Beleidsreactie op het Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen
Brief regering
Nummer: 2026D00465, datum: 2026-01-09, bijgewerkt: 2026-01-09 13:38, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Mede ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van zaak 2026Z00196:
- Indiener: J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Medeindiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-01-14 14:00: Zoönosen en dierziekten (Commissiedebat), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-01-21 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 8 december jl. heeft de Gezondheidsraad (hierna: de GR) het tweede deeladvies over de gezondheidsrisico’s rond veehouderijen gepubliceerd en is dit ook aan uw Kamer aangeboden. Met deze brief geven wij een eerste inhoudelijke beleidsreactie, namens het kabinet, op het eerste en tweede deeladvies van de Gezondheidsraad, zoals toegezegd aan uw Kamer.1
Deze reactie geven wij binnen de volgende context. De ruimte in Nederland is schaars. Veel opgaven komen samen op dezelfde plek. Wonen, werken, landbouw, natuur, water, defensie, energie en infrastructuur concurreren met elkaar binnen dezelfde regio’s om ruimte. Conform de Omgevingswet moet daarom gezocht worden naar een balans tussen het beschermen (veiligheid, gezondheid, milieu) en het benutten (wonen, werken, recreatie) van de fysieke leefomgeving.2 De Ontwerp-Nota Ruimte laat zien dat scherpe keuzes en een zorgvuldige, integrale belangenafweging noodzakelijk zijn. Advisering van de GR vormt een belangrijk advies bij deze weging.
Kern Gezondheidsraad advies I en II
De GR concludeert in het eerste deeladvies over de gezondheidsrisico’s rondom veehouderijen dat het verband tussen wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en het risico op longontstekingen waarschijnlijk oorzakelijk is. Dat geeft volgens de GR voldoende aanleiding voor overheden om op basis van het voorzorgsbeginsel maatregelen te nemen om de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen te beperken.
In het tweede deeladvies komt de GR tot de conclusie dat het risico op een longontsteking binnen een woonafstand van 0-1.000 meter van een geitenhouderij aanzienlijk is verhoogd.3 De GR plaatst dit risico ook in breder perspectief.4 De GR geeft een aantal aanbevelingen voor mogelijke maatregelen die om een politiek-bestuurlijk besluit vragen. Volgens de GR is het terugdringen van de blootstelling van omwonenden aan emissies (uitstoot) van micro-organismen, fijnstof en endotoxinen uit geitenhouderijen de meest aangewezen manier om het gezondheidsrisico van omwonenden van geitenhouderijen te beperken. Daar gaan we in deze brief nader op in, in de vorm van drie hoofdlijnen voor de uitwerking van een samenhangend maatregelenpakket.
Maatregelen bij nieuwvestiging
De GR geeft aan dat een afstandsnorm het gezondheidsrisico voor omwonenden verlaagt, en dat deze is aangewezen zo lang niet duidelijk is of uitstootverminderende maatregelen afdoende zijn. De GR adviseert om een afstandsnorm in te voeren voor nieuwvestiging van geitenbedrijven, woningen en andere gevoelige bestemmingen.
In reactie op dit advies gaat het kabinet een afstandsnorm voor nieuwvestiging uitwerken. Enerzijds voor nieuwvestiging van een geitenhouderij in de buurt van woonkernen en andere gevoelige bestemmingen. Anderzijds voor realisering van woonkernen en andere gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dit is een maatregel met veel impact, niet alleen op de sector, maar ook op de planning van nieuw te bouwen woonkernen en andere functies in de fysieke leefomgeving nabij geitenhouderijen. Conform de Omgevingswet moet daarom gezocht worden naar een balans tussen het beschermen (veiligheid, gezondheid, milieu) en het benutten (wonen, werken, recreatie) van de fysieke leefomgeving.5 Daarom behoeft de uitwerking van deze maatregel, gebaseerd op de Omgevingswet, gedegen onderbouwing en afstemming met mede-overheden, aandacht voor statistische onderbouwingen en voor relevant beleid in andere sectoren.
Het is belangrijk om te komen tot een brede impactanalyse om duidelijkheid te krijgen en zo tot een zorgvuldige weging te komen wat een proportionele en goed onderbouwde aanpak is, waarin specifiek aandacht is voor het belang van de woningbouwopgave. Deze impactanalyse zullen we op zo kort mogelijke termijn met uw Kamer delen zodat integrale bespreking, weging en besluitvorming kan plaatsvinden. Bij de uitwerking van een potentiële afstandsnorm zal worden gekeken naar de invulling ervan, zoals de precieze afstand. De GR adviseert een afstandsnorm van 1.000 meter te hanteren. De GR zegt ook: hoe dichter bij de bron, hoe groter het risico. Het risico op longontsteking is het sterkst verhoogd binnen een woonafstand van 0-500 meter van een geitenhouderij (73%); binnen een woonafstand van 0-1000 meter is dat minder (19%).6 Omdat het gezondheidsrisico afneemt met een grotere woonafstand van een geitenhouderij is van belang te weten hoe groot het risico is op een woonafstand van 500-1000m van geitenbedrijven,
naast een risico-inschatting over de gehele kilometer. Over het risico binnen een woonafstand van 500-1000 meter kon de GR geen aparte schatting maken, omdat deze afstand niet is opgenomen in de gepubliceerde resultaten van het VGO-onderzoek. We hebben aan de VGO-onderzoekers gevraagd om deze schatting alsnog te maken, op basis van de oorspronkelijke data. De verwachting is dat zij in februari deze schatting kunnen opleveren. Bij de uitwerking van de afstandsnorm bezien we tevens of deze ook moet gelden voor uitbreidingslocaties. Daartoe vragen we de onderzoekers of zij de relatie tussen omvang van geitenbedrijven en risico in relatie tot emissiereducerende maatregelen in de bedrijfsvoering nader in beeld kunnen brengen.
Maatregelen bij bestaande bedrijven
We willen ons ook inzetten om het risico voor omwonenden in bestaande situaties te verminderen. Enerzijds zetten we in op mogelijke emissiereductie door technische maatregelen op bedrijfsniveau. Hiervoor is eerst meer kennis en onderzoek nodig. Anderzijds zetten we in op een maatwerkaanpak in prioritaire situaties. Beide sporen lichten we hieronder nader toe.
Emissiereductie door maatregelen in de bedrijfsvoering onderzoeken
De GR adviseert om bij bestaande bedrijven in te zetten op reductie van emissies van micro-organismen, fijnstof en endotoxinen. De GR kan niet inschatten in welke mate specifieke maatregelen het gezondheidsrisico voor omwonenden kunnen verminderen; daarvoor ontbreekt inzicht in de effectiviteit van de maatregelen op emissiereductie en op het gezondheidsrisico.
Daarom zullen we de effectiviteit van emissiereducerende technische, bedrijfs- en organisatorische maatregelen zo snel mogelijk nader in beeld brengen. Wageningen University & Research (WUR) voert momenteel een verkennend onderzoek uit naar mogelijkheden voor emissiereducties. Dit is fase 1 van de door de WUR geadviseerde meerjarige onderzoeksinspanning, waarover de Kamer eerder is bericht (naar aanleiding van een WUR spoedadvies).7 We verwachten de resultaten hiervan eind januari. Mochten in het fase 1 verkennende onderzoek van de WUR technische maatregelen genoemd worden die emissies mogelijk kunnen verminderen, die niet ingrijpend of kostbaar zijn en snel zouden kunnen worden toegepast dan zouden deze als “no regret”-maatregelen kunnen worden opgepakt op korte termijn. Andere maatregelen die genoemd worden, maar wel ingrijpend en/of kostbaar zijn zullen nader onderzocht moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld middels pilots in combinatie met monitoren van het effect op emissies. De geitensector heeft recent een sectorplan opgesteld met onder meer ideeën voor maatregelen op bedrijfsniveau die hierbij aansluiten.
Zowel het onderzoek van de WUR als het sectorplan zullen worden meegenomen in het verder uitwerken van de mogelijkheden voor emissiereductie op bedrijfsniveau. Indien er uit het fase 1 onderzoek voldoende aanknopingspunten blijken te zijn, dan zullen we in het eerste kwartaal van 2026 starten met fase 2 van het onderzoek beschreven in het WUR spoed advies (meetcampagne en ontwikkelprogramma). Zo’n meetcampagne en ontwikkelprogramma hebben een doorlooptijd van minimaal 2-3 jaar, mogelijk langer.
Ruimtelijke aanpak bij wijziging van bestaande situaties en prioritaire locaties
De GR geeft aan dat bij wijziging van bestaande situaties een beperking van de omvang van geitenhouderijen mogelijk bij kan dragen aan het terugdringen van het gezondheidsrisico. Concrete grenswaarden voor het aantal bedrijven en het aantal geiten per bedrijf zijn volgens de Raad echter niet aan te duiden op basis van de beschikbare informatie. In dit verband verdienen volgens de GR situaties waarbij meerdere geitenhouderijen aanwezig zijn bij gevoelige functies de aandacht. Dit geldt ons inziens ook voor situaties waar relatief veel gevoelige bestemmingen (woningen en zeker ook scholen, kinderdagverblijven, ouderenhuisvesting, zorginstellingen) dichtbij een geitenhouderij staan of gepland zijn. Voor dergelijke ‘prioritaire locaties’8 met een relatief hoog blootstellingsrisico willen we verkennen welke aanpak mogelijk is om het gezondheidsrisico voor omwonenden te verminderen. Maatwerk en proportionaliteit van maatregelen zijn daarbij het uitgangspunt. Dit vraagt dat we de lokale context goed in beeld brengen en bezien welke aanpak mogelijk is, waarbij we ook eventuele financiële consequenties in kaart brengen.
Monitoring van gezondheidseffecten en emissies
Om te meten of de combinatie van maatregelen effect heeft op het terugdringen van het risico voor omwonenden, zullen de gezondheidseffecten (het voorkomen van longontstekingen, die worden geregistreerd bij huisartsen), conform het advies van de Gezondheidsraad, met een nog nader te bepalen frequentie, gemonitord worden.
Voor maatregelen in de bedrijfsvoering kan het noodzakelijk zijn om in de toekomst emissies te blijven monitoren.
De emissie- en gezondheidsrisicomonitoringsresultaten kunnen ook gebruikt worden om op den duur te beoordelen of genomen maatregelen nog proportioneel zijn. We hopen dat door het inzetten op emissiereductie door technische en organisatorische maatregelen op bedrijfsniveau, de risico’s voor de gezondheid in de toekomst zoveel mogelijk zullen verdwijnen. Dit zou voor zowel de omwonenden, voor de sector als voor de maatschappij het beste scenario zijn. Dit zal zeker geruime tijd (jaren) duren. Tot die tijd is de afstandsnorm en indien opportuun aanvullend beleid bij prioritaire locaties aangewezen. Bij ruimtelijke maatregelen uit voorzorg, zoals een afstandsnorm, is het gebruikelijk om uit te gaan van tijdelijkheid en deze periodiek te evalueren en opnieuw te beoordelen op proportionaliteit, geschiktheid en noodzaak.
Vervolg
Met het uitwerken van het bovengenoemde maatregelenpakket zet het kabinet in op een aanpak waarmee gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk worden beperkt op basis van maatwerk en proportionaliteit. Gezien de impact is het van groot belang om de gevolgen, de mogelijkheden en consequenties in samenhang te kunnen bezien en te wegen. Bij de uitwerking zullen we provincies, gemeenten, omgevingsdiensten, GGD’en, sector en onderzoeksinstanties betrekken.
Omdat voor de uitwerking van deze maatregelen nog enige tijd nodig is, doen we een beroep op de provincies en gemeenten om de komende tijd nog vast te houden aan de bestaande tijdelijke beperkingen op de groei van de geitensector (de provinciale moratoria en gemeentelijk beleid).
We verwachten u spoedig te kunnen informeren over de uitkomsten van het WUR onderzoek en zullen zo snel mogelijk daarna met een meer uitgewerkt voorstel komen voor de diverse componenten van de aanpak van het gezondheidsrisico rondom geitenhouderijen.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid, de minister van Landbouw, Visserij,
Welzijn en Sport, Voedselzekerheid en Natuur,
Jan Anthonie Bruijn Femke Marije Wiersma
Kamerstukken 28973 nr. 280 (3 juli 2025) en 28973 nr. 285 (8 december) 2025 en 2025D3022 (18 december 2025).↩︎
Zie Ontwerp-Nota Ruimte, Kamerstuk 29435-269, 26 september 2025↩︎
Zie tabel 1 op p.17 van het advies Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen 2025: deel II | Gezondheidsraad.↩︎
Zie paragraaf 3.4 van het advies.↩︎
Zie Ontwerp-Nota Ruimte, Kamerstuk 29435-269, 26 september 2025.↩︎
Gemiddeld krijgt in Nederland elk jaar 1,9% van de mensen een longontsteking, ongeacht waar zij wonen. Binnen 1.000 meter woonafstand van een geitenhouderij is dat verhoogd naar 2,2% van de mensen, bij mensen die binnen 500 meter afstand van een geitenhouderij wonen is dat verhoogd naar 3,2%.↩︎
Kamerstuk 28973 nr. 268, 22 mei 2025↩︎
Voor de omschrijving en definitie van dergelijke prioritaire locaties is nog nader uitzoekwerk van de lokale situaties nodig.↩︎