Verslag van een schriftelijk overleg over de voortgang van het vape- en tabaksbeleid (Kamerstuk 32011-122)
Tabaksbeleid
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2025D48806, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 08:59, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: M. Heller, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 32011 -126 Tabaksbeleid.
Onderdeel van zaak 2025Z20721:
- Indiener: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 27 november 2025
Betreft Schriftelijk Overleg (SO) inzake voortgang vape- en tabaksbeleid
Geachte voorzitter,
Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen en opmerkingen uit het Schriftelijk Overleg over de voortgang van het vape- en tabaksbeleid1.
Hoogachtend,
de staatssecretaris Jeugd,
Preventie en Sport,
Judith Zs.C.M. Tielen
32 011 Tabaksbeleid
Nr.
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld …………. 2025
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Tielen) over de voortgang van het vape- en tabaksbeleid2.
Voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Inhoudsopgave
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Reactie van de staatssecretaris
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsbrief over het vape- en tabaksbeleid en hebben hierover nog een aantal aanvullende vragen en opmerkingen.
Wat opvalt, is dat ondanks alle verboden en miljoenen euro’s aan campagnes, jongeren nog steeds massaal toegang hebben tot illegale vapes en rookwaren.
Dealers opereren via sociale media, terwijl de overheid zich drukker maakt om een telefonische hulplijn van meer dan drie ton per jaar. Hoe legt de staatssecretaris dit uit aan de Nederlanders die zien dat de illegale markt intussen gewoon doordraait?
In de eerste helft van dit jaar zijn meer dan 200.000 illegale vapes in beslag genomen. Dat klinkt indrukwekkend, maar wat zegt dit eigenlijk over de totale omvang van de markt?
Heeft de staatssecretaris enig zicht op hoeveel illegale producten er daadwerkelijk circuleren?
Uit de cijfers blijkt dat er nog steeds volop illegale verkoop plaatsvindt, zowel online als via kleine winkels. Blijkbaar lukt het de overheid niet om dit afdoende te handhaven. Is de staatssecretaris het met de leden van de PVV-fractie eens dat de huidige aanpak tekortschiet?
Genoemde leden vinden het onbegrijpelijk dat hardnekkige overtreders nog steeds vaak eerst een waarschuwing krijgen. Waarom geen directe boetes of sluitingen? Waarom zoveel coulance richting overtreders, terwijl de brave burger wel steeds strengere regels opgelegd krijgt?
Daarnaast blijkt uit de monitor nieuwe verkooppunten van rookwaren oktober/november 2024 dat het verbod in supermarkten een waterbedeffect heeft veroorzaakt: honderden nieuwe verkooppunten zijn geopend, vaak pal naast supermarkten.
Hoe helpt dit de jeugd beschermen? Hoeveel jongeren zijn er werkelijk minder gaan roken of vapen sinds dit verbod? Of is dit beleid enkel symboolpolitiek dat niets oplost?
De staatssecretaris spreekt over verhoging van de leeftijdsgrens en zelfs generatiegebonden verboden. Maar hoe helpt dat, als jongeren met een paar klikken via sociaal media illegale vapes kunnen bestellen? Hoe beoordeelt de staatssecretaris de kritiek dat dit beleid neerkomt op extra beperkingen voor de legale consument, terwijl de illegale handel nauwelijks wordt teruggedrongen?
Tot slot, hoe rijmt de staatssecretaris het beleid om roken en vapen te verbieden met het gelijktijdig legaliseren van wiet? Deelt de staatssecretaris de mening van de leden van de PVV-fractie dat hiermee tegenstrijdige signalen aan de jeugd worden afgegeven? En is zij bereid de legalisering van wiet, en de daarbij behorende wietteeltproef, stop te zetten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de brief aangaande voortgang van het vape- en tabaksbeleid. Genoemde leden hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de doelen betreft roken en tabak uit het preventieakkoord, met nadruk op nul procent rokerende jongeren in 2040. Ze vinden het zorgelijk dat het halen van deze doelen ver uit zicht lijkt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat ‘bij deze 1.892 inspecties werden 609 overtredingen van het rookverbod geconstateerd.’ Genoemde leden schrikken van het hoge aantal overtredingen. Kan de staatssecretaris nader toelichten hoe het kan dat er zoveel overtredingen zijn? Wat zijn de landelijke schattingen van het aantal overtredingen, zowel absoluut als procentueel? Schiet de handhaving en controle tekort, gezien het grote aantal overtredingen?
Tevens lezen genoemde eden dat de recidive cijfers bij herinspecties hoog zijn. Kan de staatssecretaris nader toelichten waarom de recidivecijfers zo hoog zijn? Is de staatssecretaris van mening dat de afschrikkende werking van de inspectie te laag is?
Ook bij het verkoopverbod zijn de overtredingscijfers in het algemeen en recidive in het bijzonder schrikbarend. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat bij 21 procent van de eerste inspecties een overtreding werd geconstateerd, gevolgd door een officiële waarschuwing. Van de 40 uitgevoerde herinspecties bleek 28 procent van de bedrijven opnieuw het verkoopverbod te overtreden. Wat gaat de staatssecretaris doen om het aantal overtredingen en her-overtredingen van bedrijven in de toekomst te voorkomen? Is de staatssecretaris van mening dat de afschrikkende werking van de inspectie te laag is?
Afgelopen begrotingsbehandeling is er twee miljoen euro vrijgemaakt voor de handhavingscapaciteit van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor vapes en vanaf 2026 drie miljoen euro structureel. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven meer inzet en versterking van toezicht en handhaving op illegale vapes en andere verboden rookwaren. Kan de staatssecretaris een stand van zaken geven in hoeverre dit vrijgekomen budget tot extra inspecties en handhaving heeft geleid? Is dit budget voldoende of schiet het tekort om het aantal illegale vapes zover terug te dringen, dat het daadwerkelijk significant moeilijker wordt voor jongeren om ze aan te schaffen?
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat bij een derde van de nieuwe verkooppunten de deur openstond. De staatssecretaris schrijft dat de NVWA zal blijven handhaven op overtreding van het reclameverbod. Wat gaat de NVWA doen om de handhaving op het verbod te verbeteren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ook dat bij 135 van de recidive zaken het bedrag van de opgelegde boete niet correct is bepaald. Dit leidt tot verhoogde kosten van 32.170,27 euro aan wettelijke rente die terugbetaalt moet worden. Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat in de toekomst weer gebeurt?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de douane in beperkte mate controles uitvoert op intra-EU-vluchten. Genoemde leden willen van de staatssecretaris graag weten waarom deze controles maar in beperkte mate worden uitgevoerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het belangrijk dat scholen voldoende ondersteuning krijgen bij het uitvoeren van het anti-rookbeleid. Genoemde leden lezen dat er een goed beoordeelde training voor scholen is ontwikkeld, maar dat die training al jaren niet meer wordt gegeven. Waarom wordt deze training niet meer gegeven? Is de staatssecretaris bereid om dit weer op te zetten?
Daarnaast is er een stappenplan ‘nicotinevrije school’ gemaakt. Wat gaat de staatssecretaris doen om er voor te zorgen dat trainingen over de naleving van het rookbeleid weer worden gegeven en het stappenplan wordt geïmplementeerd?
De staatssecretaris stelt dat de handhavingsbevoegdheden van de NVWA worden uitgebreid vanuit het Actieplan tegen Vapen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de staatssecretaris op welke manier hun bevoegdheden precies worden uitgebreid. Wat is de verwachte concrete impact van de maatregelen? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet niet voornemens is om een wettelijk verbod op roken in de auto met kinderen in te voeren vanwege uitdagingen voor de toezichthouder. Zij vragen de staatssecretaris om die reden waarom eventueel lastige of grote uitdagingen voor de toezichthouders als zwaarder belang wegen dan de gezondheid van minderjarigen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de fractie van de VVD danken de staatssecretaris voor haar voortgangsbrief over vapen en roken.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de NVWA in totaal 1892 gerichte rookcontroles heeft uitgevoerd in 2024. Kan de staatssecretaris aangeven hoe groot de kans is dat in een horeca-aangelegenheid een gerichte rookcontrole plaatsvindt? Hoe groot is de kans dat een horeca-aangelegenheid een controle krijgt in verband met het rookverbod en hoe groot is de pakkans als een horecagelegenheid zich niet aan de regels houdt?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de beoogde ruime halvering van het aantal verkooppunten gehaald is, nu supermarkten geen rookwaren meer mogen verkopen. Dit verheugt hen. Kan de staatssecretaris aangeven of zij zicht heeft of het beperken van de verkooppunten het tabaksgebruik doet dalen? Dit vooral in het licht van de constatering dat de meeste nieuwe verkooppunten in het zicht van een supermarkt liggen.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de verkenning van een verbod op de verkoop van nicotine houdende producten in te stellen voor mensen geboren op of na 1 januari 2012. Genoemde leden kunnen zich voorstellen dat dit juridisch moeilijk haalbaar is, vanwege de Tabaksproductenrichtlijn. Kan de staatssecretaris aangeven hoe andere EU-landen hierin staan?
De leden van de VVD-fractie zijn blij om te lezen dat de NVWA steeds meer illegale vapes in beslag neemt. Zij delen de mening van de staatssecretaris dat dit echter nog niet genoeg is. Aan welke bevoegdheden ontbreekt het wat betreft de staatssecretaris op dit moment om effectief vapes te kunnen confisqueren? Zijn er belemmeringen in de gegevensuitwisseling tussen de NVWA en andere instanties? Wat is nodig om mogelijk te maken dat de NVWA doorzoekingen kan doen in het geval van een aanwezige voorraad vapes?
De leden van de VVD-fractie juichen toe dat er risicogericht toezicht wordt gehouden op tabaksfraude. Kan de staatssecretaris aangeven op welke manier dit toezicht vorm wordt gegeven? Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om dit risicogerichte toezicht effectiever te maken?
De leden van de VVD-fractie lezen dat een rookverbod in de auto vooral symbolische waarde heeft. Dit geldt ook voor het Franse verbod om te roken achter het stuur, aangezien moeilijk gehandhaafd kan worden op dat specifieke verbod. Kan de staatssecretaris reflecteren op de effectiviteit van dergelijke maatregelen? Acht zij het, als puur symbolische maatregel, van waarde?
De leden van de VVD-fractie hebben een aantal vragen als het gaat om de verkoop van sigaren. Zij weten dat het plan was per 1 juli 2025 sigaren in een standaardverpakking moeten worden verpakt. Echter, de wet is nog niet in werking getreden waardoor deze datum is uitgesteld. De leden van de VVD-fractie vragen de staatssecretaris wat nu de datum gaat worden dat sigaren in een standaardverpakking verpakt moeten worden.
De leden van de VVD-fractie weten dat de overgangsbepaling met een uitverkoopregeling nog niet bekend is. Zij vragen de staatssecretaris of er rekening mee wordt gehouden dat ondernemers die sigaren produceren verpakkingen voor soms wel een jaarvoorraad laten produceren. Zij vragen haar verder of, als dit het geval is, deze ondernemers dan ook de ruimte gaan krijgen deze verpakkingen op te maken, zodat deze niet hoeven te worden vernietigd en ondernemers dus geen onnodige kosten hoeven te maken.
De leden van de VVD-fractie krijgen veel signalen uit de sector dat een overgangstermijn van 5,5 maanden veel te kort is. De sector zelf heeft het over 24 maanden. De leden van de VVD-fractie vragen de staatssecretaris of er rekening is gehouden met de gevolgen voor de sector bij een te snelle verplichting voor het verpakken van sigaren in een standaard verpakking.
De leden van de VVD-fractie lezen in de monitor nieuwe verkooppunten van rookwaren oktober/november 2024 dat uit een steekproef blijkt dat van de 656 nieuwe verkooppunten 83 procent op zichtafstand is van een supermarkt. Zij vragen haar of ook bekend is of dit met name in de stad of in een dorp is en of deze cijfers gedeeld kunnen worden.
De leden van de VVD-fractie lezen dat er 6000 verkooppunten bij supermarkten zijn verdwenen. Zij vragen de staatssecretaris of ook bekend is hoeveel supermarkten er zijn verdwenen tegelijk met, of spoedig nadat het verkooppunt is verdwenen. Zo ja, vallen daar specifieke regio’s bij op?
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over de voortgang van het vape- en tabaksbeleid. Deze leden benadrukken dat het tegengaan van vapen en roken van niet te onderschatten belang is voor het bevorderen van de levensduur en levenskwaliteit van
Nederlanders. Het is essentieel voor het terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het tegengaan van zorgkosten. De leden van de NSC-fractie hebben daarom nog enkele vragen.
De leden van de NSC-fractie zijn blij dat de staatssecretaris aandacht heeft voor het tegengaan van vapegebruik. In het Actieplan tegen Vapen zien deze leden een aantal maatregelen om het toenemende vapegebruik, in het bijzonder onder jongeren, tegen te gaan. Deze leden zijn echter ook van mening dat deze maatregelen nog veel te mager zijn om het probleem echt aan te pakken. Ondertussen raken onze jongeren massaal verslaafd aan nicotine, of zelfs aan spice en THC, zoals recentelijk bekend werd en creëert de tabaksindustrie een nieuwe generatie tabaksgebruikers.
Daarom roepen deze leden nogmaals op tot het uitvoeren van de door de Kamer reeds aangenomen motie over een algeheel verbod op wegwerp-e-sigaretten per 1 juli 2026. De oproep om dit met spoed op te pakken hebben deze leden al met regelmaat gedaan, maar zij zien dat er niet één stap is genomen om er naartoe te werken. Het is ook verontrustend dat de staatssecretaris de uitvoering van deze motie niet noemt in het Actieplan tegen Vapen.
Zou de staatssecretaris een uitvoerige statusupdate kunnen geven over de uitvoering van deze motie, waarin zij zoveel mogelijk informatie geeft hierover als mogelijk? Waarom negeert zij een verzoek van de Kamer waar een meerderheid van de volksvertegenwoordiging zich achter heeft geschaard?
Als aanvulling op genoemde motie, zijn de leden van de NSC-fractie geïnteresseerd in de visie van de staatssecretaris om een stap verder te gaan en over te gaan op een algeheel verkoopverbod. Genoemde leden realiseren zich dat hiervoor de Tabaksproductenrichtlijn zou moeten worden aangepast. Als de Tabaksproductenrichtlijn daadwerkelijk op die manier wordt gewijzigd, zouden daarmee dan ook andere nieuwe zorgwekkende varianten op de vape, zoals bijvoorbeeld de THC en spice-vapes, zich minder gemakkelijk verspreiden onder de jeugd? Zou dit het handhaven op reeds bestaande verboden op bepaalde categorieën van vapes versimpelen, aangezien er dan niet meer gelet hoeft te worden op bijvoorbeeld nicotinegehalte, smaak of het aantal pufjes? Kan de staatssecretaris afzonderlijk ingaan op de effectiviteit van een dergelijke maatregel op het tegengaan van de verspreiding van eventuele nieuwe varianten en het stroomlijnen van de handhaving? Als blijkt dat een dergelijk verkoopverbod effectief zou zijn, is de staatssecretaris dan bereid zich hiervoor in EU-verband in te zetten?
De leden van de NSC-fractie zijn verheugd om te zien dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op verzoek van Stichting Rookpreventie Jeugd een onderzoek is begonnen naar Snapchat vanwege de illegale handel in vapes op hun platform. Kan de staatssecretaris toelichten hoe zij dit onderzoek ziet in het kader van haar eigen onderzoek naar illegale handel?
De leden van de NSC-fractie hebben met interesse en grote waardering kennis genomen van de ideeën voor maatregelen tegen roken en vapen van de studenten van de Haagse Hogeschool. Hierbij presenteren zij goede ideeën, zoals een
Snapchat-campagne, een TikTok-challenge, een buddy systeem voor jongeren die willen stoppen of het aantrekkelijker maken van schoolpleinen. De leden van de NSC-fractie vinden het van groot belang dat ook de ideeën van jongeren, scholieren en studenten worden betrokken bij het beleid om vapen tegen te gaan. Heeft de staatssecretaris kennisgenomen van deze voorstellen die van jongeren zelf komen ter ondersteuning van het beleid? Kan de staatssecretaris reageren op de ideeën van deze studenten? Kan zij deze betrekken bij haar Actieplan tegen Vapen, bijvoorbeeld in de aangekondigde PR- en mediacampagne?
Wat betreft het tabaksbeleid, hebben de leden van de NSC-fractie met verbazing kennisgenomen van de opmerking van de staatssecretaris dat een generatiegebonden verkoopverbod voor tabak juridisch niet haalbaar is. Hier hebben deze leden ook al naar gevraagd in schriftelijke vragen aan de staatssecretaris op 17 juli 2025. De staatssecretaris geeft aan dat zij verwacht dat deze maatregel in strijd is met EU-wetgeving. Kan zij hierover, als ze dat nog niet heeft gedaan, aanvullend advies inwinnen bij de Europese Commissie en de Kamer hierover informeren voor eind oktober?
Daarnaast meldt de staatssecretaris dat het onderzoek over het verhogen van de leeftijdsgrens voor tabaksverkoop naar 21 nog loopt. Kan zij aangeven hoe dit onderzoek verloopt, welke vragen er worden gesteld, wie het onderzoek uitvoert, welke methodes worden gehanteerd en wanneer zij verwacht de resultaten ervan te kunnen delen met de Kamer?
Verder lezen de leden van de NSC-fractie dat volgens de staatssecretaris de proportionaliteit van een generatiegebonden verkoopverbod nog lastig te onderbouwen is. Volgens deze leden zijn de ongeveer 20.000 sterfgevallen per jaar en 700.000 zieken door roken al ampel bewijs voor de proportionaliteit van deze maatregel. Deze leden vinden dat er snel stevigere maatregelen nodig zijn om een rookvrije generatie te bereiken. Een dergelijke maatregel zou overigens ook niet in één keer de generatie van 2012 rookvrij maken, maar zal wel jaar op jaar meer positieve effecten laten zien. Dat in gedachten houdende, is het belangrijk om maatregelen zo snel mogelijk in te voeren, om in 2040 een rookvrije generatie te kunnen hebben. Waarom wordt er “eerst een breed pakket aan (minder vergaande) maatregelen ingevoerd”, terwijl het daarmee maar zeer de vraag blijft of de doelen in 2040 gehaald zullen worden? Geeft de staatssecretaris er niet de voorkeur aan om nu al zwaardere maatregelen zoals deze te nemen, in de hoop dat we misschien al in bijvoorbeeld 2035 een rookvrije generatie hebben bereikt, maar in ieder geval in 2040?
De staatssecretaris noemt terecht ook de rol van het ongewenste bijeffect van grensoverschrijdende aankopen in haar overwegingen. De leden van de NSC-fractie zijn het met de staatssecretaris eens dat deze grenseffecten de effectiviteit van Nederlandse maatregelen tegen roken ondermijnen en dat er Europees moet worden ingezet om dit tegen te gaan. Echter zien deze leden dat dit type argumenten ook wordt ingezet door de tabaksindustrie als argumenten tegen effectief antirookbeleid. Want de grenseffecten nemen niet weg dat een maatregel nog steeds effectief kan zijn. Een iets minder effectieve maatregel is immers altijd beter dan helemaal geen maatregel. De effecten van de hoge accijns op de prevalentie van roken zijn bijvoorbeeld duidelijk bewezen in diverse rapporten en onderzoeken, ook al heeft het betekend dat sommige Nederlanders de grens over gaan om hun sigaretten te kopen. Deelt de staatssecretaris de analyse van deze leden dat het essentieel is om ongewenste grenseffecten tegen te gaan om de effectiviteit van maatregelen te bevorderen, maar dat het niet een reden op zich is om een maatregel niet te nemen?
Tot slot spreken deze leden graag nog uit dat alle mogelijke maatregelen om vapen en roken tegen te gaan overwogen dienen te worden. De hoeveelheid Nederlanders die door het roken of vapen ziek worden of zelfs overlijden, is onaanvaardbaar hoog. Daarom waarderen deze leden de inzet van dit kabinet om het doel uit het preventieakkoord van een rookvrije generatie in 2040 te halen. Deze leden zijn echter niet van mening dat de op dit moment aangekondigde maatregelen hiervoor voldoende zullen zijn en zullen daarom de staatssecretaris blijven aansporen om meer te doen, zowel door vragen als door concrete initiatieven. Daarom zijn deze leden ook teleurgesteld in het overzicht van maatregelen die de staatssecretaris bereid is te nemen om de ambitie van een rookvrije generatie in 2040 te halen. Hierin kondigt de staatssecretaris namelijk geen nieuwe maatregelen aan, maar herhaalt zij enkel de reeds aangekondigde maatregelen in het Actieplan tegen Vapen en de samenhangende preventiestrategie alsook de verkenning naar een leeftijdsgrens van 21 jaar en een preventiefonds. Deze leden kunnen daarom helaas niet anders dan concluderen dat de staatssecretaris niet met andere ideeën dan deze zal komen om roken en vapen tegen te gaan, terwijl deze extra maatregelen hard nodig zullen zijn om roken en vapen tegen te gaan. Deze leden vertrouwen erop dat de staatssecretaris wel bereid is om alsnog open en constructief te kijken naar initiatieven vanuit de Kamer, ook als deze niet reeds aangekondigd zijn in genoemde plannen. Kan zij dit bevestigen? Staat het uitsluiten van extra maatregelen niet haaks op haar antwoord in de schriftelijke vragen van 17 juli 2025, waarin de staatssecretaris zegt “Zien wat het effect hiervan is, en als dat onvoldoende blijkt, zoek ik naar extra mogelijkheden.”? Kan de staatssecretaris niet beter nu al deze extra maatregelen inventariseren en voorbereiden, zodat zij ze direct kan implementeren als dat naar haar inzicht nodig blijkt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Met interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over het tabaksbeleid. Daartoe hebben deze leden verdere vragen.
De leden van de D66-fractie zijn blij om te zien dat er veel aandacht is voor het verminderen van roken en vapen in onze samenleving. Er zijn al veel maatregelen genomen die ons steeds een stapje dichter bij een rookvrije generatie brengen. Ook wordt in de Miljoenennota benoemd dat er gewerkt wordt aan het rookvrij maken van de terreinen van de kinderopvang, beheerde speeltuinen en kinderboerderijen. De leden van de D66-fractie vragen wanneer de staatssecretaris verwacht dat deze doelstelling gerealiseerd zal zijn. Daarnaast denken de leden van de D66-fractie dat het van groot belang is om rook- en vapeverboden in de openbare ruimte verder door te zetten dan bij de zojuist genoemde terreinen. Denk hierbij aan sportparken, speelplekken, stadions en rond de ingang van ziekenhuizen en verpleeghuizen. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie aan de staatssecretaris of zij voornemens is deze mogelijkheden verder te verkennen. Op welke termijn kan de Kamer de uitkomsten van deze verkenning verwachten?
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie in de factsheet ‘Inspectieresultaten rookverbod 2024’ van de NVWA dat er op 29 procent van de geïnspecteerde schoolterreinen een maatregel werd opgelegd, als gevolg van een overtreding van het rookverbod. Kan de staatssecretaris dit resultaat uitsplitsen naar basis-, voortgezet- en hoger onderwijs?
ZonMw en het Trimbos Instituut stellen dat roken meer bespreekbaar
gemaakt zou moeten worden vanuit het sociaal domein.3
Professionals in het sociaal domein, zoals maatschappelijk werkers,
bieden vaak ondersteuning op meerdere leefdomeinen zoals armoede,
schulden en huiselijk geweld. Hierdoor zijn ze goed gepositioneerd om
het gesprek over roken aan te gaan en te begeleiden naar passende
hulp.4 Daartoe vragen de leden van de
D66-fractie de staatssecretaris of zij mogelijkheden ziet om deze optie
verder te verkennen en te intensiveren in samenwerking met
zorgverzekeraars.
Daarnaast verscheen onlangs het NOS-artikel5
waarin zorginstanties alarm slaan over het gebruik van THC-vapes onder
jongeren. Dit zijn THC-vapes en vapes met synthetische cannabis, die
ernstige gezondheidsrisico's met zich meebrengen, zeker voor jongeren.
Zo zijn er al kinderen met een ambulance afgevoerd en in het ziekenhuis
opgenomen en meerdere jongeren onwel geraakt. Daartoe vragen de leden
van de D66-fractie welke maatregelen de staatssecretaris voornemens is
te nemen zodat dit schadelijke gebruik onder kinderen wordt tegengegaan.
Op welke wijze zal de Kamer hierover geïnformeerd worden, zo vragen de
leden van de D66-fractie. Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie
op welke wijze de staatssecretaris
jongeren en hun ouders momenteel waarschuwt voor de risico’s. Welke mogelijkheden tot voorlichting over deze risico’s heeft zij nu niet, maar zou zij bij een gereguleerd product wel hebben, zo vragen de leden van de D66-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsbrief over het vape- en tabaksbeleid. Zij hebben de volgende vragen aan de staatssecretaris.
Om te beginnen willen deze leden stilstaan bij de ernst van de signalen over het gebruik van de THC-vape onder scholieren: jongeren tussen de 13 en 16 jaar die flauwvallen, moeten overgeven of zelfs met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht na gebruik van vapes die zij via sociale media als Snapchat en Instagram hebben aangeschaft. Uit onderzoek blijkt dat deze vapes vaak geen reguliere THC bevatten, maar synthetische varianten met een veel sterkere en onvoorspelbare werking. Jongeren zijn zich hier vaak niet van bewust.
De leden van de BBB-fractie vinden het zorgelijk dat deze producten zo eenvoudig beschikbaar zijn voor minderjarigen en dat de handhaving op online verkoop via sociale media achterblijft. Zij wijzen erop dat dit niet alleen een gezondheidsrisico vormt, maar ook het draagvlak voor het tabaksontmoedigingsbeleid ondermijnt. Is de staatssecretaris bereid om, in samenwerking met de minister van Justitie en Veiligheid, te onderzoeken hoe de handhaving op de online verkoop van illegale THC-vapes via sociale media effectiever kan worden ingericht?
Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie vragen over de invoering van standaardverpakkingen voor sigaren en de tabaksontmoedigingsmaatregelen. Is de staatssecretaris bereid om een uitzondering of aangepaste overgangstermijn te overwegen voor kleine, ambachtelijke sigarenproducenten, gelet op hun beperkte marktaandeel, doelgroep en productiecapaciteit? En zo niet, waarom niet? Is de staatssecretaris het eens met de constatering dat de invoering van standaardverpakkingen voor sigaren een disproportionele maatregel is omdat het geen aantoonbare gezondheidswinst oplevert? Is de staatssecretaris bereid een impactanalyse te maken van de ontmoedigingsmaatregelen tegen roken die genomen zijn in de periode 2020-2025, en van het totale effect van die maatregelen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris en hebben hier nog enkele vragen over.
De leden van de CDA-fractie constateren met zorg dat de online verkoop van tabaksproducten zich verplaatst naar sociale mediakanalen. Deze leden vragen of van al de 1.868 meldingen de posts zijn verwijderd. Deze leden vragen ook de accounts achter deze posts allemaal zijn verwijderd en zo nee, waarom niet.
Deze leden vragen de staatssecretaris verder wat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nog meer doet tegen online verkoop via sociale media behalve het laten verwijderen van de posts. Zij vragen om welk platform het specifiek gaat, waarvan de NZa melding heeft gedaan bij de ACM. Deze leden vragen wat de status is van dit onderzoek door de ACM en wat de vervolgstappen zijn.
De leden van de CDA-fractie vragen of er al effect te zien is van het aanpassen van het interventiebeleid, zodat direct een boete wordt uitgedeeld. Deze leden zijn benieuwd of en zo ja, hoeveel boetes zijn uitgedeeld.
De leden van de CDA-fractie hebben eerder aandacht gevraagd voor de mogelijkheid van een extra heffing voor de tabaksindustrie, naar Canadees model. Deze leden vragen hoe het staat met het onderzoek dat de staatssecretaris heeft toegezegd uit te voeren naar de mogelijkheid van zo’n heffing. Deze leden vragen haar op welke termijn de Kamer de resultaten van dit onderzoek kan verwachten.
De leden van de CDA-fractie zijn voorstander van een generatiegebonden rookverbod. Deze leden lezen dat de staatssecretaris schrijft dat zo’n verbod juridisch gezien niet mogelijk is onder de Tabaksproductenrichtlijn. Deze leden vragen of er plannen zijn voor een wijziging of herziening van de Tabaksproductenrichtlijn, waarmee eventuele juridische obstakels voor een generatiegebonden verbod weggenomen kunnen worden. Deze leden vragen of de staatssecretaris bereid is hiervoor in Europees verband te pleiten, ook gezien de eerdere brief aan de Europese Commissie waarin door Nederland is gepleit voor nieuwe wetgeving. Deze leden vragen verder of er andere lidstaten zijn die gebruik maken van de mogelijkheid uit artikel 24 Tabaksproductenrichtlijn tot een verbod voor een bepaalde categorie op basis van een specifieke situatie in de lidstaat en zo ja, welke lidstaten dit zijn en waar het verbod op ziet.
De leden van de CDA-fractie lezen dat er voor 2026 geen budget is gereserveerd voor Trimbos of voor communicatiecampagnes in het kader van het Actieplan tegen Vapen, maar enkel voor de handhaving door de NVWA. Deze leden vragen waarom de staatssecretaris het niet noodzakelijk acht om ook in 2026 te investeren in de uitvoering van de overige aspecten van het Actieplan tegen Vapen. Deze leden vragen of de staatssecretaris kan aangeven welke stappen er zijn gezet met betrekking tot de verdere regulering van tabaksaccessoires, zoals in het Actieplan tegen Vapen staat, en op welke termijn de Kamer een wetsvoorstel kan verwachten.
Reactie van de staatssecretaris
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsbrief over het vape- en tabaksbeleid en hebben hierover nog een aantal aanvullende vragen en opmerkingen.
Wat opvalt, is dat ondanks alle verboden en miljoenen euro’s aan campagnes, jongeren nog steeds massaal toegang hebben tot illegale vapes en rookwaren.
Dealers opereren via sociale media, terwijl de overheid zich drukker maakt om een telefonische hulplijn van meer dan drie ton per jaar. Hoe legt de staatssecretaris dit uit aan de Nederlanders die zien dat de illegale markt intussen gewoon doordraait?
Antwoord:
Samen met de NVWA en de Douane pakken we de illegale markt van sigaretten en vapes aan. De Stoplijn helpt zonder te oordelen mensen op weg die graag van hun nicotineverslaving af willen komen. En als minder mensen afhankelijk zijn van nicotineproducten kan de vraag op de illegale markt mogelijk ook afnemen. De Stoplijn is een waardevol onderdeel van het tabaksontmoedigingsbeleid, maar veel meer aandacht en capaciteit gaat uit naar het aanpakken van de illegale markt.
In de eerste helft van dit jaar zijn meer dan 200.000 illegale vapes in beslag genomen. Dat klinkt indrukwekkend, maar wat zegt dit eigenlijk over de totale omvang van de markt?
Heeft de staatssecretaris enig zicht op hoeveel illegale producten er daadwerkelijk circuleren?
Antwoord:
In het actieplan tegen vapen is er een onderzoek aangekondigd naar de illegale handel van vapes. Het onderzoeksbureau Beke zal een schatting van de omvang van de illegale vape markt doen. Zodra ik de resultaten van dit onderzoek heb, zal ik deze met uw Kamer delen.
Uit de cijfers blijkt dat er nog steeds volop illegale verkoop plaatsvindt, zowel online als via kleine winkels. Blijkbaar lukt het de overheid niet om dit afdoende te handhaven. Is de staatssecretaris het met de leden van de PVV-fractie eens dat de huidige aanpak tekortschiet?
Antwoord:
De handhaving van de illegale handel is een belangrijke prioriteit. Daarom zijn er in het actieplan tegen vapen verschillende acties en maatregelen genomen. De NVWA krijgt structureel 3 miljoen euro extra om de handhaving op illegale e-sigaretten te intensiveren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de samenwerking tussen de NVWA en de Douane om handelsstromen van illegale e-sigaretten vanuit het buitenland beter aan te kunnen pakken. Ook worden de boetes voor overtredingen van de Tabaks- en rookwarenwet verhoogd. Verder worden verschillende handhavingsbevoegdheden van de NVWA uitgebreid om op die manier de effectiviteit van de handhaving te vergroten. Concreet wordt gewerkt aan een wetsvoorstel waarbij ook het (online) aanbieden en in voorraad hebben van e-sigaretten met smaken anders dan tabak wordt verboden. Dit maakt de handhaving minder arbeidsintensief en bovendien effectiever. Verder kan de
NVWA sinds dit jaar e-sigaretten in beslag nemen. Tot slot is de NVWA in gesprek met platformen om hen zelf actiever berichten over illegale vapes te laten opsporen en verwijderen.
Genoemde leden vinden het onbegrijpelijk dat hardnekkige overtreders nog steeds vaak eerst een waarschuwing krijgen. Waarom geen directe boetes of sluitingen? Waarom zoveel coulance richting overtreders, terwijl de brave burger wel steeds strengere regels opgelegd krijgt?
Antwoord:
Bij nieuwe wetgeving wordt vaak rekening met een overgangsperiode, zodat ondernemers de tijd krijgen om aan de wet te voldoen. Tot 1 juli was dit ook zo bij de illegale verkoop van vapes. Vanaf 1 juli 2025 krijgen overtreders van het verkoopverbod direct een boete. Daarnaast heeft het kabinet besloten om vanaf 1 juli 2026 de boetes op illegale verkoop van vapes en sigaretten fors te verhogen. Dat geldt voor supermarkten, horeca-inrichtingen en online verkoop. Een bedrijf dat illegale vapes verkoopt sluiten, behoort niet tot de bevoegdheden van de NVWA.
Daarnaast blijkt uit de monitor nieuwe verkooppunten van
rookwaren oktober/november 2024 dat het verbod in supermarkten een
waterbedeffect heeft veroorzaakt: honderden nieuwe verkooppunten zijn
geopend, vaak pal naast supermarkten.
Hoe helpt dit de jeugd beschermen? Hoeveel jongeren zijn er werkelijk
minder gaan roken of vapen sinds dit verbod? Of is dit beleid enkel
symboolpolitiek dat niets oplost?
Antwoord:
In de Kamerbrief van 20 november 20206 is toegelicht hoe het aantal verkooppunten van tabaks- en aanverwante producten zal worden teruggebracht en is onder meer het verbod op de verkoop van tabaksproducten een aanverwante producten in supermarkten aangekondigd. SEO Economisch Onderzoek7 heeft ingeschat dat door het verbod op de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen8 het aantal verkooppunten zou dalen van 10.000 naar 4.400. Supermarkten (6.400 verkooppunten) zouden stoppen met de verkoop, en naar schatting 800 nieuwe winkels zouden hun deuren openen om de vrijgevallen omzet van de supermarkten op te vallen. Uit de factsheet ‘Monitor nieuwe verkooppunten van rookwaren oktober‑november 2024’ van de NVWA blijkt dat er vanaf de periode dat bekend was dat het supermarktverbod zou worden ingesteld dan wel in werking is getreden (2021-2024) netto 656 nieuwe verkooppunten zijn geopend. Hoewel een overgrote meerderheid (83%) van de onderzochte nieuwe verkooppunten op kijkafstand van een supermarkt is gevestigd, is hiermee de beoogde ruime halvering van het aantal verkooppunten door het verbod op de verkoop in supermarkten behaald en zijn bovendien zelfs minder nieuwe verkooppunten geopend dan ingeschat. Daarmee staat het aantal nieuw geopende verkooppunten niet in verhouding tot het totaal aantal verkooppunten dat is verdwenen (namelijk 656 nieuwe verkooppunten versus 6400 verdwenen verkooppunten).
Een vermindering van verkooppunten vermindert de blootstelling aan tabaksproducten en aanverwante producten en draagt bij aan de norm dat roken en vapen niet normaal is. Dat helpt om de kans te verminderen dat jongeren beginnen met roken of e-sigaretten gebruiken.
De staatssecretaris spreekt over verhoging van de leeftijdsgrens en zelfs generatiegebonden verboden. Maar hoe helpt dat, als jongeren met een paar klikken via sociaal media illegale vapes kunnen bestellen? Hoe beoordeelt de staatssecretaris de kritiek dat dit beleid neerkomt op extra beperkingen voor de legale consument, terwijl de illegale handel nauwelijks wordt teruggedrongen?
Antwoord:
De verhoging van een leeftijdsgrens of een generatiegebonden verkoopverbod heeft een sterk normstellende werking. Het puberbrein is op het 18e levensjaar nog niet ‘af’ en is nog altijd sterk gevoelig voor verslavende middelen. Door de leeftijdsgrens te verhogen, wordt voor een deel van de startende rokers de stap om te beginnen met roken groter. Het is aan een volgend kabinet om een dergelijke maatregel te overwegen.
Tot slot, hoe rijmt de staatssecretaris het beleid om roken en vapen te verbieden met het gelijktijdig legaliseren van wiet? Deelt de staatssecretaris de mening van de leden van de PVV-fractie dat hiermee tegenstrijdige signalen aan de jeugd worden afgegeven? En is zij bereid de legalisering van wiet, en de daarbij behorende wietteeltproef, stop te zetten?
Antwoord:
Het tabaksontmoedigingsbeleid heeft niet tot doel om roken en vapen te verbieden, het gebruik van deze middelen is namelijk niet verboden. Het doel van het tabaksontmoedigingsbeleid is het terugdringen van het aantal rokers, het voorkomen dat kinderen en jongeren beginnen met roken, het beperken van de blootstelling aan tabaksrook in de leefomgeving en het stimuleren van stoppen met roken. Dit wordt nagestreefd door onder andere wetgeving aan te passen, accijns te verhogen, voorlichting te geven en rookvrije omgevingen te creëren.
Het doel van het experiment gesloten coffeeshopketen is om te bezien of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet en hasj gedecriminaliseerd aan de coffeeshops kan worden geleverd en daar binnen een gesloten coffeeshopketen kan worden verkocht. Ook wordt onderzocht wat de effecten daarvan zijn voor de volksgezondheid, criminaliteit, openbare orde en veiligheid en overlast.9 Door op kleine schaal te experimenteren met de regulering van de coffeeshopketen en te bezien of en hoe deze keten gesloten kan zijn en hoe op kwaliteit kan worden gecontroleerd, wordt ervaring opgedaan en informatie verkregen die relevant is voor beleidskeuzes. Het tabaksontmoedigingsbeleid en het wietexperiment lopen dan ook niet uit elkaar. Bij beide staat preventie voorop, waarbij gebruik wordt ontmoedigd. Aan de gereguleerde producten (tabak en cannabis) worden voorts producteisen gesteld vanuit het oogpunt van volksgezondheid. Ik sta nog altijd achter de uitvoering het experiment en ben niet van mening dat hiermee een tegenstrijdig signaal wordt afgegeven aan de jeugd. Er verandert immers niets aan de beschikbaarheid van cannabis en binnen het wietexperiment geldt ook een leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop in coffeeshops. Cannabis is daarom alleen (gedecriminaliseerd) verkrijgbaar in coffeeshops waar alleen volwassen
gebruikers komen. Voor tabaksproducten en aanverwante producten geldt hetzelfde vergelijkbaar uitgangspunt, wanneer deze alleen nog te koop zullen zijn in speciaalzaken.
Een onafhankelijke onderzoekscommissie zal het experiment evalueren, waarna het dan zittende kabinet zal besluiten over de toekomst van het Nederlandse softdrugsbeleid. Daarnaast hebben telers, coffeeshops en vervoerders tijd en geld geïnvesteerd in de voorbereidingen voor het experiment, waarbij zij zijn uitgegaan van een experiment met de duur van vier jaar. Het past bij de beginselen van behoorlijk bestuur en een betrouwbare overheid om hier niet vanaf te wijken. Bij het tussentijds stopzetten van het experiment is bovendien te verwachten dat er hoge schadeclaims volgen. Vanwege bovengenoemde redenen ben ik niet bereid het experiment gesloten coffeeshopketen (vroegtijdig) te beëindigen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de brief aangaande voortgang van het vape- en tabaksbeleid. Genoemde leden hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
onderschrijven de doelen betreft roken en tabak uit het preventieakkoord, met nadruk op nul procent rokerende jongeren in 2040. Ze vinden het zorgelijk dat het halen van deze doelen ver uit zicht lijkt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat ‘bij deze 1.892 inspecties werden 609 overtredingen van het rookverbod geconstateerd.’ Genoemde leden schrikken van het hoge aantal overtredingen. Kan de staatssecretaris nader toelichten hoe het kan dat er zoveel overtredingen zijn? Wat zijn de landelijke schattingen van het aantal overtredingen, zowel absoluut als procentueel? Schiet de handhaving en controle tekort, gezien het grote aantal overtredingen?
Antwoord:
De NVWA handhaaft grotendeels risicogericht. Toezicht vindt dus plaats bij sectoren die achterblijven en op basis van meldingen en signalen. Dat veel overtredingen geconstateerd worden, betekent dat het risicogerichte toezicht werkt, omdat de NVWA daar controleert waar de kans op overtredingen het grootst is. Daarnaast blijkt dat niet roken op plekken waar het rookverbod geldt in de meeste sectoren de norm is. In 2021 is hiervoor in opdracht van de NVWA een naleefmeting uitgevoerd. Daaruit blijkt dat in veel sectoren de naleving relatief hoog is.10
Tevens lezen genoemde eden dat de recidive cijfers bij herinspecties hoog zijn. Kan de staatssecretaris nader toelichten waarom de recidivecijfers zo hoog zijn? Is de staatssecretaris van mening dat de afschrikkende werking van de inspectie te laag is?
Antwoord:
De factsheet gaat niet specifiek in op het maatregelpercentage bij herinspecties. Wel is bekend dat er bedrijven zijn waar een eerste boete niet direct tot naleving leidt. Daar is de Tabaks- en rookwarenwet en het toezicht dan ook op ingericht. De NVWA voert herinspecties uit en bij een herhaalde overtreding gaat de boete omhoog. Daarnaast wil ik de boetebedragen voor het rookverbod fors verhogen, zodat hier een meer afschrikwekkende werking van uitgaat.
Ook bij het verkoopverbod zijn de overtredingscijfers in het algemeen en recidive in het bijzonder schrikbarend. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat bij 21 procent van de eerste inspecties een overtreding werd geconstateerd, gevolgd door een officiële waarschuwing. Van de 40 uitgevoerde herinspecties bleek 28 procent van de bedrijven opnieuw het verkoopverbod te overtreden. Wat gaat de staatssecretaris doen om het aantal overtredingen en her-overtredingen van bedrijven in de toekomst te voorkomen? Is de staatssecretaris van mening dat de afschrikkende werking van de inspectie te laag is?
Antwoord:
Zoals bij een eerdere vraag van de PVV-fractie ook werd aangegeven, wordt bij nieuwe wetgeving vaak rekening gehouden met een overgangsperiode, zodat ondernemers de tijd krijgen om aan de wet te voldoen. De NVWA heeft het interventiebeleid, nu het verkoopverbod geruime tijd van kracht is, aangescherpt. Bij een eerste overtreding van het verbod wordt geen waarschuwing meer gegeven, maar wordt nu direct een boete opgelegd. Daarnaast wordt bij het vaststellen van een herhaalde overtreding de boete verhoogd. Ik verwacht dat dit aangescherpte interventiebeleid de afschrikwekkende werking vergroot.
Met het Actieplan tegen vapen11 is een aantal belangrijke maatregelen aangekondigd om de handhaving van de NVWA te versterken. De NVWA krijgt structureel 3 miljoen euro extra middelen om de handhaving op onder andere illegale vapes te intensiveren. Ook ligt op dit moment een wijziging ter internetconsultatie waarmee de boeten voor het overtreden van het onlineverkoopverbod en het verkoopverbod voor supermarkten en horeca worden verhoogd. Ik verwacht met de bovengenoemde maatregelen de recidive te verminderen.
Afgelopen begrotingsbehandeling is er twee miljoen euro vrijgemaakt voor de handhavingscapaciteit van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor vapes en vanaf 2026 drie miljoen euro structureel. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven meer inzet en versterking van toezicht en handhaving op illegale vapes en andere verboden rookwaren. Kan de staatssecretaris een stand van zaken geven in hoeverre dit vrijgekomen budget tot extra inspecties en handhaving heeft geleid? Is dit budget voldoende of schiet het tekort om het aantal illegale vapes zover terug te dringen, dat het daadwerkelijk significant moeilijker wordt voor jongeren om ze aan te schaffen?
Antwoord:
In het kader van het Actieplan tegen vapen is in 2025 een start gemaakt met het versterken van de handhavingscapaciteit van de NVWA op onder meer illegale vapes. Daarvoor is nieuw personeel aangetrokken en opgeleid. Dit heeft ertoe geleid dat meer inspecties konden worden uitgevoerd. Medio volgend jaar zullen naar verwachting de volle personele sterkte en opleidingsdoelen zijn bereikt en kan de beoogde verhoogde inspectiedruk worden bereikt. Tegelijkertijd is handhaving van de NVWA niet de enige oplossing voor dit probleem. Daarom wordt blijvend ingezet op alle sporen uit het Actieplan zoals preventie, voorlichting en aanpak van illegale handel.
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat bij een derde van de nieuwe verkooppunten de deur openstond. De staatssecretaris schrijft dat de NVWA zal blijven handhaven op overtreding van het reclameverbod. Wat gaat de NVWA doen om de handhaving op het verbod te verbeteren?
Antwoord:
Bij een steekproef van nieuwe verkooppunten die als speciaalzaak geregistreerd stonden, bleek bij een derde de deur open te staan waardoor rookwaren of reclame daarvoor van buitenaf zichtbaar waren. Dit is een overtreding van het reclameverbod. De NVWA blijft daarom ook winkels, dus ook speciaalzaken, controleren en zet binnen de reguliere handhaving in op het verbeteren van de naleving van het reclameverbod. Als de NVWA ziet dat de producten van buitenaf zichtbaar zijn, wordt handhavend opgetreden.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ook dat bij 135 van de recidive zaken het bedrag van de opgelegde boete niet correct is bepaald. Dit leidt tot verhoogde kosten van 32.170,27 euro aan wettelijke rente die terugbetaald moet worden. Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat in de toekomst weer gebeurt?
Antwoord:
Ondernemers die al eerder de wet hebben overtreden krijgen in principe een hogere boete voor een nieuwe soortgelijke overtreding. De boetes die de NVWA aan hen oplegt, worden met iedere volgende overtreding verhoogd volgens de recidivebepalingen uit de Tabaks- en rookwarenwet. Uit intern onderzoek van de NVWA is gebleken dat deze bepalingen niet in alle situaties op eenzelfde, eenduidige manier zijn toegepast. De NVWA is vervolgens overgegaan tot een herstelactie. In totaal heeft de NVWA in dit kader € 154.105,37 (plus wettelijke rente met een bedrag van €32.170,27) terugbetaald. Omdat de NVWA zelf heeft ontdekt dat recidivebepalingen niet op consistente wijze zijn opgelegd en op eigen initiatief een herstelactie heeft ingezet, wijst dit mijns inziens erop dat de NVWA op correcte wijze verbeterpunten identificeert en corrigerende maatregelen neemt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de douane in beperkte mate controles uitvoert op intra-EU-vluchten. Genoemde leden willen van de staatssecretaris graag weten waarom deze controles maar in beperkte mate worden uitgevoerd.
Antwoord:
De Douane controleert het goederenverkeer en de door reizigers meegebrachte goederen aan de buitengrens van de EU. Als de goederen in het vrije verkeer van de EU zijn, heeft de Douane in principe geen controletaak meer. Dat geldt echter niet voor accijnsgoederen (zoals bijvoorbeeld tabaksproducten), waarvan de tarieven in de EU niet geharmoniseerd zijn. De Douane is ook verantwoordelijk voor de heffing, inning en controle van accijns en verbruiksbelasting in het binnenland, hieronder vallen ook de intra-EU-vluchten. Niet alle vluchten uit EU-lidstaten zijn interessant, maar wel de vluchten uit die lidstaten van de EU dieeen laag tarief kennen voor tabaksproducten. De Douane controleert dus risicogericht en in beperkte mate op intra-EU-vluchten.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het belangrijk dat scholen voldoende ondersteuning krijgen bij het uitvoeren van het anti-rookbeleid. Genoemde leden lezen dat er een goed beoordeelde training voor scholen is ontwikkeld, maar dat die training al jaren niet meer wordt gegeven. Waarom wordt deze training niet meer gegeven? Is de staatssecretaris bereid om dit weer op te zetten?
Antwoord:
De vraag naar de training ‘naleven rookvrij beleid’ was zodanig afgenomen dat Pharos heeft besloten deze niet meer zelf aan te bieden. Zoals ik in een eerdere Kamerbrief12 aangeef, is een organisatie die gespecialiseerd is in hulp bij stoppen met roken bereid gevonden de training over te nemen. Vanaf najaar 2025 wordtdeze training aangeboden. Daarnaast is het via Verslavingskunde Nederland sinds kort mogelijk dat preventie-afdelingen van instellingen voor verslavingszorg een op-maat-training geven voor scholen en gemeenten met handvatten om het gesprek aan te gaan. Tot slot is er een rookvrij-aanjager die samen met een actrice en ervaringsdeskundige leert om samen te komen tot een rookvrije werkplek. Met dit alles wordt de initiële training van Pharos weliswaar niet meer aangeboden, maar zijn goede alternatieven beschikbaar om scholen met een training te ondersteunen in het rookvrijbeleid.
Daarnaast is er een stappenplan ‘nicotinevrije school’ gemaakt. Wat gaat de staatssecretaris doen om ervoor te zorgen dat trainingen over de naleving van het rookbeleid weer worden gegeven en het stappenplan wordt geïmplementeerd?
Antwoord:
Ik vind het positief dat GGD GHOR, Vapen #jouwkeuze, Pharos, Stichting Rookpreventie Jeugd, Trimbos-instituut, Helder op School, Verslavingskunde Nederland en Gezondheidsfondsen voor Rookvrij in gezamenlijkheid het stappenplan nicotinevrije school hebben gemaakt. Via diverse kanalen hebben
scholen kennis kunnen nemen van het stappenplan en ik moedig hen van harte aan daarmee aan de slag te gaan. Het is uiteindelijk aan scholen zelf op welke wijze zij een rookvrijbeleid vormgeven.
De staatssecretaris stelt dat de handhavingsbevoegdheden van de NVWA worden uitgebreid vanuit het Actieplan tegen Vapen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de staatssecretaris op welke manier hun bevoegdheden precies worden uitgebreid. Wat is de verwachte concrete impact van de maatregelen?
Antwoord:
Ik ben op dit moment bezig met de voorbereiding van een wijzing van de Tabaks- en rookwarenwet waarbij de bevoegdheden van de NVWA worden uitgebreid. Dit wetsvoorstel verwacht ik binnenkort aan de NVWA voor een uitvoerings- en handhavingstoets voor te leggen. Hierin wordt onder andere het aanbieden en in voorraad hebben van tabaksproducten en aanverwante producten, die niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 2 van de wet aan die producten gestelde eisen, verboden. Op dit moment geldt op grond artikel 3 van de wet alleen een verbod om deze producten in de handel te brengen. Echter, niet altijd is van alle producten aannemelijk te maken dat deze bestemd zijn om in Nederland in de handel te worden gebracht. Dit doet zich met name voor bij e-sigaretten die niet voldoen aan het smaakverbod. Verkopers van e-sigaretten met verboden smaken stellen doorgaans dat de e-sigaretten die in Nederland niet verkocht mogen worden bestemd zijn om in het buitenland verkocht te worden. Als het tegendeel niet door de NVWA kan worden aangetoond, kan geen boete voor overtreding van het smaakverbod opgelegd worden en kunnen de e-sigaretten ook niet in beslag genomen worden. Dit terwijl in de meeste gevallen naar alle waarschijnlijkheid de producten wel zijn bedoeld om in Nederland in de handel te brengen. Het voorgaande belemmert de effectieve handhaving van het smaakverbod. Daarom wordt voorgesteld het verbod in artikel 3 uit te breiden. In het wetsvoorstel wordt eenzelfde verbod voor tabaksproducten voor oraal gebruik en nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik opgenomen. Voorts worden de boetemaxima verhoogd en krijgt de NVWA de bevoegdheid om onder voorwaarden besloten plaatsen (met uitzondering van woningen) te doorzoeken.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet niet voornemens is om een wettelijk verbod op roken in de auto met kinderen in te voeren vanwege uitdagingen voor de toezichthouder. Zij vragen de staatssecretaris om die reden waarom eventueel lastige of grote uitdagingen voor de toezichthouders als zwaarder belang wegen dan de gezondheid van minderjarigen.
Antwoord:
De gezondheid van minderjarigen weegt voor mij heel zwaar. Deze optie is daarom goed bekeken. Uit deze verkenning naar het rookverbod in de auto in andere Europese landen blijkt dat de maatregel moeilijk handhaafbaar is, nauwelijks wordt gehandhaafd en met name een extra signaal is dat roken bij kinderen niet langer de norm is.
Het nemen van deze maatregel zou een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer en brengt met zich mee dat de roker zelf wordt beboet voor roken op een plek waar dit niet mag. Dit is een afwijking van het gevoerde beleid, aangezien het gebruik van tabak niet strafbaar is. Op dit moment vind ik dat onwenselijk.
Gezien deze grote uitdagingen die een rookverbod in de auto met kinderen met zich meebrengt, focus ik liever op meer haalbare initiatieven waarmee we kinderen kunnen beschermen tegen rook op plekken waar zij veel komen. In de brieven van 25 april 2024 en 21 februari 2025 is aangekondigd dat er een wetsvoorstel komt om kindomgevingen rookvrij te maken. De keuze is gemaakt om dit in een aantal fases te doen, omdat het gaat om een groot aantal locaties.13 14 Daar is het overigens positief dat de ruimte meerderheid van 81% van o.a. kinderboerderijen en beheerde speeltuinen zélf al de locaties rookvrij heeft gemaakt15. Ik werk op dit moment aan de eerste fase, waarmee de terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra rookvrij worden. Het gaat hierbij om ruim 18.000 locaties. Ik verwacht dit voorstel begin 2026 in te dienen voor internetconsultatie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de fractie van de VVD danken de staatssecretaris voor haar voortgangsbrief over vapen en roken.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de NVWA in totaal 1892 gerichte rookcontroles heeft uitgevoerd in 2024. Kan de staatssecretaris aangeven hoe groot de kans is dat in een horeca-aangelegenheid een gerichte rookcontrole plaatsvindt? Hoe groot is de kans dat een horeca-aangelegenheid een controle krijgt in verband met het rookverbod en hoe groot is de pakkans als een horecagelegenheid zich niet aan de regels houdt?
Antwoord:
Wanneer alle 1892 gerichte controles in de gehele horeca (zo’n 40.000 duizend bedrijven) zouden worden uitgevoerd, is het aantal controles per horeca-inrichting relatief laag. Maar dat is niet nodig omdat veel bedrijven al rookvrij zijn. De NVWA houdt daarom risicogericht toezicht. De NVWA inspecteert daar waar de kans op overtredingen het grootst is. Bijvoorbeeld bij sub-sectoren in de horeca die qua
naleving nog achterblijven en bij horecabedrijven naar aanleiding van meldingen of signalen, is dat het geval. Bij bedrijven die het rookverbod wel naleven, vinden minder controles plaats.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de beoogde ruime halvering van het aantal verkooppunten gehaald is, nu supermarkten geen rookwaren meer mogen verkopen. Dit verheugt hen. Kan de staatssecretaris aangeven of zij zicht heeft of het beperken van de verkooppunten het tabaksgebruik doet dalen? Dit vooral in het licht van de constatering dat de meeste nieuwe verkooppunten in het zicht van een supermarkt liggen.
Antwoord:
Het verminderen van het aantal verkooppunten is onderdeel van een breed pakket aan maatregelen. De prevalentiecijfers laten zien dat het tabaksgebruik al jaren daalt.16 Het beperken van het aantal verkooppunten beïnvloedt niet alleen huidige rokers, maar zorgt er ook voor dat toekomstige rokers minder snel zullen beginnen met roken, omdat zij niet in aanraking komen met deze producten. Ook draagt dit bij aan de norm dat roken en vapen niet normaal zijn.
Het aantal nieuw geopende verkooppunten vlakbij supermarkten staat niet in verhouding tot het totaal aantal verkooppunten dat is verdwenen met het verbod op de verkoop in supermarkten en horeca-inrichtingen (namelijk 656 nieuwe verkooppunten versus 6400 verdwenen verkooppunten). Hoewel een aanzienlijk aantal van deze nieuwe verkooppunten zich naast supermarkten bevindt, zijn het bovendien voornamelijk rokers die deze winkels bezoeken. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat de tabaksproducten en aanverwante producten vanwege het reclameverbod van buiten de winkel niet zichtbaar mogen zijn.
Ook om deze reden worden kinderen, jongeren en ex-rokers minder blootgesteld aan tabaksproducten.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de verkenning van een verbod op de verkoop van nicotine-houdende producten in te stellen voor mensen geboren op of na 1 januari 2012. Genoemde leden kunnen zich voorstellen dat dit juridisch moeilijk haalbaar is, vanwege de Tabaksproductenrichtlijn. Kan de staatssecretaris aangeven hoe andere EU-landen hierin staan?
Antwoord:
Ik heb geen signalen ontvangen dat andere EU-landen bezig zijn met een generatiegebonden verkoopverbod. Aangezien het op dit moment bij hen bij mijn weten niet speelt is het niet aan de orde om na te gaan hoe deze landen hypothetisch gezien naar een dergelijk verkoopverbod kijken.
De leden van de VVD-fractie zijn blij om te lezen dat de NVWA steeds meer illegale vapes in beslag neemt. Zij delen de mening van de staatssecretaris dat dit echter nog niet genoeg is. Aan welke bevoegdheden ontbreekt het wat betreft de staatssecretaris op dit moment om effectief vapes te kunnen confisqueren? Zijn er belemmeringen in de gegevensuitwisseling tussen de NVWA en andere instanties? Wat is nodig om mogelijk te maken dat de NVWA doorzoekingen kan doen in het geval van een aanwezige voorraad vapes?
Antwoord:
Het is nu alleen mogelijk om tabaksproducten en aanverwante producten die op grond van artikel 3 en artikel 3a van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw) niet in de handel gebracht mogen worden in beslag te nemen.17 Deze bepalingen houden onder meer in dat het verboden is om producten die niet voldoen aan bepaalde product- en verpakkingseisen in de handel te brengen. Ik verwijs hierbij naar mijn antwoord onder de eerder gestelde vraag over de bevoegdheden van NVWA van de GroenLinks-PvdA-fractie. Het product kan niet in beslag worden genomen, indien de NVWA niet aannemelijk kan maken dat een product in de handel wordt gebracht in Nederland. Daarom ben ik bezig met een wetsvoorstel waarin wordt voorgesteld het verbod in artikel 3 Trw uit te breiden. Niet alleen het ‘in de handel brengen’ zal dan verboden zijn, maar daarnaast ook ‘het aanbieden’ en ‘in voorraad hebben’ van tabaksproducten en aanverwante producten die niet voldoen aan de eisen op grond van artikel 2 Trw (product- en verpakkingseisen). De voorgestelde wijziging is bedoeld om de NVWA de mogelijkheid te bieden om handhavend op te treden tegen tabaksproducten en aanverwante producten die niet aan de wettelijke eisen voldoen zonder dat aannemelijk gemaakt hoeft te worden dat deze producten bestemd zijn om in Nederland in de handel te brengen. De enkele aanwezigheid of het (online) aanbieden van producten die niet aan de product- en verpakkingseisen voldoen, zal dan voldoende zijn om een overtreding van de wet te kunnen constateren. Dit leidt ertoe dat deze producten in beslag genomen kunnen worden vanwege het enkele feit dat deze in Nederland aangetroffen worden. Zoals ook aangegeven in het antwoord op de eerder gestelde vraag van de GroenLinks-PvdA-fractie doe ik in hetzelfde wetsvoorstel een voorstel om de bevoegdheid voor de NVWA op te nemen om onder voorwaarden besloten plaatsen (met uitzondering van woningen) te doorzoeken.
De leden van de VVD-fractie juichen toe dat er risicogericht toezicht wordt gehouden op tabaksfraude. Kan de staatssecretaris aangeven op welke manier dit toezicht vorm wordt gegeven? Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om dit risicogerichte toezicht effectiever te maken?
Antwoord:
Het toezicht op tabaksfraude vindt plaats op verschillende manieren.
Zowel aan de buitengrens (havens en luchthavens) en in het binnenland
vinden controles plaats. Samenwerking met andere Europese douanediensten
is cruciaal en hiertoe worden informatie en gegevens
uitgewisseld.
De Douane werkt samen met de FIOD in het zogenoemde Combiteam SMOKE. Dit
team richt zich hoofdzakelijk op grootschalige smokkel en illegale
productie van tabaksproducten.
Om het risicogerichte toezicht nog effectiever te maken is de Douane gestart met het programma ‘sturen op maatschappelijk effect’. Daar controleren ze waar het meeste effect wordt bereikt. Accijnscontroles/tabakscontroles vallen ook onder dit programma; waarbij de Douane bijvoorbeeld risicogerichte controles uitvoert bij de retail en in de logistieke keten van accijns.
De leden van de VVD-fractie lezen dat een rookverbod in de auto vooral symbolische waarde heeft. Dit geldt ook voor het Franse verbod om te roken achter het stuur, aangezien moeilijk gehandhaafd kan worden op dat specifieke verbod. Kan de staatssecretaris reflecteren op de effectiviteit van dergelijke maatregelen? Acht zij het, als puur symbolische maatregel, van waarde?
Antwoord:
In theorie vind ik het rookvrij maken van meer kindomgevingen, waaronder het rookverbod in de auto, een sympathieke maatregel om kinderen te beschermen tegen rook. Uit de verkenning naar het rookverbod in de auto in andere Europese landen blijkt echter dat de maatregel moeilijk handhaafbaar is, nauwelijks wordt gehandhaafd en zich dus beperkt tot een extra signaal is dat roken bij kinderen niet langer de norm is.
Het nemen van deze maatregel zou een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer en brengt met zich mee dat de roker zelf wordt beboet voor roken op een plek waar dit niet mag. Dit is een afwijking van het gevoerde beleid, aangezien het gebruik van tabak niet strafbaar is. Op dit moment vind ik dat onwenselijk.
Gezien deze grote uitdagingen die een rookverbod in de auto met kinderen met zich meebrengt, focus ik liever op meer haalbare initiatieven waarmee we kinderen kunnen beschermen tegen rook op plekken waar zij veel komen. In de brieven van 25 april 2024 en 21 februari 2025 is aangekondigd dat er een wetsvoorstel komt om kindomgevingen rookvrij te maken. De keuze is gemaakt om dit in een aantal fases te doen, omdat het gaat om een groot aantal locaties.18 19 Ik werk op dit moment aan de eerste fase, waarmee de terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra rookvrij worden. Het gaat hierbij om ruim 18.000 locaties. Ik verwacht dit eind 2025 in te dienen voor internetconsultatie.
De leden van de VVD-fractie hebben een aantal vragen als het gaat om de verkoop van sigaren. Zij weten dat het plan was per 1 juli 2025 sigaren in een spakking moeten worden verpakt. Echter, de wet is nog niet in werking getreden waardoor deze datum is uitgesteld. De leden van de VVD-fractie vragen de staatssecretaris wat nu de datum gaat worden dat sigaren in een standaardverpakking verpakt moeten worden.
De leden van de VVD-fractie weten dat de overgangsbepaling met een uitverkoopregeling nog niet bekend is. Zij vragen de staatssecretaris of er rekening mee wordt gehouden dat ondernemers die sigaren produceren verpakkingen voor soms wel een jaarvoorraad laten produceren. Zij vragen haar verder of, als dit het geval is, deze ondernemers dan ook de ruimte gaan krijgen deze verpakkingen op te maken, zodat deze niet hoeven te worden vernietigd en ondernemers dus geen onnodige kosten hoeven te maken.
De leden van de VVD-fractie krijgen veel signalen uit de sector dat een overgangstermijn van 5,5 maanden veel te kort is. De sector zelf heeft het over 24 maanden. De leden van de VVD-fractie vragen de staatssecretaris of er rekening is gehouden met de gevolgen voor de sector bij een te snelle verplichting voor het verpakken van sigaren in een standaard verpakking.
Antwoord:
Hieronder beantwoord ik de bovengenoemde drie vragen gezamenlijk. Bij het vaststellen van de overgangstermijn en uitverkoopregeling voor standaardverpakkingen voor sigaren wordt rekening gehouden met de signalen uit de sector. Voor andere sigaren dan cigarillo’s (‘dikke sigaren’) zal een latere inwerkingtreding gelden dan voor cigarillo’s en elektronische dampwaar, namelijk 1 jaar na publicatie van de regeling. Deze periode kan worden gebruikt voor het aanpassen van de verpakkingen. Gedurende dat jaar mogen ook nog oude verpakkingen worden geproduceerd. Na dat jaar zal een periode van twee jaar gelden voor de uitverkoop van alle oude verpakkingen (die uiterlijk 1 jaar na inwerkingtreding geproduceerd of geïmporteerd zijn) in verband met de lagere omloopsnelheid van deze sigaren. Dit komt tegemoet aan de opmerkingen vanuit de sigarenindustrie. Een voorbeeld: Wanneer de regeling op 1 januari 2026 wordt gepubliceerd, dan treedt de regeling 1 jaar na publicatie op 1 januari 2027 in werking. Daarna geldt een uitverkooptermijn van twee jaar na de inwerkingtreding, dus tot 1 januari 2029. Voor cigarillo’s en elektronische dampwaar zijn deze termijnen korter. Daar geldt dat 6 maanden na publicatie de regeling in werking treedt, dat zou in het voorbeeld op 1 juli 2026 zijn. De uitverkooptermijn voor deze producten is dan een jaar na de inwerkingtreding tot 1 juli 2027. Er wordt gewerkt aan een spoedige publicatie van de regeling.
De leden van de VVD-fractie lezen in de monitor nieuwe verkooppunten van rookwaren oktober/november 2024 dat uit een steekproef blijkt dat van de 656 nieuwe verkooppunten 83 procent op zichtafstand is van een supermarkt. Zij vragen haar of ook bekend is of dit met name in de stad of in een dorp is en of deze cijfers gedeeld kunnen worden.
Antwoord:
Deze informatie is op dit moment niet bekend. Per 1 januari 2026 zal de registratieplicht voor verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten van kracht worden.20 Met deze registratieplicht kan het aantal verkooppunten beter gemonitord worden en zal de handhaving vergemakkelijkt worden, omdat de NVWA een completer beeld heeft over de verkooppunten, onder andere over het assortiment en type verkooppunt. Daarmee is het ook mogelijk om te bezien hoeveel verkooppunten in een stad of een dorp zijn gevestigd.
De leden van de VVD-fractie lezen dat er 6000 verkooppunten bij supermarkten zijn verdwenen. Zij vragen de staatssecretaris of ook bekend is hoeveel supermarkten er zijn verdwenen tegelijk met, of spoedig nadat het verkooppunt is verdwenen. Zo ja, vallen daar specifieke regio’s bij op?
Antwoord:
Er is geen zicht op het aantal supermarkten dat is gesloten tegelijk met of spoedig nadat het verbod op de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in werking is getreden. Uit berichtgeving van NOS blijkt dat er in dorpen minder supermarkten zijn gesloten dan verwacht.21
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over de voortgang van het vape- en tabaksbeleid. Deze leden benadrukken dat het tegengaan van vapen en roken van niet te onderschatten belang is voor het bevorderen van de levensduur en levenskwaliteit van Nederlanders. Het is essentieel voor het terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en het tegengaan van zorgkosten. De leden van de NSC-fractie hebben daarom nog enkele vragen.
De leden van de NSC-fractie zijn blij dat de staatssecretaris aandacht heeft voor het tegengaan van vapegebruik. In het Actieplan tegen Vapen zien deze leden een aantal maatregelen om het toenemende vapegebruik, in het bijzonder onder jongeren, tegen te gaan. Deze leden zijn echter ook van mening dat deze maatregelen nog veel te mager zijn om het probleem echt aan te pakken. Ondertussen raken onze jongeren massaal verslaafd aan nicotine, of zelfs aan spice en THC, zoals recentelijk bekend werd en creëert de tabaksindustrie een nieuwe generatie tabaksgebruikers.
Daarom roepen deze leden nogmaals op tot het uitvoeren van de door de Kamer reeds aangenomen motie over een algeheel verbod op wegwerp-e-sigaretten per 1 juli 2026. De oproep om dit met spoed op te pakken hebben deze leden al met regelmaat gedaan, maar zij zien dat er niet één stap is genomen om er naartoe te werken. Het is ook verontrustend dat de staatssecretaris de uitvoering van deze motie niet noemt in het Actieplan tegen Vapen.
Zou de staatssecretaris een uitvoerige statusupdate kunnen geven over de uitvoering van deze motie, waarin zij zoveel mogelijk informatie geeft hierover als mogelijk? Waarom negeert zij een verzoek van de Kamer waar een meerderheid van de volksvertegenwoordiging zich achter heeft geschaard?
Antwoord:
Allereerst wil ik aangeven dat het allerminst zo is dat de motie genegeerd wordt. Zoals eerder aangegeven wordt aan deze motie uitvoering gegeven door een onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau CE Delft, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naar beleidsmaatregelen die het kabinet voor vapes zou kunnen treffen.22 Dit onderzoek is inmiddels afgerond en wordt momenteel voorzien van een kabinetsreactie. Uw Kamer ontvangt deze reactie voor het einde van dit jaar. Hierin zal ook ingegaan worden op voornoemde motie.
Als aanvulling op genoemde motie, zijn de leden van de NSC-fractie geïnteresseerd in de visie van de staatssecretaris om een stap verder te gaan en over te gaan op een algeheel verkoopverbod. Genoemde leden realiseren zich dat hiervoor de Tabaksproductenrichtlijn zou moeten worden aangepast. Als de Tabaksproductenrichtlijn daadwerkelijk op die manier wordt gewijzigd, zouden daarmee dan ook andere nieuwe zorgwekkende varianten op de vape, zoals bijvoorbeeld de THC en spice-vapes, zich minder gemakkelijk verspreiden onder de jeugd? Zou dit het handhaven op reeds bestaande verboden op bepaalde categorieën van vapes versimpelen, aangezien er dan niet meer gelet hoeft te worden op bijvoorbeeld nicotinegehalte, smaak of het aantal pufjes? Kan de staatssecretaris afzonderlijk ingaan op de effectiviteit van een dergelijke maatregel op het tegengaan van de verspreiding van eventuele nieuwe varianten en het stroomlijnen van de handhaving? Als blijkt dat een dergelijk verkoopverbod effectief zou zijn, is de staatssecretaris dan bereid zich hiervoor in EU-verband in te zetten?
Antwoord:
Een algemeen verbod op vapes zou de handhaving door de NVWA en de Douane inderdaad kunnen versimpelen. Er hoeft immers niet meer op specifieke productkenmerken zoals smaak of nicotinegehalte gecontroleerd te worden. Zo’n verbod zou daarnaast een normstellende werking kunnen hebben, waardoor een deel van de jongeren ontmoedigt kan raken om te vapen. Wel bestaat het risico dat een deel van het gebruik verschuift naar de illegale markt. Welke uitwerking dit heeft voor de verspreiding van THC-vapes onder jongeren is moeilijk te voorspellen.
Een algemeen Europees verbod op vapes zou een goede maatregel kunnen zijn. Naast de eerdergenoemde normstellende werking, zou zo’n verbod ook de grensoverschrijdende handel kunnen bemoeilijken. Hierdoor wordt het voor illegale handelaren lastiger om vapes via andere EU-landen de Nederlandse markt te laten binnendringen. Ook kan de Douane dan vapes aan de grens tegenhouden indien ze een ander Europees land als eindbestemming hebben.
Bovenstaande mogelijke positieve effecten moeten echter wel worden afgewogen tegen mogelijke negatieve effecten. Het gebruik van vapes is wijdverbreid in heel Europa. Wanneer er een algeheel verbod ingesteld wordt zal een aanzienlijk deel van de vapende personen zich tot een illegale markt wenden. Op deze markt heeft de overheid maar beperkt grip. Daarnaast kan een verbod ervoor zorgen dat gebruikers van vapes een hogere drempel voelen om naar hulp te stappen, omdat ze dan moeten toegeven dat ze een illegaal middel gebruiken. Zoals eerder beschreven bestaat ook het risico dat een deel van het gebruik verschuift naar de illegale markt.
Een algeheel verbod op vapes vraagt zoals de leden van de NSC-fractie terecht opmerken een wijziging van de Tabaksproductenrichtlijn. Op dit moment is een dergelijk verbod niet haalbaar binnen de Europese Unie. Daarom zet ik mij in voor maatregelen die dat wel zijn. Denk hierbij aan een Europees smaakjesverbod, een Europees verbod op grensoverschrijdende (online) verkoop en strengere regels voor sociale mediabedrijven omtrent de promotie en verkoop van vapes. Mijn voorganger heeft samen met 12 andere lidstaten hiertoe opgeroepen bij de Europese Commissie, mede op aandringen van de Tweede Kamer.
De leden van de NSC-fractie zijn verheugd om te zien dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op verzoek van Stichting Rookpreventie Jeugd een onderzoek is begonnen naar Snapchat vanwege de illegale handel in vapes op hun platform. Kan de staatssecretaris toelichten hoe zij dit onderzoek ziet in het kader van haar eigen onderzoek naar illegale handel?
Antwoord:
Ik verwelkom het onderzoek van de ACM. De ACM doet onderzoek of Snapchat een inbreuk maakt op de Europese Digital Services Act. De mogelijke inbreuken op de wet hebben betrekking op het beleid van het platform rond de bescherming van minderjarigen. Een platform moet volgens de DSA passende en evenredige maatregelen nemen om de bescherming van minderjarigen voldoende te waarborgen. De ACM gaat nu onderzoeken of Snapchat dat doet. Ik ben erg benieuwd naar de uitkomsten van dit onderzoek en de eventuele vervolgstappen die hieruit kunnen voortkomen. Het onderzoek dat ik heb aangekondigd en dat door Bureau Beke wordt uitgevoerd, bekijkt hoe de illegale handel er in zijn algemeenheid uitziet. Snapchat kan een van de mogelijke schakels zijn waar deze handel plaatsvindt, maar het onderzoek kijkt dus verder dan een enkel digitaal platform.
De leden van de NSC-fractie hebben met interesse en grote waardering kennis genomen van de ideeën voor maatregelen tegen roken en vapen van de studenten van de Haagse Hogeschool. Hierbij presenteren zij goede ideeën, zoals een Snapchat-campagne, een TikTok-challenge, een buddy systeem voor jongeren die willen stoppen of het aantrekkelijker maken van schoolpleinen. De leden van de NSC-fractie vinden het van groot belang dat ook de ideeën van jongeren, scholieren en studenten worden betrokken bij het beleid om vapen tegen te gaan. Heeft de staatssecretaris kennisgenomen van deze voorstellen die van jongeren zelf komen ter ondersteuning van het beleid? Kan de staatssecretaris reageren op de ideeën van deze studenten? Kan zij deze betrekken bij haar Actieplan tegen Vapen, bijvoorbeeld in de aangekondigde PR- en mediacampagne?
Antwoord:
Net als de leden van de NSC-fractie vind ik het van groot belang om jongeren te betrekken bij het beleid. Zo is de jongerencampagne vanuit het Actieplan tegen Vapen ontworpen in samenwerking met scholieren. De komende tijd blijf ik in gesprek met scholen, kennisinstellingen en jongeren, over wat verder nodig is om vapen onder jongeren te voorkomen. Ideeën zoals het aantrekkelijker maken van schoolterreinen of hulp bij stoppen met vapen betrek ik daarbij.
Wat betreft het tabaksbeleid, hebben de leden van de NSC-fractie met verbazing kennisgenomen van de opmerking van de staatssecretaris dat een generatiegebonden verkoopverbod voor tabak juridisch niet haalbaar is. Hier hebben deze leden ook al naar gevraagd in schriftelijke vragen aan de staatssecretaris op 17 juli 2025. De staatssecretaris geeft aan dat zij verwacht dat deze maatregel in strijd is met EU-wetgeving. Kan zij hierover, als ze dat nog niet heeft gedaan, aanvullend advies inwinnen bij de Europese Commissie en de Kamer hierover informeren voor eind oktober?
Antwoord:
In de Kamerbrief van 14 juli 202523 staat dat een generatiegebonden verkoopverbod in juridische zin de facto kan worden gezien als een algeheel verbod op tabaksproducten en aanverwante producten met een overgangstermijn van een mensenleven. De Europese Tabaksproductenrichtlijn staat niet toe dat lidstaten het in de handel brengen van producten die aan de regels voldoen, verbieden of beperken. In die brief is ook aangegeven dat de proportionaliteit van het generatiegebonden verkoopverbod op dit moment nog lastig te onderbouwen is. Om een rookvrije generatie te bereiken is het van belang dat het aantal rokende en vapende jongeren eerst flink wordt teruggebracht. Daartoe is en wordt een breed pakket aan (minder vergaande) maatregelen ingevoerd. Daarnaast is verdere Europese harmonisatie van groot belang om grensoverschrijdende aankopen tegen te gaan. Al met al zal het jaren duren voordat het invoeren van een generatiegebonden verkoopverbod overwogen zou kunnen gaan worden en om deze reden heeft het nu inwinnen van aanvullend advies bij de Europese Commissie geen meerwaarde.
Daarnaast meldt de staatssecretaris dat het onderzoek over het verhogen van de leeftijdsgrens voor tabaksverkoop naar 21 nog loopt. Kan zij aangeven hoe dit onderzoek verloopt, welke vragen er worden gesteld, wie het onderzoek uitvoert, welke methodes worden gehanteerd en wanneer zij verwacht de resultaten ervan te kunnen delen met de Kamer?
Antwoord:
In het Actieplan tegen Vapen24 heeft mijn ambtsvoorganger aangekondigd een verkenning te doen naar de haalbaarheid van de verhoging van de leeftijdsgrens naar 21 jaar voor de verkoop van vapes, sigaretten en andere producten met nicotine. In de ‘Notitie Leeftijdsgrens verkoop tabak naar 21 jaar’25 geeft het Trimbos-instituut een overzicht van wetenschappelijke literatuur en stand van zaken in andere landen wat betreft een verhoging van de leeftijdsgrens. Recent onderzoek, aangehaald in de notitie, toont aan dat deze maatregel effectief kan zijn bij het verminderen van het aantal jongeren dat rookt. Op dit moment verken ik de haalbaarheid in relatie tot handhaving, samenhang met andere leeftijdsgebonden producten en juridische implicaties. Ik verwacht de resultaten van mijn verkenning begin 2026 met uw Kamer te delen.
Verder lezen de leden van de NSC-fractie dat volgens de staatssecretaris de proportionaliteit van een generatiegebonden verkoopverbod nog lastig te onderbouwen is. Volgens deze leden zijn de ongeveer 20.000 sterfgevallen per jaar en 700.000 zieken door roken al ampel bewijs voor de proportionaliteit van deze maatregel. Deze leden vinden dat er snel stevigere maatregelen nodig zijn om een rookvrije generatie te bereiken. Een dergelijke maatregel zou overigens ook niet in één keer de generatie van 2012 rookvrij maken, maar zal wel jaar op jaar meer positieve effecten laten zien. Dat in gedachten houdende, is het belangrijk om maatregelen zo snel mogelijk in te voeren, om in 2040 een rookvrije generatie te kunnen hebben. Waarom wordt er “eerst een breed pakket aan (minder vergaande) maatregelen ingevoerd”, terwijl het daarmee maar zeer de vraag blijft of de doelen in 2040 gehaald zullen worden? Geeft de staatssecretaris er niet de voorkeur aan om nu al zwaardere maatregelen zoals deze te nemen, in de hoop dat we misschien al in bijvoorbeeld 2035 een rookvrije generatie hebben bereikt, maar in ieder geval in 2040?
Antwoord:
Roken is de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte in Nederland. Daarom neem ik flinke stappen om te zorgen dat mensen er niet mee beginnen, en dat mensen die willen stoppen met roken daarbij worden geholpen. Het is aan een volgend kabinet om vervolgstappen te bepalen.
De staatssecretaris noemt terecht ook de rol van het ongewenste bijeffect van grensoverschrijdende aankopen in haar overwegingen. De leden van de NSC-fractie zijn het met de staatssecretaris eens dat deze grenseffecten de effectiviteit van Nederlandse maatregelen tegen roken ondermijnen en dat er Europees moet worden ingezet om dit tegen te gaan. Echter zien deze leden dat dit type argumenten ook wordt ingezet door de tabaksindustrie als argumenten tegen effectief antirookbeleid. Want de grenseffecten nemen niet weg dat een maatregel nog steeds effectief kan zijn. Een iets minder effectieve maatregel is immers altijd beter dan helemaal geen maatregel. De effecten van de hoge accijns op de prevalentie van roken zijn bijvoorbeeld duidelijk bewezen in diverse rapporten en onderzoeken, ook al heeft het betekend dat sommige Nederlanders de grens over gaan om hun sigaretten te kopen. Deelt de staatssecretaris de analyse van deze
leden dat het essentieel is om ongewenste grenseffecten tegen te gaan om de effectiviteit van maatregelen te bevorderen, maar dat het niet een reden op zich is om een maatregel niet te nemen?
Antwoord:
Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt inderdaad dat accijnsverhoging één van de meest effectieve manieren is om roken terug te dringen. De afgelopen jaren hebben we hierin stappen gezet. Uit onderzoeken van het RIVM blijkt ook dat 7-11% van rokers uit de onderzoekspopulatie zijn gestopt met roken na de recente verhogingen.26 Tegelijkertijd zien we de afgelopen jaren ook dat van de in Nederland gerookte sigaretten het aandeel niet in Nederland veraccijnsde sigaretten toeneemt. Om dat tegen te gaan is het belangrijk dat de accijnstarieven binnen Europa dichter bij elkaar gebracht worden. De recent gepubliceerde nieuwe Europese richtlijn tabaksaccijns is daarvoor een stap in de goede richting. De inzet van Nederland in Europa is erop gericht dit stevig in de
richtlijn te verankeren. Op nationaal niveau zijn beslissingen rondom verdere accijnsverhogingen aan een volgend kabinet. Accijnsverhogingen leiden in de regel tot grenseffecten en die zullen bij deze beslissing worden meegewogen.
Met de passage ‘dit type argumenten worden ook ingezet door de tabaksindustrie’ lijken de leden van de NSC-fractie in hun vraagstelling de suggestie te wekken dat de regering gevoelig is voor de beïnvloeding door de tabaksindustrie. Deze suggestie vind ik buiten de normen van een redelijk schriftelijk overleg gaan. Dat type argumentatie verwerp ik dan ook ten volle.
Tot slot spreken deze leden graag nog uit dat alle mogelijke maatregelen om vapen en roken tegen te gaan overwogen dienen te worden. De hoeveelheid Nederlanders die door het roken of vapen ziek worden of zelfs overlijden, is onaanvaardbaar hoog. Daarom waarderen deze leden de inzet van dit kabinet om het doel uit het preventieakkoord van een rookvrije generatie in 2040 te halen. Deze leden zijn echter niet van mening dat de op dit moment aangekondigde maatregelen hiervoor voldoende zullen zijn en zullen daarom de staatssecretaris blijven aansporen om meer te doen, zowel door vragen als door concrete initiatieven. Daarom zijn deze leden ook teleurgesteld in het overzicht van maatregelen die de staatssecretaris bereid is te nemen om de ambitie van een rookvrije generatie in 2040 te halen. Hierin kondigt de staatssecretaris namelijk geen nieuwe maatregelen aan, maar herhaalt zij enkel de reeds aangekondigde maatregelen in het Actieplan tegen Vapen en de samenhangende preventiestrategie alsook de verkenning naar een leeftijdsgrens van 21 jaar en een preventiefonds. Deze leden kunnen daarom helaas niet anders dan concluderen dat de staatssecretaris niet met andere ideeën dan deze zal komen om roken en vapen tegen te gaan, terwijl deze extra maatregelen hard nodig zullen zijn om roken en vapen tegen te gaan. Deze leden vertrouwen erop dat de staatssecretaris wel bereid is om alsnog open en constructief te kijken naar initiatieven vanuit de Kamer, ook als deze niet reeds aangekondigd zijn in genoemde plannen. Kan zij dit bevestigen? Staat het uitsluiten van extra maatregelen niet haaks op haar antwoord in de schriftelijke vragen van 17 juli 2025, waarin de staatssecretaris zegt “Zien wat het effect hiervan is, en als dat onvoldoende blijkt, zoek ik naar extra mogelijkheden.”? Kan de staatssecretaris niet beter nu al deze extra maatregelen inventariseren en voorbereiden, zodat zij ze direct kan implementeren als dat naar haar inzicht nodig blijkt?
Antwoord:
Uiteraard ben ik bereid open en constructief te kijken naar initiatieven uit de Kamer. Die zijn naast de inzet die ik doe, van groot belang om stappen te kunnen zetten op het gebied van tabaksontmoediging. Zoals ik heb aangegeven in antwoord op de Kamervragen van 17 juli 2025 richt ik mij nu op het invoeren van de reeds aangekondigde maatregelen.27 Dit betekent niet dat wordt nagelaten te kijken of er andere veelbelovende maatregelen zijn om roken en vapen terug te dringen. Daarbij moet ik wel aantekenen dat het kabinet demissionair is waardoor ik terughoudend ben in het formuleren van nieuw beleid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Met interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over het tabaksbeleid. Daartoe hebben deze leden verdere vragen.
De leden van de D66-fractie zijn blij om te zien dat er veel aandacht is voor het verminderen van roken en vapen in onze samenleving. Er zijn al veel maatregelen genomen die ons steeds een stapje dichter bij een rookvrije generatie brengen. Ook wordt in de Miljoenennota benoemd dat er gewerkt wordt aan het rookvrij maken van de terreinen van de kinderopvang, beheerde speeltuinen en kinderboerderijen. De leden van de D66-fractie vragen wanneer de staatssecretaris verwacht dat deze doelstelling gerealiseerd zal zijn. Daarnaast denken de leden van de D66-fractie dat het van groot belang is om rook- en vapeverboden in de openbare ruimte verder door te zetten dan bij de zojuist genoemde terreinen. Denk hierbij aan sportparken, speelplekken, stadions en rond de ingang van ziekenhuizen en verpleeghuizen. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie aan de staatssecretaris of zij voornemens is deze mogelijkheden verder te verkennen. Op welke termijn kan de Kamer de uitkomsten van deze verkenning verwachten?
Antwoord:
Het klopt dat ik op dit moment werk aan een wetsvoorstel om de terreinen van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra rook- en vapevrij te maken. Dit is de eerste fase van het rookvrij maken van plekken waar veel kinderen komen, die per brieven van 25 april 2024 en 21 februari 2025 is aangekondigd.28 29 In de brief van 25 april 2024 is de motie Jansen en Krul uitgewerkt en verkend welke plekken waar veel kinderen komen rookvrij gemaakt kunnen worden.30 Het ging in de verkenning om speeltuinen, sport, kinderboerderijen, kinderopvanglocaties, dagattracties, openluchtzwembaden en een aantal overige plekken, waaronder scouting en vakantieparken. In de brief is aangegeven dat het om een aanzienlijke hoeveelheid locaties gaat en dat er daarom gestart wordt met het rookvrij maken van beheerde speeltuinen, kinderboerderijen en kindercentra. In een volgende stap kunnen desgewenst andere plekken waar veel kinderen komen rookvrij gemaakt worden. Ik blijf, conform afspraak van het kabinet, focussen op het rookvrij maken van plekken waar veel kinderen komen. Het verkennen van overige plekken, zoals stadions en rond de ingang van ziekenhuizen en verpleeghuizen, laat ik gezien de demissionaire status van het kabinet over aan mijn opvolger.
Naast de wettelijke maatregelen zijn er de afgelopen jaren bovendien grote stappen gezet op basis van zelfregulering en door lokale overheden binnen verschillende sectoren. De Rijksoverheid stimuleert deze initiatieven actief, maar ook gemeenten en de Gezondheidsfondsen voor Rookvrij (GVRV) spelen hierin een belangrijke rol. Zo heeft de Gemeente Den Haag ervoor gekozen om alle sportparken rookvrij te maken. Daarnaast zijn veel zorgorganisaties inmiddels rookvrij geworden, en heeft ook het openbaar vervoer gezamenlijk besloten om volledig rookvrij te worden. Deze positieve ontwikkeling blijven we stimuleren en verder aanjagen.
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie in de factsheet ‘Inspectieresultaten rookverbod 2024’ van de NVWA dat er op 29 procent van de geïnspecteerde schoolterreinen een maatregel werd opgelegd, als gevolg van een overtreding van het rookverbod. Kan de staatssecretaris dit resultaat uitsplitsen naar basis-, voortgezet- en hoger onderwijs?
Antwoord:
In 2024 zijn 89 inspecties uitgevoerd. Dit zijn herinspecties en inspecties naar aanleiding van meldingen. Daarbij is 15 keer een officiële waarschuwing gegeven (0x basisschool, 4x middelbare school, 7x MBO/HBO, 4x Universiteit) en 11 keer een boete (0x basisschool, 1x middelbare school, 7x MBO/HBO, 3x Universiteit).
ZonMw en het Trimbos Instituut stellen dat roken meer bespreekbaar gemaakt zou moeten worden vanuit het sociaal domein.31 Professionals in het sociaal domein, zoals maatschappelijk werkers, bieden vaak ondersteuning op meerdere leefdomeinen zoals armoede, schulden en huiselijk geweld. Hierdoor zijn ze goed gepositioneerd om het gesprek over roken aan te gaan en te begeleiden naar passende hulp.32 Daartoe vragen de leden van de D66-fractie de staatssecretaris of zij mogelijkheden ziet om deze optie verder te verkennen en te intensiveren in samenwerking met zorgverzekeraars.
Antwoord:
Professionals in het sociaal domein kunnen inderdaad zeer waardevol
bijdragen aan het ondersteunen van mensen die willen stoppen met roken.
Dat begint vaak al bij het gesprek aangaan. Er wordt op dit moment op
verschillende plekken ervaring opgedaan in de rol die professionals in
het sociaal domein kunnen vervullen om mensen te ondersteunen die willen
stoppen met roken. Bijvoorbeeld in de Rookvrije Wijkaanpak die Pharos en
GGD GHOR met ondersteuning van het ministerie van VWS uitvoeren. De
factsheet van het Trimbos-instituut waar de leden van de D66-fractie
naar verwijzen biedt een praktisch overzicht hoe roken vanuit het
sociaal domein bespreekbaar kan worden gemaakt. Deze informatie wordt
actief gedeeld met de relevante partijen. In de gesprekken die ik heb
met zorgverzekeraars betrek ik ook de vraag welke rol zij kunnen
vervullen om het sociaal domein op dit vlak te versterken.
Daarnaast verscheen onlangs het NOS-artikel33
waarin zorginstanties alarm slaan over het gebruik van THC-vapes
onder jongeren. Dit zijn THC-vapes en vapes met synthetische cannabis,
die ernstige gezondheidsrisico's met zich meebrengen, zeker voor
jongeren. Zo zijn er al kinderen met een ambulance afgevoerd en in het
ziekenhuis opgenomen en meerdere jongeren onwel geraakt. Daartoe vragen
de leden van de D66-fractie welke maatregelen de staatssecretaris
voornemens is te nemen zodat dit schadelijke gebruik onder kinderen
wordt tegengegaan. Op welke wijze zal de Kamer hierover geïnformeerd
worden, zo vragen de leden van de D66-fractie. Daarnaast vragen de leden
van de D66-fractie op welke wijze de staatssecretaris jongeren en hun
ouders momenteel waarschuwt voor de risico’s. Welke mogelijkheden tot
voorlichting over deze risico’s heeft zij nu niet, maar zou zij bij een
gereguleerd product wel hebben, zo vragen de leden van de
D66-fractie.
Antwoord:
De berichtgeving over het gebruik door scholieren van THC-vapes en vapes met synthetische cannabinoïden34 (ook wel ‘spice’ genoemd) is zeer verontrustend. De opkomst van het gebruik van deze vapes door met name jongeren is een onwenselijke ontwikkeling en baart ons zorgen vanwege de daarmee samenhangende volksgezondheidsrisico’s. Deze producten zijn gevaarlijk, zeker voor minderjarigen. Naast het directe risico, bestaat ook het risico dat het gebruik een opstap vormt naar andere middelen. Beide middelen zijn op dit moment verboden onder de Opiumwet. Op de informatiekanalen van het Trimbos-instituut35 wordt informatie over het gebruik hiervan gegeven en gewaarschuwd voor de effecten hiervan. Daarnaast wordt er ook gericht gewaarschuwd door de regionale instellingen voor verslavingszorg. Het is belangrijk om te benadrukken dat veel vapes in het illegale circuit geen THC, maar synthetische cannabinoïden bevatten. Die zijn nog vele malen schadelijker en zij zijn bijvoorbeeld ook niet toegestaan binnen het experiment gesloten coffeeshopketen. Daar is enkel de verkoop van THC-vapes toegestaan. Binnen het experiment is de verplichting opgenomen een bijsluiter toe te voegen die de gebruiker informeert over de risico’s van het gebruik van cannabis.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsbrief over het vape- en tabaksbeleid. Zij hebben de volgende vragen aan de staatssecretaris.
Om te beginnen willen deze leden stilstaan bij de ernst van de signalen over het gebruik van de THC-vape onder scholieren: jongeren tussen de 13 en 16 jaar die flauwvallen, moeten overgeven of zelfs met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht na gebruik van vapes die zij via sociale media als Snapchat en Instagram hebben aangeschaft. Uit onderzoek blijkt dat deze vapes vaak geen reguliere THC bevatten, maar synthetische varianten met een veel sterkere en onvoorspelbare werking. Jongeren zijn zich hier vaak niet van bewust.
De leden van de BBB-fractie vinden het zorgelijk dat deze producten zo eenvoudig beschikbaar zijn voor minderjarigen en dat de handhaving op online verkoop via sociale media achterblijft. Zij wijzen erop dat dit niet alleen een gezondheidsrisico vormt, maar ook het draagvlak voor het tabaksontmoedigingsbeleid ondermijnt. Is de staatssecretaris bereid om, in samenwerking met de minister van Justitie en Veiligheid, te onderzoeken hoe de handhaving op de online verkoop van illegale THC-vapes via sociale media effectiever kan worden ingericht?
Antwoord:
Het platform Vapen #jouwkeuze en de Stichting Rookpreventie Jeugd hebben onderzoek verricht naar het aanbieden van deze producten via sociale media. Zij hebben mij geïnformeerd over het handhavingsverzoek dat hebben ingediend bij de ACM omdat zij van mening zijn dat het platform Snapchat niet voldoet aan de vereisten van de Digital Services Act. De ACM heeft een onderzoek geopend naar Snapchat in verband met de handel van vapes aan minderjarigen. De ACM onderzoekt daarbij of Snap voldoende doet om verboden inhoud van hun platform te weren, zoals het aanbieden van verboden vapes met een smaakje of met THC. Ik volg de uitkomsten van het onderzoek van de ACM met interesse.
De handel in middelen die vallen onder de Opiumwet is daarnaast strafbaar. Ook is het op grond van artikel 3b van de Opiumwet verboden om de verkoop van middelen door openbaarmaking te bevorderen. Indien aangetoond kan worden dat sociale media medeplichtig zijn aan de handel in THC-vapes kan daar dus ook strafrechtelijk tegen worden opgetreden. Voor strafrechtelijke vervolging moet er echter wel opzet van de sociale media bij de handel of openbaarmaking aangetoond kunnen worden. Het Openbaar ministerie (OM) zal zich blijven inzetten tegen de handel in drugs via online kanalen zoals Snapchat. Er worden sites of servers uit de lucht gehaald, maar dat kost veel opsporingscapaciteit en vergt internationale samenwerking. De acties om dergelijke sites of servers offline te halen, leiden bovendien vaak tot een waterbedeffect en het uitwijken naar andere verkoopkanalen, bijvoorbeeld via Telegram of whatsapp of andere vormen
van geëncrypte communicatiemiddelen. Daarom wordt ook onderzocht hoe er (buiten de strafrechtelijke aanpak om) barrières kunnen worden opgeworpen. De minister van Jusititie en Veiligheid voert daarover op dit moment gesprekken de politie en het OM.
Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie vragen over de invoering van standaardverpakkingen voor sigaren en de tabaksontmoedigingsmaatregelen. Is de staatssecretaris bereid om een uitzondering of aangepaste overgangstermijn te overwegen voor kleine, ambachtelijke sigarenproducenten, gelet op hun beperkte marktaandeel, doelgroep en productiecapaciteit? En zo niet, waarom niet? Is de staatssecretaris het eens met de constatering dat de invoering van standaardverpakkingen voor sigaren een disproportionele maatregel is omdat het geen aantoonbare gezondheidswinst oplevert?
Antwoord:
Op 1 oktober 2020 zijn de regels over standaardverpakkingen voor sigaretten en shagtabak in werking getreden. Om samenhang en consistentie van het tabaksontmoedigingsbeleid te bevorderen, is het belangrijk dat deze standaardverpakkingen niet alleen voor sigaretten en shagtabak gelden. Zoals al afgesproken in het Nationaal Preventieakkoord in 2018, acht ook het huidige kabinet het noodzakelijk dat verpakkingen van sigaren en elektronische dampwaar eveneens fors minder aantrekkelijk worden gemaakt. Verpakkingen van sigaren kunnen net als verpakkingen van sigaretten en shagtabak, immers aantrekkelijk zijn of worden gemaakt. De aantrekkelijkheid van deze verpakkingen is een van de aspecten die een rol speelt bij het beginnen en voortzetten van gebruik van tabaksproducten door jongeren.
De regering kiest er voor om standaardverpakkingen voor te schrijven voor alle soorten sigaren, ook voor ambachtelijke sigaren. De regering acht het niet voldoende om bepaalde sigaren wel onder de nieuwe regels te brengen en andere niet: de boodschap dat het niet om normale, maar schadelijke producten gaat, moet onverminderd gelden voor al deze producten, en het gebruik van al deze producten moet worden ontmoedigd. Het vrijstellen van enkele producten zou kunnen suggereren dat het gebruik van díe producten niet, of minder schadelijk zou zijn.
Is de staatssecretaris bereid een impactanalyse te maken van de ontmoedigingsmaatregelen tegen roken die genomen zijn in de periode 2020-2025, en van het totale effect van die maatregelen?
Antwoord:
Wanneer we kijken naar het totale effect van ontmoedigingsmaatregelen tegen roken de afgelopen decennia, dan blijkt dat in de periode tussen 1990 en 2024 het percentage dagelijkse rokers onder de bevolking van 18 jaar en ouder bijna gehalveerd is. Deze daling is significant voor mannen, vrouwen, de totale groep volwassenen en ook voor alle volwassen leeftijdsgroepen afzonderlijk. Kijken we naar de periode van vijf jaar tussen 2020 en 2024 dan is de daling ook significant, behalve voor de leeftijdsgroep van 18 tot en met 29 jaar. De rookprevalentie in 2024 is gedaald naar 18,2%, volgens de laatste CBS-cijfers. In 2023 rookte nog 19% van de Nederlandse volwassenen. Tien jaar geleden was dit nog 26%.36 Uit de monitoring van de komende jaren moet blijken hoe deze trend zich verder ontwikkelt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris en hebben hier nog enkele vragen over.
De leden van de CDA-fractie constateren met zorg dat de online verkoop van tabaksproducten zich verplaatst naar sociale mediakanalen. Deze leden vragen of van al de 1.868 meldingen de posts zijn verwijderd. Deze leden vragen ook de accounts achter deze posts allemaal zijn verwijderd en zo nee, waarom niet. Deze leden vragen de staatssecretaris verder wat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nog meer doet tegen online verkoop via sociale media behalve het laten verwijderen van de posts. Zij vragen om welk platform het specifiek gaat, waarvan de NZa melding heeft gedaan bij de ACM. Deze leden vragen wat de status is van dit onderzoek door de ACM en wat de vervolgstappen zijn.
Antwoord:
De NVWA houdt toezicht op het verbod op de online verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten. De NVWA onderzoekt op basis van meldingen en signalen naar bepaalde posts en accounts. De NVWA is een zogenoemde ‘trusted flagger’ bij verschillende socialmediaplatformen. Dat betekent dat wanneer de NVWA een melding van een post maakt, deze door de platforms wordt verwijderd. Als een bepaald account meerdere keren posts plaatst die niet zijn toegestaan, moet het platform dit account verwijderen. Indien een platform hieraan niet meewerkt, dan kan er een melding worden gedaan bij de ACM. De ACM doet dan een melding bij de betreffende autoriteit (in het land waar het platform is gevestigd).
Soms laat de NVWA accounts/posts juist niet verwijderen en probeert de NVWA er zo achter te komen van waaruit de illegale producten worden verstrekt. Indien dat lukt, kan de NVWA de producten daar in beslag nemen. De NVWA kan geen uitspraken doen over onderzoeken bij concrete individuele cases en de uitkomst daarvan.
De leden van de CDA-fractie vragen of er al effect te zien is van het aanpassen van het interventiebeleid, zodat direct een boete wordt uitgedeeld. Deze leden zijn benieuwd of en zo ja, hoeveel boetes zijn uitgedeeld.
Antwoord:
Het interventiebeleid is sinds juli 2025 aangepast. De NVWA maakt, als een overtreding is vastgesteld voor de verkoop op afstand van tabaksproducten of aanverwante producten, een boete op. Dit jaar heeft de NVWA 79 inspecties uitgevoerd, waarbij 17 keer een overtreding is geconstateerd. In 8 gevallen is een boete opgemaakt. Om een boete op te kunnen maken voor de verkoop op afstand moet de NVWA weten wie er achter de website zit. Bij een overtreding wordt daar onderzoek naar gedaan, maar helaas is de eigenaar niet altijd te achterhalen en kan dus geen boete worden opgelegd.
De leden van de CDA-fractie hebben eerder aandacht gevraagd voor de mogelijkheid van een extra heffing voor de tabaksindustrie, naar Canadees model. Deze leden vragen hoe het staat met het onderzoek dat de staatssecretaris heeft toegezegd uit te voeren naar de mogelijkheid van zo’n heffing. Deze leden vragen haar op welke termijn de Kamer de resultaten van dit onderzoek kan verwachten.
Antwoord:
Naar verwachting informeer ik uw Kamer binnen enkele maanden over de uitkomsten van de verkenning.
De leden van de CDA-fractie zijn voorstander van een generatiegebonden rookverbod. Deze leden lezen dat de staatssecretaris schrijft dat zo’n verbod juridisch gezien niet mogelijk is onder de Tabaksproductenrichtlijn. Deze leden vragen of er plannen zijn voor een wijziging of herziening van de Tabaksproductenrichtlijn, waarmee eventuele juridische obstakels voor een generatiegebonden verbod weggenomen kunnen worden. Deze leden vragen of de staatssecretaris bereid is hiervoor in Europees verband te pleiten, ook gezien de eerdere brief aan de Europese Commissie waarin door Nederland is gepleit voor nieuwe wetgeving. Deze leden vragen verder of er andere lidstaten zijn die gebruik maken van de mogelijkheid uit artikel 24 Tabaksproductenrichtlijn tot een verbod voor een bepaalde categorie op basis van een specifieke situatie in de lidstaat en zo ja, welke lidstaten dit zijn en waar het verbod op ziet.
Antwoord:
Zoals in de brief van 14 juli 2025 beschreven, lijkt een generatiegebonden verkoopverbod op gespannen voet te staan met de Tabaksproductenrichtlijn37 (TPD), omdat dit de facto kan worden gezien als een algeheel verbod op tabaksproducten en aanverwante producten met een overgangstermijn van een mensenleven. De TPD heeft een tweeledige doelstelling: enerzijds het bevorderen van een goed functionerende interne markt voor tabak en aanverwante producten, en anderzijds het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, met name voor jongeren.38 Het mogelijk maken dat in een lidstaat een algeheel verbod op alle tabaksproducten en aanverwante producten kan worden ingesteld, is strijdig met de doelstelling van een goed functionerende interne markt en lijkt daardoor niet haalbaar. België en Frankrijk hebben op grond van artikel 24, derde lid, van de TPD een verbod op wegwerpvapes ingesteld. Het Europese Hof van Justitie heeft zich nog niet over de vraag uitgelaten of dit een toegestane toepassing van dit artikel betreft.
De leden van de CDA-fractie lezen dat er voor 2026 geen budget is gereserveerd voor Trimbos of voor communicatiecampagnes in het kader van het Actieplan tegen Vapen, maar enkel voor de handhaving door de NVWA. Deze leden vragen waarom de staatssecretaris het niet noodzakelijk acht om ook in 2026 te investeren in de uitvoering van de overige aspecten van het Actieplan tegen Vapen. Deze leden vragen of de staatssecretaris kan aangeven welke stappen er zijn gezet met betrekking tot de verdere regulering van tabaksaccessoires, zoals in het Actieplan tegen Vapen staat, en op welke termijn de Kamer een wetsvoorstel kan verwachten.
Antwoord:
Het kabinet houdt vast aan de doelstelling van een rookvrije generatie in 2040, waar vapen ook onder valt. Er is in het hoofdlijnenakkoord een budgettair kader vastgesteld. De doelen van het Actieplan tegen vapen moeten behaald worden met inachtneming van deze budgettaire kaders. Het wetsvoorstel tabaksaccessoires staat gepland om medio 2027 in werking te treden.
Kamerstuk 32 011, nr. 122.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 32011, nr 122.↩︎
ZonMw, 27 mei 2025, ‘Roken bespreekbaar maken vanuit het sociaal domein’ (Roken bespreekbaar maken vanuit het sociaal domein | ZonMw)↩︎
Trimbos, december 2024, ‘Roken bespreekbaar maken vanuit het sociaal domein’ (TRI-64-013-Factsheet-Roken-bespreekbaar-maken-vanuit-het-sociaal-domein.pdf)↩︎
NOS, 11 september 2025, ‘Zorginstanties slaan alarm om gebruik THC-vape onder scholieren’ (Zorginstanties slaan alarm om gebruik THC-vape onder scholieren)↩︎
Kamerstukken II 2020/21, 32 011 en 32 793, nr. 79.↩︎
SEO Economisch onderzoek, Beperken tabaksverkoop tot tabaksspeciaalzaken, december 2021.↩︎
Stb. 2024, 89.↩︎
De ervaringen van het lokale bestuur met coffeeshops hebben duidelijk gemaakt dat de ongereguleerde achterdeur ongewenste effecten heeft vanwege de criminogene invloeden die daarvan uitgaan en risico’s voor de volksgezondheid kan opleveren vanwege het gebrek aan toezicht op de kwaliteit van de hennep. Tegelijkertijd is onduidelijk of het reguleren van die achterdeur tot een uitbanning van die invloeden en risico’s kan leiden. ↩︎
Onderzoek rookverbod openbare gebouwen en werkplekken 2021 | Inspectieresultaat | NVWA↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 32011, nr. 119.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 32011, nr. 122↩︎
Kamerstukken II 2023/2024 31 011, nr. 110.↩︎
Kamerstukken II 2024/2025 32 0 11, nr. 118.↩︎
Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord 2021↩︎
Trimbos. (2025, oktober 6). Cijfers roken geraadpleegd van. https://www.trimbos.nl/kennis/cijfers/roken/.↩︎
Tabaks- en rookwarenwet, artikel 13e.↩︎
Kamerstukken II 2023/2024, 31 011, nr. 110.↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 32 011, nr. 118.↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 36541, nr. 2.↩︎
NOS. (2025, 6 juli). Na een jaar zonder tabak gaat het minder slecht dan verwacht met de buurtsuper. Geraadpleegd van https://nos.nl/artikel/2573885-na-een-jaar-zonder-tabak-gaat-het-minder-slecht-dan-verwacht-met-de-buurtsuper↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 30872, nr. 293↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 32011, nr. 122.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 32011, nr. 119.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 32 011, nr. 107.↩︎
RIVM, 2021. Prijsgevoeligheid van rokers; RIVM, 2024. Gedragseffecten van de accijnsverhoging op tabak in 2023; RIVM, 2025. Gedragseffecten van de accijnsverhoging op tabak in 2024. Beschikbaar via RIVM.nl↩︎
Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 3050.↩︎
Kamerstukken II 2023/2024 31 011, nr. 110.↩︎
Kamerstukken II 2024/2025 32 0 11, nr. 118.↩︎
Kamerstukken II 2023/2024 36 410 XVI, nr. 62.↩︎
ZonMw, 27 mei 2025, ‘Roken bespreekbaar maken vanuit het sociaal domein’ (Roken bespreekbaar maken vanuit het sociaal domein | ZonMw)↩︎
Trimbos, december 2024, ‘Roken bespreekbaar maken vanuit het sociaal domein’ (TRI-64-013-Factsheet-Roken-bespreekbaar-maken-vanuit-het-sociaal-domein.pdf)↩︎
NOS, 11 september 2025, ‘Zorginstanties slaan alarm om gebruik THC-vape onder scholieren’ (Zorginstanties slaan alarm om gebruik THC-vape onder scholieren)↩︎
Synthetische cannabinoïden (soms spice of synthetische wiet genoemd) zijn in een laboratorium gemaakte stoffen met een effect wat kan lijken op dat van THC. THC is een van de belangrijkste werkzame stoffen in cannabis.↩︎
https://www.drugsenuitgaan.nl en https://drugsinfo.nl.↩︎
HvJ EU 22 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:101 (Stichting Rookpreventie Jeugd), rov. 32; HvJ EU 22 november 2018, EU:C:2018:938 (Swedish Match), rov. 40.↩︎