[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op verzoek commissie over een burgerbrief over artikel 3:3, lid 1 van de Wvggz

Brief regering

Nummer: 2026D00923, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 21:32, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z00368:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum: 13 januari 2026

Betreft: Commissiebrief inzake over artikel 3:3, lid 1 van Wvggz

Geachte voorzitter,

Op 8 december 2025 ontving ik vanuit de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het verzoek, met kenmerk 2025Z21395, te reageren op een door u ontvangen brief met als onderwerp ‘Artikel 3:3, lid 1 van de Wvggz’. De brief is afkomstig van een nabestaande die zich afvraagt of haar helaas overleden familielid beter tegen zichzelf beschermd had kunnen worden. Ook uit zij haar zorgen over artikel 3:3 van de Wvggz. Hierbij doe ik u het verzochte antwoord tegemoet komen.

Graag begin ik met te schrijven hoe ontzettend verdrietig we het vinden wat is gebeurd. We condoleren de briefschrijfster met het verlies van haar tweelingzus. Wij danken de briefschrijfster voor haar openheid en het delen van haar verhaal. In de brief omschrijft de schrijfster de situatie naar de aanloop van het overlijden en roept ze op om de interpretatie van het genoemde wetsartikel in uw commissie en de Tweede Kamer ter discussie te stellen.

Hoewel het niet aan mij noch het ministerie van VWS is om in te gaan op de omschreven individuele situatie, laat deze brief wel zien hoe ingewikkeld het kan zijn om passende zorg en ondersteuning te regelen wanneer mensen complexe psychische klachten hebben en/of verward en onbegrepen gedrag vertonen. En ook hoe lastig het kan zijn om zorgbehoeftes in te schatten wanneer iemand hulp en ondersteuning niet wil en/of lijkt te willen. Er worden verschillende maatregelen genomen om dergelijke situaties, zoals in de brief omschreven, zoveel als mogelijk te voorkomen. Ik zal in deze beantwoording wat toelichting geven over de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en lopende (beleids)initiatieven die hieraan bijdragen.

De Wvggz is een rechtsbeschermingswet. Deze wet bevat de vereisten en procedures om, indien het echt niet anders kan, verplichte zorg te kunnen bieden aan mensen met een psychische stoornis. Artikel 3:3 van de Wvggz, waarnaar verwezen wordt in de brief, bevat de criteria voor verplichte zorg. Voor de toepassing van verplichte zorg is onder meer nodig dat het gedrag dat voortkomt

uit een psychische aandoening ernstig nadeel veroorzaakt. Dat kan ernstig nadeel zijn voor iemand anders, maar ook (en dat is in de meeste gevallen) voor betrokkene zelf. Zo kan bijvoorbeeld ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang een reden zijn voor ingrijpen. Verplichte zorg is altijd een laatste optie en de zorg moet zo kort en minimaal ingrijpend zijn als mogelijk. Ook moet de verplichte zorg proportioneel zijn en de verwachting moet zijn dat de verplichte zorg effectief is. Iedere vorm van verplichte zorg moet vooraf door een rechter worden getoetst. De afweging om iemand tegen zichzelf te beschermen is een lastige, daar waar het iemands zelfbeschikkingsrecht raakt.

De Wvggz is in 2022 geëvalueerd1 en naar aanleiding daarvan is een wetswijziging in voorbereiding. In het voorjaar van 2025 heeft de internetconsultatie plaatsgevonden en momenteel worden de consultatiereacties verwerkt. Naar verwachting kan het wetsvoorstel medio 2026 voor advisering aan de Raad van State worden voorgelegd. Met de wetswijziging wordt onder meer voorgesteld om het contact tussen gemeente en ggz te versterken.

Op basis van de Wvggz heeft de gemeente een rol als het gaat om het toeleiden van mensen naar (verplichte) zorg. Iedereen kan een melding doen bij de gemeente wanneer er zorgen zijn over het gedrag van iemand. Deze meldingen kunnen rechtstreeks bij de gemeente binnenkomen, of bijvoorbeeld via het Landelijk Meldpunt Zorgwekkend Gedrag. De betreffende gemeente kan vervolgens onderzoeken of iemand in aanmerking komt voor verplichte zorg of bemoeizorg. Bemoeizorg is een assertieve vorm van ondersteuning aan mensen met complexe problemen in zorgelijke situaties waarbij (ongevraagd) ondersteuning wordt geboden. Het gaat daarbij om contactlegging en toeleiding naar de juiste zorg en/of ondersteuning. Als de situatie urgent is, kan de burgemeester een crisismaatregel nemen op basis waarvan verplichte zorg kan worden verleend.

Het is mij bekend dat er een grijs gebied bestaat tussen gedwongen zorg en bemoeizorg. Daar is de omschreven situatie in deze brief mogelijk een voorbeeld van. Op verschillende manieren bestaat er aandacht voor dit grijze gebied en specifiek voor mensen bij wie zorg en ondersteuning (nog) niet goed aansluiten.

Zo werken wij vanuit het ministerie van VWS onder andere aan de interdepartementale aanpak verward en onbegrepen gedrag. Hierover is de Tweede Kamer recent geïnformeerd2. Ook zijn er in het Aanvullend zorg en welzijn akkoord (AZWA) afspraken met de sector gemaakt, die ervoor moeten zorgen dat mensen met complexe problematiek sneller in (juiste) zorg komen. Hierbij zijn er afspraken gemaakt over het versterken van de samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, waardoor mensen eerder de ondersteuning of zorg krijgen die past bij hun hulpvraag.

Verder heeft recent het kennisinstituut Movisie, in opdracht van het ministerie van VWS, een handreiking met praktische aanbevelingen voor (bemoei)zorgaanbieders en gemeenten gepresenteerd, waarin zij diverse richtinggevende kaders presenteren en aanbevelingen doen om bemoeizorg steviger te verankeren3. Een van de aanbevelingen hierin is: Zorg dat het bemoeizorgteam multidisciplinair is samengesteld. Dit sluit aan bij de oproep van de briefschrijfster om meer ggz-kennis in de wijkteams en bemoeizorgteams te verankeren. De verschillende aanbevelingen zien toe op het gemeentelijke domein, de ggz-sector en de landelijke overheid. Het ministerie van VWS heeft kennisgenomen van deze aanbevelingen en neemt deze mee in beleidsoverwegingen.

Ik neem dergelijke signalen zoals aangegeven door de briefschrijfster serieus ter hand. Ik hoop dan ook dat u en de briefschrijfster erop wil vertrouwen dat wij binnen het ministerie van VWS en samen met andere betrokken ministeries en zorgpartners hard bezig zijn om passende zorg en ondersteuning beter aan te laten sluiten bij wat nodig is voor de betrokken mensen, zoals de zus van de briefschrijfster.

Hoogachtend,

de staatssecretaris Jeugd,

Preventie en Sport,

Judith Zs.C.M. Tielen


  1. Kamerstukken II, 2022-2023, 25424, nr.648↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025-2026, 25 424 nr. 772↩︎

  3. ‘Bemoeizorg, bekommer je erom Hulp voor mensen die geen hulp vragen, zo organiseer je dat’, Movisie, https://www.movisie.nl/publicatie/bemoeizorg-zo-organiseer-je-dat (17 november 2025)↩︎