[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voortgangsrapportage NPLV 2024 tot en met de zomer 2025

Aanpak Wijken

Brief regering

Nummer: 2025D48894, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 14:54, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30995 -107 Aanpak Wijken.

Onderdeel van zaak 2025Z20756:

Preview document (🔗 origineel)


Veel mensen in Nederland wonen in een fijne buurt. Ze voelen zich veilig, hebben toegang tot voorzieningen en doen mee aan de samenleving – via school, werk of vrijwilligersactiviteiten. Zij leven in een goede gezondheid en hebben perspectief op een mooie toekomst. Dit geldt echter niet voor iedereen. Zo leven 1,2 miljoen mensen in stedelijke focusgebieden waar de leefbaarheid en veiligheid structureel onder druk staan. Problemen stapelen zich op. Bewoners wonen vaak in slecht onderhouden huizen. Zij leven gemiddeld zeven jaar korter en brengen vijftien jaar langer door in minder goede gezondheid. In deze wijken leven twee keer zoveel mensen onder de armoedegrens. De kans om slachtoffer te worden van ernstige misdrijven zoals inbraak en straatroof is anderhalf tot twee keer hoger, en bewoners voelen zich vaker onveilig. Kinderen groeien hier eerder op met onderwijsachterstanden en hebben later minder perspectief op werk.

Om de negatieve spiraal te doorbreken, is het kabinet in 2022 met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) gestart. In twintig stedelijke gebieden werken we de komende 15 tot 20 jaar aan stelselmatige verbeteringen die elkaar versterken: betere woningen en wijken, veiligere buurten en meer bewoners mee laten doen in de samenleving. Dit vraagt om structurele investeringen, intensieve samenwerking en additionele inzet op het bestaande beleid om zo het toekomstperspectief van bewoners in deze gebieden blijvend te verbeteren.

Zoals aan uw Kamer is toegezegd breng ik u met deze brief en bijgevoegde voortgangsrapportage op de hoogte van de inzet en de voortgang van het NPLV in de periode van 2024 tot de zomer 2025. Dit doe ik mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de staatssecretaris Participatie en Integratie, de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.

De belangrijkste inzet en ontwikkelingen

Het NPLV kenmerkt zich door een gebiedsgerichte, langetermijnaanpak en bestuurlijke vernieuwing. In de twintig gebieden werken publiek-private allianties, onder leiding van de burgemeester. Het afgelopen jaar hebben de lokale allianties veel werk verricht. Er is gewerkt aan de gebieds- en uitvoeringsplannen, waarbij ze de thema’s in samenhang oppakken. Deze plannen vormen de basis voor concrete interventies die direct bijdragen aan oplossingen voor de bewoners. Ik complimenteer de programmabureaus en alle partners in de lokale allianties met hun harde werk dat ervoor zorgt we al een aantal eerste resultaten zien.

Vanuit het Rijk zetten we actief in op verschillende randvoorwaarden voor de lokale uitvoering. We doen dit door het beschikbaar stellen en bundelen van middelen, gezamenlijk te leren van de aanpak, kennisdeling te ondersteunen, en een brug te slaan tussen het nationale beleid en de lokale praktijk. Hiervoor neemt in elk gebied ook een hooggeplaatste ambtenaar van een ministerie deel aan de lokale alliantie.

Hoewel het tijd kost om de langetermijneffecten te zien, is er veel opgestart en zien we voorzichtig de eerste ontwikkelingen in de cijfers. De bijgevoegde voortgangsrapportage gaat hier uitgebreid op in. De belangrijkste inzet en ontwikkelingen op de drie hoofddoelen - het verbeteren van woningen en wijken, meer bewoners mee laten doen in de samenleving en het vergroten van de veiligheid – licht ik hieronder uit.

Uit de Leefbaarometer blijkt dat de leefbaarheid in de NPLV-gebieden tussen 2018 en 2024 iets is verbeterd.1 Het aandeel woningen in de gebieden met een ‘zwakke’ of lagere leefbaarheid is afgenomen van 60% naar 55%. Wel blijft de leefbaarheid nog steeds achter bij het landelijke gemiddelde. Overlast en onveiligheid hebben hierop de grootste invloed, gevolgd door de woningvoorraad. Om de onveiligheid terug te dringen, zetten we onder andere in op een brede preventieaanpak van jeugdcriminaliteit, samenwerking met de gemeenschap en het veiliger maken van de gebouwde omgeving. Om de woningvoorraad te verbeteren is het van belang om zowel nieuwe woningen te bouwen als bestaande huizen te verbeteren en maatschappelijke voorzieningen te versterken. Dit biedt daarbij ook meer mogelijkheden voor mensen die een wooncarrière willen maken om in hun buurt te kunnen blijven wonen.

De NPLV-gebieden zetten in op het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen. Er is al gestart met de bouw van circa 2.500 woningen van de bijna 33.000 woningen waarvoor een bijdrage is toegekend uit de Woningbouwimpuls en Startbouwimpuls.
Afgelopen zomer heb ik met de NPLV-gebieden bestuurlijke afspraken gemaakt om de voortgang verder te bespoedigen. Tussen 2025 en 2029 worden in de NPLV-gebieden 50.000 woningen en een verbetering van de openbare ruimte en collectief maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd. We pakken de fysieke problemen aan en combineren dat met sociale verbetering van de gebieden.

In totaal gaat het om een investering van maximaal €600 miljoen, zoals afgesproken bij de Woontop. Gemeenten krijgen een vaste bijdrage van € 7000 per woning uit de Realisatiestimulans (2025-2029) voor iedere gestarte, betaalbare woning, zo ook in de NPLV-gebieden.2 Aanvullend zijn binnen de Realisatiestimulans opslagen voorzien, specifiek voor NPLV-gebieden. Zo is €180 miljoen bestemd voor de openbare ruimte en collectief maatschappelijke voorzieningen. Ook helpen we de gebieden met capaciteitsondersteuning om de projecten te realiseren. Hiervoor is €50 miljoen gereserveerd binnen de Realisatiestimulans. De allianties zijn nu aan de slag om de afspraken uit te voeren. Ook werken zij aan het verbeteren van bestaande woningen van particulieren, bijvoorbeeld door het aanpakken van achterstallig onderhoud. In 2024 ontvingen de NPLV-gebieden samen €129,1 miljoen van het Volkshuisvestingsfonds waarmee nu ruim 7.500 woningen worden verbeterd. Daarnaast is er ook meer te winnen met een adequate inzet van het bestaande juridisch instrumentarium op het gebied van wonen en leefbaarheid. Daarom start later dit jaar een team dat de gebieden daarmee helpt.

In vergelijking met voorgaande jaren doen meer bewoners in de NPLV-gebieden mee in de samenleving. Het aandeel werkenden is in de afgelopen jaren gestegen van 60% naar 64%. Wel blijft het gemiddelde ongeveer 7% lager dan landelijk. De NPLV-gebieden zetten verschillende interventies in om mensen naar werk te begeleiden en obstakels voor maatschappelijke deelname te verkleinen. Begeleiding varieert van hulp bij taal en schulden tot activerende kinderopvang. Ook zijn initiatieven gestart voor loopbaanoriëntatie- en begeleiding voor jongeren, met in verschillende gebieden als sluitstuk een baangarantie in een kansrijke sector. Daarnaast zijn in het inkomen verschuivingen zichtbaar. De verhouding lage-, midden- en hoge inkomens verandert in de NPLV-gebieden: bewoners verdienen in toenemende mate meer. Ook is de armoede in de NPLV-gebieden gedaald: ongeveer 18% van de huishoudens leefde in armoede in 2018, tegenover 8% in 2023. Deze daling is in lijn met de landelijke trend. Deze daling is in lijn met de landelijk trend. Via financiële educatie en de inzet van informele netwerken en sleutelpersonen zetten de NPLV-gebieden verder in op het voorkomen van armoede en schulden.

Het risico op onderwijsachterstanden in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs neemt iets af in de NPLV-gebieden, maar blijft hoger dan gemiddeld in Nederland. Met onder andere het programma Ontwikkeling van het Jonge kind is de ambitie om onderwijsachterstanden vanaf jonge leeftijd tegen te gaan met interventies en activiteiten die de voor- en vroegschoolse periode van kinderen versterken. Bijvoorbeeld door meer kinderen deel te laten nemen aan voorschoolse educatie. Het afgelopen jaar nam 76% van de kinderen met een indicatie in de gebieden deel aan voorschoolse educatie. Ook nemen veel scholen in de NPLV-gebieden deel aan School & Omgeving, een zeer waardevol programma voor kinderen en jongeren in deze gebieden dat inzet op de brede ontwikkeling van kinderen. Er zijn activiteiten gerealiseerd voor 53.000 kinderen in de gebieden. Naast dat leerlingen hun talenten ontwikkelen, heeft het ook effect op het verkleinen van de onderwijsachterstanden3, houden de activiteiten de kinderen en jongeren van de straat en geeft het hun positieve rolmodellen. Daarnaast stimuleert het ouderbetrokkenheid en het verbinden van bijvoorbeeld verenigingen aan de school, zodat de sociale cohesie in de wijk wordt versterkt. Ook zien we dat het welzijn van leerlingen wordt vergroot, waardoor ze het uiteindelijk beter gaan doen in de klas.4 

De ervaren gezondheid van bewoners in de NPLV gebieden is sterker achteruitgegaan dan gemiddeld in Nederland. Het aandeel mensen dat de eigen gezondheid als (zeer) goed ervaart ligt in de NPLV-gebieden structureel 5 tot 10 procentpunten lager dan gemiddeld in Nederland. Om deze achterstanden te verkleinen, zijn er extra middelen ingezet via de Regeling Kansrijke Wijk 2023-2025 om de NPLV-gebieden te ondersteunen bij realiseren van een gezonde (en beweegvriendelijke) leefomgeving. Vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord wordt extra ingezet op het aanpakken van multi-problematiek in NPLV-gebieden. Hiervoor is voor de periode 2027-2029 ongeveer 60 miljoen euro extra beschikbaar gesteld door VWS. Deze aanpak wordt het komende jaar verder uitgewerkt. De wisselwerking met het belang van betaald werk en breder het sociaal domein is belangrijk om dit integraal aan te kunnen pakken.

De ervaren overlast en onveiligheid in de NPLV-gebieden blijft hoger dan in de rest van Nederland. Het aantal jongeren met een verdenking is in de NPLV-gebieden dubbel zo hoog als gemiddeld in Nederland. Afgelopen vier jaar hebben de twintig gebieden gewerkt aan de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit, met het Programma Preventie met Gezag van het ministerie van Justitie en Veiligheid 5. Het aantal geregistreerde verdachte jongeren van 12 tot en met 22 jaar is de afgelopen jaren licht gedaald. Om deze aanpak te continueren hebben de NPLV-gebieden in 2025 een tweede tranche van Preventie met Gezag kunnen aanvragen.

Voortzetting van de daadkrachtige aanpak

De eerste ontwikkelingen stemmen voorzichtig positief. Echter, één zwaluw maakt nog geen zomer; de problemen in de gebieden vragen om langjarige inzet en stabiele investeringen om zo de negatieve spiraal te doorbreken en het toekomstperspectief van de bewoners in de twintig NPLV-gebieden blijvend te verbeteren.

Voor de periode 2026-2028 is €400 miljoen beschikbaar gesteld via de Regeling Kansrijke Wijk (tweede tranche). Deze regeling bundelt middelen van de ministeries van OCW, SZW en VRO om de inzet in de NPLV-gebieden te versterken op de thema’s school en omgeving, ontwikkeling van het jonge kind, re-integratie en preventie geldzorgen, maatschappelijke samenhang (voorheen veerkracht en weerbaarheid) en financiële educatie. Er is ook geld beschikbaar gesteld om het uitvoeringsprogramma te organiseren. Hiermee geef ik invulling aan motie Dijk c.s.6 om tot tenminste 2028 NPLV-gebieden in staat te stellen om hun inzet te continueren. Met oog op het vereenvoudigen van de uitvoering en voor een effectieve gebiedsgerichte aanpak is het essentieel dat deze middelen gebundeld gecontinueerd worden.

Ook in het fysieke domein blijft de opgave groot. De gebieden zijn goed op weg met het bouwen en renoveren van woningen en openbare voorzieningen. De financiële regelingen vanuit het Rijk maken grootschalige en meerjarige investeringen mogelijk. Tegelijkertijd lopen de huidige financiële regelingen, zoals de Realisatiestimulans, af in 2030. Langjarige financiële stabiliteit en zekerheid zijn cruciaal om effectief het hoofd te bieden aan de gestelde opgaven. Met name het opknappen van kwetsbare particuliere woningen blijft een heikel punt. De eigenaren van deze huizen beschikken veelal zelf niet over reserves voor onderhoud. Mede hierom is eerder geld beschikbaar gesteld via de afspraken van de Woontop en het Volkshuisvestingsfonds om een aanzienlijk deel aan te pakken. Met deze middelen kunnen 28.800 kwetsbare particuliere woningen verbeterd worden. Maar daarmee blijft een deel van de opgave nog over.

Om verschil te maken, moeten we knellende wet- en regelgeving doorbreken en samen nieuwe werkwijze ontwikkelen. Binnen het NPLV werkt het rijk praktijkgericht samen met de gebieden om, binnen de kaders, te experimenteren met vernieuwende aanpakken en waar nodig regels bij te stellen. We doen dit bijvoorbeeld nu bij de ontwikkeling van de aanpak om gezinnen in een kwetsbare positie te ondersteunen. Deze wordt mede in een aantal gebieden vormgegeven.

Sterke netwerken zijn daarbij cruciaal. Niet alleen tussen professionals in de gebieden maar ook tussen de lokale partijen en het rijk. Zo ondersteunt Rotterdam-Zuid, samen met de ministeries van OCW en SZW, driekwart van de NPLV-gebieden bij het (door)ontwikkelen van initiatieven voor loopbaanoriëntatie en baangarantie. Gezien de brede steun voor dit initiatief, verken ik of we hierover landelijk afspraken kunnen maken met brancheorganisaties. Deze samenwerking laat ook zien dat we de gezamenlijke doelen sneller kunnen realiseren door kennis te delen. Dit doen we niet alleen met de twintig NPLV-gebieden, maar ook daarbuiten. Bijvoorbeeld bij de aanpak van leefbaarheidsproblemen. Gemeenten kunnen hierbij gebruik maken van de producten en diensten die vanuit het NPLV zijn ontwikkeld en via het kennis- en leernetwerk beschikbaar komen.

Tot slot

Uw Kamer is net geïnstalleerd en er zijn veel nieuwe Kamerleden begonnen. Ik hoop dat u deze voortgangsrapportage kunt gebruiken als introductie in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, een belangrijk meerjarig programma voor negentien gemeenten, en vooral ook voor de bewoners in de NPLV-gebieden. Als ik u daarbij een suggestie mag meegeven: een bezoek aan de programmabureaus in de NPLV-gebieden laat het best zien waar zij aan werken en wat zij, samen met alle partners en bewoners, betekenen voor de buurten en wijken.

De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Mona Keijzer


  1. De Leefbaarometer is een monitor om de leefbaarheid in buurten en wijken in Nederland te volgen en wordt uitgevoerd in opdracht van de minister van BZK. De cijfers worden elke 2 jaar gepubliceerd op www. leefbaarometer.nl. De laatste meting ging over de periode 2022-2024 en wordt uitgevoerd door Atlas Research en In.Fact.Research.↩︎

  2. Realisatiestimulans | Home | Volkshuisvesting Nederland↩︎

  3. Boom, J. de e.a. (2024) Monitor scholen op Zuid Het primair, 2023.↩︎

  4. Kamerstuk 31293, nr. 786. Sardes & SEO. (2025). Meerjarige landelijke monitor School en Omgeving: terugblik op schooljaar 2023-2024.↩︎

  5. PmG is uitgerold in 47 gemeenten, zie voor meer info: Aanpak voorkomen ondermijnende jeugdcriminaliteit | Ondermijning | Rijksoverheid.nl↩︎

  6. Kamerstuk 36600-IX-16.↩︎