Antwoord op vragen van de leden Steen, Jumelet en Boelsma-Hoekstra over het tussen wal en schip vallen van Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo-Enschede bij de financiering van infrastructurele ontsluiting van woningbouwlocaties
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D01226, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 10:03, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2025Z20179:
- Gericht aan: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Indiener: H.S. Steen, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: L. Boelsma-Hoekstra, Tweede Kamerlid
- Medeindiener: H.G. Jumelet, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 881
2025Z20179
Antwoord van minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 14 januari 2026)
Vraag 1
Kunt u toelichten hoe de aanwijzing van de vier gemeenten Alkmaar,
Apeldoorn, Helmond en Hengelo-Enschede als grootschalige
woningbouwlocatie zich verhoudt tot het feit dat zij hierdoor niet
langer in aanmerking komen voor de regeling Woningbouw op Korte
Termijn?1
Antwoord 1
Om de regionale spreiding van rijksinvesteringen voor het ontsluiten en bereikbaar maken van nieuwe woningen te borgen is een scheiding gemaakt tussen woningbouwlocaties in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden en woningbouwlocaties daarbuiten (de zgn. ‘woningbouw op korte termijn’, hierna: WoKT). Projecten voor woningbouwlocaties die binnen de nationaal grootschalige woningbouwgebieden vallen konden enkel aanspraak maken op het budget dat voor deze gebieden werd gereserveerd en andersom.
Voor de gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo-Enschede betekent de aanwijzing van nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden binnen hun gemeentegrenzen eerder dit jaar, dat zij voor projecten binnen dat geografische gebied geen aanvraag meer konden doen voor een bijdrage uit het WoKT budget, maar wel voor het infrabudget dat was gereserveerd voor nationaal grootschalige woningbouwgebieden én het gebiedsbudget van VRO. Voor projecten buiten deze nationaal grootschalige woningbouwgebieden konden gemeenten nog altijd een WoKT voorstel indienen. Zo ontvangt de gemeente Apeldoorn naast gebiedsbudget ook middelen uit het WoKT budget (ca. € 2,9 miljoen).
Vraag 2
Hoe weegt u het feit dat deze vier gemeenten niet langer in aanmerking
komen voor de regeling Woningbouw op Korte Termijn, terwijl er op dit
moment ook nog geen perspectief is op financiering vanuit de middelen
voor de infrastructurele ontsluiting van de grootschalige
woningbouwlocaties, en zij daarmee dus tussen wal en schip vallen?
Antwoord 2
De volledige € 2,5 miljard die dit kabinet uittrok voor het ontsluiten en bereikbaar maken van nieuwe woningen in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden en daarbuiten is verdeeld2. Het beperkte budget heeft geleid tot het kabinetsbesluit om aan de in de ontwerp-Nota Ruimte aangewezen nationaal grootschalige woningbouwgebieden (Alkmaar Kanaalzone, Binnenstad, spoor- en kanaalzone Apeldoorn, Helmond Centrum+ en Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) nu alleen gebiedsbudget (ongeveer € 100 miljoen) toe te kennen. Met dit budget kunnen eerste stappen gezet worden. Dat is niet genoeg voor de totale ontwikkeling van deze gebieden. Het is aan een nieuw kabinet om te bezien of en hoe de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen alsnog geborgd kunnen worden. We zijn hierover met de betreffende gemeenten in gesprek.
Vraag 3
Welke risico’s ziet u voor de voortgang van de woningbouwopgave in deze
vier gemeenten, gegeven het ontbreken van financieringsperspectief voor
de noodzakelijke ontsluitende infrastructuur?
Antwoord 3
Met de toekenning van € 100 mln. gebiedsbudget (VRO) aan de nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden in de genoemde vier gemeenten kunnen eerste stappen gezet worden. Samen met het ministerie van VRO is het ministerie van IenW de komende periode met de betrokken gemeenten in gesprek om de mogelijkheden en risico’s van deze situatie voor de voortgang van de woningbouwopgave nader in kaart te brengen.
Vraag 4
Zou u, samen met deze vier gemeenten en de betrokken provincies, in
kaart willen brengen welke ontsluitende infrastructuur benodigd is om de
woningbouwopgave te kunnen realiseren, en welke financieringsopgave
daarbij hoort?
Antwoord 4
In aanloop naar de verdeling van de beschikbare middelen hebben ook de vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden een propositie voor de ontsluiting van deze gebieden ingediend. Op basis daarvan is het ministerie van IenW komende periode samen met het ministerie van VRO met de betrokken gemeenten in gesprek om te bespreken welke ontsluitende infrastructuur benodigd is en welke financieringsopgave daarbij hoort.
Vraag 5
Hoe gaat u deze vier gemeenten en de betrokken provincies betrekken bij
de toekomstige besluitvorming over de financiering van de ontsluitende
infrastructuur voor grootschalige woningbouwgebieden?
Antwoord 5
Er kan geen toezegging gedaan worden over de toekomstige besluiten en financiering van de benodigde infrastructuur voor grootschalige woningbouwgebieden, omdat dit aan een nieuw kabinet is. In de vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden kunnen op korte termijn veel nieuwe woningen worden gebouwd als wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de woningbouwlocaties. De al ingediende proposities kunnen daarvoor als basis dienen.
Vraag 6
Wat gaat u eraan doen om te voorkomen dat deze vier gemeenten
daadwerkelijk tussen wal en schip vallen bij de rijksfinanciering van
hun woningbouw- en infrastructuuropgave? Zou u de Kamer over deze
inspanningen willen informeren?
Antwoord 6
Zoals aangegeven is het ministerie van IenW samen met het ministerie van VRO met de betrokken gemeenten in gesprek om te bespreken welke ontsluitende infrastructuur benodigd is en welke financieringsopgave daarbij hoort. Over de uitkomsten hiervan wordt de Kamer in het voorjaar geïnformeerd. Besluitvorming over het toekennen van eventuele nieuwe rijksmiddelen is echter aan een nieuw kabinet.
Vraag 7
Hoe beziet u het feit dat er op dit moment een financieringsgat bestaat
in de wijze waarop infrastructuur voor woningbouw wordt ondersteund op
het moment dat woningbouwlocaties overgaan naar de status van
grootschalige woningbouwlocatie? Zou u willen inventariseren welke
verbeteringen mogelijk zijn om te voorkomen dat gemeenten hierdoor
tussen wal en schip raken?
Antwoord 7
Het feit dat het financieel tekort op de infrastructuurmaatregelen nu niet wordt gedekt komt niet voort uit de aanwijzing tot nationaal grootschalig woningbouwgebied, maar is een consequentie van het beperkte budget dat dwingt tot de gemaakte kabinetskeuze. Als de woningbouwlocaties in de vier betreffende gemeenten niet tot nationaal grootschalig woningbouwgebied waren aangewezen dan zouden de voorstellen hiervoor binnen de WoKT kaders zijn beoordeeld en geprioriteerd. Tevens kon dan geen aanspraak op het gebiedsbudget worden gemaakt, waaruit nu € 100 miljoen is toebedeeld.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
ing. R. (Robert) Tieman