Overzicht appreciaties amendementen pakket Belastingplan 2026
Bijlage
Nummer: 2025D48588, datum: 2025-11-26, bijgewerkt: 2025-11-26 18:19, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Appreciaties moties en amendementen pakket Belastingplan 2026 (2025D48587)
Preview document (🔗 origineel)
Bijlage 1
Overzicht appreciaties ingediende amendementen pakket Belastingplan 2026
Wetsvoorstel Belastingplan 2026
| Kamernummer: 36812 24 | Inhoud amendement: Het lage btw-tarief op sierteeltproducten, te weten bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten wordt per 1 juli 2026 afgeschaft. Hiervoor gaat het algemene btw-tarief gelden. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: Deze maatregel treft de landbouwsector. Het kabinet is niet voornemens de btw op sierteelt te verhogen. Daarom ontraadt het kabinet het amendement. | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Voor de Belastingdienst uitvoerbaar per 1 juli 2026. Het bedrijfsleven kan een langere doorlooptijd nodig hebben. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 25 | Inhoud amendement: - Schrappen pseudo-eindheffing - verhogen tariefkorting kampeerauto mrb - herintroduceren ¼ tarief voor paardenvervoer in de mrb |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Vermeer (BBB) | Appreciatie: ontraden | |||||||
Gevolgen: Het amendement schrapt het voorstel voor invoering van de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s met ingang van 1 januari 2027. Het amendement wijzigt ook het Belastingplan 2024. Voorgesteld wordt met ingang van 1 januari 2026 in de motorrijtuigenbelasting en de provinciale opcenten (1) de tariefkorting voor een gehouden kampeerauto te verhogen van 50% naar 59,6% en (2) het kwarttarief voor paardenvervoer te behouden. Het amendement draait het voorstel in het Belastingplan 2026 om een pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s in te voeren terug. Het kabinet vindt dit onwenselijk, omdat de pseudo-eindheffing een belangrijke maatregel is om de verkoop van elektrische auto’s te versnellen en de klimaatdoelen dichterbij te brengen. De geraamde CO2-reductie van de pseudo-eindheffing is 0,3 tot 0,6 Mton in 2030. Indien de pseudo-eindheffing niet wordt ingevoerd, dan gaat deze CO2-reductie verloren. Het amendement herstelt een versoberde en een afgeschafte fiscale regeling, die beide negatief zijn geëvalueerd. De Raad van State adviseerde in haar advies op het Belastingplan 2026 het verlaagde tarief voor de kampeerauto volledig te beëindigen. De uitzondering voor paardenvervoer is fraudegevoelig en heeft volgend jaar slechts nog betrekking op 2000 voertuigen. Het amendement draagt niet bij aan stabiel en duidelijk overheidsbeleid. De afschaffing en versobering zijn eind 2023 door de Kamer goedgekeurd. Er was een ruime overgangstermijn die via het Belastingplan 2024 voorzien en er heeft recentelijk actieve communicatie vanuit de Belastingdienst plaatsgevonden richting houders van kampeerauto’s en motorrijtuigen voor paardenvervoer. Door dit amendement wordt er op het laatste moment alsnog ander beleid voorgesteld. Het amendement wordt ontraden. |
||||||||
| Budgettaire aspecten: | ||||||||
| Budgettaire effecten pakket in mln. € prijspeil 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | struc | struc in | |
| niet invoeren pseudo-eindheffing | -208 | 313 | 276 | 178 | 135 | 43 | 2035 | |
| terugdraaien paardenvervoer naar kwarttarief | -2 | -2 | -2 | -2 | -2 | -2 | 2030 | |
| terugdraaien halftarief kampeerauto naar 40,4% (rijksdeel) | -38 | -37 | -35 | -33 | -32 | -32 | 2030 | |
| verlagen halftarief kampeerauto bedrijfsmatig naar 40,4% (rijksdeel) | -1 | -1 | -1 | -1 | -1 | -1 | 2030 | |
| terugdraaien halftarief 40,5% kampeerauto's dekking pronvincies | -10 | -9 | -9 | -9 | -8 | -8 | 2030 | |
| totaal | -259 | 264 | 229 | 133 | 92 | 0 | 2035 | |
Uitvoeringsgevolgen: Niet invoeren pseudo-eindheffing Uitvoerbaar per: 1 januari 2027. terugdraaien van het schrappen van het kwarttarief mrb paardenvervoer Niet uitvoerbaar per: 1 januari 2026. Gedeeltelijk schrappen van de verhoging mrb kampeerauto’s Niet uitvoerbaar per: 1 januari 2026. |
||||||||
| Kamernummer: 36812 30 | Inhoud amendement: Niet invoeren pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stoffer (SGP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement draait het voorstel in het Belastingplan 2026 om een pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s in te voeren terug. Het kabinet vindt dit onwenselijk, omdat de pseudo-eindheffing een belangrijke maatregel is om de verkoop van elektrische auto’s te versnellen en de klimaatdoelen dichterbij te brengen. De geraamde CO2-reductie van de pseudo-eindheffing is 0,3 tot 0,6 Mton in 2030. Indien de pseudo-eindheffing niet wordt ingevoerd, dan gaat deze CO2-reductie verloren. Daarnaast leidt het amendement tot een budgettaire derving in 2026, wat een negatief effect heeft op het EMU saldo volgend jaar. Daarom wordt het amendement ontraden. | |||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 1 januari 2029. | |||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 31 | Inhoud amendement: Afschaffen landbouwvrijstelling per 1 januari 2026 zonder overgangsrecht | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||
| Gevolgen: Het betreft afschaffing van de landbouwvrijstelling in de winstsfeer (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) zonder overgangsrecht. Op grond van de landbouwvrijstelling zijn waardeveranderingen van landbouwgrond onder voorwaarden vrijgesteld. Bij een afschaffing van de landbouwvrijstelling zonder overgangsrecht worden niet alleen toekomstige waardeveranderingen (na afschaffing), maar ook waardeveranderingen van vóór het moment van afschaffing in de heffing betrokken als grond in de toekomst wordt overgedragen. In de recente evaluatie van de landbouwvrijstelling wordt het gebruik van een overgangsregime bij afschaffing van de landbouwvrijstelling als beleidsmatig verstandig gezien (SEO, 2024).1 Vanwege het ontbreken van het overgangsrecht en de uitvoeringsgevolgen voor de Belastingdienst wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Niet uitvoerbaar per 1 januari 2026 vanwege het ontbreken van overgangsrecht en het feit dat een structuurwijziging noodzakelijk is voor de definitieve aanslag inkomensheffing waarvoor geen ruimte is in het IV-portfolio. | |||||||||||||
| Kamernummer: 36812 32 | Inhoud amendement: verlagen brandstofaccijnskorting 2026 | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Grinwis (CU) | Appreciatie: ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Dit amendement regelt dat de CBAM-inkomsten niet worden ingezet voor de korting op de brandstofaccijns in 2026. In de toelichting staat dat de inkomsten worden aangewend om bezuinigingen op het openbaar vervoer te voorkomen. Hiervoor is een separaat amendement ingediend (kamerstuk 36800-XII-9). De verlaging van de korting op brandstofaccijns is evenredig verdeeld over benzine, diesel en LPG. De maatregel uit het Belastingplan 2026 beoogt een lastenstijging op brandstof in 2026 te voorkomen. Daarbij is uitvoering gegeven aan de brede wens van de Kamer om een prijsstijging van brandstof per 2026 te voorkomen. Dit amendement leidt ertoe dat de accijnstarieven voor benzine, diesel en LPG in 2026 met ongeveer 7% stijgen. Dit wijkt af van de bedoeling van de maatregel. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 1 januari 2026, indien uiterlijk 15 december bekend. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 33 | Inhoud amendement: Belastingvermindering in energiebelasting met 100 mln. verhogen, gedekt via verlaging budget MIA/Vamil. | ||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Ergin (DENK) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Het kabinet heeft in de MJN26 en het BP26 voorgesteld om de belastingvermindering met 100 mln. structureel te verhogen, in tegenstelling tot de incidentele verhoging (2026 t/m 2028) van de belastingvermindering met 200 mln., die in de VJN25 was afgesproken. De voorgestelde dekking vindt het kabinet ongewenst. De MIA/Vamil zijn twee doelmatige en doeltreffende regelingen, waarmee de aanschaf van innovatieve en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen wordt gestimuleerd. Het verlagen van de budgetten van deze regelingen heeft een significant negatief effect op het aantal investeringen in innovatieve en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten (inkomstenkader):
|
|||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, indien uiterlijk 1 december 2025 bekend. | |||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 36 | Inhoud amendement: Het lage btw-tarief invoeren op reparatie van huishoudapparaten. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt het lage btw-tarief ingevoerd voor de reparatie van huishoudapparaten. Uit onderzoek blijkt dat het verlaagde btw-tarief over het algemeen geen doelmatig instrument is om de beoogde doelen te bereiken. Deze maatregel staat ook haaks op het streven naar vereenvoudiging van fiscale wetgeving. De btw-richtlijn staat niet toe om apparaten die geen verband houden met het huishouden onder het lage btw-tarief te brengen. Een duidelijk afbakenende definitie van huishoudapparaten is noodzakelijk om de maatregel uitvoerbaar en handhaafbaar te doen zijn. Een dergelijke definitie ontbreekt in de btw-richtlijn en is mede daarom juridisch kwetsbaar. Het fiscale neutraliteitsbeginsel zal zelfs bij een scherp afgebakende definitie in de praktijk aanleiding zijn voor veel nieuwe fiscale procedures. De budgettaire derving is ingeschat op 148 mln per jaar vanaf 2027. Het amendement wordt ontraden. | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten: De budgettaire derving is ingeschat op 148 mln per jaar vanaf 2027. Deze inschatting is zeer onzeker gezien de onduidelijkheid over de afbakening.
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Niet uitvoerbaar per 1 januari 2027, gelet op de hiermee samenhangende complexiteitstoename en afbakeningsproblematiek. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 37 | Inhoud amendement: Afschaffen inkoopfaciliteit dividendbelasting | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Dit amendement schaft de inkoopfaciliteit voor beursfondsen in de dividendbelasting af. In 2023 is onderzoek gedaan naar de inkoop van eigen aandelen. Daaruit blijkt dat aan het afschaffen van de inkoopfaciliteit voor beursfondsen grote nadelen zitten. De dividendbelasting is gericht op heffing ten laste van de aandeelhouder. Zonder de inkoopfaciliteit zou een beursfonds bij inkoop van aandelen de dividendbelasting echter voor eigen rekening moeten nemen. Verder kan – in tegenstelling tot regulier dividend – de dividendbelasting niet worden verrekend door de aandeelhouder. Het afschaffen van de inkoopfaciliteit raakt ook het investeringsklimaat. Het afschaffen van de inkoopfaciliteit kan uiteindelijk tot vertrek van beursfondsen uit Nederland leiden. Dat raakt ook het mkb. De inkoopfaciliteit is ingevoerd zodat de inkoop van aandelen door Nederlandse beurfondsen niet nadeliger zou zijn ten opzichte van buitenlandse concurrenten. Het afschaffen van de inkoopfaciliteit voor beursfondsen leidt mogelijk ook tot lagere waarderingen op de beurs in vergelijking met buitenlandse beursgenoteerde bedrijven. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: De afschaffing van de aandeleninkoopfaciliteit per 1 januari 2026 is een structuuraanpassing die niet uitvoerbaar is per 1 januari 2026. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 39 | Inhoud amendement: Verlaging CO2-heffing voor ETS1- en lachgasinstallaties terugdraaien | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stultiens (GL/PvdA), Van Oosterhout (GL/PvdA) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement draait het voorstel in het Belastingplan 2026 om de CO2-heffing voor ETS1- en lachgasinstallaties te verlagen terug. Het kabinet heeft dit voorstel gedaan, vanwege de lastige internationale concurrentiepositie waar deze bedrijven zich in bevinden. Het terugdraaien van de voorgestelde verlaging, vindt het kabinet daarom onverstandig. Daarom wordt het amendement ontraden. Het kabinet heeft een overlegtafel met vertegenwoordigers van onder andere het Rijk, industriële bedrijven en groene NGO’s gevraagd te adviseren welke maatregelen als alternatief voor CO2-heffing kunnen dienen. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen NEa: Uitvoerbaar, het voorstel om de CO2-heffing voor ETS1- en lachgasinstallaties te verlagen wordt terug gedraaid. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 41 | Inhoud amendement: Uitzonderen van vruchten- en groentesappen van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Vermeer (BBB) Stoffer (SGP) en Hoogeveen (JA21) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||
Gevolgen: Met dit amendement worden vruchten- en groentesappen van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken uitgezonderd. Ten aanzien van het amendement geldt dat door het uitzonderen van vruchten- en groentesappen het tarief van de verbruiksbelasting voor de nog wél belaste dranken stijgt van € 26,13 naar € 30,19 per hectoliter. Dit terwijl het tarief van de verbruiksbelasting al hoog in vergelijking met de ons omringende landen. Per 1 januari 2024 is het tarief al verhoogd van € 8,83 naar € 26,13 per hectoliter. Het minimumbedrag in de bieraccijns is op dit moment gelijk aan het tarief van de verbruiksbelasting. De indieners stellen voor het minimumbedrag in de bieraccijns niet evenredig te verhogen. Dat betekent dat bier met een alcoholpercentage tot en met 3,7% alcohol ingevolge het amendement lager wordt belast dan alcoholvrije dranken. Dit is onwenselijk met het oog op het ontmoedigingsbeleid met betrekking tot alcohol. Indieners wijzen op de gezondheidseffecten van het drinken van vruchten- en groentesappen. De Gezondheidsraad wijst op de positieve effecten van het eten van fruit versus het drinken van sap. Ook kan het creëren van nieuwe uitzonderingen binnen het stelsel leiden tot onrechtmatige staatssteun. Daarom wordt het amendement ontraden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: De maatregel is uitvoerbaar per 1 januari 2027 | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 45 | Inhoud amendement: Inwerkingtredingsdatum multipliermaatregel tot 1 januari 2029 uitstellen | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Van Eijk (VVD), Van Dijk (CDA) en Hoogeveen (JA21) | Appreciatie: Oordeel Kamer | ||||||||||||||||
Gevolgen: Het amendement stelt voor om de introductie van de multiplier in de lucratiefbelangregeling met drie jaar uit te stellen tot 1 januari 2029. Voorgesteld wordt dit te dekken door een verhoging van de Aof-premie met 0,02 procentpunt. Het kabinet heeft ter uitvoering van de motie-Idsinga in het wetsvoorstel een maatregel voorgesteld waardoor de grondslag voor inkomen uit een middellijk gehouden lucratief belang wordt verbreed door middel van een multiplier, als de voordelen vanwege toepassing van de zogenoemde aanmerkelijkbelangvariant in box 2 zijn belast. Hierdoor wordt de belastingdruk op de betreffende voordelen uit een middellijk gehouden lucratief belang via deze grondslagverbredende multiplier in box 2 per 1 januari 2026 verhoogd tot maximaal 36%. Met dit amendement wordt de inwerkingtredingsdatum van de voorgestelde multipliermaatregel uitgesteld tot 1 januari 2029. Het voorstel wordt gedekt door de Aof-premie in 2026, 2027 en 2028 met 0,02 procentpunt te verhogen. Dit leidt tot hogere kosten op arbeid. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt verzocht de verhoging van de Aof-premie bij ministeriële regeling door te voeren. Dit amendement krijgt als appreciatie oordeel kamer. |
|||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 1 januari 2029. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 46 | Inhoud amendement: De structurele tariefsverhoging van de afvalstoffenbelasting en het invoeren van een tarief voor storten met ontheffing wordt teruggedraaid. Dit wordt gedekt door het budget van de EIA, MIA en Vamil evenredig te verlagen. | ||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Ergin (Denk) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt de structurele verhoging van de afvalstoffenbelasting terug gedraaid. Dit wordt gedekt door het budget van de EIA, MIA en Vamil evenredig te verlagen. De voorgestelde dekking vindt het kabinet ongewenst. De Energie-investeringsaftrek (EIA), Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) zijn doelmatige en doeltreffende regelingen, waarmee de aanschaf van innovatieve en milieuvriendelijke/energiebesparende bedrijfsmiddelen met name door het MKB wordt gestimuleerd. Het verlagen van de budgetten van deze regelingen heeft een significant negatief effect op het aantal investeringen in innovatieve, milieuvriendelijke en energiebesparende bedrijfsmiddelen. Er loopt een proces met de werkgroep afvalsector die de opdracht heeft gekregen om voorstellen te doen voor mogelijke alternatieven voor het afvalpakket in kaart te brengen. Het kabinet zal in het voorjaar besluiten over een mogelijk alternatieve invulling. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||
Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2027, simultaan aan de inwerkingtreding van de voorgenomen maatregel in BP26. |
|||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 47 | Inhoud amendement: het terugdraaien van de voorgestelde lastenverzwaringen in box 3 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Grinwis, Stoffer, Vermeer | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||
Gevolgen: De voorgestelde aanpassing van het forfait voor overige bezittingen in box 3 wordt teruggedraaid. Daardoor komt het forfait in 2026 op 6% in plaats van 7,78%. De voorgestelde verlaging van het heffingvrije vermogen in box 3 wordt eveneens teruggedraaid. Als dekking wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Wet Hillen) versneld afgebouwd. Het voorstel in box 3 zou leiden tot een budgettaire derving van € 1.267 miljoen per jaar voor de jaren 2026 en 2027. Het versneld afbouwen van de Wet Hillen levert niet genoeg op in 2026 en 2027 om deze derving te dekken. De budgettaire opbrengst loopt nog door tot 2047, maar volgens de begrotingsregels moet een voorstel binnen hetzelfde jaar gedekt worden. Dit betekent dat er geen sprake zou zijn van een verantwoorde dekking. Daarnaast is het uitgangspunt van dit kabinet dat er niet getornd wordt aan de hypotheekrenteaftrek. Aanpassingen in de eigenwoningregeling dienen integraal gewogen te worden en is eventueel aan een volgend kabinet. Het aanpassen van de afbouw van de Wet Hillen is daarom op dit moment onwenselijk. Daarom wordt dit amendement ontraden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten: Terugdraaien van de box 3-maatregelen leidt tot een derving in 2026 en 2027. De budgettaire opbrengst van het versneld afbouwen van Wet Hillen loopt door t/m 2047. Cumulatief is sprake van een opbrengst van 2.831 mln.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 1 januari 2026, als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameterwaarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 49 | Inhoud amendement: Met dit amendement wordt de vrijstelling in de overdrachtsbelasting ten behoeve van bedrijfsoverdracht in de familiesfeer uitgebreid met de neven, nichten, ooms, tantes, en de partner van de ondernemer. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Vermeer (BBB) | Appreciatie: ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt de vrijstelling in de overdrachtsbelasting ten behoeve van bedrijfsoverdracht in de familiesfeer uitgebreid met de neven, nichten, ooms, tantes, en de partner van de ondernemer. Dit amendement is een uitbreiding van een fiscale regeling. Het doel van de familievrijstelling is om versnippering van de onderneming na het overlijden van de eigenaar te voorkomen. Hoewel dit amendement daar aan bijdraagt, gaat het ook verder dan dat. De uitbreiding met neven, nichten, ooms, tantes en partners leidt er toe dat de vrijstelling verder van haar oorspronkelijke doelstelling komt te liggen. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 1 januari 2026. Dit amendement leidt naar verwachting wel tot een afname van de handhaafbaarheid en een toename van de complexiteit en daarmee een structurele toename van de personele inzet. Dit voorstel vergt geen structuurwijziging in de bestaande aangifteformulieren. Derhalve heeft deze maatregel geen IV-impact. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 50 | Inhoud amendement: maximering van de EIA en de MIA op de daadwerkelijk gemaakte winst |
|---|---|
| Indieners: Stultiens | Appreciatie: Oordeel Kamer |
| Gevolgen: Het bedrag van de energie-investeringsaftrek (EIA) en het bedrag van de milieu-investeringsaftrek (MIA) dat in een jaar door een ondernemer van de winst kan worden afgetrokken, wordt beperkt tot het bedrag van de winst uit de betreffende onderneming. Een niet gerealiseerde aftrek kan in latere jaren in aanmerking worden genomen. Dit amendement betreft een maatregel die is gericht op het tegengaan van specifieke structuren waarbij de EIA en MIA wordt gebruikt. Dit amendement krijgt het oordeel kamer. | |
| Budgettaire aspecten: Door deze maatregel valt de budgetuitputting van de EIA en de MIA lager uit. Doordat de EIA en de MIA gebudgetteerde regelingen zijn resulteert dit niet direct in een opbrengst. | |
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2029, met dien verstande dat dit amendement ertoe leidt dat de beschikbare ruimte voor systeemwijzigingen in de keten Inkomensheffingen per 2029 verder wordt beperkt waardoor er minder of geen ruimte is voor andere systeem¬wijzigingen. | |
| Kamernummer: 36812 52 | Inhoud amendement: Dit amendement maakt de voorgenomen beperkingen aan de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor oldtimers ongedaan. De dekking wordt volledig ingevuld door het versoberen van de SDE++ subsidie. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Vermeer (BBB) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement stelt voor om de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor oldtimers van 40 jaar en ouder alsnog te behouden. Het amendement wordt volledig gedekt door het versoberen van de SDE++ subsidie. Hiertoe wordt een apart amendement ingediend op de begroting van het Klimaatfonds. Een paar jaar geleden is besloten om de oldtimer-regeling te versoberen, omdat deze regeling negatief is geëvalueerd en dit leidt tot een vereenvoudiging van het belastingstelsel. Het terugdraaien van deze versobering vindt het kabinet daarom onverstandig. Tot slot is de SDE++ een belangrijk subsidie-instrument om ondernemers te helpen bij het verduurzamen. Het verlagen van het SDE++ budget is dan ook ongewenst. Het amendement wordt daarom ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2028 | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 55 | Inhoud amendement: Het amendement beoogt zowel het lage als hoge tarief in box 2 met 1,7%-punt te verhogen. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dobbe (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement stelt een verhoging van zowel het lage als hoge tarief in box 2 voor met 1,7%-punt. Bij een verhoging van 1,7%-punt bedraagt de gecombineerde belastingdruk voor een dga hierdoor maximaal 50,06%, wat hoger is dan dat voor de werknemer (maximaal 49,5%) en de IB-ondernemer (maximaal 44,7%). Het kabinet wil de lasten voor ondernemers – die van groot belang zijn voor Nederland – niet onnodig verzwaren. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameter-waarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 59 | Inhoud amendement: Dit amendement schaft per 1 januari 2026 de vrijstellingen af in de energiebelasting voor (a) metallurgische procedés, (b) mineralogische procedés, (c) chemische reductie en (d) elektrolytische procedés anders dan voor de productie van waterstof. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stultiens (GL-PvdA) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: Dit amendement schaft per 1 januari 2026 de vrijstellingen af in de energiebelasting voor (a) metallurgische procedés, (b) mineralogische procedés, (c) chemische reductie en (d) elektrolytische procedés anders dan voor de productie van waterstof. De maatregel verhoogt de lasten voor de beoogde verduurzamingsroute in de industrie. Voor de keramieksector verbetert de maatregel de verduurzamingsprikkels, maar leidt het ook tot een lastenverhoging. Buurlanden behouden wel de vrijstelling. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Niet uitvoerbaar per: 1 januari 2026, vanwege de verwachte voorbereidingstijd die de belastingplichtigen en de Belastingdienst nodig hebben. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 61 | Inhoud amendement: Afschaffen innovatiebox | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dobbe (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
Gevolgen: Dit amendement voorziet in het afschaffen van de innovatiebox in de vennootschapsbelasting per 1 januari 2026. Uit de evaluatie van de innovatiebox is gebleken dat deze grotendeels doeltreffend en deels doelmatig is ten aanzien van het bevorderen van het vestigingsklimaat. Innovatieve bedrijven en ondernemers moeten zich in Nederland willen blijven vestigen en hier ook (vervolg)investeringen doen. Bovendien is duidelijk, stabiel en voorspelbaar beleid belangrijk. Het afschaffen van de innovatiebox betekent juist instabiel en onvoorspelbaar beleid, aangezien dit kabinet recent heeft gekozen om de regeling in de huidige vorm voort te zetten. Dit amendement heeft daarmee negatieve gevolgen voor het Nederlandse investeringsklimaat. Om deze redenen wordt dit amendement ontraden. |
|||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026 voor boekjaren die aanvangen op of na 2026. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 62 | Inhoud amendement: Het amendement stelt een versobering van de expatregeling voor. Het maximum percentage wordt verlaagd van 30% (of 27% per 2027) naar 21%. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dijk (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: De expatregeling, voorheen de 30%-regeling, is in 2024 als doeltreffend beoordeeld. De expatregeling levert Nederland per saldo meer op dan dat hij kost en is in zoverre dus ook doelmatig. Dit effect zal sterk verminderen door een versobering van de regeling. De expatregeling is van groot belang voor het kunnen aantrekken van buitenlandse arbeidskrachten met een specifieke deskundigheid die Nederland hard nodig heeft voor de kenniseconomie die we willen zijn. De expatregeling heeft ook grote waarde voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Ruim 60% van de werkgevers met werknemers die gebruik maken van de expatregeling geven aan dat de expatregeling een belangrijke factor is om in Nederland te (blijven) ondernemen. Een versobering van de expatregeling zal, naar verwachting, direct een negatief effect hebben op het investeringsniveau van bedrijven in Nederland. Nederland is het enige land dat zijn expatregeling de afgelopen jaren meermaals heeft versoberd. Daarom wordt het amendement ontraden | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: De Belastingdienst verwacht bij aanname van het amendement een forse toename van het beroep op de controle- en handhavingscapaciteit, onder meer door veel extra bezwaar- en beroepschriften en toenemend gebruik van de ETK-regeling die gevoeliger is voor oneigenlijk gebruik. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 63 | Inhoud amendement: De CO2-heffing wordt voor ETS1- en lachgasinstallaties helemaal afgeschaft. Voor afvalverbrandingsinstallaties blijft de CO2-heffing bestaan. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Vermeer (BBB) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt de CO2-heffing voor ETS1- en lachgasinstallaties helemaal afgeschaft. Voor afvalverbrandingsinstallaties blijft de CO2-heffing bestaan. Het volledig afschaffen van de CO2-heffing voor ETS1- en lachgasinstallaties, zou betekenen dat twee mijlpalen uit het HVP worden teruggedraaid. Dit betekent een financiële tegenvaller voor Nederland van maximaal € 1,2 mld. (maximaal € 600 mln. per mijlpaal). Deze financiële tegenvaller is niet gedekt en onnodig, gezien het voorstel van het kabinet er al voor zorgt dat volgend jaar geen CO2-heffing hoeft te worden betaald door de ETS1-bedrijven. Het amendement heeft daarnaast als gevolg dat ETS1- en lachgasbedrijven geen gebruik meer kunnen maken van de carry back mogelijkheid. Ze kunnen hierdoor in toekomstige jaren een overschot aan dispensatierechten niet meer inzetten om het tekort aan dispensatierechten in 2025 te compenseren. Dit leidt tot een eenmalige budgettaire opbrengst van 48 mln. in 2025. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten (inkomstenkader):
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen NEa: Naar verwachting uitvoerbaar per 1 januari 2026, de precieze uitvoeringsgevolgen moeten door de NEa nader in kaart worden gebracht. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 64 | Inhoud amendement: Met dit amendement wordt de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen teruggedraaid. Dit wordt gedekt door het gedeeltelijk terugdraaien van de korting op de dieselaccijns in 2026 en het structureel verhogen van de dieselaccijns met circa 5 cent per liter (ten opzichte van het basispad) vanaf 1 januari 2027. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dassen (Volt) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt de versobering en afschaffing van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen teruggedraaid. Ter dekking wordt de verlaging van de dieselaccijns in 2026 gedeeltelijk teruggedraaid en wordt de dieselaccijns vanaf 2027 structureel verhoogd. De accijnsmaatregel uit het Belastingplan 2026 beoogt een lastenstijging op brandstof in 2026 te voorkomen. Daarbij is uitvoering gegeven aan de brede wens van de Kamer om een prijsstijging van brandstof per 2026 te voorkomen. Het dekkingsvoorstel leidt ertoe dat het accijnstarief voor diesel wel toeneemt in 2026. Dit wijkt af van de bedoeling van de maatregel in het Belastingplan. Vanwege deze dekking ontraad ik dit amendement. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten (inkomstenkader):
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Uitvoeringsgevolgen: het terugdraaien van de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, indien uiterlijk 15 december bekend en als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameterwaarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. verhogen dieselaccijns 1 januari 2026, indien uiterlijk 15 december bekend |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 65 | Inhoud amendement: Het amendement stelt voor de oldtimerregeling af te schaffen. Indiener wil dit budget gebruiken voor de MIA en Vamil. | |||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dassen (Volt) | Appreciatie: Ontraden | |||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement beëindigt de oldtimerregeling in de motorrijtuigenbelasting met ingang van 1 januari 2028. De oldtimervrijstelling heeft betrekking op voertuigen van voor 1985. Dit zijn dus oude voertuigen waarvan voor de belastingheffing relevante gegevens, zoals het gewicht, niet altijd zijn geregistreerd in het kentekenregister. Als het beëindigen van de vrijstelling resulteert in het individueel moeten keuren van deze voertuigen door de RDW is dat een ongewenst en zeer arbeidsintensief proces. Nadere analyse naar de beschikbare gegevens van oldtimers is vereist om ongewenste effecten van het amendement te kunnen voorkomen. Dit amendement wordt daarom ontraden. | ||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
||||||||||||||||||||||
Uitvoeringsgevolgen: Het afschaffen van de oldtimerregeling Uitvoerbaar per: 1 januari 2028, indien de gevolgen genoemd in de quickscan worden geaccepteerd verhogen budget MIA en Vamil Uitvoerbaar per: 1 januari 2028 |
||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 66 | Inhoud amendement: Met het amendement wordt voorgesteld de eenmalige vrijstelling voor kinderen voor de schenkbelasting met ingang van 1 januari 2027 af te schaffen. Dit geld wordt ingezet voor een verhoging van het minimumjeugdloon. | ||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dassen (Volt) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: De opbrengst van afschaffing van deze schenkingsvrijstelling. wordt ingezet voor de uitgavenkant, namelijk verhoging minimumjeugdloon. Het kabinet is geen voorstander van afschaffing. Daarnaast heeft het kabinet besloten om per 1 januari 2027 het minimumjeugdloon te verhogen. Met deze verhoging wordt volgens het kabinet de juiste balans gevonden tussen een toereikend minimaal loon aan de ene kant, en aan de andere kant de belangen dat jongeren een vervolgopleiding blijven volgen en een baan kunnen vinden. Daarom wordt het amendement ontraden | |||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Niet uitvoerbaar per 1 januari 2027. De afschaffing van de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling (zonder overgangsregeling) betreft een structuuraanpassing. | |||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 67 | Inhoud amendement: Met dit amendement wordt de expatregeling versoberd om €350 miljoen op te leveren, aan te wenden voor de politieorganisatie. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: van Dobbe (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: De expatregeling, voorheen de 30%-regeling, is in 2024 als doeltreffend beoordeeld. De expatregeling levert Nederland per saldo meer op dan dat hij kost en is in zoverre dus ook doelmatig. Dit effect zal sterk verminderen door een versobering van de regeling. De expatregeling is van groot belang voor het kunnen aantrekken van buitenlandse arbeidskrachten met een specifieke deskundigheid die Nederland hard nodig heeft voor de kenniseconomie die we willen zijn. De expatregeling heeft ook grote waarde voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Ruim 60% van de werkgevers met werknemers die gebruik maken van de expatregeling geven aan dat de expatregeling een belangrijke factor is om in Nederland te (blijven) ondernemen. Een versobering van de expatregeling zal, naar verwachting, direct een negatief effect hebben op het investeringsniveau van bedrijven in Nederland. Nederland is het enige land dat zijn expatregeling de afgelopen jaren meermaals heeft versoberd. Daarom wordt het amendement ontraden | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: De Belastingdienst verwacht bij aanname van het amendement een forse toename van het beroep op de controle- en handhavingscapaciteit, onder meer door veel extra bezwaar- en beroepschriften en toenemend gebruik van de ETK-regeling die gevoeliger is voor oneigenlijk gebruik. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 69 | Inhoud amendement: Aanpassing liquidatieverliesregeling met een voor-zover-benadering zonder omrekening naar Nederlandse maatstaven. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stultiens (GL-PvdA) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement stelt een aanpassing van de liquidatieverliesregeling voor met een voor-zover-benadering zonder omrekening naar Nederlandse maatstaven. Het kabinet heeft ter dekking van de budgettaire derving van het arrest binnen de liquidatieverliesregeling verschillende opties overwogen. Het kabinet heeft vervolgens in de Miljoenennota een alternatief aangekondigd en is voornemens de uitwerking zo snel mogelijk ter internetconsultatie aan te bieden. Als bij de uitwerking blijkt dat een beter alternatief voorhanden is, kan deze maatregel eventueel worden heroverwogen. De in het amendement voorgestelde voor-zover-benadering zou een optie tot heroverweging kunnen zijn. In het licht van de aangekondigde internetconsultatie wordt het op dit moment te vroeg geacht om daartoe over te gaan. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026 voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 70 | Inhoud amendement: Het btw-nultarief invoeren op openbaar vervoer. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Beckerman (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement stelt voor het btw-nultarief op openbaar vervoer in te voeren. Deze maatregel is niet in lijn met het streven naar vereenvoudiging van fiscale wetgeving. Het schrappen binnen één tabelpost in Tabel I leidt tot nieuwe afbakeningsgeschillen en daarmee tot fiscale procedures. Ondernemers kunnen daarnaast niet worden verplicht om het lage btw-tarief aan consumenten door te geven. Uit onderzoek blijkt dat een lagere prijs voor OV kan leiden tot méér gebruik van het OV, maar het leidt niet automatisch tot minder autogebruik. Het ligt in de rede om openbaar vervoer via andere maatregelen te stimuleren. Tot slot is de dekking ondeugdelijk onder meer vanwege de scheiding tussen inkomsten en uitgaven. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: Voor de Belastingdienst uitvoerbaar per 1 januari 2026. Het bedrijfs-leven kan een langere doorlooptijd nodig hebben. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 71 | Inhoud amendement: verlagen arbeidskorting en verlagen tarief eerste schijf inkomstenbelasting | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Grinwis (CU) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt de arbeidskorting bij alle drie de knikpunten verlaagd. Met de opbrengst wordt een verlaging van 0,05%-punt voorgesteld van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting in 2026 (de verlaging voor het jaar 2026 komt daarmee op 0,12%-punt uit). Ook in 2031, 2032, 2033 en 2035 wordt het tarief in de eerste schijf elk jaar met 0,01%-punt verlaagd, gedekt door een verlaging van de arbeidskorting bij alle drie de knikpunten. Het kabinet is van mening dat sprake is van een evenwichtig koopkrachtbeeld, inclusief de nota van wijziging die is opgesteld naar aanleiding van de motie van de leden Klaver en Kouwenhoven. Meer werken moet volgens het kabinet lonen en het verlagen van de arbeidskorting draagt daar niet aan bij. Tot slot kan de Belastingdienst in de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting geen rekening meer houden met dit amendement. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameterwaarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 73 | Inhoud amendement: Het amendement stelt een eenmalige indexatie van de schijfgrens in de WBSO per 1 januari 2026 voor. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Van Dijk (CDA) en Grinwis (CU) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement stelt een eenmalige indexatie van de schijfgrens in de WBSO per 1 januari 2026 voor. De WBSO is een belangrijk generiek innovatie-instrument gericht op het stimuleren van innovatieve werkzaamheden in Nederland. Hoewel het kabinet het idee van het stimuleren van innovatieve werkzaamheden ondersteunt, moet de dekking van extra stimuleringsmaatregelen wel op orde zijn. De begrotingssystematiek van de WBSO staat niet toe dat extra stimulering wordt gedekt uit onderuitputting in eerdere jaren, zolang niet vastgesteld kan worden dat de onderuitputting structureel is. Omdat de voorgestelde dekking van dit amendement niet conform de begrotingssystematiek van de WBSO geregeld is, wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026. | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 74 | Inhoud amendement: Btw-nultarief op groente en fruit | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) en Dijk (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Inhoudelijke appreciatie: Het amendement stelt een btw-nultarief voor groente en fruit voor. Uit het SEO-onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Financiën, blijkt dat de btw geen geschikt instrument is om de consumptie van groente en fruit te stimuleren.2 Deze conclusie wordt in brede zin onderschreven in diverse rapporten, waaronder die van het CPB, Dialogic, het Europese Parlement en de Raad van State.3 Uit alle onderzochte btw-varianten, waaronder ook varianten die aansluiten bij de definitie van ‘onbewerkte groente en fruit’, komt naar voren dat zij ongunstig scoren op doelmatigheid, doeltreffendheid, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid. Daarnaast betreft dit een kostbare maatregel waarvoor geen adequate dekking wordt voorgesteld, aangezien de financiering afhankelijk is van een afzonderlijk - nog over te stemmen – amendement (afschaffen belastingvrijstelling op inkoop van eigen aandelen, nr. 37). Daarom wordt het amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Niet uitvoerbaar per: 1 januari 2027, gelet op de hiermee samenhangende complexiteitstoename en afbakeningsproblematiek. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 100 | Inhoud amendement: De invoering van de pseudo-eindheffing schuift 1 jaar op. | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Van Dijk (CDA) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||
| Gevolgen: In het amendement wordt voorgesteld de invoering van de pseudo-eindheffing 1 jaar uit te stellen en de overgangstermijn tot 17 september 2031 te laten gelden. Het kabinet heeft reeds een ruime overgangstermijn voorgesteld, waardoor bedrijven voldoende tijd krijgen om te anticiperen op deze maatregel: Alleen voor nieuwe gevallen moet per 2027 de pseudo-eindheffing worden betaald. Voor bestaande leasecontracten gaat de pseudo-eindheffing pas per 17 september 2030 gelden. Dit betekent dat alle fossiele leaseauto’s die dit of volgend jaar worden geleverd, pas in 2030 onder de pseudo-eindheffing gaan vallen. Uitstel naar 2028 met een overgangstermijn tot 17 september 2031 is dan ook niet nodig en onwenselijk gezien de nadelige impact op het stimuleren van de tweedehandsmarkt en het halen van de klimaatdoelen in 2030. Tot slot heeft het amendement een fors negatief effect op het EMU-saldo in 2026. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2028 | |||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 101 | Inhoud amendement: Het amendement past het in het Belastingplan 2025 opgenomen voorstel aan voor de gerichte verruiming van de regeling voor de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stoffer (SGP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||
Gevolgen: Het amendement past het in het Belastingplan 2025 opgenomen voorstel aan voor de gerichte verruiming van de regeling voor de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. De dekking wordt gevonden door de arbeidskorting bij het derde knikpunt met 27 euro te verlagen. Het voorstel zorgt ervoor dat de fiscale oplossing voor de eenverdienersproblematiek minder gericht wordt. Ook de dekking door middel van de arbeidskorting maakt dat meer werken minder loont. Per 2039, als de tijdelijke maatregel voor eenverdieners afloopt, wordt de verlaging van de arbeidskorting weer teruggedraaid. Daarnaast klopt het amendement technisch niet. De verhoging van de arbeidskorting in 2039 is niet juist vormgegeven en kan budgettair niet weggestreept worden tegen de verlaging uit 2026. Daarom wordt dit amendement ontraden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 2028. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 102 | Inhoud amendement: De korting op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak blijft nog 2 jaar bestaan. In 2026 bedraagt de korting 4%-punt (bijtelling van 18% van de catalogusprijs) en in 2027 bedraagt de korting 2%-punt (bijtelling van 20% van de catalogusprijs). De korting geldt alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot. Daarnaast wordt de korting gemaximeerd, de maximale korting wordt bereikt bij een autowaarde van € 30.000. Ter dekking wordt de leeftijdsgrens van de youngtimerregeling aangepast. | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Grinwis (CU) en Oosterhuis (D66) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: In het amendement wordt voorgesteld dat de korting op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak nog 2 jaar blijft bestaan. Ter dekking wordt de leeftijdsgrens van de youngtimerregeling aangepast. Het amendement is niet helemaal gedekt: in de inkomstenkaderperiode (t/m 2028) resteert een derving van cumulatief € 41 miljoen. Daarom wordt het amendement ontraden. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026 indien uiterlijk 1 december 2025 bekend en voor de inkomensheffing wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameter-waarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 103 | Inhoud amendement: Het percentage van de vrijstelling in de expatregeling wordt aangepast. | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Dijk en Dobbe (SP) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: De expatregeling, voorheen de 30%-regeling, is in 2024 als doeltreffend beoordeeld. De expatregeling levert Nederland per saldo meer op dan dat hij kost en is in zoverre dus ook doelmatig. Dit effect zal sterk verminderen door een versobering van de regeling. De expatregeling is van groot belang voor het kunnen aantrekken van buitenlandse arbeidskrachten met een specifieke deskundigheid die Nederland hard nodig heeft voor de kenniseconomie die we willen zijn. De expatregeling heeft ook grote waarde voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Ruim 60% van de werkgevers met werknemers die gebruik maken van de expatregeling geven aan dat de expatregeling een belangrijke factor is om in Nederland te (blijven) ondernemen. Een versobering van de expatregeling zal, naar verwachting, direct een negatief effect hebben op het investeringsniveau van bedrijven in Nederland. Nederland is het enige land dat zijn expatregeling de afgelopen jaren meermaals heeft versoberd. Daarom wordt het amendement ontraden | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: De Belastingdienst verwacht bij aanname van het amendement een forse toename van het beroep op de controle- en handhavingscapaciteit, onder meer door veel extra bezwaar- en beroepschriften en toenemend gebruik van de ETK-regeling die gevoeliger is voor oneigenlijk gebruik. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 104 | Inhoud amendement: De voorgestelde verhoging van het forfait voor overige bezittingen in box 3 wordt gematigd. Verder wordt de verlaging van het heffingsvrije vermogen teruggedraaid. De dekking hiervoor wordt gevonden door het aangrijpingspunt van het toptarief in 2026 niet te indexeren. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Van Eijk (VVD) en De Groot (VVD) | Appreciatie: Oordeel Kamer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Het amendement stelt voor de voorgestelde verhoging van het forfait voor overige bezittingen in box 3 te matigen. Hierdoor komt het forfait uit op 7,07% in plaats van 7,78%. Verder wordt de verlaging van het heffingsvrije vermogen teruggedraaid. De dekking hiervoor wordt gevonden door het aangrijpingspunt van het toptarief in 2026 niet te indexeren. Er is een forse dekkingsopgave in box 3. Het kabinet heeft een voorstel gedaan voor dekking binnen hetzelfde domein, in box 3. Als de Kamer een andere afweging wil maken, laat het kabinet dat oordeel aan de Kamer. Wel wordt met dit amendement afgestapt van een onderbouwing van het forfait die is gebaseerd op langjarige gemiddelde werkelijke rendementen. Daarnaast kan de Belastingdienst in de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting geen rekening meer houden met dit amendement. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. Dit amendement krijgt oordeel Kamer. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameter-waarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 105 | Inhoud amendement: Niet doortrekken brandstofaccijnskorting | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Met dit amendement wordt de verlenging van de accijnskorting ongedaan gemaakt. Het kabinet kiest voor het verlengen van de accijnskorting op brandstof met als doel om de kosten van autorijden voor huishoudens en bedrijven te beperken en maakt daarmee een andere keuze dan het voorstel in dit amendement. Een eerdere beëindiging van de korting zou leiden tot een extra prijsstijging aan de pomp en een lastenverzwaring voor automobilisten. Bij een volledige doorberekening in de pompprijzen resulteert dit in een pompprijsstijging van ongeveer 11% voor benzine, 8% voor diesel en 6% voor LPG. Het kabinet acht dit onwenselijk. Om die reden wordt het amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per 1 januari 2026 indien uiterlijk 15 december bekend. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36812 106 | Inhoud amendement: Het amendement stelt voor om de algemene heffingskorting te verhogen en het aangrijpingspunt toptarief in box 1 in 2026 niet te verhogen. | ||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stultiens (GL-PvdA) | Appreciatie: ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: Met het amendement wordt de algemene heffingskorting verhoogd met € 59. Dit wordt gedekt door aangrijpingspunt van het toptarief in box 1 van de loon- en inkomstenbelasting in 2026 niet te verhogen. Het aangrijpingspunt blijft daardoor op hetzelfde niveau als in 2025 (€76.817). Het kabinet is van mening dat sprake is van een evenwichtig koopkrachtbeeld, inclusief de nota van wijziging die is opgesteld naar aanleiding van de motie van de leden Klaver en Kouwenhoven. Er is sprake van een positief koopkrachtbeeld voor 2026 voor alle inkomensgroepen. Door het progressieve karakter van de loon- en inkomstenbelasting dragen de sterkste schouders al de zwaarste lasten naar de mening van het kabinet. Tot slot kan de Belastingdienst in de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting geen rekening meer houden met dit amendement. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2026, als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameterwaarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn gemaakt met Prinsjesdag. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. | |||||||||||||||||||||||||||||
Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026
| Kamernummer: 36813-9 | Inhoud amendement: Het niet doorvoeren van technische wijzigingen die zien op het afschaffen van de korting op de bijtelling | ||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Grinwis (CU) en Oosterhuis (D66) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||||||||||||||||||
| Gevolgen: De korting op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak blijft nog 2 jaar bestaan. In 2026 bedraagt de korting 4%-punt (bijtelling van 18% van de catalogusprijs) en in 2027 bedraagt de korting 2%-punt (bijtelling van 20% van de catalogusprijs). De korting geldt alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot. Daarnaast wordt de korting gemaximeerd, de maximale korting wordt bereikt bij een autowaarde van € 30.000. Ter dekking wordt de leeftijdsgrens van de youngtimerregeling aangepast. Per 2026 verschuift de leeftijdsgrens van 15 naar 16 jaar. Vanaf 2027 wordt de leeftijdsgrens wederom verhoogd naar 25 jaar. Het Kabinet begrijpt de wens achter het amendement, want in geval van goedkopere, kleine auto’s kan de bijtelling de komende jaren van een elektrische auto hoger uitvallen de dan bij een vergelijkbare fossiele auto. Het amendement is echter niet helemaal gedekt: in de inkomstenkaderperiode (t/m 2028) resteert een derving van cumulatief 41 miljoen. Daarom wordt het amendement ontraden. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: 1 januari 2026 indien uiterlijk 1 december 2025 bekend en voor de inkomensheffing wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameter-waarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november. Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve-aanslagregeling. | |||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kamernummer: 36813-10 | Inhoud amendement: Verruiming van het tijdelijk overgangsrecht voor fondsen voor gemene rekening naar alle fondsen die op of na 1 januari 2025 zijn opgericht. |
|---|---|
| Indieners: Van Eijk (VVD) | Appreciatie: Ontraden |
| Gevolgen: Het tijdelijk overgangsrecht voor fondsen voor gemene rekening voorziet in een mogelijkheid voor bepaalde fondsen om hun fiscale transparantie van vóór 1 januari 2025 voort te zetten. Het kabinet ziet geen dwingende reden om het overgangsrecht uit te breiden naar fondsen opgericht op of na 1 januari 2025 fondsen, terwijl er wel aanzienlijke uitvoeringsrisico’s zijn ten aanzien van dit amendement. Mede daarom ontraadt het kabinet dit amendement. Daarnaast geldt voor deze nieuwe fondsen dat zij rekening kunnen houden met de wet- en regelgeving omtrent het fgr zoals die gelden per 1 januari 2025. Er is immers geen sprake van een reeds bestaande situatie, waardoor er geen sprake is van een voortzetting van fiscale transparantie. Ook ontraadt het kabinet het amendement omdat deze nieuwe fondsen niet geconfronteerd worden met het risico op twee overgangen van fiscale kwalificatie als gevolg van de mogelijke toekomstige wijziging van de fgr-definitie door de wetgever. Deze nieuwe fondsen krijgen potentieel te maken met een overgang van de fiscale kwalificatie als gevolg van de mogelijke toekomstige wijziging van de fgr-definitie. Of en in hoeverre bestaande fondsen met een dergelijke overgang te maken krijgen is sterk afhankelijk van de uiteindelijke inhoud van de eventuele wijziging. Het is zelfs mogelijk dat het aantal fondsen dat met een overgang van fiscale kwalificatie te maken krijgt, toeneemt door het overgangsrecht uit te breiden. Tot slot ontstaat door uitbreiding van het overgangsrecht een rechtsongelijkheid ten opzichte van fondsen voor gemene rekening die reeds bestonden op 31 december 2024 en fiscaal niet-transparant waren. Zij hebben niet de mogelijkheid om op basis van dit overgangsrecht transparant te worden, terwijl alle nieuwe fondsen wel die mogelijkheid hebben op grond van het amendement. Daarom wordt het amendement ontraden. | |
| Budgettaire aspecten: Dit amendement heeft geen budgettaire gevolgen. | |
| Uitvoeringsgevolgen: Dit amendement is niet uitvoerbaar per 1 januari 2026. Als gevolg van dit amendement kunnen ook fondsen met grote en dynamische groepen deelgerechtigden een beroep doen op het overgangsrecht. Dit kan tot problemen leiden in de uitvoering en handhaving, omdat de Belastingdienst niet altijd beschikt over de informatie die nodig is om tot heffing en invordering op het niveau van de deelgerechtigden over te gaan. Het risico bestaat dat de toegenomen werkzaamheden en kwetsbaarheden in de handhaafbaarheid niet beheersbaar zijn. Deze risico’s zijn van dien aard dat dit amendement niet uitvoerbaar is. | |
Wetsvoorstel differentiatie tarief vliegbelasting
| Kamernummer: 36815 5 | Inhoud amendement: Suriname in Bijlage A (lage tarief) van de vliegbelasting opnemen | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Grinwis (CU) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Suriname wordt per 1 januari 2027 opgenomen in Bijlage A bij de Wet belastingen op milieugrondslag. Dientengevolge geldt voor het vertrek van passagiers met als eindbestemming Suriname het lage tarief van € 29,40. Het amendement kent een juridische risico van ongelijke behandeling van landen en luchtvaartmaatschappijen. Ook zijn er geen aanknopingspunten dat historische banden in het fiscale recht een geldig argument zijn voor een verschillende behandeling van specifieke groepen. Tot slot is het amendement ongedekt. Daarom wordt het amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2027, mits de luchthavenexploitanten deze aanpassing tijdig kunnen implementeren. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36815 11 | Inhoud amendement: Afschaffen uitzondering transferpassagiers in de vliegbelasting | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Per 1 januari 2028 wordt de uitzondering voor transferpassagiers in de vliegbelasting geschrapt, zodat over het vertrek van transferpassagiers het reguliere tarief, op basis van de eindbestemming van de passagier, verschuldigd is. Uit onderzoek volgt dat transferpassagiers belangrijk zijn voor de netwerkkwaliteit van Nederlandse luchthavens. Transferpassagiers zijn erg prijsgevoelig en wijken door prijsstijgingen, die kunnen ontstaan door het schrappen van de uitzondering, snel uit naar andere luchthavens of alternatieve routes. Het schrappen van de uitzondering zou daarom naar verwachting leiden tot een afname van het aantal transferpassagiers, hetgeen naar verwachting leidt tot een afname van het aantal directe verbindingen en een verslechtering van de Nederlandse netwerkkwaliteit en het vestigingsklimaat. Een dergelijke grondslagverbreding kan daarom leiden tot concurrentienadelen voor de Nederlandse luchthavens of zelfs tot retaliatie door andere landen. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2028, mits de eindbestemming van de transferpassagiers in de administratie van de exploitanten van de luchthavens is of kan worden opgenomen. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36815 12 | Inhoud amendement: Differentiatie naar reisklasse van het tarief van de vliegbelasting | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Teunissen (PvdD) | Appreciatie: Ontraden | ||||||||||||||||
| Gevolgen: Per 1 januari 2028 wordt het tarief van de vliegbelasting gedifferentieerd naar reisklasse. Voor het vertrek van passagiers in een andere dan de laagste reisklasse in het vliegtuig wordt het reguliere tarief, op basis van de eindbestemming van de passagier, verdubbeld. Een dergelijke differentiatie vergroot de complexiteit van de heffing aanzienlijk. Reisklassen zijn namelijk niet uniform en kennen bij de vaststelling ervan bedrijfseconomische afwegingen. Indelingen verschillen en wisselen aanzienlijk per luchtvaartmaatschappij, per toestel en per vliegroute. Dit leidt naar verwachting tot een gebrek aan eenduidigheid en rechtszekerheid voor zowel de Belastingdienst als voor de luchthavens en luchtvaartmaatschappijen. De informatiepositie van de luchthavenexploitanten en van de Belastingdienst vergt nader onderzoek. Naar huidig inzicht acht de Belastingdienst dit voorstel, door de beperkte handhaafbaarheid, op dit moment niet uitvoerbaar. Daarom wordt dit amendement ontraden. | |||||||||||||||||
Budgettaire aspecten: In de raming is uitgegaan van invoering per 2030. Of dit dan uitvoerbaar is moet nog worden onderzocht.
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: voor de Belastingdienst uitvoerbaar per 1 januari 2028 mits de risico’s ten aanzien van de handhaaf-baarheid worden geaccepteerd. Er is nader onderzoek nodig om vast te stellen of en wanneer de luchthavenexploitanten hun systemen kunnen aanpassen om onderscheid te maken naar reisklassen. | |||||||||||||||||
| Kamernummer: 36815 13 | Inhoud amendement: Invoeren apart tarief in de vliegbelasting voor passagiers van vliegtuigen met ≤ 19 zitplaatsen | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Indieners: Stultiens (GL-PvdA) | Appreciatie: Oordeel Kamer | ||||||||||||||||
Gevolgen: Per 1 januari 2030 wordt een apart tarief ingevoerd voor passagiers die vertrekken met een vliegtuig met 19 of minder zitplaatsen (zogenoemde privéjets). Het tarief voor het vertrek van passagiers met een eindbestemming in bijlage A (EU en < 2.000 km) bedraagt € 420, in bijlage B (2.000 km – 5.000 km) € 1.015 en voor alle overige eindbestemmingen (> 5.500 km) € 2.100. Het tijdspad van het amendement biedt naar verwachting voldoende ruimte om een uitvoerbare optie uit te werken. Hier speelt met name mee dat het aantal vluchten met privéjets aanzienlijk kleiner is dan dat van reguliere vluchten. Hierdoor is de administratieve last die gepaard gaat met dit amendement naar verwachting te overzien. Als uit nader onderzoek blijkt dat voldoende betrouwbare gegevens in de administratie van de luchthavenexploitanten aanwezig zijn, zal de uitvoeringslast voor de Belastingdienst beperkt blijven en is deze maatregel voldoende handhaafbaar. Daarom krijgt dit amendement de appreciatie amendement oordeel Kamer. |
|||||||||||||||||
Budgettaire aspecten:
|
|||||||||||||||||
| Uitvoeringsgevolgen: Uitvoerbaar per: 1 januari 2030, mits de benodigde informatie aanwezig is in de administratie van de luchthavenexploitanten. De Belastingdienst ziet wel uitvoeringsrisico’s ten aanzien van de handhaafbaarheid en fraudebestendigheid door de afwijkende gegevensstromen voor privévliegtuigen. | |||||||||||||||||
Kamerstukken II 2023/24, 36418, nr. 137, bijlage.↩︎
Kamerstukken II 2022/23, 36 202, nr. 139.↩︎
Kamerstukken II 2022/23, 32 140, nr. 151; EPRS, VAT gap, reduced VAT rates and their impact on compliance costs for businesses and on consumers, September 2021; Kamerstuk II 2022-2023, 36 315, 2023D17277 (Advies Raad van State); L. Bettendorf, en S. Cnossen, ‘Bouwstenen voor een moderne btw’, CPB Policy Brief 2014/02.↩︎