Verslag van de Milieuraad van 16 december 2025
Milieuraad
Brief regering
Nummer: 2026D01257, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 09:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (VVD)
- Mede ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Mede ondertekenaar: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Mede ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit VVD kamerlid)
- Raadsconclusies Europees Oceaanpact
- Non-paper Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) stedelijk afvalwater
- Beslisnota bij Kamerbrief Verslag van de Milieuraad van 16 december 2025
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 08-1021 Milieuraad.
Onderdeel van zaak 2026Z00519:
- Indiener: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Medeindiener: S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
- Medeindiener: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Medeindiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Volgcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-01-21 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Met deze brief ontvangt u het verslag van de Milieuraad die op 16 december 2025 in Brussel plaatsvond. Tijdens de Milieuraad is (gedeeltelijk) uitvoering gegeven aan een vijftal moties: 1) de motie van Kamerlid Huidekooper (D66) (10 december 2025) die oproept voor een versneld traject voor EU-brede minimumeisen voor gerecyclede kunststof voor nieuwe producten; 2) de motie van Kamerlid Buijsse (VVD) (9 april 2025) over een tijdige herziening van de Pyrorichtlijn; 3) de motie van Kamerlid Kostic (PvdD) (10 december 2025) over borgen dat vereenvoudigingen in Europese wet- en regelgeving niet leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en Milieu; 4) de motie van Kamerlid Huidekooper (D66) (10 december 2025) over een voortvarende publicatie van de REACH-herziening; 5) de motie van Kamerlid Kostic (10 december 2025) om de Kamer proactief te informeren over de Europese aanpak van ultra fast fashion.
Daarnaast treft u bij dit verslag het non-paper over de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) stedelijk afvalwater, en de Raadsconclusies over het Europese Oceaanpact.
Ook wordt via dit verslag het antwoord van de Staatssecretaris van Landbouw Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Klimaat en Groene Groei aan de Kamers toegestuurd op de vraag van lid Zwinkels van het CDA over CO2 toedeling in de tuinbouw, gesteld tijdens het tweeminutendebat voor de Milieuraad op 10 december 2025. U wordt daarnaast geïnformeerd over de stand van zaken van de Green Claims Richtlijn.1 Tot slot wordt u geïnformeerd over het akkoord dat in de trilogen is bereikt over de wijziging van de EU klimaatwet.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT - OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,
A.A. (Thierry) Aartsen
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
ing. R. (Robert) Tieman
DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI,
Sophie Hermans
DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR,
Jean Rummenie
Verslag Milieuraad 16 december 2025
Tijdens de Milieuraad van 16 december 2025 in Brussel stond een gedachtewisseling over de Europese bio-economie strategie op de agenda. Daarnaast hebben lidstaten ingestemd met de Raadsconclusies over het milieu in Europa in 2025 en de weg vooruit richting 2030. Ook stonden verschillende diversenpunten op de agenda: het diversenpunt van Nederland, Frankrijk en Spanje over de Pyrorichtlijn, een reflectie van het voorzitterschap op COP30, een presentatie van de Commissie over het jaarlijks voortgangsrapport over simplificatie en de Milieuomnibus, het diversenpunt van Frankrijk, Oostenrijk, België, Italië, Polen, Portugal en Slowakije over ultra fast fashion, van Oostenrijk, Duitsland en Litouwen over de lithiumbatterijen en Europees statiegeldsysteem voor batterijen, van België en Polen over het versterken van markttoezicht en productconformiteit in de EU, van de Commissie over marktstabiliteitsreserve voor ETS-2 en van Polen, Estland en Litouwen over CBAM. Daarnaast gaf de Commissie een terugkoppeling van de internationale bijeenkomsten; de Aarhus Conventie (MOP8), Minamata Conventie (COP6), CITES CoP20, UNEA-7 en het Montreal Protocol (MOP37). Tot slot heeft het inkomend Cypriotisch voorzitterschap een presentatie gegeven over het werkprogramma.
Agendapunten
Gedachtenwisseling over de Europese Bio-economie strategie
Tijdens de Milieuraad vond een gedachtewisseling plaats over de Strategie voor een Concurrerende en Duurzame Bio-economie. De lidstaten reageerden over het algemeen positief op de strategie, aangezien het volgens de lidstaten bijdraagt aan het versterken van het Europese concurrentievermogen en de strategische autonomie.
Een aantal lidstaten benadrukte dat een gezond ecosysteem en het verminderen van administratieve lasten voorwaarden zijn voor een effectieve strategie. Lidstaten benoemden veel verschillende toepassingen en bronnen voor de bio-economie. Een grote groep lidstaten vroeg aandacht voor het belang van financiering en ondersteuning van lokale en regionale initiatieven, met boeren in het bijzonder. Nederland benadrukte het belang van vraagcreatie voor biogebaseerde producten, het steunen van boeren en de industrie en het vergroten van de beschikbaarheid van duurzame biogrondstoffen. Daarnaast benadrukte Nederland het belang van geharmoniseerde duurzaamheidscriteria voor het creëren van een gelijk speelveld tussen verschillende toepassingen van biogrondstoffen en sprak over mogelijkheden voor gerichte staatssteun in het kader van inzet van voedselgewassen voor de productie van biogebaseerde materialen. Daarnaast vroeg een groep lidstaten aandacht voor het cascaderingsprincipe2 in wetgeving. Enkele lidstaten benoemden daarentegen dat er géén nieuwe wetgeving moest komen over cascadering, waarbij enkele lidstaten het belang benadrukten van (houtige) biogrondstoffen voor energievoorziening3. De Commissie benoemde dat het cascaderingsprincipe voldoende is geborgd in haar voorstel.
Raadsconclusies over het Europees milieu in 2030 - bouwen aan een veerkrachtiger en circulair Europa
Tijdens de Milieuraad zijn de Raadsconclusies over het Europees Milieu in 2030, gericht op het bouwen aan een veerkrachtiger en circulair Europa, unaniem aangenomen. Vrijwel alle lidstaten erkenden dat Europa niet op schema ligt om de milieudoelen voor 2030 te behalen, zoals blijkt uit de analyse van het Europees Milieuagentschap.
Op het gebied van klimaatadaptatie benadrukten veel lidstaten, waaronder Nederland, de noodzaak van een geïntegreerde aanpak. Met het oog op het European Climate Adaptation Plan (Q4 2026) onderstreepte een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, het belang van erkenning van geografische verschillen, terwijl enkele lidstaten specifiek het belang van subsidiariteit en proportionaliteit benadrukten. Tegelijkertijd wezen verschillende lidstaten op de noodzaak van grensoverschrijdende samenwerking, de koppeling met de waterweerbaarheidsstrategie en de bescherming van (kritieke) infrastructuur. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang van innovatieve oplossingen, zoals nature-based solutions, evenals een gedegen monitoringsysteem om de voortgang te volgen. Nederland wees daarnaast op het belang van het breed verankeren van adaptatie in verschillende beleidsterreinen, waaronder infrastructuur, woningbouw, natuur en financieel beleid.
Ten aanzien van de circulaire economie benadrukte een grote groep lidstaten het belang van het versterken van de interne markt en het verminderen van administratieve lasten. In aanloop naar de publicatie van de Circular Economy Act (Q3 2026) benoemden lidstaten diverse prioriteiten, waaronder het verzekeren van een gelijk speelveld, ook voor online marktdeelnemers. Ter bevordering van dit gelijk speelveld kondigde de Commissie aan dat zij op korte termijn, het winterpakket presenteert met maatregelen ter ondersteuning van de Europese plasticrecyclingindustrie. De Commissie heeft dit winterpakket inmiddels gepresenteerd op 23 december 2025. Dit wordt besproken op de informele Milieuraad van 5 en 6 februari 2026. Door middel van de geannoteerde agenda van deze Milieuraad wordt u geïnformeerd over de inhoud van het pakket. samen met aankomende Milieuraadstukken. Nederland benadrukte dat de Raadsconclusies van belang zijn voor de vormgeving van de Circular Economy Act. Daarbij vroeg Nederland om ambitieuze herzieningen van onder meer de Waste Framework Directive en de WEEE‑richtlijn, met nadruk op harmonisatie van end‑of‑waste criteria, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en een snelle invoering van productstandaarden zoals verplichte recyclingdoelstellingen. Deze maatregelen moeten bijdragen aan een gelijk speelveld binnen en buiten de EU, de interne markt versterken en zorgen dat alle materialen worden hergebruikt of gerecycled. Hiermee de motie van het Kamerlid Huidekooper (D66) afgedaan die oproept om samen met andere landen te pleiten voor een versneld traject voor EU-brede minimumeisen voor gerecyclede kunststof voor nieuwe producten.4
Diversenpunten
Diversenpunt: Oproep tijdige herziening Pyrorichtlijn
Op initiatief van Nederland brachten Frankrijk, Spanje en Nederland een Diversenpunt in met de oproep tot een tijdige herziening van de Pyrorichtlijn om effectief op te treden tegen groeiende probleem van misbruik van vuurwerkproducten, met negatieve effecten voor mens en milieu. Hiermee is de motie van het Kamerlid Buijsse uitgevoerd die de regering verzoekt in de Milieuraad samen met gelijkgezinde landen de leiding te nemen voor een Europees verbod op, en aanpak tegen productie en handel in zwaar F4 vuurwerk.5 Enkele lidstaten spraken steun uit voor het diversenpunt. De Commissie erkende de problematiek, en wees op resultaten uit haar eigen evaluatie en haalbaarheidsstudie. De Commissie denkt nog na over vervolgstappen en benoemde dat lidstaten zelf al maatregelen kunnen nemen, zoals het opleggen van restricties en het versterken van grensoverschrijdende samenwerking.
Diversenpunt: Reflecties COP30
Het Deense voorzitterschap presenteerde in een besloten sessie de geleerde lessen van COP30. Hierin reflecteerden het Deens Voorzitterschap, de Commissie en de lidstaten over de Europese inzet tijdens de COP30 in Belém. Het aankomende Cypriotische en Ierse voorzitterschap gaf aan de lessen mee te nemen in de voorbereiding richting COP31.
Diversenpunt: Milieuomnibus en jaarlijks rapport vereenvoudiging en implementatie
De Commissie presenteerde de onlangs gepubliceerde milieuomnibus, samen met het rapport over vereenvoudiging en implementatie. De omnibus bestaat uit 1) gerichte vereenvoudigingsvoorstellen op het gebied van circulaire economie, milieudata en industriële emissies, en 2) een verordening voor het versnellen van milieueffectenbeoordelingen t.b.v. de vergunningverlening. Een grote groep lidstaten sprak steun uit voor vereenvoudiging, en benadrukte hierbij vast te willen houden aan bestaande milieudoelen. Veel lidstaten plaatsten een voorbehoud, omdat ze de voorstellen nog verder moeten bestuderen. Voor wat betreft vergunningverlening wees een grote groep lidstaten de Commissie op het belang van subsidiariteit en het stroomlijnen van het momenteel gefragmenteerde EU-wetgevingslandschap op vlak van vergunningverlening. Gestroomlijnde en versnelde vergunningverlening voor strategische projecten moet de concurrentiekracht van de EU ten goede komen. Enkele lidstaten gaven aan vereenvoudiging als een prioriteit van de EU te zien, die nog niet ver genoeg gaat. Nederland benadrukte het belang van de balans tussen vereenvoudiging en de bescherming van mens en milieu, waarbij effectieve simplificatie kan worden verzekerd door impact assessments. Hiermee is de motie van het Kamerlid Kostic uitgevoerd die verzoekt de regering te borgen dat vereenvoudiging in Europese wet- en regelgeving niet zal leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu, en daarom ook te pleiten voor een vorm van een onafhankelijke toets die in kaart brengt wat de effecten zijn op milieu, natuur en gezondheid6. Daarnaast vroeg Nederland specifiek aandacht voor een tijdige herziening van de REACH-verordening. Hiermee is invulling gegeven aan het eerste deel van de motie van het Kamerlid Huidekooper en Zalinyan waarbij de regering verzocht wordt tijdens de Milieuraad te pleiten voor een voortvarende publicatie van de REACH-herziening, zodat duidelijkheid ontstaat over toezicht, handhaving en restricties. Later dit jaar wordt u verder geïnformeerd over het tweede deel van de motie waarin de regering wordt verzocht, samen met gemeenten en provincies, te zorgen voor een eenduidige interpretatie van risicogrenzen. 7
Diversenpunt: Oproep tot actie op Europees niveau aangaande milieu- en economische impact van ultra fast-fashion
Frankrijk, samen met Oostenrijk, België, Italië, Polen, Portugal en Slovenië, bracht een diversenpunt in om de problematiek rond ultra fast-fashion aan te kaarten. Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, erkende de urgentie van dit vraagstuk en riep de Commissie op passende maatregelen te nemen. Hiermee is de motie van het Kamerlid Kostic uitgevoerd waarin de regering verzocht wordt om zich in de Milieuraad samen met Frankrijk in te zetten voor snelle en sterke stappen in de nationale en Europese aanpak van fast fashion. 8 De Commissie bevestigde de geschetste problematiek en wees op reeds genomen stappen om negatieve effecten tegen te gaan, zoals de recente deel herziening van de Kaderrichtlijn Afval en het werk aan de implementatie van eco-modulatie binnen de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Daarnaast verwees de Commissie naar de verwachte Ecodesign-maatregelen voor textiel (2027), de invoering van het verbod op vernietiging van onverkochte goederen (zonder genoemde datum), de Digital Services Act en maatregelen op het douaneterrein rond de de-minimis-regeling.
Diversenpunt: Gevaren van lithiumbatterijen en haalbaarheid en potentiële voordelen van de invoering van een EU-breed statiegeldsysteem voor batterijen
Oostenrijk bracht samen met Duitsland en Litouwen een diversenpunt in over de gevaren van lithiumbatterijen en de haalbaarheid en potentiële voordelen van een EU-breed statiegeldsysteem voor batterijen. Verschillende lidstaten onderschreven de zorgen rond lithiumbatterijen, in het bijzonder het risico op branden binnen de afvalbeheerketen. Enkele lidstaten benadrukten dat een statiegeldsysteem hiervoor mogelijk een oplossing kan bieden. De Commissie wees erop dat de implementatie van de Batterijenverordening, zoals via ontwerpvereisten en inzamelingsdoelen, kan bijdragen aan het verminderen van deze risico’s. Daarnaast gaf de Commissie aan dat momenteel een analyse wordt gedaan naar de haalbaarheid van een statiegeldsysteem. Ook benadrukte de Commissie dat lidstaten zelf nationale maatregelen kunnen nemen, zoals het verstrekken van consumenteninformatie. Nederland heeft niet geïntervenieerd.
Diversenpunt: Versterken van markttoezicht en productconformiteit in EU
België bracht samen met Polen een diversenpunt in over het versterken van markttoezicht en productconformiteit binnen de EU. In het verlengde van eerdere diversenpunten over ultra fast-fashion en lithiumbatterijen riepen zij de Commissie op om het markttoezicht en de productconformiteit te versterken, in het bijzonder voor producten die online worden verkocht. Deze oproep werd door meerdere lidstaten onderschreven. In reactie verwees de Commissie opnieuw naar de implementatie van maatregelen uit de Digital Services Act, het douanedomein (de-minimis en het agentschap) en de Markttoezichtverordening. Daarnaast wees de Commissie op het verwachte voorstel voor de European Product Act (2026), waarin veel aandacht zal worden besteed aan toezicht op import en het versterken van de handhaving.
Diversenpunt: Voorstellen om prijsstabiliteit van het Emissiehandelssysteem voor gebouwde omgeving en wegtransport (ETS2) te vergroten
De Commissie presenteerde de op 27 november en 8 december jl. gepubliceerde voorstellen om de stabiliteit en voorspelbaarheid van de ETS2 prijs te vergroten. De Commissie stelt voor hiertoe de veilingen te vervroegen, het prijsbeheersingsmechanisme te versterken, de injecties uit de Marktstabiliteitsreserve minder abrupt maken en de liquiditeit in de Marktstabiliteitsreserve te vergroten. Een grote groep lidstaten gaf aan overwegend positief te zijn over het voorstel. Enerzijds benadrukten enkele lidstaten dat ETS-2 niet verder mag worden uitgesteld. Anderzijds pleitten enkele lidstaten juist uitstel van ETS-2 tot ten minste 2030. Uw Kamer wordt in januari nader geïnformeerd over deze voorstellen en het kabinetsstandpunt.
Diversenpunt: Impact van CBAM op niet-commerciële elektriciteitsimport uit Oekraïne
Polen, Estland en Litouwen vroegen tijdens de Milieuraad om vrijstelling en compensatie van het Europese Mechanisme voor Koolstofcorrectie aan de Europese Grens (CBAM) voor niet commerciële elektriciteitsimport vanuit Oekraïne in het geval van operationele noodsituaties. Dit punt hebben dezelfde lidstaten ook ingediend op de Energieraad van 15 december jl. De Commissie gaf aan het gesprek met lidstaten voort te zetten.
Diversenpunt: Recente internationale overleggen
De Commissie en het voorzitterschap gaven een terugkoppeling van verschillende recente internationale bijeenkomsten: de 6e Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Minamata inzake kwik (COP 6), de 8e vergadering van de partijen bij het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (MOP 8), de 20e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES CoP20), 5) de zevende zitting van de Milieuvergadering van de Verenigde Naties (UNEA-7).
Diversenpunt: EU missie klimaatneutrale en slimme steden
De Commissie herbevestigde de belangrijke rol voor steden en regionale autoriteiten bij klimaatadaptatie. Horizon Europe ondersteunt hen via dit programma: ruim 300 steden en regio’s ontvangen nu al technische ondersteuning. De Commissie roept lidstaten op tot actieve betrokkenheid.
Diversenpunt: Werkprogramma inkomend voorzitterschap
Het inkomend Cypriotische voorzitterschap gaf een presentatie van het werkprogramma. De focus ligt op vijf Green Deal initiatieven, 1) waterweerbaarheid en klimaatadaptatie; 2) klimaatmitigatie; 3) circulaire economie en nul-vervuiling; 4) milieu-omnibus; 5) voorbereiding internationale milieu- en klimaatevenementen. Op 5 en 6 februari 2026 is de informele Milieuraad in Nicosia, met aandacht voor klimaatadaptatie, financiering van milieudoelen en het circulaire economie winterpakket. De formele Milieuraden zullen op 17 maart en 25 juni 2026 plaatsvinden.
Overige punten
Non-paper Richtlijn Stedelijk Afvalwater UPV
Nederland heeft een Duitse non-paper ten aanzien van de UPV in de Richtlijn Stedelijk afvalwater medeondertekend. In deze non-paper wordt de Commissie gevraagd om de uitvoeringshandeling voor de UPV in deze richtlijn al in 2026 af te ronden en bovendien duidelijkheid te geven over een aantal belangrijke interpretatie- en uitvoeringskwesties. De herziene richtlijn is op 27 november 2024 vastgesteld, en moet op 31 juli 2027 geïmplementeerd zijn. Op grond van deze richtlijn moeten de producenten van geneesmiddelen en cosmetica gaan betalen voor een extra (i.e. vierde) zuiveringsstap bij veel rioolwaterzuiveringsinstallaties, waarmee microverontreinigingen (zoals medicijn- en cosmeticaresten) uit het rioolwater worden gehaald. Over de UPV medicijn- en cosmeticaresten zijn in Nederland (en veel andere Europese landen) zorgen over de mogelijke impact op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van medicijnen. Ook zijn er meerdere interpretatie- en uitvoeringsvragen bij deze UPV en bepaalt de richtlijn dat de Commissie een uitvoeringshandeling moet opstellen voor 31 december 2027. De non-paper vraagt daarmee om nog voor de implementatiedeadline de uitvoeringshandeling af te ronden en onduidelijkheden weg te nemen, om zodoende een goede implementatie en geharmoniseerde aanpak binnen de EU te waarborgen.
Raadsconclusies Oceaanpact
Op 8 december 2025 zijn Raadsconclusies over het Europees Oceaanpact aangenomen in de Raad voor Concurrentiekracht.
De milieu- en natuuraspecten van het Oceaanpact, waaronder de herziening van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, zijn eerder besproken tijdens de Milieuraad van 21 oktober 2025. De lidstaten benadrukten het belang van een samenhangend en geïntegreerd EU-kader voor oceaan- en zeebeleid. Dit kader moet ecologische, sociale en economische doelstellingen verwezenlijken en geen onnodige complexe regelgeving bevatten die innovatie en aanpassing aan veranderende omstandigheden in de weg staat. Ook moet het coherentie en effectieve afstemming tussen bestaand beleid en bestaande rechtskaders versterken en de samenwerking tussen lidstaten en regio’s bevorderen.
Daarnaast geven de lidstaten gezamenlijk aan dat zij positief staan tegenover het voornemen van de Commissie om met het oceaanpact het governance kader te versterken. Ze benadrukken het belang van een betere onderlinge integratie, coördinatie en afstemming van de richtlijn maritieme ruimtelijke planning, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, de verordening natuurherstel, de habitat- en de vogelrichtlijn, het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), en ander relevant marien en maritiem beleid van de EU. Specifiek benadrukken de lidstaten dat dit in overeenstemming moet zijn met het internationaal recht en het VN-zeerechtverdrag.
Stand van Zaken Green Claims richtlijn
In deze brief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken van de Green Claims richtlijn9. Zoals het er nu uitziet ligt een akkoord tussen de Raad, het Europees Parlement (EP) en de Europese Commissie niet langer binnen bereik. Zowel binnen het EP als binnen de Raad lopen de posities dermate uiteen, dat een uiteindelijk akkoord voorlopig niet haalbaar lijkt. Het voortzetten van de onderhandelingen wordt dan ook niet meer verwacht komende tijd. Deze patstelling is teleurstellend gezien de Nederlandse ambitieuze inzet op het dossier de afgelopen jaren en vooral met het oog op het belang van het tegengaan van greenwashing en de bescherming van consumenten tegen ongefundeerde groene claims. Uiteraard zal Nederland zich hiervoor blijven inzetten via andere (toekomstige) relevante dossiers en wordt de Kamer nader geïnformeerd op het moment er toch een verschuiving in het Europese krachtenveld of andere relevante ontwikkelingen plaatsvinden.
Antwoord Kamervraag Tuinbouw
Bij het tweeminutendebat voor de Milieuraad op 10 december 2025 is een vraag van lid Zwinkels van het CDA over CO2 toedeling in de tuinbouw gesteld. Deze vraag wordt hierbij beantwoord.
De leden van de CDA-fractie vragen over de recente berichtgeving dat CO2 mogelijk niet langer aan de tuinbouw kan worden toegewezen maar dat deze automatisch zou moeten worden opgeslagen onder de Noordzee vanwege een juridische interpretatie van Europese regels. Zij vragen zich af of deze interpretatie klopt. Als dit klopt, vragen zij of de staatssecretaris in Europa kan aangeven dat Nederland dit onwenselijk vindt vanwege negatieve gevolgen voor onder meer verduurzaming van de sector. Daarnaast horen de leden graag hoe de staatssecretaris dit op korte termijn kan ophelderen en of hij bereid is om te zoeken naar een administratief sluitende oplossing ten behoeve van duaal gebruik van één CO2-transportmiddel die de CO2-toevoer richting kassen waarborgt.
Antwoord:
Een administratief sluitende oplossing ten behoeve van duaal gebruik van één CO2-transportmiddel is belangrijk voor zowel aanbieders van CO2 als vragende partijen. De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de minister van Klimaat en Groene Groei trekken samen op richting de Europese Commissie en zetten zich actief in om te komen tot een oplossing. Het kabinet beoogt onduidelijkheid te voorkomen in de business cases. Daarbij gaat het niet alleen om de levering van CO2 aan de tuinders, maar ook over het transporteren van CO2 voor permanente opslag (CCS). Of en hoe snel ruimte kan worden gevonden is nog onduidelijk, maar gezien het belang van dit onderwerp zullen staatssecretaris Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de minister van Klimaat en Groene Groei de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2026 nader informeren.
Akkoord trilogen Wijziging EU Klimaatwet
In de nacht van 9 op 10 december 2025 heeft het Deens voorzitterschap namens de Raad een akkoord bereikt met het Europees Parlement en de Europese Commissie in de triloog over de wijziging van de EU klimaatwet. De finale wettekst verschilt slechts op één punt van de uitkomst van de Algemene Oriëntatie waarover u in het verslag van de Milieuraad van 4 november 2025 bent geïnformeerd: de voorwaarden voor de inzet van internationale koolstofkredieten zijn verder aangescherpt. Dit is in lijn met de Nederlandse positie uit het BNC-fiche en de inzet van Nederland in de onderhandelingen.
Kamerstukken II 2022-2023, 22112 nr. 3671.↩︎
Dit houdt in dat biogrondstoffen stap voor stap (in “cascades”) worden ingezet, waarbij eerst de hoogste waarde uit de biogrondstoffen wordt gehaald; Daarna de restmaterialen opnieuw gebruikt worden voor toepassingen met lagere waarde; Als laatste stap wordt de biogrondstoffen gebruikt voor energie (verbranding of biogas).↩︎
Nederland kan zich vinden in de oproep voor meer aandacht voor het cascaderingsprincipe, en zet zelf in op afbouw van bio-energie en opbouw van inzet van duurzame biogrondstoffen in hoogwaardige toepassingen.↩︎
Kamerstukken II 2025-2026, 21501 08, nr. 1016.↩︎
Kamerstukken II 2024-2025, 28 684, nr. 777.↩︎
Kamerstukken II 2025-2026, 21 501-08, nr. 1020.↩︎
Kamerstukken II 2025-2026, 21 501-08, nr. 1015.↩︎
Kamerstukken II 2025-2026, 21 501-08, nr. 1017.↩︎
Kamerstukken II 2022-2023, 22112 nr. 3671.↩︎