[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Besluit houdende de vaststelling van de vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde in het primair en speciaal onderwijs (Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026), houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met het vaststellen van de vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde in het voortgezet onderwijs en houdende wijziging van diverse onderwijsbesluiten in verband met de vaststelling van vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde in het funderend onderwijs (Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde)

Bijlage

Nummer: 2026D01162, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-14 13:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Bijlage bij: Voorhang AMvB vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (2026D01161)

Preview document (🔗 origineel)


Besluit van …

houdende de vaststelling van de vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde in het primair en speciaal onderwijs (Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026), houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in verband met het vaststellen van de vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde in het voortgezet onderwijs en houdende wijziging van diverse onderwijsbesluiten in verband met de vaststelling van vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde in het funderend onderwijs (Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde) [KetenID WGK027201]

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van xxx,> van <datum>, nr. WJZ/1617720 (ID 27201);

Gelet op artikel 9, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 13, tweede lid, 14c, derde lid, en 14f, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 2.13, tweede lid en 2.19, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van <datum>, nr. xxx);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van xxx,>van <datum>, nr. WJZ/1617720 (ID 27201);

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. BESLUIT KERNDOELEN PRIMAIR EN SPECIAAL ONDERWIJS 2026

Vastgesteld wordt een Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026, als volgt:

Artikel 1. Kerndoelen primair en speciaal onderwijs

De kerndoelen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 13, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, worden voor de onderwerpen Nederlandse taal en rekenen en wiskunde vastgesteld als aangegeven in bijlage 1 bij dit besluit.

Artikel 2. Functionele kerndoelen speciaal onderwijs

De kerndoelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, voor het onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen voor wie het zeer moeilijk lerend zijn een van de handicaps is, worden voor de onderwerpen Nederlandse taal en rekenen en wiskunde vastgesteld als aangegeven in bijlage 2 bij dit besluit.

Artikel 3. Functionele kerndoelen uitstroomprofiel dagbesteding

De kerndoelen, bedoeld in artikel 14f, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, voor het onderwijs in het uitstroomprofiel dagbesteding, worden voor de leergebieden Nederlandse taal en rekenen en wiskunde vastgesteld als aangegeven in bijlage 3 bij dit besluit.

Artikel 4. Functionele kerndoelen arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel

De kerndoelen, bedoeld in artikel 14c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, voor het onderwijs in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel, worden voor de leergebieden Nederlandse taal en rekenen en wiskunde vastgesteld als aangegeven in bijlage 4 bij dit besluit.

Artikel 5. Wijziging andere regelingen

1. In de bijlage bij het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO vervallen de onderdelen Nederlands, Friese taal en rekenen/wiskunde.

2. Het Besluit kerndoelen WEC wordt als volgt gewijzigd:

a. In bijlage 1 vervallen de onderdelen Nederlandse taal, Friese taal en rekenen/wiskunde.

b. In bijlage 2 vervallen de onderdelen Nederlandse taal en rekenen en wiskunde.

c. In bijlage 3 vervallen in hoofdstuk 2 de onderdelen Nederlandse taal en communicatie, rekenen en wiskunde en Friese taal.

d. In bijlage 3 vervallen in hoofdstuk 3 de onderdelen Nederlandse taal en communicatie, rekenen en wiskunde en Friese taal.

Artikel 6. Overgangsrecht

Het bevoegd gezag kan de kerndoelen zoals opgenomen in de onderdelen Nederlands en rekenen/wiskunde in de bijlage bij het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO en de onderdelen Nederlandse taal en rekenen/wiskunde in bijlage 1 bij het Besluit kerndoelen WEC, Nederlandse taal en rekenen en wiskunde in bijlage 2 bij het Besluit kerndoelen WEC en Nederlandse taal en communicatie en rekenen en wiskunde in de hoofdstukken 2 en 3 van bijlage 3 bij het Besluit kerndoelen WEC zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel 5 van dit besluit, tot 1 augustus 2031 hanteren voor de vormgeving van het onderwijsprogramma.

Artikel 7. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026.

Bijlage 1. Kerndoelen primair en speciaal onderwijs

Onderdeel A. Nederlands

Domein: overkoepelend

Kerndoel 1

De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
  1. aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten;

  2. aanbieden van een veelzijdig en actueel aanbod van jeugdliteratuur binnen een vaste leesroutine;

  3. aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang;

  4. stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en te schrijven;

  5. ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.

B.

De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden.

  1. stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin school- en vaktaal en vakspecifieke taalvaardigheden verworven kunnen worden;

  2. stimuleren van het gebruiken van rijke teksten over inhoudelijke thema’s in alle leergebieden;

  3. stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden;

  4. stimuleren van aandacht voor taalverzorging en taalgebruik in alle leergebieden;

  5. aanbieden van een schoolbrede set van aanpakken en flexibel inzetbare strategieën bij het ondersteunen van taalactiviteiten in de andere leergebieden.

Domein: communicatie

Kerndoel 2

De leerling begrijpt teksten.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A.

De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten.

  1. aandachtig luisteren, kijken of aandachtig vloeiend lezen;

  2. inzetten en uitbreiden van woordenschat, kennis over taal en kennis van de wereld;

  3. inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, literaire genres, verteltechnieken;

  4. beschrijven van perspectieven, communicatieve doelen, publiek, context;

  5. in eigen woorden weergeven van de hoofd- en bijzaken, de hoofdgedachte en betekenis van een tekst, passend bij het lees- of luisterdoel;

  6. flexibel toepassen van verschillende aanpakken en begripsverhogende strategieën.

B.

De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten.

  1. benoemen van inhoudelijke relaties binnen en tussen verschillende teksten;

  2. benoemen van verschillen en overeenkomsten in feiten, meningen en perspectieven;

  3. benoemen van tegenstrijdige en overeenkomstige inhoud binnen en tussen teksten;

  4. evalueren van bruikbaarheid van teksten;

  5. reflecteren op de waarde, inhoud en vorm van teksten.

C.

De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen.

  1. oriënteren op kenmerken van aangereikte bronnen: maker, tekstsoort en verschijningsdatum;

  2. benoemen van inhouds- en vormelementen die misleidend zijn of vragen oproepen;

  3. vergelijkend beoordelen van bronnen op basis van hun betrouwbaarheid.

Kerndoel 3

De leerling produceert teksten.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.
  1. hanteren van een passende aanpak;

  2. in eigen woorden verwerken van informatie uit verschillende bronnen tot een gestructureerde tekst met bronvermelding;

  3. inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, verteltechnieken;

  4. schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift, en verstaanbaar spreken;

  5. reviseren van de tekst met het oog op doelgerichte communicatie: taalgebruik en taalverzorging.

B. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
  1. verkennen van creatief taalgebruik van anderen in literaire en zakelijke teksten;

  2. verwoorden van eigen ideeën, gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;

  3. experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres, taalregels, taalconventies en visuele vormen;

  4. waarderen van creatief taalgebruik.

C.

De leerling schrijft om tot kennisopbouw of begrip te komen.
  1. weergeven van hoofd- en bijzaken, indrukken en vragen bij gelezen, bekeken of beluisterde inhoud;

  2. samenvatten van gelezen inhoud;

  3. verwoorden, onderbouwen en ordenen van gedachten, verworven inzichten en kennis in een tekst of schema;

  4. inzetten en uitbreiden van school- en vaktaal;

  5. schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift.

Kerndoel 4

De leerling voert gesprekken.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
  1. inzetten en uitbreiden van vaardigheden om gesprekken constructief te laten verlopen: luisteren, herkennen van signalen en passend reageren op de gesprekspartner(s);

  2. actief deelnemen aan gesprekken;

  3. afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie op communicatief doel en context;

  4. verwerven en inzetten van informatie afgestemd op kennis, achtergrond, standpunt en perspectief van de gesprekspartner(s);

  5. toepassen van gespreks- en taalconventies, passend bij de gespreksvorm.

B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.
  1. verwoorden van kennis, ideeën en standpunten met onderbouwing;

  2. vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;

  3. luisteren naar, doorvragen op en ter discussie stellen van de ideeën en perspectieven van gesprekspartners;

  4. accepteren of verwerpen van andermans ideeën met argumenten;

  5. samenvatten van inzichten, verwoorden van oplossingen of trekken van conclusies.

Kerndoel 5

De leerling ontwikkelt zicht als bewuste taalgebruiker.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit.
  1. ontvangen en geven van feedback;

  2. verwoorden van het proces: de gemaakte keuzes in aanpak en strategieën tijdens en na de uitvoering van een taalactiviteit;

  3. beoordelen van het product van de taalactiviteit aan de hand van aangereikte criteria;

  4. formuleren van leerdoelen voor proces en product bij toekomstige taalactiviteiten.

Domein: taal

Kerndoel 6

De leerling toont inzicht in taal als systeem.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
  1. verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal;

  2. inzicht tonen in de opbouw van basale woorden om de betekenis af te leiden;

  3. verkennen hoe woordvolgorde en zinsdelen de betekenis van een zin bepalen;

  4. verkennen hoe woordgebruik, stijlmiddelen en opbouw van teksten de betekenis beïnvloeden;

  5. functioneel gebruiken van taalkundige begrippen en taalbeschouwingsstrategieën bij het denken en praten over spelling en grammatica.

B. De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.
  1. correct formuleren op woord-, zins- en tekstniveau;

  2. verbinden van vorm en betekenis om de correcte spelling te achterhalen;

  3. ontwikkelen van spellingbewustzijn en spellinggeweten;

  4. reflecteren op gemaakte keuzes in woorden en zinnen;

  5. inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen en teksten te redigeren.

Kerndoel 7

De leerling verkent het gebruik van taal.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.
  1. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal;

  2. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot publiek, doel en context;

  3. reflecteren op hoe je overkomt op anderen op basis van keuzes in het eigen talige repertoire;

  4. waarderen van het eigen talige repertoire.

B. De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.
  1. verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen;

  2. vergelijken van de contexten waarin verschillende talen en taalvariëteiten worden gebruikt;

  3. benoemen van overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten op klank-, woord- en zinsniveau;

  4. verkennen van overtuigingen over verschillende talen en taalvariëteiten;

  5. verkennen van veranderingen in taalgebruik onder invloed van tijd, media en maatschappelijke ontwikkelingen.

Domein: literatuur

Kerndoel 8

De leerling doet ervaring op met literatuur.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
  1. lezen en beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en literaire genres;

  2. geven van een waardeoordeel over gelezen of beluisterde boeken en teksten op basis van literaire genres, eigen interesse en belevingswereld;

  3. aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere lees-, luister- en kijkervaringen;

  4. verwoorden van persoonlijke voorkeur op basis van reflectie op ervaringen met literatuur.

B. De leerling verkent de waarde van literatuur.
  1. verwoorden van persoonlijke leeservaring en beleving na het lezen van literatuur;

  2. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over zichzelf op basis van literatuur;

  3. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over anderen op basis van literatuur;

  4. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over de wereld en culturen op basis van literatuur.

Kerndoel 9

De leerling toont inzicht in literatuur.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling toont inzicht in verhalende teksten.
  1. beschrijven welk probleem of welke wens van een hoofdpersoon de motor van het verhaal is en hoe het verhaal zich ontwikkelt;

  2. beschrijven van verschillende hoofd- en bijfiguren, helpers en tegenspelers en hun karaktereigenschappen;

  3. benoemen van verteltechnieken die een schrijver gebruikt om spanning op te bouwen;

  4. beschrijven waar, wanneer en onder welke omstandigheden een verhaal zich afspeelt.

B. De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur.
  1. onderscheiden van poëzie-, proza- en dramateksten op basis van eenvoudige genrekenmerken;

  2. benoemen van kenmerkend taalgebruik in literaire genres: figuurlijk taalgebruik, rijm en ritme;

  3. benoemen van kenmerkende visuele elementen in literaire genres: illustraties, vormgeving.

Onderdeel B. Rekenen en wiskunde

Domein: wiskundige concepten

Kerndoel 10
De leerling redeneert en rekent met getallen en verhoudingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling redeneert en rekent met gehele en decimale getallen.
  1. bewerkingen: vergelijken, ordenen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen;

  2. memoriseren van getalrelaties, splitsingen van getallen tot 20 en de tafels van vermenigvuldiging, en deze kennis vlot en wendbaar toepassen;

  3. beredeneerd kiezen van een rekenvorm en rekenwijze en reflecteren op de keuze en uitvoering hiervan;

  4. rekenvormen: hoofdrekenen, schattend rekenen, schriftelijk rekenen en rekenen met de rekenmachine;

  5. rekenwijzen: rekenen met eigenschappen van getallen en bewerkingen, en met standaardprocedures.

B. De leerling redeneert en rekent met breuken als getal, verhouding en deling.
  1. stambreuken ($\frac{1}{3}$), echte breuken ($\frac{2}{5}$), gemengde getallen (1$\frac{1}{2}$) en onechte breuken ($\frac{12}{4}$);

  2. relaties leggen tussen breuken, decimale getallen, verhoudingen en procenten;

  3. relaties leggen tussen breuken en delingen;

  4. beredeneerd ordenen, vereenvoudigen en vergelijken van breuken;

  5. rekenen met breuken in concrete situaties, ondersteund met een model of met behulp van getalrelaties.

C. De leerling redeneert en rekent met verhoudingen. 
  1. kwalitatieve en kwantitatieve verhoudingen, procenten, schaal en samengestelde grootheden; 

  2. relaties leggen tussen verhoudingen, procenten en breuken;

  3. herkennen van verhoudingen in concrete situaties;

  4. beredeneerd vergelijken van verhoudingen;

  5. oplossen van verhoudingsproblemen. 

Kerndoel 11
De leerling toont inzicht bij het handelen met grootheden en eenheden.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling meet, redeneert en rekent met grootheden en bijpassende eenheden.
  1. lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht (massa), snelheid, tijd, geld, temperatuur en geheugenomvang;

  2. meten met passende meetinstrumenten;

  3. bepalen van omtrek, oppervlakte en inhoud van rechthoekige figuren;

  4. schatten en controleren met referentiematen en meetreferenties;

  5. relaties leggen tussen grootheden en eenheden, tussen grootheden onderling en tussen eenheden onderling.

Kerndoel 12
De leerling interpreteert data.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling interpreteert en representeert data.
  1. invullen van tabellen bij data;

  2. berekenen en interpreteren van een gemiddelde;

  3. maken van grafische representaties van data en daaruit conclusies trekken;

  4. interpreteren van grafische representaties en beredeneren of daarbij gepresenteerde conclusies wel, niet of deels kloppen;

  5. grafische representaties: diagrammen, grafieken en infographics.

Kerndoel 13
De leerling toont inzicht in patronen en verbanden.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling redeneert over patronen en verbanden.
  1. herkennen, beschrijven en voortzetten van patronen in rijen getallen en figuren;

  2. herkennen en beschrijven van patronen en verbanden in datasets;

  3. weergeven van patronen en verbanden in een beschrijving, tabel en grafiek, en deze weergaven in elkaar omzetten.

Kerndoel 14
De leerling toont inzicht bij meetkundig handelen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling redeneert over meetkundige figuren en plaatsbepalingen en voert meetkundige transformaties uit.
  1. redeneren met en over eigenschappen van meetkundige figuren en begrippen;

  2. redeneren met kijklijnen;

  3. construeren en interpreteren van plattegronden, routebeschrijvingen en wegwijzers;

  4. construeren en interpreteren van tweedimensionale representaties van driedimensionale figuren en relaties leggen tussen twee- en driedimensionale representaties van figuren;

  5. meetkundige transformaties: draaien, spiegelen, vergroten en verkleinen van figuren.

Domein: wiskundige denk-werkwijzen

Kerndoel 15
De leerling gebruikt wiskundige denk-werkwijzen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling lost wiskundige problemen en toepassings-problemen op.
  1. bedenken en uitvoeren van een aanpak voor een niet-routinematig oplosbaar probleem;

  2. gebruiken van heuristieken;

  3. bewerken van de uitkomsten van berekeningen tot een oplossing van een probleem;

  4. reflecteren op aanpak, uitvoering en oplossing.

B. De leerling maakt en gebruikt wiskundige modellen.
  1. schematisch weergeven van een situatie;

  2. weergeven van een situatie in wiskundetaal;

  3. selecteren van relevante kenmerken en weglaten van niet relevante kenmerken;

  4. gebruiken van abstracte modellen om rekenaanpakken te laten zien, situaties te interpreteren en problemen op te lossen.

C. De leerling bedenkt en beschrijft algoritmes.
  1. algoritmes met een beperkt aantal stappen;

  2. beschrijven hoe een algoritme tot een vast resultaat leidt;

  3. beoordelen van het resultaat van een doorlopen algoritme;

  4. bedenken van een algoritme.

Kerndoel 16
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
  1. gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen;

  2. leesbaar weergeven van berekeningen en probleemaanpakken;

  3. kiezen en bedenken van representaties om berekeningen en wiskundige redeneringen weer te geven en uit te wisselen;

  4. kritisch beoordelen van een representatie;

  5. relaties leggen tussen verschillende representaties van een wiskundig concept.

B. De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
  1. beredeneerd kiezen voor gebruik van een instrument op basis van de mogelijkheden, beperkingen en meetnauwkeurigheid;

  2. vooraf schatten van meetresultaten en uitkomsten;

  3. gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal;

  4. bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.

Domein: wiskunde en de wereld

Kerndoel 17
De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.
  1. laten zien van het nut en de kracht van wiskunde in uiteenlopende toepassingen;

  2. stimuleren van een onderzoekende en kritische houding ten aanzien van getallen en andere wiskundige informatie;

  3. laten reflecteren op eigen en andermans rekenwijze en overig wiskundig handelen.

Kerndoel 18
De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse en maatschappelijke situaties.
  1. gebruiken van getallen en andere wiskundige concepten in concrete, voor de leerling relevante situaties;

  2. gebruiken van wiskundige instrumenten bij meten en andere praktische handelingen;

  3. wiskunde gebruiken bij het nemen van beslissingen en het oplossen van problemen;

  4. herkennen en beschrijven dat met grafische representaties een bepaalde boodschap wordt overgebracht of benadrukt;

  5. gebruiken en beoordelen van wiskundige informatie uit de samenleving en de media bij het vormen van een mening.

B. De school ondersteunt het gebruik van wiskunde in verschillende leergebieden.
  1. aanbieden van wiskundige concepten en denk-werkwijzen in onderlinge samenhang;

  2. laten zien hoe verschillende leergebieden wiskundetaal en wiskundige representaties gebruiken;

  3. afstemmen hoe rekenaanpakken en andere wiskundige aanpakken bij verschillende leergebieden worden uitgevoerd;

  4. laten gebruiken van wiskundige modellen, wiskundige instrumenten en algoritmes in verschillende leergebieden.

Bijlage 2. Functionele kerndoelen speciaal onderwijs

Onderdeel A. Nederlands

Domein: overkoepelend

Kerndoel 1
De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
  1. aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten;

  2. aanbieden van teksten aansluitend bij de interesses of de actualiteit;

  3. aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang;

  4. stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en/of te schrijven;

  5. ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.

B.

De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden.

  1. stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin taalvaardigheden verworven kunnen worden;

  2. stimuleren van het gebruiken van rijke teksten in alle leergebieden;

  3. stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden.

Domein: communicatie

Kerndoel 2
De leerling doet ervaring op met teksten.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling toont basaal begrip van teksten.
  1. actief luisteren, kijken en/of lezen, eventueel met inzet van ondersteunde communicatie;

  2. inzetten en uitbreiden van woordenschat en kennis van alledaagse onderwerpen;

  3. reageren op de inhoud van teksten;

  4. waarderen van teksten.

B. De leerling verkent vorm en inhoud van verschillende bronnen.
  1. oriënteren op kenmerken van tekstsoorten;

  2. oriënteren op informatie die vragen oproept;

  3. verkennen van betrouwbaarheid en bruikbaarheid van bronnen.

Kerndoel 3
De leerling werkt met teksten.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling communiceert afgestemd op doel, publiek en context.
  1. begrijpen en inzetten van communicatievormen, waar nodig met behulp van communicatiemiddelen;

  2. hanteren van een passende aanpak;

  3. formuleren van teksten, passend bij het communicatieve doel, een bekend publiek en herkenbare alledaagse contexten;

  4. schrijven met een leesbaar handschrift of typschrift en/of verstaanbaar spreken.

B. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
  1. uitdrukking geven aan gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;

  2. experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres en visuele vormen;

  3. verkennen van verschillende creatieve manieren van spreken, schrijven, of op een andere manier uitdrukken;

  4. waarderen van creatief taalgebruik.

Kerndoel 4
De leerling voert gesprekken.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
  1. constructief laten verlopen van gesprekken, waar nodig met ondersteunde communicatie;

  2. afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie in een gesprek;

  3. afstemmen op een communicatief doel in een herkenbare alledaagse context;

  4. reageren op gesprekspartner(s).

B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.
  1. verwoorden van kennis, ideeën en gedachten;

  2. vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;

  3. luisteren naar en reageren op gesprekspartners;

  4. verdiepen van een concept, verschijnsel of aanpak;

  5. beschrijven van opgedane inzichten.

Kerndoel 5
De leerling reflecteert op het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit.
  1. ontvangen en geven van feedback;

  2. beschrijven van de gekozen aanpak in relatie tot het proces;

  3. waarderen van het product van de taalactiviteit.

Domein: taal

Kerndoel 6
De leerling verkent taal als systeem.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
  1. verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal;

  2. verkennen van de opbouw van basale woorden;

  3. verkennen van woordvolgorde en eenvoudige zinsopbouw;

  4. opmerken van effecten van keuzes in taalgebruik.

B. De leerling benut kennis over spelling bij het schriftelijk formuleren.
  1. correct spellen van frequent gebruikte woorden;

  2. formuleren van begrijpelijke zinnen, waarbij basale interpunctie correct wordt toegepast;

  3. inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen.

Kerndoel 7
De leerling verkent het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.
  1. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal;

  2. verkennen van het eigen talige repertoire en het effect ervan op anderen;

  3. herkennen van rolmodellen die invloed hebben op het bewust inzetten van taal;

  4. waarderen van het eigen talige repertoire.

Domein: literatuur

Kerndoel 8
De leerling doet ervaring op met literatuur.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
  1. verkennen van het eigen talige lezen en/of beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en genres;

  2. delen van luister-, kijk- en/of leeservaringen;

  3. aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere luister-, kijk- en/of leeservaringen;

  4. uiten van persoonlijke voorkeuren op ervaringen met literatuur.

B. De leerling verkent de vorm en inhoud van literaire teksten.
  1. verkennen van poëzie, proza en drama;

  2. interactief luisteren naar en/of lezen van verhalen en boeken;

  3. beschrijven van verschillende personages als hoofd- en bijfiguren;

  4. meedenken en meeleven met personages en gebeurtenissen in het verhaal;

  5. vergelijken van de literaire werkelijkheid met de eigen leef- en belevingswereld.

Onderdeel B. Rekenen en wiskunde

Domein: wiskundige concepten

Kerndoel 9
De leerling werkt met getallen en verhoudingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan en gebruikt gehele getallen.
  1. herkennen en gebruiken van getallen als weergave van hoeveelheden;

  2. tellen en benoemen van hoeveelheden;

  3. rekenen met hoeveelheden en getallen;

  4. rekenen met passende rekenvormen en rekenwijzen.

B. De leerling verkent verhoudingen.
  1. oriënteren op verhoudingentaal;

  2. verkennen van verhoudingen in concrete situaties;

  3. verkennen van verhoudingsproblemen.

Kerndoel 10
De leerling hanteert grootheden en eenheden.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan, meet met en gebruikt grootheden en bijpassende eenheden.
  1. lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht en temperatuur;

  2. meetbegrippen verbinden aan grootheden;

  3. meten met meetinstrumenten om betekenis te geven aan grootheden en eenheden;

  4. relaties leggen tussen grootheden en eenheden;

  5. gebruiken van referentiematen en meetreferenties.

B. De leerling geeft betekenis aan tijd en gebruikt bijpassende eenheden.
  1. kennen van tijdsaanduidingen;

  2. verbinden van tijdsaanduidingen aan voor de leerling relevante situaties;

  3. herkennen van tijdsbegrippen en tijdseenheden;

  4. aflezen en gebruiken van meetinstrumenten voor tijd.

C. De leerling geeft betekenis aan en rekent met geld.
  1. begrijpen dat je geld kunt gebruiken om iets te kopen en te betalen;

  2. bepalen van de waarde van munten en biljetten;

  3. herkennen en gebruiken van betaalmiddelen;

  4. rekenen met geldbedragen.

Kerndoel 11
De leerling oriënteert zich op meetkundig handelen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent meetkundige figuren, plaatsbepalingen en meetkundige patronen.
  1. oriënteren op meetkundige figuren en begrippen;

  2. verkennen van begrippen voor ruimtelijke oriëntatie en plaatsbepalingen;

  3. zich oriënteren en verplaatsen in de ruimte;

  4. verkennen van meetkundige patronen.

Domein: wiskundige denk-werkwijzen

Kerndoel 12
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
  1. gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen;

  2. kennen en toepassen van wiskundige representaties;

  3. relaties leggen tussen getalsymbolen, telwoorden, representaties en hoeveelheden.

B. De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
  1. kiezen voor een passend instrument;

  2. gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal;

  3. bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.

Domein: wiskunde en de wereld

Kerndoel 13
De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse situaties.
  1. gebruiken van getallen en andere wiskundige concepten in concrete, voor de leerling relevante situaties gericht op zelfredzaamheid;

  2. herkennen of wiskunde kan worden gebruikt voor het oplossen van een toepassingsprobleem;

  3. bedenken van een aanpak voor het oplossen van toepassingsproblemen;

  4. het oplossen van toepassingsproblemen met behulp van wiskundige denk-werkwijzen.

B. De school ondersteunt het gebruik van wiskunde in verschillende leergebieden.
  1. aanbieden van wiskundige concepten en denk-werkwijzen in onderlinge samenhang;

  2. laten zien hoe verschillende leergebieden getallen en andere wiskundige concepten gebruiken;

  3. laten zien hoe verschillende leergebieden wiskundetaal en wiskundige representaties gebruiken;

  4. afstemmen hoe rekenaanpakken en andere wiskundige aanpakken bij verschillende leergebieden worden uitgevoerd;

  5. laten gebruiken van wiskundige modellen en wiskundige instrumenten in verschillende leergebieden.

Kerndoel 14
De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.
  1. laten zien van het nut en de kracht van wiskunde in uiteenlopende toepassingen;

  2. stimuleren van een onderzoekende houding ten aanzien van getallen en andere wiskundige informatie;

  3. laten reflecteren op eigen rekenwijze en overig wiskundig handelen;

  4. stimuleren van transfer van kennis, inzichten en vaardigheden bij het toepassen van wiskundige concepten en wiskundige denk-werkwijzen.

Bijlage 3. Functionele kerndoelen uitstroomprofiel dagbesteding

Onderdeel A. Nederlands

Domein: overkoepelend

Kerndoel 1
De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
  1. aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten;

  2. aanbieden van teksten aansluitend bij de interesses of de actualiteit;

  3. aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang;

  4. stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en/of te schrijven;

  5. ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.

B. De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden en praktijkvakken.
  1. stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin taalvaardigheden verworven kunnen worden;

  2. stimuleren van het gebruiken van rijke teksten in alle leergebieden en praktijkvakken;

  3. stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden en praktijkvakken.

Domein: communicatie

Kerndoel 2
De leerling doet ervaring op met teksten.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling toont basaal begrip van teksten.
  1. actief luisteren, kijken en/of lezen, eventueel met inzet van ondersteunde communicatie;

  2. inzetten en uitbreiden van woordenschat en kennis van alledaagse onderwerpen;

  3. reageren op de inhoud van teksten;

  4. waarderen van teksten.

B. De leerling verkent vorm en inhoud van verschillende bronnen.
  1. oriënteren op kenmerken van tekstsoorten;

  2. oriënteren op informatie die vragen oproept;

  3. verkennen van betrouwbaarheid en bruikbaarheid van bronnen.

Kerndoel 3
De leerling werkt met teksten.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling communiceert afgestemd op doel, publiek en context.
  1. begrijpen en inzetten van communicatievormen, waar nodig met behulp van communicatiemiddelen;

  2. hanteren van een passende aanpak;

  3. formuleren van teksten, passend bij het communicatieve doel, een bekend publiek en herkenbare alledaagse contexten;

  4. schrijven met een leesbaar handschrift of typschrift en/of verstaanbaar spreken.

B. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
  1. uitdrukking geven aan gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;

  2. experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres en visuele vormen;

  3. verkennen van verschillende creatieve manieren van spreken, schrijven, of op een andere manier uitdrukken;

  4. waarderen van creatief taalgebruik.

Kerndoel 4
De leerling voert gesprekken.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
  1. constructief laten verlopen van gesprekken, waar nodig met ondersteunde communicatie;

  2. afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie in een gesprek;

  3. afstemmen op een communicatief doel in een herkenbare alledaagse online en offline context;

  4. reageren op gesprekspartner(s).

B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.
  1. verwoorden van kennis, ideeën en gedachten;

  2. vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;

  3. luisteren naar en reageren op gesprekspartners;

  4. verdiepen van een concept, verschijnsel of aanpak;

  5. beschrijven van opgedane inzichten.

Kerndoel 5
De leerling reflecteert op het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit.
  1. ontvangen en geven van feedback;

  2. beschrijven van de gekozen aanpak in relatie tot het proces;

  3. waarderen van het product van de taalactiviteit;

  4. formuleren van leerdoelen voor proces en product bij toekomstige taalactiviteiten.

Domein: taal

Kerndoel 6
De leerling verkent taal als systeem.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
  1. verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal;

  2. verkennen van de opbouw van basale woorden;

  3. verkennen van woordvolgorde en eenvoudige zinsopbouw;

  4. opmerken van effecten van keuzes in taalgebruik.

B. De leerling benut kennis over spelling bij het schriftelijk formuleren.
  1. correct spellen van frequent gebruikte woorden;

  2. formuleren van begrijpelijke zinnen, waarbij basale interpunctie correct wordt toegepast;

  3. inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen.

Kerndoel 7
De leerling verkent het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.
  1. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal;

  2. verkennen van het eigen talige repertoire en het effect ervan op anderen;

  3. herkennen van rolmodellen die invloed hebben op het bewust inzetten van taal;

  4. waarderen van het eigen talige repertoire.

Domein: literatuur

Kerndoel 8
De leerling doet ervaring op met literatuur.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
  1. lezen en/of beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en genres;

  2. delen van luister-, kijk- en/of leeservaringen;

  3. aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere luister-, kijk- en/of leeservaringen;

  4. uiten van persoonlijke voorkeuren op ervaringen met literatuur.

B. De leerling verkent de vorm en inhoud van literaire teksten
  1. verkennen van poëzie, proza en drama;

  2. interactief luisteren naar en lezen van verhalen en/of boeken;

  3. beschrijven van verschillende personages als hoofd- en bijfiguren;

  4. meedenken en meeleven met personages en gebeurtenissen in het verhaal;

  5. vergelijken van de literaire werkelijkheid met de eigen leef- en belevingswereld.

Onderdeel B. Rekenen en wiskunde

Domein: wiskundige concepten

Kerndoel 9
De leerling werkt met getallen en verhoudingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan en gebruikt gehele getallen.
  1. herkennen en gebruiken van getallen als weergave van hoeveelheden;

  2. tellen en benoemen van hoeveelheden;

  3. rekenen met hoeveelheden en getallen;

  4. rekenen met passende rekenvormen en rekenwijzen.

B. De leerling verkent verhoudingen.
  1. oriënteren op verhoudingentaal;

  2. verkennen van verhoudingen in concrete situaties;

  3. verkennen van verhoudingsproblemen;

  4. verkennen van relaties tussen gangbare verhoudingen en percentages.

Kerndoel 10
De leerling hanteert grootheden en eenheden.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan, meet met en gebruikt grootheden en bijpassende eenheden.
  1. lengte, inhoud, gewicht en temperatuur;

  2. meetbegrippen verbinden aan grootheden;

  3. meten met meetinstrumenten om betekenis te geven aan grootheden en eenheden;

  4. relaties leggen tussen grootheden en eenheden;

  5. schatten en controleren met referentiematen en meetreferenties.

B. De leerling geeft betekenis aan tijd en gebruikt bijpassende eenheden.
  1. kennen van tijdsaanduidingen;

  2. verbinden van tijdsaanduidingen aan voor de leerling relevante situaties;

  3. herkennen en gebruiken van tijdsbegrippen en tijdseenheden;

  4. aflezen en gebruiken van meetinstrumenten voor tijd.

C. De leerling geeft betekenis aan en rekent met geld.
  1. begrijpen dat je geld kunt gebruiken om iets te kopen en te betalen;

  2. bepalen van de waarde van munten en biljetten;

  3. herkennen en gebruiken van betaalmiddelen;

  4. rekenen met geldbedragen en referentiebedragen.

Kerndoel 11
De leerling oriënteert zich op meetkundig handelen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent meetkundige figuren, plaatsbepalingen en meetkundige patronen.
  1. oriënteren op meetkundige figuren en begrippen;

  2. verkennen van begrippen voor ruimtelijke oriëntatie en plaatsbepalingen;

  3. zich oriënteren en verplaatsen in de ruimte;

  4. verkennen van meetkundige patronen.

Domein: wiskundige denk-werkwijzen

Kerndoel 12
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
  1. gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen;

  2. kennen en toepassen van wiskundige representaties;

  3. relaties leggen tussen getalsymbolen, telwoorden, representaties en hoeveelheden.

B. De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
  1. kiezen voor een passend instrument;

  2. gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal;

  3. bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.

Domein: wiskunde en de wereld

Kerndoel 13
De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse en maatschappelijke situaties.
  1. gebruiken van getallen en andere wiskundige concepten in concrete, voor de leerling relevante situaties gericht op zelfredzaamheid in wonen, dagbesteding en vrije tijd;

  2. herkennen of wiskunde kan worden gebruikt voor het oplossen van een toepassingsprobleem;

  3. bedenken van een aanpak voor het oplossen van toepassingsproblemen;

  4. het oplossen van toepassingsproblemen met behulp van wiskundige denk-werkwijzen.

B. De school ondersteunt het gebruik van wiskunde in verschillende leergebieden en praktijkvakken.
  1. aanbieden van wiskundige concepten en denk-werkwijzen in onderlinge samenhang;

  2. laten zien hoe verschillende leergebieden en praktijkvakken getallen en andere wiskundige concepten gebruiken;

  3. laten zien hoe verschillende leergebieden en praktijkvakken wiskundetaal en wiskundige representaties gebruiken;

  4. afstemmen hoe rekenaanpakken en andere wiskundige aanpakken bij verschillende leergebieden en praktijkvakken worden uitgevoerd;

  5. laten gebruiken van wiskundige modellen en wiskundige instrumenten in verschillende leergebieden en praktijkvakken.

Kerndoel 14
De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.
  1. laten zien van het nut en de kracht van wiskunde in uiteenlopende toepassingen;

  2. stimuleren van een onderzoekende houding ten aanzien van getallen en andere wiskundige informatie;

  3. laten reflecteren op eigen rekenwijze en overig wiskundig handelen;

  4. stimuleren van transfer van kennis, inzichten en vaardigheden bij het toepassen van wiskundige concepten en wiskundige denk-werkwijzen.

Bijlage 4. Functionele kerndoelen arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel

Onderdeel A. Nederlands

Domein: overkoepelend

Kerndoel 1
De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
  1. aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten;

  2. aanbieden van teksten aansluitend bij de interesses of de actualiteit;

  3. aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang;

  4. stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en/of te schrijven;

  5. ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.

B. De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden en praktijkvakken.
  1. stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin school- en vaktaal en vakspecifieke taalvaardigheden verworven kunnen worden;

  2. stimuleren van het gebruiken van rijke teksten over inhoudelijke thema’s in alle leergebieden en praktijkvakken;

  3. stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden en praktijkvakken;

  4. stimuleren van aandacht voor taalverzorging en taalgebruik in alle leergebieden en praktijkvakken;

  5. aanbieden van een schoolbrede set van aanpakken en flexibel inzetbare strategieën bij het ondersteunen van taalactiviteiten in andere leergebieden en praktijkvakken.

Domein: communicatie

Kerndoel 2
De leerling doet ervaring op met teksten.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling toont basaal begrip van teksten.
  1. actief luisteren, kijken en/of lezen, eventueel met inzet van ondersteunde communicatie;

  2. inzetten en uitbreiden van woordenschat, kennis over taal, kennis van de wereld en werkgerelateerde onderwerpen;

  3. beschrijven van perspectieven, communicatieve doelen, publiek, context;

  4. in eigen woorden weergeven van de inhoud van teksten;

  5. toepassen van aanpakken en begripsverhogende strategieën.

B. De leerling verkent vorm en inhoud van verschillende bronnen.
  1. oriënteren op kenmerken van aangereikte bronnen: maker, tekstsoort en verschijningsdatum;

  2. benoemen van inhouds- en vormelementen die vragen oproepen;

  3. vergelijken van bronnen op basis van hun betrouwbaarheid en bruikbaarheid.

Kerndoel 3
De leerling werkt met teksten.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling communiceert afgestemd op doel, publiek en context.
  1. begrijpen en inzetten van communicatievormen, waar nodig met behulp van communicatiemiddelen;

  2. hanteren van een passende aanpak;

  3. in eigen woorden verwerken van informatie uit verschillende bronnen;

  4. formuleren van teksten en passend bij het communicatieve doel, een bekend publiek, en herkenbare alledaagse of werkgerelateerde contexten;

  5. inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, verteltechnieken;

  6. schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift of typschrift, en/of verstaanbaar spreken.

B. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
  1. verkennen van creatief taalgebruik van anderen;

  2. uitdrukking geven aan ideeën, gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;

  3. experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres, taalregels, taalconventies en visuele vormen;

  4. waarderen van creatief taalgebruik.

Kerndoel 4
De leerling voert gesprekken.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
  1. constructief laten verlopen van gesprekken, waar nodig met ondersteunde communicatie;

  2. afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie in een gesprek;

  3. afstemmen op een communicatief doel in een herkenbare alledaagse, online en offline of werkgerelateerde context;

  4. reageren op gesprekspartner(s).

B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.
  1. verwoorden van kennis, ideeën en gedachten;

  2. vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;

  3. luisteren naar en doorvragen op ideeën en perspectieven van gesprekspartners;

  4. verdiepen van een concept, verschijnsel of aanpak;

  5. samenvatten van inzichten, verwoorden van oplossingen of trekken van conclusies.

Kerndoel 5
De leerling reflecteert op het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit.
  1. ontvangen en geven van feedback;

  2. beschrijven van het proces: de gemaakte keuzes in aanpak tijdens en na de uitvoering van een taalactiviteit;

  3. beoordelen van het product van de taalactiviteit aan de hand van aangereikte criteria;

  4. formuleren van leerdoelen voor proces en product bij toekomstige taalactiviteiten.

Domein: taal

Kerndoel 6
De leerling verkent taal als systeem.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
  1. verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal;

  2. inzicht tonen in de opbouw van basale woorden;

  3. verkennen hoe woordvolgorde en zinsdelen de betekenis van een zin bepalen;

  4. opmerken van effecten van keuzes in taalgebruik.

B. De leerling benut kennis over spelling bij het schriftelijk formuleren.
  1. correct spellen van frequent gebruikte woorden en vaktaal;

  2. formuleren van zinnen, waarbij interpunctie correct wordt toegepast;

  3. ontwikkelen van spellinggeweten en spellingbewustzijn;

  4. inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen.

Kerndoel 7
De leerling verkent het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.
  1. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen of tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal;

  2. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot publiek, doel en context;

  3. herkennen van rolmodellen die invloed hebben op het bewust inzetten van taal;

  4. reflecteren op hoe je overkomt op anderen op basis van keuzes in je eigen talige repertoire;

  5. waarderen van het eigen talige repertoire.

Domein: literatuur

Kerndoel 8
De leerling doet ervaring op met literatuur.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
  1. lezen en/of beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en genres;

  2. delen van luister-, kijk- en/of leeservaringen;

  3. zoeken en kiezen van boeken en teksten op basis van je voorkeur;

  4. aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere luister-, kijk en/of leeservaringen;

  5. uiten van persoonlijke voorkeuren op ervaringen met literatuur.

B. De leerling verkent de vorm en inhoud van literaire teksten.
  1. inzicht tonen in poëzie, proza en drama;

  2. benoemen van verhaallijnen en verbanden binnen het verhaal;

  3. beschrijven van verschillende hoofden bijfiguren, helpers en tegenspelers;

  4. beschrijven hoe personages voelen, denken en handelen;

  5. beschrijven waar, wanneer en onder welke omstandigheden een verhaal zich afspeelt.

Onderdeel B. Rekenen en wiskunde

Domein: wiskundige concepten

Kerndoel 9
De leerling werkt met getallen en verhoudingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan en gebruikt gehele en decimale getallen.
  1. herkennen en gebruiken van getallen als weergave van hoeveelheden;

  2. rekenen met hoeveelheden en gehele en decimale getallen;

  3. rekenen met passende rekenvormen en rekenwijzen.

B. De leerling geeft betekenis aan en gebruikt verhoudingen, waaronder breuken.
  1. herkennen van verhoudingen en breuken in concrete situaties;

  2. oplossen van verhoudingsproblemen;

  3. relaties leggen tussen breuken en delingen;

  4. beredeneerd ordenen, vereenvoudigen en vergelijken van gangbare breuken;

  5. relaties leggen tussen gangbare verhoudingen, breuken en percentages.

Kerndoel 10
De leerling hanteert grootheden en eenheden.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan, meet met en gebruikt grootheden en bijpassende eenheden.
  1. lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht en temperatuur;

  2. meten met meetinstrumenten om betekenis te geven aan grootheden en eenheden;

  3. relaties leggen tussen grootheden en eenheden en tussen eenheden onderling;

  4. schatten en controleren met referentiematen en meetreferenties;

  5. afronden van meetresultaten, passend bij de situatie.

B. De leerling geeft betekenis aan tijd en gebruikt bijpassende eenheden.
  1. kennen van tijdsaanduidingen;

  2. verbinden van tijdsaanduidingen aan voor de leerling relevante situaties;

  3. gebruiken van tijdsbegrippen en tijdseenheden;

  4. aflezen en gebruiken van meetinstrumenten voor tijd.

C. De leerling geeft betekenis aan en rekent met geld.
  1. kennen van begrippen rond geld in de context van wonen, werken en vrije tijd;

  2. bepalen van de waarde van munten en biljetten;

  3. herkennen en gebruiken van betaalmiddelen;

  4. rekenen met geldbedragen en referentiebedragen.

Kerndoel 11
De leerling toont inzicht bij meetkundig handelen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling geeft betekenis aan en gebruikt meetkundige figuren, plaatsbepalingen en meetkundige patronen.
  1. kennen en toepassen van meetkundige figuren en begrippen;

  2. construeren van tweedimensionale weergaves en driedimensionale figuren;

  3. zich oriënteren en verplaatsen in de ruimte;

  4. herkennen, beschrijven en voortzetten van meetkundige patronen.

Domein: wiskundige denk-werkwijzen

Kerndoel 12
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
  1. gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen;

  2. kennen en toepassen van wiskundige representaties;

  3. relaties leggen tussen getalsymbolen, telwoorden, representaties en hoeveelheden.

B. De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
  1. kiezen voor een passend instrument;

  2. gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal;

  3. bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.

Domein: wiskunde en de wereld

Kerndoel 13
De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse, maatschappelijke en arbeidsmatige situaties.
  1. gebruiken van getallen en andere wiskundige concepten in concrete, voor de leerling relevante situaties gericht op zelfredzaamheid in wonen, werken en vrije tijd;

  2. herkennen of wiskunde kan worden gebruikt voor het oplossen van een toepassingsprobleem;

  3. bedenken van een aanpak voor het oplossen van toepassingsproblemen;

  4. het oplossen van toepassingsproblemen met behulp van wiskundige denk-werkwijzen.

B. De school ondersteunt het gebruik van wiskunde in verschillende leergebieden en praktijkvakken.
  1. aanbieden van wiskundige concepten en denk-werkwijzen in onderlinge samenhang;

  2. laten zien hoe verschillende leergebieden en praktijkvakken getallen en andere wiskundige concepten gebruiken;

  3. laten zien hoe verschillende leergebieden en praktijkvakken wiskundetaal en wiskundige representaties gebruiken;

  4. afstemmen hoe rekenaanpakken en andere wiskundige aanpakken bij verschillende leergebieden en praktijkvakken worden uitgevoerd;

  5. laten gebruiken van wiskundige modellen en wiskundige instrumenten in verschillende leergebieden en praktijkvakken.

Kerndoel 14
De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.
  1. laten zien van het nut en de kracht van wiskunde in uiteenlopende toepassingen;

  2. stimuleren van een onderzoekende houding ten aanzien van getallen en andere wiskundige informatie;

  3. laten reflecteren op eigen rekenwijze en overig wiskundig handelen;

  4. stimuleren van transfer van kennis, inzichten en vaardigheden bij het toepassen van wiskundige concepten en wiskundige denk-werkwijzen.

ARTIKEL II. WIJZIGING UITVOERINGSBESLUIT WVO 2020

Het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2.1 komt als volgt te luiden:

Artikel 2.1. Kerndoelen onderbouw voortgezet onderwijs

De kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs vwo, havo, mavo en vbo worden vastgesteld als aangegeven in bijlage 1 en bijlage 1a bij dit besluit.

B

Voor artikel 9.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 9.1a. Kerndoelen onderbouw voortgezet onderwijs

1. Artikel 2.1 is niet van toepassing.

2. De kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs vwo, havo, mavo en vbo worden vastgesteld als aangegeven in bijlage 1 bij dit besluit, zoals deze luidden voor inwerkingtreding van artikel II, onderdelen D en E, van het Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde.

C

Artikel 10.6 komt als volgt te luiden:

Artikel 10.6. Overgangsrecht kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde

Het bevoegd gezag kan de kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde zoals opgenomen in bijlage 1, onderdelen A en C, bij dit besluit, zoals deze luidden voor inwerkingtreding van artikel II, onderdelen C en D, van het Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde, tot 1 augustus 2031 hanteren voor de vormgeving van het onderwijsprogramma.

D

In Bijlage 1 behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 vervallen de onderdelen A en C.

E

Bijlage 1 wordt vernummerd tot bijlage 1a.

F

Voor bijlage 1a (nieuw) wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020

Kerndoelen onderbouw voortgezet onderwijs

Onderdeel A. Nederlands

Domein: overkoepelend

Kerndoel 1

De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving.
  1. aanbieden van taalactiviteiten in betekenisvolle contexten;

  2. aanbieden van een veelzijdig en actueel aanbod van jeugd- en Young Adult literatuur binnen een vaste leesroutine;

  3. aanbieden van kennis en vaardigheden uit het leergebied Nederlands in onderlinge samenhang;

  4. stimuleren van de leesmotivatie en de durf om te spreken en te schrijven;

  5. ruimte bieden aan verschillende talen en taalvariëteiten van leerlingen.

B.

De school stimuleert de taalontwikkeling van de leerling in alle leergebieden.

  1. stimuleren van betekenisvolle activiteiten waarin school- en vaktaal en vakspecifieke taalvaardigheden verworven kunnen worden;

  2. stimuleren van het gebruiken van rijke teksten over inhoudelijke thema’s in alle leergebieden;

  3. stimuleren van taalproductie en interactie in alle leergebieden;

  4. stimuleren van aandacht voor taalverzorging en taalgebruik in alle leergebieden;

  5. aanbieden van een schoolbrede set van aanpakken en flexibel inzetbare strategieën bij het ondersteunen van taalactiviteiten in de andere leergebieden.

Domein: communicatie

Kerndoel 2

De leerling begrijpt teksten.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten.
  1. aandachtig luisteren, kijken of aandachtig vloeiend lezen;

  2. inzetten en uitbreiden van woordenschat, kennis over taal en kennis van de wereld;

  3. inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, literaire genres, verteltechnieken;

  4. beschrijven van perspectieven, communicatieve doelen, publiek, context;

  5. in eigen woorden weergeven van de hoofd- en bijzaken, de hoofdgedachte en betekenis van een tekst, passend bij het lees- of luisterdoel;

  6. flexibel toepassen van verschillende aanpakken en begripsverhogende strategieën.

B. De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten.
  1. benoemen van inhoudelijke relaties binnen en tussen verschillende teksten;

  2. benoemen van verschillen en overeenkomsten in feiten, meningen, argumentatie en perspectieven;

  3. benoemen van tegenstrijdige en overeenkomstige inhoud en framing binnen en tussen teksten;

  4. evalueren van bruikbaarheid van teksten;

  5. reflecteren op de waarde, inhoud en vorm van teksten.

C. De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen.
  1. benoemen van kenmerken van aangereikte bronnen: maker, tekstsoort en verschijningsdatum;

  2. benoemen van inhouds- en vormelementen die misleidend zijn of vragen oproepen;

  3. vergelijkend beoordelen en selecteren van bronnen op basis van hun betrouwbaarheid.

Kerndoel 3

De leerling produceert teksten.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.
  1. hanteren van een passende aanpak;

  2. in eigen woorden verwerken van informatie uit verschillende bronnen tot een gestructureerde tekst met bronvermelding;

  3. inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, verteltechnieken;

  4. schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift, en verstaanbaar spreken;

  5. reviseren van de tekst met het oog op doelgerichte communicatie: taalgebruik en taalverzorging.

B. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier.
  1. verkennen van creatief taalgebruik van anderen in literaire en zakelijke teksten;

  2. verwoorden van eigen gedachten, ervaringen, gevoelens en fantasieën;

  3. experimenteren met klanken, woorden, zinnen, literaire genres, taalregels, taalconventies en visuele vormen;

  4. verkennen van kenmerken van de ontluikende eigen stijl en het talige repertoire;

  5. waarderen van creatief taalgebruik.

C. De leerling schrijft om tot kennisopbouw of begrip te komen.
  1. weergeven van hoofd- en bijzaken, indrukken en vragen bij gelezen, bekeken of beluisterde inhoud;

  2. samenvatten van gelezen inhoud;

  3. verwoorden, onderbouwen en ordenen van gedachten, verworven inzichten en kennis in een tekst of schema;

  4. inzetten en uitbreiden van school- en vaktaal;

  5. schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift.

Kerndoel 4

De leerling voert gesprekken.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
  1. inzetten en uitbreiden van vaardigheden om gesprekken constructief te laten verlopen: luisteren, herkennen van signalen en passend reageren op de gesprekspartner(s);

  2. actief deelnemen aan gesprekken;

  3. afstemmen van taalgebruik, stemgebruik en non-verbale communicatie op communicatief doel en on- en offline context;

  4. verwerven en gebruiken van informatie afgestemd op kennis, achtergrond, standpunt en perspectief van de gesprekspartner(s);

  5. toepassen van gespreks- en taalconventies, passend bij de gespreksvorm.

B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.
  1. verwoorden van kennis, ideeën en standpunten met onderbouwing;

  2. vragen om toelichting, verklaring of bevestiging;

  3. luisteren naar, doorvragen op en ter discussie stellen van de ideeën en perspectieven van gesprekspartners;

  4. accepteren of verwerpen van andermans ideeën met argumenten;

  5. samenvatten van inzichten, verwoorden van oplossingen of trekken van conclusies.

Kerndoel 5

De leerling ontwikkelt zich als bewuste taalgebruiker.

Doelzin:

Het gaat hierbij om:

A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit.
  1. ontvangen en geven van feedback;

  2. reflecteren op het proces: de gemaakte keuzes in aanpak en strategieën tijdens en na de uitvoering van een taalactiviteit;

  3. beoordelen van het product van de taalactiviteit aan de hand van aangereikte criteria;

  4. formuleren van leerdoelen voor proces en product bij toekomstige taalactiviteiten.

Domein: taal

Kerndoel 6
De leerling toont inzicht in taal als systeem.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
  1. verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal;

  2. inzicht tonen in de opbouw van complexe woorden om de betekenis af te leiden;

  3. beschrijven hoe de betekenis in complexe zinnen bepaald wordt door de woordvolgorde en de zinsdelen;

  4. verkennen hoe register, stijlmiddelen en opbouw van teksten een relatie hebben met het communicatieve doel;

  5. functioneel gebruiken van taalkundige begrippen en taalbeschouwingsstrategieën bij het redeneren over de spelling en grammatica.

B. De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie.
  1. correct formuleren op woord-, zins- en tekstniveau;

  2. verbinden van vorm en betekenis om de correcte spelling te achterhalen;

  3. ontwikkelen van spellingbewustzijn en spellinggeweten;

  4. reflecteren op gemaakte keuzes in woorden en zinnen;

  5. inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen en teksten te redigeren.

C.

Aanvulling havo en vwo:

De leerling toont inzicht in zakelijke genres.

Aanvulling havo en vwo:

  1. benoemen van kenmerken met betrekking tot context, doel, inhoud en vorm, passend bij een genre;

  2. herkennen van genrespecifieke kenmerken van taalgebruik;

  3. reflecteren op gebruik van genrekenmerken in relatie tot het communicatieve doel.

D.

Aanvulling havo en vwo:

De leerling verkent de overtuigingskracht van teksten.

Aanvulling havo en vwo:

  1. herkennen van standpunt en argumenten in teksten;

  2. herkennen van de context waarin de argumentatie plaatsvindt;

  3. verkennen van de geloofwaardigheid van de spreker of schrijver;

  4. beschrijven hoe gevoelens worden opgeroepen bij het publiek.

Kerndoel 7
De leerling verkent het gebruik van taal.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit.
  1. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal;

  2. experimenteren met het eigen talige repertoire in relatie tot publiek, doel en context;

  3. reflecteren op hoe je overkomt op anderen op basis van bewuste keuzes in het eigen talige repertoire;

  4. reflecteren op hoe andere mensen hun talige repertoire benutten om uiting te geven aan hun identiteit;

  5. waarderen van het eigen talige repertoire.

B. De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.
  1. verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen en talen in beroepscontexten;

  2. vergelijken van de contexten waarin verschillende talen en taalvariëteiten worden gebruikt;

  3. benoemen van overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten op klank-, woord- en zinsniveau;

  4. reflecteren op overtuigingen over verschillende talen en taalvariëteiten;

  5. verkennen van veranderingen in taalgebruik onder invloed van tijd, media en maatschappelijke ontwikkelingen.

Domein: literatuur

Kerndoel 8
De leerling doet ervaring op met literatuur.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
  1. lezen en beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en literaire genres;

  2. geven van een waardeoordeel over gelezen of beluisterde boeken en teksten op basis van literaire genres, eigen interesse en belevingswereld;

  3. aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere lees-, luister- en kijkervaringen;

  4. beargumenteren van persoonlijke voorkeur op basis van reflectie op ervaringen met literatuur.

B. De leerling verkent de waarde van literatuur.
  1. verwoorden van persoonlijke leeservaring en -beleving na het lezen van literatuur;

  2. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over zichzelf op basis van literatuur;

  3. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over anderen op basis van literatuur;

  4. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over de wereld en culturen op basis van literatuur.

Kerndoel 9
De leerling toont inzicht in literatuur.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling toont inzicht in verhalende teksten.
  1. beschrijven welk probleem of welke wens van een hoofdpersoon de motor van het verhaal is en hoe het verhaal zich ontwikkelt;

  2. beschrijven van de verschillende rollen van personages, hun karakter en ontwikkeling;

  3. beschrijven hoe een schrijver verschillende verteltechnieken gebruikt om bepaalde effecten te bereiken;

  4. beschrijven hoe tijd, plaats en omstandigheden het verhaal beïnvloeden.

B. De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur.
  1. onderscheiden van poëzie-, proza- en dramateksten op basis van genrekenmerken;

  2. benoemen van het effect op de leesbeleving van verschillende genrekenmerken;

  3. analyseren van kenmerkend taalgebruik in literaire genres: figuurlijk taalgebruik, stijlfiguren, rijm en ritme;

  4. analyseren van kenmerkende visuele elementen in literaire genres: illustraties, vormgeving, typografie.

C. De leerling verkent literatuur die geschreven is in verschillende periodes en contexten.
  1. lezen, bekijken of beluisteren van literatuur uit verschillende tijden;

  2. verkennen van de tijd en context waarin het verhaal geschreven is;

  3. verwoorden van verschillen en overeenkomsten tussen historische teksten en de eigen tijd, leef- en belevingswereld;

  4. verwoorden van universele thema’s in literatuur door de tijd heen.

D.

Aanvulling havo en vwo:

De leerling legt verbanden tussen de inhoud van literatuur en de periode en context waarin deze is geschreven.

Aanvulling havo en vwo:

  1. beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen oudere en hedendaagse literatuur;

  2. beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen versies van literaire teksten;

  3. beschrijven van relaties tussen de periode en context waarin de tekst is geschreven en het wereldbeeld van de schrijver;

  4. beschrijven van opgedane inzichten over historische tijdvakken;

  5. herkennen van literair-culturele sporen in literatuur uit heden en verleden.

Onderdeel B. Rekenen en wiskunde

Domein: wiskundige concepten

Kerndoel 10
De leerling redeneert en rekent met getallen, grootheden en vergelijkingen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling redeneert en rekent met getallen en grootheden.
  1. optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, machtsverheffen en worteltrekken;

  2. wendbaar en met inzicht gebruiken van getallen en hun eigenschappen, en enkelvoudige en samengestelde grootheden en eenheden;

  3. wendbaar en met inzicht gebruiken van en rekenen met verhoudingen;

  4. relaties leggen tussen grootheden en eenheden, tussen grootheden onderling en tussen eenheden onderling;

  5. bepalen van afmetingen en inhoud van meetkundige figuren.

Aanvulling havo en vwo

Algebra:

De leerling redeneert en rekent met getallen, grootheden, variabelen en algebraïsche uitdrukkingen.

Aanvulling havo en vwo:

  1. rekenen met standaardprocedures en eigenschappen van bewerkingen;

  2. herleiden van algebraïsche uitdrukkingen;

  3. gebruiken van de wetenschappelijke notatie van grote en kleine getallen;

  4. meten van grootheden en daarbij meet(on)nauwkeurigheid en effecten daarvan bepalen.

B.

De leerling gebruikt wiskundige vergelijkingen.

  1. interpreteren van wiskundige vergelijkingen en gevonden oplossingen;

  2. opstellen van vergelijkingen bij situaties;

  3. relaties leggen tussen gegeven vergelijkingen en situaties;

  4. oplossen van lineaire vergelijkingen.

Aanvulling havo en vwo:

  1. oplossen van lineaire, kwadratische en machtsvergelijkingen;

  2. oplossen van een stelsel lineaire vergelijkingen;

  3. oplossen van ongelijkheden.

Kerndoel 11
De leerling interpreteert data en kansen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling interpreteert, representeert en analyseert data.
  1. opstellen van tabellen bij data;

  2. beredeneerd kiezen, berekenen en interpreteren van gemiddelde, modus en mediaan en berekenen en interpreteren van spreidingsbreedte;

  3. maken van grafische representaties van data en daaruit conclusies trekken;

  4. beredeneerd kiezen van representaties;

  5. interpreteren van grafische representaties en beredeneren of daarbij gepresenteerde conclusies wel, niet of deels kloppen;

  6. grafische representaties: diagrammen, grafieken en infographics.

Aanvulling havo en vwo:

  1. analyseren van univariate en bivariate datasets;

  2. beredeneerd kiezen en gebruiken van meetniveaus: nominaal, ordinaal, interval en ratio;

  3. beredeneerd kiezen, berekenen en interpreteren van spreidingsbreedte en interkwartielafstand;

  4. vergelijken van twee datasets;

  5. onderscheiden van correlatie en causaliteit.

B. De leerling redeneert en rekent met kansen.
  1. kansen weergeven als breuk, verhouding, percentage en decimaal getal;

  2. op basis van kansen inschatten hoe waarschijnlijk het is dat gebeurtenissen plaatsvinden;

  3. berekenen van verwachtingswaardes.

Aanvulling havo en vwo:

De leerling berekent kansen.

Aanvulling havo en vwo:

  1. berekenen van kansen met behulp van kansregels en combinatoriek;

  2. interpreteren van empirische en theoretische kansen.

Kerndoel 12
De leerling toont inzicht in patronen en verbanden.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling analyseert en redeneert over patronen en verbanden.
  1. herkennen, beschrijven en voortzetten van patronen in rijen getallen en figuren;

  2. identificeren van patronen en verbanden in datasets;

  3. identificeren en beschrijven van verbanden tussen grootheden;

  4. weergeven van patronen en verbanden in een beschrijving, tabel, grafiek en formule, en deze weergaven in elkaar omzetten;

  5. beschrijven en interpreteren van standaardverbanden in verschillende representaties.

Aanvulling havo en vwo:

  1. beschrijven van een patroon in een rij getallen met een formule;

  2. uitleggen wanneer een verband een functie is;

  3. beschrijven van het veranderingsgedrag van een functie;

  4. herkennen en beschrijven van standaardverbanden in verschillende representaties;

  5. gebruiken van de eigenschappen van standaardverbanden.

Kerndoel 13
De leerling toont inzicht bij meetkundig handelen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling analyseert en redeneert over de twee- en driedimensionale ruimte.
  1. redeneren met en over eigenschappen van meetkundige figuren en begrippen en deze eigenschappen gebruiken in berekeningen en constructies;

  2. redeneren met kijklijnen;

  3. construeren en interpreteren van tweedimensionale representaties van driedimensionale figuren en relaties leggen tussen twee- en driedimensionale representaties van figuren;

  4. meetkundige transformaties: verschuiven, draaien, spiegelen, vergroten en verkleinen van figuren.

Aanvulling havo en vwo:

  1. redeneren met hoeken en eigenschappen van hoeken in meetkundige figuren;

  2. berekenen van hoeken en afmetingen van rechthoekige driehoeken met goniometrische verhoudingen.

Domein: wiskundige denk-werkwijzen

Kerndoel 14
De leerling gebruikt wiskundige denk-werkwijzen.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling lost wiskundige problemen en toepassings-problemen op.
  1. analyseren hoe een probleem met wiskunde kan worden opgelost;

  2. bedenken en uitvoeren van een aanpak voor een niet-routinematig oplosbaar probleem;

  3. gebruiken van heuristieken;

  4. bewerken van de uitkomsten van berekeningen tot een oplossing van een probleem;

  5. reflecteren op aanpak, uitvoering en oplossing.

B. De leerling maakt en gebruikt wiskundige modellen.
  1. weergeven van een situatie, ook met gebruik van ICT;

  2. selecteren van relevante kenmerken en weglaten van niet relevante kenmerken;

  3. beredeneerd kiezen van een geschikt model en evalueren van deze keuze;

  4. gebruiken van abstracte modellen om rekenaanpakken te laten zien, situaties te interpreteren en problemen op te lossen.

Aanvulling havo en vwo:

  1. wiskundig modelleren volgens een modelleercyclus.

C. De leerling toont de juistheid van wiskundige beweringen en redeneringen aan.
  1. formuleren van vermoedens en beweringen;

  2. gebruiken van logische redeneerprincipes en daarmee conclusies trekken;

  3. gebruiken van wiskundetaal en wiskundige representaties bij het formuleren en onderbouwen van een redenering;

  4. kritisch evalueren van eigen en andermans wiskundige redeneringen.

Aanvulling havo en vwo:

  1. wiskundig bewijzen van een bewering;

  2. verantwoorden van een redeneeraanpak in formele stappen.

D. De leerling bedenkt en beschrijft algoritmes.
  1. algoritmes met een beperkt aantal stappen;

  2. beschrijven hoe een algoritme tot een vast resultaat leidt;

  3. beoordelen van het resultaat van een doorlopen algoritme;

  4. bedenken van een algoritme voor de aanpak van een probleem;

  5. beschrijven van mogelijkheden en beperkingen in de bruikbaarheid van algoritmes.

Aanvulling havo en vwo:

  1. verbeteren van een algoritme door een aanpassing te bedenken;

  2. schematisch beschrijven van een algoritme.

Kerndoel 15
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundige representaties.
  1. gebruiken van wiskundige symbolen, notaties en begrippen;

  2. leesbaar weergeven van berekeningen en probleemaanpakken;

  3. kiezen en bedenken van representaties om berekeningen en wiskundige redeneringen weer te geven en uit te wisselen;

  4. kritisch beoordelen van een representatie;

  5. relaties leggen tussen verschillende representaties van een wiskundig concept.

B. De leerling gebruikt meetinstrumenten en andere wiskundige instrumenten.
  1. beredeneerd kiezen voor gebruik van een instrument op basis van de mogelijkheden, beperkingen en meetnauwkeurigheid;

  2. vooraf schatten van meetresultaten en uitkomsten;

  3. gebruiken van een instrument en de bijbehorende wiskundetaal;

  4. bepalen, interpreteren en beoordelen van het resultaat.

Aanvulling havo en vwo:

  1. uitvoeren van berekeningen met een digitaal instrument, en aangeven van de mate van nauwkeurigheid van de verkregen uitkomst.

Domein: wiskunde en de wereld

Kerndoel 16
De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De school stimuleert de ontwikkeling van een wiskundige attitude bij leerlingen.
  1. laten zien van het nut en de kracht van wiskunde in uiteenlopende toepassingen;

  2. stimuleren van een onderzoekende en kritische houding ten aanzien van getallen en andere wiskundige informatie;

  3. laten reflecteren op eigen en andermans rekenwijze en overig wiskundig handelen;

  4. inzicht bieden in hoe leerlingen wiskunde kunnen inzetten in de bovenbouw en het verdere leven.

Kerndoel 17
De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling herkent en gebruikt wiskunde in alledaagse, maatschappelijke en beroepsmatige situaties.
  1. gebruiken van getallen en andere wiskundige concepten in concrete, voor de leerling relevante dagelijkse en beroepsmatige situaties;

  2. gebruiken van wiskundige instrumenten bij meten en andere praktische handelingen;

  3. wiskunde gebruiken bij het nemen van beslissingen en het oplossen van problemen;

  4. herkennen en beschrijven dat met grafische representaties een bepaalde boodschap wordt overgebracht of benadrukt;

  5. gebruiken en beoordelen van wiskundige informatie uit de samenleving en de media bij het vormen van een mening;

  6. herkennen en beschrijven hoe wiskunde in allerlei beroepen op uiteenlopende manieren een rol speelt.

B. De school ondersteunt het gebruik van wiskunde in verschillende leergebieden.
  1. aanbieden van wiskundige concepten en denk-werkwijzen in onderlinge samenhang;

  2. laten zien hoe verschillende leergebieden wiskundetaal en wiskundige representaties gebruiken;

  3. afstemmen hoe rekenaanpakken en andere wiskundige aanpakken bij verschillende leergebieden worden uitgevoerd;

  4. laten gebruiken van wiskundige modellen, wiskundige instrumenten, algoritmes en formules in verschillende leergebieden.

ARTIKEL III. BESLUIT VERNIEUWDE KERNDOELEN WPO

Het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘artikel 9, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs’ vervangen door ‘artikel 9, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs’.

B

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

Dit besluit berust op artikel 9, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs.

ARTIKEL IV. BESLUIT KERNDOELEN WPO BES

Het Besluit kerndoelen WPO BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘de artikelen 11, vierde lid, en 12, vierde lid, van de Wet primair onderwijs BES’ vervangen door ‘de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES’.

B

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

Dit besluit berust op de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES.

ARTIKEL V. BESLUIT KERNDOELEN WEC

Het Besluit kerndoelen WEC wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘artikel 13, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra’ vervangen door ‘artikel 13, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra’.

B

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

Dit besluit berust op de artikelen 13, tweede lid, 14c, derde lid, en 14f, derde lid, van de Wet op de expertisecentra.

ARTIKEL VI. BESLUIT BEKWAAMHEIDSEISEN ONDERWIJSPERSONEEL

In artikel 4.2 van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel wordt ‘artikel 13, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van die wet’ vervangen door ‘artikel 13, derde, vierde en negende lid, van die wet’.

ARTIKEL VII. BESLUIT TREKKENDE BEVOLKING WPO

In artikel B 3 van het Besluit trekkende bevolking WPO wordt ‘Artikel 9, eerste tot en met derde lid, vijfde en zesde lid’ vervangen door ‘Artikel 9, eerste tot en met zevende lid en negende lid’.

ARTIKEL VIII. INRICHTINGSBESLUIT WPO

Het Inrichtingsbesluit WPO wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4.2 wordt ‘artikel 9, lid 13a, van de wet’ vervangen door ‘artikel 9, zeventiende lid, van de wet’.

B

In artikel 5.4 wordt ‘9, eerste, tweede en vierde lid’ vervangen door ‘9, derde, vierde en achtste lid’.

ARTIKEL IX. ONDERWIJSKUNDIG BESLUIT WEC

Het Onderwijskundig besluit WEC wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 14, eerste en tweede lid, wordt ‘in artikel 14c, elfde lid, eerste volzin, onderscheidenlijk in artikel 14f, tiende lid, eerste volzin van de wet’ vervangen door ‘in artikel 14c, dertiende lid, eerste volzin, onderscheidenlijk in artikel 14f, twaalfde lid, eerste volzin van de wet’.

B

In artikel 26 wordt ‘14c, elfde lid, 14f, tiende lid,’ vervangen door ‘14c, dertiende lid, 14f, twaalfde lid’.

ARTIKEL X. UITVOERINGSBESLUIT WHW 2008

In artikel 3.7, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 wordt ‘artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b, onderscheidenlijk c, van de Wet op het primair onderwijs’ vervangen door ‘artikel 9, vierde lid, onderdelen f, i, k en j, van de Wet op het primair onderwijs’.

ARTIKEL XI. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026.

ARTIKEL XII. CITEERTITEL

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Nota van toelichting

Inhoudsopgave

I. Algemeen deel

1. Inleiding

2. Hoofdlijnen van het besluit

2.1 Probleemomschrijving

2.2 Kern van het voorstel

2.2.1. Totstandkoming van de kerndoelen

2.2.2. Kerndoelen Nederlands (waaronder lezen en schrijven)

2.2.3. Kerndoelen rekenen en wiskunde

2.2.4. Kerndoelen Friese taal en cultuur

2.2.5. Functionele kerndoelen

2.3 Evaluatie en monitoring

3. Gevolgen

3.1 Gevolgen voor de uitvoering

3.1.1. Gevolgen voor scholen

3.1.2. Gevolgen voor leermiddelenmakers en toetsaanbieders

3.1.3. Gevolgen voor aanbieders van onderwijsadvies-, ondersteuning en expertise

3.2 Gevolgen voor het doenvermogen

3.3 Gevolgen voor de regeldruk

3.3.1 Aanschaf nieuwe leermiddelen

3.3.2 Professionalisering

3.3.3 Intern overleg

3.3.4 Monitoring door het bevoegd gezag

4. Toezicht en handhaving

5. Financiële gevolgen

6. Caribisch Nederland

7. Advies en consultatie

7.1 Internetconsultatie

7.2 Uitvoeringstoets

7.3 Advies ATR

8. Overgangsrecht en inwerkingtreding

II. Artikelsgewijze toelichting

I. Algemeen deel

Inleiding

De kwaliteit van het funderend onderwijs staat onder druk. Nationale en internationale peilingen tonen aan dat steeds meer leerlingen het basisniveau onvoldoende beheersen.1 Dat geldt met name voor lezen, schrijven en rekenen. Terwijl juist deze vaardigheden cruciaal zijn om goed te kunnen functioneren op school, in een vervolgopleiding en later in de maatschappij. Goed kunnen lezen is een voorwaarde om goed te kunnen leren. Om een baan te krijgen, zul je een goede sollicitatiebrief moeten kunnen schrijven. Om je financiën op orde te houden, zul je moeten kunnen rekenen. Lezen, schrijven en rekenen zijn dus essentiële vaardigheden.

Aan de dalende leerlingenprestaties voor lezen, schrijven en rekenen liggen verschillende oorzaken ten grondslag, waaronder problemen met het landelijk voorgeschreven curriculum. De huidige kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn verouderd, niet goed op elkaar afgestemd waardoor de doorlopende leerlijn hapert, en te globaal geformuleerd. Hierdoor bieden deze doelen te weinig focus, richting en houvast aan leraren om het onderwijs goed te kunnen vormgeven. Dit gebrek aan duidelijkheid kan ook leiden tot een gevoel van overladenheid. Het globale karakter van de kerndoelen maakt het daarnaast lastig voor de overheid om te sturen op de onderwijskwaliteit.

Daarom zijn de afgelopen jaren de kerndoelen herontwikkeld door Stichting Leerplanontwikkeling (hierna: SLO) in nauwe samenwerking met het onderwijsveld. Deze herziene kerndoelen zijn actueler, omdat de nieuwste wetenschappelijke kennis erin verwerkt is. Ook zijn ze concreter, doordat er per kerndoel gewerkt wordt met doelzinnen en uitwerkingen die veel preciezer dan nu laten zien wat leerlingen moeten kennen, kunnen of hebben ervaren op school. Zo geven de herziene kerndoelen leraren meer houvast om goed onderwijs te ontwikkelen. De herziene concrete kerndoelen zijn daarmee een verbetering ten opzichte van de huidige, meer globale kerndoelen. Zo luidt het ‘oude’ vijfde kerndoel van Nederlands vo: de leerling leert in schriftelijke en digitale bronnen informatie te […] beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.2 Dit biedt leraren veel vrijheid, maar ook weinig houvast: wat moet een leerling precies kunnen en waar moet je op letten bij het beoordelen van informatie? In de herziene kerndoelen wordt, veel meer dan momenteel het geval is, uitgewerkt wat er wordt verstaan onder het kerndoel en de doelzinnen. Bij dit onderwerp – de betrouwbaarheid van teksten – moeten leerlingen in de toekomst bijvoorbeeld kenmerken van bronnen kunnen benoemen, misleidende vormelementen benoemen of bronnen met elkaar kunnen vergelijken op basis van betrouwbaarheid.

Deze concreetheid van de kerndoelen kan bijdragen aan het tegengaan van overladenheid. Om dat verder tegen te gaan is ook het totale aantal kerndoelen over alle leergebieden verminderd.3 Hierbij is focus op lezen, schrijven en rekenen behouden. In de huidige, ‘oude’, situatie zijn er 58 kerndoelen per schoolsoort. In het nieuwe curriculum zullen dit er voor alle leergebieden samen 40 (po) en 45 (vo) worden.

Herziening van de kerndoelen is een belangrijke sleutel om het onderwijs te verbeteren. Deze algemene maatregel van bestuur (hierna: AMvB) legt de geactualiseerde kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde vast. Vanwege de dalende prestaties van leerlingen op de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen is voorrang gegeven aan de herziening van de kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. De AMvB maakt deel uit van de integrale curriculumherziening in het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs. In deze AMvB worden de kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde met prioriteit vastgelegd, zodat leraren zo snel mogelijk aan de slag kunnen met de herziene kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde om de prestaties van hun leerlingen in lezen, schrijven en rekenen te verbeteren. Daarnaast wordt in het kader van de curriculumherziening op dit moment het referentiekader taal en rekenen herzien. De herziene kerndoelen voor de overige leergebieden worden op een later moment bij AMvB vastgelegd.

Hoofdlijnen van het besluit

2.1 Probleemomschrijving

De prestaties van leerlingen op het gebied van lezen, schrijven en rekenen tonen een dalende lijn. Vijftienjarige Nederlandse leerlingen staan zelfs onderaan de Europese ranglijst voor leesvaardigheid. Op het gebied van rekenen presteert Nederland nog wel boven het Europees gemiddelde, maar de prestaties dalen ten opzichte van onze eerdere prestaties.4 Het landelijke curriculum is een belangrijke factor om dit tij te kunnen keren. Het curriculum omvat de kennis, het inzicht en de vaardigheden die scholen kinderen moeten aanleren en de ervaringen die kinderen in het onderwijs moeten opdoen. In het primair onderwijs, het speciaal onderwijs en de onderbouw van het voortgezet (speciaal) onderwijs is het beoogde curriculum voor een belangrijk deel uitgewerkt in de kerndoelen en in het referentiekader taal en rekenen.

Onder meer de Onderwijsraad5 heeft aangegeven dat de huidige wettelijke voorschriften voor de lesstof van lezen, schrijven en rekenen (de huidige kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde) mede debet zijn aan de daling van de prestaties op lezen, schrijven en rekenen. Met de herziene kerndoelen wordt dan ook beoogd om leraren meer handvatten mee te geven voor het inrichten van het onderwijs in lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast stamt het huidige curriculum uit 2006. Recente ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten zijn daardoor nog niet aanwezig in de nu geldende kerndoelen. Ook geven de huidige kerndoelen te weinig houvast: ze zijn dermate globaal omschreven dat het voor leraren niet altijd duidelijk is wat zij wel moeten doen en wat zij niet hoeven te doen. Daarom is besloten tot een herziening van het curriculum.

Dit alles geldt eveneens voor de kerndoelen voor zeer moeilijk lerende leerlingen en meervoudig gehandicapte leerlingen in het speciaal onderwijs. Ook deze kerndoelen zijn verouderd en zijn bovendien destijds niet in samenhang ontwikkeld met de kerndoelen voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat de kerndoelen voor het speciaal onderwijs goed aansluiten op de kerndoelen van het regulier onderwijs, zodat leerlingen indien mogelijk een soepele overstap kunnen maken van de ene naar de andere schoolsoort. Tot slot is in 2024 het Beleidskader Inclusief Onderwijs aan de Kamer aangeboden, waarin nader is uitgewerkt wat we onder inclusief onderwijs verstaan en hoe de inclusieve leeromgeving eruitziet.6 De beweging richting inclusief onderwijs wordt steeds meer gestimuleerd, onder andere met de Beleidsregel inclusieve leeromgeving waarmee scholen gemakkelijker leerlingen uit het (v)so een plek kunnen bieden in het regulier onderwijs. Des te belangrijker dat de kerndoelen van het (v)so goed aansluiten op het regulier onderwijs.

2.2 Kern van het voorstel

Met dit besluit worden de vernieuwde kerndoelen voor het leergebied Nederlands en voor het leergebied rekenen en wiskunde vastgelegd. In opdracht7 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum, in samenwerking met het onderwijsveld, vernieuwde kerndoelen ontwikkeld voor deze leergebieden. Deze kerndoelen zijn gericht op leerlingen in het primair onderwijs, de onderbouw van het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Ze gelden ook voor leerlingen met dyslexie, dyscalculie of andere ondersteuningsbehoeften op het gebied van taal en rekenen. Scholen moeten waar mogelijk hun onderwijs zodanig inrichten dat leerlingen passende ondersteuning wordt geboden waarmee leerlingen in staat worden gesteld de kerndoelen te behalen. Voor leerlingen in het speciaal onderwijs die zeer moeilijk leren, leerlingen met een meervoudige beperking8 en voor leerlingen op het voortgezet speciaal onderwijs die uitstromen naar dagbesteding of naar de arbeidsmarkt zijn in samenhang met de reguliere kerndoelen functionele kerndoelen ontwikkeld.

2.2.1. Totstandkoming van de kerndoelen9

Wat zijn kerndoelen?

Kerndoelen gelden als wettelijke opdracht ten aanzien van de onderwijsinhoud voor het funderend onderwijs. Het is van belang om leerlingen een brede basis aan inhouden mee te geven, zodat zij zo goed mogelijk worden voorbereid op het vervolgonderwijs en om mee te kunnen doen in de maatschappij. Dat vraagt om een goede afweging wat er in het landelijk curriculum moet worden opgenomen. In de werkopdracht vanuit het ministerie van OCW zijn criteria meegegeven aan de ontwikkelaars, zodat de kerndoelen meer richtinggevend zijn voor curriculum- en onderwijsontwikkeling op school. De nieuwe generatie kerndoelen is daarom concreter geformuleerd en bestaat uit een combinatie van aanbod-, beheersings- en ervaringsdoelen. Kerndoelen zijn zo geformuleerd dat scholen ruimte behouden voor een eigen schoolvisie en keuzes voor accenten op basis van de leerlingenpopulatie of identiteit. De kerndoelen zijn ingedeeld in negen leergebieden, waarvan Nederlands en rekenen en wiskunde de eerste twee zijn die in een besluit worden vastgelegd.

De kerndoelen zijn opgebouwd volgens een vaste architectuur. Deze architectuur is voor het po en de onderbouw van het vo gelijk.

Kerndoel x
De leerling…
Doelzin:  Het gaat hierbij om:
A. De leerling…
  1. hanteren van…;

  2. verwerken…;

  3. etc.

B. De leerling…
  1. verkennen van…;

  2. inzicht tonen in…;

  3. etc.

C.

Aanvulling havo en vwo:

De leerling…

Aanvulling havo en vwo:

  1. onderzoeken van…;

  2. verwoorden van…;

  3. beoordelen van…;

  4. etc.

1. Domein: het onderdeel van het leergebied waarop dit kerndoel ziet. Ieder kerndoel valt onder een domein, zoals literatuur of wiskunde en de wereld.

2. Kerndoel: een korte kernzin bestaande uit een Actor (school/leerling) + Behavior (een werkwoord) + Content (een globale verwoording van de inhoud uit het doel).

De kernzin geldt als een overkoepelend doel voor de doelzinnen die onder het kerndoel zijn opgenomen.

3. Doelzin met bijbehorende uitwerking: de nadere uitwerking van het kerndoel. De doelzin is geformuleerd als aanbod-, beheersings- of ervaringsdoel. De uitwerking onder ‘het gaat hierbij om’ moet worden bezien als een gelijkwaardige en complete set: alle bullets zijn nodig om aan de doelzin te voldoen. Alle doelzinnen zijn nodig om aan het kerndoel te voldoen.

Deze nieuwe architectuur zorgt ervoor dat de kerndoelen duidelijker en concreter zijn en handvatten geven aan leraren om hun onderwijs op te ontwikkelen. Een verbetering ten opzichte van de huidige, meer globale kerndoelen. Zo luidt het eerste kerndoel van Nederlands vo momenteel: de leerling leert zich mondeling en schriftelijk begrijpelijk uit te drukken.10

De ontwikkeling van de vernieuwde kerndoelen

De conceptkerndoelen zijn ontwikkeld door kerndoelenteams bestaande uit leraren, vakexperts en curriculumexperts, onder leiding van een procesregisseur. Zij werden bijgestaan door een advieskring bestaande uit vakverenigingen, wetenschappers en vertegenwoordigers uit de onderwijssector en daarbuiten passend bij het leergebied. In 2023 publiceerde SLO de conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde; in 2024 volgden de functionele kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde. Deze zijn opgesteld volgens een vergelijkbaar proces en op basis van reeds bestaande kerndoelen en de opgeleverde conceptkerndoelen. Zo kon de aansluiting van regulier op speciaal onderwijs worden geborgd.

De conceptkerndoelen zijn tijdens de fase van beproeven voorgelegd aan leraren en schoolleiders van ruim tweehonderd scholen uit het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs. De functionele kerndoelen zijn beproefd door bijna twintig scholen aan de hand van een landelijke bijeenkomst en een praktijkopdracht op de eigen school. Daarnaast heeft de wetenschappelijke Curriculumcommissie een advies uitgebracht over de conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. Tot slot is er vanuit meerdere lopende actualisatietrajecten meegekeken naar de aansluiting op de examenprogramma’s en op de conceptkerndoelen van de andere leergebieden.

Vervolgens is SLO een analyseproces gestart waarbij alle feedback zorgvuldig is gewogen. Na deze analysefase zijn keuzes gemaakt welke conceptkerndoelen aangepast of verhelderd moesten worden. De afwegingen en beoogde aanpassingen zijn gedeeld en besproken met het kerndoelenteam (leraren/vakexperts) en met de advieskring. Op 14 oktober 2024 zijn de definitieve conceptkerndoelen voor de leergebieden Nederlands en rekenen en wiskunde aangeboden aan het ministerie van OCW. De verantwoording en onderbouwing van het proces en de inhoudelijke keuzes en aanpassingen zijn beschreven in toelichtingsdocumenten die bij de definitieve voorstellen voor nieuwe kerndoelen zijn gevoegd.

In november 2024 is motie Soepboer c.s.11 aangenomen waarin de regering wordt verzocht een spoedopdracht terugdringen overladenheid curriculum aan SLO te geven om binnen vier maanden te komen tot een reductie van het aantal kerndoelen om zo de volledige focus op lezen, schrijven en rekenen te behouden en overladenheid te voorkomen. SLO heeft daarop een scherpe selectie gemaakt op aantal, inhoud en samenhang van de definitieve conceptkerndoelen. In het voorjaar van 2025 zijn de definitieve conceptkerndoelen in herziene versie gepresenteerd die in dit besluit worden vastgelegd.

2.2.2. Kerndoelen Nederlands (waaronder lezen en schrijven)12

Kenmerken van het leergebied Nederlands

In het leergebied Nederlands worden leerlingen gestimuleerd om zich te ontwikkelen tot taalcompetente burgers die kunnen deelnemen aan een geletterde samenleving, waarin mensen met verschillende talen en achtergronden samenleven. De kerndoelen Nederlands zijn onderverdeeld in drie domeinen: communicatie, taal en literatuur. Deze domeinen hangen nauw met elkaar samen. Uit onderzoek is bekend dat deze integrale samenhangende aanpak effectief is, maar ook dat de huidige kerndoelen nog onvoldoende in samenhang aandacht besteden aan de verschillende domeinen.13

Binnen het domein communicatie leren leerlingen in betekenisvolle en authentieke situaties lezen, schrijven, kijken, luisteren, spreken en gesprekken voeren in het Nederlands om doelgericht te communiceren, gevoelens te uiten en om te denken en te leren. Ze leren taal creatief te gebruiken en ontwikkelen inzicht en vertrouwen in hoe zij de Nederlandse taal leren. Ook krijgen ze ruimte om te experimenteren met taal en op zoek te gaan naar hun eigen stijl en voorkeuren. Leerlingen leren kritisch om te gaan met informatie door bronnen te verkennen op bruikbaarheid en kwaliteit.

Binnen het domein taal leren leerlingen hoe het taalsysteem in elkaar zit. Ze leren om functioneel te redeneren over spelling en grammatica van het Nederlands en leren om deze kennis passend in te zetten bij het communiceren. Leerlingen ontdekken hoe je door keuzes te maken in je talig repertoire uiting geeft aan identiteit. Ze verkennen hoe taal functioneert in de maatschappij door te kijken naar taalvariatie en taalverandering.

Binnen het domein literatuur komen leerlingen via een variatie aan literaire teksten uit heden en verleden in aanraking met literatuur en cultuur. Ze leren hier betekenis aan te geven en waarde aan toe te kennen voor zichzelf en anderen. Ze breiden hiermee hun kennis en taalvaardigheid uit en verbreden hun blik op de wereld.

Samenhang binnen het leergebied Nederlands

Leerlingen verschillen in hun taalvaardigheid in het Nederlands op het moment dat ze op school starten. Vanuit het eigen niveau van taalvaardigheid breiden leerlingen via een geleidelijk en complex proces hun taalcompetentie uit.

In een doorlopende leerlijn verwerven leerlingen zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs kennis, vaardigheden en houdingen binnen de drie domeinen communicatie, taal en literatuur. Daarnaast wordt voorgeschreven welke ervaringen leerlingen in het onderwijs tenminste dienen op te doen. In elke fase van de taalontwikkeling is daarbij sprake van een combinatie van verwerving en verdieping. In de eerste fases van de ontwikkeling (het primair onderwijs) ligt de nadruk op verwerving en in latere fases (vaak het voortgezet onderwijs) op verfijning, verbreding en verdieping.

De opbouw van de leerlijn wordt vooral bepaald door de toename in complexiteit en abstractie van geschreven en gesproken teksten, in inhoud, vorm en communicatieve doelen en contexten. Daarnaast krijgen leerlingen meer inzicht in het taalsysteem en kunnen ze regels en conventies beter toepassen en erop reflecteren. Ze verdiepen en verbreden hun kennis over taalvariatie en taalverandering en vergroten hun talig repertoire. Ter voorbereiding op de bovenbouw verdiepen leerlingen in de derde klas van het havo en het vwo hun kennis over genres, argumentatieleer en literatuur.

Hoewel de talige kennis, vaardigheden en houdingen binnen het leergebied Nederlands in afzonderlijke kerndoelen worden beschreven, beïnvloeden en versterken de inhouden uit de domeinen communicatie, taal en literatuur elkaar. Dit geldt ook voor de taalvaardigheden binnen het domein communicatie. Bij lezen, luisteren, kijken, schrijven, spreken en gesprekken voeren, spelen dezelfde processen een rol en passen leerlingen soortgelijke kennis toe over taal, teksten, communicatieve doelen, publiek en context. Bij Nederlands leren leerlingen deze verbanden te zien en de overeenkomsten te benutten.

Samenhang met andere leergebieden

Een goede beheersing van het Nederlands is in het Nederlandse onderwijs een voorwaarde om in alle leergebieden tot begrip te komen en kennis te verwerven. Leerlingen verwerven deze kennis via inhoudelijke thema’s, rijke teksten en taalactiviteiten die aangeboden worden in de leergebieden. Zo bieden alle leergebieden, van mens en maatschappij tot rekenen en wiskunde, een betekenisvolle context om de taal- en denkontwikkeling hand in hand te laten verlopen. De kennis die leerlingen verwerven in de leergebieden draagt bij aan burgerschapsvorming, hun begrip van de wereld en daarmee aan beter begrip van teksten. Het leggen van verbindingen tussen het leergebied Nederlands en de andere leergebieden is dus een voorwaarde voor duurzame kennis- en taalontwikkeling.

2.2.3. Kerndoelen rekenen en wiskunde14

Kenmerken van het leergebied rekenen en wiskunde

Het gebruiken en begrijpen van wiskunde, waaronder rekenen, is belangrijk voor het functioneren in de samenleving, bij het uitoefenen van een beroep en voor het maken van keuzes in het persoonlijke leven. Om kansengelijkheid te bevorderen is het nodig dat alle leerlingen een goede basis meekrijgen. Alle leerlingen moeten vlot leren rekenen en zich ontwikkelen tot gecijferde burgers. Gecijferdheid stelt mensen in staat om de werkelijkheid te begrijpen en informatie op waarde te schatten. In het funderend onderwijs leren leerlingen met wiskunde informatie en verschijnselen in de wereld om hen heen op eigen niveau te doorgronden. Het herkennen en gebruiken van wiskunde in bekende en nieuwe situaties draagt bij aan hun verdere wiskundige ontwikkeling.

Binnen het domein wiskundige concepten leren leerlingen redeneren en rekenen met getallen, verhoudingen, data en grootheden, waarbij handelen en denken samengaan. Zo verwerven leerlingen parate kennis, vaardigheid in het uitvoeren van procedures, en inzicht. In samenhang hiermee leren ze binnen het domein wiskundige denk-werkwijzen wiskundige problemen oplossen en wiskundig modelleren. Binnen het domein wiskunde en de wereld leren leerlingen de link leggen tussen wiskunde en hun leefwereld, en tussen wiskunde en andere gebieden.

Onderwijs in rekenen en wiskunde bereidt leerlingen voor op de gedigitaliseerde wereld, die vraagt om flexibel en functioneel omgaan met ICT en de daarbij gebruikte abstracte wiskundetaal. Leerlingen leren wiskundetaal en wiskundige representaties te lezen, te interpreteren en op juistheid te beoordelen. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van een kritische houding, die belangrijk is om te kunnen omgaan met de toenemende hoeveelheid kwantitatieve informatie van nieuwsbronnen en sociale media. Leerlingen leren ook wiskundetaal en wiskundige representaties te gebruiken om wiskundige aanpakken en redeneringen helder te verwoorden, te representeren en uit te wisselen.

Samenhang binnen het leergebied

Wiskunde vormt een samenhangend geheel. Tussen wiskundige concepten bestaan allerlei relaties. Zo hangen de bewerkingen met getallen onderling samen en kennen het getallensysteem en het metriek stelsel eenzelfde decimale structuur. Om wiskunde wendbaar te kunnen gebruiken, ontwikkelen leerlingen kennis van en inzicht in die relaties. Zo leren leerlingen flexibel en handig rekenen, efficiënte procedures gebruiken en verantwoord schatten en afronden. In het primair onderwijs leren en gebruiken ze de onderlinge samenhang tussen bijvoorbeeld gehele getallen, decimale getallen, breuken en procenten; in het voortgezet onderwijs gaat het bijvoorbeeld om de samenhang tussen kansen en verhoudingen.

Wiskundige concepten en wiskundige denk-werkwijzen kunnen niet los van elkaar worden gezien en worden in samenhang aangeboden. Zo kan wiskundig probleemoplossen gaan over getallen, maar ook over andere wiskundige concepten. Wiskundige denk-werkwijzen toepassen op uiteenlopende concepten biedt leerlingen gelegenheid de vele gebruiksmogelijkheden van wiskunde te ervaren. Hierdoor ontwikkelen en versterken leerlingen hun wiskundig inzicht en wiskundige attitude.

In een doorlopende leerlijn worden de wiskundige kennis, vaardigheden en inzichten die leerlingen opdoen in het primair onderwijs onderhouden en uitgebreid in het voortgezet onderwijs. Zo maken leerlingen in het voortgezet onderwijs kennis met nieuwe getallen, zoals irrationele getallen. De wiskundige concepten worden in het voortgezet onderwijs verder uitgebreid met vergelijkingen en kans. Wiskundige denk-werkwijzen worden uitgebreid met aantonen, dat een opmaat vormt voor bewijzen in de bovenbouw van havo en vwo. Leerinhouden die niet van belang zijn voor de doorlopende leerlijn naar de bovenbouw vmbo, maar wel voor de doorlopende leerlijn naar de bovenbouw van het havo en vwo, zijn opgenomen in de aanvullende doelen voor de derde klas van deze schoolsoorten.

Samenhang met andere leergebieden

Wiskunde wordt toegepast in verschillende leergebieden, van mens en natuur tot kunst en cultuur. Een goede wiskundebasis helpt leerlingen daarom ook in andere leergebieden om kennis te verwerven en tot begrip te komen. Omgekeerd helpt het herkennen en gebruiken van wiskunde in andere leergebieden de wiskundebasis verder te verstevigen en betekenis te geven, zoals bij het gebruik van grootheden, procenten en diagrammen. Wiskundige aanpakken en wiskundetaal worden bij verschillende leergebieden toegepast. Het gebruiken en beschrijven van algoritmes is zowel bij wiskunde als digitale geletterdheid een belangrijke denk-werkwijze. Ten slotte helpt beheersing van wiskunde leerlingen om informatie te doorgronden, opvattingen te onderbouwen en meningen van feiten te onderscheiden. Zo draagt onderwijs in wiskunde bij aan de ontwikkeling van burgerschap en het participeren in het maatschappelijk debat.

2.2.4 Kerndoelen Friese taal en cultuur

De bevoegdheid tot het vaststellen van de kerndoelen Friese taal in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra en Friese taal en cultuur in de Wet op het voortgezet onderwijs (thans Wet voortgezet onderwijs 2020) is in 2014 gedelegeerd aan de provinciale staten van de provincie Fryslân na inwerkingtreding van de Wet onderwijs in de Friese taal.15 Cedin is momenteel bezig met de actualisatie en ontwikkeling van de kerndoelen Friese taal en cultuur voor het primair en voortgezet onderwijs. Naar verwachting worden de definitieve conceptkerndoelen in het najaar van 2025 opgeleverd aan de provinciale staten in Friesland. De kerndoelen Friese taal en cultuur voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs volgen later. De provinciale staten leggen de kerndoelen vast per verordening en verzenden het besluit ter goedkeuring aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Na goedkeuring kan de verordening in werking treden en zijn deze kerndoelen leidend voor het onderwijs in de provincie Fryslân.

De huidige kerndoelen Fries hebben op dit moment gelding via het overgangsrecht uit de Wet onderwijs in de Friese taal. De huidige kerndoelen Friese taal en Friese taal en cultuur verliezen hun gelding zodra de nieuwe kerndoelen Friese taal en cultuur in werking treden. Omdat de huidige kerndoelen Friese taal en Friese taal en cultuur al materieel zijn uitgewerkt sinds 2014, dienen deze alleen nog geschrapt te worden uit de relevante kerndoelenbesluiten. Daarmee wordt helderheid geboden ten aanzien van wat het geldend recht is. De provincie Fryslân is voornemens om de nieuwe kerndoelen Friese taal en cultuur per 1 augustus 2026 in werking te laten treden.

2.2.5 Functionele kerndoelen16

Alle leerlingen hebben recht op goed onderwijs dat hen helpt in hun ontwikkeling, ook wanneer je als leerling zeer moeilijk leert of een meervoudige beperking hebt. Juist nu het gehele curriculum voor het funderend onderwijs wordt geactualiseerd, is het van belang om de kerndoelen voor álle leerlingen te actualiseren. Het eigen maken van de inhoud van de leergebieden Nederlands en rekenen en wiskunde door leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften vraagt om flexibiliteit en differentiatie binnen de kaders van de kerndoelen. Daarom zijn er functionele kerndoelen ontwikkeld voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Functionele kerndoelen vormen de wettelijke opdracht voor (v)so-scholen met leerlingen die zeer moeilijk leren of leerlingen die een meervoudige beperking hebben, en leerlingen die uitstromen naar dagbesteding of arbeidsmarkt.

De functionele kerndoelen beschrijven streefdoelen, bedoeld om een passend en haalbaar onderwijsaanbod voor leerlingen in de verschillende doelgroepen te realiseren. Met de functionele kerndoelen worden leerlingen gestimuleerd om zich te ontwikkelen tot burgers die zich zo zelfstandig mogelijk kunnen redden in de geletterde en gecijferde maatschappij. De leraar beoordeelt welk doel voor welke leerling uitdagend genoeg is. Er wordt niet verondersteld dat de functionele kerndoelen voor alle leerlingen van so zml/mg en vso uitstroom dagbesteding en arbeidsmarkt haalbaar zijn. In de onderwijspraktijk is sprake van een beredeneerd en haalbaar aanbod met passende doelstellingen op het niveau van de leerling.

De kerndoelen en de functionele kerndoelen sluiten inhoudelijk op elkaar aan en kennen dezelfde opbouw, mede om de weg van speciaal onderwijs naar regulier onderwijs open te houden. De functionele kerndoelen zijn aangepast aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen van speciaal onderwijs (so) zeer moeilijk lerend/meervoudig gehandicapt en voortgezet speciaal onderwijs (vso) uitstroom dagbesteding en arbeidsmarkt. De functionele kerndoelen zijn praktijkgericht en geschreven vanuit het perspectief op uitstroom naar werk en dagbesteding. Tevens zijn de functionele kerndoelen so en vso in een doorlopende leerlijn ontwikkeld, zodat leerlingen zich vanuit een samenhangend geheel kunnen ontwikkelen en ten behoeve van een goede doorstroom.

Doelgroep functionele kerndoelen

De functionele kerndoelen zijn op drie niveaus beschreven:

  1. Voor speciaal onderwijs: leerlingen die zeer moeilijk leren en leerlingen met een meervoudige beperking. Deze leerlingen hebben functionele kerndoelen nodig, omdat zij gebaat zijn bij doelen die aansluiten bij hun cognitieve mogelijkheden en dagelijks functioneren. Dit draagt bij aan hun zelfredzaamheid in wonen, werk/dagbesteding en vrije tijd, passend bij hun ambities en mogelijkheden.

  2. Voor vso: leerlingen die uitstromen naar dagbesteding. Leerlingen in dit niveau hebben functionele kerndoelen nodig die gericht zijn op het ontwikkelen en onderhouden van kennis, vaardigheden en inzichten die leerlingen zo zelfstandig mogelijk laten functioneren binnen dagbesteding, wonen en vrije tijd.

  3. Voor vso: leerlingen die uitstromen naar arbeidsmarkt. Leerling in dit niveau hebben functionele kerndoelen nodig die gericht zijn op het verdiepen en toepassen van wiskundige denk- en werkwijzen en taalvaardigheden in werkgerelateerde contexten.

Kortom: juist leerlingen in het so zml/mb en leerlingen in het vso met uitstroomprofiel dagbesteding of arbeidsmarkt hebben een specifieke onderwijsbehoefte, die ook een duidelijke weerslag moet hebben op het aangeboden curriculum. De functionele kerndoelen geven daar invulling aan, en moeten bijdragen aan het verduidelijken van de onderwijsopdracht en het versterken van het onderwijsaanbod voor deze doelgroepen.

2.3 Evaluatie en monitoring

De nieuwe kerndoelen worden periodiek na een aantal jaar door SLO geëvalueerd. SLO werkt aan een onderzoeksagenda voor het gehele curriculum (beoogd, uitgevoerd, gerealiseerd). Hierdoor wordt het curriculum en de uitwerking hiervan in de klas goed gemonitord. Eventuele noodzakelijke aanpassingen worden vervolgens meegenomen in een systeem van periodiek onderhoud. Dit is een systeem waar curriculumonderhoud in de toekomst wordt gepland. Hiermee wordt aangesloten bij de huidige actualisatie.

Gevolgen

Dit besluit heeft met name gevolgen voor scholen en het bevoegd gezag. Daarnaast heeft het besluit effect op aanbieders van leermiddelen en toetsen en op private en publieke instellingen voor onderwijsbegeleiding, -advies en -expertise. Ten slotte vereist het besluit inspanningen van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) met betrekking tot het toezicht. In deze paragraaf wordt eerst uiteengezet wat de gevolgen zijn voor de genoemde doelgroepen. Vervolgens wordt ingegaan wat het effect van dit besluit is op hun doenvermogen. Ten slotte volgt een overzicht van de regeldrukkosten.

3.1 Gevolgen voor de uitvoering

De implementatie van de nieuwe kerndoelen, namelijk het vertalen van kerndoelen naar onderwijs, is een gezamenlijke opgave voor alle betrokkenen in en rond het onderwijs. Leraren en schoolleiders zijn daarbij de spil: zij brengen de kerndoelen dagelijks in praktijk. Tegelijkertijd zijn andere partijen, zoals sectorraden, vakverenigingen, lerarenopleidingen, kennisinstellingen en ontwikkelaars van leermiddelen en toetsen, essentieel. In nauwe samenwerking met deze partijen is de afgelopen periode gewerkt aan een implementatieplan.17 Het ministerie van OCW heeft hierin een regierol, met als taak te zorgen voor samenhang, voortgang en de juiste randvoorwaarden voor een zorgvuldige invoering in de onderwijspraktijk. Immers: nieuwe kerndoelen zijn een belangrijke voorwaarde, maar geen garantie voor goed onderwijs. De werkelijke kwaliteit van het onderwijs wordt bepaald in de school.

3.1.1. Gevolgen voor scholen

De invoering van de geactualiseerde kerndoelen heeft de grootste gevolgen voor leraren in het po en de onderbouw van het vo. Zij zijn degenen die met de nieuwe kerndoelen gaan werken. Zij moeten zich op verschillende manieren vertrouwd maken met de inhoud en die weloverwogen vertalen naar hun lesprogramma. De conceptkerndoelen Nederlands en de conceptkerndoelen rekenen en wiskunde zijn uitgebreid getoetst op uitvoerbaarheid voor het onderwijsveld in de fase van beproeven. Uit deze fase blijkt dat de meerderheid van de scholen vindt dat de conceptkerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde een duidelijke opdracht aan de school zijn. Ze verwachten met hun leerlingen aan deze conceptkerndoelen te kunnen werken. Kritische feedback ging vooral over lastig taalgebruik in de kerndoelen en er waren zorgen over hoe scholen deze kerndoelen gedifferentieerd konden gaan aanbieden. Naar aanleiding van deze feedback zijn de kerndoelen verder aangescherpt.

Voor beide leergebieden geldt dat de deelnemende scholen aangeven uitdagingen te zien in de implementatie. Om de kerndoelen succesvol te kunnen implementeren, moeten scholen en leraren de kerndoelen eigen maken, zodat ze op een passende wijze en aansluitend bij de behoefte van de leerlingen het onderwijs hierop kunnen aanpassen. Daarvoor is het de verwachting dat zij onder andere deelnemen aan professionaliseringstrajecten, veel overleggen met het schoolteam en/of de vaksectie en het geleerde uitproberen in de alledaagse lespraktijk. Daarnaast gaan leraren werken met nieuwe leermiddelen en zelf nieuwe (aanvullende) leermiddelen en toetsen ontwikkelen. Om deze inhoudelijke omslag te begeleiden is de rol van de schoolleider en het bevoegd gezag cruciaal. Aan hen is de taak om de nieuwe kerndoelen te verbinden aan de visie en de missie van de school en de strategische koers te bepalen. Dit vereist dat ook schoolleiders en -bestuurders zich professionaliseren om curriculumbekwaam leiding te kunnen geven aan het veranderproces binnen de school of scholen.

Het ministerie van OCW zet zich samen met sociale partners actief in om de implementatie van de nieuwe kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde tot een succes te maken. Dit gebeurt door een sterke focus op curriculumbewustzijn en professionalisering, zodat leraren en schoolleiders toegerust zijn om de kerndoelen naar hun onderwijspraktijk te vertalen. Scholen krijgen hierbij ondersteuning via scholingsprogramma’s, leernetwerken en ondersteuning van de vakverenigingen. Daarnaast wordt ingezet op hoogwaardige leermiddelen en passende toetsing, waarbij OCW samenwerkt met SLO en andere partners om de effectiviteit te bewaken. Door een cyclische implementatie in verschillende fases met monitoring en evaluatie wordt continu geleerd en bijgestuurd, zodat de vernieuwing duurzaam bijdraagt aan beter onderwijs.

3.1.2. Gevolgen voor leermiddelenmakers en toetsaanbieders

Een ander gevolg van de nieuwe kerndoelen is dat leermiddelenmakers en toetsaanbieders hun aanbod actualiseren om het te laten aansluiten op de geactualiseerde kerndoelen. Met heldere en concrete nieuwe kerndoelen wordt nagestreefd dat het aanbod goed aansluit op het beoogde curriculum. Leermiddelenmakers en toetsaanbieders zijn vanaf de start van het ontwikkelproces betrokken geweest zodat zij zo snel mogelijk de kerndoelen kunnen verwerken in hun instrumenten en zodat scholen zo snel mogelijk met geactualiseerde leermiddelen aan de slag kunnen. De leerlijnen en ondersteunende materialen die door SLO ontwikkeld worden, zijn niet alleen belangrijk voor leraren en schoolleiders, maar ook voor educatieve uitgeverijen en toetsontwikkelaars.

3.1.3. Gevolgen voor aanbieders van onderwijsadvies-, ondersteuning en expertise

Er is een breed veld aan publieke en private organisaties die scholen ondersteunen bij onderwijsverbeteringen met professionaliseringstrajecten, handvatten, advies en expertise. Als gevolg van dit besluit zal een prikkel naar private organisaties uitgaan om hun aanbod af te stemmen op de (implementatie van de) geactualiseerde kerndoelen. Ook publieke organisaties als SLO, NRO en de sectorraden zullen hun ondersteuningstrajecten en expertiseaanbod op de nieuwe kerndoelen gaan richten, al dan niet in opdracht van het ministerie van OCW.

3.2 Gevolgen voor het doenvermogen

Alhoewel het besluit aanbieders van leermiddelen en toetsen en organisaties voor onderwijsadvies en -ondersteuning tot handelen aan zal zetten, is de verwachting dat het besluit niet leidt tot een uitzonderlijke belasting van hun doenvermogen. De werkzaamheden die zij gaan verzetten zijn niet anders dan die zij al uitvoeren. Bovendien zijn deze doelgroepen tijdig geïnformeerd over de op handen zijnde curriculumherziening en hebben zij voldoende tijd om hun aanbod aan te passen. De veranderingen die optreden als gevolg van dit besluit hebben naar inschatting ook geen effect op het doenvermogen van leerlingen. Zij volgen nog steeds les in lezen, schrijven en rekenen op hun niveau. Ook de inspanningen van de Inspectie als gevolg van dit besluit verschilt niet wezenlijk van hetgeen zij al doen.

Het besluit heeft naar verwachting wel gevolgen voor het doenvermogen van scholen en het bevoegd gezag. Zij moeten zicht krijgen op de geactualiseerde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde en ze vertalen naar de lespraktijk. Tijdens de fase van beproeven is gebleken dat een meerderheid van de scholen dit doenbaar acht. Om scholen te ondersteunen bij de implementatie van de nieuwe kerndoelen biedt de Rijksoverheid scholen en bevoegd gezag de mogelijkheid aan om professionaliseringstrajecten te volgen die onder andere gericht zijn op het vergroten van het curriculumbewustzijn. Scholen en bevoegd gezag krijgen bovendien een aantal jaar de tijd om integraal met de nieuwe kerndoelen te gaan werken. Al met al is de verwachting dat het besluit doenbaar is.

3.3 Gevolgen voor de regeldruk

Regeldruk is het effect dat (nieuwe) regelgeving heeft op de personen of organisaties waarop die regelgeving van toepassing is. Het onderhavige besluit heeft aanzienlijke gevolgen voor de regeldruk van het po, het so en de onderbouw van het vo. Voor alle hieronder genoemde bedragen geldt dat de feitelijke regeldrukkosten lager liggen dan de relatieve regeldrukkosten aangezien veel van de gevolgen van de maatregelen die met dit besluit verplicht worden gesteld al de dagelijkse praktijk zijn op scholen (met een curriculum werken, passende leermiddelen kiezen en/of ontwerpen, professionalisering volgen, et cetera). Daarbij zijn de gevolgen voor de regeldruk niet structureel van aard. Er kan ervan uitgegaan worden dat, eens scholen gewend zijn aan de nieuwe kerndoelen, het besluit geen gevolgen meer heeft voor de regeldruk. Naar inschatting duurt het drie jaar voordat scholen geheel gewend zijn.18 Over het geheel is de inschatting dat gedurende die drie jaar minimaal 50 procent van de regeldrukkosten geen feitelijke toename vormt. Het gaat namelijk deels om staande praktijk: leraren houden hun vakgebied bij, overleggen met elkaar om onderwijs vorm te geven en stellen hun lessen bij, ook als er geen nieuwe kerndoelen worden vastgelegd. De kerndoelen vormen de inhoud van reeds bestaande overleg- en ontwikkelstructuren en daarmee is een deel van de regeldrukkosten naar verwachting geen feitelijke toename.

Veel van de nieuwe verplichtingen komen in de praktijk ten laste van scholen en bevoegd gezag. Om die reden is de regeldruk per instelling berekend. De regeldrukkosten zijn berekend voor het bevoegd gezag, het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Binnen de sector primair onderwijs zijn ook speciaal basisonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs meegenomen. Het aantal personeelsleden en scholen is overgenomen van OCW in cijfers 2024.19 Voor het aantal leraren dat werkzaam is in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is uitgegaan van 55 procent van de personeelssterkte vo in fte’s. In de berekening van de regeldrukkosten is uitgegaan van de standaard uurtarieven die het ATR hanteert: voor onderwijsgevenden € 54,- en € 77,- voor leidinggevenden (bevoegd gezag).

In de onderstaande tabel is weergegeven wat de totale gevolgen zijn voor de regeldruk die dit besluit oplegt. De regeldrukkosten zijn berekend per doelgroep en uitgesplitst naar de aanschaf van nieuwe leermiddelen en de regeldrukkosten voor scholen en bevoegd gezag als gevolg van de implementatie van de kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (professionalisering, intern overleg en monitoring). Voor de regeldrukkosten die gemoeid zijn met de implementatie geldt dat minimaal 50 procent geen feitelijke toename vormt, aangezien het inspanningen betreft die scholen en bevoegd gezag doorgaans al doen.

Tabel: overzicht totale regeldrukkosten per doelgroep

Per po-school Per vo-school Per bestuur
Regeldrukkosten professionalisering € 9.174,94 € 5.933,47 € 1.848
Regeldrukkosten intern overleg € 4.261,95 € 2.692,58 € 1.155
Regeldrukkosten monitoring € 2.079
Totaal € 13.436,89 € 8.626,05 € 5.082
3.3.1 Aanschaf nieuwe leermiddelen

Scholen hebben geen regeldrukkosten om nieuwe leermiddelen aan te schaffen Leermiddelen behoren tot de kosten die scholen jaarlijks al maken. Het overgangsrecht bepaalt dat scholen tot 1 augustus 2031 gebruik mogen maken van ‘oude’ leermiddelen. De afschrijvingstermijn voor leermiddelen bedraagt circa vier jaar. Scholen hoeven hiervoor dus geen dubbele kosten te maken.

3.3.2 Professionalisering

De implementatie van de nieuwe kerndoelen is een complex proces en vergt een lange adem. SLO pleit er dan ook voor om bestuurders, schoolleiders en leraren de tijd en de ruimte te geven om de nieuwe kerndoelen te implementeren.20 Om hen hiervoor toe te rusten is een meerjarig professionaliseringstraject nodig. Het professionaliseringstraject zal naar inschatting de volledige periode van de gefaseerde implementatie in beslag nemen. Temeer omdat het kerndoelen betreft die in alle (Nederlands) of in verschillende (rekenen en wiskunde) leergebieden toegepast kunnen worden. We schatten in dat de regeldrukkosten voor professionalisering als gevolg van dit besluit voor een periode van drie jaar toenemen. De tarieven en het aantal benodigde uren voor professionalisering zijn overgenomen uit het Handboek meting regeldrukkosten.21

Voor het primair onderwijs:

De Rijksoverheid compenseert po-scholen in de CAO voor professionalisering in het kader van basisvaardigheden en curriculumimplementatie met 16 uur per school. Naar inschatting zal 51 procent hiervan worden besteed aan professionalisering voor Nederlands en rekenen en wiskunde: 16 x 0,51 = 8,16 uur per school x € 54 = € 440,64 aan baten per school

8 uur complexe opleiding per jaar x 3 jaar x 90.700 leraren po in fte’s x 0,51 (het aandeel Nederlands en rekenen en wiskunde in het totale curriculum)22 x € 54 = 59.949,07: 6534 po-scholen = € 9.174,94 per po-school.

Voor het voortgezet onderwijs:

De Rijksoverheid compenseert vo-scholen in de CAO voor professionalisering in het kader van basisvaardigheden en de implementatie van de nieuwe kerndoelen met 16 uur per leraar. Naar inschatting zal 2 procent hiervan worden besteed aan professionalisering voor de kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde: 16 x 0,2 = 3,2 uur per leraar.

8 uur complexe opleiding per jaar = 8 x 3 jaar x (60.600 leraren vo in fte’s x 0,55 voor het aantal fte’s in de onderbouw van het vo) x 0,2 (percentage leraren Nederlands en wiskunde) x € 54 = € 8.639.136 : 1456 vo-scholen = € 5.933,47 per vo-school

Voor bestuurders in het po:

8 uur complexe opleiding per jaar x 3 jaar x € 77 = € 1.848 per bestuur x 880 besturen in het po = € 1.626.240

Voor bestuurders in het vo:

8 uur complexe opleiding per jaar x 3 jaar x € 77 = € 1.848 per bestuur x 281 besturen in het vo x € 77 = € 519.288

3.3.3 Intern overleg

Naar verwachting neemt de regeldruk voor scholen en het bevoegd gezag toe als gevolg van extra intern overleg met het schoolteam en/of de vaksectie. We gaan ervan uit dat 50% inspanningen betreffen die scholen en bevoegd gezag al doen.

Voor het po

5 uur complexe interne vergadering per jaar x 3 jaar x 135.400 personeelssterkte po in fte’s x 0,51 (het aandeel Nederlands en rekenen en wiskunde in het totale curriculum) x € 54 = € 55.933.740: 6562 po-scholen = € 8.523,89 x 0,5 = € 4.261,95 per po-school

Voor het voortgezet onderwijs:

5 uur complexe interne vergadering per jaar x 3 jaar x 88.000 personeelssterkte vo in fte’s x 0,2 (het aandeel Nederlands en rekenen en wiskunde binnen het totale curriculum) x 0,55 voor het aantal fte’s in de onderbouw van het vo x € 54 = € 7.840.800: 1456 vo-scholen = € 5.385,16 x 0,5 = € 2.692,58 per vo-school

Voor bestuurders in het po:

5 uur complexe interne vergadering per jaar x 3 jaar x € 77 = € 1.155 per po-bestuur x 880 besturen in het po = € 1.016.400

Voor bestuurders in het vo:

5 uur complexe vergadering per jaar x 3 jaar x € 77= € 1.155 per vo-bestuur x 281 besturen vo = € 324.555

3.3.4 Monitoring door het bevoegd gezag

Het bevoegd gezag is belast met de monitoring van de voortgang van de implementatie van de kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. Dit levert per bestuur € 2.413.719 aan regeldrukkosten op x 0,5 aangezien we ervan uitgaan dat dit inspanningen betreffen die scholen en bevoegd gezag al doen: € 1.206.859,50. Per bestuur bedragen de regeldrukkosten voor monitoring € 2.079,00 x 0,5 = € 1.039,50

Voor bestuurders in het po:

9 uur complexe monitoring per jaar x 3 jaar x € 77 = € 2.079 per po-bestuur x 880 besturen in het po = € 1.829.520

Voor bestuurders in het vo:

9 uur complexe monitoring per jaar x 3 jaar x € 77= € 2.079 per vo-bestuur x 281 besturen in het vo = € 584.199

Toezicht en handhaving

Met dit besluit worden de kerndoelen voor de leergebieden Nederlands en rekenen en wiskunde vastgelegd voor alle onderwijssoorten per 1 augustus 2026. Tot 1 augustus 2031 wordt er een overgangsperiode gehanteerd. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat scholen voldoende tijd krijgen om hun curriculum aan te passen, waar nodig nieuwe leermiddelen aan te schaffen of te ontwikkelen en leraren te kunnen bijscholen op eventuele nieuwe onderwijsinhouden. Ook is het belangrijk dat de integraliteit en samenhang van het nieuwe curriculum vormgegeven kan worden: daarvoor is tijd nodig. De Inspectie houdt toezicht op de kerndoelen afhankelijk van de keuze die het bevoegd gezag maakt voor de vormgeving van haar onderwijs. Daarbij gaat de Inspectie scholen stimuleren om zo veel mogelijk te werken met de nieuwe kerndoelen. Op 1 augustus 2031 eindigt de overgangsfase van de curriculumherziening en werken alle scholen met de nieuwe kerndoelen. Vanaf dit moment houdt de Inspectie hier ook bij alle scholen toezicht op. Scholen krijgen dus voor de leergebieden Nederlands en rekenen en wiskunde vijf jaren de tijd tot handhavend toezicht plaatsvindt.

Financiële gevolgen

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting.

Er zijn geen kosten verbonden aan het vastleggen van nieuwe kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde. Wel zijn er kosten verbonden aan de implementatie van het nieuwe curriculum voor deze leergebieden.

Voor de implementatie van de curriculumherziening (alle leergebieden in alle sectoren) is de aankomende vier jaar (2025-2028) € 23 miljoen beschikbaar. Daarnaast is er een structureel budget van € 21,25 miljoen beschikbaar voor het op peil houden van het curriculum.

Caribisch Nederland

In Caribisch Nederland geldt in basis dezelfde wet- en regelgeving als in Europees Nederland, tenzij er een beargumenteerde noodzaak is om hiervan af te wijken (comply or explain).

Omdat de context op de eilanden verschilt met die van Europees Nederland is het in het belang van de leerlingen nodig om op onderdelen de kerndoelen anders vorm te geven. Daarom is ervoor gekozen om met dit besluit niet gelijk ook de kerndoelen in Caribisch Nederland te wijzigen. Bezien wordt momenteel welke aanpassingen, ten opzichte van de kerndoelen in Europees Nederland, nodig zijn voor het onderwijs in Caribisch Nederland. De vernieuwde kerndoelen voor Europees Nederland vormen daarbij het uitgangspunt. Eventuele aanpassingen dienen de herkenbaarheid, bruikbaarheid en toepasbaarheid voor het onderwijs op de eilanden ten goede te komen. Nadat de nieuwe kerndoelen hierop zijn getoetst en eventueel aangepast, worden deze in een latere AMvB vastgesteld.

Aanpassingen zullen waarschijnlijk in ieder geval nodig zijn bij de kerndoelen die betrekking hebben op de talen (waaronder Nederlands), die een andere status hebben op de eilanden dan ze in Europees Nederland hebben. Zo is Nederlands op Bonaire de instructietaal in het onderwijs, terwijl het voor veel Bonairiaanse leerlingen niet de taal is die zij thuis spreken. Op de Bovenwindse Eilanden is Engels de instructietaal en heeft Nederlands de positie van vreemde taal.

Een ander prominent verschil met Europees Nederland is dat de kerndoelen op St. Eustatius en Saba alleen gebruikt worden voor het po, omdat het onderwijs in het vo wordt vormgegeven op grond van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES. Het onderwijs is daar ingericht naar het curriculum van de Caribbean Examinations Council (CXC).23 Het is voor leerlingen van groot belang dat de kerndoelen voor het basisonderwijs op het CXC-curriculum aansluiten. Ook hierbij is het mogelijk dat hiervoor aanpassingen nodig zijn.

De actualisatie van de kerndoelen op Caribisch Nederland volgt die van Europees Nederland, omdat er steeds kritisch naar de definitieve conceptkerndoelen voor Europees Nederland gekeken moet worden of er aanpassingen nodig zijn voor Caribisch Nederland. Dat gebeurt gefaseerd om de leraren en experts op de eilanden niet te overvragen. Momenteel werkt SLO in samenwerking met de scholen op Caribisch Nederland aan de kerndoelen voor de talen (Nederlands, Papiaments en Engels). Deze worden begin 2026 in concept opgeleverd. Vervolgens worden ze op bruikbaarheid en uitvoerbaarheid getoetst in de praktijk tijdens de fase van beproeven en indien nodig van aanpassingen voorzien. In het najaar van 2025 zal met de kerndoelen voor rekenen en wiskunde een start worden gemaakt De actualisatie van de kerndoelen voor de overige leergebieden zal in 2027 starten. Tot het moment dat de nieuwe kerndoelen bij AMvB worden vastgesteld, blijven de huidige kerndoelen gelden op Caribisch Nederland.

Advies en consultatie

7.1 Internetconsultatie

Een eerdere versie van dit besluit is onderwerp geweest van internetconsultatie. Deze consultatie stond open van 14 april 2025 tot en met 29 mei 2025. In die periode zijn er acht reacties binnengekomen. Zes reacties kwamen van burgers en twee namens onderwijsorganisaties, namelijk de PO-raad en de VO-raad. Uit de reacties kan steun voor de nieuwe kerndoelen en het ontwikkelproces worden opgemaakt en er is een aantal aandachtspunten benoemd.

Allereerst is er steun uitgesproken voor de nieuwe kerndoelen. Deze helpen bij de versterking van de basisvaardigheden en kunnen bijdragen aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit, mits juist geïmplementeerd. Hierbij wordt samenhang in het curriculum genoemd als belangrijke factor. Voor de andere leergebieden worden de kerndoelen op moment van schrijven afgerond en het is, volgens een aantal reacties, van belang dat deze zo snel mogelijk kunnen worden vastgelegd, zodat het curriculum integraal geïmplementeerd, doorontwikkeld en verbeterd kan worden. Ook voor het ontwikkelproces, waarbij leraren, vakexperts, schoolleiders en wetenschappers intensief zijn betrokken, wordt waardering uitgesproken. Door deze aanpak zijn de kerndoelen niet alleen inhoudelijk sterk, maar is ook bijgedragen aan het creëren van draagvlak in het onderwijsveld. Met alleen nieuwe kerndoelen zijn we er nog niet: goed onderwijs heeft meer nodig dan duidelijke doelen. Daarom zijn de implementatie van het nieuwe curriculum, de toerusting van leraren en de randvoorwaarden waarmee een school aan deze vernieuwing moet gaan werken van groot belang. Scholen hebben voldoende tijd en ondersteuning nodig om deze nieuwe kerndoelen te kunnen implementeren. Hiervoor is sterke samenwerking essentieel en het is daarom goed dat er nu met veel sociale partners wordt gewerkt aan een implementatieplan. Dit belang van een sterke samenwerking is benadrukt in paragraaf 3.1.

De aandachtspunten die uit de consultatie naar voren zijn gekomen zien vooral op het de moeilijkheid van de kerndoelen en wat dit betekent voor het speciaal onderwijs en de ondersteuning die wordt geboden aan leerlingen met hulpbehoefte. Zo zijn er zorgen geuit dat de kerndoelen rekenen en wiskunde te moeilijk zijn voor leerlingen met dyscalculie, die op school te weinig hulp zouden krijgen en dan wellicht sneller thuis komen te zitten. In paragraaf 2.1.1 is extra informatie opgenomen over ondersteuning aan leerlingen die bijvoorbeeld vanwege dyscalculie of dyslexie extra moeite kunnen hebben met de kerndoelen. Een respondent maakt zich ook zorgen over de bruikbaarheid van de kerndoelen voor het vmbo, omdat ze te moeilijk en minder passend zouden zijn voor de doelgroep. Dit is echter niet gebleken uit de fase van beproeven, waarin leraren en schoolleiders van tweehonderd scholen naar de bruikbaarheid en haalbaarheid van de kerndoelen hebben gekeken. Als laatst is benoemd dat de aansluiting van het regulier op het speciaal onderwijs wat meer besproken zou mogen worden. Hierover is extra informatie toegevoegd in paragraaf 2.2.4.

Het is belangrijk te benoemen dat er geen inhoudelijke wijzigingen zijn gedaan aan de kerndoelen op basis van de internetconsultatie. Deze zijn na een grondig proces met leraren, vakexperts, schoolleiders en wetenschappers opgeleverd, beproefd en aangescherpt. Dit geeft vertrouwen in de bruikbaarheid voor alle doelgroepen in het funderend onderwijs, omdat eventuele problemen ook in de fase van beproeven naar voren zouden zijn gekomen. Het geactualiseerde curriculum gaat gemonitord worden, zodat eventuele knelpunten kunnen worden opgelost en kunnen worden meegenomen in een onderhoudskalender.

7.2 Uitvoeringstoets

Dit besluit is voorgelegd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de Inspectie voor een uitvoeringstoets. Ook is het besluit voorgelegd aan de Auditdienst Rijk (ADR). De ADR heeft geen reactie geleverd.

Het besluit heeft voor DUO geen directe uitvoeringsconsequenties. Wel is het

mogelijk dat sancties of financiële consequenties kunnen optreden indien scholen

niet voldoen aan de gestelde eisen in het besluit. Indien dit zou leiden tot een substantiële toename van sancties die DUO uitvoert in opdracht van de Inspectie alsmede het afhandelen van bezwaar en beroep, dan maken het ministerie van OCW en DUO hier afspraken over. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat dit op onoverkomelijke uitvoeringsproblemen zal stuiten. Ook verstrekking van aanvullende bekostiging aan scholen ten behoeve van de implementatie van de nieuwe kerndoelen is volgens DUO uitvoerbaar.

De Inspectie acht uitvoering van de nieuwe kerndoelen Nederlands en de nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde in het po, de onderbouw van het vo en het (voortgezet) vo realiseerbaar. Ook acht de Inspectie deze nieuwe kerndoelen naleefbaar. Door de kolom “Het gaat hierbij om” zijn de doelen volgens de Inspectie voldoende helder geformuleerd. Tevens krijgen de scholen voldoende ruimte om de doelen concreet te maken binnen een (schoolspecifieke) leerlijn. Wel merkt de Inspectie op dat sprake is van een relatief lange overgangs-/implementatietermijn, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de Inspectie tot 2030-2031 op twee sets kerndoelen toezicht zou moeten houden. Dit zou extra tijd (ook bijvoorbeeld voor professionalisering) en capaciteit voor de Inspectie kunnen kosten, maar de Inspectie schat in dat er voor de Inspectie en het veld voldoende ruimte is voor de implementatie. Ook constateert de Inspectie dat alle relevante partijen (zoals leraren, schoolleiders en leermiddelenmakers) actief betrokken zijn geweest in de ontwikkelfase en tijdens de fase van beproeven om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de nieuwe kerndoelen zo goed mogelijk te waarborgen.

De Inspectie vraagt zich nog af welke set kerndoelen zullen gelden voor nieuwe scholen die in de periode waarop het overgangsrecht van toepassing is voor scholen die in deze periode (tot 1 augustus 2031) worden gesticht: de huidige kerndoelen of de nieuwe kerndoelen, die in dit besluit worden vastgesteld. Bij aanvragen die worden ingediend na 1 augustus 2026 wordt uitgegaan van de nieuwe kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde.

Ten slotte zijn bij de Uitvoeringstoets ambtelijk enige (tekst-)suggesties meegegeven bij de artikelen en de toelichtingen. Die zijn waar opportuun verwerkt.

7.3 Advies ATR

Het besluit is voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) dat de regeldrukgevolgen heeft beoordeeld op nut en noodzaak, minder belastende alternatieven en werkbaarheid. Het ATR had hierover geen opmerkingen. Daarnaast heeft het ATR beoordeeld of de gevolgen voor de regeldruk volledig en juist in beeld zijn gebracht. Met betrekking tot de regeldruk adviseert het college om enkele uitgangspunten bij de berekening van de gevolgen voor de regeldruk nader toe te lichten. Dit advies is overgenomen en de betreffende uitgangspunten zijn nader toegelicht, dan wel aangepast. Het betroffen opmerkingen over het onnodig opvoeren van kosten voor leermiddelen en de berekening van opleidingskosten en -uren.

Overgangsrecht en inwerkingtreding

De beoogde datum van inwerkingtreding van de nieuwe kerndoelen is 1 augustus 2026. Vanaf dat moment is de verwachting dat scholen aan de slag gaan met de voorbereiding op het werken met de kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde. Om aan scholen ruimte te bieden voor een zorgvuldige en succesvolle implementatie, wordt aan scholen tot 2031 de ruimte geboden om ook de kerndoelen zoals deze golden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit te gebruiken voor de vormgeving van het onderwijsprogramma. Hiermee wordt een goede overgang van het oude naar het nieuwe curriculum gewaarborgd.

Dit overgangsrecht is enkel van toepassing op de vormgeving van het onderwijsprogramma van reeds bestaande scholen. Ten aanzien van de aanvraag voor bekostiging van een nieuwe school dient bij aanvragen die worden ingediend na 1 augustus 2026 uitgegaan te worden van de nieuwe kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde.24

II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

In de vormgeving van dit besluit is gekozen voor een andere structuur dan gebruikelijk. Hiermee wordt afgeweken van artikel 2.34 van de Aanwijzingen van de regelgeving. Hier is voor gekozen om de nieuwe AMvB, namelijk het Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde, te vervuilen met wijzigingsopdrachten van andere regelgeving, waaronder de vaststelling van de nieuwe kerndoelen in het UBWVO 2020. Het Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026 bevat daardoor slechts de kerndoelen voor het primair en speciaal onderwijs, te beginnen met de kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde.

Artikel I. Besluit kerndoelen primair en speciaal onderwijs 2026

Artikelen 1, 2, 3 en 4. Vaststelling bijlagen kerndoelen

In de artikelen 1, 2, 3 en 4 wordt bepaald dat de kerndoelen worden vastgesteld in verschillende bijlagen. Bijlage 1 beslaat de kerndoelen primair en speciaal onderwijs. Hierin wordt dus onderscheid gemaakt met bijlage 2, 3 en 4, die respectievelijk de functionele kerndoelen speciaal onderwijs (artikel 2), functionele kerndoelen uitstroomprofiel dagbesteding (artikel 3) en functionele kerndoelen arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel (artikel 4) betreffen. De opdeling in verschillende bijlagen bestaat omdat de kerndoelen per onderwijsvorm verschillen en op die wijze van elkaar gedifferentieerd kunnen worden.

De kerndoelen zijn omvangrijk van aard en om die reden opgenomen in bijlagen, hetgeen bijdraagt aan de overzichtelijkheid.

Artikel 5. Wijziging andere regelingen

In artikel 5 vervallen alle onderdelen in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO en het Besluit kerndoelen WEC die betrekking hebben op Nederlands, rekenen en wiskunde en Friese taal opdat de nieuwe kerndoelen kunnen worden vastgesteld.

Artikel 6. Overgangsrecht

In artikel 6 van deze AMvB is overgangsrecht opgenomen om te zorgen voor een overgang van het oude naar het nieuwe curriculum op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe kerndoelen Nederlands, rekenen en wiskunde. Daartoe wordt geregeld dat het bevoegd gezag de kerndoelen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de nieuwe kerndoelen, tot 1 augustus 2031 kan hanteren voor de vormgeving van het onderwijsprogramma.

Bijlagen 2, 3 en 4. Vaststelling functionele kerndoelen

In de kerndoelen 1, 2, 3 en 8 bij bijlagen 2, 3 en 4, wordt onder ‘het gaat hierbij om’ bewust afgeweken van aanwijzing 3.12 van de Aanwijzingen voor de regelgeving door de uitdrukking 'en/of' te gebruiken. Hiermee wordt gekozen voor een formulering die het meest aansluit bij de gebruikersgroep van de kerndoelen, namelijk leerkrachten en schoolleiders.

Artikel II. Uitvoeringsbesluit WVO 2020

A

In artikel 2.1 wordt bepaald dat de kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn opgenomen in de bijlagen 1 en 1a. De bijlage waarin de oude kerndoelen zijn opgenomen, wordt een bijlage vernummerd, om ruimte te creëren voor een bijlage met de nieuwe kerndoelen. Omdat vooralsnog enkel de herziene kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde worden vastgesteld, blijven de kerndoelen voor de overige leergebieden bestaan in bijlage 1a (nieuw).

B

Voor Caribisch Nederland worden de vernieuwde kerndoelen aangepast en afgestemd op de context van de eilanden. Deze kerndoelen worden op een later moment vastgesteld. Tot dat moment blijven de huidige kerndoelen gelden op Caribisch Nederland. Met het nieuwe artikel 9.1a wordt dit geregeld. Vastgelegd wordt dat op Bonaire, Sint Eustatius en Saba de kerndoelen gelden, zoals deze golden de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijzigingen uit dit besluit.

C

In artikel 10.6 van deze AMvB is het overgangsrecht opgenomen dat nodig is voor de inwerkingtreding van de nieuwe kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde. Daarin wordt geregeld dat het bevoegd gezag de kerndoelen zoals opgenomen in bijlage 1, onderdelen A en C, bij dit besluit, zoals deze luidden voor inwerkingtreding van artikel II, onderdelen C en D, van het Besluit vernieuwde kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde, tot 1 augustus 2031 kan hanteren voor de vormgeving van het onderwijsprogramma.

D

In onderdeel D vervallen de oude kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde.

E

In onderdeel E wordt bijlage 1 vernummerd tot bijlage 1a vanwege de toevoeging van een nieuwe bijlage. De bijlage met de nieuwe kerndoelen (bijlage 1) wordt vóór de bestaande kerndoelen geplaatst. Hierdoor krijgen de oude kerndoelen de aanduiding ‘bijlage 1a’. Omdat beide sets kerndoelen tijdelijk naast elkaar blijven bestaan, is gekozen voor de aanduiding ‘1’ en ‘1a’ in plaats van ‘1’ en ‘2’.

Artikelen III, IV, V, VI, VII, VIII, IX en X.

In de genoemde artikelen worden wijzigingen doorgevoerd in enkele besluiten waarin verwijzingen staan naar artikelen die als gevolg van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen gewijzigd zijn.

Daarnaast wordt in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO, het Besluit kerndoelen WPO BES en het Besluit kerndoelen WEC een omhangbepaling opgenomen aangezien deze besluiten als gevolg van de invoering van de Wet herziening wettelijke grondslagen een andere grondslag hebben gekregen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Koen Becking


  1. Zie: PIRLS-2021, PISA-2022, TIMSS-2023, Peil. Rekenen-Wiskunde 2022-2023, Peil. Schrijfvaardigheid 2018-2019.↩︎

  2. Bijlage 1, Uitvoeringsbesluit WVO 2020.↩︎

  3. Dit is in lijn met motie Soepboer c.s. Kamerstukken II 2024–2025, 31 293, nr. 766.↩︎

  4. Meelissen, M. R. M., Maassen, N. A. M., Gubbels, J., van Langen, A. M. L., Valk, J., Dood, C., Derks, I., In ’t Zandt, M., & Wolbers, M. (2023). Resultaten PISA-2022 in vogelvlucht. Universiteit Twente.↩︎

  5. Onderwijsraad (2022) Taal en rekenen in het vizier. Den Haag: Onderwijsraad, p. 42.↩︎

  6. Kamerstukken II 2023/24, 31497, nr. 475.↩︎

  7. OCW (2022) Ontwikkeling kerndoelen Nederlands, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Opdracht aan SLO. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.↩︎

  8. Het gaat hier om de kerndoelen voor het onderwijs aan meervoudig gehandicapte kinderen zoals opgenomen in artikel 2, tweede lid, onderdeel n, van de Wet op de expertisecentra. In aansluiting op de gebruikelijke, hedendaagse terminologie zal in het vervolg van deze nota van toelichting de terminologie ‘leerlingen met een meervoudige beperking’ worden gehandhaafd.↩︎

  9. Deze paragraaf is mede gebaseerd op SLO (2024) Definitieve conceptkerndoelen Nederlands inclusief toelichtingsdocument. Amersfoort: SLO en SLO (2024) Definitieve conceptkerndoelen rekenen en wiskunde inclusief toelichtingsdocument. Amersfoort: SLO.↩︎

  10. Bijlage 1, Uitvoeringsbesluit WVO 2020.↩︎

  11. Kamerstukken I 2024–2025, 31 293, nr. 766.↩︎

  12. Deze paragraaf is grotendeels overgenomen uit de paragraaf Karakteristiek kerndoelen Nederlands. In: SLO (2024) Definitieve conceptkerndoelen Nederlands inclusief toelichtingsdocument. Amersfoort: SLO, p. 6-7.↩︎

  13. SLO (2022) Startnotitie kerndoelen Nederlands. Amersfoort: SLO.↩︎

  14. Deze paragraaf is grotendeels overgenomen uit de paragraaf Karakteristiek kerndoelen rekenen en wiskunde, SLO (september 2024), Definitieve conceptkerndoelen rekenen en wiskunde inclusief toelichtingsdocument, pp. 6-7 (Amersfoort: SLO).↩︎

  15. Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal, Stb. 2014, 185.↩︎

  16. Deze paragraaf is gedeeltelijk gebaseerd op SLO (2024) Functionele kerndoelen Nederlands en rekenen en wiskunde (definitief concept). Amersfoort: SLO.↩︎

  17. Kamerstukken II 2024/25, 31293 nr. 833.↩︎

  18. Inschatting gebaseerd op het feit dat scholen ‘van onderop’ implementeren: eerst de onderbouw van het po, dan de middenbouw en vervolgens de bovenbouw. Ook het vo volgt drie tranches: leerjaar 1, 2 en 3.↩︎

  19. ‘Personeelssterkte primair onderwijs’, ocwincijfers.nl.↩︎

  20. Advies implementatie kerndoelen. SLO, mei 2024, Amersfoort.↩︎

  21. Handboek meting regeldrukkosten, p. 15-19.↩︎

  22. Zie voor de berekening van het aandeel Nederlands en rekenen en wiskunde binnen het totale curriculum: Verdeling van ontwerptijd voor ontwikkeling van kerndoelen in po en onderbouw vo SLO, 2022.↩︎

  23. Stb. 2021, 166.↩︎

  24. Artikelen 74, tweede lid, onderdeel b, WPO, 72, derde lid, onderdeel b, WPO BES en 4.5a, tweede lid, onderdeel b, WVO 2020.↩︎