[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Regeling houdende regels over waardevermeerdering van gebouwen in verband met schade als gevolg van gaswinning Groningenveld 2026 (Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026)

Bijlage

Nummer: 2026D01004, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-13 17:56, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Ontwerpbesluit Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026 (2026D01003)

Preview document (🔗 origineel)


Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van [datum], nr. xxx, houdende regels over waardevermeerdering van gebouwen in verband met schade als gevolg van gaswinning Groningenveld 2026 (Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026)

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 3 en 4, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met f, en h, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, 8, 9, tweede lid, 11, tweede lid, en 14 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen;

logiesfunctie: functie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1, onderdeel B, van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

lokaal energieproject: project gericht op energiebesparing of opwekking van duurzame energie ten behoeve van het eigen gebouw, dat wordt uitgevoerd binnen het postcodegebied waarin het eigen gebouw is gelegen of één van de aangrenzende postcodegebieden;

maatschappelijke organisatie:

a. stichting als bedoeld in artikel 285 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

b. vereniging als bedoeld in artikel 26 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

c. organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007;

maatwerkadviesrapport: maatwerkadviesrapport als bedoeld in de Nationale Beoordelingsrichtlijn energieprestatie woningen en woongebouwen (BRL 9500-W) die op 15 april 2024 door Stichting InstallQ bindend is verklaard en op 1 juli 2024 door de minister is aangewezen, inclusief latere wijzigingen, opgesteld door een persoon die voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid van een EP-adviseur als bedoeld in bijlage 2a dan wel 2b van deze beoordelingsrichtlijn;

minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

verduurzamingsmaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b;

versterking: versterking van een gebouw in het kader van het bouwkundig versterkingsprogramma als gevolg van de gaswinning Groningenveld;

woning: gebouw of gedeelte van een gebouw dat bestemd of mede bestemd is voor bewoning met inbegrip van de bijgebouwen die bijdragen aan de woonbestemming.

Artikel 2. Subsidie voor verduurzamingsmaatregelen en maatwerkadviesrapport

  1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport aan een eigenaar van een woning of een gebouw met een logiesfunctie, een onderneming, of een maatschappelijke organisatie, aan wiens woning, gebouw met een logiesfunctie of ander gebouw, blijkens een schriftelijk stuk:

    1. door het Centrum Veilig Wonen fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld van categorie A of B is vastgesteld, die:

1°. ten minste € 1.000,– bedraagt, en

2°. is erkend vanaf 1 januari 2016;

  1. door de Nederlandse Aardolie Maatschappij fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld is vastgesteld, die:

1°. ten minste € 1.000,– bedraagt, en

2°. is erkend vanaf 1 maart 2018;

  1. door de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen of het Instituut Mijnbouwschade Groningen fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, is vastgesteld, die:

1°. ten minste € 1.000,– bedraagt, en

2°. is erkend vanaf 19 maart 2018;

  1. een vergoeding is toegekend:

1°. door de Nederlandse Aardolie Maatschappij op grond van een schikking;

2°. door de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen; of

3°. door het Instituut Mijnbouwschade Groningen op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade 2022.

  1. De minister verstrekt de subsidie aan de huurder van de woning, het gebouw met een logiesfunctie of het andere gebouw in plaats van aan de eigenaar indien de huurder van de woning, het gebouw met een logiesfunctie of het andere gebouw de aanvraag heeft ingediend en de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor heeft verleend.

  2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid, kunnen worden ingediend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 augustus 2026.

Artikel 3. Subsidiabele kosten

  1. De subsidiabele kosten zijn de kosten ter zake van een gebouw als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, of ter zake van een lokaal energieproject, voor:

  1. een maatwerkadviesrapport;

  2. het aanschaffen van materiaal en de kosten van de installatie voor zover de installatie wordt uitgevoerd door een onderneming, voor het aanbrengen of installeren van de navolgende energiebesparende of -opwekkende maatregelen:

1°. dak-, vloer- of gevelisolatie;

2°. muurisolatie;

3°. HR++(+) glas of isolerend glas voor een monument;

4°. kozijn vereist voor HR++(+) glas of kozijn vereist voor het isoleren van glas voor een monument;

5°. combiketel met hoog rendement inclusief daarvoor vereiste verwarmingselementen en leidingen voor zover niet aanwezig;

6°. (micro) HRe ketel;

7°. HR luchtverwarming;

8°. zonnepanelen en zonnecollectoren;

9°. zonneboiler;

10°. pelletkachel;

11°. warmtepomp;

12°. infraroodpanelen;

13°. warmte-koudeopslag;

14°. technieken voor warmteterugwinning;

15°. lage temperatuurverwarming;

16°. energiezuinige vloerverwarmingspomp;

17°. apparaat te koppelen aan een slimme meter, hoofdzakelijk bedoeld voor het geven van inzicht in het energieverbruik;

18°. technieken voor de opwekking van windenergie.

  1. Vóór indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte kosten komen niet voor subsidie in aanmerking, tenzij deze zijn gemaakt ter voldoening aan een contractuele verplichting die is aangegaan vóór de indiening van de aanvraag, doch na de datum waarop een schaderapport of een concept daarvan is uitgebracht door een schade-expert in opdracht van een in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b of c genoemde instantie of een aanbod is gedaan voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 4.000,– per gebouw.

Artikel 5. Afwijzingsgronden

  1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor zover:

    1. voor het gebouw reeds subsidie is verstrekt op grond van de Interimregeling waardevermeerdering van de provincie Groningen;

    2. voor het gebouw reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling, behoudens indien deze is verstrekt aan dezelfde eigenaar en voor zover het maximum subsidiebedrag, genoemd in artikel 4, door verlening van de subsidie niet wordt overschreden;

    3. voor het gebouw reeds door de Nederlandse Aardolie Maatschappij een met deze regeling vergelijkbare vergoeding voor verduurzamingsmaatregelen is verstrekt; of

    4. de aanvraag betrekking heeft op een verduurzamingsmaatregel die bestaat uit een gebruikte installatie voor de productie van duurzame energie.

  2. De afwijzingsgronden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, zijn niet van toepassing indien voor het gebouw door een andere eigenaar voor een door die eigenaar geleden schade, bedoeld in artikel 2, eerste lid, subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 6. Subsidieplafond en rangschikking van de aanvragen

  1. Het subsidieplafond bedraagt € 10.103.649,80.

  2. De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  3. Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één volledige aanvraag is ontvangen, stelt de minister de onderlinge rangschikking van aanvragen vast op volgorde van binnenkomst.

Artikel 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  1. Een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport, waarvoor op grond van deze regeling een subsidie is verleend, wordt binnen een termijn van 24 maanden na de verlening van de subsidie aangebracht of geĂŻnstalleerd en in gebruik genomen, respectievelijk opgeleverd.

  2. De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn met negen maanden verlengen indien de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden gehaald in verband met de datum van afronding van de versterking. Het verzoek wordt ingediend voorafgaand aan het einde van deze termijn.

  3. De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het eerste lid, tevens eenmalig verlengen met een redelijke termijn indien sprake is van onvoorziene omstandigheden. Het verzoek wordt ingediend voorafgaand aan het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

  4. Behoudens als onderdeel van de verkoop van het gebouw, vervreemdt de subsidieontvanger:

a. een verduurzamingsmaatregel waarvoor subsidie is verleend niet binnen twaalf maanden na de datum van de subsidievaststelling;

b. de deelneming in een lokaal energieproject ten behoeve waarvan subsidie is verleend niet binnen vijf jaar na de datum van de subsidievaststelling.

Artikel 8. Informatieverplichtingen

  1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 bevat de gegevens van de aanvrager, waaronder ten minste:

  1. de naam, het post- en bezoekadres, het e-mailadres en het telefoonnummer;

  2. het Burgerservicenummer of het nummer waaronder de onderneming of de maatschappelijke organisatie is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;

  3. het bankrekeningnummer, met overlegging van een kopie van een actueel bankafschrift of een bankpas ter verificatie daarvan;

  4. de onderbouwing van in het aanvraagformulier vermelde kosten, blijkende uit:

1°. een door de aanvrager aanvaarde offerte of opdrachtbevestiging van de aannemer of leverancier met daarop vermeld de datum van aanvang van de werkzaamheden, respectievelijk levering van de installatie, van maximaal twee maanden oud, respectievelijk een factuur en het daarbij behorende betalingsbewijs;

2°. een door de aanvrager aanvaarde offerte of opdrachtbevestiging van een gecertificeerd adviseur met daarop vermeld de datum van oplevering van het maatwerkadviesrapport, van maximaal twee maanden oud, respectievelijk een factuur en het daarbij behorende betalingsbewijs;

  1. een afschrift van de besluiten tot verlening van andere subsidies in de kosten van de op grond van deze regeling te subsidiëren activiteiten dan wel van de aanvragen tot verlening van deze andere subsidies;

  2. een schriftelijk stuk als bedoeld in artikel 2, eerste lid,;

  3. een opgave van de omzetbelasting die in rekening is gebracht voor de getroffen maatregelen voor zover deze omzetbelasting is verrekend;

  4. de schriftelijke toestemming van de eigenaar van een gebouw, een gebouw met een logiesfunctie of een ander gebouw, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien de aanvraag door de huurder wordt ingediend, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld formulier.

  1. De aanvraag door een onderneming bevat tevens een de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.

Artikel 9. Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2 bevat staatssteun, indien deze aan een onderneming wordt verstrekt, en wordt gerechtvaardigd door de de-minimisverordening.

Artikel 10. Horizonbepaling

Deze regeling vervalt met ingang van 1 september 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen die voor deze datum zijn ingediend en subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering

Eddie van Marum

TOELICHTING

I. Algemeen

  1. Aanleiding

De Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026 (deze regeling) is de opvolger van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld, die met ingang van 1 januari 2026 is vervallen. Hiermee is uitvoering gegeven aan de op 16 december 2025 door de Tweede Kamer aangenomen motie van de leden Bushoff en Beckerman om het resterende budget van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld te behouden door bijvoorbeeld deze regeling te verlengen.1 Omdat verlenging, mede door de vereiste voorhangprocedure van 30 dagen (zie paragraaf 2), niet meer op tijd mogelijk was, is voorzien in een vervangende regeling.

2. Voorhangprocedure

Artikel 4.10, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 bepaalt dat een subsidieregeling die strekt tot het verstrekken van subsidie onder hoofdzakelijk dezelfde voorwaarden voor overwegend dezelfde activiteiten als van een vervallen subsidieregeling, niet eerder wordt vastgesteld dan 30 dagen nadat het ontwerp van die subsidieregeling schriftelijk ter kennis is gebracht van de Tweede Kamer. Om deze reden is een ontwerp van deze regeling op PM voorgelegd aan de Tweede Kamer. PM uitkomst voorhangprocedure.

3. Inhoud van de regeling

Met de Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld 2026 kunnen bewoners die een vergoeding hebben ontvangen van € 1.000 of hoger voor fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg, een subsidie aanvragen tot maximaal € 4.000 voor het treffen van energieverduurzamingsmaatregelen. De regeling is in 2017 ontwikkeld. Voor overige toelichting bij de regeling en de verschillende onderdelen daarvan, wordt verwezen naar de toelichting bij de oorspronkelijke regeling.2 In de artikelsgewijze toelichting staan de wijzigingen opgesomd van deze regeling ten opzichte van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld.

4. Relatie met hoger recht en andere nationale regelgeving

4.1 De-minimisverordening

Indien de subsidieontvanger een zelfstandige onderneming is, mag deze op grond van de de-minimisverordening in een periode van drie aaneengesloten jaren een maximum van € 300.000,- ontvangen aan de-minimissteun. Er is dan geen sprake van ongeoorloofde staatssteun volgens artikel 107, eerste lid, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Hierbij is van belang dat alle ontvangen de-minimissteun meetelt, dus ook de-minimissteun die is verstrekt op grond van andere subsidies van het Rijk of een decentrale overheid.

  1. Nationale regelgeving

De Kaderwet overige BZK-subsidies en het Kaderbesluit BZK-subsidies vormen de grondslag waarbinnen subsidies op grond van deze regeling worden verstrekt. Dat betekent dat regels uit deze wet en dit besluit eveneens van toepassing zijn op subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt, tenzij deze regeling bepaalt dat afwijkende regels gelden.

Daarnaast is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van belang voor subsidieverstrekking. In titel 4.2 van de Awb zijn regels gesteld over subsidies die gelden voor iedere subsidie van de overheid, inclusief subsidies op grond van deze regeling. In de Awb zijn bijvoorbeeld regels te vinden over de inhoud van de beschikking, gronden waarop de subsidieaanvraag geweigerd kan worden en intrekking of wijziging van de subsidie.

5. Gevolgen

5.1 Regeldrukgevolgen

Deze regeling leidt niet tot extra regeldrukgevolgen ten opzichte van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld. Voor een uitgebreide analyse van de regeldruk van deze vervallen regeling, wordt verwezen naar een eerdere wijziging ervan.3

5.2 Financiële gevolgen Rijk

Deze regeling wordt gefinancierd met het resterende budget van € 10.103.649,80 van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld. De financiĂ«le gevolgen voor het Rijk zijn al verwerkt in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

6. Uitvoering en handhaving

Namens de Minister van BZK zal het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), net als bij de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld, in mandaat de subsidieaanvragen beoordelen en al dan niet subsidie verlenen.

7. Consultatie en advies

In lijn met eerdere wijzigingen van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld is deze regeling als opvolger ervan niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) en niet voor consultatie op www.internetconsultatie.nl gepubliceerd. De reden hiervoor is dat er geen inhoudelijke aanpassingen worden doorgevoerd ten opzichte van de eerdere regeling en dat alle aanpassingen bestaan uit aanpassingen die op grond van artikel 2, aanhef en onderdelen a, b en c, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk zijn uitgezonderd van de verplichting van voorafgaande toetsing door ATR.

8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten, zijnde 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, en de minimuminvoeringstermijn tussen publicatie en inwerkingtreding. Deze afwijking is gerechtvaardigd op grond van aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving, omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding, waarna weer aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend.

II. Artikelsgewijs

In deze artikelsgewijze toelichting staan de wijzigingen opgesomd van deze regeling ten opzichte van de Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld, met uitzondering van de uitleg over de inwerkingtredingsbepaling van deze regeling, die al in paragraaf 8 van het algemene deel van de toelichting is opgenomen.

De-minimisverordening en maatwerkadviesrapport (artikel 1)

Dit artikel hanteert de geldende de-minimisverordening en beoordelingsrichtlijn waaraan een maatwerkadviesrapport moet voldoen. Verder wordt een maatwerkadvies sinds 1 juli 2024 uitgevoerd door een EP-adviseur in plaats van een EPA-adviseur.

Termijn indienen subsidieaanvragen (artikel 2, derde lid)

In afwijking van de vervallen Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld is het bij deze regeling niet meer nodig om vanwege systeemtechnische redenen een eindtijd van 17:00 uur op te nemen op de laatste aanvraagdag, waardoor er iets langer de tijd is om een aanvraag voor subsidie in te dienen.

Subsidiabele kosten (artikel 3, tweede lid)

Aangezien het Kaderbesluit BZK-subsidies de grondslag vormt waarbinnen subsidies op grond van deze regeling worden verstrekt, en niet meer het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, is dit artikellid dienovereenkomstig in technische zin aangepast.

Subsidieplafond en rangschikking van de aanvragen (artikel 6)

Het subsidieplafond bedraagt € 21.000.000,-. Dit is het resterende budget dat is overgehouden van de met ingang van 1 januari 2026 vervallen Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld.

Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één volledige aanvraag is ontvangen, stelt de minister de onderlinge rangschikking van aanvragen vast op volgorde van binnenkomst. Dit is overeenkomstig de Subsidieregeling isolatie en ventilatie gebouwen, woonboten en woonwagens provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo, waarvan de doelgroep ook de Groningers betreft.

Afwijking van de afwijzingsgronden (artikel 5, tweede lid)

In artikel 5, tweede lid, wordt explicieter gemaakt dat een tweede aanvraag op een adres door een nieuwe eigenaar slechts mogelijk is met een besluit van het IMG op naam van die eigenaar.

De-minimisverklaring (artikel 8)

Dit artikel hanteert de geldende de-minimisverordening. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van het algemene deel van de toelichting.

Vervaltermijn (artikel 10)

Deze regeling vervalt met ingang van 1 september 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen die voor deze datum zijn ingediend en subsidies die voor deze datum zijn verleend. Voor deze vervaltermijn is gekozen, omdat de verwachting is dat dan het subsidieplafond is bereikt.

Citeertitel (artikel 12)

De citeertitel is aangepast door toevoeging van 2026, dit is het jaar waarin deze regeling in werking treedt.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering

Eddie van Marum


  1. Kamerstukken II 2025/26, 33529, nr. 1354.↩

  2. Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld, Stcrt. 2017, 15110.↩

  3. Stcrt. 2023, 27708.↩