[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Beleidsreactie op het inspectieonderzoek Vrijheid aan banden naar de kwaliteit van elektronische monitoring door de reclassering

Reclasseringsbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D01318, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-15 13:41, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29270 -161 Reclasseringsbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z00549:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Via deze brief bied ik u het rapport Vrijheid aan banden aan, het inspectieonderzoek naar de kwaliteit van Elektronische Monitoring (hierna EM) door de reclassering. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in hoe het proces van EM door de reclassering is ingericht en op welke wijze EM in de praktijk wordt uitgevoerd.

De Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna inspectie) heeft in haar onderzoek overwegend positief geoordeeld over de uitvoering van EM door de reclassering. Het blijkt dat er een goed fundament staat voor de uitvoering van EM. Daarnaast doet de inspectie zes aanbevelingen. In deze brief zal ik eerst een korte samenvatting geven van het rapport en de aanbevelingen die de inspectie doet. Daarna geef ik mijn reactie op het rapport en de aanbevelingen.

Samenvatting rapport

De reclassering is in Nederland verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van bijzondere voorwaarden die aan verdachten en veroordeelden zijn gesteld. Toezicht op de bijzondere voorwaarden kan op diverse manieren worden vormgegeven. Een voorbeeld hiervan is elektronische monitoring door middel van een enkelband. Hiermee kan de naleving van een locatieverbod of een locatiegebod1 worden gecontroleerd.

De reclassering heeft een adviserende en toezichthoudende taak bij de uitvoering van EM. De reclassering ontvangt een opdracht van het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak of de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) om advies uit te brengen over de mogelijkheden van het gebruik van de enkelband in een casus. De reclassering voert dan een haalbaarheidsonderzoek uit, waarin wordt beoordeeld of aan de randvoorwaarden voor toepassing van EM kan worden voldaan, bijvoorbeeld of het verblijfsadres voldoet aan de vereisten. Daarnaast worden eventuele risico’s in kaart gebracht, op basis van beschikbare informatie van de politie of andere ketenpartners. De uitkomsten van dit onderzoek worden vastgelegd in een deeladvies. Als de opdrachtgever besluit om de enkelband in te zetten, start de reclassering EM. Bij overtredingen van de voorwaarden wordt gehandeld bijvoorbeeld door de cliënt te bellen.

In sommige gevallen kan de politie worden ingeschakeld om eventuele slachtoffers te beschermen.

In het rapport constateert de inspectie positieve punten die bijdragen aan de kwaliteit van EM. Zo legt de reclassering de uitvoering van EM goed vast en voldoet daarbij in grote lijnen aan de gestelde kwaliteitseisen. Er wordt zorgvuldig gewerkt en gerapporteerd, met aandacht voor risico's en persoonlijke omstandigheden. Regelmatig is er overleg met ketenpartners en de reclassering reageert adequaat op overtredingen van de bijzondere voorwaarden. De inspectie is voorts positief over de goede samenwerking tussen de reclassering en Dienst Vervoer & Ondersteuning (hierna DV&O) bij het aan- en afsluiten van de enkelband, de basistraining EM voor reclasseringswerkers, en de actieve doorontwikkeling van EM.

De inspectie signaleert tegelijkertijd drie knelpunten die een risico (kunnen) vormen voor de kwaliteit van EM. Deze punten hebben onder meer betrekking op het beeld van de inspectie dat niet alle cliënten voor wie EM van meerwaarde zou kunnen zijn, in beeld zijn bij de opdrachtgevers en de reclassering. Verder beschikt de reclassering niet altijd over relevante politie-informatie ten behoeve van het deeladvies. Tot slot constateert de inspectie dat de opdracht voor EM bij een schorsing van de voorlopige hechtenis niet altijd tijdig doorkomt bij de reclassering, waardoor de enkelband soms te laat wordt aangesloten.

Naar aanleiding van deze bevindingen doet de inspectie de volgende zes aanbevelingen:

Aanbeveling 1 en 2 aan de bewindspersoon:

  1. Analyseer samen met ketenpartners als de rechtspraak, het OM en het CJIB hoe schorsingen voorlopige hechtenis met elektronische monitoring sneller kunnen worden aangeleverd bij de reclassering, zodat de reclassering voldoende tijd heeft om de aansluiting van de enkelband te realiseren;

  2. Verbeter de wettelijke regeling voor verschillende strafmodaliteiten van elektronische monitoring. En overweeg een insluitingsgrond te creëren voor het geval zich een langdurige (ver)storing voordoet.

Aanbeveling 3, 4, 5 en 6 aan reclassering:

  1. Zorg dat opdrachtgevers en adviseurs van de reclassering voortdurend gevoed worden met informatie over elektronische monitoring en blijf laagdrempelig beschikbaar voor advies of vragen over de toepassing van de enkelband, zodat potentiële cliënten in beeld komen;

  2. Onderzoek of politie-informatie voor het deeladvies via een landelijk of regionaal knooppunt van de politie (tijdig) kan worden aangeleverd en maak afspraken met de politie over hoe dit in de praktijk vorm krijgt;

  3. Overweeg om een standaard termijn vast te leggen waarna de inzet (of meerwaarde) van elektronische monitoring schriftelijk geëvalueerd moet worden;

  4. Bezie de mogelijkheden om de registratie van regels in het systeem te automatiseren en wijzigingen te laten controleren door een collega of coördinator.

Reactie op rapport

Ik waardeer de grondige aanpak van de inspectie in dit onderzoek. De conclusie dat de reclassering in grote lijnen voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen is positief. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat EM bijdraagt aan een effectievere uitvoering van controle op bijzondere voorwaarden. Dit versterkt de kwaliteit van de strafafdoening en ondersteunt daarmee mijn streven naar een veiligere samenleving. Het onderzoek geeft waardevolle handvatten om het proces ten aanzien van EM te verbeteren.

In deze brief wil ik ook mijn waardering kenbaar maken aan de reclassering en andere ketenpartners die de succesvolle toepassing van EM mogelijk maken en hun aandacht voor ontwikkelingen en innovaties op het gebied van EM. Deze ontwikkelingen zijn belangrijke mogelijkheden voor een meer persoonsgerichte en effectievere strafafdoening en een betere bescherming van slachtoffers.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Alcoholmeter2 en de ontwikkelingen rond het slachtofferdevice3.

Hieronder geef ik per aanbeveling van de inspectie mijn reactie.

Aanbeveling 1 – sneller aanleveren EM bij schorsing

Deze aanbeveling is gericht op de optimalisatie van het ketenproces voor het aanleveren van opdrachten voor EM bij schorsingen van voorlopige hechtenis. De betrokken ketenpartners de reclassering, de rechtspraak, het OM en het CJIB zullen in 2026 gezamenlijk een analyse maken van dit werkproces en onderzoeken waar verbeteringen mogelijk zijn.

Aanbeveling 2 – verbeter de grondslag en overweeg een insluitingsgrond

Er wordt op dit moment door mij gewerkt aan het vastleggen van expliciete wettelijke grondslagen voor de toepassing van elektronische monitoring voor alle modaliteiten waarvoor deze in de praktijk reeds wordt toegepast. Hiermee wordt invulling gegeven aan het eerste deel van deze aanbeveling.

Bij een technische verstoring in de verbinding tussen de enkelband en de reclassering bewaart de enkelband de locatiegegevens. Zodra de technische verstoring is verholpen controleert de reclassering bij alle betrokken cliënten of ten tijde van de technische verstoring overtredingen hebben plaatsgevonden waarop actie noodzakelijk is. De aanbeveling om te overwegen een grondslag in de wet op te nemen voor het kunnen insluiten van personen die een enkelband dragen in het geval zich een technische verstoring voordoet, wordt niet direct opgevolgd. Een dergelijke generieke grondslag verhoudt zich moeilijk tot artikel 5 EVRM, waarin is bepaald dat vrijheidsbeneming alleen is toegestaan in de in dit artikel genoemde gevallen. Een technische verstoring valt hier niet expliciet onder. In het kader van het wetstraject waarin de wettelijke grondslagen voor de toepassing van elektronische monitoring worden geëxpliciteerd, zal worden geanalyseerd welke mogelijkheden er toch zijn. Die ruimte lijkt vooralsnog beperkt, maar kan mogelijk gevonden worden in gevallen wanneer elektronische monitoring wordt toegepast gedurende de tenuitvoerlegging van een door de rechter opgelegde vrijheidsstraf, bijvoorbeeld bij voorwaardelijke invrijheidstelling.

Aanbeveling 3, 4, 5, 6 – verbeteren verschillende werkprocessen door de reclassering

De aanbevelingen aan de reclassering hebben betrekking op het operationele handelen en het interne werkproces van de reclassering en de samenwerkingsafspraken met de politie. De reclassering neemt de genoemde aanbevelingen over en gaat hiermee aan de slag. Waar nodig leiden ze tot aanpassingen in het interne beleid. Daarnaast worden de aanbevelingen opgenomen in het verbeterregister en zal er een plan van aanpak worden opgesteld om deze te implementeren. Tevens wordt er gekeken naar manieren om informatie over EM zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar te stellen voor alle betrokken partijen.


Tot slot

Ik ben de inspectie dankbaar voor het grondige onderzoek dat zij heeft uitgevoerd. Dit rapport draagt bij aan de verdere verbetering van EM en ik zal mij, samen met de reclassering, dan ook volledig inzetten om de aanbevelingen te realiseren.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zal u, waar nodig, op de hoogte houden van ontwikkelingen.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

mr. A.C.L. Rutte


  1. Een locatiegebod houdt in dat iemand op bepaalde tijden op een vooraf bepaalde plaats aanwezig moet zijn, meestal thuis of op een andere vaste verblijfplaats.↩︎

  2. Met de Alcoholmeter is het mogelijk om voortdurend toezicht te houden op het alcoholgebruik van personen die een alcoholverbod hebben. De enkelband meet 24 uur per dag, 7 dagen in de week, het alcoholpromillage via het huidoppervlak. Alcoholmeter – Verslavingsreclassering GGZ (svg.nl); Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de Alcoholmeter als controlemiddel om toezicht te houden op de naleving van een alcoholverbod (Alcoholmeter) | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎

  3. Het slachtofferdevice is een apparaatje dat de afstand tussen het slachtoffer en de justitiabele (d.w.z. de drager van een enkelband) signaleert en verbonden is met het monitoringcentrum. Het slachtofferdevice kan worden ingezet voor slachtoffers van (ernstige) stalking of huiselijk geweld en heeft als doel om slachtoffers rust te laten ervaren en veiligheid te bieden. Zie Kamerstukken II, 2020/21, 29 279, nr. 660.↩︎