarbij in het kader van de bestrijding van drugscriminaliteit vergaand, en volgens experts en bondgenoten buitenrechtelijk, geweld wordt ingezet.
De leden van de D66-fractie benadrukken het belang dat alle bondgenoten, inclusief de Verenigde Staten, hun operaties uitvoeren binnen de grenzen van het internationaal recht. Zij zijn van mening dat Nederland nooit direct of indirect betrokken mag raken bij operaties waarbij vermoedelijke drugscriminelen op open zee zonder proces of juridische basis worden beschoten of anderszins met onherroepelijk dodelijk geweld worden geconfronteerd. Deze leden vragen of de minister kan garanderen dat Nederlandse middelen of inlichtingen op geen enkele wijzen worden ingezet in Amerikaanse operaties waarbij boten in het Caribisch gebied worden beschoten of tot zinken worden gebracht.
Gaza Peace Plan
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het Amerikaanse vredesplan voor Gaza door de VN-Veiligheidsraad. Deze leden achten het positief dat er een internationaal mandaat ligt waarmee de internationale gemeenschap verder kan. Tegelijkertijd maken zij zich zorgen over aan aantal aspecten van het plan. Zo wordt Israël nergens bindend verantwoordelijk gehouden voor de snelle toelating van de vastgestelde hoeveelheden noodhulp, terwijl de behoefte daaraan urgent is. Daarnaast constateren deze leden dat onduidelijk blijft op welke wijze Israël verantwoordelijk kan worden gehouden voor de naleving van het staakt-het-vuren, eventuele schendingen daarvan en het lange-termijnsucces van het proces, terwijl dit wel als essentieel wordt gezien voor duurzame veiligheid en stabiliteit.
De leden van de D66-fractie vragen hoe de minister deze resolutie duidt, en hoe Nederland zich ervoor zal inzetten dat alle betrokken partijen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor zowel de acute hulpverplichting en de naleving van het staakt-het-vuren als het welslagen van het proces op de langere termijn. Ook is nog onduidelijk of wederopbouw, herstel en puinruiming daadwerkelijk ten goede zullen komen aan álle delen van Gaza, inclusief de zwaarst getroffen zones. In het vredesplan lijkt het erop dat de Palestijnen zelf nauwelijks een actieve stem lijken te hebben in de implementatie van het plan en het bestuur over de regio. Deze leden zijn van mening dat een internationale missie in Gaza alleen kan slagen wanneer het mandaat, de verantwoordelijkheden, de gezagsstructuur en de betrokkenheid van alle betrokken internationale en lokale actoren van begin af aan helder zijn.
De leden van de D66-fractie vragen de minister of hij voornemens is zich ervoor in te zetten dat Palestijnen een grotere en betekenisvolle zeggenschap krijgen binnen de uitwerking en uitvoering van het akkoord, en zo ja, op welke wijze hij dit concreet wil bevorderen. Daarnaast vragen deze leden welke concrete stappen Nederland ziet om te voorkomen dat het plan verzandt in een open-einde-operatie zonder duidelijke doelen, tijdspad of tastbare vooruitgang richting een houdbare tweestatenoplossing.
Turkije
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat Turkije deelneemt aan de OVSE-ministeriële bijeenkomst van 4 en 5 december 2025. Deze leden benadrukken dat Turkije niet alleen een volwaardige OVSE-deelnemer is, maar tevens NAVO-bondgenoot en kandidaat-lidstaat van de EU.
Tegen deze achtergrond maken de leden van de D66-fractie zich grote zorgen over de recente binnenlandse ontwikkelingen in Turkije. Waaronder over de burgemeester van Istanbul, Ekrem İmamoğlu, die meer dan 2000 jaar gevangenisstraf riskeert. Daarnaast constateren deze leden dat sinds de vorige lokale verkiezingen 18 andere democratisch gekozen oppositieburgemeesters zijn gearresteerd of uit hun functies zijn gezet. Deze leden vragen de minister of hij bereid is om tijdens de komende OVSE-bijeenkomst deze ontwikkelingen aan de orde te stellen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda’s voor de NAVO- en OVSE-bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken en hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.
NAVO
De leden van de VVD-fractie constateren dat de recente ontwikkelingen rondom het Trump stappenplan voor vrede tussen Rusland en Oekraïne elkaar snel opvolgen. Deze leden lezen dat het Trump stappenplan voorstelt een pad naar NAVO-lidmaatschap in de grondwet van Oekraïne in toekomst uit te sluiten. Hoe kijkt de minister naar deze berichtgeving? Op welke manier kan de NAVO, volgens de minister, Oekraïne militair het best blijven ondersteunen tot een staakt-het-vuren of vredesakkoord? Deze leden vinden dat het soevereiniteitsbeginsel op het spel staat bij een mogelijk vredesakkoord langs de lijnen van het Trump stappenplan. Mocht de deal zoals die is voorgesteld door president Trump worden opgedwongen aan Oekraïne, wat voor effect heeft dit dan op het soevereiniteitsbeginsel volgens de minister? Welke rol hoort de NAVO volgens de minister te krijgen na een staakt-het-vuren of vredesakkoord in Oekraïne? Nederland heeft afgelopen zomer het eerste pakket van 500 miljoen euro uit het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL)-initiatief gekocht voor Oekraïne. Heeft de minister zicht of Oekraïne op korte termijn een nieuw pakket uit het PURL-initiatief nodig heeft om de winter door te komen? Welke prioriteiten worden momenteel gesteld binnen het PURL-initiatief?
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd of de minister tijdens de volgende NAVO-bijenkomst met zijn ambtgenoten verder praat over de invulling van de nieuwe NAVO-norm. Deze leden lezen dat NAVO-partners in Ankara met een concreter pad moeten komen om de nieuwe norm te behalen in 2035. Hoe wordt binnen deze invulling gekeken naar de gezamenlijke opgave van de NAVO voor de verdediging van het grondgebied? Deze leden vinden het met name belangrijk om gezamenlijk te investeren in de luchtverdediging van de oostflank van het NAVO-grondgebied.
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd naar de visie van het Nederlandse kabinet op het jaarlijkse ministeriële rapport dat China duidt als ‘decisive enabler’ in de aggressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne. Op welke manier hoopt de minister dat de NAVO concreet invulling gaat geven tegen China’s rol als systeemrivaal? Zeker op het gebied van cyberveiligheid moet volgens deze leden de weerbaarheid van de NAVO-bondgenoten worden vergroot tegen Chinese cyberaanvallen. Welke rol ziet de minister hier weggelegd voor Nederland?
OVSE
De leden van de VVD-fractie constateren dat de recente ontwikkelingen rondom vrede in Oekraïne ook betrekking hebben op de bijenkomsten van de OVSE. Welke rol moet de OVSE volgens de minister spelen in het handhaven van een vredesbestand in Oekraïne? In het verleden heeft de OVSE een prominente rol gespeeld in het handhaven van een staakt-het-vuren. Echter heeft de OVSE geen militaire capaciteit maar uitsluitend inspectiecapaciteit. Deze leden lezen dat inspectieactiviteiten in, door en met Rusland en Belarus zijn stilgelegd sinds 2022. Kan de minister zich met gelijkgestemde landen inzetten om deze stillegging te verlengen na een mogelijk vredesakkoord tussen Rusland en Oekraïne? Met het oog op een mogelijke OVSE-missie in Oekraïne vinden deze leden het zeer onwenselijk als Rusland of Belarus hier een bijdrage aan zouden leveren. Welke rol kan de OVSE spelen, na een staakt-het-vuren of vredesbestand, in de wederopbouw van Oekraïne? Het gaat deze leden hier specifiek om het opruimen van niet-geëxplodeerde explosieven, met name landmijnen, om zo gebieden langs de frontlinie bewoonbaar te maken.
Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd welke rol de minister voor de OVSE weggelegd ziet als het gaat om het reduceren van conventionele wapens, in samenspraak met de Oekraïense autoriteiten, die momenteel in handen zijn van burgers of zijn achtergelaten langs de frontlinie. Onderzoek wijst uit dat vele illegale wapens in Europa afkomstig zijn uit voormalig conflictgebieden.
Naast de situatie in Oekraïne hebben de leden van de VVD-fractie nog enkele vragen over de OVSE-begroting. Wordt er bij de bijenkomst voor ministers gesproken over het opstellen van een nieuwe OVSE-begroting? Deze leden vinden het onwenselijk dat er sinds 2021 geen nieuwe begroting meer is aangenomen. Welke prioriteiten stelt de minister als het gaat om de hervormingen binnen de OVSE als het gaat om een nieuwe begroting?
Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat onlangs is besloten om de Nederlandse personele bijdragen aan het Benelux Arms Control Agency (BACA) vanaf 2026-2027 te reduceren waardoor bijvoorbeeld de deelname aan Weens Document inspecties gepauzeerd zullen worden. Wat heeft de minister doen besluiten om de Nederlandse bijdrage te reduceren? Is het in het kader van informatie-uitwisseling en ervaring niet handiger om wel op hetzelfde niveau bij te dragen aan BACA?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de NAVO Foreign Ministers Meeting (FMM) van 3 december jl. en de OVSE Ministeriële van 4 en 5 december jl. Zij hebben hierbij nog enkele vragen en opmerkingen.
NAVO
NAVO-norm
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen aan de minister of hij inzicht kan geven in de lopende discussie omtrent de invulling van de 1,5% van het BBP uit de NAVO-norm; zijn er ondertussen al concrete kaders gesteld. Zo ja, kan de minister deze leden van enige vuistregels voorzien waarmee kan worden bepaald of een overheidsuitgave voldoet aan die norm? Welke uitgaven op het terrein van Buitenlandse Zaken verwacht de minister daarmee te kunnen toerekenen aan de 1,5%-norm? Is het denkbaar dat respectievelijk het postennet, programma’s voor democratiebevordering, bijdragen aan veiligheid-gerelateerde Internationale Organisaties en ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s in fragiele of conflict-contexten onder de 1,5%-norm te scharen zijn? Heeft het kabinet tevens al opties geïnventariseerd om delen van de gelden uit de 1,5%-norm te besteden aan civiele paraatheid, weerbaarheid of cyber-veiligheid? Zo ja, kan de minister een aantal van de beleidsopties op deze onderwerpen schetsen en reflecteren op hun wensbaarheid, haalbaarheid en uitvoerbaarheid?
Oekraïne
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de minister of er in de Noord-Atlantische Raad verder wordt gesproken over het leveren van financiële en operationele steun om de kritieke energie-infrastructuur van Oekraïne te beschermen, versterken en waar nodig weer op te bouwen. Welke steun ambieert de minister gezamenlijk te bewerkstellingen, en hoeveel additionele gelden vereist dergelijke steun? Zullen de bezwaren van België over het inzetten van bevroren Russische Centrale Banktegoeden aan bod komen? Deze leden zijn van mening dat de België moet kunnen rekenen op eenduidige Europese steun. Is het kabinet bereid zich voor dergelijke steun in te zetten?
NATO-Ukraine Council
Hoe beoogt de minister zich tijdens de NATO-Ukraine Council op te stellen omtrent het Europese tegenvoorstel op het 28-puntenplan van Poetin en Trump? Zullen de onaanvaardbare elementen uit dit 28-puntenplan worden uitgelicht en bekritiseerd door de minister? Hoe verwacht hij dat een dergelijke discussie zich zal ontvouwen, gegeven het complexe politieke speelveld binnen de NAVO?
China en samenwerking in het Indo-Pacifisch gebied
Welke diplomatieke acties zou de NAVO volgens de minister kunnen nemen om de rol van China als ‘decisive enabler’ in de Russische agressieoorlog te verkleinen? Zijn hier – gegeven het feit dat deze rol in aanzienlijke mate is gevormd door de voorziening van halfgeleider-gerateerde componenten aan Rusland – ook gezamenlijke handelspolitieke acties te bedenken? Welke rol voorziet de minister voor de Indo-Pacific 4 in dit proces, en denkt hij dat deze vier partnerlanden bereid zijn deze rol te vervullen? Zo ja, onder welke voorwaarden? Is er verder brede steun voor nauwere samenwerking tussen deze landen en de NAVO? Wat is de status van het ministeriële rapport over China dat besproken wordt tijdens de FMM en kan dit rapport met de Kamer gedeeld worden?
OVSE
Besluiten
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwelkomen de aanstelling van een Nederlandse Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden. Zij horen verder graag welke prioriteiten de heer Kamp heeft gesteld voor zijn termijn als Hoge Commissaris. Verwacht het kabinet dat één of meerdere lidstaten nogmaals de begroting van de OVSE zullen blokkeren? Zo ja, welke lidstaten en met welke redenen? Op welke manier kan het kabinet op deze blokkade anticiperen en deze eventueel voorkomen?
Nationale verklaringen
Is de minister van plan bij de ministeriële vergadering nogmaals op te roepen tot het onmiddellijk vrijlaten van de drie OVSE-medewerkers die nog steeds onrechtmatig vastzitten in Rusland?
Verkiezingswaarneming Georgië
Kan de minister de gevolgen van het uitblijven van een effectieve verkiezingswaarnemingsmissie in Georgië inschatten? Hoe zal deze verzuiming van de Georgische regering worden besproken? Welke drukmiddelen zijn er binnen de OVSE om de Georgische regering op haar verantwoordelijkheden te wijzen? Hoe kan in de toekomst worden voorkomen dat een dergelijke missie geen doorgang vindt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de NAVO-bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken en de geannoteerde agenda van de OVSE-bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken en maken graag van de gelegenheid gebruik om daar nog enkele vragen over te stellen.
De leden van de CDA-fractie lezen met waardering dat Nederland de urgentie van voldoende steun aan Oekraïne zal benadrukken. Ook lezen deze leden dat Nederland het belang van gelijke lastenverdeling zal onderstrepen, dit vinden deze leden ook belangrijk, maar zij vragen daarbij wel aan de minister of de Nederlandse inzet voor steun aan Oekraïne ook afhankelijk is van de mate van gelijke lastenverdeling.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de minister de recente stijging in het aantal hybride acties vanuit Rusland duidt, en of hij de drone aanwezigheid boven Nederlandse vliegvelden ook in dit kader beziet.
De leden van de CDA-fractie vragen welke diplomatieke reacties er zouden moeten komen vanuit NAVO-lidstaten die met groeiende hybride acties vanuit Rusland geconfronteerd worden.
Deze leden vragen welke diplomatieke acties het NAVO-bondgenootschap zou kunnen ondernemen om de rol van China als ‘decisive enabler’ van de oorlog in Rusland te kunnen verkleinen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de OVSE-Ministeriële Raad.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de OVSE reeds vier jaar opereert zonder nieuw budget en dat hierdoor taken worden uitgevoerd op basis van het niveau van 2021. Deze leden vragen hoe het kabinet de risico’s beoordeelt die deze langdurige begrotingsimpasse met zich meebrengt voor de effectiviteit van de OVSE, en of Nederland inzicht heeft in de specifieke programma’s en missies die door deze financiële stagnatie onder druk staan. Ook vragen deze leden hoe het kabinet inschat dat de voortdurende koppeling van hervormingswensen aan het budget door sommige lidstaten de slagkracht van de organisatie ondermijnt.
De leden van de BBB-fractie lezen dat Nederland inzet op hervormingen, maar deze niet wil verbinden aan de begrotingsconferentie. Deze leden vragen welke concrete hervormingsvoorstellen momenteel op tafel liggen, in hoeverre Nederland deze steunt, en welke gevolgen het zou hebben als een compromis over hervormingen opnieuw niet kan worden bereikt. Ook vragen zij of het kabinet scenario’s heeft uitgewerkt voor het geval de OVSE wederom geen budget kan aannemen.
De leden van de BBB-fractie noteren dat de OVSE het primaire forum blijft waar de internationale gemeenschap Rusland rechtstreeks kan aanspreken. Deze leden vragen hoe het kabinet beoordeelt dat van ‘echte dialoog’ geen sprake meer is, maar dat de OVSE wel als diplomatiek kanaal in stand blijft. Zij vragen hoe de toegevoegde waarde van de OVSE in deze fase wordt gewogen, en of het kabinet inzicht heeft in welke concrete resultaten de OVSE het afgelopen jaar heeft kunnen behalen ondanks de Russische obstructie.
De leden van de BBB-fractie onderstrepen het belang van mensenrechten en democratische normen, maar vragen hoe wordt voorkomen dat het gebruik van mechanismen zoals het Moskou Mechanisme en het Weense Mechanisme, die onder andere door Nederland zijn ingezet, verdere polarisatie binnen de OVSE veroorzaken. Deze leden vragen in hoeverre dergelijke instrumenten nog effectief kunnen functioneren in een organisatie waarin consensus onder druk staat, en of alternatieven of parallelle kanalen worden overwogen voor het geval het functioneren van deze mechanismen verder wordt geblokkeerd.
De leden van de BBB-fractie nemen kennis van de Nederlandse bijdrage aan verkiezingswaarneming door de OVSE, maar vragen hoe het kabinet beoordeelt dat steeds meer landen waarnemingsmissies weigeren of beperken. Deze leden vragen welke gevolgen dit heeft voor de legitimiteit van het waarnemingsstelsel en hoe Nederland omgaat met landen die verkiezingen organiseren zonder OVSE-waarneming, zoals recent Georgië.
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie hoe het kabinet de voorgenomen reductie van Nederlandse personele inzet bij het BACA beoordeelt, en specifiek hoe dit zich verhoudt tot de groeiende behoefte aan inspecties en transparantie onder het Weens Document en het Open Skies Verdrag. Deze leden vrezen dat een reductie de Nederlandse rol in conventionele wapenbeheersing verzwakt en vragen om een onderbouwing hoe deze keuze past binnen de bredere Nederlandse strategie voor militaire transparantie en wapenbeheersing in Europa.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen over de ministeriële raden van respectievelijk de NAVO en de OVSE.
NAVO
De leden van de SGP-fractie vragen of de minister een nadere duiding kan geven van de invulling van de 1,5%-norm? Deze leden begrijpen dat de precieze invulling overgelaten wordt aan het volgende kabinet. Brengt de minister hiervoor echter wel opties in kaart? Voor welke uitgaven op het terrein van Buitenlandse Zaken denkt de minister dat deze toegerekend kunnen worden aan de 1,5%-norm? Werkt de minister voor de invulling van de 1,5% ook samen met andere ministeries en zo ja, welke? Kan de minister aangeven of andere landen al meer duidelijkheid hebben over hoe zij de 1,5% in willen vullen? Welke keuzes maken landen hierin?
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de minister de recente stijging duidt in het aantal hybride acties en schendingen van het NAVO-luchtruim vanuit Rusland. Heeft de minister concrete aanwijzingen dat dergelijke acties ook al in Nederland plaatsvinden? Welke diplomatieke acties zouden er volgens de minister moeten worden genomen in reactie op de acties vanuit Rusland in de diverse NAVO-lidstaten? Kan hij het krachtenveld hiervoor binnen de NAVO schetsen?
De leden van de SGP-fractie vragen welke diplomatieke acties de NAVO volgens de minister kan ondernemen om de rol van China in het mogelijk maken van de Russische agressieoorlog tegen te gaan? Welke risico’s kleven er aan een eventuele diplomatieke reactie vanuit de NAVO?
OVSE
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de minister de toekomst van de OVSE voor zich ziet. Kan de OVSE naar het oordeel van de minister geloofwaardig en effectief functioneren zolang er sprake is van Russische dreiging? Wat betekent dit op termijn voor Russische deelname aan de OVSE? Hoe denkt de minister ervoor te zorgen dat de blokkade van het budget opgeheven kan worden?
II Antwoord/ Reactie van de minister
III Volledige agenda
Minister van Buitenlandse Zaken, Geannoteerde agenda voor de NAVO Foreign Ministers Meeting van 3 december 2025 d.d. 18-11-2025
Minister van Buitenlandse Zaken, Geannoteerde agenda voor de OVSE Ministeriële Raad van 4 en 5 december 2025, d.d. 18-11-2025
Minister van Buitenlandse Zaken, Verslag van de NAVO-top van 24-25 juni 2025 d.d. 10-07-2025
Minister van Buitenlandse Zaken, Verslag van de OVSE Ministeriële Raad op 5 en 6 december 2024 d.d. 13-12-2024