Herstel omissie versobering youngtimerregeling
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Brief regering
Nummer: 2026D01444, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-16 09:03, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën ()
Onderdeel van kamerstukdossier 36812 -118 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026).
Onderdeel van zaak 2026Z00622:
- Indiener: E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-01-29 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Vorig jaar heb ik toegezegd om, vooruitlopend op wetgeving, goed te keuren dat voor een auto die in de loop van 2025 15 jaar oud is geworden en in de loop van 2025 al ter beschikking is gesteld aan een werknemer of ter beschikking staat aan een IB-ondernemer, de youngtimerregeling tot 1 januari 2027 toegepast kan worden.1 Dit besluit zal ik op korte termijn laten publiceren.
Tijdens het opstellen van deze goedkeuring is een omissie in de versobering van de youngtimerregeling geconstateerd. De leeftijdsgrens voor het toe te passen bijtellingspercentage is per 1 januari 2026 verhoogd van 15 naar 16 jaar. Hierdoor geldt voor auto’s jonger dan 16 jaar een bijtelling van 25%2. Voor de toepasselijke waarderingsgrondslag is de leeftijdsgrens echter abusievelijk niet verhoogd naar 16 jaar. Dat zou als gevolg hebben dat auto’s die in 2026 15 jaar oud worden, een bijtelling kunnen toepassen van 25% (i.p.v. 35%) over de waarde in het economische verkeer (i.p.v. de catalogusprijs). Dat is overduidelijk niet in lijn met de toelichting op het amendement en heeft bovendien tot gevolg dat auto’s van 15 jaar oud veel gunstiger worden behandeld dan auto’s van 16 jaar, dat het kabinet ervoor kiest deze omissie met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te herstellen. De voorgestelde aanpassing wordt meegenomen in het eerstvolgende passende wetgevingstraject.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën –
Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane,
Eugène Heijnen
Kamerstukken 2025-2026, 36.812, nr. 116.↩︎
Het reguliere bijtellingspercentage bedraagt 22%, zie artikel 13bis, eerste lid onderdeel a, Wet LB 1964. Voor auto’s met een datum van eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016 geldt echter de overgangsbepaling van artikel 36c, eerste lid, Wet LB 1964, die het voordeel vaststelt op 25% van de waarde van de auto.↩︎