[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk (CD 8/1) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D01016, datum: 2026-01-13, bijgewerkt: 2026-01-14 09:24, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk

Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk

Aan de orde is het tweeminutendebat Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk (CD d.d. 08/01).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek de leden hun plaatsen in te nemen voor het tweeminutendebat Actuele ontwikkelingen in Venezuela en de veiligheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ik heet van harte welkom de minister van Buitenlandse Zaken. Als eerste geef ik het woord aan de heer Boswijk voor zijn inbreng namens de fractie van het CDA.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de heer Ceder dat ik even mag voordringen. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen in het commissiedebat over Venezuela maar ook over Groenland, dat natuurlijk ook nog tussendoor is gekomen. Alle steun voor hoe hij op dit moment opereert. Mocht er worden gesproken over een mogelijke NAVO-missie, dan staat in ieder geval mijn partij daarvoor open.

Ik heb de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Groenland een zelfbesturend onderdeel is van het Koninkrijk Denemarken en dat internationale rechtsprincipes, waaronder soevereiniteit en territoriale integriteit, leidend zijn;

overwegende dat stabiliteit en veiligheid in het Arctisch gebied vraagt om respect voor het internationaal recht en nauwe samenwerking tussen bondgenoten;

spreekt uit dat Nederland hecht aan soevereiniteit en internationaal recht als fundament van de internationale orde;

verzoekt het kabinet om in afstemming met de Europese partners en bondgenoten Denemarken politiek en diplomatiek te steunen waar het de status en positie van Groenland betreft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk, Van der Werf, Van der Burg, Ceder, Hoogeveen, Diederik van Dijk, Piri, Struijs, Dobbe, Teunissen, Dassen en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 82 (29653).

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder voor zijn inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van het debat heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat om de principes van het internationaal recht te kunnen blijven handhaven versterking van de economische en militaire macht en samenwerking van Nederland en bondgenoten van belang zijn;

verzoekt de regering om zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada verder te bestendigen, zowel op militair als op (geo-)economisch gebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Diederik van Dijk en Van der Burg.

Zij krijgt nr. 83 (29653).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er naast het Caribisch deel van het Koninkrijk ook diverse andere landen en gebieden zijn die verbonden zijn met Europese landen en alle volgens de Verenigde Staten onder Amerikaanse invloedssfeer vallen;

overwegende dat veranderend Amerikaans beleid gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van deze eilanden en dat samenwerking voor alle betrokken landen, koninkrijken en gemenebesten noodzakelijk is;

verzoekt de regering om de samenwerking met landen die in het Caribisch gebied aanwezig zijn te versterken en om gezien politieke ontwikkelingen de veiligheid en stabiliteit op korte termijn en lange termijn te blijven waarborgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Vermeer.

Zij krijgt nr. 84 (29653).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over de eerste motie van de heer Ceder. We hebben hier in de Kamer een keer zo'n motie over Canada aangenomen; die motie heeft mijn partij ook gesteund. Ik steun ook de motie van de heer Ceder, maar ik vraag me wel af waarom bijvoorbeeld Japan er niet bij staat, Zuid-Korea er niet bij staat, Nieuw-Zeeland er niet bij staat. Waarom de keus voor deze drie specifieke landen? Ik vind die een beetje random.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat snap ik. Ik vind het overigens fijn dat mevrouw Piri weer terug is. Tijdens het debat, en ook daarvoor, zijn deze landen naar boven gekomen. Ik heb deze namen genoemd. Uiteraard is Japan ook een belangrijke speler, maar Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada zijn van belang ten aanzien van het Arctisch gebied en ten aanzien van de samenwerking die nu verder bestendigd wordt. Australië valt natuurlijk niet binnen het Arctisch gebied, maar is wel van belang vanwege de verregaande samenwerking, waarvan we nu ook zien dat die nodig is. Om die reden heb ik deze landen genoemd. Uiteraard sluit ik andere landen niet uit, maar ik denk dat het belangrijk is om met deze te beginnen, en snel ook.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dassen voor zijn inbreng namens de fractie van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens artikel 15 van het Verdrag van de Europese Unie ieder lid van de Europese Raad een verzoek tot een buitengewone bijeenkomst mag indienen bij de president van de Raad;

overwegende dat de militaire interventie van de Verenigde Staten in Venezuela en de beoogde overname van Groenland door de Verenigde Staten, waarbij die militaire inzet niet uitsluiten, een weloverwogen reactie en actie vanuit de EU vereisen;

verzoekt de regering om een verzoek in te dienen bij de president van de Europese Raad voor het met spoed bijeenroepen van de Europese Raad voor een buitengewone bijeenkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 85 (29653).

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Ik zal de beantwoording van de minister boven beluisteren, omdat we dadelijk ook het commissiedebat over de Raad Buitenlandse Zaken hebben. Daar moet ik nog enkele dingen voor uitzoeken, zodat ik dadelijk met de minister weer verder in debat kan.

De voorzitter:
Dank u wel. Veel succes met de voorbereidingen gewenst. Het woord is aan de heer Struijs voor zijn inbreng. Hij ziet af van zijn spreektijd. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP. Ga uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VS een illegale inval in Venezuela hebben gedaan;

overwegende dat de Nederlandse regering consequent moet zijn in het veroordelen van schendingen van het internationaal recht;

verzoekt de regering de inval van de VS in Venezuela ondubbelzinnig te veroordelen, zowel publiekelijk als door het ontbieden van de Amerikaanse ambassadeur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Piri, Van Baarle, Teunissen en Dassen.

Zij krijgt nr. 86 (29653).

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zal u niet vermoeien met verhalen over wat ik allemaal tijdens het reces heb gedaan, maar ik ben net terug uit Cambodja. Daar hebben we het ook gehad over Venezuela. Dat komt omdat er in Cambodja in het afgelopen jaar twee keer een oorlog is geweest met Thailand. Zij vertelden mij: als wij zien dat er een illegale inval in Venezuela kan zijn, die niet wordt veroordeeld omdat die door de VS wordt gedaan, waar zijn wij dan nog op het moment dat er andere schendingen zijn van het internationaal recht? Mede daarom is het zo belangrijk dat wij het internationaal recht consequent toepassen en niet met twee maten meten. Dat wilde ik nog even delen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Vermeer namens de fractie van BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. We hebben samen met de heer Ceder een motie ingediend om de samenwerking met andere partijen die ook Caribische delen in hun koninkrijk of land hebben wat meer te bestendigen.

Ik heb verder geen motie, maar wel een vraag aan de minister. Volgens onze informatie zit de Nederlandse schipper Pim de Rhoodes nog steeds, sinds half vorig jaar, gevangen in Venezuela. Hij en zijn bemanning waren met zijn schip de N35 op zoek naar een scheepswrak uit de Tweede Wereldoorlog, maar hij is opgepakt onder verdenking van spionage en terrorisme, en het inventariseren en illegaal delen van olielocaties. Kan de minister aangeven of er contact is met de nieuwe leiding in Venezuela en wat eraan gaat gebeuren?

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. De SGP kan zich op hoofdlijnen vinden in de opstelling van de minister, ook jegens de VS. Koester het internationaal recht — streep eronder — maar bedrijf geen getuigenispolitiek waarbij de prijs wordt betaald door Oekraïne of waardoor de veiligheid van Europa in het gedrang komt. Internationale politiek is in die zin bij uitstek primair het domein van de Verantwortungsethik en niet van de Gesinnungsethik, zo leert Max Weber.

Ondertussen moet Nederland samen met de Europese NAVO-bondgenoten hard werken om zelf sterker te worden, militair en technologisch. We roepen het kabinet op om dit waar mogelijk te bevorderen. Tegen die achtergrond heb ik één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • de strategische betekenis van het Arctische gebied toeneemt door geopolitieke spanningen, klimaatverandering en militaire activiteit;

  • het Witte Huis voor het verkrijgen van Groenland zelfs een militaire optie niet uitsluit;

overwegende dat geloofwaardige afschrikking en verdediging van het NAVO-grondgebied ook een versterkte aanwezigheid van Europese bondgenoten vereist, waaronder maritieme capaciteiten en lucht- en landcapaciteiten;

verzoekt de regering:

  • zich binnen de NAVO actief in te zetten voor een versterkte Europese bijdrage aan de militaire aanwezigheid in het Arctische gebied;

  • bij toekomstige defensie-investeringen expliciet rekening te houden met de Arctische dimensie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Boswijk, Van der Burg, Vermeer, Dassen en Ceder.

Zij krijgt nr. 87 (29653).

De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb naar aanleiding van het debat twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland grote hoeveelheden gas en olie uit de VS importeert;

overwegende dat in de huidige geopolitieke context de noodzaak om voor onze grondstoffen onafhankelijk te worden van de VS alleen nog maar groter is geworden;

verzoekt de regering om met een afbouwplan van Amerikaans gas en olie te komen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Dassen.

Zij krijgt nr. 88 (29653).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de VS met de inval in Venezuela het internationaal recht hebben geschonden;

overwegende dat de VS ook met hun dreiging naar Groenland geen betrouwbare bondgenoot blijken;

verzoekt de regering om een verkenning te doen naar een alternatief samenwerkingsverband voor de NAVO gebaseerd op het internationaal recht, gelijkwaardigheid en solidariteit, gericht op verdediging, vrede, veiligheid en wederzijdse ontwapening, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 89 (29653).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot van de zijde van de Kamer is het woord aan mevrouw Van der Werf voor haar inbreng namens D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in Venezuela, ondanks enkele vrijlatingen, nog steeds honderden mensen om politieke redenen vastzitten, waaronder mensenrechtenverdedigers en oppositiepolitici;

constaterende dat veel van hen geen toegang hebben tot toereikende medische zorg, geen toegang hebben tot een advocaat en doorgaans geen contact mogen hebben met hun familie, wat in strijd is met fundamentele mensenrechten;

overwegende dat Nederland zich verplicht het internationaal recht te bevorderen;

van mening dat Nederland zich moet blijven inzetten voor het herstel van een vrije oppositie en een sterk maatschappelijk middenveld in Venezuela;

verzoekt het kabinet zich actief te blijven inzetten voor de onmiddellijke vrijlating van alle in Venezuela vastgezette politieke gevangenen, aan te dringen op het opschorten van alle rechtszaken tegen hen, en te blijven aandringen op de bescherming van hun rechten, waaronder toegang tot medische zorg, familie en een advocaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Boswijk, Van der Burg, Piri en Dassen.

Zij krijgt nr. 90 (29653).

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven meteen te kunnen doorgaan met de beantwoording, dus ik wil hem daarvoor het woord geven.

Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Ook ik moet mij nog voorbereiden op het debat dat ik zo meteen heb. Dank aan de leden voor het uitvoerige debat dat we vorige week over deze kwestie hebben gehad. Dank ook voor uw inbreng in tweede termijn. Ik zal spoedheidshalve overgaan tot de beoordeling van de moties.

De motie op stuk nr. 82 van de heer Boswijk: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 83 van de heer Ceder: oordeel Kamer.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik ga u hier niet lastigvallen, maar wij hebben de moties niet. Ik ga niet zeggen "laten we een kwartier schorsen", maar ik vraag de minister om in ieder geval heel even het onderwerp van de motie te benoemen, zodat ik weet waarover het gaat. Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn bereidheid om snel door te gaan, maar we kunnen ook heel even wachten voordat de bundel er is, ook voor de Kamerorganisatie en voor het goede begrip van de moties. Dat zal nog enkele ogenblikken duren. Ik wil de vergadering dus een enkele minuut schorsen, totdat we de moties hebben.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen voor de appreciatie van de moties. Het woord is aan de minister.

Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Aannemende dat iedereen de moties nu wel heeft …

De voorzitter:
Ja, dat is het geval.

Minister Van Weel:
… zal ik het op de korte wijze doen.

De motie op stuk nr. 82 van de heer Boswijk: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 82: oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 83 van de heer Ceder: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 84 van de heer Ceder: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 85 van de heer Dassen moet ik ontraden, met verwijzing naar het debat, maar ook naar wat ik heb gezegd over dat het wat ons betreft nu aan Denemarken is om te bepalen wat er nodig is in het dossier Groenland. Zij hebben niet verzocht om een spoed-Europese Raad op dit moment. Dus: ontraden.

De voorzitter:
Ja, de motie op stuk nr. 85: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 86.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 86: ontraden, met verwijzing naar het debat.

De motie op stuk nr. 87, van de heer Diederik van Dijk, geef ik oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 88 van mevrouw Teunissen, over het afbouwplan voor olie en gas. Wij hebben onze energietransitie, maar daarvoor geldt een ander regime. Dat valt buiten de scope van dit debat. In dat kader ontraad ik de motie.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, maar ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 87. Ik begreep dat de motie van de heer Dassen is ontraden met het logische argument dat er nu geen noodzaak is voor een speciale Europese top omdat Denemarken daar niet om heeft gevraagd. De motie op stuk nr. 87 krijgt oordeel Kamer. Die motie gaat heel specifiek om een versterkte Europese bijdrage aan de militaire aanwezigheid in het Arctisch gebied; dat is mijngebied. Nogmaals, mijn fractie is daar zeker toe bereid. Maar heeft Denemarken daar om verzocht? Dat is mij namelijk niet bekend.

Minister Van Weel:
Die twee dingen bestaan naast elkaar. Het is niet zo dat Denemarken specifiek verzoekt om een vergrote bijdrage in het Arctisch gebied. Het is wel zo dat de NAVO afgelopen week een extra bijeenkomst heeft gehad op ambassadeursniveau. Daarbij is gesproken over de wenselijkheid van een verhoogde NAVO-presentie. Dat is dus niet direct gelinkt aan Denemarken, maar Denemarken zit daar als NAVO-lid natuurlijk wel aan tafel.

De motie op stuk nr. 89 van mevrouw Teunissen, over een alternatief voor de NAVO, ontraad ik met verwijzing naar het debat.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 89: ontraden.

Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 90 van mevrouw Van der Werf geef ik oordeel Kamer. Ik heb dit ook opgebracht — dit is meteen mijn antwoord op de vraag van de heer Vermeer — in mijn gesprek dat ik gisteravond had met de interim-president van Venezuela, mevrouw Delcy Rodríguez. Verder doe ik over dit soort zaken in het openbaar geen uitspraak, maar het heeft zeker de aandacht.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 90: oordeel Kamer.

Minister Van Weel:
Daarmee heb ik alle moties geapprecieerd.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de minister voor de vlotte beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 16.50 uur; dan start het volgende tweeminutendebat. Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt van 16.20 uur tot 16.35 uur geschorst.