Verhoging aantal leden eilandsraden en bestuurscolleges
Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden)
Brief regering
Nummer: 2026D00820, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 13:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Onderdeel van kamerstukdossier 36867 -5 Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden) .
Onderdeel van zaak 2026Z00326:
- Indiener: E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Volgcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- 2026-01-14 13:00: Procedurevergadering Koninkrijksrelaties (Procedurevergadering), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
Preview document (🔗 origineel)
Het voorstel tot verhoging van het aantal eilandsraadsleden en bestuurscollegeleden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, was opgenomen in het voorstel voor de Herzieningswet Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) (hierna: herzieningswetsvoorstel). In dat kader is het voorstel in 2023 ook geconsulteerd.1 Deze consultatie is uitgemond in een werkconferentie in De Bilt met de eilandbesturen. Dat heeft geleid tot een afsprakenlijst die door alle betrokkenen per acclamatie is vastgesteld.2
We hebben daarbij onder andere bevestigd dat het aantal
eilandgedeputeerden wordt verhoogd en dat we toewerken naar een regeling
waarbij de omvang van de eilandsraden in directe relatie staat tot het
inwonertal, zoals die ook geldt voor gemeenten. De uitkomst van de
werkconferentie was een aanpassing van het ingroeipad voor de verhoging,
om de uitvoerbaarheid te bevorderen. Dit ingroeipad houdt een
stapsgewijze verhoging in verspreid over een aantal verkiezingsperiodes.
De afspraak daarbij was dat de eerste verhoging in zou gaan met de
verkiezingen van maart 2027. In het wetsvoorstel Wet verhoging
aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden dat ik aanhangig
heb gemaakt bij uw Kamer heb ik mij gehouden aan de
afsprakenlijst.
Sinds de werkconferentie in maart 2024 heb ik mij ingespannen om
uitvoering te geven aan alle gemaakte afspraken. De enige uitzondering
is de keuze om het ambt van Rijksvertegenwoordiger te behouden. Met deze
keuze is afgeweken van het wetsvoorstel dat onderwerp van bespreking in
De Bilt was. Deze keuze heeft dan ook geleid tot een vertraging van het
herzieningswetsvoorstel. Hierdoor heb ik geconstateerd dat het niet
haalbaar is om de eerste verhoging van het aantal eilandsraadsleden en
eilandgedeputeerden in te laten gaan per maart 2027 als dit onderdeel
zou blijven van het herzieningswetsvoorstel. Daarom heb ik besloten om
dat deel van de afspraken uit te werken in afzonderlijk
wetsvoorstel.
Als de eilandsraden en bestuurscolleges niet worden uitgebreid bij de verkiezingen van maart 2027, zal dat pas weer kunnen bij de verkiezingen van 2031. Ik vind deze vertraging onwenselijk en niet uit te leggen, omdat de representatie van de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan nog vier jaar onder het niveau van gemeenten met een vergelijkbaar inwonertal blijft. De consequentie daarvan is dat de eilandsraad nog vier jaar een minder goede weerspiegeling biedt van de opvattingen van de inwoners van de eilanden. Ook zou de vertraging in de uitbreiding van het aantal gedeputeerden betekenen dat het nog vier jaar duurt voordat de bestuurskracht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan worden versterkt door het mogelijk maken van meer gedeputeerden.
Aangezien het hier niet gaat om een materiële verandering ten aanzien van de eerder gemaakte afspraken, heb ik het voorstel voor de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden niet (opnieuw) in consultatie gebracht. Wel heb ik op 28 augustus jl. mijn beslissing om te komen met deze versnellingswet met de bestuurscolleges besproken. Tijdens dit overleg is vanuit de bestuurscolleges geen bezwaar geuit tegen de keuze om een afzonderlijk wetsvoorstel in gang te zetten. In dit overleg is vooral stilgestaan bij de benodigde ondersteuning om de uitbreiding van de eilandsraden te laten slagen. Hier kom ik aan tegemoet met flankerend beleid voor de implementatie van deze wet. Daarbij gaat het onder meer om het beschikbaar stellen van middelen voor het versterken van de griffie, een ondersteuningsprogramma in samenwerking met diverse beroepsverenigingen en adequate huisvesting voor gezagdragers.3 Verder heb ik naar aanleiding van dit overleg geen brieven – of andere formele signalen - ontvangen waarin de bestuurscolleges of eilandsraden zich verzetten tegen een verhoging per maart 2027. Sterker nog: de eilandsraad van Sint Eustatius heeft op 18 december jl. een motie aangenomen waarin steun wordt uitgesproken voor de versnellingswet en uitbreiding per maart 2027.4
Op 9 december jl. heb ik in het kader van de consultatie over de bredere herzieningswet een bestuurlijk overleg gevoerd met de eilandsbesturen, vooral over het besluit om de Rijksvertegenwoordiger te behouden. Dat overleg ging niet over de uitbreiding van de eilandsraden, maar de vraag waarom het wel mogelijk is de uitbreiding van de eilandsraden met spoed op te pakken en andere zaken die voor de eilanden van belang zijn niet, is in dit overleg wel besproken. Er is hierbij geen sprake van een tegenstelling. Dat de uitbreiding van de eilandsraden met spoed wordt opgepakt, heeft geen effect op andere trajecten. In dit overleg van 9 december heb ik de gedeputeerden gevraagd mij een top 3 van voor hen belangrijke punten te leveren, zodat ik met mijn collega’s kan bekijken of er aanleiding is daar iets aan te doen. Deze overzichten heb ik nog niet ontvangen, maar het wegen en eventueel oppakken hiervan zal niet trager verlopen door deze versnellingswet.
Wat voor mij voorop staat is dat het voorstel voor de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden in lijn is met de afsprakenlijst en dat ik het zeer onwenselijk vind dat de inwoners van de eilanden nog vier jaar langer een slechtere vertegenwoordiging hebben dan die van inwoners met een vergelijkbaar inwonertal. De opvattingen van de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba horen op een gelijkwaardige manier een plek te krijgen in de eilandsraden en daarmee in de besluitvorming op deze eilanden. Daarnaast is het aantal eilandgedeputeerden nu te laag voor de hoeveelheid werk. Dit voorstel zal de bestuurskracht van de eilanden ten goede komen. Die is nu juist zo hard nodig is gegeven de opgaven die er liggen.
Gelet op het voorgaande verzoek ik uw Kamer het voorstel niet controversieel te verklaren. Indien uw Kamer het voorstel niet controversieel verklaart, verzoek ik u ook met het oog op tijdige inwerkingtreding en in het belang van de praktische en logistieke uitvoerbaarheid voor de eilanden om het wetsvoorstel spoedig te behandelen.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering
Eddie van Marum
Vindplaats consultatie: https://www.internetconsultatie.nl/wolbesfinbes - Keten-ID: 13002.↩︎
Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 410-IV, nr. 70.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 36867, nr. 3, p.6↩︎
https://statiagov.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/421e2752-0f55-4489-982f-affa3e33493b?documentId=4f7db169-7c3d-4116-b9ed-e047c9537bd9↩︎