Verslag van de OJCS-Raad voor de onderdelen onderwijs en cultuur van 27 en 28 november 2025
Brief regering
Nummer: 2026D00954, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 15:55, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z00382:
- Indiener: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 13 januari 2026 |
|---|---|
| Betreft | Verslag van de OJCS-Raad voor de onderdelen onderwijs en cultuur van 27 en 28 november 2025 |
Internationaal Beleid Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl |
Onze referentie 58870143 |
Hierbij stuur ik u het verslag van de formele Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) voor de onderdelen onderwijs en cultuur die op 27 en 28 november in Brussel plaatsvond.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gouke Moes
Onderwijs
Het onderdeel onderwijs vond plaats op 27 november in Brussel. Hier stond één beleidsdebat op de agenda. Voorafgaand aan het beleidsdebat gaf het Deense voorzitterschap een update over de voortgang van de onderhandelingen over het voorstel voor het nieuwe Erasmus+-programma. Ook stond een voortgangsrapportage over de resolutie over de beoordeling van het strategisch raamwerk voor Europese samenwerking op onderwijs en training ten behoeve van de Europese onderwijsruimte op de agenda. Over dit voorstel is nog geen consensus, het Cypriotisch voorzitterschap gaat hiermee verder aan de slag. Voor een inhoudelijke toelichting op de presentatie en de resolutie verwijs ik terug naar de geannoteerde agenda.
Beleidsdebat over de rol van het mbo in concurrentievermogen en weerbaarheid
Het Deens voorzitterschap heeft, in het kader van hun focus op het mbo, een beleidsdebat hierover geagendeerd tijdens de Raad. Onderwerp van dit debat was de vraag hoe de aansluiting van mbo-programma’s op de behoeften van de arbeidsmarkt kan worden verbeterd, met behoud van hoogwaardig en inclusief onderwijs dat alle mbo-studenten de benodigde professionele en maatschappelijke vaardigheden biedt. Daarnaast werd besproken hoe lidstaten de aantrekkelijkheid van het mbo kunnen vergroten, met bijzondere aandacht voor het verbeteren van de genderbalans, vooral in het STEM-onderwijs (Science, Technology, Engineering, Mathemetics).
De lidstaten waren het erover eens dat het mbo van groot belang is voor het versterken van het concurrentievermogen van de EU en voor het bevorderen van de weerbaarheid. Verschillende lidstaten benoemden de toegevoegde waarde van ondersteuning door de EU op het terrein van mobiliteit en publiek-private samenwerking, onder meer door het Erasmus+-programma en betere transnationale erkenning van opgedane vaardigheden binnen het mbo. Veel lidstaten benoemden daarnaast dat het mbo vaak nog niet als gelijkwaardig wordt gezien aan het hbo en wo en willen zich hier sterker voor inzetten, ook op Europees niveau. Ook het bevorderen van de genderbalans blijft een belangrijk onderwerp, met name voor STEM-onderwijs. In interventies kwamen veel succesvolle en recente nationale initiatieven aan de orde op het gebied van samenwerking tussen relevante stakeholders en recente beleidshervorming.
De lidstaten roepen op om goed te blijven samenwerken en de uitwisseling van goede voorbeelden te stimuleren. Ook gaven bijna alle lidstaten aan dat een nauwe samenwerking tussen bedrijven, beleidsmakers en (beroeps-)opleidingen nodig is voor een goede aansluiting tussen het mbo en de arbeidsmarkt. Daaraan kunnen ook modernisering, het versterken van duaal onderwijs, bevorderen van de basisvaardigheden, bij- en omscholing, het aanbieden van meer stageplekken en betere loopbaanbegeleiding bij het kiezen van een opleiding een bijdrage leveren. Veel lidstaten voeren campagne ter bevordering van STEM bij meisjes, door vanaf jonge leeftijd bewustzijn hiervoor te creëren en rolmodellen in te zetten.
De Nederlandse inbreng was in lijn met de geannoteerde agenda. Nederland verwelkomt Europese aandacht voor het mbo, maar deze moet complementair zijn aan wat er al in Nederland zelf gebeurt. Nederland benoemde daarbij enkele nationale voorbeelden om het mbo te versterken, zoals de Werkagenda mbo 2023-2027. Om de instroom van ondervertegenwoordigde groepen in STEM-opleidingen te verhogen heeft Nederland de programma’s Sterk Techniekonderwijs en Techkwadraat opgezet.
De aanpak van de beeldvorming over het mbo is iets waar Nederland zich sterk voor inzet. Volgens Nederland moet het mbo gelijkwaardig worden gezien aan het hbo en wo. Een voorbeeld hiervan is het mbo-traineeship dat binnenkort start op verschillende ministeries.
Tenslotte riep Nederland de EU op om aandacht te hebben voor het mbo in het Erasmus+-programma, in het bijzonder voor wat betreft kortdurende internationale uitwisseling.
Diversen
Cyprus gaf een korte update van hun prioriteiten op onderwijsgebied tijdens het aankomend voorzitterschap. Zo zal Cyprus Raadsconclusies presenteren over de rol van leraren in een tijd waarin AI steeds prominenter wordt. Tijdens de eerstvolgende OJCS-Raad zal het beleidsdebat zich richten op basisvaardigheden.
Vicepresident van de Europese Commissie, Roxana Mînzatu, gaf een toelichting op het jaarlijkse voortgangsrapport over simplificatie, implementatie en naleving van Europese wet- en regelgeving. Op onderwijsterrein is vooruitgang geboekt bij Erasmus+, waar de rapportage- en daarmee uitvoeringslasten voor de nationale uitvoerders zijn verminderd.
Letland gaf een toelichting op het eigen voorzitterschap van de Europese Scholen, in 2025-2026. Letland geeft hier prioriteit aan hoogwaardig onderwijs, stabiliteit en groei van de Europese Scholen. Hierbij worden de scholen zichtbaarder, waarvoor Letland een dialoog opstart tussen de verschillende scholen om goede voorbeelden uit te wisselen.
Frankrijk gaf tenslotte een pleidooi over het bestendigen van de Europese Universiteiten Allianties. Frankrijk heeft de voorlopige resultaten van de allianties geanalyseerd en ziet deze allianties als een katalysator voor verandering, met ruimte voor experimenteren in het hoger onderwijs en steun voor wetenschappelijke samenwerking. Ondanks deze positieve impact zijn er volgens deze analyse uitdagingen rond regelgeving, maar ook ten aanzien van financiering. Frankrijk beveelt hierop aan te werken naar duurzame financiering onder het nieuwe Meerjarig Financieel Kader.
Cultuur
Het onderdeel cultuur vond plaats op 28 november in Brussel. Onderstaande raadsconclusies stonden ter vaststelling geagendeerd, waarover uw Kamer eerder in de geannoteerde agenda is geïnformeerd.
Raadsconclusies over de strategische rol van cultuur, cultureel erfgoed en audiovisuele werken en het hooghouden van Europese waarden en democratische weerbaarheid.
Raadsconclusies over toegang tot betrouwbaar nieuws als onderdeel van het European Democracy Shield
De raadsconclusies over de strategische rol van cultuur zijn zonder verdere opmerkingen aangenomen. Er kon geen consensus bereikt worden over de raadsconclusies over toegang tot betrouwbaar nieuws vanwege een verschil van inzicht over de competenties van de Europese Unie. De meerderheid van lidstaten deelde dit inzicht niet. Er was brede steun voor de conclusies. Om deze reden zijn het voorzitterschapsconclusies geworden. Nederland heeft hierbij benadrukt dat toegang tot betrouwbaar nieuws essentieel is voor de democratie en dat de conclusies goede handvatten bieden voor de Europese Unie en de lidstaten om toegang tot betrouwbaar nieuws te waarborgen.
Voortgangsrapport AgoraEU
In AgoraEU, als onderdeel van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader, bundelt de Europese Commissie het huidige Creative Europe en CERV. Het Deens voorzitterschap heeft een toelichting gegeven op het voortgangsrapport van deze programma’s, waarbij ze aangaf wat er volgens lidstaten nog ontbreekt in het voorstel: betrokkenheid van lidstaten, een definitie van de creatieve en culturele sector en het (her)introduceren van nationale contactpunten. In haar reactie heeft de Europese Commissie aangegeven dat AgoraEU uitdagingen helpt te adresseren en dat het voorstel bijdraagt aan de dringende behoefte om culturele diversiteit te waarborgen, desinformatie tegen te gaan, fundamentele rechten te beschermen en artistieke vrijheid en democratische participatie te bevorderen en te waarborgen.
Tijdens de Raad heeft Nederland het belang van de betrokkenheid van lidstaten in de uitvoering van het programma benadrukt, ook om de expertise van de lidstaten volledig te benutten. Nederland vindt het belangrijk dat lidstaten structureel invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering van het werkprogramma. Daarnaast heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van het behouden van de nationale contactpunten en van afgebakende categorieën voor nieuwsmedia en audiovisueel.
Veel lidstaten verwelkomden het voorstel van de Europese Commissie. Lidstaten benadrukten onder meer het belang van een sterke governance en het belang van het behouden van de nationale contactpunten. Ook benadrukten verschillende lidstaten het belang van een sterke rol voor de lidstaten.
Diversen
Een aantal lidstaten presenteerden AOB-punten. De Europese Commissie gaf een presentatie over de Mededeling European Democracy Shield en het Cultuurkompas. Cyprus gaf een presentatie over het aankomende EU-voorzitterschap. Voorzitter Denemarken presenteerde het verslag van de informele ministeriële bijeenkomst op 3 en 4 november. België, Finland, Italië, Polen en Slowakije gaven presentaties over hun culturele hoofdsteden. Duitsland en Frankrijk zijn nader ingegaan op ARTE, de Europese omroep. Luxemburg heeft aandacht gevraagd voor vrijheid van artistieke expressie. Spanje heeft teruggeblikt op Mondiacult. Ook heeft Spanje aandacht gevraagd voor de bescherming van cultureel erfgoed in Gaza. Slovenië vroeg aandacht voor de bescherming van journalisten en persvrijheid.
Duitsland heeft aandacht gevraagd voor de culturele vrijheid van joodse artiesten in Europa. Nederland heeft uitgesproken dat Joodse artiesten zich altijd welkom en veilig moeten voelen op podia in Nederland en in Europa, net als artiesten van andere achtergronden. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, hebben benadrukt dat vrijheid van artistieke uitdrukking van groot belang is binnen Europa.