[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36744, bijgewerkt t/m nr. 18 (NvW d.d. 9 december 2025)

Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)

Bijgewerkte tekst

Nummer: 2025D52790, datum: 2025-12-09, bijgewerkt: 2025-12-17 13:34, versie: 2

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van zaak 2025Z09258:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Bijgewerkt t/m nr. 18 (NvW, d.d. 9 december 2025)
36 744 Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Nr. 2 GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Regeling dienstverlening aan huis, die betrekking heeft op de rechtspositie van werknemers die doorgaans op minder dan vier dagen per week werken in het huishouden van een natuurlijk persoon, niet van toepassing te laten zijn bij aangewezen publiek gefinancierde dienstverlening;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WERKLOOSHEIDSWET

Aan artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet wordt toegevoegd “, tenzij het verrichten van deze diensten geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

ARTIKEL II ZIEKTEWET

Aan artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet wordt toegevoegd “, tenzij het verrichten van deze diensten geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

ARTIKEL III WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

Aan artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegevoegd “, tenzij het verrichten van deze diensten geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

ARTIKEL IV BURGERLIJK WETBOEK

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 611a, derde lid, wordt aan de eerste zin toegevoegd “, tenzij het verrichten van deze diensten geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

B

In artikel 629, tweede lid, onderdeel a, wordt “in dienstbetrekking staat” vervangen door “in dienstbetrekking staat, tenzij het verrichten van deze diensten geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

C

Aan artikel 671, eerste lid, onderdeel d, wordt toegevoegd “, tenzij het verrichten van de diensten ten behoeve van het huishouden geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

ARTIKEL V WET FLEXIBEL WERKEN

In artikel 2b, vijfde lid, onderdeel a, van de Wet flexibel werken wordt “in dienstbetrekking staat” vervangen door “in dienstbetrekking staat, tenzij het verrichten van deze diensten geheel of gedeeltelijk betaald wordt vanuit een, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten”.

ARTIKEL VI WET OP DE LOONBELASTING 1964

In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt aan artikel 5 een lid toegevoegd, luidende:

3. Het eerste lid is niet van toepassing indien het verrichten van de diensten geheel of gedeeltelijk wordt betaald vanuit een, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan te wijzen regeling voor publieke financiering van deze diensten.

ARTIKEL VII EVALUATIE

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL VIII OVERGANGSWET NIEUW BURGERLIJK WETBOEK

Na artikel 214 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 215

1. Het in artikel 629, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek genoemde tijdvak van zes weken, blijft van toepassing op de werknemer:

a. die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijk persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat als bedoeld in artikel 629, tweede lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel B, van de Wet aanpassing regeling dienstverlening aan huis; en

b. wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor het tijdstip, bedoeld in onderdeel a.

2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof is genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.

ARTIKEL IX

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt zij in werking:

a. in de gevallen dat de diensten worden betaald uit een Zvw-pgb als bedoeld in artikel 13a van de Zorgverzekeringswet en voor de uitvoering van dit Zwv-pgb op 31 december 2025 geen gebruik wordt gemaakt van dienstverlening door de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip; en

b. in de overige gevallen met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026

ARTIKEL X

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Staatssecretaris van Financiën,