Reactie op verzoek commissie over een kabinetsreactie op de factsheet brede welvaart “Helder over elders 2025” van Building Change
Brief regering
Nummer: 2026D00763, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 17:05, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (Ooit VVD kamerlid)
- Beslisnota bij Reactie op verzoek commissie over een kabinetsreactie op de factsheet brede welvaart “Helder over elders 2025” van Building Change
- Understanding and Measuring Internatonal Spillovers. Final background paper prepared at the request of Ministry of Foreign A?airs of the Netherlands for the spillover workshop on 12 June 2025, in Amsterdam, Netherlands and revised based on the outcome of the workshop
Onderdeel van zaak 2026Z00305:
- Indiener: A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Op 25 september jl. ontving ik een verzoek van de vaste commissie
voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp om een kabinetsreactie op
de factsheet brede welvaart “Helder over elders 2025” van Building
Change. Building Change is een coalitie van ngo’s, die zich inzet voor
beleidscoherentie voor ontwikkeling. Dit doet Building Change door
aandacht te vragen voor de impact die Nederlandse beleidskeuzes elders
in de wereld hebben, met name in ontwikkelingslanden. Daarvoor heeft
Building Change een factsheet opgesteld met voorbeelden van hoe
Nederlands beleid ontwikkeling in andere landen beïnvloedt. Het
factsheet bevat drie concrete vragen over deze voorbeelden. In deze
brief geef ik een reactie op de drie concrete voorbeelden en
vragen uit de factsheet van Building Change. Ook ga ik in op de
voortgang van het onderzoekstraject naar spillover data, dat het
ministerie van Buitenlandse Zaken in het voorjaar is gestart om de
Nederlandse voetafdruk beter in kaart te brengen.
Allereerst wil ik aangeven dat Nederlandse ondernemers uitdrukkelijk rekening houden met de maatschappelijke impact van hun werk en hun inzet draagt bij aan een welvarende samenleving, hier en elders. Met behulp van de expertise van Nederlandse bedrijven wordt gewerkt aan oplossingen voor mondiale uitdagingen op bijvoorbeeld het gebied van voedselzekerheid en water. Veel Nederlandse bedrijven zien ook het belang in van IMVO voor hun onderneming en zijn alle lange tijd actief bezig met het verduurzamen van hun waardeketen. Deze koplopers en andere bedrijven worden ook gefaciliteerd op het gebied van IMVO door de overheid met instrumenten als de MVO Risicochecker, het MVO steunpunt of sectorale samenwerking. Internationale handel is een motor voor duurzame ontwikkeling en draagt onder andere direct bij aan het behalen van SDG’s 1, 2, 3, 8, 9, 10, en 17. Handel draagt direct bij aan het verminderen van armoede en honger, en het verbeteren van gezondheid. Het creëert nieuwe banen, leidt tot meer keuze, en lagere prijzen van goederen en diensten waaronder voedsel en medicijnen. Economieën die beter geïntegreerd raken in het wereldhandelssysteem ervaren een sterke groei in het inkomen per hoofd van de bevolking, hebben meer toegang tot kennis en innovatie en voegen over het algemeen meer lokale waarde toe. Het kabinet steunt opkomende economieën bij integratie in de wereldhandel, onder andere via het aid-for-trade initiatief, door middel van technische assistentie, en door EU-brede lage tarieven voor de meeste goederen uit opkomende economieën. Ook spant het kabinet zich via multilaterale initiatieven in voor betere integratie van opkomende economieën in de wereldhandel. Recente voorbeelden van multilaterale mijlpalen zijn onder meer de aanpassing van het TRIPS-verdrag, en de overeenkomst inzake Investeringsfacilitatie voor Ontwikkeling.
Reactie vragen factsheet Building Change
Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de implementatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) in Nederland breder wordt toegepast, zodat niet alleen enkele honderden maar duizenden bedrijven verantwoordelijkheid nemen voor hun internationale ketens?
Op 9 december jl. is in de EU een voorlopig politiek akkoord bereikt over het Omnibuspakket met aanpassingen aan de CSDDD. Uw Kamer is hier per brief over geïnformeerd.1 Voor het kabinet is regeldrukvermindering met oog voor beleidsdoelstellingen een belangrijke prioriteit. Het kabinet verwelkomt daarom de stappen die in de EU op dit terrein zijn gezet. Het verankeren van de risicogebaseerde benadering, in combinatie met een beperking van informatieuitvragen zorgt voor regeldrukvermindering voor bedrijven, met name het mkb, en draagt tegelijkertijd bij aan de effectiviteit van de richtlijn. Het kabinet zet geen nationale koppen op Europese wetgeving. Dat geldt ook voor de CSDDD, die zuiver en lastenluw zal worden geïmplementeerd. Dit draagt eveneens bij aan het beperken van de regeldruk en aan het gelijke speelveld voor Nederlandse bedrijven. Naast wetgeving, bevordert het kabinet gepaste zorgvuldigheid en ketenverantwoordelijkheid door middel van het IMVO-beleid. Dit beleid bestaat uit een mix van elkaar versterkende maatregelen die verplichten, voorwaarden stellen, verleiden, vergemakkelijken en voorlichten op basis van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.2
Hoe garandeert het kabinet dat Nederlandse bedrijven tijdig worden voorbereid op de transitieverplichtingen onder de CSDDD en dat Nederland niet achterblijft bij andere EU-lidstaten?
Het kabinet zet in op brede ondersteuning van het bedrijfsleven bij IMVO en voorbereiding op de CSDDD. Zo zijn er in het kader van de implementatiewet voor de CSDDD, de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen, stakeholderbijeenkomsten en rondetafelgesprekken met ondernemersorganisaties en bedrijven georganiseerd en is er een internetconsultatie opengesteld. De betrokkenheid van bedrijven draagt bij aan de kwaliteit en uitvoerbaarheid van de wetgeving. Sinds enige tijd kunnen bedrijven ook bij het MVO-steunpunt terecht voor informatie en vragen over de CSDDD. Daarnaast steunt de overheid de MVO-risicochecker waarmee bedrijven beter zicht krijgen op de IMVO-risico’s waar zij mee te maken kunnen krijgen. Ook kunnen subsidieprogramma’s als het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO), en het nieuwe Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM) bedrijven ondersteunen bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid. Tot slot is in 2023 de nieuwe opzet van sectorale samenwerking gestart, waarin ruimte is voor 4 à 5 sectorverbanden. Bedrijven kunnen zich via dit platform in sectorverband voorbereiden op de CSDDD.
Gezien slechts 41% van de bedrijven de OESO-richtlijnen volgt, overweegt het kabinet een aanjagende rol aan te nemen om naleving door alle grote bedrijven te waarborgen?
Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij internationaal zakendoen in lijn met de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen (OESO-richtlijnen) en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGPs). Via het IMVO-beleid en de daarin vastgelegde smart-mix van vrijwillige en verplichtende maatregelen worden alle bedrijven die internationaal ondernemen aangespoord om met gepaste zorgvuldigheid – het kernprincipe van de OESO-richtlijnen en UNGPs – verantwoordelijkheid te nemen om negatieve gevolgen van hun activiteiten, producten of diensten te voorkomen, te stoppen of te beperken. Met het IMVO-beleid is en blijft de overheid aanjager van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Onderzoek spillover data
In de factsheet wordt gewezen op de lage ranking van Nederland op de Spillover Index van het Sustainable Development Solutions Network (SDSN). Nederland is ten opzichte van 2023 drie plaatsen gezakt en staat nu op plaats 164. De spillover index is bedoeld om te laten zien in welke mate de negatieve impact van nationaal beleid andere landen hindert bij het behalen van de SDG’s. Naar aanleiding van vragen uit de Kamer over de lage ranking van Nederland op de Spillover Index van SDSN is het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoekstraject, waarbij in samenwerking met academici en andere wetenschappers gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een integrale indicatorenset voor effecten elders, waarin ook positieve effecten een plaats hebben. Op 12 juni 2025 heeft een eerste workshop plaatsgevonden op de Vrije Universiteit met als titel ‘Measuring and Curbing International Spillovers of The Netherlands’. In deze workshop bespraken experts van Sustainable Development Solutions Network (SDSN), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met academici en andere wetenschappers de voor- en nadelen van verschillende methodieken en bijbehorende indicatorensets om effecten elders in kaart te brengen. Vervolgonderzoek moet specifieker uitwijzen hoe de beschikbare data gebruikt kunnen worden om de huidige indicatorenset van de Monitor Brede Welvaart & SDG’s verder te versterken. Dit moet bijdragen aan een beter inzicht in de grensoverschrijdende effecten van ons beleid. Het rapport van de workshop is als bijlage bij de Kamerbrief gevoegd.
Daarnaast hebben Europese landen, waaronder Nederland, en marge van de High Level Political Forum (HLPF) on Sustainable Development die 23 juli jl. plaatsvond in New York, op hoogambtelijk niveau afgesproken om in OESO-verband samen te gaan werken aan het verder verbeteren en harmoniseren van data over grensoverschrijdende effecten. Dit moet het op termijn mogelijk maken om gegevens over behaalde resultaten onderling te vergelijken en van elkaars aanpak te leren.
In mei 2026 ontvangt uw Kamer een nieuwe voortgangsrapportage Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling als onderdeel van de tiende SDG-rapportage. In de kabinetsreactie op de Monitor Brede Welvaart & SDG’s, waarin ik op beide rapportages in zal gaan, zal ik ook een update geven over de verdere stappen die zijn gezet in het onderzoekstraject op het gebied van spillover data.
Staatssecretaris Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingshulp,
Aukje de Vries