[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Bikker over het regelen dat digitaal vergaderen slechts in een crisis kan plaatsvinden

Wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet, Wet gemeenschappelijke regelingen en Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met een permanente regeling die beraadslagen en besluiten langs de elektronische weg voor decentrale volksvertegenwoordigingen mogelijk maakt (Wet digitaal vergaderen decentrale overheden)

Amendement

Nummer: 2026D00342, datum: 2026-01-08, bijgewerkt: 2026-01-08 14:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36558 -8 Wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet, Wet gemeenschappelijke regelingen en Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met een permanente regeling die beraadslagen en besluiten langs de elektronische weg voor decentrale volksvertegenwoordigingen mogelijk maakt (Wet digitaal vergaderen decentrale overheden).

Onderdeel van zaak 2026Z00148:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 558 Wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet, Wet gemeenschappelijke regelingen en Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met een permanente regeling die beraadslagen en besluiten langs de elektronische weg voor decentrale volksvertegenwoordigingen mogelijk maakt (Wet digitaal vergaderen decentrale overheden)
Nr. 8 AMENDEMENT VAN HET LID bikker
Ontvangen 8 januari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In de beweegreden wordt “bijzondere omstandigheden” vervangen door “een crisis”.

II

In artikel I, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 19a, eerste lid, “bijzondere omstandigheden” vervangen door “een crisis”.

III

In artikel II, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 19a, eerste lid, “bijzondere omstandigheden” vervangen door “een crisis”.

IV

In artikel III, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 37, eerste lid, “bijzondere omstandigheden” vervangen door “een crisis”.

V

In artikel V, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 20a, eerste lid, “bijzondere omstandigheden” vervangen door “een crisis”.

Toelichting

In lijn met de evaluatie van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is een voorziening noodzakelijk om tijdens noodsituaties de democratie op lokaal niveau voortgang te laten vinden. De regering heeft daartoe voorliggend wetsvoorstel ingediend. Indiener van dit amendement is echter van mening dat de reikwijdte van voorliggend wetsvoorstel te ruim is. Met dit amendement wordt deze ruimte beperkt.

Gedurende de pandemie ontstond de noodzaak om digitaal te vergaderen om de democratische besluitvorming te blijven waarborgen. De Tijdelijke wet voorzag hierin. De evaluatiecommissie van deze wet adviseerde om een structurele voorziening voor digitaal vergaderen te treffen. Naar de opvatting van de evaluatiecommissie betreft dit geen generieke, vrije keuzemogelijkheid, maar een bevoegdheid die alleen geldt in specifiek in de wet omschreven noodsituaties: “De commissie adviseert daarvoor een variant waarbij aangesloten wordt op de decentrale autonomie binnen wettelijke criteria: een bevoegdheid om digitaal vergaderen als is voldaan aan een wettelijk omschreven noodsituatie”1.

De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert in dezelfde lijn: “De Afdeling adviseert de mogelijkheid van digitaal vergaderen toe te spitsen op wettelijk omschreven noodsituaties. Uitgangspunt daarbij dient te zijn dat het gaat om situaties waar zonder fysiek te vergaderen door bepaalde omstandigheden in het geheel niet vergaderd kan worden”2

De regering heeft ondanks deze adviezen gekozen voor een andere reikwijdte. De typering ‘bijzondere omstandigheden’ is naar oordeel van de indiener te open geformuleerd. Indiener van dit amendement is van mening dat digitaal vergaderen enkel plaats kan vinden in een crisis. Bovendien is indiener van het amendement het eens met de constatering van de Raad van State dat “Gelet op het belang van het democratische besluitvormingsproces en het gegeven dat fysiek vergaderen door de volksvertegenwoordiging (
) een wezenlijk onderdeel vormt, behoort de wijze van vergaderen (fysiek of digitaal) niet aan de lokale autonomie te worden overgelaten. Het is de wetgever die op dergelijke wezenlijke onderdelen het lokale-democratische besluitvormingsproces dient te waarborgen.3”

Ook stelt de Afdeling dat “om het gezaghebbend functioneren van gemeenteraden te blijven waarborgen, digitaal vergaderen alleen is toegestaan in noodsituaties en als het gaat om zuiver interne aangelegenheden van de raad.4”

De regering stelt dat omstandigheden die een digitale vergadering legitimeren qua aard en voorspelbaarheid zo divers zijn dat deze niet goed in één wettelijke bepaling zijn te vatten. Indiener van dit amendement is het daarmee oneens. Een fysieke vergadering is de standaard en digitaal vergaderen is alleen mogelijk wanneer een fysieke vergadering in een crisissituatie Ă©cht niet plaats kan vinden. Voor uitleg van het begrip ‘crisis’ stelt indiener voor om aan te sluiten bij het ongevraagd advies van de Raad van State ‘Van noodwet tot crisisrecht’5 en de toelichting op artikel 1 van de Wet veiligheidsrisico’s6 waar dit is afgebakend tot ernstige (dreiging van) inbreuken op de vitale belangen van de territoriale veiligheid, de fysieke veiligheid, de ecologische veiligheid, de economische veiligheid, en de sociale en politieke stabiliteit.

Bikker


  1. Zie Kamerstukken, 35424-11, Bijlage 960826, Rapport Evaluatiecommissie Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming, pagina 96.↩

  2. Zie Kamerstukken 36558, nr. 4↩

  3. Idem↩

  4. Idem↩

  5. Zie Kamerstukken 29668 nr. 65, par. 4.3.↩

  6. Zie Kamerstukken 31117 nr. 3, toelichting op artikel 1.↩