Antwoord op vragen van de leden Oualhadj en Mohandis over een bericht van vicepremier Keijzer over de NOS.
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D00554, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 13:57, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-831).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2025Z20671:
- Gericht aan: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Indiener: A. Oualhadj, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: M. Mohandis, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
831
Vragen van de leden Oualhadj (D66) en Mohandis (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een bericht van vicepremier Keijzer over de NOS (ingezonden 27 november 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 12 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het X-bericht van de vicepremier Keijzer?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is dit een standpunt van het kabinet?
Antwoord 2
Het kabinet onderschrijft het belang van een sterke en onafhankelijke publieke omroep en de noodzaak tot afstand tussen media en politiek volledig.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze uitlatingen in het licht van de wettelijke waarborg dat de publieke omroep onafhankelijk dient te zijn van politieke beïnvloeding?
Antwoord 3
In, onder meer, de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid verankerd. Onder deze vrijheden valt in ieder geval bescherming tegen ongeoorloofde overheidsinmenging. Het is belangrijk dat media zich vrij weten van politieke beïnvloeding. De Mediawet 2008 bevat aanvullende, specifieke waarborgen voor de redactionele onafhankelijkheid van de publieke omroep. Deze normen vormen essentiële onderdelen van het constitutionele en wettelijke kader waarbinnen onafhankelijke journalistiek functioneert. Het is een groot goed dat we in Nederland persvrijheid hebben. Alleen als de publieke omroep onafhankelijk kan opereren, kan zij haar essentiële taak binnen de democratische rechtsstaat vervullen.
Dit alles wil overigens uiteraard niet zeggen dat omroepen zich in het huidige bestel niet hoeven te verantwoorden over hun redactionele keuzes, of dat daar geen debat over zou mogen ontstaan. Ook dat hoort bij de journalistieke praktijk. Bij opmerkingen of klachten over de journalistieke handelwijze kan iedereen contact opnemen met de desbetreffende omroep of redactie. Wanneer iemand niet tevreden is met de reactie van de omroep of redactie is er de mogelijkheid om een melding te maken bij de Ombudsman voor de publieke omroepen. De Ombudsman kan naar aanleiding van klachten nader onderzoek doen naar het journalistiek handelen van de omroep of redactie. Ook de Raad voor de Journalistiek kan om een oordeel gevraagd worden. Dit stelsel van zelfregulering, en ieders verantwoordelijkheid voor de wet, moet ervoor zorgen dat publieke omroepen zich verantwoorden over de journalistieke keuzes die zij maken. In het kader van de hervorming van de landelijke publieke omroep worden voorstellen voorbereid om deze zelfregulering verder te versterken.2
Vraag 4
Hoe verhoudt een dergelijke publieke uitlating van een vicepremier zich tot de ministeriële verantwoordelijkheid voor een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening in Nederland?
Antwoord 4
Als Minister van OCW ben ik verantwoordelijk voor het mediabeleid en stelselverantwoordelijk voor de publieke omroep en de journalistiek. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om te staan voor een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening. Zie verder mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Is er binnen het kabinet gesproken over de mogelijke impact van dit soort uitspraken op het vertrouwen in journalistiek en publieke instituties? Zo ja, wat was de conclusie?
Antwoord 5
Het kabinet onderschrijft het belang van een sterke en onafhankelijke publieke omroep en de noodzaak tot afstand tussen media en politiek volledig.
Vraag 6
Acht u dat een lid van het kabinet door dergelijke uitlatingen de indruk kan wekken zich te mengen in de inhoudelijke berichtgeving van de publieke omroep?
Antwoord 6
Zie mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Hoe waarborgt het kabinet dat er geen sprake is van (de schijn van) politieke druk op redacties van publieke media?
Antwoord 7
In de Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Mediawet 2008 zijn verschillende bepalingen opgenomen die de onafhankelijkheid van media beschermen. In de eerste plaats garanderen de Grondwet en het EVRM de persvrijheid. Artikel 7 van de Grondwet verbiedt daarbij expliciet voorafgaand toezicht op radio en televisie-uitzendingen. Op grond van artikel 2.1 van de Mediawet 2008 zijn publieke omroepen gehouden media-aanbod te verzorgen dat vrij is van overheidsinvloeden. Bovendien schrijft de Mediawet 2008 voor dat publieke omroepen redactionele autonomie hebben en zelf verantwoordelijk zijn voor de vorm en inhoud van hun programma’s.
Vraag 8
Kunt u reflecteren op de mogelijke effecten van dit soort publieke uitspraken op journalisten, redacties en de mate waarin zij vrij en onbelemmerd hun werk kunnen doen?
Antwoord 8
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 al schreef, is het van belang dat media zich vrij moeten weten van politieke beïnvloeding. Het wettelijk kader zoals ik dat omschrijf in het antwoord op vraag 3 en vraag 7 moet dit waarborgen.
Vraag 9
Bent u bereid om Minister Keijzer hierop aan te spreken en is volgens u de eenheid van het kabinetsbeleid in het geding?
Antwoord 9
Zie mijn antwoord op vraag 5.
Vraag 10
Kunt u deze vragen vóór het wetgevingsoverleg Media op 8 december 2025 beantwoorden?
Antwoord 10
Het wetgevingsoverleg Media is inmiddels verplaatst naar 26 januari 2026. Ik heb uw vragen beantwoord voordat dit wetgevingsoverleg plaatsvindt.