Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad van 26 januari 2026
Landbouw- en Visserijraad
Brief regering
Nummer: 2026D01271, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-15 10:01, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Mede ondertekenaar: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 32-1747 Landbouw- en Visserijraad.
Onderdeel van zaak 2026Z00525:
- Indiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Medeindiener: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-01-19 12:00: Landbouw- en Visserijraad van 26 januari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-01-21 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Op 26 januari a.s. vindt de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad) plaats in Brussel. Met deze brief informeren wij de Kamer over de agenda en de Nederlandse inbreng. Ook informeren wij met deze brief de Kamer over de recente ontwikkelingen ten aanzien van de Ontbossingsverordening (EUDR).
Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 26 januari 2026
Werkprogramma van het Cypriotisch voorzitterschap
Tijdens de Raad zal het recent aangetreden Cypriotische voorzitterschap zijn werkprogramma en prioriteiten voor het komende halfjaar presenteren. De minister zal de presentatie aanhoren.
Europese Bio-economie strategie
Er vindt een gedachtewisseling plaats over de Strategie voor een Concurrerende en Duurzame Bio-economie die de Europese Commissie (hierna: Commissie) eind vorig jaar heeft gepresenteerd. De Kamer ontvangt de Nederlandse beoordeling van deze strategie via het gebruikelijke BNC-fiche op korte termijn. Tijdens een eerste bespreking van deze strategie tijdens de Milieuraad van 16 december jl. reageerden lidstaten over het algemeen positief op de strategie, aangezien deze volgens de lidstaten bijdraagt aan het versterken van het Europese concurrentievermogen en strategische autonomie.
De minister zal tijdens de komende Raad nogmaals het belang benadrukken van het creëren van vraag naar biogebaseerde producten, het steunen van boeren en de industrie bij de productie van dergelijke producten en het vergroten van de beschikbaarheid van duurzame biogrondstoffen. Daarnaast zal de minister het belang benadrukken van geharmoniseerde duurzaamheidscriteria voor het creëren van een gelijk speelveld tussen verschillende toepassingen van biogrondstoffen. Hierbij zal de minister ervoor pleiten dat de primaire functie van landbouwbedrijven als voedselproducenten voorop moet blijven staan en dat andere ambities hier gaan afbreuk aan mogen doen, zeker in de huidige tijd van geopolitieke onzekerheid.
Verordening tot wijziging van de verordening inzake biologische landbouw
De Commissie heeft eind december 2025 een voorstel tot aanpassing van de verordening inzake biologische landbouw gepubliceerd. Tijdens de Raad vindt een eerste bespreking van het voorstel plaats. De minister zal met name een aantal verhelderende vragen stellen en een studievoorbehoud plaatsen, aangezien de kabinetspositie momenteel nog wordt voorbereid. De Kamer wordt hierover medio februari middels een BNC-fiche geïnformeerd.
Het Commissievoorstel bestaat uit een drietal aanpassingen van de verordening.
Ten eerste past de Commissie de verordening aan vanwege een uitspraak van het Europese Hof van Justitie (C-240/23): het gebruik van het EU bio-logo voor geïmporteerde biologische producten uit derde landen, waarmee de EU equivalentie overeenkomsten of equivalentie afspraken heeft, blijft alleen mogelijk als deze producten volledig aan de eisen van de EU voldoen. Een tweede aanpassing betreft het verlengen van de erkenning van derde landen, waarvan de biologische productie- en controlesystemen als equivalent aan die van de EU zijn aangemerkt. Deze erkenning verloopt op 31 december 2026 en zal worden verlengd tot 31 december 2036, omdat onderhandelingen over het afsluiten van overeenkomsten over handel in biologische producten lang kunnen duren.
Ten slotte bevat het voorstel een versimpeling van een aantal biologische productieregels waarmee de Commissie administratieve en financiële lasten wil verminderen. Op deze manier wil de Commissie zowel een solide als gebruiksvriendelijke wettelijke basis bieden aan een groeiende biologische sector.
Verslag over de evaluatie van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken
Tijdens de Raad zal de Commissie haar verslag presenteren van haar evaluatie van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (OHP). Het evaluatierapport geeft aan dat de richtlijn relevant is en blijft voor het aanpakken van de uitdagingen waarmee boeren en kleine leveranciers worden geconfronteerd. Het rapport benoemt ook een aantal aandachtspunten, zoals meer bekendheid van de richtlijn en betere toegang tot informatie. Het rapport stelt ook dat de samenwerking tussen nationale handhavingsautoriteiten bij grensoverschrijdende zaken verder versterkt zou moeten worden. Vorig jaar is daarvoor de nieuwe Verordening Grensoverschrijdend toezicht oneerlijke handelspraktijken opgesteld. De Commissie geeft aan de OHP verder te willen herzien en zal naar verwachting in de loop van 2026 voorstellen met lidstaten gaan bespreken. Ten aanzien van het voorstel van de Commissie met betrekking tot een minimale productieprijs gaan wij onderzoeken wat de beoogde effectiviteit is van deze maatregel en wat de impact is op de administratieve lasten voor boeren.
Ministeriële lunch over de “Nieuwe taskforce voor EU-invoercontroles”
In de Visie voor Landbouw en Voedsel heeft de Commissie aangegeven voornemens te zijn om een taskforce voor importcontroles op geïmporteerde producten uit derde landen op te richten. Op 9 december jl. kondigde de Commissie aan het aantal controles en audits in derde landen te willen verhogen en, om importcontroles nog efficiënter te maken, een taskforce op te richten. De focus van deze taskforce zal liggen op gewasbescherming-residuen, de voedselveiligheid van levensmiddelen en diervoeders (dierlijke en plantaardige producten), en dierenwelzijn. Het doel van de Commissie is om met versterking van de importcontroles te garanderen dat EU-burgers blijven profiteren van de hoogste normen op het gebied van voedselveiligheid, terwijl EU-producenten gelijke concurrentievoorwaarden hebben ten opzichte van hun wereldwijde concurrenten.
De Commissie wil tijdens de lunch spreken over de inrichting van de taskforce. Details over onder andere het mandaat van de taskforce, de deelnemers en de besluitvormingsprocedure zijn nog niet bekend. In principe steunt Nederland harmonisatie van importcontroles binnen Europa. In het verleden zijn er vanuit de Commissie echter ook initiatieven geweest waarbij maatregelen zijn ontstaan die tot verhoging van de uitvoeringslast hebben geleid. Een goede onderbouwing van waar de Commissie nu problemen ziet en welke maatregelen vanuit de taskforce passend zijn, is daarom van belang. De minister zal zich ervoor inzetten om hier tijdens de lunch meer informatie over te krijgen.
Ontbossingsverordening (EUDR)
Aanvullend informeren wij de Kamer over het uitstel van toepassing en de aanpassing van de Ontbossingsverordening (EUDR). In 2023 is de EUDR reeds formeel aangenomen, maar deze werd niet meteen van toepassing. De toepassing van de EUDR was oorspronkelijk voorzien voor 30 december 2024. Dat werd uitgesteld tot 30 december 2025. Echter, op 19 december 2025 is opnieuw besloten tot uitstel én tot aanpassing van de EUDR in een formeel triloogakkoord. Daarmee is de toepassing van de EUDR met één jaar uitgesteld tot 30 december 2026. Nederland heeft conform inzet onthouden van stemming (Kamerstuk 22 112, nr. 4199).
Het kabinet gaat verder met de zorgvuldige implementatie en voorbereiding op de toepassing van de EUDR door de overheid en het bedrijfsleven. Op basis van de nieuwe versie van de EUDR zal de Nederlandse implementatieregelgeving gedurende 2026 worden aangepast. Op die manier zullen de EUDR en de implementatieregelgeving met elkaar in overeenstemming zijn, als de EUDR van toepassing wordt. Tot eind april 2026 kan de Commissie op basis van een vereenvoudigingsevaluatie nog wijzigingen voorstellen in de teksten van de EUDR. Eventuele wijzigingen moeten daarna nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad. Het kabinet zal inzetten op effectieve administratieve lastenverlichting voor bedrijven.
Hoogachtend,
Femke Marije Wiersma
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Jean Rummenie
Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur