Verslag van een schriftelijk overleg over de brief houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven (Kamerstuk 35247-12)
Regels ter bevordering van de totstandkoming en realisatie van maatschappelijke initiatieven gericht op duurzame ontwikkeling door na een daartoe strekkend verzoek deze initiatieven in regelgeving op te nemen (Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven)
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2025D48744, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 08:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I.J.M. Michon-Derkzen, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: R.D. Reinders, griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij het verslag van een schriftelijk overleg over de brief houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven (Kamerstuk 35247-12)
Onderdeel van kamerstukdossier 35247 -13 Regels ter bevordering van de totstandkoming en realisatie van maatschappelijke initiatieven gericht op duurzame ontwikkeling door na een daartoe strekkend verzoek deze initiatieven in regelgeving op te nemen (Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven).
Onderdeel van zaak 2025Z20696:
- Indiener: V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- 2025-12-09 16:45: Procedurevergadering Economische zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
Preview document (🔗 origineel)
35247 Regels ter bevordering van de totstandkoming en realisatie van maatschappelijke initiatieven gericht op duurzame ontwikkeling door na een daartoe strekkend verzoek deze initiatieven in regelgeving op te nemen (Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven)
Nr. Verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld (…)
Binnen de vaste commissie voor Economische Zaken hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Economische Zaken over de brief houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven (Kamerstuk 35247, nr. 12).
De op 17 april 2025 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ……. 2025 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Michon-Derkzen
De griffier van de commissie,
Reinders
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV–fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA–fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC–fractie
II Antwoord / Reactie van de minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
II Antwoord / Reactie van de minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie zijn het eens met het intrekken van de Wetsvoorstel Duurzaamheidsinitiatieven en hebben hier verder geen vragen over.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief over het intrekken van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
Vraag 1
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden de uitleg over het intrekken van de wet wat summier. Kan de minister een nadere toelichting geven over waarom de wet is ingetrokken?
Beantwoording vraag 1
Het ingetrokken wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
bevatte een grondslag om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
duurzaamheidsregels voor een hele sector te stellen, naar aanleiding van
een gemotiveerd verzoek uit de samenleving. Het toenmalige kabinet
beoogde met het ingetrokken wetsvoorstel verschillende drempels voor
duurzaamheidsinitiatieven weg te nemen die partijen kunnen ervaren bij
samenwerking met het oog op duurzaamheid, waaronder:
coördinatieproblemen, free-rider problematiek en spanning met het
mededingingsrecht.
Naast het wetsvoorstel, zetten de voorgaande kabinetten in op een wijziging van de Europese mededingingsregels om op die manier meer duidelijkheid en ruimte voor duurzaamheidsafspraken tussen partijen te creëren. Dit werd destijds gezien als een traject van lange adem, omdat men afhankelijk was van de Europese Commissie en medestanders in Europa. Zie ook de brief over de hoofdlijnen van het ingetrokken wetsvoorstel (Kamerstukken II, 2016/17, 30 196, nr. 480).
Mede door de gezamenlijke inspanningen van de toezichthouder ACM en de voorgaande kabinetten, hebben gesprekken in Europees verband geleid tot een verandering van denken over duurzaamheid binnen het mededingingskader in Europa.1 De Europese Commissie heeft expliciet oog gekregen voor knelpunten voor duurzaamheidsinitiatieven en biedt sinds 2023 ook meer ruimte in het mededingingskader voor duurzaamheidsafspraken tussen ondernemingen. Hierdoor het wetsvoorstel ingehaald door de tijd, zoals ook aangegeven in de intrekkingsbrief2 en de eerdere Kamerbrief hierover.3
Wat hielp bij het wegnemen van de spanning tussen mededinging en
duurzaamheid, was dat Nederland voorop liep met de concept Leidraad
Duurzaamheidsafspraken die in juli 2020 door ACM werd gepubliceerd.4 Daarnaast paste de Nederlandse
toezichthouder met haar concept Leidraad ook haar handhavingsbeleid aan
voor duurzaamheidsafspraken. Zo hoefden partijen die de concept Leidraad
te goeder trouw opvolgen, en waarbij de ACM tijdens een gesprek geen
grote risico’s signaleerde, niet meer te vrezen voor boetes. Onder de
Europese Green Deal kondigde de Europese Commissie in 2020 een
herziening van het Europese mededingingskader aan. Dit resulteerde in
2023 in een grondige herziening van de Commissierichtsnoeren voor
horizontale samenwerkingen (de horizontale richtsnoeren).5 De
herziene richtsnoeren bevatten een nieuw en toegewijd hoofdstuk aan
duurzaamheidsafspraken. In de praktijk houdt dit in dat de Europese
Commissie meer verduidelijkt welke ruimte er is voor samenwerking tussen
bedrijven. Daarmee maakt zij duidelijk dat zij net als de Nederlandse
mededingingsautoriteit ACM openstaat voor het tot stand laten komen van
Europese samenwerkingen tussen bedrijven op duurzaamheid. Als gevolg van
de herziene richtsnoeren heeft de ACM de Beleidsregel Toezicht ACM op
duurzaamheidsafspraken gepubliceerd (hierna: de beleidsregel).6 Deze beleidsregel volgt de aanpak
voor duurzaamheidsafspraken die de Europese Commissie beschrijft in de
horizontale richtsnoeren.
Vraag 2
Kan hierbij duidelijk uiteengezet worden waarom het wetsvoorstel volgens
de minister inmiddels nog maar beperkt van toegevoegde waarde
is?
Beantwoording vraag 2
De redenen om het wetsvoorstel in te trekken, zijn:
- Zoals uit de beantwoording van vraag 1 blijkt, is de meerwaarde van het ingetrokken wetsvoorstel verkleind op het punt van de spanning met het mededingingsrecht. Via een andere weg, namelijk de aanpassing van de horizontale richtsnoeren van de Europese Commissie, is het voornaamste doel bereikt waarvoor het wetsvoorstel in 2016 werd aangekondigd.7 Hierdoor kunnen ondernemingen met duurzaamheidsinitiatieven de handen ineen slaan om samen te werken en bij twijfels over de mogelijkheden zowel bij de Europese Commissie als de ACM terecht. Sinds 2021 zijn 16 toegestane duurzaamheidsafspraken in verschillende sectoren gepubliceerd op de website van de ACM.8
- De toegevoegde waarde van het ingetrokken wetsvoorstel zat in een brede grondslag om regels te stellen voor een hele sector om de duurzame ontwikkeling te bevorderen. Partijen die tegen coördinatieproblemen en free-rider problematiek aanlopen zouden hier gebaat bij kunnen zijn. Echter, de toegevoegde waarde van het wetsvoorstel zou in de praktijk ook beperkt zijn geweest door de reikwijdte van het wetsvoorstel. Zo waren in het wetsvoorstel de mogelijkheid om initiatieven vanuit de samenleving in te dienen, beperkt tot de volgende onderwerpen: vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, duurzame energieproductie of energiebesparing, diergezondheid of dierenwelzijn en zouden gestelde regels na vijf jaar komen te vervallen. Al met al maakt dit het ingetrokken wetsvoorstel ten aanzien van de verruiming in het mededingingskader, naar de opvatting van dit kabinet minder aantrekkelijk voor ondernemingen.
- Het creëren van een grondslag om duurzaamheidsregels voor een hele sector te stellen, past bovendien niet bij de wens van dit kabinet om regeldruk te beperken.
- Tot slot kan de formele wetgever altijd sectorspecifieke regels op het gebied van duurzaamheid stellen, mocht daar behoefte aan zijn. Daar doet het intrekken van het wetsvoorstel geen afbreuk aan.
Vraag 3
Welke delen van het wetsvoorstel worden overbodig door het Europese
mededingingskader?
Beantwoording vraag 3
Zie de beantwoording van vraag 2. Het reeds ingetrokken
wetsvoorstel is hierdoor in haar geheel overbodig geworden.
Vraag 4-5
Zijn er ook aspecten van het wetsvoorstel die nog niet Europees verband
worden geregeld en dus wel aanvullend zouden zijn? Zo ja, welke aspecten
zijn dit?
Beantwoording vraag 4-5
Nee. Eén van de doelen van het ingetrokken wetsvoorstel was om
duurzaamheidsinitiatieven meer doorgang te laten vinden. Uit voorgaande
beantwoording blijkt dat dit binnen het verruimde Europese
mededingingskader mogelijk is. Het Europese mededingingskader ziet op
het borgen van de mededinging bij samenwerkingen tussen ondernemingen en
staat los van de inhoud van het wetsvoorstel. Aanvullingen uit het
ingetrokken wetsvoorstel op het Europese mededingingskader passen niet
bij de wens van het demissionair kabinet om geen nationale koppen
bovenop Europese regels te plaatsen.
Vraag 6
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de beperkte toegevoegde waarde van het wetsvoorstel, zoals de minister aangeeft, zich verhoudt tot het argument dat het wetsvoorstel wordt ingetrokken in het kader van het verminderen van regeldruk voor bedrijven. Kan de minister dit nader toelichten?
Beantwoording vraag 6
De beperkte toegevoegde waarde van het ingetrokken wetsvoorstel
zat, zoals is toegelicht in het antwoord op vraag 2, in de grondslag om
op verzoek van de samenleving in gedelegeerde regelgeving regels te
stellen voor een gehele sector in het belang van duurzame ontwikkeling.
Het ingetrokken wetsvoorstel zelf bevatte dus geen materiële regels waar
ondernemingen aan hadden moeten voldoen. Het stellen van dergelijke
regels krachtens het ingetrokken wetsvoorstel, die ook zouden gelden
voor ondernemingen die niet betrokken zijn bij het initiatief, zou in
meer of mindere mate hebben kunnen leiden tot regeldruk.
Het intrekken van het wetsvoorstel doet er niet aan af dat partijen die vrijwillig willen samenwerken dat ook nog kunnen blijven doen, mits ze de Beleidsregel duurzaamheid van de ACM volgen en/of een informele beoordeling van de ACM of Europese Commissie hebben verkregen. Het intrekken van het wetsvoorstel verschaft ondernemingen die samen willen werken op duurzaamheid een eenduidige route om te bewandelen. Dit vermindert enigszins ook de regeldruk voor ondernemingen.
Vraag 7
Welke regels zouden er in het kader van dit wetsvoorstel voor het bedrijfsleven gaan gelden, die niet nu al geregeld wordt in andere (Europese) wetgeving?
Beantwoording vraag 7
Het ingetrokken wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
bevatte een grondslag om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
duurzaamheidsregels voor een hele sector te stellen, naar aanleiding van
een gemotiveerd verzoek uit de samenleving. Het Europese en nationale
recht bevatten op dit moment geen vergelijkbare regels. Dat neemt niet
weg dat het de Europese of nationale wetgever vrij staat om wetgeving
met duurzaamheidsregels voor een hele sector aan te nemen, al dan niet
naar aanleiding van een wens daartoe uit de samenleving.
Vraag 8 t/m 11
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de doelen zoals beoogd met het wetsvoorstel nu inderdaad ook zonder het wetsvoorstel worden bereikt. Kan de minister een aantal voorbeelden geven van duurzaamheidsinitiatieven die in het wetsvoorstel worden genoemd en daarbij aangeven of deze initiatieven met de huidige wetgeving doorgang kunnen vinden? Kan hij daarbij ook toelichten hoe deze initiatieven op dit moment worden omgezet in beleid? Zou de ‘Kip van de Morgen’9 bijvoorbeeld, met de huidige wetgeving inderdaad mogelijk zijn? Zou dit initiatief in dat geval worden vertaald naar wetgeving, zoals dit wetsvoorstel ook beoogd?
Beantwoording vraag 8 t/m 11
Het doel van het wetsvoorstel was om belemmeringen weg te halen
bij partijen, door ze een alternatief te bieden waardoor
duurzaamheidsinitiatieven alsnog van de grond zouden komen (zie vraag
1). De ‘Kip van Morgen’ was slechts één van de voorbeelden die genoemd
werden in het kader van het ingetrokken wetsvoorstel, omdat het de angst
illustreerde die partijen hadden om duurzaamheidsafspraken te maken,
namelijk de vrees voor boetes vanwege strijd met het kartelverbod. Het
andere genoemde voorbeeld van de sluiting van de kolencentrales, is via
het stellen van regels wél doorgegaan, zonder dat het ingetrokken
wetsvoorstel daarvoor nodig was. Inmiddels zijn 16
duurzaamheidsafspraken die aan de eisen voldoen, op de website van de
ACM gepubliceerd (zie vraag 2).
Bij de ‘Kip van Morgen’ was één van de belangrijkste punten voor het negatieve oordeel van de ACM dat de beperkte duurzaamheidswinst niet in verhouding stond tot de beoogde prijsverhogingen en de noodzakelijkheid ervan niet kon worden aangetoond. Uit een studie van de ACM in 2020 bleek ook dat duurzamer kippenvlees zonder de destijds in 2015 voorgestelde concurrentiebeperkende afspraken volop in de schappen lag. De studie toont aan dat supermarkten en bedrijven zelfstandig zijn overgegaan naar een duurzamer alternatief dan de ‘plofkip’. 10 Hoewel er nooit initiatieven voor het wetsvoorstel zijn ingediend, is het nog maar de vraag of de ‘Kip van Morgen’ de vereisten van het wetsvoorstel zou hebben gehaald om over te gaan tot het stellen van regels. Dit zou hebben afgehangen van de onderbouwing van het verzoek, het draagvlak en de uiteindelijke eigenstandige afweging van verschillende factoren (zoals markteffecten) door de minister.
Vraag 12 t/m 14
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op dit moment meer toestaat dan voorheen als het gaat om samenwerking op het gebied van duurzaamheid, maar dat dit vooral informeel is geregeld. Onderschrijft de minister dit? Zou de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven de ruimte die de ACM nu informeel geeft formeel vastleggen en zou dit niet veel meer duidelijkheid geven aan bedrijven? Welke afspraken zouden met de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven toegestaan worden, waar de ACM op dit moment geen toestemming voor geeft?
Beantwoording vraag 12 t/m 14
Nee. Dit berust op een misvatting over de rol van de ACM. De
ACM heeft een formele rol als toezichthouder op de Mededingingswet. Bij
samenwerking op duurzaamheidsgebied geeft de ACM ondernemingen
duidelijkheid en ruimte in relatie tot het kartelverbod, doordat de ACM
meedenkt en niet gelijk overgaat tot handhaving. Deze rol van de ACM bij
duurzaamheidsafspraken is vastgelegd in de Commissierichtsnoeren en de
beleidsregel van de ACM. Hoewel de beoordelingen van de ACM bij
duurzaamheidsafspraken informeel van karakter is, worden deze
beoordelingen gepubliceerd op haar website, en kunnen ondernemingen op
dit informele advies vertrouwen en doorgaan met hun afspraken.
Het ingetrokken wetsvoorstel bood de grondslag om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur duurzaamheidsregels voor een hele sector te stellen, naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek uit de samenleving. Hierbij zou dus sprake zijn geweest van het stellen van algemeen verbindende voorschriften, niet van afspraken tussen ondernemingen. Het ingetrokken wetsvoorstel had dus geen betrekking op de ruimte die het mededingingsrecht geeft voor duurzaamheidsafspraken tussen ondernemingen en de rol van de ACM daarbij. De rol van de ACM in het wetsvoorstel betrof bovendien een adviesrol over de markteffecten van de te stellen regels. Dit advies zou partijen die afspraken willen maken niet meer duidelijkheid geven dan ze op basis van het informele advies van de ACM al krijgen.
Op basis van de huidige werkwijze zijn inmiddels al 16 duurzaamheidsafspraken door de ACM toegestaan in verschillende sectoren.11 Ik vertrouw er daarom op dat het herziene Europese mededingingskader voldoende duidelijkheid en ruimte biedt voor private samenwerkingsafspraken tussen bedrijven over duurzaamheid.
Vraag 15-16
Deze leden vragen hoe het intrekken van het wetsvoorstel zich verhoudt tot de oproep van een aantal grote Nederlandse bedrijven die vragen om meer sectorverantwoordelijkheid. Recent riepen tien grote Nederlandse bedrijven, waaronder bol, IKEA en Zeeman op, om met meer en beter beleid te komen ter bevordering van circulair ondernemerschap.12 Eén van de zes maatregelen die zij voorstellen aan het kabinet is het stimuleren van het ontwikkelen en opschalen van sectorbrede oplossingen om circulariteit niet slechts door pioniers te laten dragen. Er zijn al tal van sectorinitiatieven, maar vaak ontbreekt de wettelijke grondslag om gezamenlijk te innoveren en dat op grote schaal te organiseren. Onderschrijft de minister dat de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven hieraan bij zou kunnen dragen? Wat zijn de gevolgen van het intrekken van de wet voor het stimuleren van sectorbrede oplossingen op het gebied van circulariteit?
Beantwoording vraag 15-16
Het is de vraag of het wetsvoorstel hieraan had kunnen bijdragen.
Hiervoor ontbreekt het aan ingediende initiatieven. Het wetsvoorstel
bood een grondslag om sectorbrede regels te stellen en had ook als doel
om belemmeringen (zoals ‘first mover disadvantage’) aan te pakken, maar
het kende ook een beperkte reikwijdte (reductie van broeikasgasemissies,
duurzame energieproductie of energiebesparing, en diergezondheid of
dierenwelzijn).
Het intrekken van het wetsvoorstel heeft geen directe gevolgen voor het stimuleren van sectorbrede oplossingen op circulariteit. Binnen de bestaande kaders kunnen oplossingen die bijdragen aan de circulaire economie alsnog tot stand komen, bijvoorbeeld door het aannemen van (nieuwe) specifieke (Europese) wet- of regelgeving of door het sluiten van sectorbrede convenanten. Deze mogelijkheden blijven bestaan.
Vraag 17
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de minister zonder dit wetsvoorstel kan voorkomen dat een kleine minderheid van bedrijven in een sector die niet duurzamer willen produceren, duurzaamheidsinitiatieven van de meerderheid van bedrijven in diezelfde sector frustreert.
Beantwoording vraag 17
Op basis van de nieuwe beleidsregel van de ACM en de
horizontale richtsnoeren van de Europese Commissie kunnen bedrijven die
het willen, duurzaamheidsinitiatieven op vrijwillige basis ontplooien.
Dit kan ook door het sluiten van convenanten mits de Beleidsregel van de
ACM goed wordt opgevolgd en/of er een informele beoordeling van de ACM
of de Europese Commissie is verkregen. Zo kan de situatie ontstaan dat
een meerderheid van de bedrijven (zelfstandig of door samen te werken)
over kan gaan tot duurzame productie en een kleine minderheid
achterblijft. Er zijn mij geen voorbeelden bekend waarbij een kleine
minderheid van bedrijven dit soort vrijwillige initiatieven zou kunnen
frustreren. Zonder het wetsvoorstel blijft de mogelijkheid om reguliere
wetgeving te maken gewoon bestaan.
Vraag 18 - 19
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat er in de UPV-systematiek (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) veel verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven wordt neergelegd om gezamenlijke afspraken te maken om maatschappelijke problemen op te lossen, en dat er in de doorontwikkeling van de UPV-systematiek alleen maar een groter deel van de uitvoering van de circulaire transitie bij bedrijven wordt belegd. Hoe verhoudt dit zich tot het intrekken van de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven? Onderschrijft de minister dat de Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven hiervoor van toegevoegde waarde zou zijn?
Beantwoording vraag 18 – 19
Zie ook de beantwoording van vraag 12 t/m 16. Ik zie geen
directe verhouding tussen de UPV-systematiek en het intrekken van het
wetsvoorstel. Of het wetsvoorstel hiervoor van toegevoegde waarde had
kunnen zijn, kan ik zonder concreet initiatief niet beantwoorden. Wel
blijft de mogelijkheid voor de wetgever om algemeen verbindende
voorschriften te stellen volgens het gangbare wetgevingsproces gewoon
bestaan.
Vragen 20 - 21
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook nog enkele vragen over hoe de minister, met de intrekking van dit wetsvoorstel, beoogt duurzaamheidsinitiatieven alsnog te stimuleren. Mochten boeren of andere initiatiefnemers een duurzaamheidsinitiatief starten, waar kunnen zij dan terecht om dit initiatief te laten vertalen naar wet- en regelgeving? Komt de minister met het intrekken van dit wetsvoorstel met een alternatieve manier waarop zulke maatschappelijk wenselijke initiatieven breder kunnen worden uitgerold?
Beantwoording vraag 20 – 21
Er zijn verschillende manieren waarop boeren of
initiatiefnemers met een goed duurzaamheidsinitiatief aandacht kunnen
vragen voor het breder uitrollen daarvan. Zij kunnen bijvoorbeeld een
petitie starten met een verzoek om regels op te stellen of aan te
passen, reageren op een publieke consultatie en/of politici of
beleidsmakers op nationaal of Europees niveau aanschrijven.
Ik zie geen noodzaak om met een alternatief te komen voor het ingetrokken wetsvoorstel (zie beantwoording vraag 1 t/m 5).
Vragen 22 - 23
Hoe zorgt de minister dat bedrijven die willen verduurzamen minder last
hebben van het zogenaamde ‘first mover disadvantage’? Op welke (andere)
manieren gaat het kabinet bottom-up klimaat- en
duurzaamheidsinitiatieven stimuleren?
Beantwoording vraag 22-23
Bedrijven die willen verduurzamen en last hebben van het ‘first
mover disadvantage’ kunnen door het sluiten van convenanten de handen
ineenslaan. Door samen te werken, kan worden voorkomen dat koplopers
last hebben van concurrenten die niet verduurzamen. De mogelijkheid voor
initiatiefnemers om hierover in gesprek te gaan met toezichthouder ACM
draagt bij aan het verminderen van dit ‘first mover disadvantage’.
Het kabinet heeft zichzelf, onder het hoofdstuk Energietransitie, leveringszekerheid en klimaatadaptatie van het regeerprogramma, het faciliteren van burgers, bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties met verduurzaming als doel gesteld.13 De regering schept de juiste randvoorwaarden hiervoor en voert stabiel overheidsbeleid. Bottom-up klimaat en duurzaamheidsinitiatieven dragen bij aan het behalen van klimaat- en duurzaamheidsdoelen. Het klimaat- en energiebeleid kent veel subsidies die bedrijven ondersteunen. Verder gaat de regering in gesprek met de omgeving, het maatschappelijk middenveld, medeoverheden, bewoners en bedrijven om de klimaatopgave te realiseren.
Vraag 24 t/m 26
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het wetsvoorstel zich verhoudt tot normerend klimaatbeleid. Uit onderzoek van CE Delft blijkt dat de overheid de afgelopen jaren te veel heeft ingezet op het subsidiëren van bedrijven om te verduurzamen en wordt geadviseerd om de komende tijd meer in te zetten op normeren. Het kabinet geeft in het Klimaatplan 2025-2035 aan dit advies ter harte te nemen. Zou dit wetsvoorstel bij kunnen dragen aan het normeren en daarmee verduurzamen van bedrijven en sectoren? Zo ja, hoe? Wat zijn de gevolgen van het intrekken van dit wetsvoorstel voor eventuele nieuwe normeringen die bijdragen aan de transitie naar een duurzame en eerlijke economie?
Beantwoording vraag 24 t/m 26
Doordat concrete initiatieven ontbreken, blijft de
beantwoording op de vraag of het ingetrokken wetsvoorstel kan bijdragen
aan het normeren en verduurzamen van bedrijven en sectoren, een
hypothetische exercitie. Of het mogelijk was geweest om regels te
stellen met betrekking tot dit voorbeeld, had afgehangen van het
ingediende verzoek, de aangetoonde draagvlak en onderbouwing voor de te
stellen regels en uiteindelijk de eigenstandige afweging van de
verantwoordelijke minister.
De wetgever heeft nog steeds de mogelijkheid regels te stellen voor eventuele nieuwe normeringen die bedragen aan de transitie naar een duurzame en eerlijke economie. Daar heeft het intrekken van het wetsvoorstel geen gevolgen voor (zie ook beantwoording vraag 18-19).
Vraag 27
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe het intrekken van dit wetsvoorstel zich verhoudt met het WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) -rapport ’Goede zaken. Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen’. De WRR concludeert dat de overheid een sleutelrol kan vervullen als het gaat om goed ondernemerschap, maar dat nu niet genoeg doet. Het kabinetsbeleid houdt gevestigde ondernemingen te veel uit de wind: dat maakt hen afwachtend en belemmert vernieuwing vanuit het bedrijfsleven. De WRR adviseert goede zaken te laten lonen door in te zetten op ambitieuze combinaties van beprijzing en normering en versterking van regie over regulering en toezicht. Zou het wetsvoorstel niet juist bij kunnen dragen aan versterkt de regie gericht op duurzaamheid?
Beantwoording vraag 27
Het ingetrokken wetsvoorstel bood een grondslag om regels te
stellen in het belang van een duurzame ontwikkeling. Het wetsvoorstel is
ingetrokken omdat het geen meerwaarde meer heeft, bedrijven die willen
samenwerken op duurzaamheid kunnen dit zonder het wetsvoorstel doen. Het
wetsvoorstel haalde onder andere de spanning met het mededingingsrecht
weg voor ondernemingen om samen te werken op duurzaamheid, maar er waren
weinig concrete casussen (en ze zijn nooit ingediend). Daarom heeft het
intrekken van het wetsvoorstel geen impact op goed ondernemerschap.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van onderhavige stukken en hebben op dit moment geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract hebben kennisgenomen van de brief houdende intrekking van het wetsvoorstel Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven en hebben hierover een enkele aanvullende vraag.
Vraag 28
De leden van de NSC-fractie vragen welke reacties uit het veld zijn ontvangen op deze intrekking, met name vanuit maatschappelijke initiatieven, brancheorganisaties en het bedrijfsleven.
Beantwoording vraag 28
Er zijn geen reacties uit het veld ontvangen op de brief waarmee het
wetsvoorstel is ingetrokken, noch op de Kamerbrieven van mijn
voorganger.
Fiche: mededeling herziening mededingingsbeleid (Kamerstuk II, 2021/22, 22 112, nr. 3277)↩︎
Kamerstuk II, 2024/25, 35 247, nr. 12.↩︎
Kamerstuk II, 2023/24, 35 247, nr. 11.↩︎
ACM biedt meer mogelijkheden voor samenwerking tussen bedrijven om klimaatdoelen te halen | ACM.nl en Concept Leidraad Duurzaamheidsafspraken | ACM.nl (juli 2020)↩︎
Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten↩︎
Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken (4 oktober 2023).↩︎
Kamerstukken II, 2016/17, 30 196, nr. 480.↩︎
ACM, Analyse ACM van duurzaamheidsafspraken Kip van Morgen (Analyse ACM van duurzaamheidsafspraken Kip van Morgen | ACM.nl)↩︎
ACM, 1 september 2020, Duurzamer kippenvlees ook zonder concurrentiebeperkende afspraken volop in de schappen | ACM.nl.↩︎
Afspraken met andere bedrijven over duurzaamheid | ACM.nl↩︎
MVO Nederland, Grote Nederlandse bedrijven en MVO Nederland roepen op tot opschaling circulaire economie (https://www.mvonederland.nl/nieuws-opinie/grote-nederlandse-bedrijven-en-mvo-nederland-roepen-op-tot-opschaling-circulaire-economie)↩︎