Aanbieding incidentele suppletoire begroting (ISB) van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 inzake Ternaard (Kamerstuk 36861)
Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake Ternaard)
Brief regering
Nummer: 2025D49047, datum: 2025-11-28, bijgewerkt: 2025-11-28 17:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36861 -3 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake Ternaard).
Onderdeel van zaak 2025Z20821:
- Indiener: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Bijgevoegd ontvangt de Kamer een incidentele suppletoire begroting (ISB) van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025.
In deze ISB wordt een budgetmutatie voorgesteld die betrekking heeft op een betaling aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en Exxonmobil Producing Netherlands B.V. (EMPN) voor het afzien van de gaswinning bij Ternaard. In een aparte Kamerbrief wordt u nader geïnformeerd over het onderliggende besluit en de aanloop naar het besluit. Er is gekozen voor verwerking via een ISB omdat de behandeling van het alternatief – de tweede suppletoire begroting KGG – naar verwachting niet tijdig is.
De Staten-Generaal wordt verzocht deze ISB vóór 17 december a.s. te behandelen. Indien dit niet lukt, dan wordt een beroep gedaan op artikel 2.27, lid twee van de Comptabiliteitswet 2016. In deze brief licht ik toe waarom uitstel niet in het belang is van de Staat.
De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om geen vergunning af te geven voor gaswinning bij Ternaard. Er is geen wettelijke grond voor het weigeren van het winningsplan van de NAM en ook het niet nemen van een besluit is geen optie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft al tweemaal geoordeeld dat het kabinet een besluit moet nemen op het winningsplan en daarvoor beide keren een termijn gesteld onder last van een dwangsom.1 De laatste termijn is 1 januari 2025 verstreken.
Zoals eerder aan de Kamer is gemeld (Kamerstuk 32 849, nr.262) is het kabinet in overleg met NAM en EMPN getreden om tot een oplossing te komen waarbij mogelijkerwijs zou worden afgezien van gaswinning bij Ternaard. Die afspraak is nu gemaakt. In het akkoord, onder parlementair voorbehoud, met NAM en EMPN is vastgelegd dat zij definitief en onherroepelijk afzien van gaswinning en daarvoor een bedrag ontvangen van € 163 miljoen bruto inclusief btw.
Dekking is voorzien uit onderuitputting op de Rijksbegroting, wat met zich meebrengt dat de betaling nog dit kalenderjaar dient te geschieden.
Het Kabinet wil dit momentum benutten en deze afspraak op zo kort mogelijk termijn uitvoeren, uit hoofde van betrouwbaar bestuur en gezien het risico van juridische procedures (zie in het kader hieronder). Spoedige uitvoering geeft de beste uitkomst gezien het maatschappelijk belang.
Om te voorkomen dat de staat dan wel NAM en EMPN ter uitvoering van de vaststellingsovereenkomst een verplichting zijn aangegaan die niet of lastig is terug te draaien, is in de vaststellingsovereenkomst opgenomen dat zowel de betaling door de staat als het intrekken van het verzoek tot instemming van het winningsplan en de aanvraag om wijziging van de winningsvergunning via een notaris verlopen. Dit houdt in dat de staat het bedrag overmaakt op de derdenrekening van de notaris, en NAM en EMPN het verzoek tot instemming met het winningsplan en de aanvraag om wijziging van de winningsvergunning bij de notaris deponeren. Nadat de ISB tot wet is verheven, of een beroep wordt gedaan op CW 2.27 lid 2, ontvangt de notaris het bedrag (€ 163 miljoen). De notaris verstuurt vervolgens gelijktijdig het intrekkingsverzoek en de aanvraag om wijziging van de winningsvergunning aan het kabinet. Indien de NAM en EMPN het intrekkingsverzoek niet aanleveren bij de notaris retourneert zij het bedrag aan de staat. De vaststellingsovereenkomst geldt in dat geval als ontbonden.
Beleidskeuzes uitgelegd Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1) |
||
|---|---|---|
|
Het doel wat wordt nagestreefd is dat wordt afgezien van gaswinning ten noorden van het dorp Ternaard. Dit gasveld ligt voor een groot deel onder de Waddenzee, UNESCO werelderfgoed. Het maatschappelijk draagvlak voor nieuwe gaswinning onder de Waddenzee ontbreekt, wat ook blijkt uit verschillende moties die de Tweede Kamer hierover met grote meerderheid heeft aangenomen. | |
|
Het beleidsinstrument dat hiervoor wordt ingezet is het betalen van een bedrag aan NAM en EMPN, zodat zij afstand doen van hun recht op winning in dat gebied. | |
|
Het bedrag, een financieel gevolg voor de Rijksbegroting, is overeengekomen op € 163 miljoen bruto inclusief btw. | |
| Niet van toepassing. | ||
|
Er is geen wettelijke grond om niet in te stemmen met het ingediende winningsplan van NAM. Bij het uitblijven van een overeenkomst ligt het in de lijn der verwachting dat NAM op korte termijn juridische stappen zet en via deze route een besluit over de vergunning afdwingt, dat gegeven de regelgeving die hierop van toepassing is enkel instemmend kan zijn. Dit is maatschappelijk onwenselijk. Met deze overeenkomst doen NAM en EMPN afstand van het recht op winning in het gebied. Als tegenprestatie wordt het verzoek tot instemming met het ingediende winningsplan door NAM ingetrokken en definitief afgezien van winning in het Ternaard gasveld. | |
|
De inschatting van potentiële financiële baten van toekomstige gaswinning in Ternaard zijn als basis genomen om tot een doelmatig bedrag voor de beschikking over het gasveld, het beoogde effect, te komen. Bij de beoordeling van de doelmatigheid is rekening gehouden met het feit dat een deel van de bruto betaling via EBN en via belastingafdrachten van NAM en EMPN terug zouden vloeien naar de Staat. | |
|
Er is geen evaluatie voorzien. | |
Gegeven het budgetrecht van de Staten-Generaal moet de ISB geautoriseerd worden, voordat kan worden gestart met het hierboven beschreven nieuwe beleid. In deze brief heb ik gemotiveerd waarom uitstel niet in het belang van het Rijk is. Indien autorisatie van de ISB niet vóór 17 december a.s. is voorzien, dan wordt de Kamer conform CW 2.27 lid 2 verzocht om zijn onverwijlde oordeel of de Kamer zich deugdelijk geïnformeerd acht. Tevens conform CW 2.27 lid 2 wordt deze brief in afschrift ook naar de Eerste Kamer gestuurd.
Sophie Hermans
Minister van Klimaat en Groene Groei
ABRvS 10 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4045, en ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:365.↩︎