Gewijzigd amendement van de leden Grinwis en Oosterhuis ter vervanging van nr. 53 over het verlengen van de bijtellingskorting voor elektrische auto's van de zaak
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2025D48366, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-26 11:12, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: H. Oosterhuis, Tweede Kamerlid (D66)
Onderdeel van kamerstukdossier 36812 -102 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026).
Onderdeel van zaak 2025Z20538:
- Indiener: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H. Oosterhuis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
- 2025-11-27 12:00: STEMMINGEN (over alle amendementen ingediend bij het Pakket Belastingplan 2026 en over de ingediende moties) (Stemmingen), TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 812 | Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026) | |
| Nr. 102 | gewijigd AMENDEMENT VAN de leden Grinwis en Oosterhuis ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 53 | |
| Ontvangen 26 november 2025 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
I
Na artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Aa
Artikel 3.20 wordt als volgt gewijzigd.
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt â15 jaarâ vervangen door â16 jaarâ.
2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. De onttrekking, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt op jaarbasis verlaagd met 4% van de waarde van de auto indien uit het kentekenregister blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer is, met dien verstande dat het bedrag van de verlaging ten hoogste âŹÂ 1.200 bedraagt tenzij de auto wordt aangedreven door een motor die kan worden gevoed met waterstof of de auto is voorzien van geĂŻntegreerde zonnepanelen waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat en het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is. Het verbruik in wattuur wordt gemeten overeenkomstig bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007  van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012  van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PbEU 2017, L 175).
II
Voor artikel II, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
Artikel 3.20, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt â16 jaarâ vervangen door â25 jaarâ.
2. In het tweede lid wordt â4%â vervangen door â2%â en wordt â⏠1.200â vervangen door â⏠600â.
III
Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIBIS
In de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt met ingang van 1 januari 2028 artikel 3.20, tweede lid.
IV
Voor artikel III, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
Artikel 13bis wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt â15 jaarâ vervangen door â16 jaarâ.
2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt op kalenderjaarbasis verlaagd met 4% van de waarde van de auto indien uit het kentekenregister blijkt dat de CO2-uitstoot 0 gram per kilometer is, met dien verstande dat het bedrag van de verlaging ten hoogste âŹÂ 1.200 bedraagt tenzij de auto wordt aangedreven door een motor die kan worden gevoed met waterstof of de auto is voorzien van geĂŻntegreerde zonnepanelen waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat en het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is. Het verbruik in wattuur wordt gemeten overeenkomstig bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG  van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008  van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008  van de Commissie (PbEU 2017, L 175).
V
Voor artikel IV, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
Artikel 13bis wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt â16 jaarâ vervangen door â25 jaarâ.
2. In het tweede lid wordt â4%â vervangen door â2%â en wordt â⏠1.200â vervangen door â⏠600â.
VI
Artikel V wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding âBâ geplaatst en in de tekst vervalt âde Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 inâ en wordt na âeerste lid,â ingevoegd âwordtâ.
2. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:.
A
Artikel 13bis, tweede lid, vervalt.
VII
Artikel L wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel a wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aa. artikel I, onderdeel Aa, toepassing vindt nadat artikel 10b.1, tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 met ingang van 1 januari 2026 is toegepast;.
2. Na onderdeel c wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
ca. artikel IV, onderdeel aA, toepassing vindt nadat artikel 35o van de Wet op de loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2026 is toegepast;.
Toelichting
Dit amendement voorkomt dat elektrische autoâs (EVâs) in één klap de facto zwaarder worden belast in 2026 in de bijtelling dan benzineautoâs. Vooral kleinere EVâs hebben namelijk nog een hogere aanschafprijs dan hun fossiele evenknie. De huidige bijtelling voor EVâs is 17% voor de eerste âŹ30.000 aan cataloguswaarde en daarboven 22%. In het Belastingplan 2026 dreigt dat over de hele linie in één keer 22% te worden. Indieners stellen voor dit meer geleidelijk te doen: 18% in 2026 voor de eerste âŹ30.000 euro, 20% in 2027 en pas vanaf 2028 22%. Als een EV in 2026 wordt aangeschaft, geldt de voorgestelde bijtelling van 18% gedurende 60 maanden; dat is kortom gelijk aan de huidige gang van zaken. Dit amendement vult daarmee ook het broodnodige flankerende beleid in dat nu ontbreekt bij de door het kabinet voorgestelde pseudo-eindheffing.
Dekking wordt gevonden in een geleidelijke versobering van de youngtimerregeling. Indieners stellen voor de minimumleeftijd voor youngtimers per 2026 met één jaar te verhogen van 15 naar 16 jaar en vanaf 2027 met nog eens negen jaar naar 25 jaar. Deze geleidelijke versobering biedt eigenaren van youngtimers het komende jaar de ruimte om hierop desgewenst te anticiperen. Beide maatregelen - de lagere bijtelling voor EVâs en de versobering van de youngtimerregeling - dragen bij aan de gewenste vergroening van het wagenpark in Nederland.
NB: dit amendement vereist om wetstechnische redenen ook een gekoppeld amendement op het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026. Deze twee amendementen moeten in samenhang worden bezien.
Toelichting technisch
Dit amendement regelt dat de in artikel 13bis, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) opgenomen korting op de bijtelling voor het privĂ©gebruik van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot per 1 januari 2026 alsnog twee jaar blijft bestaan, zij het in gewijzigde vorm. Het amendement wijzigt ook de hieraan gerelateerde bepaling in artikel 3.20, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). De bijtelling bedraagt 22% van de catalogusprijs. De korting bedraagt op grond van dit amendement 4%-punt in 2026, waardoor de bijtelling per saldo 18% van de catalogusprijs is voor autoâs zonder CO2-uitstoot. De korting bedraagt op grond van dit amendement 2%-punt in 2027 (bijtelling van per saldo 20%) en wordt afgeschaft per 1 januari 2028. De korting op de bijtelling wordt gemaximeerd op âŹÂ 1.200 in 2026, zodat de maximale korting wordt bereikt bij een autowaarde van âŹÂ 30.000. In 2027 bedraagt de korting op de bijtelling maximaal âŹÂ 600, de maximale korting wordt bereikt bij een autowaarde van âŹÂ 30.000.1 Als in 2026 of 2027 sprake is van een eerste toelating van een auto zonder CO2-uitstoot en recht ontstaat op de korting op de bijtelling, geldt deze korting voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van eerste toelating.
Ter dekking wordt de leeftijdsgrens van de zogenoemde youngtimerregeling aangepast in de Wet LB 1964 en de Wet IB 2001. De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privĂ©voordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen: 35% van de waarde in het economische verkeer. Dit amendement regelt dat de leeftijdsgrens per 2026 wordt verhoogd van 15 jaar naar 16 jaar. Voor autoâs die onder deze leeftijdsgrens zitten, wordt de bijtelling in 2026 vastgesteld op 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd met de hiervoor genoemde kortingspercentages. Vanaf 2027 wordt deze leeftijdsgrens wederom verhoogd van 16 jaar naar 25 jaar.
De horizonbepaling van artikel 35o Wet LB 1964 en de horizonbepaling van artikel 10b.1 Wet IB 2001, die regelen dat de huidige kortingsregeling met ingang van 1 januari 2026 vervalt, vinden op grond van dit amendement toepassing voordat in artikel 13bis Wet LB 1964, onderscheidenlijk artikel 3.20 Wet IB 2001, het in dit amendement opgenomen nieuwe tweede lid wordt ingevoegd, waarin voor de kalenderjaren 2026 en 2027 de korting op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot wordt opgenomen.
Dit amendement hangt samen met het amendement op het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026, in welk amendement wordt geregeld dat enkele in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026 opgenomen technische wijzigingen vervallen ter zake van het (zonder dit amendement) integraal vervallen van de hiervoor genoemde kortingsregeling per 1 januari 2026.
| Budgettaire effecten pakket in mln. ⏠prijspeil 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | struc |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bijtellingskorting in 2026-2027 | -35 | -54 | -62 | -50 | -40 | -26 | -9 | -5 | -6 | -5 | 0 |
| Youngtimerregeling versoberen | 2 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 |
| Totaal | -33 | 0 | -8 | 4 | 14 | 28 | 45 | 49 | 48 | 49 | 54 |
Grinwis
Oosterhuis
Er geldt geen maximering voor autoâs die worden aangedreven door een motor die kan worden gevoed met waterstof en voor autoâs die zijn voorzien van geĂŻntegreerde zonnepanelen waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat en het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek gedeeld door het verbruik in wattuur per kilometer ten minste 7 is.â©ïž